Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgSysteemdoelen

Gemiddelde klinische ligduur in ziekenhuizen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde:  Patiënten wordne gemiddeld 5,2 dagen opgenomen in het ziekenhuis. Dagopnamen niet meegenomen.

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 5,9 dagen

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Gemiddelde klinische ligduur in ziekenhuizen 2017

Nederlandse naam2017
Zuid-Korea18,5
Hongarije9,6
Tsjechië9,3
Duitsland8,9
Frankrijk8,8
Oostenrijk8,3
Zwitserland8,2
Canada8
Finland7,8
Italië7,8
Letland7,8
Estland7,5
Spanje7,5
Litouwen7,3
Slowakije7,3
Polen7
Slovenië6,9
Israël6,8
Nieuw-Zeeland (2016)6,8
Verenigd Koninkrijk 6,8
België6,2
Chili6
Ierland5,7
Australië (2016)5,6
Zweden5,6
Denemarken (2016)5,4
Noorwegen5,4
NEDERLAND4,5

Bron: OECD

  • De invulling van deze indicator vertoond kleine verschillen tussen landen, zie "toelichting bij de berekening" voor verdere uitleg

Trend gemiddelde ligduur in ziekenhuizen

JaarDagen
20056,8
20066,6
20076,3
20086,1
20095,8
20105,6
20115,3
20125,2
20135,2
20145,2
20155,2
20165,2
20175,2
20185,2

Bron: CBS StatLine

  • Vanaf 2013 worden buitenlanders die in Nederlandse ziekenhuizen zijn opgenomen en klinische opnamen van psychiatrie en revalidatie niet meer meegenomen.
Dit cijfer is ook onderdeel van   
 

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Gemiddelde klinische ligduur in ziekenhuizen

Bron

Indicatorwaarde en trend: LMR/LBZ (gegevens bewerkt door het CBS)

internationale vergelijking: OECD (Nederlands cijfer gebaseerd op jaarverslagen van ziekenhuizen)

Berekening

Teller: totaal aantal ligdagen van alle klinisch opgenomen patienten in een jaar;

Noemer: totaal aantal opnamen in een jaar.

Toelichting bij de berekening

Ligdagen berekend als:
Nationaal: ontslagdatum - opnamedatum + 1 (dag wordt afgetrokken indien opname na 20 uur is) 
Internationaal: ontslagdatum - opnamedatum

Toelichting bij de berekening

Voor de tijdreeks is gebruik gemaakt van cijfers van het CBS gebaseerd op de LBZ van de gemiddelde ligduur bij klinische opname in Nederlandse ziekenhuizen (vanaf 2013 exclusief opnamen psychiatrie, revalidatie en buitenlanders opgenomen in Nederland; het effect hiervan op de tijdreeks is verwaarloosbaar). Door een verschil in berekening en kleine verschillen in populatie en definitie wijken de landelijke cijfers in de trend af van het Nederlandse cijfers dat in de internationale vergelijking is gebruikt. 

We zijn voor de internationale vergelijking uitgegaan van de gemiddelde ligduur in ziekenhuizen op basis van ligduur per diagnostische categorie. De diagnostische categorieën zijn gebaseerd op de "International Shortlist for Hospital Morbidity Tabulation (ISHMT)". Deze lijst van diagnostische classificaties is samengesteld om statistische vergelijkingen van ziekenhuis-data tussen landen te vergemakkelijken. De ISHMT wordt inmiddels gebruikt door de OECD, WHO en Eurostat (WHO, 2005)
De OECD definieert de gemiddelde klinische ligduur per diagnostische categorieën (zoals benoemd in de ISHMT), als zorg geleverd in alle ziekenhuizen (algemene- en psychiatrische ziekenhuizen en gespecialiseerde centra), inclusief gezond geboren baby's, waarbij tenminste 1 overnachting heeft plaatsgevonden. 

Deze zeer brede definitie wordt echter door bijna alle OECD-landen nét iets anders ingevuld. Zo zijn er met name grote verschillen in het wel of niet meetellen van; gezond geboren baby’s, psychiatrische opnamen, dagopnamen, en privéklinieken. Het is daarom lastig om een goede internationale vergelijking te maken. Deze moet dan ook met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. 

Interpretatie

Indien patiënten sneller in het ziekenhuis behandeld kunnen worden, gaan de kosten per behandeling omlaag. Veronderstellende dat de kwaliteit bij een kortere ligduur niet verslechtert en dat er geen verschuiving van zorg plaatsvindt (naar extramuraal), betekent een kortere ligduur ook meer doelmatigheid.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen: Litouwen/Slowakije

Jaar

Nationaal: 2018

Internationaal: 2017 (tenzij anders aangegeven)

Gebruik generieke geneesmiddelen

Indicatorwaarde

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

Trend: De 3-jarige trend laat een stjiging zien. Dat is gunstig

Trend gebruik generieke geneesmiddelen

JaarPercentage
200546,6
200648,3
200749,3
200848,5
200949,3
201053,2
201157,7
201261,8
201362,7
201464,0
201564,6
201665,8
201766,2
201871,6

Bron: GIPeilingen

  • Peildatum: 02-10-2019
  • 2016, 2017 en 2018 zijn voorlopige cijfers
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Het gebruik van generieke geneesmiddelen als percentage van het totale geneesmiddelengebruik per geneesmiddelengroep

Bron

Zorginstituut Nederland, GIPPeilingen

Bronhouder secundaire bron Zorginstituut Nederland gebruikt als primaire bron de declaratiegegevens voor de farmaceutische zorg (inclusief dieet- en voedingsmiddelen) en hulpmiddelenzorg, afkomstig van vijfentwintig zorgverzekeraars.

Berekening

Teller: gebruik generieke geneesmiddelen in DDD.
Noemer: totale geneesmiddelengebruik in DDD.

Toelichting berekening

Met ‘gebruik’ wordt eigenlijk het volume van ‘verstrekte’ geneesmiddelen bedoeld, omdat niet bekend is of personen aan wie de middelen zijn verstrekt, deze ook gebruiken. De berekening heeft betrekking op geneesmiddelen die zijn verstrekt door openbare apotheken of apotheekhoudende huisartsen en zijn voorgeschreven door artsen (incl. medisch specialisten) of verpleegkundig specialisten en worden vergoed via de prestatie farmaceutische zorg in de basisverzekering van de Zvw.

Interpretatie

Generieke middelen bevatten dezelfde werkzame stof(fen) als de originele merkgeneesmiddelen. Generieke middelen komen tegen een lagere prijs op de markt nadat het octrooi op het merkgeneesmiddel is verlopen. Uit doelmatigheidsoogpunt is het wenselijk het percentage te verhogen aangezien dan eenzelfde gezondheidswinst wordt bereikt tegen lagere kosten.

Toelichting bij de referentiewaarde

n.v.t.

Jaar

2018