Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgZorgbehoeften

Zwangerschapsbegeleiding in de eerste lijn vóór de 10e week van de zwangerschap

Indicatorwaarde

Prestatieindicator:  81% van de vrouwen startte zwangerschapsbegeleiding  in de eerste lijn en waarbij het eerste consult plaatsvond vóór de 10e week van de zwangerschap

Referentiewaarde

De indicator zou in het ideale geval vrijwel 100% bereiken. Omdat dit niet realistisch lijkt, is hier op pragmatische gronden 95% als referentiewaarde gekozen. De waarde heeft dus geen officiele status

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend laat een stijging zien. Dat is gunstig.

Trend vrouwen dat de zwangerschapsbegeleiding startte in de eerste lijn vóór de 10e week van de zwangerschap

JaarAlle zwangere vrouwen Zwangere vrouwen in achterstandswijken BI ondergrens (zwangeren)BI bovengrens (zwangeren)BI ondergrens (zwangeren achterst.)BI ondergrens (zwangeren achterst.)
200534,928,232,737,224,731,7
200651,347,049,453,343,850,2
200763,956,962,365,554,359,6
200869,963,768,17161,466,0
200973,566,772,174,964,269,3
201075,669,774,376,867,472,0
201178,771,977,579,869,474,4
20128175,979,882,173,778,2

Bron: Perinatale Registratie Nederland (Perined)

  • BI = 95% betrouwheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen dat de zwangerschapsbegeleiding startte in de eerste lijn en waarbij het eerste consult plaatsvond vóór de 10e week van de zwangerschap

Bron

Perinatale Registratie Nederland (Perined)

Berekening

Teller: aantal vrouwen dat de zwangerschapsbegeleiding startte in de eerste lijn en waarbij het eerste consult plaatsvond vóór de 10e week van de zwangerschap.
Noemer: aantal vrouwen dat de zwangerschapsbegeleiding startte in de eerste lijn.

Interpretatie

Om de prenatale zorg, inclusief screening, zo vroeg mogelijk in de zwangerschap te starten, is het aan te bevelen dat het eerste contact van een zwangere vrouw met een verloskundige of verloskundig actieve huisarts bij voorkeur binnen 8 tot 10 weken na de eerste dag van de laatste menstruatie plaatsvindt. Verloskundigen, gemeentelijke overheid en rijksoverheid kunnen bijdragen aan het hebben van een tijdig contact met een verloskundigenpraktijk door gerichte voorlichting te geven die aansluit bij verschillende doelgroepen.
Laagopgeleide vrouwen hebben vaker complicaties tijdens de zwangerschap en bevalling. Juist bij deze vrouwen is de meeste gezondheidswinst te behalen. Het is echter bekend dat gezondheidsgerelateerde informatie deze groep vrouwen slecht bereikt.

Toelichting bij de referentiewaarde

De indicator zou in het ideale geval vrijwel 100% bereiken. Omdat dit niet realistisch lijkt, is hier op pragmatische gronden 95% als referentiewaarde gekozen. De waarde heeft dus geen officiele status 

Jaar

2012

Vrouwen die op enig moment in de zwangerschap hebben gerookt

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 8,9 procent van de zwangere vrouwen rookt tijdens de zwangerschap

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 2,7 procent van de hogeropgeleide zwangere vrouwen rookt tijdens de zwangerschap. Deze groep wordt hier als referentiewaarde genomen

5-jarige trend*

5-jarige trend: Aantal vrouwen dat gedurende de hele zwangerschap  dagelijks rookten neemt toe. Dat is een ongunstige trend

Vrouwen die op enig moment in de zwangerschap hebben gerookt 2016

Laag opgeleidLaag opgeleid BI ondergrensLaag opgeleid BI bovengrensMiddelbaar opgeleidMiddelbaar opgeleid BI ondergrensMiddelbaar opgeleid BI bovengrensHoog opgeleidHoog opgeleid BI ondergrensHoog opgeleid BI bovengrens
21,715,529,613,110,416,62,71,84
  • Uit de Monitor Zwangerschap en middelgebruik zijn nog geen trendgegevens beschikbaar
  • 95% betrouwheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)

