Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SportSport Toekomstverkenning

Hoe ontwikkelt de sportparticipatie zich tot 2030?

De kernindicatoren die aan bod komen in het cluster participatie

Kernindicator

Ontwikkeling tot 2030

Sportdeelname

Het aandeel van de bevolking dat wekelijks sport zal gelijk blijven.

Clublidmaatschap

Het aandeel van de bevolking dat lid is van een sportvereniging zal dalen.

Sportaccommodaties

De dichtheid van sportaccommodaties per 10.000 inwoners zal gelijk blijven.

Tevredenheid met sportaccommodaties

Het aandeel van de bevolking dat tevreden is met het sport- en beweegaanbod zal dalen.

Sportfan via bezoek

Het aandeel van de bevolking dat maandelijks een amateurwedstrijd bezoekt zal gelijk blijven.

Vrijwilligerswerk

Het aandeel van de bevolking dat maandelijks actief is als vrijwilliger binnen de sport zal gelijk blijven of licht dalen.

Veilig sportklimaat

De ontwikkeling van het wangedrag in de sport (zich veilig voelen en/of wangedrag meemaken) is lastig in te schatten.

Het cluster participatie omvat de georganiseerde breedtesport, samen sporten, het verenigingsleven en vrijwilligerswerk.

Sportdeelname blijft gelijk

Vergrijzing en migratie zal leiden tot lagere sportdeelname, aangezien ouderen en niet-westerse migranten over het algemeen minder sporten dan de gemiddelde Nederlander. Wel is de verwachting dat de oudere in de toekomst meer zal gaan sporten dan de oudere van nu. Tegelijkertijd ontstaat in de maatschappij groeiende aandacht voor een gezonde leefstijl, een trend die zich in de komende jaren zal voortzetten. Ook wordt gezondheid steeds meer gezien als de eigen verantwoordelijkheid. Sporten maakt daar een belangrijk deel van uit.

De sportvraag verandert

Mensen bepalen steeds vaker zelf wanneer, waar en met wie ze sporten. Andere ontwikkelingen die de sportvraag beïnvloeden, zijn: vergrijzing, migratie en de groeiende wens naar ‘beleving’. In hoeverre sportclubs en -verenigingen tegemoetkomen aan de veranderende vraag, bepaalt hoe clublidmaatschap en tevredenheid met het sportaccommodaties zich ontwikkelen. De tevredenheid is ook sterk afhankelijk van de investeringen in zowel sportaccommodaties als de openbare ruimte.

Vrijwilligerswerk verandert van karakter

De komende jaren is de verwachting dat het vrijwilligerswerk gelijk zal blijven of licht zal dalen. De eventuele daling heeft te maken met de groei van groepen die over het algemeen minder vrijwilligerswerk doen, namelijk ouderen en niet-westerse migranten en met de afname van het sporten in clubverband. Ook zal er een groeiende vraag ontstaan naar vrijwilligers op andere gebieden (mantelzorg, buurtparticipatie etc.). Dit zou wel eens ten koste kunnen gaan van vrijwilligerswerk in de sport. Zekerder is dat het karakter van vrijwilligerswerk zal veranderen. Potentiële vrijwilligers vragen steeds meer flexibiliteit, ze zullen steeds vaker ‘hoppen’ tussen verschillende vrijwilligersklussen. De vraag is in hoeverre sportclubs hierop kunnen inspelen. 

Sportdeelname

Figuur sportdeelname

Trend in de toekomst

Tot 2030 zal sportdeelname ongeveer gelijk zal blijven. Wel zal er een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport dan nu populair zijn, voornamelijk naar meer individuele sporten.

Verantwoording

Ongeveer de helft van de Nederlanders sport iedere week een keer, twee derde sport minstens twaalf keer per jaar. Er zijn grote verschillen te zien tussen groepen in de samenleving: zo sporten ouderen, niet-westerse migranten en lager opgeleiden minder dan de gemiddelde Nederlander (Tiessen-Raaphorst, 2015).

