Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgZorgbehoeften

Aandoeningen opgespoord met de hielprik

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 100%

Trend

Trend is stabiel

Trend in opgespoorde aandoeningen hielprikscreening

PeriodenNHSAGS, CF, CHMetabole ziektenHbP
200298,097,4100,0
200399,199,0100,0
2004100,0100,0100,0
2005100,0100,0100,0
200698,998,8100,0
200799,4100,0100,097,6
200897,498,096,0100,0
200998,9100,098,996,7
201099,098,0100,0100,0
201197,294,5100,0100,0
201298,497,0100,0100,0
201394,892,797,997,2
201496,596,096,796,7
2015100,0100,0100,0100,0
201697,896,3100,0100,0
201798,998,0100,0100,0
2018100,0100,0100,0100,0
  • NHS = Nationale hielprik screening
  • AGS = adrenogenitaal syndroom; CF = cystische fibrose (taaislijmziekte); CH = congenitale hypothyreoïdie; HbP= Hemoglobinopathieën
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening dat is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’

Bron

Monitor en evaluatie van de nationale hielprikscreeniing (TNO)

Berekening

Teller: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening die is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’.
Noemer: aantal pasgeborenen met een vastgestelde zeldzame ernstige aandoening.

Interpretatie

De hielprik wordt gebruikt om een aantal zeldzame erfelijke aanoeningen op te sporen. Door een vroege opsporing kan zeer ernsige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind worden voorkomen of beperkt. De hielprik wordt daarom in de eerste week na de geboorte afgenomen door een medewerken van de thuiszorg, GGD of verloskundige.
Sinds de start van de hielprikscreening wordt het aantal aandoeningen waarop gescreend wordt steeds uitgebreid. Tussen 2011 - 2016 werdt gescreend op 17-18 aandoeningen. In 2017-2018 waren dit er 19 en vanaf 2019 zijn dit er 22. In de periode van 2020 tot en met 2022 komen hier nog eens 9 ziekten bij. 

Toelichting bij de referentiewaarde

Streven is alle pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, op te sporen.

Jaar

2018

Literatuur van der Ploeg et al., 2019; TNO, 2019

Datum publicatie

26-02-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg C.P.B., Wins S., Verkerk P.H. Evaluatie van de neonatale hielprikscreening bij kinderen geboren in 2018. Leiden: TNO; 2019. Bron
  2. TNO. De neonatale hielprikscreening. Monitor 2018. Leiden: TNO; 2019. Bron

Aantal nieuwe gevallen van bacteriële meningitis waartegen gevaccineerd wordt

Indicatorwaarde

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Trend in aantal nieuwe gevallen bacteriële meningitis

Waartegen gevaccineerd wordt
Jaartal Pneumokok PCV10**Meningokok ACWY***HibTotaal*
1992104236
199377190
199450107
19953939
19964415
1997559
19984815
1999686
2000667
20011481376291
20021581115274
20031452811184
20041701316199
2005135317155
200613469149
2007138109157
20089976112
2009654574
2010465960
2011483354
2012358447
2013252835
2014194528
2015141621
201614121238
2017128828
2018817934

*Totaal: Hib, meningokokken serogroep (ACWY) en pneumokokken vaccin 10 serotypen (PCV10)
**PCV10: 10-valent polysaccharideconjugaatvaccin

Jaartal invoering vaccin:
•    Hib: 1993
•    Meningokokken serogroep C: 2002
•    PCV10: 2006
•    Meningokokken serogroepen A, C, W en Y: 2018

*** Voor 1 mei 2018 werd alleen gevaccineerd tegen meningokokken serogroep C, daarna zijn de serogroepen A, W en Y toegevoegd. De grafiek laat de incidenctie van serogroepen A, C, W en Y zien over de gehele meetperiode (1992 - 2018).
 

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Incidentie van bacteriële meningitis waartegen gevaccineerd wordt

Bron

Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis; AMC/RIVM

Berekening

Aantal nieuwe gevallen van bacteriële meningitis waartegen gevaccineerd wordt in een jaar.