Vrouwen die gedurende de hele zwangerschap dagelijks rookten 2001-2015

JaarLaag opgeleidBI ondergrens (laag)BI bovengrens (laag)Middelbaar opgeleidBI ondergrens (middelbaar)BI bovengrens (middelbaar)Hoog opgeleidBI ondergrens (hoog)BI bovengrens (hoog)
200124,321,327,211,910,213,75,446,8
200218,115,620,89,47,511,34,235,5
200318,315,620,89,87,911,64,335,6
200522,116,128108,311,6324
200717,113,520,78,66,910,21,60,82,3
201013,89,318,47,85,6102,41,23,6
201522,114,231,85,53,87,50,90,41,7
  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen dat op enig moment in de zwangerschap heeft gerookt

Bron

Monitor Zwangerschap en Middelengebruik (Trimbos) en Landelijke Peilingen Roken tijdens de Zwangerschap (TNO)

Berekening

Monitor Zwangerschap en Middelengebruik
Teller: aantal vrouwen dat op enig moment in de zwangerschap heeft gerookt.
Noemer: aantal vrouwen (18-46 jaar) dat met een kind tussen de 0 en 4 jaar een consultatiebureau heeft bezocht.

Landelijke Peilingen Roken tijdens de Zwangerschap 
Teller: aantal vrouwen dat gedurende de hele zwangerschap dagelijks rookte. Noemer: aantal vrouwen dat korter dan 7 maanden geleden is bevallen, woonachtig is in Nederland en via de JGZ is uitgenodigd om deel te nemen aan de peiling.

Interpretatie

Hoe lager dit percentage is, des te gunstiger. Roken tijdens de zwangerschap is schadelijk voor de moeder en voor het ongeboren kind. Roken tijdens de zwangerschap draagt bij aan perinatale morbiditeit en sterfte. Het verhoogt de kans op een miskraam, een lager geboortegewicht en/of een te kleine of te vroeg geboren baby. Interventies om zwangere vrouwen te laten stoppen met roken zijn effectief gebleken. Het is vooral van belang in te zetten op stoppen met roken en het voorkómen van terugval na stoppen, bij vrouwen met een lagere opleiding.

Toelichting bij de referentiewaarde

Het gezondheidsadvies is om niet te roken tijdens de zwangerschap. Een reductie tot 0% is voorlopig echter niet realistisch. Daarom is het percentage rokers onder hoger opgeleiden als referentiewaarde genomen. 

Jaar

2016

Ongeplande keizersneden in een laagrisicogroep met een bevalling in de tweede lijn

Indicatorwaarde

restatieindicator: Bij 12,6 op de 100 geboorten van een eerste kind  in de laagrisicogroep zwangere vrouwen wordt een ongeplande keizersnede is uitgevoerd

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

Trend: De 3-jarige trend laat een stijging zien. Dat is ongunstig

Trend ongeplande keizersneden bij vrouwen in de 'NTSV-groep'

JaarTotale groepBI ondergrens (totaal)BI bovengrens (totaal)NTSV-groepBI ondergrens (NTSV)BI bovengrens (NTSV)
200511,911,812,111,210,911,5
20061211,812,211,711,412
20071211,812,211,711,312
200812,312,112,512,111,812,4
200912,512,312,712,412,112,7
201012,612,412,812,512,212,8
201112,312,112,512,412,112,7
201212,212,112,412,612,312,9

Bron: Perinatale Registratie Nederland (Perined)

  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval 
  • NTSV = Nulliparous Term Singleton Vertex - à terme nulliparea met eenling in hoofdligging.
  • De NTSV-groep betreft een laagrisicogroep van vrouwen met een voldragen (>=37 weken) eerste kind in hoofdligging.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

  Toelichting
Volledige naam indicator Percentage ongeplande keizersneden in de 'NTSV-groep' met een bevalling in de tweede lijn.
Bron Perinatale Registratie Nederland (Perined)
Berekening Teller: aantal geboorten van een eerste kind dat plaatsvindt in de tweede lijn in de laagrisicogroep zwangere vrouwen waarbij een ongeplande keizersnede is uitgevoerd.
Noemer: aantal geboorten van een eerste kind dat plaatsvindt in de tweede lijn in de laagrisicogroep zwangere vrouwen.
Interpretatie

Een tweedelijnsbevalling is een bevalling die eindigt in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog.