Uit de modellering blijkt dat de wekelijkse sportdeelname tussen 2001 en 2014 gestegen is met bijna 9%. Deze stijging komt vooral doordat 40-plussers meer zijn gaan sporten. De sterkste stijging is te zien voor mensen van 70 jaar en ouder. Jongeren onder de twintig jaar zijn echter minder gaan sporten. Ervan uitgaande dat de stijging in de toekomst zal doorzetten en daarbij rekening houden met toekomstige veranderingen in de bevolkingsopbouw zal de sportdeelname tussen 2014 en 2030 stijgen naar ongeveer 60%. Meer informatie over deze modellering is te vinden onder Methoden in de verantwoording onderaan de pagina.

Verwachte ontwikkelingen

Zeker

Minder zeker

Vergrijzing (-)

Commercialisering (+)

Toename aandeel niet-westerse migranten (-)

Toenemend belang van gezonde leefstijl (+)

Toename aandeel hoogopgeleiden (+)

Toenemende nadruk op eigen verantwoordelijkheid (+)

Toenemend belang van sociale media (+/-)

Individualisering (=)

 

Commitment vanuit de (rijks)overheid (+)

 

Bezuinigingen (-)

 

Commercialisering (+)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Demografische ontwikkelingen

In Nederland is sprake van veranderingen in de bevolkingssamenstelling die van invloed kunnen zijn op sportdeelname. Ten eerste is er een proces van vergrijzing (-): de groep ouderen wordt steeds groter. Ouderen zijn vaak minder fit en sporten minder, terwijl jongeren relatief vaak sporten (Tiessen-Raaphorst, 2015). Aan de andere kant is de groep ouderen van tegenwoordig wel langer fit en gezond dan van  voorgaande generaties. Deze cohorteffecten zullen echter niet opwegen tegen de groei van de groep ouderen. Tegelijkertijd is een trend zichtbaar in een toename van het aandeel niet-westerse migranten (-). Niet-westerse migranten sporten over het algemeen minder dan autochtone Nederlanders (Tiessen-Raaphorst, 2015). Daar staat tegenover dat de tweede en derde generaties niet-westerse migranten wel weer meer sporten dan hun ouders en grootouders. Als laatste is de verwachting dat de komende jaren het aandeel hoogopgeleiden (+) zal toenemen. Deze groep sport relatief vaak (Tiessen-Raaphorst, 2015).

Economische ontwikkelingen

Commercialisering (+) kan ook van invloed zijn op sportdeelname. Nieuwe mogelijkheden voor sporten worden aangeboden door commerciële partijen, wat mensen kan verleiden meer aan sport te gaan doen.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Mensen worden zich steeds meer bewust van het belang van een gezonde leefstijl (+). Dit proces kan mogelijk versterkt worden doordat er vanuit de overheid en de maatschappij steeds meer nadruk komt te liggen op eigen verantwoordelijkheid (+) en de (financiële) gevolgen van ongezond gedrag, bijvoorbeeld in de vorm van een gedragsafhankelijke zorgverkering. Tegelijkertijd is een proces van individualisering (=) zichtbaar. Mensen gaan steeds meer individueel of in zelfgeorganiseerde groepen sporten en minder in clubverband (Tiessen-Raaphorst, 2015), en sporten moet vooral een ‘beleving’ worden. Dit betekent niet per definitie dat sportdeelname zal afnemen, maar wel dat het een andere vorm zal krijgen.

Technologische ontwikkelingen

Sociale media (+/-) spelen een steeds belangrijkere rol in ons leven. Het toenemend belang ervan in het leven van de Nederlander kan leiden tot meer sporten: mensen kunnen elkaar stimuleren, afspraken maken en prestaties vergelijken met anderen. Anderzijds kan mediagebruik ook inactief gedrag uitlokken; mensen besteden hun vrije tijd liever achter de smartphone, tablet of laptop dan dat ze gaan sporten.

Politieke ontwikkelingen

Vanuit de (rijks)overheid is er op dit moment een sterke commitment (+) op het gebied van het stimuleren van sportdeelname (Begroting VWS, 2016). Wel is de vraag hoeveel nieuwe mensen er nog bereikt kunnen worden. Gemeenten hebben te maken met bezuinigingsopgaven (-) (Hoekman & van den Dool, 2015). Als in de komende jaren verder wordt bezuinigd, kan dit leiden tot minder aantrekkelijke accommodaties of tot het sluiten ervan, en mogelijk tot verlaagde sportdeelname. Hoeveel in sport geïnvesteerd kan worden, is ook sterk afhankelijk van economische ontwikkelingen: als het beter gaat met de economie, blijft er meer geld over om te investeren in sport.