Interpretatie

Bacteriële meningitis is een ernstige infectie van de membranen die de hersenen en het ruggenmerg omgeven, met een hoge mortaliteit en morbiditeit, ook als goede behandeling met antibiotica plaatsvindt. Bacteriële meningitis kan door verschillende soorten bacteriën worden veroorzaakt. In het Rijksvaccinatieprogramma zijn vaccins tegen Haemophilus influenza type b (Hib), pneumokokken (vanaf 2007 tien serotypen; PVC10) en meningokokken (vanaf 2002 één serogroep (C) en op 1 mei 2018 uitgebreid naar vier serogroepen (ACWY)) opgenomen. Deze vaccins trachten het ontstaan van onder andere bacteriële meningitis te voorkomen.

Deze indicator geeft inzicht in de effectiviteit van preventie van bacteriële meningitis door middel van vaccinaties. Deze indicator laat niet zien wat het effect is op het vóórkomen van andere infectieziekten waartegen het Hib-, meningokokken A, C, W en Y- en pneumokokken-vaccin beschermen, zoals sepsis en longontsteking.

Per 1 mei 2018 is het meningokokken serogroep C - vaccin aangevuld met de serogroepen A, W en Y, in het Rijksvaccinatieprogramma. Doordat de indicator nu ook deze toegevoegde serogroepen bevat, valt de indicatorwaarde in 2018 hoger uit dan in 2017. Over een langere periode (vanaf 2013) is de indicatorwaarde vrij stabiel.  

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2018

Literatuur AMC & RIVM, 2017

Datum publicatie

07-11-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. AMC, RIVM. Bacterial meningitis in the Netherlands 2016. Amsterdam/Bilthoven: AMC/RIVM; 2017. Bron

Deelname neonatale gehoorscreening

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de doelgroep dat deelneemt aan de neonatale gehoorscreening

Bron

Monitoring neonatale gehoorscreening (TNO/RIVM)

Berekening

Noemer: Pasgeborenen in Nederland die de neonatale gehoorscreening aangeboden krijgen.
Teller: Alle pasgeborenen die deelnemen aan de eerste screeningsronde van de NGS.

Interpretatie

De neonatale gehoorscreening (NGS) is een landelijk bevolkingsonderzoek dat iedere pasgeborene in Nederland krijgt aangeboden. Het doel van de NGS is om kinderen met een permanent gehoorverlies van minimaal 40 decibel (dB) aan één of beide oren tijdig op te sporen, zodat bij de kinderen met een dubbelzijdig gehoorverlies vóór de leeftijd van een half jaar gestart kan worden met een passende interventie. Daarnaast kan het Audiologisch Centrum adviezen voor de begeleiding geven bij kinderen met gehoorverlies aan één oor. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is binnen het programma een 'signaalwaarde'; wanneer de indicator deze signaalwaarde overschreidt, kan dat wijzen op een afwijking en/of risico.

Jaar

2018

Literatuur

van der Ploeg et al., 2019

Datum publicatie

21-01-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg K., Wins S., Verkerk P. Monitor over 2018 - Neonatale gehoorscreening door de jeugdgezondheidszorg. Leiden: TNO; 2019. GoogleScholar

Vaccinatiegraad D(K)TP

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

3-jarige trend

Vaccinatiegraad 1-jarigen voor DTP 2018

LandPercentage
Finland (2017)99
Griekenland99
Hongarije99
Japan99
Portugal99
België98
Israël (2017)98
Zuid-Korea98
Denemarken97
Slowakije97
Zweden (2017)97
Zwitserland (2017)97
Tsjechië (2017)96
Frankrijk (2017)96
Letland96
Noorwegen96
Australië95
Chili95
Duitsland (2017)95
Ierland95
Italië95
Polen 95
Verenigd Koninkrijk94
Verenigde Staten 94
NEDERLAND93
Nieuw-Zeeland93
Slovenië93
Spanje93
Estland92
Litouwen92
Canada91
Oostenrijk82
WHO-norm90

Bron: OECD Health Statistics, 2019 (Health Care Utilisation: Immunisation)

  • DTP: difterie, tetanus, polio.
  • Percentage kinderen < 1 jaar die 3 doses DTP vaccin hebben gekregen in 2018.
  • Leeftijd van volledige immunisatie kan verschillen tussen landen.