Een keizersnede is een ingrijpende buikoperatie die risico’s met zich meebrengt. Voordat tot een keizersnede wordt overgegaan, moeten de voordelen en risico’s zorgvuldig worden afgewogen. De WHO adviseert terughoudendheid met betrekking tot keizersneden in het algemeen. Binnen de laagrisicogroep zouden keizersneden uitzondering moeten zijn.

Toelichting bij de referentiewaarde n.v.t.
Jaar 2012

Te vroeg geboren baby's geboren in ziekenhuis zonder neonatale intensive care unit

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 15, 1 op de 100 premature geborenen geboren in het ziekenhuis zonder neonatale intensive care.

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

Trend: De 3-jarige trend laat een daling zien. Dat is gunstig


 

 

  Toelichting
Volledige naam indicator Percentage te vroeg geboren baby's geboren in een ziekenhuis zonder neonatale intensive care unit
Bron Perinatale Registratie Nederland (Perined)
Berekening Teller: aantal premature baby’s (24-32 weken) geboren in een ziekenhuis zonder neonatale intensive care unit.
Noemer: totaal aantal premature baby’s geboren in een ziekenhuis.
Interpretatie Hoe hoger dit percentage, hoe meer kinderen geboren worden in een ziekenhuis zonder neonatale intensive care unit. Indien er sprake is van dreigende vroeggeboorte, tussen 24 en 32 weken, kan de geboorte het beste plaatsvinden in een perinatologisch centrum (NVOG, 2011). Uit onderzoek is gebleken dat wanneer kinderen met deze zwangerschapsduur geboren worden in een perinatologisch centrum, zij betere overlevingskansen hebben (Warner et al., 2004; Rautava et al., 2007). 
Toelichting bij de referentiewaarde n.v.t.
Jaar 2012

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NVOG. Dreigende vroeggeboorte. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie; 2011. Bron
  2. Warner B, M Musial J, Chenier T, Donovan E. The effect of birth hospital type on the outcome of very low birth weight infants. Pediatrics. 2004;113(1 Pt 1):35-41. Pubmed
  3. Rautava L, Lehtonen L, Peltola M, Korvenranta E, Korvenranta H, Linna M, et al. The effect of birth in secondary- or tertiary-level hospitals in Finland on mortality in very preterm infants: a birth-register study. Pediatrics. 2007;119(1):e257-63. Pubmed | DOI

Borstvoeding direct na de geboorte

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 80% van de zuigelingen krijgt direct na de geboorte borstvoeding

Referentiewaarde

Referentie waarde: binnen de categorie hoger opgeleide vrouwen start 90% met borstvoeding, dit is een indicatie dat hogere percentages haalbaar zijn

3-jarige trend

3-jarige trend: Het percentage neemt toe. Dat is gunstig.

Vrouwen die direct na de geboorte borstvoeding geven, 2010

Gedurende de eerste 48 uur
PercentageToelichting
Polen86,6geen informatie over type melk (uitsluitend borstvoeding of ook aanvullend flesvoeding)
Tsjechië85,6uitsluitend borstvoeding
Slovenië83,5uitsluitend borstvoeding
Verenigd Koninkrijk81,0geen informatie over type melk (uitsluitend borstvoeding of ook aanvullend flesvoeding)
Nederland74,5uitsluitend borstvoeding; direct na de geboorte
Spanje 68,1uitsluitend borstvoeding
Portugal65,2uitsluitend borstvoeding; alleen voldragen baby's
Frankrijk60,2uitsluitend borstvoeding
Zwitserland57,6uitsluitend borstvoeding; alleen gezonde voldragen baby's
Ierland45,9uitsluitend borstvoeding

Bron: Euro-Peristat, 2013

Trend vrouwen die direct na de geboorte volledige borstvoeding geven

JaarPercentageBI ondergrensBI bovengrens
200175
200280
200380
2004
200574
2006
2007817883
2008
2009
201075
2011
2012
2013
2014
2015807882

Bron: TNO

  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (ook zichtbaar in de tabel lay-out)
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage bevallen vrouwen dat direct na de geboorte borstvoeding geeft

Bron

Peiling melkvoeding van zuigelingen; Euro-Peristat

Berekening

Teller: aantal vrouwen dat korter dan 7 maanden geleden was bevallen en deelnam aan de peiling en dat na de geboorte is gestart met borstvoeding
Noemer: aantal vrouwen dat korter dan 7 maanden geleden was bevallen en deelnam aan de peiling.