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tiessen-Raaphorst A. Rapportage sport 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2015. Bron
  2. Hoekman R, van den Dool R. Gemeentelijke uitgaven aan sport. Een overzicht van de ontwikkelingen (2010-2015). Utrecht: Mulier Instituut; 2015. Bron

Clublidmaatschap

Figuur clublidmaatschap

Trend in de toekomst

In de komende jaren zal clublidmaatschap afnemen.

Verantwoording

Lidmaatschap van een sportclub is een van de vormen om een sport te beoefenen. De afgelopen twintig jaar lag het percentage van de bevolking dat lid was van een sportclub vrij constant rond de 33% (Tiessen-Raaphorst, 2015). Uit de modellering blijkt dat het aantal mensen dat lid is van een sportvereniging tussen 2006 en 2014 is gedaald met ruim 11%. Deze daling is vooral zichtbaar bij mensen tussen de 40 en de 70. Bij kinderen tot 10 jaar is wel een stijging te zien in sportlidmaatschap. Er van uitgaande dat de daling in de toekomst doorzet en daarbij rekening houden met toekomstige veranderingen in de bevolkingsopbouw, zal het aandeel mensen dat lid is van een sportvereniging dalen naar bijna 19% in 2030. Meer informatie over deze modellering is te vinden onder Methoden in de verantwoording onderaan de pagina.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Vergrijzing (-)

Toenemend belang van gezonde leefstijl (+)

Toenemend aandeel niet-westerse migranten (-)

Individualisering (-)

Toenemend belang van sociale media (-)

Toenemend belang van beleving (-)

 

Bezuinigingen (-)

 

Aanpassingsvermogen van sportclubs +)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Demografische ontwikkelingen

Clublidmaatschap hangt sterk samen met sportdeelname: als de Nederlander meer gaat sporten, is de verwachting dat een deel van deze sporters dit via een sportclub zal gaan doen. De drijvende krachten zoals genoemd bij sportdeelname zullen dan ook grotendeels van invloed zijn op clublidmaatschap. Zo zullen bijvoorbeeld vergrijzing (-) en een toenemend aandeel migranten (-) leiden tot minder sportdeelname en daardoor tot minder clublidmaatschap, aangezien dit groepen zijn die over het algemeen minder sporten. Wel moet hier ook weer rekening worden gehouden met zogeheten ‘cohorteffecten’: de ouderen van de toekomst sporten wellicht meer dan de ouderen van nu. De groei in de groep ouderen zal zwaarder wegen dan het cohorteffect.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Net als bij sportdeelname speelt het toenemende belang van een gezonde leefstijl (+) een rol bij clublidmaatschap. Als mensen overtuigd zijn dat sporten bijdraagt aan een gezonde leefstijl, zullen meer mensen dit gaan doen en een deel van hen zal via een sportclub gaan sporten. Anderzijds kan individualisering (-) een negatieve invloed hebben op clublidmaatschap. Mensen gaan steeds meer individueel sporten of in zelfgeorganiseerde groepen (Tiessen-Raaphorst, 2015). Ook hebben mensen mogelijk steeds minder behoefte aan de verplichtingen die bij een clublidmaatschap komen kijken, zoals bardiensten. Als deze trend doorzet, zal dit een daling van het clublidmaatschap betekenen. Daarnaast zou de trend dat beleving (-) steeds belangrijker wordt  wel eens negatief kunnen uitpakken voor clublidmaatschap: mensen willen verschillenden sporten proberen, waarvan een deel buiten de club, en zullen zich minder snel voor langere tijd aan een club binden. Daar staat tegenover dat de sportclub ook juist een sociale functie kan (blijven) vervullen in een steeds individuelere samenleving. Voorwaarde is wel dat sportclubs zich aanpassen aan de vraag van de moderne sporter: lidmaatschappen moeten flexibel zijn en de kwaliteit hoog.

Technologische ontwikkelingen

De processen die zijn ingezet onder individualisering kunnen worden versterkt door het toenemend gebruik van sociale media (-). Door middel van groepsapps kunnen mensen zichzelf makkelijker organiseren en kan men kennis uitwisselen, bijvoorbeeld in de vorm van trainingsschema’s, waardoor de officiële kaders van een club minder nodig zijn.

