Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgZorgbehoeften

Relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 67,5%

Referentiewaarde

5-jarige trend

Trend: toename dat is gunstig

Relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen jaren en landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker

Bron

CONCORD-3 (prestatie-indicator en internationale vergelijking) Nederlandse Kanker Registratie (NKR) (Nederlandse trend)

Berekening

Teller: percentage patiënten met baarmoederhalskanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd en geslacht in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Portugal/Australië)

Jaar

2014

Relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 86,6%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 86,3%

3-jarige trend

Relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker

[container]

Bron: NKR

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker

Bron

CONCORD-3 (prestatie-indicator en internationale vergelijking); Nederlandse Kanker Registratie (NKR) (Nederlandse trend)

Berekening

Teller: percentage patiënten met borstkanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Zwitserland/België)

Jaar

2014

Relatieve 5-jaarsoverleving bij colonkanker

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 63,9%

3-jarige trend

Trend: De 3-jarige trend laat een teoname zien. Dat is gunstig.

Relatieve 5-jaarsoverleving bij colonkanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3 

  • Internationale cijfers zijn alleen beschikbaar voor colon- en endeldarmkanker afzonderlijk. Daarom staan in deze figuur alleen overlevingscijfers voor colondarmkanker.
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij colonkanker

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen jaren en landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij dikkedarmkanker

Bronnen

Nederlandse Kanker Registratie (NKR); CONCORD-3

Berekening

Teller: percentage patiënten met dikkedarmkanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd en geslacht in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Frankrijk/Nieuw Zeeland)

Jaar

2014

Relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 64,2%

5-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stijgend; dat is gunstig

Relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3

  • Internationale cijfers zijn alleen beschikbaar voor colon- en endeldarmkanker afzonderlijk. Daarom staan in deze figuur alleen overlevingscijfers voor endeldarmkanker.
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen jaren en landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker

Bronnen

Nederlandse Kanker Registratie (NKR); CONCORD-3

Berekening

Teller: percentage patiënten met endeldarmkanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd en geslacht in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Oostenrijk)

Jaar

2014

Ziekenhuisopnamen astma en COPD

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 20,2 per 10.000 inwoners is opgenomen voor astma/COPD

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 23,8%

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stijgend, dat is ongunstig

Ziekenhuisopnamen voor astma en COPD 2015

Per 10.000 personen
AstmaCOPD Totaal
Hongarije (2012)7,335,442,8
Ierland4,436,841,1
Australië6,530,737,1
Nieuw-Zeeland6,529,836,3
Denemarken5,128,233,3
Oostenrijk4,328,633,0
Korea9,521,430,9
V.K7,123,230,3
België3,724,828,6
Duitsland2,925,528,4
V.S.9,017,326,2
Noorwegen3,023,126,1
Israel5,220,825,9
Canada1,523,324,7
Slowakije9,314,523,8
Spanje4,518,923,4
Polen8,215,223,4
NEDERLAND (2012)3,616,620,2
Tsjechië3,515,819,3
Finland5,313,118,4
Zweden1,916,518,4
Frankrijk3,012,015,0
Slovenië4,310,314,6
Zwitserland2,811,113,8
Estland2,810,913,7
Chili1,68,39,9
Portugal1,65,87,4
Italië0,85,66,4
Japan (2011)3,52,35,8
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • Meetjaar 2014 of 2015, tenzij anders aangegeven
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal ziekenhuisopnamen met als hoofddiagnose astma of COPD

Bron

OECD Health StatisticsLandelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

Berekening

Teller: aantal personen van 15 jaar en ouder dat in de periode van een jaar in een ziekenhuis opgenomen is met als hoofddiagnose astma of COPD.
Noemer: Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder.

Interpretatie

Ziekenhuisopnamen voor astma of COPD zijn in de meeste gevallen te voorkomen door goede en tijdige ambulante zorg, veelal in de eerste lijn.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Slowakije)

Jaar

2012

Ziekenhuisopnamen diabetes mellitus

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 7,0 per 10.000 inwoners is opgenomen voor diabetes mellitus

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Het OESO-gemiddelde voor ziekenhuisopnamen diabetes mellitus is  12,2 per 10.000 inwoners

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stabiel

Ziekenhuisopnamen voor diabetes mellitus 2015

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
LandOpnamen diabetes m. per 10.000Meetjaar
Korea28,12015
Oostenrijk26,62014
Duitsland21,82015
Slowakije20,42015
Polen19,72015
V.S.19,22014
Tsjechië18,72015
Frankrijk15,12015
Nieuw-Zeeland14,82014
België14,32014
Finland14,12015
Australië14,12014
Chili13,32014
Estland13,02015
Denemarken11,32015
Hongarije (2012)11,02012
Slovenië10,12014
Zweden9,62015
Canada9,42015
Ierland9,22015
Noorwegen7,42015
V.K7,32015
Zwitserland7,32015
NEDERLAND (2012)7,02012
Israel6,92015
Portugal6,62015
Spanje4,82014
Italië4,02015
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • Meetjaar 2014 of 2015, tenzij anders aangegeven

