Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgZorgbehoeften

Aandoeningen opgespoord met de hielprik

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 97,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 100%

Trend

Trend is stabiel

Trend in opgespoorde aandoeningen hielprikscreening

Opsporingspercentage nationale hielprikscreening Excl. HCY
JaarTotaal NHSAGS, CH, PKUSCZCFMetabole ziekten, excl. PKU en HCY
200298,098,0
200399,199,1
2004100,0100,0
2005100,0100,0
200698,998,9
200799,1100,097,6
200897,898,4100,096,1
200999,5100,096,7100,0
201099,098,3100,0100,0
201197,296,9100,085,7100,0
201298,4100,0100,087,0100,0
201394,896,897,280,897,3
201497,399,0100,080,097,7
2015100,0100,0100,0100,0100,0
201697,7100,0100,085,7100,0

NHS= Nationale hielprik screening HCY = homocystinurie
AGS = adrenogenitaal syndroom; CH = congenitale hypothyreoïdie; PKU = phenylketonurie
SCZ = sikkelcelziekte
CF = cystische fibrose (taaislijmziekte)
HCY = homocystinurie

Door onderscheid te maken in (groepen van) aandoeningen die in een bepaald jaar werden toegevoegd aan het programma hielprikscreening, komt naar voren dat de daling van het percentage pasgeborenen met een ernstige zeldzame aandoening dat opgespoord is, te maken heeft met de toevoeging van cystische fibrose aan het programma in 2011. Voor cystische fibrose lijkt het percentage opgespoorde pasgeborenen op een iets lager niveau te liggen dan voor de andere aandoeningen.

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening dat is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’

Bron

TNO

Berekening

Teller: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening die is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’. Noemer: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening (x100).

Interpretatie

Met de hielprik kan een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen worden opgespoord. Hoe vaker deze aandoeningen vroeg worden opgespoord, hoe beter. Zo kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind worden voorkomen of beperkt. De hielprik wordt daarom in de eerste week na de geboorte afgenomen door een medewerker van de thuiszorg, de GGD of de verloskundige.
De hielprikscreening test momenteel op 19 aandoeningen, en wordt over de periode 2018-2022 gefaseerd met 12 aandoeningen uitgebreid.

Toelichting bij de referentiewaarde

Streven is alle pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, op te sporen.

Jaar

2016

Literatuur TNO, 2017

Datum publicatie

26-11-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. TNO. De neonatale hielprikscreening. Monitor 2016. Leiden: TNO; 2017. Bron

Deelname neonatale gehoorscreening

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 99,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 98%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de doelgroep dat deelneemt aan de neonatale gehoorscreening

Bron

TNO, Monitoring neonatale gehoorscreening

Primaire bron RIVM

Berekening

Noemer: Pasgeborenen in Nederland die de neonatale gehoorscreening aangeboden krijgen.
Teller: Alle pasgeborenen die deelnemen aan de eerste screeningsronde van de NGS.

Interpretatie

De neonatale gehoorscreening (NGS) is een landelijk bevolkingsonderzoek dat iedere pasgeborene in Nederland krijgt aangeboden. Het doel van de NGS is om kinderen met een permanent gehoorverlies van minimaal 40 decibel (dB) aan één of beide oren tijdig op te sporen, zodat bij de kinderen met een dubbelzijdig gehoorverlies vóór de leeftijd van een half jaar gestart kan worden met een passende interventie. Daarnaast kan het Audiologisch Centrum adviezen voor de begeleiding geven bij kinderen met gehoorverlies aan één oor. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is binnen het programma een 'signaalwaarde'; wanneer de indicator deze signaalwaarde overschreidt, kan dat wijzen op een afwijking en/of risico.

