Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgZorgbehoeften

Aandoeningen opgespoord met de hielprik

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 98,8%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 100%

Trend

Trend is stabiel

Trend in opgespoorde aandoeningen hielprikscreening

PeriodenNHSAGS, CF, CHMetabole ziektenHbP
200298,097,4100,0
200399,199,0100,0
2004100,0100,0100,0
2005100,0100,0100,0
200698,998,8100,0
200799,4100,0100,097,6
200897,498,096,0100,0
200998,9100,098,996,7
201099,098,0100,0100,0
201197,294,5100,0100,0
201298,497,0100,0100,0
201394,892,797,997,2
201496,596,096,796,7
2015100,0100,0100,0100,0
201697,896,3100,0100,0
201798,998,0100,0100,0
  • NHS= Nationale hielprik screening
  • AGS = adrenogenitaal syndroom; CF = cystische fibrose (taaislijmziekte); CH = congenitale hypothyreoïdie; HbP= Hemoglobinopathieën 
     

Voor cystische fibrose (toegevoegd aan het programma in 2011) lijkt het percentage opgespoorde pasgeborenen op een iets lager niveau te liggen dan voor de andere aandoeningen.

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening dat is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’

Bron

Monitor en evaluatie van de nationale hielprikscreeniing (TNO)

Berekening

Teller: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening die is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’. Noemer: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening (x100).

Interpretatie

Met de hielprik kan een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen worden opgespoord. Hoe vaker deze aandoeningen vroeg worden opgespoord, hoe beter. Zo kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind worden voorkomen of beperkt. De hielprik wordt daarom in de eerste week na de geboorte afgenomen door een medewerker van de thuiszorg, de GGD of de verloskundige.

Over de jaren is het aantal aandoeningen waarop gescreend wordt uitgebreid: de metabole ziekten bestonden vóór 2007 alleen uit phenylketonurie (PKU), tussen 2007-2010 waren dit in totaal 14 aandoeningen en vanaf 2011 in totaal 13 aandoeningen. Vóór 2017 was sikkelcelziekte (SCZ) de enige hemoglobinopathie, vanaf 2017 zijn ook hemoglobine H (HbH) ziekte en bèta-thalassemie major (bTM) toegevoegd. De hielprikscreening test momenteel op 19 aandoeningen, en wordt over de periode 2018-2022 gefaseerd met 12 aandoeningen uitgebreid.

Toelichting bij de referentiewaarde

Streven is alle pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, op te sporen.

Jaar

2017

Literatuur TNO, 2017

Datum publicatie

18-01-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. TNO. De neonatale hielprikscreening. Monitor 2016. Leiden: TNO; 2017. Bron

Deelname neonatale gehoorscreening

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 99,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 98%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de doelgroep dat deelneemt aan de neonatale gehoorscreening

Bron

TNO, Monitoring neonatale gehoorscreening

Primaire bron RIVM

Berekening

Noemer: Pasgeborenen in Nederland die de neonatale gehoorscreening aangeboden krijgen.
Teller: Alle pasgeborenen die deelnemen aan de eerste screeningsronde van de NGS.

Interpretatie

De neonatale gehoorscreening (NGS) is een landelijk bevolkingsonderzoek dat iedere pasgeborene in Nederland krijgt aangeboden. Het doel van de NGS is om kinderen met een permanent gehoorverlies van minimaal 40 decibel (dB) aan één of beide oren tijdig op te sporen, zodat bij de kinderen met een dubbelzijdig gehoorverlies vóór de leeftijd van een half jaar gestart kan worden met een passende interventie. Daarnaast kan het Audiologisch Centrum adviezen voor de begeleiding geven bij kinderen met gehoorverlies aan één oor. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is binnen het programma een 'signaalwaarde'; wanneer de indicator deze signaalwaarde overschreidt, kan dat wijzen op een afwijking en/of risico.

Jaar

2016

Literatuur

van der Ploeg et al., 2017

Datum publicatie

26-11-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg K, Pot M, Verkerk P. Neonatale gehoorscreening door de Jeugdgezondheidszorg. Monitor over 2016. Leiden: TNO; 2017. Bron

Vaccinatiegraad D(K)TP

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

3-jarige trend

Vaccinatiegraad 1-jarigen voor DTP 2018

LandPercentage
Finland (2017)99
Griekenland99
Hongarije99
Japan99
Portugal99
België98
Israël (2017)98
Zuid-Korea98
Denemarken97
Slowakije97
Zweden (2017)97
Zwitserland (2017)97
Tsjechië (2017)96
Frankrijk (2017)96
Letland96
Noorwegen96
Australië95
Chili95
Duitsland (2017)95
Ierland95
Italië95
Polen 95
Verenigd Koninkrijk94
Verenigde Staten 94
NEDERLAND93
Nieuw-Zeeland93
Slovenië93
Spanje93
Estland92
Litouwen92
Canada91
Oostenrijk82
WHO-norm90

Bron: OECD Health Statistics, 2019 (Health Care Utilisation: Immunisation)

  • DTP: difterie, tetanus, polio.
  • Percentage kinderen < 1 jaar die 3 doses DTP vaccin hebben gekregen in 2018.
  • Leeftijd van volledige immunisatie kan verschillen tussen landen.