Trend ziekenhuisopnamen voor diabetes mellitus

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
MannenVrouwenTotaalBI ondergrens (m)BI bovengrens (m)BI ondergrens (v)BI bovengrens (v)BI ondergrens (t)BI bovengrens (t)
20068,46,37,38,18,66,26,57,17,4
20077,85,96,87,58,05,86,16,66,9
20087,85,96,87,68,15,86,16,76,9
20098,05,76,87,88,25,55,96,66,9
20108,46,17,28,28,65,96,37,07,3
20117,85,86,77,68,05,66,06,66,9
20128,45,87,08,28,65,66,06,87,1
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal ziekenhuisopnamen met als hoofddiagnose acute en chronische complicaties van diabetes mellitus

Bron

OECD Health StatisticsLandelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

Berekening

Teller: aantal personen van 15 jaar en ouder dat in de periode van een jaar in een ziekenhuis opgenomen is met als hoofddiagnose acute en / of chronische complicaties van diabetes mellitus.
Noemer: Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder.

Interpretatie

Ziekenhuisopnamen voor diabetes mellitus zijn in de meeste gevallen te voorkomen door goede en tijdige ambulante zorg, veelal in de eerstelijn.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Denemarken en Estland)

Jaar

2012

Ziekenhuisopnamen hartfalen

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 18,1 per 10.000 inwoners is opgenomen voor hartfalen

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Het OESO-gemiddelde voor ziekenhuisopnamen hartfalen is 21,7 per 10.000 inwoners

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Ziekenhuisopnamen voor hartfalen 2015

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
LandOpnamen hartalen per 10.000
Polen46,4
Hongarije (2012)44,1
Slowakije41,7
Duitsland38,7
Tsjechië38,0
V.S.34,7
Finland31,2
Estland26,9
Frankrijk26,6
Slovenië26,1
Oostenrijk25,9
Zweden25,0
Israel24,8
Italië22,6
Australië21,7
Nieuw-Zeeland21,6
Spanje19,6
België18,9
NEDERLAND (2012)18,1
Zwitserland17,4
Portugal16,7
Canada16,7
Noorwegen16,0
Ierland (2013)15,9
Denemarken15,0
Japan (2011)13,7
V.K10,1
Chili9,8
Korea9,4
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • Meetjaar 2014 of 2015, tenzij anders aangegeven

Trend ziekenhuisopnamen voor hartfalen

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
JaarMannenBI ondergrens (m)BI bovengrens (m)VrouwenBI ondergrens (v)BI bovengrens (v)TotaalBI ondergrens (t)BI bovengrens (t)
200622,121,722,514,714,415,017,917,718,1
200722,221,822,615,014,715,318,017,818,3
200821,521,121,914,814,615,117,717,417,9
200922,221,822,615,815,516,018,518,218,7
201022,422,022,815,915,616,118,618,418,8
201121,721,322,114,914,615,117,817,518,0
201222,121,722,515,114,815,318,117,918,3
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal ziekenhuisopnamen met als hoofddiagnose hartfalen

Bron

OECD Health StatisticsLandelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

Berekening

Teller: aantal personen van 15 jaar en ouder dat in de periode van een jaar in een ziekenhuis opgenomen is met als hoofddiagnose hartfalen.
Noemer: Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder.

Interpretatie

Ziekenhuisopnamen voor hartfalen zijn in de meeste gevallen te voorkomen door goede en tijdige ambulante zorg, veelal in de eerstelijn.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Australië)

Jaar

2012

Ervaren problemen in afstemming tussen eerste en tweede lijn

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 28%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 26%

3-jarige trend*

3-jarige trend: toename dat is ongunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat problemen heeft ervaren met afstemming tussen de eerste en de tweede lijn

Bron

International Health Policy Survey, 2016; IQ healthcare, 2017

Berekening

Teller: aantal geënqueteerden (volwassen burgers in 11 landen) dat in de voorgaande twee jaar een specialist had bezocht en positief antwoordde op minimaal één van de volgende vragen: "Hebt u de afgelopen 2 jaar meegemaakt toen u een medisch specialist zag …

  • dat de specialist niet over de medische basisinformatie beschikte van uw huisarts?
  • uw huisarts niet geïnformeerd leek en niet op de hoogte was van de zorg die u van de specialist had ontvangen?

Noemer: alle geënqueteerden die aangaven in de voorgaande twee jaar een specialist bezocht te hebben (n=587 in 2016)

Interpretatie

Voor een optimale medisch-specialistische behandeling is het van belang dat zowel de huisarts als de medisch specialist over de juiste informatie over de patiënt beschikken. Dat komt effectiviteit, veiligheid en vraaggerichtheid ten goede.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 11 landen (Zwitserland)

Jaar

2016

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IQ healthcare. International Health Policy Survey 2016; Onderzoek onder volwassen burgers in 11 landen . Nijmegen: IQ healthcare; 2017. Bron

Zorginfecties in ziekenhuizen

Indicatorwaarde

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stabiel

Trend in zorginfecties in het ziekenhuis

Puntprevalentie
TotaalPOWI*Sepsis/bacteriëmieUrineweginfectiesLuchtweginfecties**
20145,42,10,90,81
20155,31,90,70,71,1
20165,51,80,80,71,2

Bron: PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance (PREZIES)

*  Postoperatieve wondinfecties                
** Infecties van de onderste luchtwegen (waaronder longontsteking)

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal zorginfecties aanwezig of behandeld op peildatum, per 100 patiënten die op die peildatum waren opgenomen in het ziekenhuis.

