Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Methode Kosten van Ziekten Studie

Werkwijze

De Kosten van Ziekten-studie is een langlopend meerjarig project dat werkt volgens een vierjarige cyclus. Omdat de zorguitgaven en andere zorgregistraties en -enquetes in de regel pas twee jaar na dato definitief worden vastgesteld, gaat de Kosten van Ziekten-studie altijd uit van het meest recente 'afgesloten' peiljaar. Hierdoor worden ingrijpende tussentijdse wijzigingen zoveel mogelijk voorkomen.

De Kosten van Ziekten-studie ontsluit voor elk peiljaar de uitgaven van gezondheids- en welzijnszorg langs zeven dimensies.

Zorgaanbod

Zorgvraag

Definitie van zorguitgaven (4)

Onderliggende diagnose
(96 specifiek + 25 restgroepen)

Financieringswijze (10)

Leeftijd (21)

Zorgaanbieder (81)

Geslacht (2)

Zorgfunctie (31)

 

 

Experts en redactie

Datum publicatie

28-10-2019

Methode


De Kosten van Ziekten-studie volgt grofweg vier stappen (zie ook de figuur hierboven):

  1. De totale zorguitgaven in het peiljaar worden afgebakend en vastgesteld voor elk van de vier definities;
  2. Deze totale uitgaven worden in homogene kosteneenheden verdeeld. Binnen een kosteneenheid moet het geleverde zorgproduct zo gelijkvormig mogelijk zijn. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld 'huisartsenzorg' of 'geestelijke gezondheidszorg';
  3. Vervolgens wordt op basis van registraties van zorggebruik per kosteneenheid een verdeelsteulsel gemaakt waarbij de uitgaven aan zorg over de verschillende dimensies (leeftijd, geslacht, diagnose) worden toegewezen. Het totaal van die verdeling telt altijd op tot de in stap 2 vastgestelde totale kosten in de eenheid (kort: iedere euro wordt maar één keer toegewezen). Soms wordt één aspect van het zorggebruik genomen als maat voor de totale productie. Bijvoorbeeld in de huisartsenzorg, waar de kosten verdeeld zijn met behulp van de tijdsbesteding van artsen, gemeten als het aantal contacten tussen patiënt en huisarts. Ieder deelcontact weegt daarbij even zwaar, ongeacht diagnosegroep of leeftijd van de patiënt. In andere gevallen wordt de productiemaat nader gewogen, zoals bij de geneesmiddelen, waar de omzet in ‘daily defined doses’ (DDD) is gewogen met de tarieven van de diverse soorten geneesmiddelen.
  4. Tot slot worden de verdelingen binnen alle eenheden bij elkaar opgeteld om tot de totale verdeling van de kosten van ziekten te komen.

Tussentijdse updates

De tussentijdse updates van de Kosten van Ziekten-studie (2013 en 2017) komen op een andere manier tot stand. Deze updates zijn gebaseerd op het raamwerk (de kosteneenheden en verdeelsleutels) van de voorgaande studie, waarbij aan de hand van nieuwe zorguitgavencijfers en demografische gegevens een extrapolatie wordt gemaakt. Hierbij wordt dus aangenomen dat er aan verdeling van de zorguitgaven over de aandoeningen niets is veranderd.

Experts en redactie

Datum publicatie

28-10-2019

Bronnen

Voor de Kosten van Ziekten-studie wordt gebruikt gemaakt van een veelvoud aan uiteenlopende bronnen. Het gaat hierbij onder andere om verschillende macro-overzichten van zorguitgaven (CBS, VWS, OECD), gegevens over vergoedingen (o.a. via Vektis, CAK, Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit), gegevens over zorggebruik (o.a. NZa, NIVEL, Stichting Farmaceutische Kengetallen) en gezondheids- en preventiegegevens verzameld door o.a. het RIVM en GGD-en. In totaal integreert de Kosten van Ziekten-studie gegevens uit ongeveer 80 registraties, enquêtes en rapporten. De aard van de bronnen is divers. Zo worden voor veel sectoren steekproefgegevens gebruikt, bijvoorbeeld in de eerstelijnszorg. Voor enkele sectoren zijn registratiegegevens met een bijna complete dekking beschikbaar, bijvoorbeeld in de ziekenhuiszorg.

Experts en redactie

Datum publicatie

28-10-2019

Verschillende definities van zorguitgaven

Er bestaan meerdere manieren om naar de zorguitgaven te kijken. In de Kosten van Ziekten-studie maken we onderscheid tussen de volgende vier definities van zorguitgaven:

Zorgrekeningen (CBS)

De Zorgrekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek hanteren een brede definitie van zorguitgaven, waarbij alle publieke en private uitgaven aan gezondheidszorg, welzijnsactiviteiten, jeugdzorg en kinderopvang worden meegenomen. Het CBS kijkt hiermee breder dan alleen medische zorg. Het grote voordeel van de Zorgrekeningen is de samenhangende en consistente karakter en de lange periode waarop de reeks betrekking heeft (1972-heden).

Budgettair Kader Zorg (Ministerie van VWS)

Het Ministerie van VWS kijkt naar de met het perspectief van de begroting van het ministerie van VWS: het Budgettair Kader Zorg (BKZ), thans Uitgavenplafond Zorg (UPZ). Het BKZ/UPZ omhelst alleen de zorg die collectief wordt gefinancierd, door bijvoorbeeld verplichte zorgverzekeringen (Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg) en door directe uitgaven door de rijksoverheid (bijvoorbeeld preventie). Dit betekent dat bijvoorbeeld grote delen van de maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, lokaal welzijnswerk, de uitgaven aan arbodiensten, Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdiensten en de zorg die door aanvullende (private) verzekeringen wordt gefinancierd in het BKZ/UPZ buiten beeld blijven.

Bij het zogenaamde ‘netto-BKZ’ worden bovendien ook het verplichte eigen risico (Zvw) en de eigen bijdragen (Zvw, Wlz) buiten beschouwing gelaten. Het BKZ/UPZ is niet elk jaar hetzelfde. De samenstelling van het verzekerde pakket (zorgaanbod) van Zvw en Wlz verandert van jaar tot jaar. Soms zijn de veranderingen minimaal, maar het kan ook om substantiële wijzigingen gaan. Daarnaast kunnen ook de hoogte van het verplichte eigen risico en de verplichte eigen bijdrages van jaar tot jaar veranderen.

System of Health Accounts (OECD)

Het System of Health Accounts (SHA) van de OECD wordt veel gebruikt bij internationale vergelijkingen van zorgkosten en hanteert een definitie van zorg die beperkt is tot alles wat met genezing en verpleging te maken heeft, en waar verzorging (en daarmee een belangrijk deel van de ouderenzorg en langdurige zorg) nadrukkelijk buiten valt.

RIVM-definitie (RIVM)

Het RIVM hanteert zelf het ‘maatschappelijk perspectief’ op zorguitgaven. Dat houdt in dat alle directe collectieve én private zorguitgaven worden meegenomen in de definitie van zorguitgaven, maar niet welzijnsactiviteiten, jeugdzorg en kinderopvang. Dit geeft een breder beeld van de zorguitgaven dan het BKZ en de SHA, maar een beperkter beeld dan de Zorgrekeningen van het CBS.

Experts en redactie

Datum publicatie

28-10-2019