Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgZorgbehoeften

Relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 67,5%

Referentiewaarde

5-jarige trend

Trend: toename dat is gunstig

Relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen jaren en landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij baarmoederhalskanker

Bron

CONCORD-3 (prestatie-indicator en internationale vergelijking) Nederlandse Kanker Registratie (NKR) (Nederlandse trend)

Berekening

Teller: percentage patiënten met baarmoederhalskanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd en geslacht in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Portugal/Australië)

Jaar

2014

Relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 86,6%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 86,3%

3-jarige trend

Relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker

[container]

Bron: NKR

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij borstkanker

Bron

CONCORD-3 (prestatie-indicator en internationale vergelijking); Nederlandse Kanker Registratie (NKR) (Nederlandse trend)

Berekening

Teller: percentage patiënten met borstkanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Zwitserland/België)

Jaar

2014

Relatieve 5-jaarsoverleving bij colonkanker

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 63,9%

3-jarige trend

Trend: De 3-jarige trend laat een teoname zien. Dat is gunstig.

Relatieve 5-jaarsoverleving bij colonkanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3 

  • Internationale cijfers zijn alleen beschikbaar voor colon- en endeldarmkanker afzonderlijk. Daarom staan in deze figuur alleen overlevingscijfers voor colondarmkanker.
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij colonkanker

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen jaren en landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij dikkedarmkanker

Bronnen

Nederlandse Kanker Registratie (NKR); CONCORD-3

Berekening

Teller: percentage patiënten met dikkedarmkanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd en geslacht in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Frankrijk/Nieuw Zeeland)

Jaar

2014

Relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 64,2%

5-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stijgend; dat is gunstig

Relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker, 2010-2014

[container]

Bron: CONCORD-3

  • Internationale cijfers zijn alleen beschikbaar voor colon- en endeldarmkanker afzonderlijk. Daarom staan in deze figuur alleen overlevingscijfers voor endeldarmkanker.
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Trend relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen jaren en landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Relatieve 5-jaarsoverleving bij endeldarmkanker

Bronnen

Nederlandse Kanker Registratie (NKR); CONCORD-3

Berekening

Teller: percentage patiënten met endeldarmkanker dat 5 jaar na de diagnose nog in leven is.
Noemer: percentage personen uit een vergelijkbare groep qua leeftijd en geslacht in de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.

Interpretatie

5-jaarsoverleving is de uitkomst van enerzijds vroege opsporing en anderzijds effectieve behandeling en is daarmee een indicator voor de effectiviteit van de kankerzorg.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Oostenrijk)

Jaar

2014

Ziekenhuisopnamen astma en COPD

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 20,2 per 10.000 inwoners is opgenomen voor astma/COPD

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 23,8%

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stijgend, dat is ongunstig

Ziekenhuisopnamen voor astma en COPD 2015

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
AstmaCOPD Totaal
Hongarije (2012)7,335,442,8
Ierland4,436,841,1
Australië6,530,737,1
Nieuw-Zeeland6,529,836,3
Denemarken5,128,233,3
Oostenrijk4,328,633,0
Korea9,521,430,9
V.K7,123,230,3
België3,724,828,6
Duitsland2,925,528,4
V.S.9,017,326,2
Noorwegen3,023,126,1
Israel5,220,825,9
Canada1,523,324,7
Slowakije9,314,523,8
Spanje4,518,923,4
Polen8,215,223,4
NEDERLAND (2012)3,616,620,2
Tsjechië3,515,819,3
Finland5,313,118,4
Zweden1,916,518,4
Frankrijk3,012,015,0
Slovenië4,310,314,6
Zwitserland2,811,113,8
Estland2,810,913,7
Chili1,68,39,9
Portugal1,65,87,4
Italië0,85,66,4
Japan (2011)3,52,35,8
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • Meetjaar 2014 of 2015, tenzij anders aangegeven
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal ziekenhuisopnamen met als hoofddiagnose astma of COPD

Bron

OECD Health StatisticsLandelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

Berekening

Teller: aantal personen van 15 jaar en ouder dat in de periode van een jaar in een ziekenhuis opgenomen is met als hoofddiagnose astma of COPD.
Noemer: Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder.

Interpretatie

Ziekenhuisopnamen voor astma of COPD zijn in de meeste gevallen te voorkomen door goede en tijdige ambulante zorg, veelal in de eerste lijn.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Slowakije)

Jaar

2012

Ziekenhuisopnamen diabetes mellitus

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 7,0 per 10.000 inwoners is opgenomen voor diabetes mellitus

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Het OESO-gemiddelde voor ziekenhuisopnamen diabetes mellitus is  12,2 per 10.000 inwoners

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stabiel

Ziekenhuisopnamen voor diabetes mellitus 2015

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
LandOpnamen diabetes m. per 10.000Meetjaar
Korea28,12015
Oostenrijk26,62014
Duitsland21,82015
Slowakije20,42015
Polen19,72015
V.S.19,22014
Tsjechië18,72015
Frankrijk15,12015
Nieuw-Zeeland14,82014
België14,32014
Finland14,12015
Australië14,12014
Chili13,32014
Estland13,02015
Denemarken11,32015
Hongarije (2012)11,02012
Slovenië10,12014
Zweden9,62015
Canada9,42015
Ierland9,22015
Noorwegen7,42015
V.K7,32015
Zwitserland7,32015
NEDERLAND (2012)7,02012
Israel6,92015
Portugal6,62015
Spanje4,82014
Italië4,02015
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • Meetjaar 2014 of 2015, tenzij anders aangegeven

Trend ziekenhuisopnamen voor diabetes mellitus

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
MannenVrouwenTotaalBI ondergrens (m)BI bovengrens (m)BI ondergrens (v)BI bovengrens (v)BI ondergrens (t)BI bovengrens (t)
20068,46,37,38,18,66,26,57,17,4
20077,85,96,87,58,05,86,16,66,9
20087,85,96,87,68,15,86,16,76,9
20098,05,76,87,88,25,55,96,66,9
20108,46,17,28,28,65,96,37,07,3
20117,85,86,77,68,05,66,06,66,9
20128,45,87,08,28,65,66,06,87,1
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal ziekenhuisopnamen met als hoofddiagnose acute en chronische complicaties van diabetes mellitus

Bron

OECD Health StatisticsLandelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

Berekening

Teller: aantal personen van 15 jaar en ouder dat in de periode van een jaar in een ziekenhuis opgenomen is met als hoofddiagnose acute en / of chronische complicaties van diabetes mellitus.
Noemer: Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder.