Politieke ontwikkelingen

Tot slot spelen politieke ontwikkelingen een rol. Clublidmaatschap hangt samen met de tevredenheid met sportvoorzieningen, wat afhankelijk is van de investeringen in sportclubs door voornamelijk gemeenten. Bezuinigingen (-) (Hoekman & van den Dool, 2015) kunnen leiden tot mindere kwaliteit van de voorzieningen en tegelijkertijd meer vragen van de sporters, zowel in de vorm van contributie als vrijwilligerswerk voor de club. Dit zal een negatieve invloed hebben op clublidmaatschap. Ook is het aanpassingsvermogen van sportclubs (+) van belang: ze moeten meegaan met de wensen van de moderne sporter. Als dit niet gebeurt, is de kans groot dat leden zullen vertrekken naar andere (particuliere) aanbieders of ongeorganiseerd gaan sporten. Een belangrijke trend die nu al zichtbaar is, is de opkomst van brede clubs (clubs die andere activiteiten aanbieden naast sport) en omniverenigingen (clubs die meerdere sporten aanbieden).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tiessen-Raaphorst A. Rapportage sport 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2015. Bron
  2. Hoekman R, van den Dool R. Gemeentelijke uitgaven aan sport. Een overzicht van de ontwikkelingen (2010-2015). Utrecht: Mulier Instituut; 2015. Bron

Sportaccommodaties

Figuur sportaccomodaties

 

Trend in de toekomst

Het aantal sportaccommodaties zal in de toekomst niet dalen of stijgen. Wel is er een verschuiving te verwachten van het soort accommodaties en de locaties.

Verantwoording

Driekwart van de sportclubs maakt gebruik van een accommodatie om te sporten. De helft van de sporters sport in of bij sportaccommodaties. Bij de jeugd (waar 85% lid is van een sportvereniging) is dat nog hoger. Het CBS onderscheidt verschillende soorten accommodaties:

  1. Zwembaden (openbaar toegankelijk): tussen 2000 en 2012 met 8% gedaald.
  2. Overdekte accommodaties (bv. sport- en tennishallen): tussen 2000 en 2012 met 2% toegenomen.
  3. Openluchtaccommodaties (bv. golfbanen en sportveldencomplexen): tussen 2000 en 2006 met 8% afgenomen, maar sindsdien niet meer. Deze afname was vooral te zien bij accommodaties voor één tak van veldsport (voetbal, tennis en andere veldsporten).
  4. Jachthavens: tussen 2000 en 2012 min of meer constant gebleven.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Vergrijzing (+/-)

Toenemende vraag naar beleving (+)

Ontgroening (+/-)

Commercialisering van het vrijetijdsaanbod (+)

Groeiend aandeel niet-westerse migranten (+/-)

Toename van de ongeorganiseerde sport (-)

Technologische ontwikkelingen (-)

Gemeentelijke bezuinigen (--)

Leegloop van deze perifere gebieden (-)

Leegstand van kantoorpanden en herindeling van steden (+)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Demografische ontwikkelingen

Vanwege de vergrijzing (+/-), de ontgroening (+/-) en een groeiend aandeel niet-westerse migranten (+/-) zal de vraag naar verschillende sporten verschuiven. Naar verwachting zal het aantal voetbalvelden en basketbalhallen afnemen, terwijl de vraag naar golf, fitness en andere sporten zal toenemen. Veel zwembaden worden nu al gesloten, omdat de interesse voor de zwemsport afneemt.

Economische ontwikkelingen

Veel sportaccommodaties zullen in de toekomst van publiek naar privaat gaan, vanwege de commercialisering van het vrijetijdsaanbod (+). Daarnaast openen private partijen nieuwe sportaccommodaties. De fitnessbranche en ook yogascholen zijn een hiervan een goed voorbeeld: zij openden in de laatste decennia een recordaantal accommodaties, vooral in de binnensteden.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

De laatste jaren zijn voor outdoorsporten indooraccommodaties geopend zoals klimhallen, skipistes en skatebanen. Hier liggen verschillende oorzaken en ontwikkelingen aan ten grondslag. Vrije tijdsbesteding, waaronder aan sport, wordt in toenemende mate een zoektocht naar belevenissen (+) en een manier om uiting te geven aan de eigen identiteit en leefstijl. Hedonistische waarden (genieten van het leven, plezier maken, nieuwe dingen beleven) worden steeds belangrijker.Door de toename van de ongeorganiseerde sport (-) is er minder behoefte aan sportaccommodaties en komt de openbare ruimte steeds meer in beeld als locatie voor sport, bewegen en actieve vormen van recreatie. Denk hierbij aan (autovrije) wandelzones en (hard)looppaden.

Technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen (-) gaan het in de toekomst mogelijk maken dat sportaccommodaties voor meerdere sporten ingezet worden, waardoor ze intensiever kunnen worden gebruikt. Kunstgras speelt daarin een belangrijke rol, maar ook lijnenbelichting voor het projecteren van verschillende speelvelden. Nieuwe onderlagen voor sportvelden buiten zorgen voor een seizoensverlenging. Bijvoorbeeld: mensen kunnen ook in herfst en winter buiten tennissen.

Ecologische (omgeving)ontwikkelingen

Met het  toenemen van de druk op de ruimte is een ontwikkeling zichtbaar van leegstand van kantoorpanden en herindeling van steden (+). Dit biedt veel mogelijkheden voor de sport in stedelijke gebieden. Naar verwachting neemt het aantal accommodaties in de steden toe (zie de voorbeelden van fitness en yoga onder economische ontwikkelingen). Tegelijkertijd zal het aantal accommodaties in krimpgebieden afnemen vanwege de leegloop van deze perifere gebieden (-).

Politieke en institutionele ontwikkelingen

Op dit moment is de financiële druk op het behoud van bestaande sportaccommodaties hoog. De toenemende kosten voor zorg en welzijn zullen in de toekomst steeds meer op andere gemeentelijke uitgaven en kostenposten drukken. Gemeenten hebben eveneens te maken met bezuinigingsopgaven (-) (Hoekman & van den Dool, 2015). Als in de komende jaren verder wordt bezuinigd, kan dit leiden tot minder aantrekkelijke accommodaties of tot het sluiten ervan. Voordat de gemeenten zich ontfermden over de bouw, het onderhoud en het beheer van accommodaties lag de verantwoordelijkheid voor veel accommodaties bij private investeerders, samen met vrijwilligers en sporters. De verwachting is dat het deels naar die situatie teruggaat. Voor veel clubs blijft de gemeente de aangewezen financier voor de meer structurele investeringen. Onduidelijk zijn nog de gevolgen van diverse dreigingen in de fiscale en financieringssfeer voor het aantal sportaccommodaties. 

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hoekman R, van den Dool R. Gemeentelijke uitgaven aan sport. Een overzicht van de ontwikkelingen (2010-2015). Utrecht: Mulier Instituut; 2015. Bron

Tevredenheid sport- en beweegaanbod

Figuur tevredenheid sport en beweegaanbod

Trend in de toekomst

De tevredenheid met het sport- en beweegaanbod zal tot 2030 iets zal dalen.

Verantwoording

De indicator 'tevredenheid met sport- en beweegaanbod' biedt zicht op de waardering van de gebruikers/sporters van het sport- en beweegaanbod. Hieronder vallen drie items: aanwezigheid van sportaccommodaties in de buurt, voldoende keuze in sportaccommodaties in de buurt en voldoende wandel- of fietspaden of andere openbare plekken in de buurt om te bewegen.

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Vergrijzing (-)

Individualisering (-)

Toenemend aandeel niet-westerse migranten (-)

Commercialisering (+)

 

Groeiend belang van beleving (-)

 

Krimp in perifere gebieden (-)

 

Bezuinigingen op sportverenigingen (-)

 

Investeren in openbare sport- en speelruimtes (+)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Demografische ontwikkelingen

In de komende jaren krijgen we te maken met een vergrijzende (-)bevolking en een toename van het aandeel niet-westerse migranten (-). Ouderen en migranten zullen andere wensen hebben op het gebied van sport dan de rest van bevolking. De verwachting van de experts is dat het tijd kost het aanbod aan te passen aan de wensen van deze groepen, waardoor de tevredenheid af zal nemen. We zien dat mensen steeds meer in de stad gaan wonen, terwijl men op het platteland te maken heeft met krimp. In gebieden met demografische krimp (-) dreigen sportvoorzieningen te verdwijnen door het wegvallen van het draagvlak; de voorzieningen voor de resterende bevolking komen op grotere afstand te liggen.

