Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ziektelastberekeningen

Algemene werkwijze berekening ziektelast letsels

Schematische weergave berekening ziektelast letsels

Ziektelast van letsels in DALY's

De ziektelast wordt uitgedrukt in DALY's ('Disability-Adjusted Life-Years'). De DALY kwantificeert gezondheidsverlies, en is opgebouwd uit twee componenten: de jaren geleefd met letsel én de jaren verloren door vroegtijdige sterfte als gevolg van letsel (zie 'Definitie en methode ziektelastberekening').

Verloren levensjaren

De jaren verloren door vroegtijdige sterfte als gevolg van letsel worden uitgedrukt in verloren levensjaren ('Years of Life Lost', YLL). Verloren levensjaren worden berekend door het aantal ziektespecifieke sterfgevallen per jaar te vermenigvuldigen met de resterende levensverwachting op de betreffende leeftijd (zie 'Berekening verloren levensjaren').

Ziektejaarequivalenten

De jaren geleefd met letsel worden uitgedrukt in ziektejaarequivalenten ('Years Lived with Disability', YLD). Voor het berekenen van ziektejaarequivalenten is de volgende informatie nodig:

  • het aantal mensen dat letsel heeft op een bepaald moment (epidemiologische gegevens)
  • een wegingsfactor voor de ernst van het letsel
  • het aantal mensen dat blijvende beperkingen heeft door letsel

In vergelijking met de standaardberekening van de ziektejaarequivalenten van ziekten als diabetes mellitus en coronaire hartziekten, vereist de berekening van de ziektejaarequivalenten van letsels naar oorzaak een extra stap. Eerst worden de ziektejaarequivalenten naar letseltype (bijvoorbeeld hersenschudding) berekend. In een volgende stap worden de ziektejaarequivalenten naar oorzaak (type ongeval) berekend.
Voor een aantal letsels bestaat een relatief hoog risico van blijvende beperkingen. Om de totale ziektelast van letsels te berekenen, worden daarom, naast de ziektejaarequivalenten van letsels in het eerste jaar na het ongeval, ook de ziektejaarequivalenten van blijvend letsel berekend (zie 'Ziektelast in het eerste jaar' en 'Ziektelast van blijvende beperkingen').

Wegingsfactoren

Wegingsfactoren zijn een maat voor de ernst van een ziekte of letsel. VeiligheidNL en Erasmus MC hebben voor diverse letseltypen wegingsfactoren afgeleid, met behulp van informatie van letselpatiënten over hun gezondheidstoestand. De ernst van het letsel verschilt tussen letselpatiënten die in het ziekenhuis zijn opgenomen en letselpatiënten die op de SEH-afdeling zijn behandeld. Daarom zijn de wegingsfactoren voor deze twee groepen letselpatiënten apart bepaald. De wegingsfactoren zijn echter wél op dezelfde manier bepaald.

Wegingsfactoren van letsels

In 2001 en 2002 is bij een steekproef van ruim 10.000 letselpatiënten in de periode na het ongeval een aantal enquêtes afgenomen (2 maanden, 5 maanden, 9 maanden en 2 jaar na het ongeval). In de enquêtes werd gevraagd naar de gezondheid van de opgenomen letselpatiënten in termen van mobiliteit, zelfverzorging, dagelijkse activiteiten, pijn en stemming beschreven (EuroQol-profiel, EQ-5D) (Polinder et al., 2007). De beschrijvingen van de gezondheidstoestand in termen van EQ-5D zijn vervolgens omgezet in wegingfactoren (Haagsma et al., 2012).

Wegingsfactoren van kortdurende letsels

Omdat de patiëntenenquête niet geschikt is om wegingsfactoren voor kortdurende letsels te bepalen (Haagsma et al., 2009), zijn wegingsfactoren voor kortdurende letsels afzonderlijk bepaald in de Integrated Burden of Injury Study (IBIS; Haagsma et al., 2008). De IBIS-studie heeft gebruikgemaakt van een lekenpanel. Beschrijvingen van elk kortdurend letseltype afzonderlijk zijn voorgelegd aan een panel van leken die de letsels op twee manieren hebben gewogen:

  • De panelleden beoordeelden elk letsel op het verlies aan kwaliteit van leven. Daarbij gaven ze elk letsel een cijfer van 0 tot 100, waarbij 0 geen verlies aan kwaliteit van leven betekent en 100 maximaal verlies.
  • Vervolgens gaven de panelleden aan hoeveel tijd ze bereid waren in te leveren om het letsel niet te hebben ('Time Trade Off').

