Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Prestatie-indicatoren gezondheidszorgSysteemdoelen

Aandeel collectieve uitgaven besteed aan zorg

Indicatorwaarde (2021)

Geen referentiewaarde

Geen referentiewaarde

3-jarige trend (2019 - 2021)

Aandeel collectieve uitgaven besteed aan zorg, internationale vergelijking 2019

LandOude berekeningNieuwe berekening
Japan (2018)23,49
Verenigde Staten (2019)22,35
Ierland (2019)20,32
Duitsland (2019)20,13
Verenigd Koninkrijk (2019)19,68
Zweden (2019)18,80
Chili (2019)17,99
Noorwegen (2019)17,54
Denemarken (2019)16,84
Australië (2018)16,35
Oostenrijk (2019)16,21
NEDERLAND (2019)15,94
België (2019)15,72
Tsjechië (2019)15,46
Frankrijk (2019)15,39
Spanje (2019)15,34
Zuid Korea (2018)14,15
Slovenië (2018)13,77
Finland (2019)13,77
Portugal (2019)13,67
Italië (2019)13,18
Litouwen (2019)13,17
Slowakije (2019)13,00
Estland (2019)12,86
Israël (2019)12,10
Zwitserland (2019)11,08
Polen (2019)11,03
Letland (2019)10,65
Griekenland (2019)9,87
Hongarije (2019)9,47

Bron: OECD

Sinds peiljaar 2017 maakt de OECD voor een deel van de landen gebruik van een nieuwe methode om onderscheid te maken tussen collectieve- en private zorguitgaven. Omdat deze gegevens nog niet voor alle landen beschikbaar zijn, is er enige voorzichtigheid geboden bij deze internationale vergelijking. 

 

Trend aandeel collectieve uitgaven besteed aan zorg 2000 - 2021

JaartalPercentage
200013,06
200113,38
200214,58
200315,19
200415,44
200515,6
200618,48
200718,82
200818,98
200919,41
201019,67
201120,26
201220,99
201320,82
201420,92
201521,11
201621,59
201721,68
201821,96
201922,41
202020,68
202121,33

Deze cijfers zijn ook onderdeel van

 
 

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage van de collectieve uitgaven dat wordt besteed aan zorg

Bron

Centraal Planbureau Macro Economische Verkenning 2021 (CPE-MEV)OECD health statistics 

Berekening

Teller: totale collectieve zorguitgaven
Noemer: totale (bruto) collectieve uitgaven

Interpretatie

Vanuit het oogpunt van betaalbaarheid is het wenselijk het aandeel van de totale collectieve uitgaven dat wordt besteed aan de zorguitgaven te beperken. Een verdere stijging kan leiden tot verdringing van overige collectieve uitgaven zoals onderwijs. Een lager percentage is vanuit dit perspectief beter.

Deze indicator is berekend door het CPB en gebaseerd op de Zorgrekeningen van het CBS. De Zorgrekeningen beschrijft alle (directe) maatschappelijke uitgaven aan gezondheid en welzijn, waarbij direct contact is met de patiënt of cliënt, en activiteiten van beleid, beheer en verzekering van gezondheids- en welzijnszorg. De CPB-definitie is minus de uitgaven in de kinderopvang.

Een internationale vergelijking voor collectieve zorguitgaven maken is lastig. Wat in het ene land als collectieve uitgaven gezien wordt, kan in een ander land privaat zijn. Door  verschillen in definities wijkt het Nederlandse CPB cijfer af van het Nederlandse OECD cijfer. 

Toelichting bij de referentiewaarde

Bij deze indicator wordt geen referentiewaarde gegeven, omdat deze indicator niet verwijst naar een beter of slechter presterend zorgsysteem. 

COVID-19

De coronacrisis is van grote invloed geweest op de zorguitgaven. Naast reguliere zorg zijn er grote uitgaven gedaan aan zorg voor covidpatiënten en zijn er extra kosten gemaakt vanwege COVID-19. Door het uitstellen/vervallen van reguliere zorg zijn extra kosten gemaakt omdat zorgaanbieders compensatie konden krijgen voor de weggevallen omzet. Daarnaast vallen ook de kosten van de uitgekeerde zorgbonus en corona testen onder deze uitgaven (CBS, 2021). 