Trend vaccinatiegraad voor D(K)TP

JaarBasisimmuniteitVolledig afgesloten
200694,393,0
200794,092,5
200894,592,6
200995,293,5
201095,093,4
201195,492,2
201295,493,0
201395,593,1
201495,492,7
201594,892,7
201694,292,0
201793,590,8
201892,690,0
201992,489,5
  • D(K)TP = difterie, (kinkhoest), tetanus en polio
  • Hoewel de landelijke vaccinatiegraad bij schoolkinderen op 10-jarige leeftijd in 2019 ongeveer een half procent lager is dan in 2018, is de vaccinatiegraad op 11-jarige leeftijd in 2019 nagenoeg gelijk aan de vaccinatiegraad in 2018. Tussen 2018 en 2019 is er dus geen sprake van een daadwerkelijke daling, maar meer van een toename van de spreiding in de tijd; er worden ook nog vaccinaties op wat oudere leeftijd uitgevoerd.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

(a) Percentage zuigelingen (2 jaar) dat de basisimmuniteit voor DKTP heeft bereikt en (b) percentage schoolkinderen (10 jaar) dat het vaccinatieschema voor DTP volledig heeft afgesloten. DKTP = difterie, kinkhoest, tetanus, polio. Vaccins tegen deze ziekten zijn opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Het vaccin tegen kinkhoest is tot 4 jaar opgenomen in de vaccinatie, schoolkinderen krijgen alleen DTP-vaccinatie.

Bron

RIVM-DVP, nationale vaccinatieregister PraeventisOECD Health Statistics

Berekening

Teller: (a) alle kinderen met een leeftijd van 2 jaar die de basisimmuniteit voor DKTP hebben bereikt en (b) alle kinderen met een leeftijd van 10 jaar die het vaccinatieschema voor DKP volledig hebben afgesloten.
Noemer: (a) alle kinderen met de leeftijd van 2 jaar en (b) alle kinderen met de leeftijd van 10 jaar.

Voor basisimmuniteit geldt: alle kinderen van 2 jaar die vier vaccinaties tegen DKTP hebben ontvangen. Voor een volledig afgesloten serie geldt: alle kinderen van 10 jaar die de volledige serie DKTP-vaccinaties hebben ontvangen. Sinds 1 september 2006 wordt bij kleuters uitsluitend een combinatievaccin DKTP gegeven en geen apart kinkhoestvaccin. 

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Het collectieve programma is werkzaam op twee niveaus: individuele bescherming en groepsbescherming om zo ook epidemieën te voorkomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De WHO hanteert een norm voor de vaccinatiegraad van minimaal 90% voor de hele bevolking; deze is nodig om groepsbescherming te bereiken.

Jaar

2019

Literatuur van Lier et al., 2019World Health Organization, 2013

Datum publicatie

06-09-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier EA, Oomen PJ, Giesbers H, van Vliet JA, Drijfhout IH, Zonnenberg-Hoff IF, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2019. Bron
  2. World Health Organization. Global Vaccine Action Plan 2011-2020. Geneve: World Health Organization; 2013. Bron

Vaccinatiegraad BMR

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

3-jarige trend

Vaccinatiegraad 1-jarigen voor mazelen 2018

LandPercentage
Hongarije99
Portugal99
Israël (2017)98
Zuid-Korea98
Letland98
Duitsland (2017)97
Griekenland97
Japan97
Spanje97
Zweden97
België96
Tsjechië96
Finland96
Noorwegen96
Slowakije96
Australië (2017)95
Oostenrijk95
Denemarken95
Zwitserland (2017)95
Chili93
Italië93
NEDERLAND93
Polen93
Slovenië93
Ierland92
Litouwen92
Nieuw-Zeeland92
Verenigd Koninkrijk92
Verenigde Staten 92
Canada90
Frankrijk (2017)90
Estland87
WHO-norm95

Bron: OECD Health Statistics, 2019 (Health Care Utilisation: Immunisation)

  • Percentage kinderen < 1 jaar die tenminste 1 dosis mazelen vaccin hebben ontvangen.
  • Leeftijd van volledige immunisatie kan verschillen tussen landen.