Jaar

2016

Literatuur

van der Ploeg et al., 2017

Datum publicatie

26-11-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg K, Pot M, Verkerk P. Neonatale gehoorscreening door de Jeugdgezondheidszorg. Monitor over 2016.. Leiden: TNO; 2017. Bron

Vaccinatiegraad D(K)TP 10-jarigen

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

3-jarige trend

Vaccinatiegraad tegen DKT* internationaal 2017

Percentage
Griekenland99
Hongarije99
Luxemburg99
België98
Denemarken98
Letland98
Polen (2016)98
Portugal98
Spanje98
Zweden97
Zwitserland97
Tsjechië (2016)96
Frankrijk96
Noorwegen96
Slowakije96
Duitsland (2016)95
Ierland95
Italië94
NEDERLAND94
Slovenië94
Verenigd Koninkrijk94
Litouwen94
Estland93
Oostenrijk90
Finland89

Bron: OECD Health Statistics, 2018 (Health Care Utilisation: Immunisation)

* DKT: difterie, kinkhoest en tetanus

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage compleet afgeronde series binnen het Rijksvaccinatieprogramma voor het D(K)TP-vaccin (difterie, (kinkhoest), tetanus, polio)

Bron

van Lier et al., 2018OECD Health at a Glance

Berekening

Teller: alle kinderen met een leeftijd van 10 jaar die de volledige D(K)TP-serie hadden ontvangen.
Noemer: alle kinderen met de leeftijd van 10 jaar.

Voor een afgemaakte serie geldt: alle kinderen van 10 jaar die de volledige serie DKTP-vaccinaties hebben ontvangen. Voor basisimmuniteit geldt: alle kinderen van 2 jaar die vier vaccinaties tegen DKTP hebben ontvangen. Sinds 1 september 2006 wordt bij kleuters uitsluitend een combinatievaccin DKTP gegeven en geen apart kinkhoestvaccin. 

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Het collectieve programma is werkzaam op twee niveaus: individuele bescherming en groepsbescherming om zo ook epidemieën te voorkomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De WHO hanteert een norm voor de vaccinatiegraad van minimaal 90% voor de hele bevolking; deze is nodig om groepsbescherming te bereiken.

Jaar

2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier E.A., Geraedts J.L.E., Oomen P.J., Giesbers H., van Vliet J.A., Drijfhout I.H., et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2017. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2018. Bron

Vaccinatiegraad BMR 10-jarigen

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

Referentiewaarde: De WHO hanteert een norm voor de vaccinatiegraad van 95% voor de hele bevolking; deze is nodig om mazelen en rode hond volledig te elimineren

3-jarige trend

Vaccinatiegraad mazelen internationaal 2017

Percentage
Hongarije99
Luxemburg99
Portugal98
Tsjechië97
Denemarken97
Duitsland97
Griekenland97
Spanje97
Zweden97
Oostenrijk96
België96
Letland96
Noorwegen96
Polen (2016)96
Slowakije96
Zwitserland95
Finland94
Litouwen94
Estland93
NEDERLAND93
Slovenië93
Ierland92
Italië92
Verenigd Koninkrijk (2016)92
Frankrijk90
WHO-norm95

OECD Health Statistics, 2018 (Health Care Utilisation: Immunisation)

Voor landen die het eerste vaccin na de leeftijd van 1 jaar geven, is de vaccinatiegraad bepaald als het percentage kinderen jonger dan 2 jaar dat het vaccin heeft gekregen.

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage compleet afgeronde series binnen het Rijksvaccinatieprogramma voor het BMR-vaccin (bof, mazelen, rodehond)

Bron

van Lier et al., 2018OECD Health at a Glance

Berekening

Teller: alle kinderen met een leeftijd van 10 jaar die de volledige BMR-serie hadden ontvangen.
Noemer: alle kinderen met de leeftijd van 10 jaar.

Voor een afgemaakte serie geldt: alle kinderen van 10 jaar die de volledige serie BMR-vaccinaties hebben ontvangen bij 14 maanden en 9 jaar. Voor basisimmuniteit geldt: alle kinderen van 2 jaar die de BMR-vaccinatie bij 14 maanden hebben ontvangen.

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Het collectieve programma is werkzaam op twee niveaus: individuele bescherming en groepsbescherming om zo ook epidemieën te voorkomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De WHO hanteert een norm voor de vaccinatiegraad van 95% voor de hele bevolking; deze is nodig om mazelen en rodehond volledig te elimineren.

