Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SportSport Toekomstverkenning

Hoe ontwikkelt de vitaliteit bij sport en bewegen zich tot 2030?

De kernindicatoren in het cluster vitaliteit

Kernindicator

 

Ontwikkeling tot 2030

Beweegnorm

Het aandeel van de bevolking dat voldoende beweegt zal stijgen.

Combinorm

Het aandeel van de bevolking dat voldoende sport/beweegt zal gelijk blijven.

Zitgedrag

Het aantal uren dat men zittend of liggend doorbrengt op een school/werkdag zal gelijk blijven.

Sportblessures

Het aantal blessures op basis van 1000 uur sportbeoefening zal stijgen.

Doping

De prevalentie van dopinggebruik in de breedtesport zal stijgen.

Bewegingsonderwijs
primair onderwijs (po)

Het aantal minuten bewegingsonderwijs per week zal gelijk blijven.

Bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs (vo)

Het aantal minuten bewegingsonderwijs per week zal gelijk blijven.

Beweegvriendelijke omgeving

De omgeving zal beweegvriendelijker worden.

 

Trends in de toekomst

Voldoende bewegen is één van de aspecten van een gezonde leefstijl. Te weinig bewegen en te veel zitten zijn gerelateerd aan chronische ziekten, overgewicht en een lagere levensverwachting. Ook vormt te weinig bewegen een bedreiging voor motorische vaardigheden wat weer leidt tot meer sportblessures. Tot het cluster vitaliteit behoren gezondheid, autonomie en motorische ontwikkeling.

We gaan meer bewegen, maar blijven evenveel zitten

De vergrijzing heeft het meeste impact op de lichamelijke activiteit van gemiddelde Nederlander in de toekomst. Een toename van de groep ouderen leidt ertoe dat in de toekomst meer mensen aan de beweegnorm voldoen: de nieuwe generatie 55-plussers is fitter dan voorgaande generaties en de verwachting is dat zij vaker fietsen, wandelen en/of tuinieren. De verhoogde pensioenleeftijd zal deze trend enigszins drukken, als ouderen langer blijven werken zullen zij meer zitten en minder bewegen.

Aantal uren bewegingsonderwijs blijft gelijk

Kinderen en jongeren van nu bewegen en spelen minder vaak buiten dan vorige generaties. Passieve vrijetijdsbesteding is toegenomen: gamen en sociale media vormen een populair tijdverdrijf. Scholen, ouders en overheid onderkennen het belang van sport en bewegen voor de jeugd in het onderwijs. Dit is echter nog niet terug te zien in het officieel aantal uren bewegingsonderwijs.

Toename van dopinggebruik en sportblessures

In een samenleving waar intensivering en de vraag naar ‘beleving’ steeds belangrijker wordt, willen mensen sneller resultaat zien met zo weinig mogelijk tijd en inspanning. Dit kan leiden tot meer sportblessures en dopinggebruik. Sportblessures zullen ook toenemen vanwege de afname van motorische vaardigheden van kinderen en jongeren.

Beweeggedrag NNGB

Figuur beweeggedrag NNGB

Trend in de toekomst

Het aandeel van de bevolking dat voldoet aan de beweegnorm zal licht stijgen tot 2030.

Verantwoording

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) bestaat uit verschillende normen voor jongeren (4 tot 18 jaar), volwassenen en ouderen (55-plus). Volwassenen voldoen aan de NNGB als zij op minimaal vijf dagen per week minstens een half uur matig intensief lichamelijke actief zijn (stevig doorlopen, fietsen of tuinieren). Voor ouderen ligt de intensiteit lager, zij voldoen aan de NNGB als zij op minimaal vijf dagen per week een half uur matig intensief bewegen (wandelen of fietsen). De norm is het hoogst voor jongeren; zij moeten minimaal één uur matig lichamelijk actief zijn (lopen, fietsen, spelen), waarbij minimaal twee keer per week kracht-, lenigheid- en coördinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid (gymles, sport).

