Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SportSport op de kaart: (On)beperkt bewegen

Beweegnorm bij mensen met lichamelijke beperkingen gebaseerd op hulpmiddelengebruik per GGD-regio

Beweegnorm lichamelijke beperkingen 2012

per GGD-regio, volwassenen van 19 jaar en ouder, op basis van hulpmiddelengebruik
Beweegnorm lichamelijke beperkingen 2012
GGD-naamPercentage
GG en GD Utrecht 
GGD Amsterdam40,1
GGD Brabant-Zuidoost47,4
GGD Drenthe 
GGD Flevoland54,5
GGD Fryslân41,5
GGD Gooi en Vechtstreek43,9
GGD Groningen50,1
GGD Hart voor Brabant46,4
GGD Hollands Midden46,3
GGD Hollands Noorden48,5
GGD IJsselland45,5
GGD Kennemerland51,6
GGD Limburg-Noord45,6
GGD Midden-Nederland40,9
GGD Nijmegen39,7
GGD Noord- en Oost-Gelderland47,5
GGD Rivierenland43,7
GGD Rotterdam-Rijnmond44,3
GGD Twente44,4
GGD West-Brabant39,4
GGD Zaanstreek-Waterland44,4
GGD Zeeland47,1
GGD Zuid-Holland Zuid38,2
GGD Zuid-Limburg34,8
Haaglanden41,4
Hulpverlening Gelderland Midden51,6

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVM; Vektis Detailinformatiesysteem Hulpmiddelen

View all detail data

In Zuid-Limburg voldoen mensen met een lichamelijke beperking het minst vaak aan de beweegnorm

Landelijk voldoet 44,1% van de mensen met een lichamelijke beperking, oftewel mensen met een motorische, gezichts- en gehoorbeperking, aan de beweegnorm (Nederlandse Norm Gezond Bewegen). In Zuid-Limburg voldoen mensen met een lichamelijke beperking het minst vaak aan de beweegnorm (34,8%). In Flevoland voldoen mensen met een lichamelijke beperking het vaakst aan de beweegnorm (54,4%). 

Kaarten voor verschillende beperkingen

Klik op één van de onderstaande beperkingen om per GGD-regio te zien in hoeverre mensen met de verschillende lichamelijke beperkingen aan de beweegnorm voldoen.

Het aantal mensen dat een lichamelijke beperking heeft is voor deze kaarten bepaald op basis van geregistreerd hulpmiddelengebruik. Om het voldoen aan de beweegnorm te beschrijven bij mensen met het gezichtsbeperking is het aantal te klein. Daarom is daar geen kaart van beschikbaar. 
​ 

Meer informatie

Beweegnorm bij mensen met een zelfgerapporteerde motorische beperking per GGD-regio

Beweegnorm motorische beperking 2012

per GGD-regio, volwassenen van 19 jaar en ouder, zelfgerapporteerd
Beweegnorm motorische beperking 2012, per GGD-regio
Beweegnorm motorische beperking 2012
GGD-regioMotorische beperking
GGD Drenthe28,0
GGD IJsselland40,9
GGD Twente38,0
Hulpverlening Gelderland Midden37,4
GGD Rivierenland37,0
GGD Nijmegen38,9
GGD Flevoland36,3
GG en GD Utrecht37,6
GGD Kennemerland44,9
GGD Amsterdam37,5
GGD Gooi en Vechtstreek37,7
GGD Rotterdam-Rijnmond36,7
GGD Zuid-Holland Zuid39,3
GGD Zeeland39,8
GGD Limburg-Noord40,2
Haaglanden36,6
GGD Groningen51,1
GGD Fryslân41,3
GGD Midden-Nederland40,5
GGD Zaanstreek-Waterland42,4
GGD West-Brabant41,2
GGD Hart voor Brabant38,9
GGD Hollands Midden41,0
GGD Zuid-Limburg30,9
GGD Hollands Noorden43,7
GGD Brabant-Zuidoost37,8
GGD Noord- en Oost-Gelderland41,5
View all detail data

In Drenthe voldoen mensen met een motorische beperking het minst vaak aan de beweegnorm

Het landelijk percentage voor mensen met een motorische beperking die voldoen aan de beweegnorm (Nederlandse Norm Gezond Bewegen) is 38,9%. In Drenthe (28,0%) voldoen mensen met een motorische beperking het minst vaak aan de beweegnorm. In Groningen (51,1%) wordt het meest voldaan aan de beweegnorm. 

Vergelijk met andere kaart

Het aantal mensen dat een motorische beperking heeft is voor deze kaarten bepaald op basis van zelfrapportage, dat betekent dat mensen zelf hebben aangegeven dat zij zich beperkt voelen in het motorisch functioneren.

 

Meer informatie

Direct naar Beweeggedrag naar chronische aandoening / lichamelijke beperking op:
Kernindicatoren Sport en bewegen

 

Wekelijks sporten zelfgerapporteerde motorische beperkingen per GGD-regio

Wekelijks sporten motorische beperkingen 2012

per GGD-regio, volwassenen van 19 jaar en ouder, zelfgerapporteerd
Wekelijkse sporters motorische beperking 2012, per GGD-regio
Wekelijks sporten motorische beperkingen 2012
GGD-regioMotorische beperking
GGD Drenthe21,7
GGD IJsselland21,3
GGD Twente24,2
Hulpverlening Gelderland Midden28,0
GGD Rivierenland22,3
GGD Nijmegen27,4
GGD Flevoland23,6
GG en GD Utrecht20,4
GGD Kennemerland30,3
GGD Amsterdam25,2
GGD Gooi en Vechtstreek22,8
GGD Rotterdam-Rijnmond21,8
GGD Zuid-Holland Zuid23,6
GGD Zeeland18,6
GGD Limburg-Noord28,3
Haaglanden25,8
GGD Groningen32,2
GGD Fryslân25,4
GGD Midden-Nederland27,8
GGD Zaanstreek-Waterland25,0
GGD West-Brabant25,9
GGD Hart voor Brabant25,6
GGD Hollands Midden22,6
GGD Zuid-Limburg24,3
GGD Hollands Noorden27,7
GGD Brabant-Zuidoost25,1
GGD Noord- en Oost-Gelderland23,9
View all detail data