Jaar

2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier E.A., Geraedts J.L.E., Oomen P.J., Giesbers H., van Vliet J.A., Drijfhout I.H., et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2017. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2018. Bron

Vaccinatiegraad HPV 14-jarige meisjes

Indicatorwaarde

Referentiewaarde*

3-jarige trend

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage compleet afgeronde series binnen het Rijksvaccinatieprogramma voor het HPV-vaccin (humaan papillomavirus)

Bron

van Lier et al., 2018

Berekening

Teller: alle meisjes met een leeftijd van 14 jaar, die de volledige HPV-serie hadden ontvangen.
Noemer: alle meisjes met de leeftijd van 14 jaar.

Voor een afgemaakte serie geldt: alle meisjes van 14 jaar die de volledige serie HPV-vaccinaties hebben ontvangen (bij 12-13 jaar).

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Het vaccin dat in Nederland wordt gebruikt beschermt tegen twee varianten van HPV die samen ongeveer 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker veroorzaken.

Toelichting bij de referentiewaarde

n.v.t.

Jaar

2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier E.A., Geraedts J.L.E., Oomen P.J., Giesbers H., van Vliet J.A., Drijfhout I.H., et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2017. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2018. Bron

Deelname bevolkingsonderzoek darmkanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 72,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 45%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek darmkanker.

Bron

RIVM

Primaire bronhouder Erasmus MC - NKI/AvL

Berekening

Teller: Aantal personen dat heeft deelgenomen aan de screening (voor de cijfers van 2016 was dit t/m juni 2018); Noemer: Aantal personen dat in een kalenderjaar is uitgenodigd om deel te nemen aan de screening.

Interpretatie

In 2014 is in Nederland het tweejaarlijkse bevolkingsonderzoek naar darmkanker onder 55 t/m 75-jarigen begonnen. Het bevolkingsonderzoek wordt gefaseerd ingevoerd met een geplande uitrol in vijf jaar.
Door deze vroege signalering kan de incidentie van darmkanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen (behandeling van voorstadia en vroege stadia), kan mogelijk sterfte worden voorkomen. De indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

2017

Aantal nieuwe gevallen van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 23 nieuwe gevallen

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Trend in aantal nieuwe gevallen bacteriële meningitis

Door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt
JaarHibMen serogroep CPneu vaccin (PCV10) serotypeTotaal: Hib, meningokokken serogroep C en pneumokokken vaccin typen (PCV10)
199223696
199319070
199410745
19953933
19961537
1997950
19981546
1999659
2000758
20016128148282
20025104158267
20031123145179
20041610170196
2005172135154
200692134145
200795138152
20086699111
2009526572
2010924657
2011314852
2012423541
2013812534
2014511925
2015601420
20161231429
2017831223

Bron: Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis; AMC/RIVM

Men: Meningokokken
Pneu: Pneumokokken
PCV10: 10-valent polysaccharideconjugaatvaccin

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Incidentie van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt

Bron

Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis; AMC/RIVM

Berekening

Aantal nieuwe gevallen van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt in een jaar.

Interpretatie

Bacteriële meningitis is een ernstige infectie van de membranen die de hersenen en ruggenmerg omgeven, met een hoge mortaliteit en morbiditeit, ook als goede behandeling met antibiotica plaatsvindt. Bacteriële meningitis kan door verschillende soorten bacteriën worden veroorzaakt. In het Rijksvaccinatieprogramma zijn vaccins tegen Haemophilus influenza type b (Hib), meningokokken serogroep C en pneumokokken (vanaf 2007 tien serotypen; PCV10) opgenomen, waarmee getracht wordt het optreden van onder andere bacteriële meningitis te voorkomen.
Het jaarlijks aantal gevallen van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt, geeft weer hoe effectief de preventie door middel van het aanbieden van vaccinatie is voor het optreden van deze typen meningitis. Deze indicator laat niet zien wat het effect is op het vóórkomen van andere infectieziekten waartegen het Hib-, meningokokken C- en pneumokokken-vaccin beschermen, zoals sepsis en longontsteking.