Epidemiologische gegevens

Om met de wegingsfactoren van letseltypes de ziektelast voor de hele bevolking te berekenen, is informatie nodig over het aantal personen per jaar dat last heeft van het betreffende letsel (incidentie). Deze informatie is voor letsels afkomstig uit medische registraties van de SEH-afdeling van het ziekenhuis en van ziekenhuisopnamen.

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Polinder S, van Beeck EF, Essink-Bot ML, Toet H, Looman CWN, Mulder S, et al. Functional outcome at 2.5, 5, 9, and 24 months after injury in the Netherlands. J Trauma. 2007;62(1):133-41. Pubmed | DOI
  2. Haagsma JA, Polinder S, Lyons RA, Lund J, Ditsuwan V, Prinsloo M, et al. Improved and standardized method for assessing years lived with disability after injury. Bull World Health Organ. 2012;90(7):513-21. Pubmed | DOI
  3. Haagsma JA, Polinder S, van Beeck EF, Mulder S, Bonsel GJ. Alternative approaches to derive disability weights in injuries: do they make a difference? Qual Life Res. 2009;18(5):657-65. Pubmed | DOI
  4. Haagsma JA, van Beeck EF, Polinder S, Hoeymans N, Mulder S, Bonsel GJ. Novel empirical disability weights to assess the burden of non-fatal injury. Inj Prev. 2008;14(1):5-10. Pubmed | DOI

Ziektelast in het eerste jaar van letsels

Berekening ziektejaarequivalenten eerste jaar

Wegingsfactoren voor de ernst van ziekten zijn gekoppeld aan de incidentie van letsels bij de SEH en letsels die leiden tot ziekenhuisopname. Hierbij is gebruikgemaakt van het letsellast model (LLM) van VeiligheidNL en het Erasmus MC. Dit model heeft voor 39 letselgroepen (EUROCOST-classificatie; Meerding et al., 2004) epidemiologische informatie over patiënten die behandeld worden op de SEH-afdeling van een ziekenhuis (Meerding et al., 2000). Elke letselgroep is een combinatie van de anatomische locatie van het letsel (bijvoorbeeld hoofd of bovenarm) en het type letsel (bijvoorbeeld open wond of fractuur). De epidemiologische informatie is afkomstig uit het Letsel Informatie Systeem van VeiligheidNL. Zeldzame letsels (zoals perifeer zenuwletsel van arm, hand, been of voet) zijn buiten beschouwing gelaten.

De ziektejaarequivalenten van letsels in het eerste jaar na het ongeval worden als volgt berekend:

YLD eerste jaar = N slachtoffers * DW eerste jaar

Resultaten ziektelastberekeningen 2011

Ziektelast van letsels door ongevallen in 2011 (*.ODS; 7 KB)

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Meerding WJ, Looman CWN, Essink-Bot ML, Toet H, Mulder S, van Beeck EF. Distribution and determinants of health and work status in a comprehensive population of injury patients. J Trauma. 2004;56(1):150-61. Pubmed | DOI
  2. Meerding WJ, Birnie E, Mulder S, den Hertog PC, Toet H, van Beeck EF. Kosten van letsel door ongevallen in Nederland: wetenschappelijke verantwoording. Amsterdam / Rotterdam: Consument en Veiligheid / Erasmus MC; 2000. Bron

Ziektelast van blijvende beperkingen als gevolg van letsel

Risico van blijvende beperkingen en gemiddelde duur bij bepaalde letseltypen

Letseltype

Percentage levenslange beperking

Gemiddelde duur in jaren

 

SEH

ziekenhuisopname

 

Hersenschudding

4

21

39

Ander schedel-hersenletsel

13

23

39

Ruggenmergletsel

- (a)

100

29

Fractuur sleutelbeen/schouderblad

2

9

20

Bovenarmfractuur

17

10

20

Fractuur elleboog/onderarm

0 (b)

8

20

Polsfractuur

0 (b)

18

7

Ontwrichting/verstuiking/verrekking van schouder/elleboog

0 (b)

18

26

Gecompliceerd letsel van zacht weefsel van de armen

3

15

20

Bekkenfractuur

30

29

26

Heupfractuur

14

52

2

Bovenbeenfractuur

23

35

7

Fractuur knie/onderbeen

23

34

26

Enkelfractuur

12

35

26

Ontwrichting/verstuiking/verrekking knie

8

8

26

Ontwrichting/verstuiking/verrekking enkel/voet

4

26

26

a) Voor ruggenmergletsel op de SEH-afdeling ontbreken gegevens.
b) 0% houdt in dat in geen van de gevallen sprake was van levenslang letsel.

