Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ziektelastberekeningen

Corrigeren voor multimorbiditeit

Correctie voor multimorbiditeit voorkomt overschatting ziektelast

Het komt steeds vaker voor dat mensen meer dan één aandoening tegelijk hebben. Dit wordt multimorbiditeit genoemd. Het komt vooral voor onder ouderen. Met een vergrijzende bevolking zal ook multimorbiditeit toenemen. Bij het berekenen van de ziektelast in de bevolking, wordt meestal geen rekening gehouden met multimorbiditeit. De ziektelast wordt berekend op basis van het vóórkomen én de ernst (wegingsfactor) van aandoeningen. Doorgaans wordt dit voor iedere aandoening afzonderlijk gedaan, waarna de ziektelast veroorzaakt door de afzonderlijke aandoeningen bij elkaar worden opgeteld. Voor personen met meerdere aandoeningen is de ernst/wegingsfactor van alle aandoeningen samen meestal kleiner dan de som van wegingsfactoren van de afzonderlijke ziekten. Om overschatting van de ziektelast bij multimorbiditeit te voorkomen, moet hiermee rekening worden gehouden (Hilderink et al., 2016). Tot 2018 werden de ziektelastcijfers in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) niet gecorrigeerd voor multimorbiditeit. In 2018 is dat voor de VTV-2018 wel gedaan. Hierbij moest een antwoord worden gegeven op de volgende twee vragen:

  1. Hoe stel je de wegingsfactor vast in het geval dat iemand meerdere aandoeningen heeft?
  2. Hoe bepaal je het vóórkomen van multimorbiditeit?

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hilderink HBM, Plasmans MHD, Snijders BEP, Boshuizen HC, Poos M.JJC, van Gool CH. Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches. Archives of Public Health. 2016;74(37). Bron | DOI

Vaststellen wegingsfactor bij multimorbiditeit

Multiplicatieve methode gebruikt

Voor het vaststellen van de wegingsfactor (ernst) in geval van multimorbiditeit is gebruikgemaakt van de multiplicatieve methode (Hilderink et al., 2016).

De wegingsfactor is een soort gemiddelde van de ernst van een aandoening over een jaar. Een wegingsfactor 0,40 betekent voor een jaar geleefd met die aandoening dat 0,4 jaar heel ongezond (gelijk aan dood) was en 0,6 jaar gezond.
Stel iemand heeft drie aandoeningen en de afzonderlijke wegingsfactor van aandoening A is 0,50 (WF1), die van aandoening B is 0,40 (WF2) en die van aandoening C is 0,30 (WF3).

  • Op basis van aandoening A (wegingsfactor 0,50) is een jaar geleefd met de aandoening voor 0,50 gezond en voor 0,50 heel ongezond. 
  • Daar komt aandoening B bij, met wegingsfactor 0,40. Er verandert hierdoor niets aan het al ongezonde deel van het jaar door alleen aandoening A: dat blijft heel ongezond. Het resterende gezonde halve jaar wordt door aandoening B voor 0,40 ongezond. Dat komt overeen met 0,50 (jaar) x 0,4 (WF2) = 0,20 jaar. Door de combinatie van aandoeningen A en B is het jaar dus voor 0,50 + 0,20 = 0,70 heel ongezond en voor 0,30 gezond. 
  • Komt daar aandoening nog C bij, met wegingsfactor 0,30, dan verandert er niets aan het ongezonde deel van het jaar door aandoeningen A en B. Het resterende gezonde 0,30 jaar wordt door aandoening C voor 0,30 heel ongezond. Dat komt overeen met 0,30 x 0,30 = 0,09 jaar. Door de combinatie van aandoeningen A, B en C is het jaar dus voor 0,70 + 0,09 = 0,79 heel ongezond en 0,21 gezond. 

​De wegingsfactor voor de drie aandoeningen samen wordt als volgt berekend: 1 - (1-WF1)*(1-WF2)*(1-WF3) = 1 - 0,5 * 0,6 * 0,7 = 0,79.

Uitgaande van de grootte van de oorspronkelijke wegingsfactoren van de afzonderlijke ziekten (WF1, WF2 en WF3), wordt de gezamenlijke wegingsfactor vervolgens naar rato verdeeld over de drie afzonderlijke aandoeningen, om zo te komen tot een nieuwe wegingsfactor voor iedere afzonderljke aandoening:

  • nieuwe wegingsfactor aandoening A = 0,50/(0,50+0,40+0,30) * 0,79 = 0,33
  • nieuwe wegingsfactor aandoening B = 0,40/(0,50+0,40+0,30) * 0,79 = 0,26
  • nieuwe wegingsfactor aandoening C = 0,30/(0,50+0,40+0,30) * 0,79 = 0,20

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hilderink HBM, Plasmans MHD, Snijders BEP, Boshuizen HC, Poos M.JJC, van Gool CH. Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches. Archives of Public Health. 2016;74(37). Bron | DOI

Vaststellen vóórkomen multimorbiditeit

Schatten multimorbiditeit op basis van onafhankelijkheid

Wanneer voor het schatten van het voorkomen van verschillende aandoeningen gebruik wordt gemaakt van verschillende bronnen, is het niet zonder meer mogelijk om vast te stellen hoe vaak de aandoeningen samen (/tegelijk) voorkomen. Daarom wordt het tegelijk voorkomen van meerdere aandoeningen geschat op basis van onafhankelijkheid. Dit is niet altijd terecht omdat bepaalde aandoeningen vaker samen voorkomen dan op basis van onafhankelijkheid verwacht mag worden. Dit is bijvoorbeeld het geval als aandoeningen verband houden met eenzelfde determinant of als een aandoening een complicatie is van een andere aandoening.

Het schatten van het voorkomen van multimorbiditeit op basis van onafhankelijkheid gebeurt op de volgende manier:
Stel dat ziekte A bij mannen in een bepaalde leeftijdsklasse 100 keer per 1.000 mannen voorkomt en ziekte B komt 200 keer voor per 1.000 mannen. De combinatie van ziekte A en ziekte B komt dan 100/1.000 * 200/1.000 = 20/1.000 voor. Dit betekent dat 20 per 1.000 personen tegelijkertijd aandoening A en aandoening B hebben. 
In de berekeningen zijn alle mogelijke combinaties van maximaal 5 aandoeningen meegenomen. Het aantal mensen dat meer dan 5 aandoeningen tegelijk heeft, is zo klein dat het extra aantal DALY’s verwaarloosbaar is op het totaal.

Acute ziekten en letsels

Geen correctie voor multimorbiditeit

Voor acute ziekten en letsels is niet gecorrigeerd voor multimorbiditeit. De ziektelast van deze aandoeningen wordt berekend op basis van incidentie. Hierdoor is het niet mogelijk om op dezelfde manier te corrigeren voor multimorbiditeit als bij langdurige of chronische aandoeningen. Voor acute ziekten en letsels is nog geen methode voor correctie van multimorbiditeit beschikbaar.