Jaar

2021 (Nederlandse trend)
2019 (Internationale vergelijking)

Uitgaven aan de gezondheidszorg als percentage van het bbp

Indicatorwaarde (2020)

Referentiewaarde

3-jarige trend (2018 - 2020)

Uitgaven aan de gezondheidszorg als percentage van het bbp, internationale vergelijking

Uitgesplitst naar zorgfunctie
LandCuratieve- en revalidatie zorgLangdurige zorgPreventie Medische goederenOverigTotaal
Verenigde Staten (2019)11,7440,8060,4932,3761,34816,767
Duitsland (2018)5,6412,1290,3732,2021,10511,45
Zwitserland (2019)6,1462,3070,2491,6310,95811,291
Frankrijk (2018)6,0071,7470,2111,9831,2511,198
Japan (2018)6,1712,040,3282,1330,25410,926
Zweden (2019)5,5962,8680,3581,3690,7310,921
Canada (2018)5,2471,9860,6392,0530,88110,806
België (2018)5,7352,620,1691,4190,82110,764
Noorwegen (2019)5,133,1060,2631,0740,94810,521
Oostenrijk (2018)6,1191,5130,2171,7480,72110,318
NEDERLAND (2019)5,1652,8510,3361,1410,67210,165
Verenigd Koninkrijk (2019)5,5971,8090,4851,4290,83410,154
Denemarken (2018)5,5922,5230,2461,0070,70310,071
Portugal (2019)6,180,4560,171,8240,9019,531
Australië (2018)6,4040,2030,181,4950,8739,155
Spanje (2019)5,3370,860,1962,020,7199,132
Finland (2018)5,4341,5550,361,3250,3629,036
Italië (2019)4,680,920,4081,8140,8478,669
Slovenië (2019)4,9650,870,2711,8070,6118,524
Zuid-Korea (2019)4,6161,0940,2881,750,4168,164
Griekenland (2019)4,8790,1320,1062,2610,467,838
Israël (2017)5,3230,5750,0271,0210,5867,532
Tsjechië (2018)4,1181,0480,1991,4110,7497,525
Litouwen (2019)3,8670,5270,1911,950,4717,006
Slowakije (2019)3,8430,0270,0562,2250,8086,959
Estland (2019)3,6860,6330,2421,2880,8816,73
Letland (2019)3,4980,3320,171,9030,7876,69
Ierland (2019)3,7681,4450,1780,8790,4096,679
Polen (2019)4,10,4340,1351,4070,3866,462
Hongarije (2019)3,4140,2480,2031,9180,5676,35

Bron: OECD

Trend uitgaven aan de gezondheidszorg als percentage van het bbp 2010 - 2020

Uitgesplitst naar zorgfunctie
JaarGeneeskundige zorgRevalidatiezorgLangdurige zorgGenees- en hulpmiddelenPreventieve zorgOverigTotaal
20104,630,372,611,420,443,9513,42
20114,590,392,691,440,424,0313,55
20124,690,392,961,370,414,0613,88
20134,780,402,981,290,403,9213,77
20144,780,412,951,270,403,8713,69
20154,840,432,711,270,363,7713,38
20164,900,452,671,230,363,7813,39
20174,800,432,701,190,343,6913,14
2018**4,760,432,731,150,323,6713,05
2019**4,730,432,841,140,333,7213,20
2020*5,060,443,251,190,524,0514,52

Bron: CBS

* Voorlopig cijfer (2020)
** Nader voorlopig cijfer (2018 - 2019)

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Uitgaven aan de gezondheidszorg als percentage van het bbp

Bronnen

CBS (nationaal); OECD health statistics (internationaal)

Berekening

Teller: totale zorguitgaven.
Noemer: bruto binnenlands product.

Interpretatie

Vanwege de stijgende zorguitgaven is het vanuit het oogpunt van betaalbaarheid gewenst om het aandeel van de zorguitgaven in het bruto binnenlands product (bbp) te beperken. Een lager percentage is vanuit dat perspectief beter. 

Er zijn meerdere definities van zorguitgaven. Voor de Nederlandse trend wordt de brede definitie van het CBS gebruikt, voor de internationale vergelijking wordt de internationale definitie gehanteerd. Het grootste verschil tussen deze definities is dat de brede CBS definitie ook uitgaven uit welzijn, jeugdzorg en kinderopvang meeneemt. Zie ook de prestatie-indicator "zorguitgaven volgens drie benaderingen".