Bron

PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance (PREZIES)

Berekening

Aantal zorginfecties aanwezig of behandeld op peildatum. Noemer: aantal patiënten die op peildatum waren opgenomen in het ziekenhuis (x100)

Interpretatie

Zorginfecties kunnen grote, soms zeer onaangename, gevolgen hebben voor de patiënt. Gevolgen kunnen variëren van een oppervlakkige ontsteking tot ontstekingsreacties in het hele lichaam, leidend tot de dood. Zorginfecties kunnen leiden tot verlenging van opname, heropname en heroperatie. Extra kosten zijn hiervan het gevolg.

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2016

Patiënten met potentieel vermijdbare schade in ziekenhuizen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde 1,6%

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is gunstig

Trend potentieel vermijdbare schade in ziekenhuizen

JaarZorggerel. schadePot. vermijdbare schadeBI benedengrens (zorggerelateerde schade)BI bovengrens (zorggerelateerde schade)BI benedengrens (potentieel vermijdbare schade)BI bovengrens (potentieel vermijdbare schade)
20045,72,35,16,41,92,7
200882,96,99,22,33,7
2011/20127,11,66,18,31,12,2

BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage patiënten dat tijdens een opname in een ziekenhuis potentieel vermijdbare schade opliep.

Bron

Monitor Zorggerelateerde Schade, NIVEL/EMGO

Berekening

Teller: aantal patiënten dat tijdens een opname in een ziekenhuis potentieel vermijdbare schade opliep. Noemer: aantal personen ontslagen uit het ziekenhuis (levend of dood).

Interpretatie

Hoe minder vermijdbare schade hoe beter. Een positieve patiëntveiligheidscultuur draagt bij aan verlaging van de kans op het optreden van vermijdbare schade. Daarbij is  er onder meer aandacht  voor implementatie van kwaliteits- en veiligheidsprogramma's, opleiding van professionals, stroomlijning van zorgprocessen en goede communicatie en samenwerking.

Definities

Zorggerelateerde schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het (niet) handelen van een zorgverlener en/of door het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt. 

Vermijdbare schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het onvoldoende handelen volgens de professionele standaard en/of door tekortkomingen van het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt.

Potentieel vermijdbare schade is zorggerelateerde schade die meer dan waarschijnlijk vermijdbaar was.

Toelichting bij de referentiewaarde

-

Jaar

2012

Patiënten met potentieel vermijdbare sterfte in ziekenhuizen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 3,1%

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Potentieel vermijdbare sterfte in ziekenhuizen

JaarZorggerel. schadePot. vermijdbare schadePot. vermijdbare sterfteBI benedengrens (zorggerelateerde schade)BI bovengrens (zorggerelateerde schade)BI benedengrens (potentieel vermijdbare schade)BI bovengrens (potentieel vermijdbare schade)BI benedengrens (potentieel vermijdbare sterfte)BI bovengrens (potentieel vermijdbare sterfte)
200410,75,24,19,811,74,55,93,54,8
200815,67,35,51417,36,28,64,56,6
2011/12 11,942,610,613,43,24,923,4
2015/169,94,33,18,9113,65,12,53,8

BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage in een ziekenhuis overleden patiënten bij wie potentieel vermijdbare schade tijdens het verblijf bijdroeg aan het overlijden.

Bron

Monitor Zorggerelateerde Schade, NIVEL/EMGO

Berekening

Teller: aantal in een ziekenhuis overleden patiënten bij wie potentieel vermijdbare schade bijdroeg aan het overlijden. Noemer: aantal patiënten dat tijdens een ziekenhuisopname is overleden.

Interpretatie

Hoe minder vermijdbare sterfte hoe beter. Een positieve patiëntveiligheidscultuur draagt bij aan verlaging van de kans op het optreden van vermijdbare sterfte. Daarbij is  er onder meer aandacht  voor implementatie van kwaliteits- en veiligheidsprogramma's, opleiding van professionals, stroomlijning van zorgprocessen en goede communicatie en samenwerking.

Definities

Zorggerelateerde schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het (niet) handelen van een zorgverlener en/of door het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt. 

Vermijdbare schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het onvoldoende handelen volgens de professionele standaard en/of door tekortkomingen van het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt.

Potentieel vermijdbare schade is zorggerelateerde schade die meer dan waarschijnlijk vermijdbaar was.

Potentieel vermijdbare sterfte is sterfte waarbij potentieel vermijdbare schade mogelijk of zeker heeft  bijgedragen aan het overlijden van de patiënt.