Uit de modellering blijkt dat het aantal mensen dat aan de NNGB voldoet, is toegenomen tussen 2001 en 2014 met ruim 7%. Deze stijging lijkt vooral te komen doordat twintigers en 60-plussers meer zijn gaan bewegen. De sterkste stijging is te zien onder 70-plussers. Ervan uitgaande dat deze stijging in de toekomst doorzet en daarbij rekening houden met toekomstige veranderingen in de bevolkingsopbouw zal het aandeel mensen dat aan de NNGB voldoet stijgen naar 68% in 2030. Meer informatie over deze modellering is te vinden in de lamel Gemodelleerde trends.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Vergrijzing (++)

Toenemende aandacht voor gezondheid (+)

Stijgende pensioenleeftijd (-)

Elektronische fietsen (+/-)

Digitalisering (-)

Eigen verantwoordelijkheid (++)

Gaming (+/-)

 

Thuiswerken (-)

 

Zelfmonitoring (+)  

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Demografische ontwikkelingen

De aankomende vergrijzing (++) van de samenleving heeft impact op het beweeggedrag. Ouderen voldoen vaker aan de beweegnorm dan de rest van de bevolking. Dat heeft enerzijds te maken met de minder strenge eisen voor 55-plussers dan voor de jeugd en volwassenen tot 55 jaar. Anderzijds zijn de ouderen van tegenwoordig fitter dan voorgaande generaties. Ze blijven tot op hoge leeftijd actief. De verwachting is dat in een fitte vergrijzende samenleving het aandeel mensen dat de beweegnorm haalt toeneemt. Echter drukt de stijgende pensioenleeftijd (-) deze ontwikkeling. Ouderen zullen veelal langer zittend bureauwerk doen en minder vrije tijd hebben voor wandelen, fietsen en tuinieren.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Nederlanders vinden gezondheid (+) het allerbelangrijkste in het leven (Hoeymans et al., 2014). Dit is de afgelopen jaren weinig veranderd. Wel wordt gedacht dat zaken als ‘wellness’ (een gezonde geest in een gezond lichaam), het streven naar jeugdigheid, vitaliteit en uiterlijke schoonheid de komende jaren verder zullen toenemen. Er is een toenemende maatschappelijke aandacht voor een gezonde leefstijl en de gezondheidswaarde van bewegen, waardoor mensen zich meer bewust worden van het belang van lichamelijke activiteit.

Technologische ontwikkelingen

Al sinds de industriële revolutie is ons leven minder fysiek. We werken met ons hoofd en dat zal de komende jaren niet veranderen. Technologie is erop gericht ons leven makkelijker te maken door ons werk uit handen te nemen. De verwachting is dat dat alleen maar zal toenemen. Ongemotoriseerd woon-werkverkeer, lopend en op de fiets, neemt in de toekomst af omdat mensen vaker gaan thuiswerken (-). Dit woon-werkverkeer maakt nu nog een belangrijk deel uit van de tijd die mensen bewegen. De brede beschikbaarheid van elektrische fietsen (+/-) geeft voor veel mensen de aanleiding om (langer) te gaan fietsen, soms in plaats van autoverkeer. Voor mensen die al fietsen betekent de elektrische fiets een afname in de intensiteit van bewegen.

Als technologie het ons makkelijk maakt door werk uit handen te nemen, gaan we nieuwe technologieën inzetten die ons laten bewegen. Denk aan games (+/-) voor thuis zoals de Wii Fit, maar ook aan games in de openbare ruimte. Games brengen echter ook nieuwe mogelijkheden tot passieve consumptie en inactief gedrag met zich mee. Ze vormen dus zowel een kans als een bedreiging voor beweeggedrag. Daarnaast neemt zelfmonitoring (+) toe: het meten en registreren van de eigen prestaties en vooruitgang. Dat kan stimuleren om te (blijven) bewegen, en vergroot het gezondheidsbewustzijn en de prestatie- en controledrang.

Politieke ontwikkelingen

In de huidige samenleving ligt de nadruk steeds meer op de eigen verantwoordelijkheid (+), ook op het gebied van gezondheid en bewegen. Als mensen meer moeten gaan bijdragen aan de kosten van gebruikte zorg door ongezond gedrag, worden zij zich bewuster van de gevolgen van hun leefstijl. Dat kan mensen motiveren tot een gezondere leefstijl, zoals meer bewegen. De laatste jaren is de mening over de eigen verantwoordelijkheid veranderd: het aandeel Nederlanders dat vindt dat ongezond gedrag belast mag worden, is gestegen (TNS NIPO, 2013). De impact van de eigen verantwoordelijkheid op het beweeggedrag kan versterken als zorgverzekeraars en werkgevers mensen voor hun beweeggedrag gaan belonen of straffen, geïnspireerd op het ‘schadevrije autorijden’ dat al jaren is ingeburgerd.

Beweeggedrag combinorm

Figuur beweeggedrag combinorm

Trend in de toekomst

Tot 2030 zijn mensen net zo lichamelijk actief als nu.

