Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SportSport op de kaart: (On)beperkt bewegen

Beweegnorm chronische aandoeningen gebaseerd op geneesmiddelengebruik per GGD-regio

Beweegnorm chronische aandoeningen 2012

per GGD-regio, volwassenen van 19 jaar en ouder, op basis van geneesmiddelengebruik
Beweegnorm chronische aandoeningen 2012
GGD-naamPercentage
GG en GD Utrecht58,6
GGD Amsterdam61,4
GGD Brabant-Zuidoost62,0
GGD Drenthe61,1
GGD Flevoland58,0
GGD Fryslân63,6
GGD Gooi en Vechtstreek64,7
GGD Groningen65,8
GGD Hart voor Brabant61,4
GGD Hollands Midden66,0
GGD Hollands Noorden65,0
GGD IJsselland63,1
GGD Kennemerland64,3
GGD Limburg-Noord61,9
GGD Midden-Nederland60,6
GGD Nijmegen62,5
GGD Noord- en Oost-Gelderland65,1
GGD Rivierenland58,2
GGD Rotterdam-Rijnmond57,6
GGD Twente63,7
GGD West-Brabant63,1
GGD Zaanstreek-Waterland62,2
GGD Zeeland63,6
GGD Zuid-Holland Zuid57,5
GGD Zuid-Limburg52,9
Haaglanden60,6
Hulpverlening Gelderland Midden62,2
View all detail data

In Zuid-Limburg voldoen mensen met een chronische aandoening het minst vaak aan de beweegnorm

Landelijk voldoet 61,6% van de Nederlanders met een chronische aandoening aan de beweegnorm (Nederlandse Norm Gezond Bewegen). In Zuid-Limburg  is het percentage mensen met een chronische aandoening dat voldoet aan de beweegnorm het laagst (52,9%). Voor de andere regio’s lopen de percentages uiteen van respectievelijk 57,5% in Zuid-Holland-Zuid tot 66,0% in Hollands Midden. 

Kaarten voor verschillende chronische aandoeningen

Klik op één van de onderstaande aandoeningen om per GGD-regio te zien in hoeverre mensen met de verschillende aandoeningen aan de beweegnorm voldoen.

Het aantal mensen dat een chronische aandoening heeft is voor deze kaarten bepaald op basis van geregistreerd geneesmiddelengebruik. 

 

Meer informatie

Beweegnorm zelfgerapporteerde chronische aandoeningen per GGD-regio

Beweegnorm chronische aandoeningen 2012

per GGD-regio, volwassenen van 19 jaar en ouder, zelfgerapporteerd
Beweegnorm chronische aandoening 2012, per GGD-regio
Beweegnorm chronische aandoeningen 2012
GGD-regioChronische aandoening
GGD Drenthe61,2
GGD IJsselland63,6
GGD Twente62,4
Hulpverlening Gelderland Midden61,8
GGD Rivierenland56,2
GGD Nijmegen63,3
GGD Flevoland56,3
GG en GD Utrecht56,6
GGD Kennemerland64,1
GGD Amsterdam62,6
GGD Gooi en Vechtstreek61,3
GGD Rotterdam-Rijnmond56,9
GGD Zuid-Holland Zuid56,0
GGD Zeeland62,4
GGD Limburg-Noord60,8
Haaglanden59,1
GGD Groningen65,9
GGD Fryslân63,4
GGD Midden-Nederland60,0
GGD Zaanstreek-Waterland61,3
GGD West-Brabant63,0
GGD Hart voor Brabant60,1
GGD Hollands Midden64,1
GGD Zuid-Limburg52,5
GGD Hollands Noorden64,2
GGD Brabant-Zuidoost60,9
GGD Noord- en Oost-Gelderland64,0
View all detail data

In Zuid-Limburg voldoen mensen met een chronische aandoening het minst vaak aan de beweegnorm

Het landelijk percentage voor mensen met een chronische aandoening die voldoen aan de beweegnorm (Nederlandse Norm Gezond Bewegen) is 68,0%. In Zuid-Limburg (52,2%) is het percentage van mensen met een chronische aandoening die voldoen aan de beweegnorm het laagst. In Groningen (65,9%) wordt het meest voldaan aan de beweegnorm. 

Vergelijk met andere kaart

Het aantal mensen dat een chronische aandoening heeft is voor deze kaarten bepaald op basis van zelfrapportage, dat betekent dat mensen zelf hebben aangegeven dat zij één of meer chronische aandoeningen hebben.
 

Meer informatie

Direct naar Beweeggedrag naar chronische aandoening / lichamelijke beperking op:
Kernindicatoren Sport en bewegen

 

Wekelijks sporten zelfgerapporteerde chronische aandoeningen per GGD-regio

Wekelijks sporten chronische aandoeningen 2012

per GGD-regio, volwassenen van 19 jaar en ouder, zelfgerapporteerd
Wekelijkse sporters chronische aandoening, per GGD-regio
Wekelijks sporten chronische aandoeningen 2012
GGD-regioChronische aandoening
GGD Drenthe42,6
GGD IJsselland48,6
GGD Twente47,1
Hulpverlening Gelderland Midden50,2
GGD Rivierenland43,8
GGD Nijmegen53,4
GGD Flevoland43,6
GG en GD Utrecht52,0
GGD Kennemerland55,3
GGD Amsterdam51,3
GGD Gooi en Vechtstreek48,5
GGD Rotterdam-Rijnmond45,2
GGD Zuid-Holland Zuid43,5
GGD Zeeland42,3
GGD Limburg-Noord47,3
Haaglanden49,6
GGD Groningen47,9
GGD Fryslân45,1
GGD Midden-Nederland51,1
GGD Zaanstreek-Waterland48,9
GGD West-Brabant47,7
GGD Hart voor Brabant50,5
GGD Hollands Midden49,6
GGD Zuid-Limburg42,1
GGD Hollands Noorden49,4
GGD Brabant-Zuidoost49,8
GGD Noord- en Oost-Gelderland48,1
View all detail data