Interpretatie

Ziekenhuisopnamen voor diabetes mellitus zijn in de meeste gevallen te voorkomen door goede en tijdige ambulante zorg, veelal in de eerstelijn.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Denemarken en Estland)

Jaar

2012

Ziekenhuisopnamen hartfalen

Indicatorwaarde

Prestatieindicator: 18,1 per 10.000 inwoners is opgenomen voor hartfalen

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Het OESO-gemiddelde voor ziekenhuisopnamen hartfalen is 21,7 per 10.000 inwoners

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Ziekenhuisopnamen voor hartfalen 2015

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
LandOpnamen hartalen per 10.000
Polen46,4
Hongarije (2012)44,1
Slowakije41,7
Duitsland38,7
Tsjechië38,0
V.S.34,7
Finland31,2
Estland26,9
Frankrijk26,6
Slovenië26,1
Oostenrijk25,9
Zweden25,0
Israel24,8
Italië22,6
Australië21,7
Nieuw-Zeeland21,6
Spanje19,6
België18,9
NEDERLAND (2012)18,1
Zwitserland17,4
Portugal16,7
Canada16,7
Noorwegen16,0
Ierland (2013)15,9
Denemarken15,0
Japan (2011)13,7
V.K10,1
Chili9,8
Korea9,4
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • Meetjaar 2014 of 2015, tenzij anders aangegeven

Trend ziekenhuisopnamen voor hartfalen

Per 10.000 personen van 15 jaar en ouder
JaarMannenBI ondergrens (m)BI bovengrens (m)VrouwenBI ondergrens (v)BI bovengrens (v)TotaalBI ondergrens (t)BI bovengrens (t)
200622,121,722,514,714,415,017,917,718,1
200722,221,822,615,014,715,318,017,818,3
200821,521,121,914,814,615,117,717,417,9
200922,221,822,615,815,516,018,518,218,7
201022,422,022,815,915,616,118,618,418,8
201121,721,322,114,914,615,117,817,518,0
201222,121,722,515,114,815,318,117,918,3
  • Gestandaardiseerd naar de OECD standaard 2010 van 15 jaar en ouder
  • BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal ziekenhuisopnamen met als hoofddiagnose hartfalen

Bron

OECD Health StatisticsLandelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

Berekening

Teller: aantal personen van 15 jaar en ouder dat in de periode van een jaar in een ziekenhuis opgenomen is met als hoofddiagnose hartfalen.
Noemer: Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder.

Interpretatie

Ziekenhuisopnamen voor hartfalen zijn in de meeste gevallen te voorkomen door goede en tijdige ambulante zorg, veelal in de eerstelijn.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan getoonde OECD-landen (Australië)

Jaar

2012

Ervaren problemen in afstemming tussen eerste en tweede lijn

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 28%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 26%

3-jarige trend*

3-jarige trend: toename dat is ongunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat problemen heeft ervaren met afstemming tussen de eerste en de tweede lijn

Bron

International Health Policy Survey, 2016; IQ healthcare, 2017

Berekening

Teller: aantal geënqueteerden (volwassen burgers in 11 landen) dat in de voorgaande twee jaar een specialist had bezocht en positief antwoordde op minimaal één van de volgende vragen: "Hebt u de afgelopen 2 jaar meegemaakt toen u een medisch specialist zag …

  • dat de specialist niet over de medische basisinformatie beschikte van uw huisarts?
  • uw huisarts niet geïnformeerd leek en niet op de hoogte was van de zorg die u van de specialist had ontvangen?

Noemer: alle geënqueteerden die aangaven in de voorgaande twee jaar een specialist bezocht te hebben (n=587 in 2016)

Interpretatie

Voor een optimale medisch-specialistische behandeling is het van belang dat zowel de huisarts als de medisch specialist over de juiste informatie over de patiënt beschikken. Dat komt effectiviteit, veiligheid en vraaggerichtheid ten goede.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 11 landen (Zwitserland)

Jaar

2016

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IQ healthcare. International Health Policy Survey 2016; Onderzoek onder volwassen burgers in 11 landen . Nijmegen: IQ healthcare; 2017. Bron

Zorginfecties in ziekenhuizen

Indicatorwaarde

Referentiewaarde (niet beschikbaar)

Geen referentiewaarde

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stabiel

Trend in zorginfecties in het ziekenhuis

Puntprevalentie
TotaalPOWISepsis/bacteriëmieUrineweginfectiesInfecties van de onderste luchtwegen
20145,42,10,90,71,1
20155,31,90,70,71,1
20165,51,80,90,71,3
20175,31,80,80,91,1
20184,91,40,80,71,4

Bron:  PREZIES, 2019

  • POWI = postoperatieve wondinfecties
  • Urineweginfecties = symptomatische urineweg infecties 
  • Sepsis/bacteriëmie = primaire- en secundaire sepsis               
  • Infecties van de onderste luchtwegen =  longontsteking en andere lagere luchtweginfecties

* De daling in prevalentie van postoperatieve wondinfecties tussen 2014 en 2018 is significant (p <0.01). Voor de andere typen infecties zijn er geen significante veranderingen (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2019). 

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal zorginfecties aanwezig of behandeld op peildatum, per 100 beoordeelde patiënten die op die peildatum waren opgenomen in het ziekenhuis.

Bron

PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance (PREZIES)

Berekening

Teller: aantal zorginfecties aanwezig of behandeld op peildatum (dit zijn zowel de zorginfecties ontstaan tijdens de huidige opname als de zorginfecties die al aanwezig waren op het moment van heropname).

Noemer: aantal patiënten die op peildatum waren opgenomen in het ziekenhuis (x 100%).
In- en exclusie Inclusie: patiënten die op de registratiedag met ontslag gaan.

Exclusie: patiënten die op de registratiedag worden opgenomen in het ziekenhuis en patiënten opgenomen op de afdelingen dagbehandeling, psychiatrie of (hemo)dialyse.
Toelichting Het prevalentieonderzoek is opgezet als een puntprevelantie meting. De gegevens worden idealiter voor het hele ziekenhuis verzameld op één dag. In de praktijk is dit onmogelijk en worden de gegevens vaak verzameld in één maand. Per afdeling worden de gegevens wel verzameld op één dag (registratiedag). 