Verantwoording

Ongeveer twee derde van de Nederlandse bevolking voldeed in 2014 aan de combinorm (de optelsom van de NNGB en de fitnorm). Iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij/zij aan tenminste aan één van de beide normen voldoet. Daarbij zijn grote verschillen in leeftijdsgroep. Van de 12-17-jarigen voldoet 28,2% aan de combinorm, terwijl onder personen van 18-54 jaar en 55-plus 53,0% respectievelijk 73,3% normactief is volgens deze combinorm. In het afgelopen decennium is er een lichte stijging in het percentage van de bevolking dat voldoet aan de combinorm.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Vergrijzing (++)

Groeiende aandacht voor een gezonde leefstijl (+)

Stijgende pensioenleeftijd (-)

Eigen verantwoordelijkheid (+)

Toename van aandeel migranten (-)

Elektrische fietsen (+/-)

Toename van aandeel hoger opgeleiden (+)

 

Thuiswerken (-)

 

Zelfmonitoring (+)

 

Gamification: actief en passief gamen (+/-)

 

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Demografische ontwikkelingen

De aankomende vergrijzing (++) van de samenleving heeft impact op het beweeggedrag. Ouderen voldoen vaker aan de beweegnorm dan de rest van de bevolking. Dat heeft ten eerste te maken met de minder strenge eisen voor 55-plussers dan voor de jeugd en volwassenen tot 55 jaar. Ten tweede zijn de ouderen van tegenwoordig fitter dan voorgaande generaties. Ze blijven tot op hoge leeftijd actief. De verwachting is dat in een fitte vergrijzende samenleving het aandeel mensen dat de beweegnorm en dus de combinorm haalt toeneemt. De stijgende pensioenleeftijd (-) remt deze ontwikkeling af. Ouderen zullen veelal langer zittend bureauwerk doen en minder vrije tijd hebben voor wandelen, fietsen en tuinieren. Andere demografische veranderingen die impact hebben op sportgedrag zijn de toename van het aandeel migranten (-) en hoger opgeleiden (+). Migranten sporten over het algemeen minder dan autochtone Nederlanders, hoger opgeleiden vaker dan lager opgeleiden (Tiessen-Raaphorst, 2015).

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Mensen worden zich steeds meer bewust van het belang van een gezonde leefstijl (+). Dit proces kan mogelijk worden versterkt doordat er vanuit de overheid en de maatschappij steeds meer nadruk komt te liggen op eigen verantwoordelijkheid (+) en de (financiële) gevolgen van ongezond gedrag. De verwachting is dat mensen hierdoor vaker gaan sporten en/of bewegen.

Technologische ontwikkelingen

Ons leven wordt minder en minder fysiek, onder andere door digitalisering. Technologie is erop gericht ons leven makkelijker te maken door ons werk uit handen te nemen. De verwachting is dat dat alleen maar zal toenemen. Ongemotoriseerd woon-werkverkeer, lopend en op de fiets, neemt in de toekomst af omdat mensen vaker gaan thuiswerken (-). Dit woon-werkverkeer maakt nu nog een belangrijk deel uit van de tijd die mensen bewegen. De brede beschikbaarheid van elektrische fietsen (+/-) geeft voor veel mensen de aanleiding om (langer) te gaan fietsen, soms in plaats van autoverkeer. Voor mensen die al fietsen betekent de elektrische fiets een afname in de intensiteit van bewegen. In deze inactieve samenleving bedenkt de mens nieuwe technologieën die ons weer laten bewegen. Denk aan games voor thuis zoals de Wii Fit, maar ook aan games in de openbare ruimte (gamification: +/-). Technologische ontwikkelingen brengen echter ook nieuwe mogelijkheden tot passieve games en inactief gedrag met zich mee. Ze vormen dus zowel een kans als een bedreiging voor lichamelijke activiteit. Daarnaast neemt zelfmonitoring (+) toe: het meten en registreren van de eigen prestaties en vooruitgang, wat kan stimuleren om meer te gaan sporten en bewegen.

Politieke ontwikkelingen

Vanuit de overheid en de maatschappij komt er steeds meer nadruk te liggen op eigen verantwoordelijkheid (+) en de (financiële) gevolgen van ongezond gedrag, bijvoorbeeld in de vorm van een gedragsafhankelijke zorgverzekering. Dit kan de al toenemende aandacht voor gezondheid, en het belang van sporten en bewegen hierbij, verder versterken.

Zitgedrag

Figuur zitgedrag

Trend in de toekomst

Tot 2030 zullen we evenveel zitten als vandaag de dag.