Interpretatie

Hoger is beter.

Toelichting bij de referentiewaarde

Hoe hoger dit percentage is gunstig.
Deze indicator zegt iets over de mate van voorlichting/begeleiding aan de moeder en de samenwerking tussen de verloskundige en kraamhulp. Het geven van borstvoeding heeft belangrijke voordelen voor kind en moeder en wordt daarom ook door de WHO sterk gepromoot. Diverse studies leggen een relatie tussen borstvoeding en een verminderde kans op ziekten bij het kind op de korte en langere termijn. Voor de moeders zijn de voordelen van borstvoeding een verminderde kans op bepaalde ziekten en een snellere gewichtsafname.

Jaar

2015

Foetale sterfte na een zwangerschapsduur van 22 weken

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 4,6

Referentiewaarde (niet beschikbaar)

3-jarige trend

Foetale sterfte na een zwangerschapsduur van 28 weken

Indien mogelijk zonder abortussen
Land2015BI ondergrens 2015BI bovengrens 20152010BI ondergrens 2010BI bovengrens 20102004BI ondergrens 2004 BI bovengrens 2004
Hongarije3,73,34,13,43,13,83,73,44,1
Slowakije3,53,14,13,12,73,61,71,32,0
Ierland3,43,03,93,73,24,14,33,84,8
Letland3,42,74,24,13,35,14,84,05,9
Kroatië3,22,73,8
Estland3,12,34,22,72,03,73,22,44,2
België3,12,83,43,22,83,53,02,63,4
VK: Engeland en Wales3,12,93,23,83,63,9
Frankrijk3,02,93,1
Zweden3,02,73,42,82,53,13,22,83,5
Griekenland3,02,63,33,54,03,64,4
Litouwen2,92,33,53,42,84,13,93,34,7
Tsjechië2,72,43,11,51,31,72,42,12,7
Spanje2,72,62,92,62,52,82,72,62,9
VK: Schotl. en N-Ierl.2,62,43,13,63,24,04,33,94,8
Portugal2,52,22,92,42,12,72,72,43,0
Polen2,52,32,63,02,83,13,83,64,0
Zwitserland2,42,12,72,11,82,5
Duitsland2,42,32,52,32,12,42,62,42,7
Italië2,42,32,62,42,22,53,73,63,9
Oostenrijk2,42,12,82,52,12,82,52,22,9
Slovenië2,41,83,13,32,64,23,52,84,5
Noorwegen2,31,92,72,72,02,72,92,53,4
NEDERLAND2,22,02,42,92,63,14,34,04,6
Finland2,11,72,52,01,62,32,01,72,4
Denemarken2,01,72,42,32,02,73,73,34,2

Bron: Euro-Peristat, 2018

  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out).
  • De cijfers zijn (indien mogelijk) zonder zwangerschapsafbrekingen.
  • Om cijfers internationaal in de tijd te vergelijken, wordt een grens van 28 weken gehanteerd; daardoor vallen de cijfers hoger uit dan nationale cijfers waarbij de grens bij 22 weken wordt geleg.
  • Indien informatie over de zwangerschapsduur ontbrak, zijn geboortes en sterfgevallen meegerekend bij een geboortegewicht boven de 500 gram. Geboorte en sterfte zijn geëxcludeerd bij het ontbreken van zowel zwangerschapsduur als geboortegewicht.
  • Polen, Zweden, Zwitserland: data uit 2014 i.p.v. 2015.

Trend foetale sterfte

Vanaf 22 weken
JaarFoetale sterfte per 1.000 geborenen
20008,1
20018,0
20027,9
20037,3
20047,2
20057,2
20067,0
20076,7
20086,6
20096,0
20105,7
20115,6
20125,5
20135,3
20144,7
20154,8
20164,8
20174,6
  •  Het cijfer voor 2016 is een onderschatting omdat de aanlevering van de sterftecijfers door ziekenhuizen in dat jaar onvolledig was, vanwege de overgang naar een nieuwe ICT-aanlevermethode. Dit is in de aanlevering van de cijfers van 2017 hersteld.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Foetale sterfte

Bron

Perinatale Registratie Nederland (Perined); Euro-Peristat, 2018 (2008 en 2013)

Berekening

Teller: alle baby's die na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer na de geboorte geen teken van leven hebben vertoond.
Noemer: alle dood of levendgeborenen na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer (x 1.000).