Toelichting bij de referentiewaarde

-

Jaar

2016

Suïcides in de geestelijke gezondheidszorg

Indicatorwaarde

Indicatorwaard 724 mensen

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Trend suïcides in de geestelijke gezondheidszorg

JaarTotaalIn de GGZBuitenBevraagde instellingenSuïcidepogingen met ernstig schadelijk gevolg
20071353539814
20081435574861
20091525628897
20101600607993
20111647651996105153
201217536771076170176
201318576961161264246
201418397271112254210
201518716831188168186
201618937241169326243
  • Inclusief PAAZ/PUC en crisisopvang.
  • Exclusief justitiële instellingen.
  • In 2011, 2013 en 2016 is er een trendbreuk omdat het aantal instellingen dat informatie heeft aangeleverd, toenam.
  • In 2015 is er een trendbreuk omdat het aantal instellingen dat informatie heeft aangeleverd, afnam (instellingen die uitsluitend zorg leveren die wordt bekostigd vanuit de generalistische basis-ggz, de Wmo en/of de Jeugdwet).
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal personen in behandeling van de geestelijke gezondheidszorg dat zich heeft gesuïcideerd in een kalenderjaar

Bron

Meldingssysteem voor suïcides en suïcidepogingen met ernstig letsel van de IGJ

Berekening

Het aantal personen in behandeling van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) dat zich in één kalenderjaar heeft gesuïcideerd.

Interpretatie

Het aantal suïcides van mensen die in behandeling zijn van de GGZ zegt iets over de implementatie en doeltreffendheid van suïcidepreventie binnen de GGZ. Als dit kengetal in de loop van de tijd stijgt, kan dat betekenen dat de doeltreffendheid van de preventie te wensen overlaat. Zorgverleners in de GGZ worden ondersteund met de multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag uit 2012 en het kwaliteitsdocument ketenzorg bij suïcidaliteit uit 2010.

Toelichting bij de referentiewaarde

-

Jaar

2016

Tevredenheid zorgverleners met de kwaliteit van de geleverde zorg in de eigen instelling binnen ziekenhuizen en de GGZ

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 3,5

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Een score van 4 betekent tevreden

4-jarige trend

4-jarige trend: stabiel

Tevredenheid zorgverleners met de kwaliteit van de geleverde zorg in de eigen instelling

Ziekenhuizen en de GGZ, schaal van 1 t/m 5
JaarZKH-verplGGZ-VerplTotaal
20093,53,63,5
20113,53,63,5
20133,53,73,5
20153,33,53,4
20173,53,53,5
  • ZKH-verpl = verpleegkundigen in ziekenhuizen; GGZ-verpl = verpleegkundigen in de GGZ
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van het panel tussen de jaren voor wat betreft leeftijd en omvang van elke beroepsgroep.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Gemiddelde score op een schaal voor tevredenheid van zorgverleners in ziekenhuizen en GGZ-instellingen met de kwaliteit van geleverde zorg in de eigen instelling

Bron

NIVEL, Panel Verpleging & Verzorging

Berekening

De scores betreffen een gemiddelde van de antwoorden op 3 vragen naar de kwaliteit van zorg. Dit betreft een sub-schaal van de Maastrichtse arbeidstevredenheidsschaal voor de gezondheidszorg (MAS-GZ). De antwoorden werden gegeven op een vijfpuntsschaal, waarbij: 5=zeer tevreden, 4=tevreden, 3=neutraal, 2=ontevreden en 1=zeer ontevreden. Het gemiddelde kan variëren tussen 1 en 5.

Interpretatie

Een van de deelaspecten van arbeidstevredenheid is de kwaliteit van de zorg in de eigen instelling. Als zorgverleners ontevreden zijn over de kwaliteit van zorg, kan dat erop duiden dat patënten zorg van onvoldoende kwaliteit ontvangen, bijvoorbeeld dat er in het algemeen te weinig tijd beschikbaar is om goede zorg te ontvangen of dat de zorg te weinig toegespitst is op de individuele zorgbehoefte.Een hoger cijfer duidt op een betere kwaliteit in de ogen van zorgverleners.

Toelichting bij de referentiewaarde

Een score van 4 staat gelijk aan "tevreden".

Jaar

2017

Onvoldoende kwaliteit van zorg op de eigen afdeling volgens verpleegkundigen binnen ziekenhuizen en de GGZ

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 12,9%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 10%

4-jarige trend

Trend: De 3-jarige trend is stabiel

Trend onvoldoende kwaliteit van zorg op eigen afdeling volgens verpleegkundigen in ziekenhuizen en de GGZ

ZKH-verplGGZ-verplTotaal
200916,29,1
201116,117,016,2
201314,38,812,4
201516,213,715,4
201713,012,812,9
  • ZKH-verpl = verpleegkundigen in ziekenhuizen; GGZ-verpl = verpleegkundigen in de GGZ
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van het panel tussen de jaren voor wat betreft leeftijd en omvang van elke beroepsgroep.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage verpleegkundigen en verzorgenden in ziekenhuizen en GGZ-instellingen dat van mening is dat de kwaliteit van zorg binnen de eigen afdeling of team regelmatig of vaak niet goed is

Bron

NIVEL, Panel Verpleging & Verzorging

Berekening

Teller: verpleegkundigen en verzorgenden in ziekenhuizen en GGZ die 'regelmatig’ of ‘vaak' antwoordden op de vraag: "Hoe vaak komt het volgens u in het algemeen binnen uw afdeling of team voor dat de kwaliteit van zorg verleend door verpleegkundigen en/of verzorgenden niet goed is?". Noemer: alle verpleegkundigen en verzorgenden die de vraag hebben beantwoord (n=355 in 2017).