Trend vaccinatiegraad voor BMR

JaarBasisimmuniteitVolledig afgesloten
200695,492,9
200795,992,5
20089692,5
200996,293
201096,293,1
201195,992,1
201295,992,6
201396,192,9
20149692,4
201595,592,7
201694,892
201793,890,9
201892,990,1
201992,989,5
  • BMR = bof, mazelen en rodehond.
  • Hoewel de landelijke vaccinatiegraad bij schoolkinderen op 10-jarige leeftijd in 2019 ongeveer een half procent lager is dan in 2018, is de vaccinatiegraad op 11-jarige leeftijd in 2019 nagenoeg gelijk aan de vaccinatiegraad in 2018. Tussen 2018 en 2019 is er dus geen sprake van een daadwerkelijke daling, maar meer van een toename van de spreiding in de tijd; er worden ook nog vaccinaties op wat oudere leeftijd uitgevoerd.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

(a) percentage zuigelingen (2 jaar) dat de basisimmuniteit voor BMR heeft bereikt en (b) percentage schoolkinderen (10 jaar) dat het vaccinatieschema voor BMR volledig heeft afgesloten. BMR = bof, mazelen, rodehond. Vaccins tegen deze ziekten zijn opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.

Bron

RIVM-DVP, nationale vaccinatieregister PraeventisOECD Health Statistics

Berekening

Teller: (a) alle kinderen met een leeftijd van 2 jaar die de basisimmuniteit voor BMR hebben bereikt en (b) alle kinderen met een leeftijd van 10 jaar die het vaccinatieschema voor BMR volledig hebben afgesloten.

Noemer: (a) alle kinderen met de leeftijd van 2 jaar en (b) alle kinderen met de leeftijd van 10 jaar.

Voor basisimmuniteit geldt: alle kinderen van 2 jaar die de BMR-vaccinatie bij 14 maanden hebben ontvangen. Voor een volledig afgesloten serie geldt: alle kinderen van 10 jaar die de volledige serie BMR-vaccinaties hebben ontvangen bij 14 maanden en 9 jaar. 

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Het collectieve programma is werkzaam op twee niveaus: individuele bescherming en groepsbescherming om zo ook epidemieën te voorkomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De WHO hanteert een norm voor de vaccinatiegraad van 95% voor de hele bevolking; deze is nodig om mazelen en rodehond volledig te elimineren.

Jaar

2019

Literatuur van Lier et al., 2019WHO, 2013

Datum publicatie

06-09-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier EA, Oomen PJ, Giesbers H, van Vliet JA, Drijfhout IH, Zonnenberg-Hoff IF, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2019. Bron
  2. WHO. Global measles and rubella strategic plan: 2012-2020. Geneva: World Health Organization; 2013. Bron

Vaccinatiegraad HPV 14-jarige meisjes

Indicatorwaarde

Referentiewaarde*

3-jarige trend

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage compleet afgeronde series binnen het Rijksvaccinatieprogramma voor het HPV-vaccin (humaan papillomavirus)

Bron

RIVM-DVP, nationale vaccinatieregister Praeventis

Berekening

Teller: alle meisjes met een leeftijd van 14 jaar, die de volledige HPV-serie hadden ontvangen.
Noemer: alle meisjes met de leeftijd van 14 jaar.

Voor een afgemaakte serie geldt: alle meisjes van 14 jaar die de volledige serie HPV-vaccinaties hebben ontvangen (bij 12-13 jaar).

Interpretatie

De hoofddoelstelling van het Rijksvaccinatieprogramma is het voorkómen van ziekte en sterfte, door middel van vaccinaties. Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Het vaccin dat in Nederland wordt gebruikt beschermt tegen twee varianten van HPV die samen ongeveer 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker veroorzaken.

Toelichting bij de referentiewaarde

n.v.t.

Jaar

2019

Literatuur van Lier et al., 2019 

Datum publicatie

24-06-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier EA, Oomen PJ, Giesbers H, van Vliet JA, Drijfhout IH, Zonnenberg-Hoff IF, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2019. Bron

Deelname bevolkingsonderzoek darmkanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 72,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 45%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek darmkanker.

Bron

RIVM

Primaire bronhouder Erasmus MC - NKI/AvL

Berekening

Teller: Aantal personen dat heeft deelgenomen aan de screening (voor de cijfers van 2016 was dit t/m juni 2018); Noemer: Aantal personen dat in een kalenderjaar is uitgenodigd om deel te nemen aan de screening.