Interpretatie

Uitkomstmaten die betrekking hebben op de gezondheid van baby’s in hun eerste levensjaar, en dan met name sterftecijfers, worden vaak gebruikt als maat voor de kwaliteit van perinatale zorg. De voornaamste oorzaken rondom perinatale sterfte zijn aangeboren aandoeningen, (ernstige) vroeggeboorte en foetale groeibeperking. Er zijn ook risicofactoren aan te wijzen zoals de leeftijd van de moeder, meerlingenzwangerschappen, diabetes en roken. De kwaliteit van de zorg tijdens de preconceptie, zwangerschap, geboorte en neonatale periode heeft hier invloed op, en daarmee ook op de mortaliteit en morbiditeit van de baby(Bonsel et al., 2010).

Toelichting bij de referentiewaarde

-

Toelichting bij de internationale vergelijking Voor een betere vergelijkbaarheid tussen landen is de grenswaarde bij een hogere zwangerschapsduur dan 22 weken gelegd. Vaak wordt 28 weken genomen, maar uit onderzoek op basis van cijfers uit 2015 lijkt 24 weken tegenwoordig ook te voldoen (Euro-Peristat Project, 2018).

Jaar

2017

Literatuur Smith et al., 2018; Euro-Peristat Project, 2018

Datum publicatie

12-03-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Bonsel GJ, Birnie E, Denktaş S, Poeran JJ, Steegers EAP. Lijnen in perinatale sterfte. Signalementstudie Zwangerschap en Geboorte 2010. Rotterdam: Erasmus MC ; 2010. Bron
  2. Euro-Peristat Project. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  3. Smith LK, Hindori-Mohangoo AD, Delnord M, Durox M, Szamotulska K, Macfarlane A, et al. Quantifying the burden of stillbirths before 28 weeks of completed gestational age in high-income countries: a population-based study of 19 European countries. Lancet. 2018;392(10158):1639-1646. Pubmed | DOI

Neonatale sterfte na een zwangerschapsduur van 22 weken

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 3

Referentiewaarde (niet beschikbaar)

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

Neonatale sterfte 2004-2015

Na een zwangerschapsduur van 24+ weken
2015Bi ondergrens 2015Bi bovengrens 20152010Bi ondergrens 2010Bi bovengrens 20102004Bi ondergrens 2004Bi bovengrens 2004
Kroatië2,72,23,3
Polen (2014)2,42,32,63,12,93,24,44,24,6
Hongarije2,42,12,7
Letland2,21,72,93,32,64,25,54,66,6
Frankrijk2,12,02,22,12,02,2
Litouwen2,01,62,62,31,82,94,23,65,1
NEDERLAND2,01,82,22,22,02,42,72,53,0
Slowakije1,91,62,31,81,42,12,42,02,8
Zwitserland (2014)1,81,52,11,91,62,2
VK (excl. Schotland)1,71,71,92,01,92,12,62,42,7
België1,61,41,91,91,82,32,32,02,7
Denemarken1,41,11,71,51,21,83,02,63,5
Oostenrijk1,41,11,61,71,42,02,21,92,6
Zweden (2014)1,31,11,51,31,11,51,91,72,2
Estland1,20,82,01,30,82,03,93,05,0
Tsjechië1,21,01,41,61,41,91,91,62,2
Noorwegen1,20,91,51,61,32,01,91,62,3
Finland1,20,91,51,31,01,62,01,62,4
Slovenië0,40,20,81,10,81,72,21,63,1
Portugal1,61,31,82,32,02,6
Spanje: Valencia2,42,02,81,81,52,2

Bron: Euro-Peristat, 2018

  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out).
  • Binnen Euro-Peristat wordt een grens van 24 weken gehanteerd, waardoor cijfers lager uitvallen dan nationale cijfers.
  • België 2004: excl. Wallonië.