De uitsplitsing naar zorgfunctie geeft weer welk percentage van het bbp wordt besteed per zorgfunctie. Onder de categorie overig vallen onder andere ondersteunende diensten (radiologie, ambulancevervoer), welzijn (inclusief jeugdzorg en kinderopvang) en bestuur en financiële administratie. 

COVID-19

De coronacrisis is van grote invloed geweest op de zorguitgaven. Naast reguliere zorg zijn er grote uitgaven gedaan aan zorg voor covidpatiënten en zijn er extra kosten gemaakt vanwege COVID-19. Door het uitstellen/vervallen van reguliere zorg zijn extra kosten gemaakt omdat zorgaanbieders compensatie konden krijgen voor de weggevallen omzet. Daarnaast vallen ook de kosten van de uitgekeerde zorgbonus en de opsporing van corona, zoals opzetten van teststraten, laboratoriumonderzoek en bron- en contactonderzoek, onder deze uitgaven (CBS, 2021). 

Jaar

2020

Literatuur OECD, Eurostat, WHO, 2017

Zorglasten per volwassene

Indicatorwaarde (2020)

Geen referentiewaarde

3-jarige trend (2018 - 2020)

Zorglasten per volwassene, internationale vergelijking 2020

LandZorguitgaven per volwassene
Verenigde Staten (2019)14088,78
Zwitserland (2019)8705,18
Noorwegen (2020)8496,68
Duitsland (2020)8067,59
NEDERLAND (2020)7776,94
Ierland (2020)7361,40
Zweden (2020)7269,89
Oostenrijk (2020)7122,63
België (2019)6854,53
Denemarken (2019)6842,63
Frankrijk (2019)6737,01
Verenigd Koninkrijk (2020)6691,74
Canada (2019)6658,41
Australië (2019)6326,42
Finland (2019)5638,23
Japan (2019)5507,94
Nieuw-Zeeland (2019)5472,44
Slovenië (2020)4590,47
Italië (2020)4547,98
Spanje (2019)4374,70
Israël (2019)4326,48
Tsjechië (2019)4199,62
Zuid-Korea (2020)4127,85
Portugal (2020)3968,68
Estland (2020)3652,85
Litouwen (2020)3580,37
Polen (2020)3079,77
Chili (2020)2901,75
Griekenland (2019)2806,03
Slowakije (2019)2692,09
Hongarije (2019)2631,33
Letland (2019)2552,34

Bron: OECD

  • Omdat er geen bevolkingsaantallen beschikbaar zijn voor 18- en 19- jarigen, is 2/5 van de leeftijdsgroep 15 - 19 jaar genomen. 
  • Omdat de zorguitgaven ten behoeve van internationale vergelijkbaarheid worden uitgedrukt in koopkrachtpariteit (PPP) in US dollar ($), wijkt het Nederlandse cijfer af van het trendcijfer. 

Trend zorglasten per volwassene 2000 - 2020

JaarBrede definitieInternationale definitie Uitgavenplafond zorg
20003627,52785,8
20014033,73085,8
20024475,43423,4
20034785,93650,5
20044930,13773,5
20055099,93906,3
20065321,84124,1
20075625,84336,8
20085972,34614,4
20096276,94762,3
20106495,24914,4
20116626,55004,6
20126772,85143,14881
20136762,95197,55145
20146796,05246,35055
20156780,85232,05352
20166911,85314,05400
20177007,05391,45047
20187234,35559,75178
20197608,45840,95438
20208168,26300,15630

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Zorglasten per volwassene 

Bron

CBS StatLine; OECD Health Statistics; RijksbegrotingVoorjaarsnota

Berekening

Teller nationaal: totale zorguitgaven volgens het uitgavenplafond zorg (UPZ)

Teller internationaal: totale zorguitgaven in US dollar koopkrachtpariteit (PPP)

Noemer: aantal personen 18 jaar en ouder

Interpretatie

De zorguitgaven worden opgebracht door alle volwassenen bij elkaar. Dat gebeurt door belastingen, premies voor verzekeringen en eigen betalingen. Daar staat de zorgtoeslag tegenover; dat is een gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het betaalde eigen risico die sommige burgers ontvangen. Als de zorglasten hoog worden, kan dat negatieve consequenties hebben voor de koopkracht.