Interpretatie

Het oordeel van zorgverleners is subjectief, maar is gebaseerd op ervaring die dagelijks wordt opgedaan en geeft daarmee een belangrijke indicatie voor de kwaliteit van zorg vanuit professioneel perspectief. 

Toelichting bij de referentiewaarde

Er is geen beleidsnorm, veldnorm of internationale vergelijking voorhanden. De referentiewaarde is voor discussie vatbaar, maar is gebaseerd op de aanname dat het wenselijk is dat de vraag door minder dan 10% positief beantwoord zal worden. Er wordt vanuit gegaan dat een 0% score per definitie niet haalbaar is.

Jaar

2017

Onvoldoende gekwalificeerd personeel volgens verpleegkundigen binnen ziekenhuizen en de GGZ

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 36,1%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 25%

4-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stijgend; dat is ongunstig

Trend onvoldoende gekwalificeerd personeel volgens verpleegkundigen in ziekenhuizen en de GGZ

JaarZKH-verplGGZ-verplTotaal
201124,318,022,0
201324,124,824,5
201529,429,429,5
201732,841,336,1
  • ZKH-verpl = verpleegkundigen in ziekenhuizen; GGZ-verpl = verpleegkundigen in de GGZ
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van het panel tussen de jaren voor wat betreft leeftijd en omvang van elke beroepsgroep.
Dit cijfer is ook onderdeel van
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage verpleegkundigen en verzorgenden in ziekenhuizen en GGZ-instellingen dat van mening is dat er in de eigen instelling onvoldoende gekwalificeerd personeel is om goede kwaliteit van zorg te leveren.

Bron

NIVEL, Panel Verpleging & Verzorging

Berekening

Teller: verpleegkundigen en verzorgenden die 'nee' antwoordden op de vraag: "Vindt u dat er voldoende gekwalificeerd personeel is om goede kwaliteit van zorg te leveren?", Noemer: alle verpleegkundigen en verzorgenden die de vraag hebben beantwoord (n=343 in 2017)

Interpretatie

Voldoende gekwalificeerd personeel is een belangrijke voorwaarde om kwaliteit van zorg te leveren. Het oordeel van zorgverleners is subjectief, maar is gebaseerd op ervaring die dagelijks wordt opgedaan en geeft daarmee een belangrijke indicatie voor de kwaliteit van zorg vanuit professioneel perspectief. De overigen (63,9% in 2017) beantwoordden de vraag met 'ja' of 'weet ik niet'.

Toelichting bij de referentiewaarde

Er is geen beleidsnorm, veldnorm of internationale vergelijking voorhanden. De referentiewaarde is voor discussie vatbaar, maar is gebaseerd op de aanname dat het wenselijk is dat de vraag door drie kwart positief beantwoord zal worden. Er wordt vanuit gegaan dat een 100% score niet haalbaar is.

Jaar

2017

Vrijheidsbeperkende interventies in de geestelijke gezondheidszorg

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 284 per 1.000

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend:Afname; dat is gunstig

Trend aantal vrijheidsbeperkende interventies

JaarSeparatieAfzonderingInsluiting in ov. ruimtenFixatieDwangmedicatie*Vocht/voedingTotaal
2011133,144,372,430,156,10,9298,1
2012122,355,948,138,432,510,8
2013123,942,522,143,027,36,0239,0
2014116,333,439,348,330,315,9259,0

Bron: Argus Informatie Centrum (Stichting Benchmark GGZ)

  • Indien bij separatie, afzondering, insluiting in overige ruimten of fixatie en onderbreking plaatsvindt van minder dan 24 uur (bijvoorbeeld om te proberen een patiënt terug te laten keren op de afdeling) wordt dat beschouwd als doorlopende interventie, en wordt geen nieuwe interventie geregistreerd.
  • Dwangmedicatie en vocht/voeding; toediening met fysiek verzet.

Aantal vrijheidsbeperkende interventies, 2014

Type interventiePer 1.000 opnamen
Seperatie116,3
Fixatie48,3
Insluiting ov. ruimten39,3
Afzondering33,4
Dwangmedicatie30,3
Vocht/voeding15,9

Bron: Argus Informatie Centrum (Stichting Benchmark GGZ)

  • Indien bij separatie, afzondering, insluiting in overige ruimten of fixatie en onderbreking plaatsvindt van minder dan 24 uur (bijvoorbeeld om te proberen een patiënt terug te laten keren op de afdeling) wordt dat beschouwd als doorlopende interventie, en wordt geen nieuwe interventie geregistreerd.
  • Dwangmedicatie en vocht/voeding; toediening met fysiek verzet.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal vrijheidsbeperkende interventies per 1.000 opnamen in de geestelijke gezondheidszorg.

Bron

Argus InformatieCentrum (Stichting Benchmark GGZ)

Berekening

Teller: aantal vrijheidsbeperkende interventies in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), exclusief forensische GGZ.
Noemer: aantal opnamen in de GGZ (x1.000).