In Zeeland en Utrecht sporten de minste mensen met een motorische beperking op wekelijkse basis

Het landelijk percentage voor wekelijkse sporters met een motorische beperking is 24,9%. In Zeeland (18,6%) en Utrecht (20,4%) zijn de laagste percentages te vinden voor volwassenen met een motorische beperking die wekelijkse sporten. In Groningen (32,2%) en Kennemerland (30,3%) geven de meeste mensen met een motorische beperking aan minstens één keer per week te sporten. In de rest van Nederland liggen de percentages wekelijkse sporters met een motorische beperking tussen de 20 en 30 procent.

Vergelijk met andere kaart

Het aantal mensen dat een motorische beperking heeft is voor deze kaarten bepaald op basis van zelfrapportage, dat betekent dat mensen zelf hebben aangegeven dat zij een motorische beperking hebben.
 

Meer informatie

Direct naar Beweeggedrag naar chronische aandoening / lichamelijke beperking op:
Kernindicatoren Sport en bewegen

 

Verantwoording

Definities
  • Normen en adviezen voor sport en bewegen

    Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB)

    • NNGB voor kinderen en jongeren ( 4 t/m 17 jaar): dagelijks minimaal één uur tenminste matig intensief bewegen (vanaf 5 MET), waarbij minimaal twee keer per week kracht-, lenigheid- en coördinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.
    • NNGB voor volwassenen (18 t/m 54 jaar): een half uur tenminste matig intensief bewegen (vanaf 4 MET) op minimaal 5 dagen per week.
    • NNGB voor ouderen (55 jaar en ouder): een half uur tenminste matig intensief bewegen (vanaf 3 MET) op minimaal 5 dagen per week.

    Fitnorm

    • Fitnorm voor kinderen en jongeren ( 4 t/m 17 jaar): Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 8 MET).
    • Fitnorm voor volwassenen (18 t/m 54 jaar): Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 6,5 MET).
    • Fitnorm voor ouderen (55 jaar en ouder): Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 5 MET).

    Combinorm

    De optelsom van de NNGB en de fitnorm. Iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij/zij aan tenminste aan één van de beide normen voldoet (Kemper et al., 2000; Ooijendijk et al., 2007).

    Zitgedrag / sedentair gedrag

    Onder zitgedrag wordt gedrag verstaan met een erg laag energieverbruik, zoals televisie kijken, computeren, zitten op school of op het werk en liggen. In de internationale literatuur wordt een afkappunt van 1,5 MET voorgesteld in combinatie met een zittende of liggende houding (SBRN, 2012; WHO, 2010). Kinderen van 4 tot 17 jaar krijgen het advies niet langer dan twee uur per dag te computeren en/of televisie/dvd kijken. Voor volwassenen zijn nog geen adviezen voor sedentair gedrag (Hendriksen et al., 2013).

    Sedentair gedrag wordt geregeld verward met lichamelijke inactiviteit, terwijl sedentair gedrag en lichamelijke inactiviteit twee verschillende gedragingen zijn met verschillende determinanten. Wie voldoende lichamelijk actief is volgens de beweegnormen, kan toch te veel sedentair gedrag vertonen (WHO, 2010).

    Wekelijkse sporter

    Iemand die 1 keer per week of vaker aan sport doet.

    RSO-richtlijn voor sport

    Los van de bovenstaande set aan normen en richtlijnen bestaat de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO). Het gaat hier om een gestandaardiseerde vragenlijst waarmee de frequentie van sporten, sporttak, sportvorm, organisatievorm en accommodatiebenutting van grote bevolkingsgroepen in kaart wordt gebracht. De RSO definieert iemand als een sporter als hij in de afgelopen twaalf maanden ten minste twaalf keer heeft gesport. De norm is niet gerelateerd aan beweging of een gezondheidsbevorderende waarde, maar een ondergrens om iemand te kwalificeren als sporter. De duur, intensiteit en frequentie spelen geen rol bij de RSO-richtlijn. Dit betekent dat iemand een sporter kan zijn zonder hiervoor in beweging te komen (Hoekman & van den Dool, 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Kemper HCG, Ooijendijk WTM, Stiggelbout M. Consensus over de Nederlandse norm voor gezond bewegen . Ede: Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB); 2000. Bron
    2. Ooijendijk WTM, Hildebrandt VH, Hopman-Rock M. Bewegen in Nederland 2000-2005. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk WTM, Hopman-Rock M. (Red.). Trendrapport Bewegen en gezondheid 2004/2005 ed. Hoofddorp / Leiden: TNO; 2007. Bron
    3. WHO. Global Recommendations on Physical Activity for Health. Geneva: World Health Organization; 2010. Bron
    4. Hendriksen I, Bernaards C, Hildebrandt VH, Hofstetter H. Lichamelijke inactiviteit en sedentair gedrag in Nederland 2000-2011. In: Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2010/2011, hoofdstuk 3 ed. Leiden: TNO; 2013. Bron
    5. Hoekman R, van den Dool R. Bewegen in Nederland: het belang van sport. Den Bosch: Mulier Instituut; 2010. Bron

Andere websites over Sport op de kaart: (On)beperkt bewegen

Data en gegevensbronnen