Naast de zorglasten per volwassene worden ook de totale zorguitgaven per volwassene gepresenteerd. Die maat kan gebruikt worden om internationaal te vergelijken. Daarbij worden de uitgaven uitgedrukt in dollars koopkrachtpariteit of "purchasing power parity", PPP. PPPs vergelijken de koopkracht van geldeenheden tussen verschillende landen; ze geven aan hoeveel je van de valuta van het ene land moet uitgeven om hetzelfde te kunnen voor 1 eenheid van de valuta in het andere land.

Toelichting indicator

De totale zorguitgaven kunnen op verschillende manieren berekend worden. Deze indicator presenteert zorguitgaven volgens drie benaderingen:

Zorguitgaven in brede zin: de Zorgrekeningen van het CBS beschrijft alle (directe) maatschappelijke uitgaven aan gezondheid en welzijn, waarbij direct contact is met de patiënt of cliënt, en activiteiten van beleid, beheer en verzekering van gezondheids- en welzijnszorg. De CBS-zorgrekeningen is de meest uitgebreide afbakening. Deze beslaat bijvoorbeeld ook de welzijnssector, jeugdzorg en kinderopvang. De Zorgrekening minus deze drie sectoren wordt ook wel als afbakening gebruikt.

Zorguitgaven internationale definitie: deze definitie wordt internationaal gehanteerd om internationale vergelijking te vergemakkelijken. Hieronder vallen alle uitgaven aan de gezondheidszorg en laat welzijn en sociale zorg buiten beschouwing.

Netto uitgavenplafond zorg (UPZ): binnen het ministerie van VWS is het Uitgaven Plafond Zorg (UPZ, voorheen Budgettair Kader Zorg (BKZ) genoemd) als andere afbakening leidend. Het UPZ bestaat vooral uit de zorguitgaven die op grond van de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet Langdurige Zorg (WLZ) worden gemaakt. Daarnaast wordt een deel van de begrotingsuitgaven van het ministerie van VWS en een deel van de uitgaven in het kader van de Wmo en de Jeugdwet tot het UPZ gerekend. Van het UPZ zijn twee varianten: de bruto en de netto variant. Het verschil tussen deze twee varianten ligt in de uitgaven voor het verplichte eigen risico in de basisverzekering en de eigen bijdragen in Wlz. Bij de netto variant worden deze niet meegerekend.

COVID-19

De coronacrisis is van grote invloed geweest op de zorguitgaven. Naast reguliere zorg zijn er grote uitgaven gedaan aan zorg voor covidpatiënten en zijn er extra kosten gemaakt vanwege COVID-19. Door het uitstellen/vervallen van reguliere zorg zijn extra kosten gemaakt omdat zorgaanbieders compensatie konden krijgen voor de weggevallen omzet. Daarnaast vallen ook de kosten van de uitgekeerde zorgbonus en corona testen onder deze uitgaven (CBS, 2021). 

Zorguitgaven volgens drie benaderingen

Brede definitie (2020)

Internationale definitie (2020)

Netto UPZ (2020)

Zorguitgaven volgens drie benaderingen 2006 - 2020

In miljard euro's
JaarBrede definitieInternationale definitie Netto UPZ
200668,553,144,5
200772,756,147,3
200877,760,052,6
200982,362,456,3
201085,864,959,4
201188,166,661,3
201290,668,864,3
201391,069,964,2
201491,971,064,2
201592,371,263,7
201694,872,965,9
201797,074,667,8
2018101,077,671,1
2019107,382,469,9
2020116,289,673,9