Verantwoording

De mate van zitgedrag wordt over het algemeen gemeten door middel van vragenlijsten. Deze vragen betreffen vaak vragen naar een globale inschatting van het aantal uren dat men zit, al dan niet onderscheiden naar setting, bijvoorbeeld in de vrije tijd of op het werk. Dergelijke inschattingen zijn vaak moeilijk te maken. Volgens de OBiN-gegevens (‘Ongevallen en Bewegen in Nederland’) brachten in 2014 brachten Nederlanders gemiddeld minimaal zeven uur van hun school- of werkdag zittend door. Voor volwassenen bestaat er nog geen norm voor de hoeveelheid zitten. Voor jongeren van 4 tot 17 jaar wordt geadviseerd om minder dan twee uur per dag achter beeldscherm (tv/computer/tablet) te zitten in de vrije tijd.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Stijgende pensioenleeftijd (+)

Toenemende aandacht voor gezondheid (-)

Thuiswerken (+)

Toename eigen verantwoordelijkheid (-)

Zelfmonitoring (-)

Bewegen in de klas (-)

Games (-)

 

Passief beeldschermgebruik (+)

 

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Demografische ontwikkelingen

In de toekomst zullen we langer productief moeten zijn vanwege de stijgende pensioenleeftijd (+). Ouderen zullen minder vrije tijd hebben en veelal langer zittend bureauwerk doen.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Er is een toenemende aandacht voor gezondheid (-) in het algemeen en voor de gezondheidswaarde van bewegen in het bijzonder. Hierdoor worden meer mensen zich bewust van het belang van lichamelijke activiteit.

Technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen hebben er voor gezorgd dat we steeds minder actief hoeven te zijn en dat we veel werk zittend kunnen verrichten. Als mensen vaker gaan thuiswerken (+), zal het woon-werkverkeer afnemen, ook lopend en op de fiets. We hoeven niet meer te reizen en kunnen meteen achter het beeldscherm. Als tegenreactie zal technologie ingezet worden om ons aan te moedigen om meer te gaan bewegen. De toename van zelfmonitoring (-) zal mensen bewuster maken van hun zit- en beweeggedrag door dit te monitoren samen met de persoonlijke prestaties en bloedwaarden. Via nudging, alarmsignalen vanaf je smartwear of door games (-) worden we in 2030 gemerkt of ongemerkt (nudging) gestimuleerd te bewegen. Technologische ontwikkelingen bieden echter ook nieuwe mogelijkheden tot passief beeldschermgebruik (+). Ze vormen dus zowel een kans als een bedreiging voor zitgedrag.

Politiek-institutionele ontwikkelingen

In de huidige samenleving ligt de nadruk steeds meer op de eigen verantwoordelijkheid (-), ook op het gebied van gezondheid en bewegen. Als mensen meer moeten gaan bijdragen aan de kosten van gebruikte zorg door ongezond gedrag, worden zij zich bewuster van de gevolgen van hun leefstijl. Dat kan motiveren tot een gezondere leefstijl, zoals minder zitten. De laatste jaren is de mening over de eigen verantwoordelijkheid veranderd: het aandeel Nederlanders dat vindt dat ongezond gedrag belast mag worden, is gestegen (TNS NIPO, 2013). De impact van de eigen verantwoordelijkheid op het beweeggedrag kan versterken als zorgverzekeraars en werkgevers mensen voor hun leefstijl gaan belonen of straffen, geïnspireerd op het ‘schadevrije autorijden’ dat al jaren is ingeburgerd. Op scholen wordt tegenwoordig al meer ingezet op bewegen in de klas (-) voor betere concentratie en leervermogen. Deze interventies zijn primair ingericht om het leerproces te stimuleren door te bewegen, de focus ligt niet op vermindering van het aantal uren zitten. Dat is weliswaar een mooie bijkomstigheid. 

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. TNS NIPO. Onderzoeksresultaten ten behoeve van het Clingendael Health Forum.; 2013. GoogleScholar

Sportblessures

Figuur sportblessures

Verwachte toekomsttrend

Naar verwachting neemt het aantal sportblessures onder de gehele bevolking toe.