Per 1 mei 2018 is een combinatievaccin tegen de meningokokken serogroepen A, C, W en Y opgenomen in het Rijkvaccinatieprogramma, maar in het kerncijfer is het aantal gevallen van meningitis door meningokokken serogroepen A, W en Y nog niet opgenomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2017

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 60,6%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 70%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is ongunstig

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2016

LandPercentageFrequentie leeftijd (om de)Van-tot leeftijd
Zweden82,43/523-49/50-60
Ierland79,73/525-44/45-60
Verenigd Koninkrijk76,5520-60/25-64
Nieuw Zeeland75,7320-69
Noorwegen74,4525-69
Slovenië71,9320-64
Finland69,8530-60 (soms 25-65)
Denemarken64,23/523-50/51-64
Canada61320/21-69
NEDERLAND60,3530-60
Chili 55,9325-64
Australië55,8220-69
Zuid-Korea55,6230-69
België53,7325-64
Tsjechië53,6120-69
Lithouwen50,1325-60
Israël48,4x35-54
Slowakije46323-64
Estland45,9530-55
Italië40,9325-64
Hongarije35,1325-65
Letland25,2325-70

Gegevens voor Chili, Canada en Denemarken betrekking op 2015, voor België op 2012. 

  • Verschillen in frequentie van screening 1, 2, 3 of 5 jaar, soms op jongere leeftijd 3 en later 5 (zie tabel).
  • Verschillen in leeftijd doelgroep: begin varieert van 20 tot 30 jaar, laatste oproep tussen 54 en 69.
  • Alleen Finland heeft exact dezelfde frequentie en oproepleeftijd als Nederland.
  • Israël heeft geen screeningsprogramma, maar wel aanbevelingen.
  • Chili neemt alleen collectief verzekerden mee (73,5% van de bevolking).

Trend deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

JaarPercentage
200466,9
200566,8
200667,5
200767,9
200867,5
200966,3
201065,5
201166,2
201265,2
201366,2
201464,6
201564,4
201660,3
201756,9

Bronnen: Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA)

Het deelnamepercentage in 2016 is gebaseerd op een kortere periode (niet 15, maar 12 maanden) dan in voorgaande jaren, vanwege het vernieuwde bevolkingsonderzoek (1 januari 2017 gestart). Hierdoor ligt het deelnamepercentage in 2016 lager dan in eerdere jaren. Als het deelnamepercentage op dezelfde manier wordt berekend (aantal primaire uitstrijkjes binnen één jaar vanaf 1 januari van het uitnodigingsjaar) dan komen deze percentages in de periode 2012-2016 sterk met elkaar overeen.

Bij het vernieuwde bevolkingsonderzoek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker op basis van primaire hrHPV screening  (sinds 1 januari 2017) wordt vrouwen tevens de mogelijkheid geboden om deel te nemen met behulp van een zelfafnameset.

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.

Bron

Landelijke Evaluatie van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker, LEBA; Erasmus MC (2017); OECD Health Statistics (2016)

Bronhouder primaire bron Erasmus MC. Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA)

Berekening

Teller: aantal vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.
Noemer: aantal vrouwen uit de doelgroep. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen. We laten cijfers van 30-64 jaar zien, omdat 60-jarigen ook nog kunnen besluiten zich een paar jaar later te laten onderzoeken.

Interpretatie

Met het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia van baarmoederhalskanker worden opgespoord. Door deze vroege signalering kan de incidentie van baarmoederhalskanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen (behandeling van voorstadia en vroege stadia), kan mogelijk sterfte worden voorkomen.  De indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Hoe meer vrouwen meedoen, hoe meer nieuwe gevallen en overlijdensgevallen er kunnen worden voorkomen. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is.

Sinds 1 januari 2017 is het vernieuwde bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker ingevoerd. Het primaire uitstrijkje wordt nu eerst getest op aanwezigheid van hoog-risico HPV (hrHPV). Pas als er hrHPV gevonden is, wordt hetzelfde uitstrijkje getest op cytologische afwijkingen.

Bij de internationale vergelijking moet er rekening mee worden gehouden dat er erg veel verschil (in frequentie en leeftijd van de doelgroep) is in de screeningsprogramma's tussen verschillende landen. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De aangegeven referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

2017

Literatuur Erasmus MC & PALGA, 2018

Datum publicatie

12-11-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Erasmus MC, PALGA. Landelijke Monitoring Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker Monitor 2017. Rotterdam: Erasmus MC; 2018. Bron