Trend vaccinatiegraad voor D(K)TP

JaarBasisimmuniteitVolledig afgesloten
200694,393,0
200794,092,5
200894,592,6
200995,293,5
201095,093,4
201195,492,2
201295,493,0
201395,593,1
201495,492,7
201594,892,7
201694,292,0
201793,590,8
201892,690,0
201992,489,5
  • D(K)TP = difterie, (kinkhoest), tetanus en polio
  • Hoewel de landelijke vaccinatiegraad bij schoolkinderen op 10-jarige leeftijd in 2019 ongeveer een half procent lager is dan in 2018, is de vaccinatiegraad op 11-jarige leeftijd in 2019 nagenoeg gelijk aan de vaccinatiegraad in 2018. Tussen 2018 en 2019 is er dus geen sprake van een daadwerkelijke daling, maar meer van een toename van de spreiding in de tijd; er worden ook nog vaccinaties op wat oudere leeftijd uitgevoerd.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

(a) Percentage zuigelingen (2 jaar) dat de basisimmuniteit voor DKTP heeft bereikt en (b) percentage schoolkinderen (10 jaar) dat het vaccinatieschema voor DTP volledig heeft afgesloten. DKTP = difterie, kinkhoest, tetanus, polio. Vaccins tegen deze ziekten zijn opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Het vaccin tegen kinkhoest is tot 4 jaar opgenomen in de vaccinatie, schoolkinderen krijgen alleen DTP-vaccinatie.

Bron

RIVM-DVP, nationale vaccinatieregister PraeventisOECD Health Statistics

Berekening

Teller: (a) alle kinderen met een leeftijd van 2 jaar die de basisimmuniteit voor DKTP hebben bereikt en (b) alle kinderen met een leeftijd van 10 jaar die het vaccinatieschema voor DKP volledig hebben afgesloten.
Noemer: (a) alle kinderen met de leeftijd van 2 jaar en (b) alle kinderen met de leeftijd van 10 jaar.

Voor basisimmuniteit geldt: alle kinderen van 2 jaar die vier vaccinaties tegen DKTP hebben ontvangen. Voor een volledig afgesloten serie geldt: alle kinderen van 10 jaar die de volledige serie DKTP-vaccinaties hebben ontvangen. Sinds 1 september 2006 wordt bij kleuters uitsluitend een combinatievaccin DKTP gegeven en geen apart kinkhoestvaccin. 

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Het collectieve programma is werkzaam op twee niveaus: individuele bescherming en groepsbescherming om zo ook epidemieën te voorkomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De WHO hanteert een norm voor de vaccinatiegraad van minimaal 90% voor de hele bevolking; deze is nodig om groepsbescherming te bereiken.

Jaar

2019

Literatuur van Lier et al., 2019World Health Organization, 2013

Datum publicatie

06-09-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier EA, Oomen PJ, Giesbers H, van Vliet JA, Drijfhout IH, Zonnenberg-Hoff IF, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2019. Bron
  2. World Health Organization. Global Vaccine Action Plan 2011-2020. Geneve: World Health Organization; 2013. Bron

Vaccinatiegraad BMR

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

3-jarige trend

Vaccinatiegraad 1-jarigen voor mazelen 2018

LandPercentage
Hongarije99
Portugal99
Israël (2017)98
Zuid-Korea98
Letland98
Duitsland (2017)97
Griekenland97
Japan97
Spanje97
Zweden97
België96
Tsjechië96
Finland96
Noorwegen96
Slowakije96
Australië (2017)95
Oostenrijk95
Denemarken95
Zwitserland (2017)95
Chili93
Italië93
NEDERLAND93
Polen93
Slovenië93
Ierland92
Litouwen92
Nieuw-Zeeland92
Verenigd Koninkrijk92
Verenigde Staten 92
Canada90
Frankrijk (2017)90
Estland87
WHO-norm95

Bron: OECD Health Statistics, 2019 (Health Care Utilisation: Immunisation)

  • Percentage kinderen < 1 jaar die tenminste 1 dosis mazelen vaccin hebben ontvangen.
  • Leeftijd van volledige immunisatie kan verschillen tussen landen.