Verantwoording

In 2013 liepen sporters in Nederland naar schatting 4,5 miljoen sportblessures op. Met name hardlopen, fitness, veldvoetbal en volleybal zijn verantwoordelijk voor de stijging van het totaal aantal sportblessures (VeiligheidNL, 2014).Uit de modellering blijkt dat het aantal mensen met een sportblessure tussen 2006 en 2014 is gestegen met bijna 39%. Deze toename is vooral te zien bij mannen en vrouwen tot 30 jaar. Ervan uitgaande dat deze stijging in de toekomst doorzet en daarbij rekening houden met toekomstige veranderingen in de bevolkingsopbouw, zal het aandeel mensen dat een sportblessure heeft stijgen naar bijna 13% in 2030. Meer informatie over deze modellering is te vinden in de lamel Gemodelleerde trends.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Zelfmonitoring (-)

Kinderen bewegen weinig en spelen niet vaak buiten (+)

Passieve vrijetijdsbesteding neemt toe (+)

Weinig aandacht voor bewegen in het onderwijs (+)

 

Intensivering (+)

 

Toename ongeorganiseerde sport (+)

 

Prestatiecultuur (+)

 

Sport als beleving belangrijker (+)

 

Informatievoorziening (-)

 

Beschermende sportartikelen (-)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Kinderen en jongeren van nu besteden in hun vrije tijd minder tijd aan bewegen en spelen niet vaak buiten (+) ten opzichte van voorgaande generaties. De tijd die zij besteden aan passieve vrijetijdsbesteding (+) zoals gamen, computers en sociale media, is toegenomen. De experts geven aan dat hoe minder kinderen bewegen, des te onhandiger ze worden in hun bewegingen. Coördinatie, vaardigheid en techniek nemen af. Dit resulteert in minder ontwikkelde motorische vaardigheden, wat leidt tot meer sportblessures op het moment dat ze gaan sporten. In het onderwijs is er te weinig aandacht voor bewegen en sport (+) om deze ontwikkelingen tegen te gaan. In de samenleving is sprake van intensivering (+). Er zijn zoveel leuke dingen waar mensen aan mee willen doen. Sporters wisselen tegenwoordig sneller tussen de verschillende sporten. Intensivering maakt snelheid en gemak belangrijker. Fitnesscentra bieden nu al meer intensieve en kortdurende trainingsprogramma’s gericht op snel resultaat. Intensivering sluit aan op andere ontwikkelingen als ongeorganiseerde sport en sport als beleving. Sport als beleving wordt belangrijker (+). Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de opkomst van ‘funruns’ zoals de color run of mudmasters en aan de toename van het aanbod extreme sporten zoals freerunnen, klimmen en kitesurfen. Mensen gebruiken dit soort sporten en evenementen steeds vaker om zich te identificeren en onderscheiden. En vaak doen zij er onvoldoende getraind aan mee, waardoor de kans op een blessure toeneemt. Verder is er de toename van de ongeorganiseerde sport (+) ten koste van sporten bij een vereniging. Mensen organiseren zelf wanneer en met wie zij gaan hardlopen, wielrennen, mountainbiken of fitnessen. Sporters krijgen zo minder begeleiding bij het (beginnen met) sporten, waardoor de kans op een blessure groter is. Gebrek aan goede begeleiding heeft ook invloed op het ‘return to play-proces’, het revalidatieproces van sporters met een blessure. Zonder goede begeleiding is de kans groot dat zij te snel weer gaan sporten. Een nieuwe blessure ligt dan op de loer.

Technologische ontwikkelingen

Het aantal blessures zal nog wel iets afgebogen worden door nieuwe technologische ontwikkelingen als zelfmonitoring (-), informatievoorziening (-) en schokabsorberende en andere beschermende sportartikelen (-). Mensen gaan met smartwear de hartslag en andere lichaamswaarden en prestaties monitoren. Chips op je sportschoen gaan informatie geven over de impact van je stap. Samen met de juiste informatie van sportartsen en sportfysiotherapeuten over veilig sporten en preventieve maatregelen kunnen sporters dan beter rekening houden met de grenzen van het eigen lichaam.

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. VeiligheidNL. Cijferfactsheet sportblessures algemeen 2013. Amsterdam: VeiligheidNL; 2014. Bron

Dopinggebruik

Figuur dopinggebruik

Trend in de toekomst

De druk om doping te gebruiken is groot en zal ook niet snel afnemen. Dopinggebruik zal sterk toenemen.

Verantwoording

Ondanks dat de leveranciers van doping in de topsport en breedtesport hetzelfde zijn, is onderscheid in dopinggebruik tussen topsport en breedtesport van belang. In de breedtesport gaat het over het bevorderen van prestatie en uiterlijk. In de topsport gaat het over prestatie en winnen. In sommige sportculturen, bijvoorbeeld fitness en wielrennen, is doping onderdeel van de cultuur.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Zelfmonitoring (-)

Druk om te presteren (++)

Toename van (medische) technologische middelen (++)

Intensivering in de samenleving (++)

Toenemend bewustzijn van risico’s en kosten van sport (-)

Zoektocht naar het extreme (+)

 

Nadruk steeds meer op de ‘eigen verantwoordelijkheid’ (-)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

In de samenleving ligt de nadruk steeds meer op het individu, die beter, sterker en gezonder wil worden. De druk om te presteren (++) in ons dagelijks leven is de laatste jaren gestegen. Samen met de intensivering in de samenleving (+) (ik wil alles en ik wil het nu) en het opzoeken van grenzen zorgt het ervoor dat mensen eerder geneigd zijn om de makkelijke en snelle weg te kiezen van doping. Doping is in de breedtesport vooral een quickfix: in kortere tijd zichtbare verbetering in prestatie en/of uiterlijk zonder langdurig te investeren in een intensieve training.