Interpretatie

In 2014 is in Nederland het tweejaarlijkse bevolkingsonderzoek naar darmkanker onder 55 t/m 75-jarigen begonnen. Het bevolkingsonderzoek wordt gefaseerd ingevoerd met een geplande uitrol in vijf jaar.
Door deze vroege signalering kan de incidentie van darmkanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen (behandeling van voorstadia en vroege stadia), kan mogelijk sterfte worden voorkomen. De indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

2017

Aantal nieuwe gevallen van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 23 nieuwe gevallen

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Trend in aantal nieuwe gevallen bacteriële meningitis

Door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt
JaarHibMen serogroep CPneu vaccin (PCV10) serotypeTotaal: Hib, meningokokken serogroep C en pneumokokken vaccin typen (PCV10)
199223696
199319070
199410745
19953933
19961537
1997950
19981546
1999659
2000758
20016128148282
20025104158267
20031123145179
20041610170196
2005172135154
200692134145
200795138152
20086699111
2009526572
2010924657
2011314852
2012423541
2013812534
2014511925
2015601420
20161231429
2017831223

Men: Meningokokken
Pneu: Pneumokokken
PCV10: 10-valent polysaccharideconjugaatvaccin

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Incidentie van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt

Bron

Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis; AMC/RIVM

Berekening

Aantal nieuwe gevallen van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt in een jaar.

Interpretatie

Bacteriële meningitis is een ernstige infectie van de membranen die de hersenen en ruggenmerg omgeven, met een hoge mortaliteit en morbiditeit, ook als goede behandeling met antibiotica plaatsvindt. Bacteriële meningitis kan door verschillende soorten bacteriën worden veroorzaakt. In het Rijksvaccinatieprogramma zijn vaccins tegen Haemophilus influenza type b (Hib), meningokokken serogroep C en pneumokokken (vanaf 2007 tien serotypen; PCV10) opgenomen, waarmee getracht wordt het optreden van onder andere bacteriële meningitis te voorkomen.
Het jaarlijks aantal gevallen van meningitis door bacteriën waartegen gevaccineerd wordt, geeft weer hoe effectief de preventie door middel van het aanbieden van vaccinatie is voor het optreden van deze typen meningitis. Deze indicator laat niet zien wat het effect is op het vóórkomen van andere infectieziekten waartegen het Hib-, meningokokken C- en pneumokokken-vaccin beschermen, zoals sepsis en longontsteking.

Per 1 mei 2018 is een combinatievaccin tegen de meningokokken serogroepen A, C, W en Y opgenomen in het Rijkvaccinatieprogramma, maar in het kerncijfer is het aantal gevallen van meningitis door meningokokken serogroepen A, W en Y nog niet opgenomen.

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2017

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Indicatorwaarde (2016)

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 70%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is ongunstig

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2016

LandPercentageFrequentie leeftijd (om de)Van-tot leeftijd
Zweden82,43/523-49/50-60
Ierland79,73/525-44/45-60
Verenigd Koninkrijk76,5520-60/25-64
Nieuw Zeeland75,7320-69
Noorwegen74,4525-69
Slovenië71,9320-64
Finland69,8530-60 (soms 25-65)
Denemarken64,23/523-50/51-64
Canada61320/21-69
NEDERLAND60,3530-60
Chili 55,9325-64
Australië55,8220-69
Zuid-Korea55,6230-69
België53,7325-64
Tsjechië53,6120-69
Lithouwen50,1325-60
Israël48,4x35-54
Slowakije46323-64
Estland45,9530-55
Italië40,9325-64
Hongarije35,1325-65
Letland25,2325-70

Gegevens voor Chili, Canada en Denemarken betrekking op 2015, voor België op 2012. 

  • Verschillen in frequentie van screening 1, 2, 3 of 5 jaar, soms op jongere leeftijd 3 en later 5 (zie tabel).
  • Verschillen in leeftijd doelgroep: begin varieert van 20 tot 30 jaar, laatste oproep tussen 54 en 69.
  • Alleen Finland heeft exact dezelfde frequentie en oproepleeftijd als Nederland.
  • Israël heeft geen screeningsprogramma, maar wel aanbevelingen.
  • Chili neemt alleen collectief verzekerden mee (73,5% van de bevolking).