Economische ontwikkelingen

Toenemende commercialisering (+) van het sportaanbod kan er toe leiden dat er meer aanbod van sportvoorzieningen ontstaat (fitnesscentra; maar ook bootcamps en survival runs in parken). Dit kan leiden tot hogere tevredenheid over het sportaanbod.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Individualisering (-) en het groeiend belang van beleving (-) kunnen er toe leiden dat de vraag niet meer goed aansluit bij het aanbod. Zo kan het zijn dat de Nederlander in de toekomst liever een verlichte hardlooproute of een survivalparcours in de buurt heeft dan een voetbalclub. De verwachting van de experts is dat het tijd zal kosten voor sportaanbieders om hier op in te spelen, wat zal leiden tot een negatievere beoordeling van het sport- en beweegaanbod. Anderzijds zien we wel dat mensen steeds meer zelf activiteiten organiseren die aan hun wensen voldoen.

Politieke ontwikkelingen

De belangrijkste drijvende krachten die van invloed zijn op tevredenheid met sportvoorzieningen zijn politieke factoren. Op dit moment hebben  gemeenten te maken met bezuinigingsopgaven (-) (Hoekman & van den Dool, 2015). De bestedingen aan sport ondervinden nu veel concurrentie van andere kostenposten, vooral van zorg en welzijn. Als in de komende jaren verder wordt bezuinigd op sport dan kan dit leiden tot minder aantrekkelijke accommodaties of tot het sluiten ervan. Tegelijkertijd zien we wel dat sport en bewegen de laatste jaren in de openbare ruimte zichtbaarder worden, doordat gemeenten fors investeren in openbare sport- en speelruimtes (+) zoals Cruyff Courts, outdoorfitnessplaatsen en gezonde schoolpleinen.

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hoekman R, van den Dool R. Gemeentelijke uitgaven aan sport. Een overzicht van de ontwikkelingen (2010-2015). Utrecht: Mulier Instituut; 2015. Bron

Sportbezoek, langs de lijn

Trend in de toekomst

Het sportbezoek bij de amateurclubs zal tot 2030 gelijk blijven.

Verantwoording

Het bezoeken van sportwedstrijden betreft een breed scala van activiteiten: zowel het bezoek aan amateursport, inclusief de wedstrijden van eigen kinderen, als het bezoek van (professionele) topsport in competities en evenementen. Dit bezoek is in de afgelopen vijftien jaar vrij constant is geweest: rond de 23% van de Nederlandse bevolking van twaalf jaar en ouder bezoekt maandelijks of vaker ten minste een keer een sportwedstrijd of -evenement (Tiessen-Raaphorst, 2015).

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Minder zeker:

  • Individualisering (+/-)
  • Bezuinigingen op sportclubs (-)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Individualisering (+/-) kan ertoe leiden dat men minder in teamverband sport en dat er daardoor minder wedstrijden zijn om te bezoeken. Dit kan dus een negatief effect hebben op het bezoek aan amateursport. Tegelijkertijd organiseren mensen wel steeds meer zelf activiteiten en wedstrijden, waarbij ook toeschouwers zijn.

Politieke ontwikkelingen

Als bezuinigingen (-) op sportclubs in de komende jaren doorzetten (Hoekman & van den Dool, 2015), zullen er mogelijk sportclubs verdwijnen, waardoor ouders en andere bezoekers minder wedstrijden zullen bezoeken. Deze ontwikkeling is echter vrij onzeker: de vraag is of de bezuinigingen niet slechts tijdelijk zijn en of mensen niet op andere manieren gaan sporten en sport gaan bezoeken. 

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tiessen-Raaphorst A. Rapportage sport 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2015. Bron
  2. Hoekman R, van den Dool R. Gemeentelijke uitgaven aan sport. Een overzicht van de ontwikkelingen (2010-2015). Utrecht: Mulier Instituut; 2015. Bron

Vrijwilligerswerk

Figuur vrijwilligerswerk in de sport

Trend in de toekomst

Vrijwilligerswerk zal de komende jaren gelijk blijven of licht dalen. Dit heeft vooral te maken met demografische ontwikkelingen, individualisering, het toenemende belang van flexibiliteit onder potentiële vrijwilligers en de vraag naar vrijwilligers op andere gebieden.