Technologische ontwikkelingen

In de toekomst is er meer te verwachten van (medische) technologische middelen (+) die prestatie en uiterlijk kunnen bevorderen. Middelen die leiden tot verbetering van prestaties zijn bijvoorbeeld concentratieverbeteraars en bètablokkers. De toename van zelfmonitoring (-) met behulp van smartwear en apps zal in de toekomst verder toenemen. In de toekomst kunnen we naast onze loopsnelheid, afstanden en hartslag ook onze bloedwaarden en hormoonbalans monitoren. Op basis van deze waarden zullen programma’s informatie geven over bijvoorbeeld voedingsstoffen of supplementen waar je lichaam op dat moment behoefte aan heeft om nóg beter te kunnen presteren.

Politieke ontwikkelingen

In de huidige participatiesamenleving ligt de nadruk steeds meer op de eigen verantwoordelijkheid (-), ook op het gebied van gezondheid. Als mensen meer moeten gaan bijdragen aan de kosten van gebruikte zorg door ongezond gedrag, worden zij zich bewuster van de gevolgen van hun leefstijl. Dat kan mensen motiveren tot een gezondere leefstijl zonder doping. De laatste jaren is de mening over de eigen verantwoordelijkheid veranderd: het aandeel Nederlanders dat vindt dat ongezond gedrag belast mag worden is gestegen (TNS NIPO, 2013). De afgelopen jaren is er in de maatschappij een toenemend bewustzijn van risico’s en kosten van sport (-). Doping is één van de onderwerpen, naast matchfixing/spotfixing, hooliganisme, racisme en fraude. Terwijl de verschillende vormen van fraude lijken toe te nemen, komt er tegelijkertijd meer aandacht voor het aanpakken en bestrijden ervan.

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. TNS NIPO. Onderzoeksresultaten ten behoeve van het Clingendael Health Forum.; 2013. GoogleScholar

Bewegingsonderwijs primair onderwijs

Verwachte trend

Het aantal uren bewegingsonderwijs in het primair onderwijs (po) zal gelijk blijven of licht stijgen.

Verantwoording

De stand van zaken in het bewegingsonderwijs op scholen voor primair onderwijs beschrijven we aan de hand van de hoeveelheid aangeboden lesuren voor bewegingsonderwijs. Er is geen wettelijke norm voor de hoeveelheid te realiseren lestijd voor bewegingsonderwijs, maar vaak gaat men uit van drie keer 45 minuten voor groep 1-2 en twee keer 45 minuten voor groep 3-8 per week. In 2014 werden op meer dan de helft van de basisscholen in de groepen 1 en twee per week minimaal drie lessen bewegingsonderwijs gegeven. In de groepen 3-8 staan op driekwart van de basisscholen twee lessen op het weekrooster. Tussen 2007 en 2013 is het aantal uren bewegingsonderwijs in het primair onderwijs licht afgenomen (OBiN, 2007; OBiN, 2013).

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Technologische ontwikkelingen (apps, games) (+)

Commitment vanuit de (rijk)overheid (+)

 

Beperkt veranderingsvermogen van scholen (-)

 

Concurrentie met andere vakken (-)

 

Kinderen zitten langer op school (+)

 

Professionalisering van sportonderwijs (+)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen (+) bieden mogelijkheden om het bewegen binnen en buiten de gymles te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van interactieve apps en games. Te denken valt aan het gebruik van ICT in de gymzaal – zowel om de gymles leuker te maken en voor het monitoren van de (motorische) ontwikkeling van kinderen – of het plaatsen van interactieve games op het schoolplein die de kinderen aanzet tot bewegen.