Trend deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

JaarPercentage
200466,9
200566,8
200667,5
200767,9
200867,5
200966,3
201065,5
201166,2
201265,2
201366,2
201464,6
201564,4
201660,3
201756,9

Bronnen: Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA)

Het deelnamepercentage in 2016 is gebaseerd op een kortere periode (niet 15, maar 12 maanden) dan in voorgaande jaren, vanwege het vernieuwde bevolkingsonderzoek (1 januari 2017 gestart). Hierdoor ligt het deelnamepercentage in 2016 lager dan in eerdere jaren. Als het deelnamepercentage op dezelfde manier wordt berekend (aantal primaire uitstrijkjes binnen één jaar vanaf 1 januari van het uitnodigingsjaar) dan komen deze percentages in de periode 2012-2016 sterk met elkaar overeen.

Bij het vernieuwde bevolkingsonderzoek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker op basis van primaire hrHPV screening  (sinds 1 januari 2017) wordt vrouwen tevens de mogelijkheid geboden om deel te nemen met behulp van een zelfafnameset.

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.

Bron

Landelijke Evaluatie van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker, LEBA; Erasmus MC (2017); OECD Health Statistics (2016)

Bronhouder primaire bron Erasmus MC. Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA)

Berekening

Teller: aantal vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.
Noemer: aantal vrouwen uit de doelgroep. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen. We laten cijfers van 30-64 jaar zien, omdat 60-jarigen ook nog kunnen besluiten zich een paar jaar later te laten onderzoeken.

Interpretatie

Met het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia van baarmoederhalskanker worden opgespoord. Door deze vroege signalering kan de incidentie van baarmoederhalskanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen (behandeling van voorstadia en vroege stadia), kan mogelijk sterfte worden voorkomen.  De indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Hoe meer vrouwen meedoen, hoe meer nieuwe gevallen en overlijdensgevallen er kunnen worden voorkomen. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is.

Sinds 1 januari 2017 is het vernieuwde bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker ingevoerd. Het primaire uitstrijkje wordt nu eerst getest op aanwezigheid van hoog-risico HPV (hrHPV). Pas als er hrHPV gevonden is, wordt hetzelfde uitstrijkje getest op cytologische afwijkingen.

Bij de internationale vergelijking moet er rekening mee worden gehouden dat er erg veel verschil (in frequentie en leeftijd van de doelgroep) is in de screeningsprogramma's tussen verschillende landen. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De aangegeven referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

Vergelijking met referentiewaarde 2016; trend 2004-2017

Literatuur Erasmus MC & PALGA, 2018

Datum publicatie

12-11-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Erasmus MC, PALGA. Landelijke Monitoring Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker Monitor 2017. Rotterdam: Erasmus MC; 2018. Bron

Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 77,3%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 70%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is ongunstig

Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker 2016

LandPercentageopportunistisch
Finland82,2excl.
Denemarken82,1excl.
NEDERLAND (2015)78,2excl.
Slovenië76,8excl.
Ierland75,1excl.
Noorwegen74,8excl.
Nieuw Zeeland72,2excl.
Zuid-Korea68,8excl.
Tsjechië61,4excl.
Italië60excl.
Estland56,3excl.
Australië55,3excl.
Duitsland (2015)51,5excl.
Frankrijk50,7excl.
Hongarije42excl.
Letland27,4excl.

Van de getoonde landen is de deelnamegraad te zien exclusief screening buiten het georganiseerde bevolkingsonderzoek om. Hierbij gaat het om de leeftijdcategorie 50-69 jaar, waardoor het Nederlandse cijfer iets afwijkt van dat van het IKNL. Sommige landen wijken daar in dit overzicht net iets van af. Voor NL wordt het cijfer van 2015 gepresenteerd, terwijl in de meest recente Evaluatie een cijfer van 2016 wordt presenteerd.

Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker, 2004-2016

JaarPercentage
200480,8
200581,7
200681,8
200782,4
200882
200981,5
201080,7
201180,1
201279,7
201379,4
201478,8
201577,6
201677,3

Bron: Landelijke Evaluatie van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA, Erasmus MC), cijfers bijgewerkt door het RIVM

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker

Bron

Monitor bevolkingsonderzoek borstkanker 2016 (IKNL 2018); OECD Health Statistics (2016)

Bronhouder primaire bron Erasmus MC. Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Borstkanker (LEBA)

Berekening

Teller: vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker 
Noemer: aantal vrouwen uit de doelgroep. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 50-75 jarige vrouwen.

Interpretatie

Met het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia van borstkanker worden opgespoord. Door vroege signalering kan de incidentie van borstkanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen kan mogelijk sterfte worden voorkomen. De indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

2016

Literatuur Integraal Kankercentrum Nederland, 2018
Meer informatie Bevolkingsonderzoek borstkanker op VZinfo.nl

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Integraal Kankercentrum Nederland. Monitor bevolkingsonderzoek borstkanker 2016. Utrecht: IKNL; 2018. Bron