Verantwoording

De sport in Nederland is ondenkbaar zonder de betrokkenheid en wekelijkse arbeidsinzet van miljoenen mensen voor hun club. Van alle volwassen Nederlanders is omstreeks de 15% actief als vrijwilliger in de sport. Hierin is tussen 2000 en 2013 weinig verandering te zien (Tiessen-Raaphorst, 2015).

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Niet zeker

Vergrijzing (-)

Commercialisering van het sportaanbod (=)

Toenemende migratie (-)

Individualisering (--)

Technologische ontwikkelingen (+/-)

Toenemende vraag naar flexibiliteit (--)

Participatiesamenleving (-)

Demografische krimp (-)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Vrijwilligerswerk in sport hangt samen met clublidmaatschap. Als dat afneemt, heeft dit een negatief effect op het aantal vrijwilligers dat nodig is en zich aanbiedt.

Demografische ontwikkelingen

De komende jaren is er een toename van de groepen die over het algemeen minder vrijwilligerswerk doen, zoals ouderen (-) en niet-westerse migranten (-) (Tiessen-Raaphorst, 2015). Daar staat tegenover dat ouderen de komende jaren steeds fitter worden en dus mogelijk langer actief kunnen zijn. Daarnaast is er nu al een trend te zien dat ook steeds meer niet-westerse allochtonen vrijwilligerswerk gaan doen bij de sportclub.

Economische ontwikkelingen

Er is een stijgende commercialisering (=) van de sport te onderscheiden. Dit is onder andere terug te zien in het feit dat er steeds meer en grotere sportevenementen worden georganiseerd. Hiervoor zijn vaak grote aantallen vrijwilligers nodig. De vrijwilligers die op deze evenementen werken, zijn echter veelal dezelfde mensen die elders ook al sportvrijwilligerswerk doen.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

De Nederlander gaat steeds meer in ongeorganiseerd verband sporten. Door deze individualisering (-) zal er minder vraag zijn naar de ‘traditionele’ vrijwilligers. Anderzijds kan het zelf organiseren van een sportactiviteit of evenement mogelijk ook worden gezien als een vorm van vrijwilligerswerk. Minder mensen zijn bereid structureel voor langere tijd grotere taken op zich te nemen. Vrijwilligers willen flexibiliteit (-), terwijl clubs de vrijwilligers willen vastleggen. Dit botst. Als clubs geen flexibiliteit bieden, zullen vrijwilligers afhaken. De komende jaren wordt een afname verwacht, omdat het clubs tijd kost zich aan te passen.

Technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen (+/-) hebben invloed op de inhoud van het vrijwilligerswerk. Sommige technologieën nemen mensen werk uit handen, zoals de administratie. Andere creëren nieuw werk, zoals een website. Op het totale volume van het benodigde vrijwilligerswerk zullen technologische ontwikkelingen naar verwachting weinig effect hebben.

Ecologische ontwikkelingen

Krimp (-) leidt tot minder mogelijkheden voor vrijwilligerswerk in de krimpgebieden. Sportclubs zullen verdwijnen als gevolg van te weinig leden en hiermee zal ook de vraag naar vrijwilligers afnemen. Anderzijds gaan de sporters en vrijwilligers die vertrekken uit de krimpgebieden wel weer ergens anders wonen, en mogelijk gaat een deel hiervan daar weer sporten en vrijwilligerswerk doen.

Politieke ontwikkelingen

Een participatiesamenleving (-) moet meer beroep doen op vrijwilligers. Op dit gebied moet sport concurreren met andere gebieden waar vrijwilligers nodig zijn (bijvoorbeeld mantelzorg, cultuur en inrichting van de omgeving). Over de hele linie wordt verwacht dat het beroep op de vrijwilliger op andere gebieden sterker is. Er zal dus een daling zijn in de vrijwilligers voor sport. 

 

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tiessen-Raaphorst A. Rapportage sport 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2015. Bron

Veilig sportklimaat

Trend in de toekomst

Het is lastig in te schatten hoe veilig het sportklimaat in de toekomst zal zijn.