Interpretatie

Zorginfecties zijn infecties die ontstaan tijdens of in aansluiting op een opname of behandeling in een zorginstelling. Zorginfecties kunnen ernstige gevolgen hebben voor patiëten. Van oppervlakkige ontstekingen tot ontstekingsreacties in het hele lichaam, tot aan overlijden. Zorginfectes veroorzaken verlenging van opname, heropname, heroperaties en verhoging van kosten.

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2018

Elders op VZinfo Zorginfecties
Literatuur Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2019

Datum publicatie

05-12-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(RIVM). Referentiecijfers 2014 t/m 2018: Prevalentieonderzoek ziekenhuis. PREZIES.. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2019. Bron

Patiënten met potentieel vermijdbare schade in ziekenhuizen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde 1,6%

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is gunstig

Trend potentieel vermijdbare schade in ziekenhuizen

JaarZorggerel. schadePot. vermijdbare schadeBI benedengrens (zorggerelateerde schade)BI bovengrens (zorggerelateerde schade)BI benedengrens (potentieel vermijdbare schade)BI bovengrens (potentieel vermijdbare schade)
20045,72,35,16,41,92,7
200882,96,99,22,33,7
2011/20127,11,66,18,31,12,2

BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage patiënten dat tijdens een opname in een ziekenhuis potentieel vermijdbare schade opliep.

Bron

Monitor Zorggerelateerde Schade, NIVEL/EMGO

Berekening

Teller: aantal patiënten dat tijdens een opname in een ziekenhuis potentieel vermijdbare schade opliep. Noemer: aantal personen ontslagen uit het ziekenhuis (levend of dood).

Interpretatie

Hoe minder vermijdbare schade hoe beter. Een positieve patiëntveiligheidscultuur draagt bij aan verlaging van de kans op het optreden van vermijdbare schade. Daarbij is  er onder meer aandacht  voor implementatie van kwaliteits- en veiligheidsprogramma's, opleiding van professionals, stroomlijning van zorgprocessen en goede communicatie en samenwerking.

Definities

Zorggerelateerde schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het (niet) handelen van een zorgverlener en/of door het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt. 

Vermijdbare schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het onvoldoende handelen volgens de professionele standaard en/of door tekortkomingen van het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt.

Potentieel vermijdbare schade is zorggerelateerde schade die meer dan waarschijnlijk vermijdbaar was.

Toelichting bij de referentiewaarde

-

Jaar

2012

Patiënten met potentieel vermijdbare sterfte in ziekenhuizen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 3,1%

Referentiewaarde*

Referentie waarde: niet beschikbaar

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Potentieel vermijdbare sterfte in ziekenhuizen

JaarZorggerel. schadePot. vermijdbare schadePot. vermijdbare sterfteBI benedengrens (zorggerelateerde schade)BI bovengrens (zorggerelateerde schade)BI benedengrens (potentieel vermijdbare schade)BI bovengrens (potentieel vermijdbare schade)BI benedengrens (potentieel vermijdbare sterfte)BI bovengrens (potentieel vermijdbare sterfte)
200410,75,24,19,811,74,55,93,54,8
200815,67,35,51417,36,28,64,56,6
2011/12 11,942,610,613,43,24,923,4
2015/169,94,33,18,9113,65,12,53,8

BI = 95% betrouwbaarheidsinterval (alleen zichtbaar in de tabel lay-out)

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage in een ziekenhuis overleden patiënten bij wie potentieel vermijdbare schade tijdens het verblijf bijdroeg aan het overlijden.

Bron

Monitor Zorggerelateerde Schade, NIVEL/EMGO

Berekening

Teller: aantal in een ziekenhuis overleden patiënten bij wie potentieel vermijdbare schade bijdroeg aan het overlijden. Noemer: aantal patiënten dat tijdens een ziekenhuisopname is overleden.

Interpretatie

Hoe minder vermijdbare sterfte hoe beter. Een positieve patiëntveiligheidscultuur draagt bij aan verlaging van de kans op het optreden van vermijdbare sterfte. Daarbij is  er onder meer aandacht  voor implementatie van kwaliteits- en veiligheidsprogramma's, opleiding van professionals, stroomlijning van zorgprocessen en goede communicatie en samenwerking.

Definities

Zorggerelateerde schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het (niet) handelen van een zorgverlener en/of door het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt. 

Vermijdbare schade is een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het onvoldoende handelen volgens de professionele standaard en/of door tekortkomingen van het zorgsysteem met schade voor de patiënt zodanig ernstig dat er sprake is van tijdelijke of permanente beperking dan wel overlijden van de patiënt.

Potentieel vermijdbare schade is zorggerelateerde schade die meer dan waarschijnlijk vermijdbaar was.

Potentieel vermijdbare sterfte is sterfte waarbij potentieel vermijdbare schade mogelijk of zeker heeft  bijgedragen aan het overlijden van de patiënt.

Toelichting bij de referentiewaarde

-

Jaar

2016

Suïcides in de geestelijke gezondheidszorg

Indicatorwaarde

Geen referentiewaarde

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stabiel

Trend suïcides in de geestelijke gezondheidszorg

TotaalIn de GGZBuitenBevraagde instellingenSuïcidepogingen met ernstig schadelijk gevolg
20071353539814
20081435574861
20091525628897
20101600607993
20111647651996105153
201217536771076170176
201318576961161264246
201418397271112254210
201518716841187168186
201618937241169326243
201719177591158349155
201818297641065348242
  • Inclusief PAAZ/PUC en crisisopvang.
  • Exclusief justitiële instellingen en zelfstandig gevestigde beroepsbeoefenaren (solistisch werkende zorgverleners) in de ggz.
  • In 2011 en 2013 is er een trendbreuk omdat het aantal instellingen dat informatie heeft aangeleverd, toenam.
  • In 2015 is er een trendbreuk omdat het aantal instellingen dat informatie heeft aangeleverd, afnam (instellingen die uitsluitend zorg leveren die wordt bekostigd vanuit de generalistische basis-ggz, de Wmo en/of de Jeugdwet).
  • In 2016 is er een breuk in trend omdat uitvraag is gedaan bij alle instellingen waarvan een kwaliteitsstatuut is geregistreerd bij ZiN. Dat leidde tot een toename van het aantal instellingen.
  • In 2017 is er een breuk in de trend omdat de uitvraag over zorg in het kader van de Jeugdwet binnen de ggz-instellingen is hervat, wat kan hebben bijgedragen aan een stijging van het aantal suïcides in de ggz.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal personen in behandeling van de geestelijke gezondheidszorg dat zich heeft gesuïcideerd in een kalenderjaar

Bron

Meldingssysteem voor suïcides en suïcidepogingen met ernstig letsel van de IGJ

Berekening

Het aantal personen in behandeling van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) dat zich in één kalenderjaar heeft gesuïcideerd. De indicator heeft betrekking op zowel personen die zijn opgenomen als personen die ambulant worden behandeld. 