Interpretatie

Het terugdringen van aantal en duur van vrijheidsbeperkende interventies is een belangrijk doel van de brancheorganisatie in de GGZ, beroepsverenigingen, cliëntenorganisaties en Rijksoverheid. Vrijheidsbeperkende interventies, zoals separatie, zijn ingrijpende maatregelen die niet zelden leiden tot verergering van angsten, depressie, psychose of tot suïcidaliteit. Er zijn alternatieve aanpakken beschikbaar maar die worden niet altijd  toegepast.

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2014

Huisarts betrekt patiënt bij beslissingen

Indicatorwaarde

Referentiewaarde: 92%

Geen referentiewaarde

Geen referentiewaarde

Geen 3-jarige trend

Geen referentiewaarde

Personen die aangeven dat de huisarts hen betrekt bij beslissingen 2016

Percentage
Portugal (2015)90,9
Verenigd Koninkrijk88,9
Australië87,9
Nieuw Zeeland87,8
Duitsland87,6
NEDERLAND87,1
Zwitserland86,5
Verenigde Staten84,6
Canada84,3
Israël79,4
Noorwegen79
Zweden79
Frankrijk (2013)78,8
Estland77,4
Polen (2013)47,9

Bron: OECD.Stat

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat aangeeft dat de huisarts hem of haar meestal of altijd betrekt bij beslissingen over de zorg en behandeling.

Bron

NIVEL Consumentenpanel, OECD.Stat

Berekening

Teller: aantal personen met een vaste huisarts dat aangeeft dat de huisarts hen meestal of altijd betrekt bij beslissingen over de zorg en behandeling. Noemer: alle respondenten met een vaste huisarts (n=652).

Interpretatie

Het betrekken van de patiënt bij beslissingen maakt deel uit van een patiëntgerichte zorg en is daarmee een indicator voor de kwaliteit van zorg.  

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2017

Literatuur Kooijman & de Jong, 2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kooijman M, de Jong J. Patiënten zijn nog steeds positief over de bejegening door hun huisarts in Nederland. Utrecht: NIVEL; 2018. Bron

Huisarts besteedt voldoende tijd aan patiënt

Indicatorwaarde

Referentiewaarde: 94%

Geen referentiewaarde

Geen referentiewaarde

Geen 3-jarige trend

Geen referentiewaarde

Personen die aangeven dat de huisarts voldoende tijd aan hen besteed 2016

LandPercentage
NEDERLAND94,1
Australië91,7
Portugal (2015)89,6
Nieuw Zeeland88,3
Zwitserland86,6
Duitsland86
Verenigd Koninkrijk84,7
Estland83,4
Israël81,1
Verenigde Staten80,8
Frankrijk (2013)80
Canada79,3
Noorwegen78,8
Zweden72,9
Polen (2013)59,6

Bron: OECD.Stat

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat aangeeft dat de huisarts meestal of altijd voldoende tijd voor hen neemt.

Bron

NIVEL Consumentenpanel. OECD.Stat

Berekening

Teller: aantal personen met een vaste huisarts dat aangeeft dat de huisarts hen meestal of altijd betrekt bij beslissingen over de zorg en behandeling. Noemer: alle respondenten met een vaste huisarts (n=652).

Interpretatie

Het besteden van voldoende tijd maakt deel uit van een patiëntgerichte zorg en is daarmee een indicator voor de kwaliteit van zorg. 

Toelichting bij de referentiewaarde

 

Jaar

2017

Literatuur Kooijman & de Jong, 2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kooijman M, de Jong J. Patiënten zijn nog steeds positief over de bejegening door hun huisarts in Nederland. Utrecht: NIVEL; 2018. Bron

Huisarts geeft de gelegenheid om vragen te stellen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 95%

Geen referentiewaarde

Geen referentiewaarde

Geen 3-jarige trend

Geen referentiewaarde

Personen die aangeven dat de huisarts voldoende gelegenheid geeft om vragen te stellen 2016

LandPercentage
NEDERLAND96
Zwitserland (2010)94,5
Duitsland (2010)93,9
Verenigd Koninkrijk (2010)92,3
Nieuw Zeeland (2010)92
Portugal (2015)91,8
Canada (2010)88,3
Australië (2010)88,3
Verenigde Staten (2010)87
Israël84,5
Noorwegen (2010)83,3
Frankrijk (2010)82,9
Estland82,6
Zweden (2010)75,8
Polen (2012)33,6

Bron: OECD.Stat

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat aangeeft dat de huisarts hem of haar meestal of altijd de gelegenheid geeft om vragen te stellen.

Bron

NIVEL Consumentenpanel, OECD.Stat

Berekening

Teller: aantal personen met een vaste huisarts dat aangeeft dat de huisarts hen meestal of altijd de mogelijkheid geeft om vragen te stellen. Noemer: alle respondenten met een vaste huisarts (n=656)

Interpretatie

Ruimte bieden voor vragen maakt deel uit van patiëntgerichte zorg en is daarmee een indicator voor de kwaliteit van zorg.
De waarde is voor de OECD net iets anders berekend dan bij het NIVEL, vandaar het kleine verschil.