 

Trend neonatale sterfte

Na een zwangerschapsduur van 22+ weken
JaarNeonatale sterfte per 1.000 levendgeborenen (PRN)
20004,2
20014,0
20024,0
20033,9
20043,4
20054,0
20063,5
20073,5
20083,1
20093,2
20103,3
20113,3
20123,0
20133,2
20143,1
20153,0
20162,5
20173,0

Bron: Perinatale Registratie Nederland (Perined)

  • Het cijfer voor 2016 is een onderschatting omdat de aanlevering van de sterftecijfers door ziekenhuizen in dat jaar onvolledig was, vanwege de overgang naar een nieuwe ICT-aanlevermethode. Dit is in de aanlevering van de cijfers van 2017 hersteld.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Neonatale sterfte

Bron

Perinatale Registratie Nederland (Perined); Euro-Peristat, 2018 (2008 en 2013)

Berekening

Teller: aantal baby's die na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer tot en met de 28e dag na de geboorte zijn overleden.
Noemer: aantal levendgeborenen na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer (x1.000).

Interpretatie

Uitkomstmaten die betrekking hebben op de gezondheid van baby’s in hun eerste levensjaar, en dan met name sterftecijfers, worden vaak gebruikt als maat voor de kwaliteit van perinatale zorg. De voornaamste oorzaken rondom perinatale sterfte zijn aangeboren aandoeningen, (ernstige) vroeggeboorte en foetale groeibeperking. Er zijn ook risicofactoren aan te wijzen zoals de leeftijd van de moeder, meerlingenzwangerschappen, diabetes en roken. De kwaliteit van de zorg tijdens de preconceptie, zwangerschap, geboorte en neonatale periode heeft hier invloed op, en daarmee ook op de mortaliteit en morbiditeit van de baby (Bonsel et al., 2010). 

Toelichting internationale vergelijking Voor een betere vergelijkbaarheid tussen landen, is hier de grens gelegd bij een zwangerschapsduur van 24 weken. Omdat Euro-Peristat hogere grenswaarden hanteert dan nationaal (22+ weken), vallen de cijfers lager uit dan de nationale cijfers.

Toelichting bij de referentiewaarde

 

Jaar

2017

Literatuur Euro-Peristat, 2018Richardus et al., 1998

Datum publicatie

12-03-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Bonsel GJ, Birnie E, Denktaş S, Poeran JJ, Steegers EAP. Lijnen in perinatale sterfte. Signalementstudie Zwangerschap en Geboorte 2010. Rotterdam: Erasmus MC ; 2010. Bron
  2. Euro-Peristat. EUROPEAN PERINATAL HEALTH REPORT Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015.; 2018. Bron
  3. Richardus JH, Graafmans W, Verloove-Vanhorick SP, Mackenbach JP. The perinatal mortality rate as an indicator of quality of care in international comparisons. Med Care. 1998;36(1):54-66. Pubmed

Vrouwen binnen 45 minuten vervoerd naar ziekenhuis met acute verloskunde

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 99,9%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Iedereen moet binnen 45 minuten naar het dichtsbijzijnde ziekeenhuis met acute verloskunde vervoerd kunnen worden

3-jarige trend

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen in de vruchtbare leeftijd dat met de ambulance binnen 45 minuten naar een afdeling verloskunde vervoerd kan worden.

Bron

RIVM, 2018

Berekening

Teller: Aantal vrouwen in de vruchtbare (15 tot 45 jaar) leeftijd dat binnen 45 minuten per ambulance naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met acute verloskunde vervoerd kan worden. Noemer: totaal aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd (15 tot 45 jaar).

In de bereikbaarheidsanalyse van november 2018 is uitgegaan van 78 locaties ziekenhuizen met acute verloskunde. Adressenlijst locaties 24/7-uurs basis SEH's en locaties acute verloskunde.

Interpretatie

Beleidsregels stellen dat de spreiding van afdelingen acute verloskunde zodanig dient te zijn dat iedere Nederlander binnen 45 minuten na melding van een spoedeisende hulpvraag naar een afdeling verloskunde vervoerd kan worden door een ambulance. 

Toelichting bij de referentiewaarde

Iedereen moet binnen 45 minuten naar een ziekenhuis met afdeling acute verloskunde vervoerd kunnen worden.

Jaar

2018

Literatuur Kommer, 2018

Datum publicatie

14-02-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kommer GJ. Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018. RIVM; 2018. Bron