Interpretatie

Het aantal suïcides van mensen die in behandeling zijn van de GGZ zegt iets over de implementatie en doeltreffendheid van suïcidepreventie binnen de GGZ. Als dit kengetal in de loop van de tijd stijgt, kan dat betekenen dat de doeltreffendheid van de preventie te wensen overlaat. Zorgverleners in de GGZ worden ondersteund met de generieke module diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag uit 2018, de multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag uit 2012 en het kwaliteitsdocument ketenzorg bij suïcidaliteit uit 2010.

Beperking indicator

Als gevolg van verschillende manieren van het verzamelen van de gegevens en de wijzigingen in het zorgstelsel, wisselt het aantal instellingen waarbij gegevens zijn uitgevraagd van jaar tot jaar (zie de voetnoten bij de cijfers). Daarom kunnen op basis van deze indicator niet al te harde conclusies over trends in de tijd worden getrokken.

Jaar

2018

Literatuur VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2017

Datum publicatie

15-10-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Landelijke agenda suïcidepreventie 2018-2021. Den Haag: Ministerie van VWS; 2017. Bron

Tevredenheid zorgverleners met de kwaliteit van de geleverde zorg in de eigen instelling binnen ziekenhuizen en de GGZ

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 3,5

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Een score van 4 betekent tevreden

4-jarige trend

4-jarige trend: stabiel

Tevredenheid zorgverleners met de kwaliteit van de geleverde zorg in de eigen instelling

Ziekenhuizen en de GGZ, schaal van 1 t/m 5
JaarZKH-verplGGZ-VerplTotaal
20093,53,63,5
20113,53,63,5
20133,53,73,5
20153,33,53,4
20173,53,53,5
  • ZKH-verpl = verpleegkundigen in ziekenhuizen; GGZ-verpl = verpleegkundigen in de GGZ
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van het panel tussen de jaren voor wat betreft leeftijd en omvang van elke beroepsgroep.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Gemiddelde score op een schaal voor tevredenheid van zorgverleners in ziekenhuizen en GGZ-instellingen met de kwaliteit van geleverde zorg in de eigen instelling

Bron

NIVEL, Panel Verpleging & Verzorging

Berekening

De scores betreffen een gemiddelde van de antwoorden op 3 vragen naar de kwaliteit van zorg. Dit betreft een sub-schaal van de Maastrichtse arbeidstevredenheidsschaal voor de gezondheidszorg (MAS-GZ). De antwoorden werden gegeven op een vijfpuntsschaal, waarbij: 5=zeer tevreden, 4=tevreden, 3=neutraal, 2=ontevreden en 1=zeer ontevreden. Het gemiddelde kan variëren tussen 1 en 5.

Interpretatie

Een van de deelaspecten van arbeidstevredenheid is de kwaliteit van de zorg in de eigen instelling. Als zorgverleners ontevreden zijn over de kwaliteit van zorg, kan dat erop duiden dat patënten zorg van onvoldoende kwaliteit ontvangen, bijvoorbeeld dat er in het algemeen te weinig tijd beschikbaar is om goede zorg te ontvangen of dat de zorg te weinig toegespitst is op de individuele zorgbehoefte.Een hoger cijfer duidt op een betere kwaliteit in de ogen van zorgverleners.

Toelichting bij de referentiewaarde

Een score van 4 staat gelijk aan "tevreden".

Jaar

2017

Onvoldoende kwaliteit van zorg op de eigen afdeling volgens verpleegkundigen binnen ziekenhuizen en de GGZ

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 12,9%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 10%

4-jarige trend

Trend: De 3-jarige trend is stabiel

Trend onvoldoende kwaliteit van zorg op eigen afdeling volgens verpleegkundigen in ziekenhuizen en de GGZ

ZKH-verplGGZ-verplTotaal
200916,29,1
201116,117,016,2
201314,38,812,4
201516,213,715,4
201713,012,812,9
  • ZKH-verpl = verpleegkundigen in ziekenhuizen; GGZ-verpl = verpleegkundigen in de GGZ
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van het panel tussen de jaren voor wat betreft leeftijd en omvang van elke beroepsgroep.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage verpleegkundigen en verzorgenden in ziekenhuizen en GGZ-instellingen dat van mening is dat de kwaliteit van zorg binnen de eigen afdeling of team regelmatig of vaak niet goed is

Bron

NIVEL, Panel Verpleging & Verzorging

Berekening

Teller: verpleegkundigen en verzorgenden in ziekenhuizen en GGZ die 'regelmatig’ of ‘vaak' antwoordden op de vraag: "Hoe vaak komt het volgens u in het algemeen binnen uw afdeling of team voor dat de kwaliteit van zorg verleend door verpleegkundigen en/of verzorgenden niet goed is?". Noemer: alle verpleegkundigen en verzorgenden die de vraag hebben beantwoord (n=355 in 2017).

Interpretatie

Het oordeel van zorgverleners is subjectief, maar is gebaseerd op ervaring die dagelijks wordt opgedaan en geeft daarmee een belangrijke indicatie voor de kwaliteit van zorg vanuit professioneel perspectief. 

Toelichting bij de referentiewaarde

Er is geen beleidsnorm, veldnorm of internationale vergelijking voorhanden. De referentiewaarde is voor discussie vatbaar, maar is gebaseerd op de aanname dat het wenselijk is dat de vraag door minder dan 10% positief beantwoord zal worden. Er wordt vanuit gegaan dat een 0% score per definitie niet haalbaar is.