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2017

Literatuur Kooijman & de Jong, 2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kooijman M, de Jong J. Patiënten zijn nog steeds positief over de bejegening door hun huisarts in Nederland. Utrecht: NIVEL; 2018. Bron

Antibioticavoorschriften buiten het ziekenhuis

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 10,4

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 19,7

3-jarige trend

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Antibioticavoorschriften in de eerstelijnszorg

Bronnen

European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC)

Berekening

Teller: Som DDD van alle antibioticavoorschriften voor systemisch gebruik (= voor het hele lichaam) (ATC-code J01)
Noemer: Populatie van de gebruikte database

Interpretatie

De Defined daily dose (DDD) is de theoretische, gemiddelde onderhoudsdosis van een geneesmiddel voor de hoofdindicatie bij volwassenen, vastgesteld door de WHOCC. In werkelijkheid kan deze afwijken, maar hiermee kan een goede vergelijking worden gemaakt. 

Lager is beter: hoe meer antibiotica er wordt voorgeschreven, des te groter de kans op resistente stammen. Antibiotica zouden alleen moeten worden voorgeschreven als er een kans is op een (ernstige) infectie.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Verenigd Koninkrijk/Bulgarije)

Jaar

2016 (voor de vergelijking met een internationale referentiewaarde wijkt het peiljaar af van het kerncijfer gepresenteerd in de Staat Volksgezondheid en Zorg).

Wachttijden specialismen polikliniek langer dan de Treeknorm

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 30,8%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Deze is nul. Wachttijd mag niet boven de treeknorm uitkomen.

3-jarige trend

3-jarige trend: De 3-jarige trend laat een stijging zien. Dat is ongunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage wachttijden voor specialismen op de polikliniek langer dan de Treeknorm

Bron

Wachttijdenonderzoek, Mediquest

Berekening

Teller: aantal wachttijden voor specialismen op de polikliniek (totaal van alle instellingen medisch specialistische zorg) langer dan de Treeknorm.
Noemer: totaal aantal wachttijden voor specialismen op de polikliniek.
N=38.101

Interpretatie

Alle instellingen voor medisch specialistische zorg zijn per 1 januari 2008 verplicht om maandelijks de wachttijden voor electieve medisch specialistische zorg op hun website te publiceren. Dit volgt uit de ‘Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg’ (2008) van de NZa en de aangepaste 'Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg' (2017) van de NZa. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars hebben afspraken gemaakt over maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg. Deze wachttijden worden Treeknormen genoemd. De Treeknorm voor poliklinische zorg is 4 weken.

Toelichting bij de referentiewaarde

Percentage wachttijden voor specialismen op de polikliniek boven de Treeknorm.

Jaar

2017

Wachttijden behandeling in ziekenhuizen langer dan de Treeknorm

Indicatorwaarde

Referentiewaarde: 17,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Deze is nul. Wachttijd mag niet boven de treeknorm uitkomen.

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stijgend, dat is ongunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage wachttijden voor behandeling langer dan de Treeknorm

Bron

Wachttijdenonderzoek, Mediquest

Berekening

Teller: aantal wachttijden voor behandeling/operatie van een aandoening (totaal van alle instellingen medisch specialistische zorg) langer dan de Treeknorm.
Noemer: totaal aantal wachttijden voor behandeling/operatie van een aandoening.
N=35.899

Interpretatie

Alle instellingen voor medisch specialistische zorg zijn per 1 januari 2008 verplicht om maandelijks de wachttijden voor electieve medisch specialistische zorg op hun website te publiceren. Dit volgt uit de ‘Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg’ (2008) van de NZa en de aangepaste 'Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg' (2017) van de NZa. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars hebben afspraken gemaakt over maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg. Deze wachttijden worden Treeknormen genoemd.  De Treeknorm voor behandeling is 7 weken.

Toelichting bij de referentiewaarde

Percentage wachttijden voor behandeling boven de Treeknorm.

Jaar

2017

Wachttijden diagnostiek in ziekenhuizen langer dan de Treeknorm

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 20,8%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Deze is nul. Wachttijd mag niet boven de treeknorm uitkomen.

3-jarige trend

De 3-jarige trend laat een stijging zien. Dat is ongunstig.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage wachttijden voor diagnosiek langer dan de Treeknorm

Bron

Wachttijdenonderzoek, Mediquest

Berekening

Teller: aantal wachttijden voor diagnostiek (totaal van alle ziekenhuizen) langer dan de Treeknorm.
Noemer: totaal aantal wachttijden diagnostiek.
N=4.411

Interpretatie

Alle instellingen voor medisch specialistische zorg zijn per 1 januari 2008 verplicht om maandelijks de wachttijden voor electieve medisch specialistische zorg op hun website te publiceren. Dit volgt uit de ‘Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg’ (2008) van de NZa en de aangepaste 'Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg' (2017) van de NZa. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars hebben afspraken gemaakt over maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg. Deze wachttijden worden Treeknormen genoemd.  De Treeknorm voor diagnostiek is 4 weken.

Toelichting bij de referentiewaarde

Percentage wachttijden diagnostiek boven de Treeknorm.

Jaar

2017

Langer dan 2 jaar op wachtlijst voor donornier

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 42,3%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 35,8%

3-jarige trend

De 3-jarige trend laat een daling zien. Dat is gunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage mensen dat 2 jaar of langer wacht op een donornier

Bron

Nederlandse Transplantatie Stichting, 2017; Eurotransplant

Berekening

Teller: aantal mensen dat, op 31 december 2017, 2 jaar of langer wacht op een donornier.
Noemer: aantal mensen dat op 31 december 2017 op de wachtlijst staat voor een donornier.