Schatting percentage blijvende beperkingen

Voor een aantal letsels bestaat een relatief hoog risico van blijvende beperkingen. Dit risico is bepaald aan de hand van een patiëntenenquête uitgevoerd in 2001 en 2002 (Polinder et al., 2007). Het percentage patiënten dat blijvende beperkingen houdt, is geschat als het percentage patiënten dat na twee jaar aangaf nog steeds last te ondervinden van het letsel en beperkingen beschreef op de belangrijkste gezondheidsdimensie van het letsel (bijvoorbeeld mobiliteit bij een heupfractuur). Het percentage blijvende beperkingen is afzonderlijk vastgesteld voor patiënten die zijn opgenomen in het ziekenhuis en patiënten die zijn behandeld op een SEH-afdeling. Bij de berekening van de duur van de beperkingen is uitgegaan van de leeftijd waarop de beperkingen optraden en van een levensverwachting van 81 jaar.
Bij de berekening van de ziektelast naar oorzaak (type ongeval) is aangenomen dat het percentage patiënten met blijvende beperkingen onafhankelijk is van de oorzaak van het letsel. Een fractuur van het bovenbeen leidt in 25% van de gevallen tot blijvende beperkingen, ongeacht of deze fractuur veroorzaakt is door een arbeids-, privé-, verkeers- of sportongeval.

Berekening ziektejaarequivalenten van blijvende beperkingen

De ziektejaarequivalenten van blijvende beperkingen worden als volgt berekend:

YLD blijvend letsel = incidentie * % lange termijn * wegingsfactor blijvend letsel * duur

De wegingsfactoren voor blijvende beperkingen (gevolgen van letsel op de lange termijn) zijn berekend met de EQ-5D-gegevens die 2 jaar na het oplopen van het letsel zijn verzameld in de patiënten-enquête (zie Algemene werkwijze berekening ziektelast letsels). Voor het bepalen van de wegingsfactoren voor blijvende beperkingen zijn de gegevens van patiënten behandeld op de SEH en patiënten opgenomen in het ziekenhuis samengenomen.

Resultaten ziektelastberekeningen 2011

Ziektelast van letsels door ongevallen in 2011 (*.ODS; 7 KB)

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Polinder S, van Beeck EF, Essink-Bot ML, Toet H, Looman CWN, Mulder S, et al. Functional outcome at 2.5, 5, 9, and 24 months after injury in the Netherlands. J Trauma. 2007;62(1):133-41. Pubmed | DOI
  2. Haagsma JA, Belt E, Polinder S, Lund J, Atkinson M, Macey S. Integris WP5 report: injury disability indicators. Rotterdam: Erasmus MC, department of public health ; 2009. GoogleScholar

Ziektelast van niet-fatale gevolgen van suïcidepogingen en geweld

Ziektelast van suïcide en suïcidepogingen

Tot 2010 werden voor zelftoegebracht letsel uitsluitend de verloren levensjaren door vroegtijdig overlijden berekend. In een onderzoek dat het RIVM in 2009 en 2010 uitvoerde in samenwerking met het Trimbos-instituut, het VU medisch centrum en Consument & Veiligheid, is de ziektelast van suïcide en suïcidepogingen uitgebreid met niet-fatale gevolgen. Het betreft zowel de lichamelijke als de psychische gevolgen van suïcidepogingen. Een uitgebreide methode-omschrijving is te vinden in het onderzoeksrapport (Hoeymans & Schoemaker, 2010). Deze methode ligt aan de basis van de berekening van de ziektelast van zelftoegebracht letsel in de VTV-2010, de VTV-2014 en de VTV-2018.

Ziektelast van letsel door geweld

Tot 2015 werden ook voor geweld uitsluitend de verloren levensjaren door vroegtijdig overlijden berekend. In een onderzoek dat onder regie van het RIVM in 2015 is uitgevoerd door het Erasmus MC en de Stichting VeiligheidNL is de ziektelast van geweld uitgebreid met niet-fataal letsel door geweld. Het betreft zowel lichamelijk letsel, inclusief de lange termijn gevolgen als de psychische gevolgen van geweld. Een uitgebreide methode-omschrijving is te vinden het  onderzoeksrapport (Snijders et al., 2016). Deze methode ligt aan de basis van de berekening van de ziektelast van letsel als gevolg van geweld in de VTV-2018.

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hoeymans N, Schoemaker CG. De ziektelast van suïcide en suïcidepogingen. Bilthoven: RIVM; 2010. Bron
  2. Snijders BEP, Gommer AM, Haagsma JA, Panneman JM, Polinder S, van Beek EF. Ziektelast en kosten van letsel door geweld. Bilthoven: RIVM; 2016. Bron