Jaar

2017

Onvoldoende gekwalificeerd personeel volgens verpleegkundigen binnen ziekenhuizen en de GGZ

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 36,1%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 25%

4-jarige trend

3-jarige trend: De trend is stijgend; dat is ongunstig

Trend onvoldoende gekwalificeerd personeel volgens verpleegkundigen in ziekenhuizen en de GGZ

JaarZKH-verplGGZ-verplTotaal
201124,318,022,0
201324,124,824,5
201529,429,429,5
201732,841,336,1
  • ZKH-verpl = verpleegkundigen in ziekenhuizen; GGZ-verpl = verpleegkundigen in de GGZ
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van het panel tussen de jaren voor wat betreft leeftijd en omvang van elke beroepsgroep.
Dit cijfer is ook onderdeel van
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage verpleegkundigen en verzorgenden in ziekenhuizen en GGZ-instellingen dat van mening is dat er in de eigen instelling onvoldoende gekwalificeerd personeel is om goede kwaliteit van zorg te leveren.

Bron

NIVEL, Panel Verpleging & Verzorging

Berekening

Teller: verpleegkundigen en verzorgenden die 'nee' antwoordden op de vraag: "Vindt u dat er voldoende gekwalificeerd personeel is om goede kwaliteit van zorg te leveren?", Noemer: alle verpleegkundigen en verzorgenden die de vraag hebben beantwoord (n=343 in 2017)

Interpretatie

Voldoende gekwalificeerd personeel is een belangrijke voorwaarde om kwaliteit van zorg te leveren. Het oordeel van zorgverleners is subjectief, maar is gebaseerd op ervaring die dagelijks wordt opgedaan en geeft daarmee een belangrijke indicatie voor de kwaliteit van zorg vanuit professioneel perspectief. De overigen (63,9% in 2017) beantwoordden de vraag met 'ja' of 'weet ik niet'.

Toelichting bij de referentiewaarde

Er is geen beleidsnorm, veldnorm of internationale vergelijking voorhanden. De referentiewaarde is voor discussie vatbaar, maar is gebaseerd op de aanname dat het wenselijk is dat de vraag door drie kwart positief beantwoord zal worden. Er wordt vanuit gegaan dat een 100% score niet haalbaar is.

Jaar

2017

Separaties in de geestelijke gezondheidszorg

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 371331 uur

Referentiewaarde (niet beschikbaar)

Referentiewaarde niet beschikbaar

2-jarige trend

3-jarige trend: Afname van 9,3%

Trend bruto uren separatie van alle instellingen

JaarAantal uren
2014368522
2017334362

Bron:  Openbare dataset op Zorginzicht.nl, bewerking door het RIVM

  • Voor de indicatorwaarde zijn 23 instellingen meegenomen en voor de  trend maar 21 instellingen, hierdoor wijkt de indicatorwaarde af van het cijfer in de trend. Van twee instellingen was geen data van 2014 beschikbaar.
  • De cijfers van 2014 zijn gevalideerd. Dat betekent dat alle dubbelingen eruit zijn gehaald en op het niveau van de patient onderzocht is of patiënten in de verschillende gegevensbronnen voorkomen. In de gegevens van 2017 was deze controle niet mogelijk.
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Totaal aantal uren separatie in de geestelijke gezondheidszorg.

Bron

Openbare dataset op Zorginzicht (2017) en Casusregister Argus (2014)
Bronhouder primaire bron

Zorginstituut Nederland (2017) en GGNet  (2014)

 

Berekening

Som van het aantal uren separatie per GGZ-instelling (teller van de indicator 'Separatieduur per opnameduur')

Extra toelichting De indicator is berekend op basis van gegevens van alle grote GGZ-instellingen. Separaties op afdelingen of instellingen voor forensische zorg, instellingen voor specifieke patiëntengroepen en afdelingen psychiatrie in algemene ziekenhuizen en medische centra zijn niet meegeteld. Voor het berekenen van een landelijke trend zijn vijf algemene GGZ-instellingen geëxcludeerd, omdat:  (1) er geen gegevens over 2014 beschikbaar waren, (2) er extreme verschillen waren tussen 2014 en 2017, of (3) de separatieduur voor de betreffende instelling als onjuist werd aangemerkt.

Interpretatie

Het terugdringen van aantal en duur van vrijheidsbeperkende interventies is een belangrijk doel van de brancheorganisatie in de GGZ, beroepsverenigingen, cliëntenorganisaties en Rijksoverheid. Vrijheidsbeperkende interventies, zoals separatie, zijn ingrijpende maatregelen die niet zelden leiden tot verergering van angsten, depressie, psychose of tot suïcidaliteit. Er zijn alternatieve aanpakken beschikbaar maar die worden niet altijd  toegepast.
Indicatorontwikkeling De Argus-registratie van vrijheidsbeperkende interventies bestaat niet meer. Om toch inzicht te krijgen in landelijke ontwikkelingen in het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies, is voor de actualisatie van de indicator gebruik gemaakt van een andere bron (Zorginzicht), met als kanttekening dat de betrouwbaarheid van de cijfers niet helemaal duidelijk is, terwijl aan de validatie van de cijfers uit de Argus-registratie veel zorg besteed is. Er wordt gewerkt aan de opzet van een nieuwe registratie voor vrijheidsbeperkende interventies.

Toelichting bij de referentiewaarde

N.v.t.

Jaar

2017
Literatuur Bestuurlijk akkoord geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2019 t/m 2022; IGJ, 2018TNO, 2013

Experts en redactie

Datum publicatie

13-05-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IGJ. Dwangtoepassing en separeerpraktijk in de ggz. Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; 2018. Bron
  2. TNO. Vrijheidsbeperking in de GGZ: veldnorm insluiting . Soesterberg: TNO; 2013. Bron

Huisarts betrekt patiënt bij beslissingen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 92%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 86,1%

3-jarige trend

3-jarige trend is stabiel

Personen die aangeven dat de huisarts hen betrekt bij beslissingen 2016

LandPercentage
Belgium (2013)95,2
Israël (2018)94
NEDERLAND(2018)92
Portugal (2015)90,9
Verenigd Koninkrijk88,9
Nieuw Zeeland87,9
Australië87,8
Duitsland87,2
Zwitserland86,9
Verenigde Staten85,2
Canada84,8
Korea (2018)82,4
Tsjechië (2010)81,7
Zweden81,2
Frankrijk (2013)79,2
Noorwegen78,8
Estland78,3
Spanje78
Polen 61,5

Bron: OECDNIVEL

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat aangeeft dat de huisarts hem of haar meestal of altijd betrekt bij beslissingen over de zorg en behandeling.