Verantwoording

Bij het veilig sportklimaat gaat het om of mensen zich veilig voelen bij sportevenementen en of mensen wel eens wangedrag hebben gezien of meegemaakt binnen de sport. Het is subjectief: wat hebben mensen zelf ervaren? Het veilig-voelen binnen de sport kan daardoor ook afhankelijk zijn van wat mensen in de media hebben gezien of gelezen: beeldvorming is bij deze indicatoren erg bepalend. In 2014 voelde 75% van de regelmatige sporters/wedstrijdbezoekers zich meestal veilig op en rondom sportwedstrijden (in 2012 was dit 73%). In zowel 2012 als 2014 had 38% van de regelmatige sporters/wedstrijdbezoekers in de afgelopen twaalf maanden wangedrag in de sport gezien of meegemaakt (Tiessen-Raaphorst, 2015).

Verwachte ontwikkelingen naar de toekomst

Zeker

Minder zeker

Toenemend belang van sociale media (-)

Individualisering (-)

 

Commitment vanuit de (rijks)overheid(+)

 

Professionalisering (+)

Toelichting: ++ = sterke impact om trend te laten stijgen, + = impact om trend te laten stijgen, - = impact om trend te laten dalen, -- = sterke impact om trend te laten dalen, +/- = kan zowel de trend laten stijgen als dalen, = = geen invloed op de trend, maar wel op de onderliggende processen.

Sociaal-culturele ontwikkelingen

Een belangrijke factor die van invloed is op het veilig sportklimaat is de sportcultuur. Op dit moment is er verharding zichtbaar in de sportwereld: omgangsvormen worden ruwer en assertiever. Het is onzeker hoe dit zich in de toekomst zal voortzetten. Een aantal ontwikkelingen kan hier mogelijk van invloed op zijn. Ten eerste kan individualisering (-) een negatief effect hebben op sport en respect. Door sporten in clubverband leer je op jonge leeftijd met anderen omgaan, respect en samenwerken. Dit kan minder worden als clublidmaatschap afneemt. Hiernaast kan de groei van sociale media (-) leiden tot meer wangedrag binnen de sport, door de groei van digitaal wangedrag (bijvoorbeeld racistische opmerkingen op Facebook, cyberpesten).

Politieke ontwikkelingen

Verharding van de sportcultuur kan deels worden tegengegaan door commitment (+) en professionalisering (+) vanuit de rijksoverheid, gemeenten, bonden en sportaanbieders. Goede bestuurders in een vereniging, een breed kader met oor voor het bestuur en een actief beleid op veilig sportklimaat, zullen ertoe leiden dat meer mensen zich veilig voelen in de sport. Veiligheid wordt al steeds belangrijker. Op dit moment zet het ministerie van VWS al in op respectievelijk een sanctioner-/at risk-beleid (bijvoorbeeld stadionverboden en VOG-verplichtingen),  pestprogramma’s en het bevorderen van proactief gedrag bij leerlingen. NOC*NSF zet vooral in op preventie. Wel is er enige onzekerheid over of dit commitment zal beklijven, aangezien het ook veel financiële investeringen vraagt (bijvoorbeeld politie-inzet). 

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tiessen-Raaphorst A. Rapportage sport 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2015. Bron

Verantwoording

Definities
  • Sport

    In de Sport Toekomstverkenning hanteren we een brede opvatting van het begrip sport. Sport is het geheel aan sport- en beweegaanbod en voorzieningen, sport- en beweeggedrag, beleving van sport via media en bezoek, (sport)beleid op lokaal en nationaal niveau, en de impact die het geheel heeft op de economie, gezondheid en maatschappij. We hebben ons niet beperkt tot ontwikkelingen binnen het sportdomein, maar hebben zo veel mogelijk andere relevante ontwikkelingen meegenomen, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, arbeid en leefomgeving.

Methoden
  • Scenariobenadering

    Om te komen tot een (wetenschappelijk) gefundeerde toekomstverkenning voor de Sport passen we een scenariobenadering toe. In zo’n benadering worden alle stappen die gezet moet worden en de keuzen die gemaakt moeten worden om te komen tot een toekomstverkenning, geëxpliciteerd. Een uitgebreide toelichting is te vinden onder Methoden en Verantwoording van de STV

     

     

Andere websites over Sport Toekomstverkenning

Data en gegevensbronnen