Trend vaccinatiegraad voor BMR

JaarBasisimmuniteitVolledig afgesloten
200695,492,9
200795,992,5
20089692,5
200996,293
201096,293,1
201195,992,1
201295,992,6
201396,192,9
20149692,4
201595,592,7
201694,892
201793,890,9
201892,990,1
201992,989,5
  • BMR = bof, mazelen en rodehond.
  • Hoewel de landelijke vaccinatiegraad bij schoolkinderen op 10-jarige leeftijd in 2019 ongeveer een half procent lager is dan in 2018, is de vaccinatiegraad op 11-jarige leeftijd in 2019 nagenoeg gelijk aan de vaccinatiegraad in 2018. Tussen 2018 en 2019 is er dus geen sprake van een daadwerkelijke daling, maar meer van een toename van de spreiding in de tijd; er worden ook nog vaccinaties op wat oudere leeftijd uitgevoerd.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

(a) percentage zuigelingen (2 jaar) dat de basisimmuniteit voor BMR heeft bereikt en (b) percentage schoolkinderen (10 jaar) dat het vaccinatieschema voor BMR volledig heeft afgesloten. BMR = bof, mazelen, rodehond. Vaccins tegen deze ziekten zijn opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.

Bron

RIVM-DVP, nationale vaccinatieregister PraeventisOECD Health Statistics

Berekening

Teller: (a) alle kinderen met een leeftijd van 2 jaar die de basisimmuniteit voor BMR hebben bereikt en (b) alle kinderen met een leeftijd van 10 jaar die het vaccinatieschema voor BMR volledig hebben afgesloten.

Noemer: (a) alle kinderen met de leeftijd van 2 jaar en (b) alle kinderen met de leeftijd van 10 jaar.

Voor basisimmuniteit geldt: alle kinderen van 2 jaar die de BMR-vaccinatie bij 14 maanden hebben ontvangen. Voor een volledig afgesloten serie geldt: alle kinderen van 10 jaar die de volledige serie BMR-vaccinaties hebben ontvangen bij 14 maanden en 9 jaar. 

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Het collectieve programma is werkzaam op twee niveaus: individuele bescherming en groepsbescherming om zo ook epidemieën te voorkomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De WHO hanteert een norm voor de vaccinatiegraad van 95% voor de hele bevolking; deze is nodig om mazelen en rodehond volledig te elimineren.

Jaar

2019

Literatuur van Lier et al., 2019WHO, 2013

Datum publicatie

06-09-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier EA, Oomen PJ, Giesbers H, van Vliet JA, Drijfhout IH, Zonnenberg-Hoff IF, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2019. Bron
  2. WHO. Global measles and rubella strategic plan: 2012-2020. Geneva: World Health Organization; 2013. Bron

Vaccinatiegraad HPV 14-jarige meisjes

Indicatorwaarde

Referentiewaarde*

3-jarige trend

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage compleet afgeronde series binnen het Rijksvaccinatieprogramma voor het HPV-vaccin (humaan papillomavirus)

Bron

RIVM-DVP, nationale vaccinatieregister Praeventis

Berekening

Teller: alle meisjes met een leeftijd van 14 jaar, die de volledige HPV-serie hadden ontvangen.
Noemer: alle meisjes met de leeftijd van 14 jaar.

Voor een afgemaakte serie geldt: alle meisjes van 14 jaar die de volledige serie HPV-vaccinaties hebben ontvangen (bij 12-13 jaar).

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Het vaccin dat in Nederland wordt gebruikt beschermt tegen twee varianten van HPV die samen ongeveer 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker veroorzaken.

Toelichting bij de referentiewaarde

n.v.t.