Bron

NIVEL consumentenpanel, OECD

Berekening

Teller: aantal personen met een vaste huisarts dat aangeeft dat de huisarts hen meestal of altijd betrekt bij beslissingen over de zorg en behandeling.
Noemer: alle respondenten van het NIVEL consumententenpanel bejegening (n=621)

Interpretatie

Het betrekken van de patiënt bij beslissingen maakt deel uit van een patiëntgerichte zorg en is daarmee een indicator voor de kwaliteit van zorg.  
Referentiewaarde 86.1%

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan van 18 OECD landen: VS / Zwitserland

Jaar

2018

Literatuur Holst et al., 2019

Datum publicatie

28-11-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Holst L., Brabers A., de Jong J. Patiënten wederom positief over de bejegening door hun huisarts. Utrecht : Nivel; 2019. Bron

Huisarts besteedt voldoende tijd aan patiënt

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 94%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 85,4%

3-jarige trend

3-jarige trend is stabiel

Personen die aangeven dat de huisarts voldoende tijd aan hen besteed 2016

LandPercentage
Belgie (2013)97,5
Tsjechie (2010)97,3
Israel (2018)96,1
NEDERLAND (2018)94
Australie91,6
Portugal (2015)89,7
Nieuw Zeeland87,9
Hongarije (2019)87,5
Zwitserland87,4
Duitsland 85,8
Verenigd Konikrijk84,9
Frankrijk83,7
Estland83,6
Verenigde Staten81,5
Zuid Korea (2018)80,8
Canada79,9
Noorwegen78,8
Zweden73,7
Polen70
Japan (2017)42,1

Bron: OECDNIVEL

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat aangeeft dat de huisarts meestal of altijd voldoende tijd voor hen neemt.

Bron

NIVEL Consumentenpanel. OECD

Berekening

Teller: aantal personen met een vaste huisarts dat aangeeft dat de huisarts hen meestal of altijd betrekt bij beslissingen over de zorg en behandeling. Noemer: alle respondenten van het NIVEL consumententenpanel bejegening (n=621)

Interpretatie

Het besteden van voldoende tijd maakt deel uit van een patiëntgerichte zorg en is daarmee een indicator voor de kwaliteit van zorg. 

Referentiewaarde

85,4%

Toelichting bij de referentiewaarde Mediaan 20 OECD landen: Verenigd Konikrijk / Duitsland

Jaar

2018

Literatuur

Holst et al., 2019

Datum publicatie

28-11-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Holst L., Brabers A., de Jong J. Patiënten wederom positief over de bejegening door hun huisarts. Utrecht : Nivel; 2019. Bron

Huisarts geeft de gelegenheid om vragen te stellen

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 95%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 90,3%

3-jarige trend

3-jarige trend is stabiel

Personen die aangeven dat de huisarts voldoende gelegenheid geeft om vragen te stellen 2016

LandPercentage
NEDERLAND (2018)96
Zwitserland (2010)94,7
Tsjechië (2010)93,9
Duitsland (2010)93,7
Israël93
Verenigd Koninkrijk (2010)92,4
Nieuw-Zeeland (2010)92,3
Portugal (2015)91,6
Australië (2010)88,9
Canada (2010)88
Verenigde Staten (2010)87,8
Estland83,2
Noorwegen (2010)83,1
Frankrijk (2010)82,7
Zweden81,3
Polen 67,9

Bron: OECDNIVEL

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage personen dat aangeeft dat de huisarts hem of haar meestal of altijd de gelegenheid geeft om vragen te stellen.

Bron

NIVEL Consumentenpanel, OECD

Berekening

Teller: aantal personen met een vaste huisarts dat aangeeft dat de huisarts hen meestal of altijd de mogelijkheid geeft om vragen te stellen. Noemer: alle respondenten van het NIVEL consumententenpanel bejegening (n=621)

Interpretatie

Ruimte bieden voor vragen maakt deel uit van patiëntgerichte zorg en is daarmee een indicator voor de kwaliteit van zorg.
Referentiewaarde 90,3%

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 16 OECD landen: Australië / Portugal 

Jaar

2018

Literatuur Holst et al., 2019

Datum publicatie

28-11-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Holst L., Brabers A., de Jong J. Patiënten wederom positief over de bejegening door hun huisarts. Utrecht : Nivel; 2019. Bron

Antibioticavoorschriften buiten het ziekenhuis

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 10,1

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 16,6

3-jarige trend

Afname dat is gunstig

Antibioticavoorschriften buiten het ziekenhuis 2017

LandDDD per 1000 inwoners per dag
Griekenland (v)37,4
Frankrijk (v)29,2
Roemenië (v)29,1
Polen (v)27
Spanje (b)25,1
Slowakije (v, 2016)23,6
België (g)21,1
Ierland (v)19,3
Verenigd Koninkrijk (g)19,1
Italië (b)19
Bulgarije (v)18,9
Tsjechië (v, 2015)17,4
Kroatië (v)16,8
Portugal (g)16,4
Hongarije (v)15,6
Noorwegen (b)14,7
Denemarken (v)14,3
Duitsland (v)13,7
Finland (v)13,6
Lithouwen (v)13,6
Letland (v)12,1
Oostenrijk (g)11,9
Zweden (v)11,3
Slovenië (b)10,7
NEDERLAND (v)10,1
Estland (v)9,9
  • Voor Roemenië zijn de cijfers inclusief het gebruik in het ziekenhuis. Ze geven daarom een overschatting van het antibioticagebruik in de eerstelijn.
  • Voor Finland is het gebruik in afgelegen eerstelijnszorgcentra en verpleeg/verzorgingshuizen bij het gebruik in ziekenhuizen opgeteld, waardoor het gebruik in de eerstelijn een onderschatting is.
  • Tussen haakjes is weergegeven van welk type bron de gegevens afkomstig zijn (in 2017 of anders indien vermeld): v = verkoopcijfers, g = gedeclareerde afleveringen, b = beide typen gegevens. Bronnen gebaseerd op verkoopcijfers zijn mogelijk vollediger dan bronnen gebaseerd op gedeclareerde afleveringen, omdat antibiotica die zonder recept zijn verkregen of niet worden vergoed vaak wel in de verkoopcijfers zijn meegeteld, maar niet bij de gedeclareerde cijfers.