In Zuid-Limburg sporten de minste mensen met een chronische aandoening op wekelijkse basis

Het landelijk percentage voor wekelijkse sporters met een chronische aandoening is 48,1%. In Zuid-Limburg (42,1%) sporten de minste mensen met een chronische aandoening op wekelijkse basis. Ook in Zeeland (42,3%) en Drenthe (42,6%) zijn de percentages wekelijkse sporters laag. In de regio's Kennemerland (55,3%) en Nijmegen (53,4%) zijn de meeste wekelijkse sporters te vinden. 

Vergelijk met andere kaart

Het aantal mensen dat een chronische aandoening heeft is voor deze kaarten bepaald op basis van zelfrapportage, dat betekent dat mensen zelf hebben aangegeven dat zij één of meer chronische aandoeningen hebben.
 

Meer informatie

Direct naar Beweeggedrag naar chronische aandoening / lichamelijke beperking op:
Kernindicatoren Sport en bewegen

 

Verantwoording

Definities
  • Normen en adviezen voor sport en bewegen

    Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB)

    • NNGB voor kinderen en jongeren ( 4 t/m 17 jaar): dagelijks minimaal één uur tenminste matig intensief bewegen (vanaf 5 MET), waarbij minimaal twee keer per week kracht-, lenigheid- en coördinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.
    • NNGB voor volwassenen (18 t/m 54 jaar): een half uur tenminste matig intensief bewegen (vanaf 4 MET) op minimaal 5 dagen per week.
    • NNGB voor ouderen (55 jaar en ouder): een half uur tenminste matig intensief bewegen (vanaf 3 MET) op minimaal 5 dagen per week.

    Fitnorm

    • Fitnorm voor kinderen en jongeren ( 4 t/m 17 jaar): Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 8 MET).
    • Fitnorm voor volwassenen (18 t/m 54 jaar): Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 6,5 MET).
    • Fitnorm voor ouderen (55 jaar en ouder): Tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit (vanaf 5 MET).

    Combinorm

    De optelsom van de NNGB en de fitnorm. Iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij/zij aan tenminste aan één van de beide normen voldoet (Kemper et al., 2000; Ooijendijk et al., 2007).

    Zitgedrag / sedentair gedrag

    Onder zitgedrag wordt gedrag verstaan met een erg laag energieverbruik, zoals televisie kijken, computeren, zitten op school of op het werk en liggen. In de internationale literatuur wordt een afkappunt van 1,5 MET voorgesteld in combinatie met een zittende of liggende houding (SBRN, 2012; WHO, 2010). Kinderen van 4 tot 17 jaar krijgen het advies niet langer dan twee uur per dag te computeren en/of televisie/dvd kijken. Voor volwassenen zijn nog geen adviezen voor sedentair gedrag (Hendriksen et al., 2013).

    Sedentair gedrag wordt geregeld verward met lichamelijke inactiviteit, terwijl sedentair gedrag en lichamelijke inactiviteit twee verschillende gedragingen zijn met verschillende determinanten. Wie voldoende lichamelijk actief is volgens de beweegnormen, kan toch te veel sedentair gedrag vertonen (WHO, 2010).

    Wekelijkse sporter

    Iemand die 1 keer per week of vaker aan sport doet.

    RSO-richtlijn voor sport

    Los van de bovenstaande set aan normen en richtlijnen bestaat de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO). Het gaat hier om een gestandaardiseerde vragenlijst waarmee de frequentie van sporten, sporttak, sportvorm, organisatievorm en accommodatiebenutting van grote bevolkingsgroepen in kaart wordt gebracht. De RSO definieert iemand als een sporter als hij in de afgelopen twaalf maanden ten minste twaalf keer heeft gesport. De norm is niet gerelateerd aan beweging of een gezondheidsbevorderende waarde, maar een ondergrens om iemand te kwalificeren als sporter. De duur, intensiteit en frequentie spelen geen rol bij de RSO-richtlijn. Dit betekent dat iemand een sporter kan zijn zonder hiervoor in beweging te komen (Hoekman & van den Dool, 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Kemper HCG, Ooijendijk WTM, Stiggelbout M. Consensus over de Nederlandse norm voor gezond bewegen . Ede: Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB); 2000. Bron
    2. Ooijendijk WTM, Hildebrandt VH, Hopman-Rock M. Bewegen in Nederland 2000-2005. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk WTM, Hopman-Rock M. (Red.). Trendrapport Bewegen en gezondheid 2004/2005 ed. Hoofddorp / Leiden: TNO; 2007. Bron
    3. WHO. Global Recommendations on Physical Activity for Health. Geneva: World Health Organization; 2010. Bron
    4. Hendriksen I, Bernaards C, Hildebrandt VH, Hofstetter H. Lichamelijke inactiviteit en sedentair gedrag in Nederland 2000-2011. In: Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2010/2011, hoofdstuk 3 ed. Leiden: TNO; 2013. Bron
    5. Hoekman R, van den Dool R. Bewegen in Nederland: het belang van sport. Den Bosch: Mulier Instituut; 2010. Bron

Andere websites over Sport op de kaart: (On)beperkt bewegen