Interpretatie

Voor patiënten die wachten op een donororgaan kan lang wachten zeer ernstige gevolgen hebben, waaronder overlijden. Het beschikbaar komen van donororganen is afhankelijk van de stand van de medische wetenschap, de beschikbare ziekenhuiscapaciteit, omvang van de sterfte in de algemene bevolking, het herkennen door artsen en verpleegkundigen van potentiële donoren, de organisatie van de donatie, bereidheid van mensen om postmortaal organen af te staan, publieksvoorlichting en wetgeving. De situatie voor patiënt die wachten op een donornier is in vergelijking met patiënten die wachten op een andere orgaan uniek omdat de beschikbaarheid van een nier ook afhangt van de bereidheid van potentiële donoren om een geschikt orgaan tijdens het leven ter beschikking te stellen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De mediaan van de landen die deelnemen aan Eurotransplant (België).

Jaar

2017

Mensen die afzien van zorg vanwege de kosten

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 11%

Geen referentiewaarde

Geen referentiewaarde

Geen 3-jarige trend

Geen trend beschikbaar

Afzien van zorg vanwege kosten

[container]

Bron: OECD Health Statistics / HaaG

De gegevens van Tsjechië zijn van 2010, van Polen, Frankrijk en Italië van 2013, van Spanje van 2014 en van Portugal, Nieuw-Zeeland en  Australië van 2015.

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de volwassen bevolking dat in de voorgaande 12 maanden wel eens afzag van zorg vanwege de kosten.

Bron

NIVEL Consumentenpanel (2016), OECD Health Statistics (2017)

Berekening

Teller: aantal personen dat aangeeft in de voorgaande 12 maanden een medisch probleem te hebben maar heeft afgezien van (a) artsenbezoek, (b) een aanbevolen medisch onderzoek, behandeling of nabehandeling en/of (c) afhalen of gebruik van medicijnen vanwege de kosten. Noemer: alle respondenten van 18 jaar en ouder (n=657)

Interpretatie

Wanneer mensen afzien van zorg vanwege de kosten wijst dit op ervaren problemen met de financiële toegankelijkheid. Mogelijk noodzakelijke zorgbehoeften blijven onvervuld. 

Toelichting bij de referentiewaarde

 

Jaar

2016

Mensen die afzien van dringende tandheelkundige zorg vanwege de kosten

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 0,3%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 3,2%

3-jarige trend

Trend is stabiel

Afzien van dringende tandheelkundige zorg vanwege kosten 2016

16 jaar en ouder, in de afgelopen 12 maanden
LandPercentage
Portugal13,8
Griekenland13,4
Letland13,1
Estland9,2
Italië8,0
Spanje5,1
België3,7
Denemarken3,7
Noorwegen3,6
Litouwen3,6
Zweden3,4
Zwitserland3,3
Ierland3,1
Frankrijk2,9
Polen2,9
Hongarije2,0
Slowakije1,7
Verenigd Koninkrijk1,4
Duitsland0,6
Tsjechië0,6
Finland0,4
Slovenië0,4
Oostenrijk0,4
Nederland0,3

Bron: EU-SILCEurostat, 2018

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de bevolking dat afziet van dringende tandheelkundige zorg vanwege de kosten

Bron

EU-SILCEurostat

Berekening

Teller: alle respondenten in de EU-SILC enquête van 16 jaar en ouder die aangaven in de afgelopen 12 maanden te hebben afgezien van dringende tangdheelkundige zorg omdat dit teveel geld kostte.
Noemer: alle respondenten van 16 jaar en ouder. 

Interpretatie

Tandartsbezoek is voor personen van 18 jaar en ouder niet opgenomen in het basispakket, het moet zelf worden betaald of er moet voor worden bijverzekerd. De indicator geeft een indruk van financiële toegankelijkheid van tandartsenzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 24 Europese landen (Ierland/Zwitserland)

Jaar

2016

Wanbetalers zorgverzekering

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 249.044 wanbetalers

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Er is geen norm, maar iedereen is wettelijk verplicht de premie voor een basisverzekering te betalen.

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is gunstig
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal mensen met een zorgverzekering dat tenminste zes maanden hun premie voor de basisverzekering niet heeft betaald

Bron

Zorginstituut Nederland Verzekerden Monitor

Berekening

Totaal aantal wanbetalers

Interpretatie

Wanbetalers zijn mensen die wel een zorgverzekering hebben maar de premie tenminste zes maanden niet betaald hebben. Wanbetaling van de zorgpremie staat niet op zichzelf. Vaak zijn er ook andere schulden. Uit onderzoek van Social Force (2014) blijkt dat deze groep moeilijk te bereiken is. Herhaaldelijke telefonische en schriftelijke oproepen leveren vaak niets op.

Toelichting bij de referentiewaarde

Er bestaat geen beleidsnorm voor het aantal wanbetalers, maar iedereen is wettelijk verplicht voor de basisverzekering te betalen.

Jaar

2017