Politieke ontwikkelingen

Het toenemend belang van een gezonde leefstijl is ook terug te zien in het commitment (+) van de rijksoverheid. Zo heeft de overheid de laatste jaren ingezet op buurtsportcoaches, met het doel meer kinderen aan het sporten en bewegen te krijgen. Deze buurtsportcoaches werken vaak nauw samen met scholen. De commitment bij de overheid zien we ook terug in het ‘Plan van aanpak bewegingsonderwijs’ waarin voor 2017 de norm voor groepen 3-8 op twee lesuren per week (90 minuten) wordt gesteld. In 2013 voldeed ongeveer 20% van de scholen niet aan die norm. De norm is echter niet wettelijk verankerd en of de norm daadwerkelijk op korte termijn gehaald wordt is daarom ook maar de vraag. Binnen het onderwijs is in grote mate sprake van zelfregulering, niet alle scholen zullen meedoen, vaak ook omdat het organiserend vermogen en het veranderingsvermogen (-) van scholen beperkt is. Ook is er concurrentie met andere vakken (-). Directies van scholen zijn niet altijd geïnteresseerd in het effect van bewegingsonderwijs; kernvakken (taal, rekenen) worden vaak belangrijker geacht, vooral omdat deze beoordeeld worden door de onderwijsinspectie in tegenstelling tot beweegvakken. Tegelijkertijd bieden veranderingen in het basisonderwijs ook mogelijkheden. Kinderen bevinden zich langer op school (+), bijvoorbeeld in voor-, tussen-, en naschoolse opvang. Hierbinnen bestaan er meer mogelijkheden om kinderen te laten sporten. Dit is nu al terug te zien in bijvoorbeeld het aanbod van sport-bso’s. Ook is er in toenemende mate sprake van professionalisering (+) van het beweegonderwijs, bijvoorbeeld in de vorm van een gespecialiseerde vakleerkracht. 

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. OBiN, Ongevallen en Bewegen in Nederland. zorggegevens.nl

Bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs

Trend in de toekomst

Het aantal uren bewegingsonderwijs in het voortgezet onderwijs (vo) zal gelijk blijven.

Verantwoording

De lestijd voor bewegingsonderwijs op het voortgezet onderwijs varieert naar onderwijstype en leerjaar. Het eerste leerjaar hebben leerlingen gemiddeld 150 minuten lestijd voor lichamelijke opvoeding, doorgaans drie lesuren van 50 minuten per week, daarna neemt dit sterk af tot nog 58 minuten in het laatste jaar van het vwo. In de afgelopen jaren is het aantal uren bewegingsonderwijs in het voortgezet onderwijs ongeveer gelijk gebleven (OBiN, 2007; OBiN, 2013).

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Technologische ontwikkelingen (apps en games) (+)

Beperkt veranderingsvermogen van scholen (-)

 

Concurrentie met andere vakken (-)

 

Financiële beperkingen (-)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Technologische ontwikkelingen

Net als in het primair onderwijs kunnen technologische ontwikkelingen (+) mogelijk ook leiden tot meer bewegen in het voortgezet onderwijs. Apps en games kunnen worden ingezet om de gymles leuker te maken of om jongeren te monitoren.

Politieke ontwikkelingen

Het aantal uren beweegonderwijs hangt af van het verandervermogen van de school (-), zoals de steun en daadkracht van directie/team/bestuur en van het vermogen van vaksecties om hun directies en collega's te overtuigen van het belang van bewegen op en rond school. Dit verandervermogen is vaak beperkt. Er is bovendien vaak concurrentie met bestaande vakken (-). Hiernaast spelen financiële beperkingen (-) bij de school een rol. Er wordt meer accommodatie gehuurd dan in het primair onderwijs. Buitensportaccommodaties liggen echter vaak ver weg of zijn duur. 

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. OBiN, Ongevallen en Bewegen in Nederland. zorggegevens.nl

Beweegvriendelijke omgeving

Trend in de toekomst

De omgeving zal steeds beweegvriendelijker worden.

Verantwoording

De beweegvriendelijkheid van de omgeving is de mate waarin de fysieke omgeving gelegenheid geeft tot vormen van sport, spel, actieve recreatie en actief transport, in het bijzonder lopen en fietsen. De veronderstelling is dat een meer beweegvriendelijke omgeving bijdraagt aan meer sport en bewegen. De indicator beweegvriendelijke omgeving is nog in ontwikkeling. De kernindicator bestaat uit zes elementen:

  1. Aantallen sport- en speelvoorzieningen
  2. Oppervlakte beweeg- en speelruimte
  3. Infrastructuur voor actief bewegen
  4. Buitengebied
  5. Afstand tot alledaagse voorzieningen
  6. Dichtheid sportaccommodaties

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Groei van de bevolking (-)

Toegenomen aandacht voor gezondheid (+)

Leegloop van perifere gebieden (-)

Toegenomen behoefte aan beleving (+)

Toegenomen zelfmonitoring (+)

Druk op de vrije ruimte (-)

Gamification (+)

Investeringen in openbare sport- en speelruimtes (+)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, +/- = geen impact op de trend, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen.