Jaar

2019

Literatuur van Lier et al., 2019 

Datum publicatie

24-06-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier EA, Oomen PJ, Giesbers H, van Vliet JA, Drijfhout IH, Zonnenberg-Hoff IF, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2019. Bron

Deelname bevolkingsonderzoek darmkanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 72,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 45%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel
Deze cijfers zijn ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek darmkanker.

Bron

Monitor bevolkingsonderzoek darmkanker 2018 (IKNL)

Overige bronnen

Facilitaire Samenwerking Bevolkingsonderzoeken, ingesteld door vijf afzonderlijke screeningsorganisaties; ScreenIT

Berekening

Teller: Aantal personen dat heeft deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek darmkanker. 
Noemer: Totaal aantal verstuurde uitnodigingen voor deelname aan het bevolkingsonderzoek darmkanker (totaal aantal personen in de doelgroep).

Interpretatie

Sinds 2014 worden personen van 55 t/m 75 jaar één keer in de twee jaar uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek darmkanker. Tijdens dit bevolkingsonderzoek wordt gescreend op colorectale kanker. Onder colorectale kanker wordt verstaan zowel kanker van de dikkedarm (karteldarm) en kanker van de endeldarm.

Met het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia van darmkanker worden opgespoord. Door deze vroege signalering kan de incidentie van darmkanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen (door het behandelen van voorstadia en vroege stadia), kan mogelijke sterfte worden voorkomen. Deze indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek), en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

2018

Literatuur

Ponti et al., 2017

Meer informatie

Dikkedarmkanker op VZinfo.nl

Datum publicatie

17-03-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Ponti A., Anttila A., Ronco G., Senore C. Against cancer - cancer screening in the European Union. Lyon: International Agency for Research on Cancer; 2017. Bron

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Indicatorwaarde (2018)

Referentiewaarde

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is ongunstig

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2017

Land Deelname percentage
Zweden82,9
Ierland80,2
Verenigd Koninkrijk75,4
Nieuw-Zeeland74,7
Slovenië72
Finland70,5
Noorwegen70
Denemarken (2016)63,5
Canada (2015)61
Zuid-Korea57,1
NEDERLAND56,9
Chili (2016)56,5
Australië (2016)55,4
Tsjechië53,1
Litouwen50,9
Estland50,7
Slowakije46,2
Italië40,5
Letland39
Hongarije34,2
  • De frequentie van screening varieert per land deze is; 1, 2, 3 of 5 jaar
  • De leeftijd van de doelgroep varieert per land: begin varieert van 20 - 30 jaar, laatste oproep van 54 - 70 jaar
  • Alleen Finland heeft dezelfde frequentie en oproepleeftijd als Nederland
  • Chili telde in de berekening alleen collectief verzekerden mee (73,5% van de bevolking)

Trend deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

JaarPercentage
200466,9
200566,8
200667,5
200767,9
200867,5
200966,3
201065,5
201166,2
201265,2
201366,2
201464,6
201564,4
201660,3
201757,0
201857,6
  • De percentages in de periode 2016 - 2018 zijn niet geheel vergelijkbaar met elkaar vanwege invoering van het vernieuwde bevolkingsonderzoek (2017), wijzigingen van bronnen (2017) en in gebruik name van een nieuw datawarehouse (2018)
  • Door de invoering van het vernieuwde bevolkingsonderzoek in 2017 is het deelnamepercentage van 2016 en gedeeltelijk 2017 gebaseerd op een kortere periode (12 i.p.v. 15 maanden). 
  • Bij het vernieuwde bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker op basis van primaire hrHPV screening  (sinds 1 januari 2017) wordt vrouwen tevens de mogelijkheid geboden om deel te nemen met behulp van een zelfafnameset.
Dit cijfer is ook onderdeel van  
 

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.

Bron

Monitor Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker 2018 (IKNL); OECD

Overige bronnen Facilitaire Samenwerking Bevolkingsonderzoeken, ingesteld door de vijf afzonderlijke screeningsorganisaties; ScreenIT

Berekening

Teller: aantal vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.
Noemer: aantal vrouwen uit de doelgroep. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen. We laten cijfers van 30-64 jaar zien, omdat 60-jarigen ook nog kunnen besluiten zich een paar jaar later te laten onderzoeken.