Bron: CBS StatLine

Zorguitgaven uitgesplitst naar financieringsregeling 2006 - 2020

In miljard euro's volgens de brede definitie
JaarOverheidWlzZvwDirecte eigen betalingenEigen risico en bijdrageVrijwillige regelingen Buitenland; uitvoerTotaal
20069,321,426,53,81,95,30,268,5
200712,521,527,74,11,95,00,272,7
200813,620,231,24,23,25,00,277,7
200915,021,532,93,93,45,40,282,3
201015,422,534,54,23,55,50,285,8
201115,323,335,14,73,85,80,288,1
201214,725,634,75,24,26,00,290,6
201313,125,036,35,35,35,70,291,0
201412,925,237,25,15,55,90,291,9
201517,217,940,75,25,25,90,292,3
201617,918,141,75,35,36,20,294,8
201718,518,642,95,45,26,10,297,0
201819,619,644,55,65,26,20,2101,0
201921,121,846,65,95,46,40,2107,3
202027,123,748,25,35,46,20,2116,2

Bron: CBS StatLine

  • Vrijwillige regelingen: o.a. aanvullende- en particuliere verzekering, betalingen door bedrijven en instellingen
  • Buitenland; uitvoer: o.a. betalingen uit het buitenland voor behandelingen die plaatsvonden in Nederland

     

    Toelichting

    Volledige naam indicator            

    Zorguitgaven volgens drie benaderingen 

    Bronnen

    CBS StatLine

    Berekening

    Totale zorguitgaven in miljard euro's volgens drie benaderingen 

    Interpretatie

    De totale zorguitgaven kunnen op verschillende manieren berekend worden. Deze indicator presenteert zorguitgaven volgens drie benaderingen:

    Zorguitgaven in brede zin: de Zorgrekeningen van het CBS beschrijft alle (directe) maatschappelijke uitgaven aan gezondheid en welzijn, waarbij direct contact is met de patiënt of cliënt, en activiteiten van beleid, beheer en verzekering van gezondheids- en welzijnszorg. De CBS-zorgrekeningen is de meest uitgebreide afbakening. Deze beslaat bijvoorbeeld ook de welzijnssector, jeugdzorg en kinderopvang. De Zorgrekening minus deze drie sectoren wordt ook wel als afbakening gebruikt.

    Zorguitgaven internationale definitie: deze definitie wordt internationaal gehanteerd om internationale vergelijking te vergemakkelijken. Hieronder vallen alle uitgaven aan de gezondheidszorg en laat welzijn en sociale zorg buiten beschouwing.

    Netto uitgavenplafond zorg (UPZ): binnen het ministerie van VWS is het Uitgaven Plafond Zorg (UPZ, voorheen Budgettair Kader Zorg (BKZ) genoemd) als andere afbakening leidend. Het UPZ bestaat vooral uit de zorguitgaven die op grond van de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet Langdurige Zorg (WLZ) worden gemaakt. Daarnaast wordt een deel van de begrotingsuitgaven van het ministerie van VWS en een deel van de uitgaven in het kader van de Wmo en de Jeugdwet tot het UPZ gerekend. Van het UPZ zijn twee varianten: de bruto en de netto variant. Het verschil tussen deze twee varianten ligt in de uitgaven voor het verplichte eigen risico in de basisverzekering en de eigen bijdragen in Wlz. Bij de netto variant worden deze niet meegerekend.

    COVID-19

    De coronacrisis is van grote invloed geweest op de zorguitgaven. Naast reguliere zorg zijn er grote uitgaven gedaan aan zorg voor covidpatiënten en zijn er extra kosten gemaakt vanwege COVID-19. Door het uitstellen/vervallen van reguliere zorg zijn extra kosten gemaakt omdat zorgaanbieders compensatie konden krijgen voor de weggevallen omzet. Daarnaast vallen ook de kosten van de uitgekeerde zorgbonus en corona testen onder deze uitgaven (CBS, 2021). 
    Jaar 2020

    Jaarlijkse groei zorguitgaven

    Indicatorwaarde (2020)

    Geen referentiewaarde

    3-jarige trend (2018 - 2020)

    Trend: De 3-jarige trend is stijgend dat is ongunstig

    Gemiddelde jaarlijkse groei zorguitgaven 2018 - 2020

    LandGemiddelde groei zorguitgaven
    Estland11,66%
    Litouwen10,69%
    Verenigd Koninkrijk10,13%
    Slovenië10,05%
    Polen8,34%
    Zuid-Korea7,58%
    Ierland7,53%
    NEDERLAND6,31%
    Chili4,85%
    Noorwegen4,39%
    Zweden4,36%
    Duitsland4,18%
    Oostenrijk4,03%
    Portugal3,98%
    Italië2,12%

    Bron: OECD

    * vanwege de coronapandemie en de bijbehorende stijgende zorguitgaven, zijn ten behoeve van de vergelijkbaarheid voor de internationale vergelijking alleen de landen meegenomen waarvan de zorguitgaven voor het jaar 2020 al bekend waren. Overige landen zijn geëxludeerd. 