Demografische ontwikkelingen

Door de groei van de bevolking (-) neemt de druk op de vrije ruimte toe. Dit betreft voornamelijk steden en dichtbebouwde gebieden. De druk op de vrije ruimte leidt tot intensivering van de beschikbare ruimte. Tegelijkertijd is er ook sprake van leegloop van perifere gebieden (-). In deze krimpgebieden staat het behoud van de dagelijkse voorzieningen als school en supermarkt onder druk en verdwijnen ze uit de dorpen. Hierdoor zal de gemiddelde afstand tot de dagelijkse voorzieningen voor de meeste mensen toenemen waardoor de bereikbaarheid per fiets of lopend afneemt.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

De toegenomen behoefte aan beleving (+) van de samenleving biedt kansen voor het beweegvriendelijk maken van de omgeving. Recreatie, ontspanning, vermaak en sport gaan steeds meer vervlechten. Een voorbeeld hiervan is een hardlooproute in Eindhoven waar lantaarns gaan branden op het moment dat je daar hardloopt. Prestatie wordt daar direct beloond door spelelementen, de zogenaamde gamification.

Technologische ontwikkelingen

Big data en technologische middelen bieden veel mogelijkheden om omgevingen meer beweegvriendelijk te maken. Door de opkomst van het zelfmonitoren (+) van beweeggedrag en prestaties met behulp van het gps komen veel data beschikbaar. Stedenplanners gebruiken gebruikte fiets- en hardlooproutes voor stadsontwikkeling. Aan de andere kant vergroten apps op smartphones de bruikbaarheid en vindbaarheid van een omgeving. Gamification (+) is in opkomst. In de openbare ruimte zullen steeds meer technologische elementen voorkomen, zoals interactieve games, die ons vermaken en laten bewegen.

Ecologische ontwikkelingen

Zoals al eerder genoemd neemt de druk op de vrije ruimte (-) in steden toe door de groei van de bevolking. Steden worden dicht gebouwd tot de laatste vierkante meter. Voor groen moet je steeds vaker de stad uit. In het buitengebied groeit de totale oppervlakte bos, heide en zand/strand. Steeds vaker kan men sporten, spelen en actief recreëren in het buitengebied. Stedelijke uitbreidingen ten koste van natuurgebied en ‘ontginningen’ komen nauwelijks tot niet meer voor. Wel zal het zo zijn dat lokaal/regionaal het areaal buitengebied per inwoner kan dalen door bevolkingsgroei ter plaatse. In gebieden met demografische krimp kan zich het tegenovergestelde voordoen.

Politieke en institutionele ontwikkelingen

De aandacht voor gezondheid (+) is toegenomen in de maatschappij. De gevolgen van de obesogene samenleving (omgeving die uitnodigt tot eten en weinig bewegen) zijn de afgelopen jaren duidelijk geworden: het aantal mensen met beweegarmoede en overgewicht is flink gestegen. De laatste jaren is sport en bewegen zichtbaarder geworden in de openbare ruimte, doordat gemeenten fors hebben geïnvesteerd in openbare sport- en speelruimtes (+) zoals Cruyff Courts, outdoorfitnessplaatsen en gezonde schoolpleinen. Vanuit milieuoogpunt is er veel aandacht voor het bevorderen van actief transport (lopen en wandelen).

 

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Sport

    In de Sport Toekomstverkenning hanteren we een brede opvatting van het begrip sport. Sport is het geheel aan sport- en beweegaanbod en voorzieningen, sport- en beweeggedrag, beleving van sport via media en bezoek, (sport)beleid op lokaal en nationaal niveau, en de impact die het geheel heeft op de economie, gezondheid en maatschappij. We hebben ons niet beperkt tot ontwikkelingen binnen het sportdomein, maar hebben zo veel mogelijk andere relevante ontwikkelingen meegenomen, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, arbeid en leefomgeving.

Methoden
  • Scenariobenadering

    Om te komen tot een (wetenschappelijk) gefundeerde toekomstverkenning voor de Sport passen we een scenariobenadering toe. In zo’n benadering worden alle stappen die gezet moet worden en de keuzen die gemaakt moeten worden om te komen tot een toekomstverkenning, geëxpliciteerd. Een uitgebreide toelichting is te vinden onder Methoden en Verantwoording van de STV

     

     

Andere websites over Sport Toekomstverkenning

Data en gegevensbronnen