 

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Antibioticavoorschriften in de eerstelijnszorg

Bronnen

European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC)

Berekening

Teller: Som DDD van alle antibioticavoorschriften in de eerste lijn voor systemisch gebruik (= voor het hele lichaam, ATC-code J01)
Noemer: Populatie van de gebruikte database

Interpretatie

De Defined daily dose (DDD) is de theoretische, gemiddelde onderhoudsdosis van een geneesmiddel voor de hoofdindicatie bij volwassenen, vastgesteld door de WHOCC. In werkelijkheid kan deze afwijken, maar hiermee kan een goede vergelijking worden gemaakt. 

Lager is beter: hoe meer antibiotica er wordt voorgeschreven, des te groter de kans op resistente stammen. Antibiotica zouden alleen moeten worden voorgeschreven als er een kans is op een (ernstige) infectie.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 28 OECD-landen (Verenigd Koninkrijk/Bulgarije)

Jaar

2017

Literatuur NethMap, 2018

Datum publicatie

20-11-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NethMap. NethMap 2018: Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance among medically important bacteria in the Netherlands in 2017 . Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron

Wachttijden specialismen polikliniek langer dan de Treeknorm

Indicatorwaarde (jan t/m juli 2018)

Indicatorwaarde: 28,7%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Deze is nul. Wachttijd mag niet boven de treeknorm uitkomen.

3-jarige trend

3-jarige trend: De 3-jarige trend laat een stijging zien. Dat is ongunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage wachttijden voor specialismen op de polikliniek langer dan de Treeknorm

Bron

Wachttijdenonderzoek, Mediquest

Berekening

Teller: aantal wachttijden voor specialismen op de polikliniek (totaal van alle instellingen medisch specialistische zorg) langer dan de Treeknorm in de periode januari t/m juli 2018.
Noemer: totaal aantal wachttijden voor specialismen op de polikliniek in de periode januari t/m juli 2018.
N=19.969

Interpretatie

Alle instellingen voor medisch specialistische zorg zijn per 1 januari 2008 verplicht om maandelijks de wachttijden voor electieve medisch specialistische zorg op hun website te publiceren. Dit volgt uit de ‘Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg’ (2008) van de NZa en de aangepaste 'Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg' van de NZa, 2018. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars hebben afspraken gemaakt over maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg. Deze wachttijden worden Treeknormen genoemd. De Treeknorm voor poliklinische zorg is 4 weken.

Toelichting bij de referentiewaarde

Percentage wachttijden voor specialismen op de polikliniek boven de Treeknorm.

Jaar

Januari t/m juli 2018

Datum publicatie

14-02-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NZa. Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg. Utrecht: Nederlandse Zorgautoriteit; 2018. Bron

Wachttijden behandeling in ziekenhuizen langer dan de Treeknorm

Indicatorwaarde (jan t/m juli 2018)

Indicatorwaard

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Deze is nul. Wachttijd mag niet boven de treeknorm uitkomen.

3-jarige trend

De 3-jarige trend is stijgend, dat is ongunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage wachttijden voor behandeling langer dan de Treeknorm

Bron

Wachttijdenonderzoek, Mediquest

Berekening

Teller: aantal wachttijden voor behandeling/operatie van een aandoening (totaal van alle instellingen medisch specialistische zorg) langer dan de Treeknorm in de periode januari t/m juli 2018.
Noemer: totaal aantal wachttijden voor behandeling/operatie van een aandoening in de periode januari t/m juli 2018.
N=15.683

Interpretatie

Alle instellingen voor medisch specialistische zorg zijn per 1 januari 2008 verplicht om maandelijks de wachttijden voor electieve medisch specialistische zorg op hun website te publiceren. Dit volgt uit de ‘Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg’ (2008) van de NZa en de aangepaste 'Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg' van de NZa, 2018. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars hebben afspraken gemaakt over maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg. Deze wachttijden worden Treeknormen genoemd.  De Treeknorm voor behandeling is 7 weken.

Toelichting bij de referentiewaarde

Percentage wachttijden voor behandeling boven de Treeknorm.

Jaar

Januari t/m juli 2018

Datum publicatie

14-02-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NZa. Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg. Utrecht: Nederlandse Zorgautoriteit; 2018. Bron

Wachttijden diagnostiek in ziekenhuizen langer dan de Treeknorm

Indicatorwaarde (jan t/m juli 2018)

Indicatorwaarde: 21,0%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Deze is nul. Wachttijd mag niet boven de treeknorm uitkomen.

3-jarige trend

De 3-jarige trend laat een stijging zien. Dat is ongunstig.
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage wachttijden voor diagnosiek langer dan de Treeknorm

Bron

Wachttijdenonderzoek, Mediquest

Berekening

Teller: aantal wachttijden voor diagnostiek (totaal van alle ziekenhuizen) langer dan de Treeknorm in de periode januari t/m juli 2018.
Noemer: totaal aantal wachttijden diagnostiek in de periode januari t/m juli 2018.
N=2.125

Interpretatie

Alle instellingen voor medisch specialistische zorg zijn per 1 januari 2008 verplicht om maandelijks de wachttijden voor electieve medisch specialistische zorg op hun website te publiceren. Dit volgt uit de ‘Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg’ (2008) van de NZa en de aangepaste 'Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg' van de NZa, 2018. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars hebben afspraken gemaakt over maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg. Deze wachttijden worden Treeknormen genoemd.  De Treeknorm voor diagnostiek is 4 weken.

Toelichting bij de referentiewaarde

Percentage wachttijden diagnostiek boven de Treeknorm.

Jaar

Januari t/m juli 2018

Datum publicatie

14-02-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NZa. Regeling Wachttijden en wachttijdbemiddeling medisch specialistische zorg. Utrecht: Nederlandse Zorgautoriteit; 2018. Bron

Langer dan 2 jaar op wachtlijst voor donornier

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 39,6%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 34,8%

3-jarige trend

De 3-jarige trend laat een daling zien. Dat is gunstig
 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage mensen dat 2 jaar of langer wacht op een donornier

Bron

Nederlandse Transplantatie Stichting, 2018; Eurotransplant

Berekening

Teller: aantal mensen dat, op 31 december 2018, 2 jaar of langer wacht op een donornier.
Noemer: aantal mensen dat op 31 december 2018 op de wachtlijst staat voor een donornier.