Interpretatie

Met het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia van baarmoederhalskanker worden opgespoord. Door deze vroege signalering kan de incidentie van baarmoederhalskanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen (behandeling van voorstadia en vroege stadia), kan mogelijk sterfte worden voorkomen.  De indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Hoe meer vrouwen meedoen, hoe meer nieuwe gevallen en overlijdensgevallen er kunnen worden voorkomen. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is.

Sinds 1 januari 2017 is het vernieuwde bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker ingevoerd. Het primaire uitstrijkje wordt nu eerst getest op aanwezigheid van hoog-risico HPV (hrHPV). Pas als er hrHPV gevonden is, wordt hetzelfde uitstrijkje getest op cytologische afwijkingen.

Bij de internationale vergelijking moet er rekening mee worden gehouden dat er grote verschillen zijn in de screeningsprogramma's tussen landen (in o.a. frequentie en leeftijd van de doelgroep). De internationale vergelijking moet daarom met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. De Nederlandse doelgroep zijn vrouwen tussen de 30 en 60 jaar. De internationale doelgroep gaat uit van vrouwen tussen de 20 en 69 jaar, hierdoor wijkt het Nederlandse kerncijfer iets af van het internationale cijfer. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De aangegeven referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

2018

Literatuur IKNL, 2019; Ponti et al., 2017
Meer informatie Baarmoederhalskanker op VZinfo.nl

Datum publicatie

17-03-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IKNL. Monitor bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2018. Utrecht: Integraal Kankercentrum Nederland; 2019. Bron
  2. Ponti A., Anttila A., Ronco G., Senore C. Against cancer - cancer screening in the European Union. Lyon: International Agency for Research on Cancer; 2017. Bron

Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker

Indicatorwaarde (2018)

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 70%

3-jarige trend (2016 - 2018)

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is ongunstig

Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker 2018

LandPercentage
Denemarken (2016) 82,1
Finland (2017)²81,9
NEDERLAND77
Noorwegen (2017)75,5
Slovenië (2017)74,3
Ierland (2017)²73,8
Nieuw-Zeeland 72
Israël (2017)¹71
Zuid-Korea (2017)68,8
Tsjechië (2017)62
Italië (2017)59,3
Estland (2017)¹ ²55,9
Australië (2016) 55,1
Duitsland (2016) 51
Frankrijk (2017)49,7
Litouwen (2017)48,3
Letland 42,1
Hongarije (2017)41,1
Chili (2016)¹37,5
Slowakije (2017)¹ 30,7

Bron: OECD Health Statistics; IKNL
1 Leeftijd van de doelgroep wijkt af van OECD noemer (50 - 69 jaar)
2 De frequentie van screening wijkt af van OECD definitie (éénmaal per twee jaar) 
Door een verschil in de noemer (leeftijd van de doelgroep) wijkt het internationale cijfer voor Nederland af van het trendcijfer.

 

Deze cijfers zijn ook onderdeel van

 
 

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker

Bron

Monitor Bevolkingsonderzoek Borstkanker 2018 (IKNL); OECD

Overige bronnen Facilitaire Samenwerking Bevolkingsonderzoeken, ingesteld door de vijf afzonderlijke screeningsorganisaties: ScreenIT

Berekening

Teller: vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker 
Noemer trend: aantal vrouwen uit de doelgroep (50 - 75 jarige vrouwen) 
Noemer internationaal: aantal vrouwen uit de doelgroep (50 - 69 jarige vrouwen)

Interpretatie

Met het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia van borstkanker worden opgespoord. Door vroege signalering kan de incidentie van borstkanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen kan mogelijk sterfte worden voorkomen. Deze indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

2018

Literatuur

IKNL, 2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IKNL. Monitor bevolkingsonderzoek borstkanker 2017/2018. Utrecht: Integraal Kankercentrum Nederland; 2019. Bron