Interpretatie

Voor patiënten die wachten op een donororgaan kan lang wachten zeer ernstige gevolgen hebben, waaronder overlijden. Het beschikbaar komen van donororganen is afhankelijk van de stand van de medische wetenschap, de beschikbare ziekenhuiscapaciteit, omvang van de sterfte in de algemene bevolking, het herkennen door artsen en verpleegkundigen van potentiële donoren, de organisatie van de donatie, bereidheid van mensen om postmortaal organen af te staan, publieksvoorlichting en wetgeving. De situatie voor patiënt die wachten op een donornier is in vergelijking met patiënten die wachten op een andere orgaan uniek omdat de beschikbaarheid van een nier ook afhangt van de bereidheid van potentiële donoren om een geschikt orgaan tijdens het leven ter beschikking te stellen.

Toelichting bij de referentiewaarde

De mediaan van de landen die deelnemen aan Eurotransplant (Kroatië).

Jaar

2018

Mensen die afzien van zorg vanwege de kosten

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 8,0%

Geen referentiewaarde

Geen referentiewaarde

3-jarige trend

3-jarige trend is dalend. Dat is gunstig

Afzien van zorg vanwege kosten

[container]

Bron: OECD Health Statistics / HaaG

De gegevens van Tsjechië zijn van 2010, van Polen, Frankrijk en Italië van 2013, van Spanje van 2014 en van Portugal, Nieuw-Zeeland en  Australië van 2015.

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de volwassen bevolking dat in de voorgaande 12 maanden wel eens afzag van zorg vanwege de kosten.

Bron

NIVEL Consumentenpanel Gezondheidszorg (2018), OECD Health Statistics (2016)

Berekening

Teller: aantal personen dat aangeeft in de voorgaande 12 maanden een medisch probleem te hebben maar heeft afgezien van (a) artsenbezoek, (b) een aanbevolen medisch onderzoek, behandeling of nabehandeling en/of (c) afhalen of gebruik van medicijnen vanwege de kosten. Noemer: alle respondenten van 18 jaar en ouder (n=637)

Interpretatie

Wanneer mensen afzien van zorg vanwege de kosten wijst dit op ervaren problemen met de financiële toegankelijkheid. Mogelijk noodzakelijke zorgbehoeften blijven onvervuld. 

Toelichting bij de referentiewaarde

 

Jaar

2018

Literatuur Kooijman et al., 2019

Datum publicatie

16-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kooijman M, Brabers A, de Jong J. Afzien van zorg vanwege de kosten en wachttijden voor het bezoek aan een medisch specialist. Utrecht: NIVEL; 2019. Bron

Mensen die afzien van dringende tandheelkundige zorg vanwege de kosten

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 0,1%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 2,4%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is gunstig

Afzien van dringende tandheelkundige zorg vanwege kosten 2017

16 jaar en ouder, in de afgelopen 12 maanden
Land20172016201520142013
Letland13,413,113,417,518,4
Portugal11,513,814,415,514,2
Griekenland9,713,411,912,48,1
Estland6,39,210,27,67,8
Noorwegen4,43,63,93,14,4
Denemarken4,23,73,94,13,9
Spanje4,05,14,87,67,4
België3,53,73,53,82,8
Litouwen3,33,63,13.13,4
Zwitserland (2016)3,33,32,74,64,6
Ierland3,03,14,85,75,5
Frankrijk2,72,93,15,35,1
Italië2,08,09,69,99,4
Verenigd Koninkrijk2,01,42,02,42,3
Hongarije1,72,03,93,94,3
Zweden1,53,43,64,45,5
Polen1,42,93,33,84,0
Slowakije1,41,71,92,01,9
Slovenië0,90,40,30,40,6
Oostenrijk0,70,40,30,41,1
Tsjechië0,70,60,81,21,0
Duitsland0,50,60,51,81,9
Finland0,30,40,30,30,2
NEDERLAND0,10,30,31,50,9

Bron: EU-SILCEurostat, 2019

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de bevolking dat afziet van dringende tandheelkundige zorg vanwege de kosten

Bron

EU-SILCEurostat

Berekening

Teller: alle respondenten in de EU-SILC enquête van 16 jaar en ouder die aangaven in de afgelopen 12 maanden te hebben afgezien van dringende tandheelkundige zorg omdat dit teveel geld kostte.
Noemer: alle respondenten van 16 jaar en ouder. 

Interpretatie

De indicator geeft een indruk van financiële toegankelijkheid van tandheelkundige zorg. Tandheelkundige zorg is voor personen van 18 jaar en ouder niet opgenomen in het basispakket.

Toelichting bij de referentiewaarde

Mediaan 24 Europese landen

Jaar

2017

Experts en redactie

Datum publicatie

15-04-2019

Wanbetalers zorgverzekering

Indicatorwaarde

Referentiewaarde

Referentiewaarde: Er is geen norm, maar iedereen is wettelijk verplicht de premie voor een basisverzekering te betalen.

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is gunstig
Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Aantal mensen met een zorgverzekering dat tenminste zes maanden hun premie voor de basisverzekering niet heeft betaald

Bron

 VWS Vverzekerden Monitor (VWS., 2019)

Berekening

Totaal aantal wanbetalers

Interpretatie

Wanbetalers zijn mensen die wel een zorgverzekering hebben maar de premie tenminste zes maanden niet betaald hebben. Wanbetaling van de zorgpremie staat niet op zichzelf. Vaak zijn er ook andere schulden. Uit onderzoek van Social Force (2014) blijkt dat deze groep moeilijk te bereiken is. Herhaaldelijke telefonische en schriftelijke oproepen leveren vaak niets op.

Toelichting bij de referentiewaarde

Er bestaat geen beleidsnorm voor het aantal wanbetalers, maar iedereen is wettelijk verplicht voor de basisverzekering te betalen.

Jaar

2018

Datum publicatie

24-10-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. VWS. VWS-Verzekerdenmonitor 2019. Den Haag: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; 2019. Bron