    Trend jaarlijkse groei zorguitgaven

    JaarTotaal zorguitgavenToename absoluut t.o.v. voorgaande jaarToename procentueel
    200550112
    20065308029685,9
    20075605329735,6
    20086003839857,1
    20096244024024
    20106491024714
    20116655516442,5
    20126881622623,4
    20136990110841,6
    20147096410641,5
    2015712362720,4
    20167262913932
    20177461419852,7
    20187764530314,1
    20198236547206,1
    20208959372288,8

    Bron: OECD

     

    Toelichting

    Volledige naam indicator

    Jaarlijkse groei zorguitgaven 

    Bronnen

    OECD

    Berekening

    Teller: absolute groei in de totale collectieve zorguitgaven ten opzichte van het voorgaande jaar. 
    Noemer: totale zorguitgaven in het vorige jaar. 

    Internationale berekening: Gemiddelde groei over de afgelopen 3 jaar (2018/2019/2020).

    Interpretatie

    Vanwege de stijgende zorguitgaven is het vanuit het oogpunt van betaalbaarheid gewenst om de groei van de zorguitgaven te beperken. Een lager percentage is vanuit dat perspectief beter. Om de verandering over tijd weer te geven is voor de internationale vergelijking gekozen voor een 3-jarig gemiddelde. De nationale trend wordt weergegeven in procentuele groei per jaar.  

    Voor de definitie van zorguitgaven is voor deze indicator de internationale (SHA) definitie gebruikt. Zie prestatie-indicator "Zorguitgaven volgens drie benaderingen" voor verdere toelichting over de verschillende definities van zorguigaven. 

    COVID-19

    De coronacrisis is van grote invloed geweest op de zorguitgaven. Naast reguliere zorg zijn er grote uitgaven gedaan aan zorg voor covidpatiënten en zijn er extra kosten gemaakt vanwege COVID-19. Door het uitstellen/vervallen van reguliere zorg zijn extra kosten gemaakt omdat zorgaanbieders compensatie konden krijgen voor de weggevallen omzet. Daarnaast vallen ook de kosten van de uitgekeerde zorgbonus en de opsporing van corona, zoals opzetten van teststraten, laboratoriumonderzoek en bron- en contactonderzoek, onder deze uitgaven (CBS, 2021). 

    Jaar  2020

    Mensen die afzien van zorg vanwege de kosten

    Indicatorwaarde (2020)

    Geen referentiewaarde

    Geen referentiewaarde

    3-jarige trend (2018 - 2020)

    Afzien van zorg vanwege kosten

    [container]

    Bron: OECD

     

    Deze cijfers zijn ook onderdeel van  
     

     

     

    Toelichting

    Volledige naam indicator

    Percentage van de volwassen bevolking dat in de voorgaande 12 maanden wel eens afzag van zorg vanwege de kosten.

    Bron

    Consumentenpanel Gezondheidszorg, NivelOECD Health Statistics 

    Berekening

    Teller: aantal personen dat aangeeft in de voorgaande 12 maanden een medisch probleem te hebben maar heeft afgezien van (a) artsenbezoek, (b) een aanbevolen medisch onderzoek of (na)behandeling en/of (c) afhalen of gebruik van medicijnen vanwege de kosten.
    Noemer: alle respondenten van 18 jaar en ouder (n=701, in 2020).

    Toelichting bij de berekening

    Nationaal: De groep respondenten was naar leeftijd en geslacht niet geheel representatief voor de samenstelling van de bevolking in Nederland. Er is daarom een weging toegepast om hiervoor te corrigeren. 

    Internationaal: Het internationale cijfer wordt ongewogen weergegeven, daarom wijkt deze iets af van de Nederlandse trend. 

    Interpretatie

    Dit kerncijfer betreft het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat in de voorgaande 12 maanden wel eens heeft afgezien van één of meer vormen van zorg, vanwege de kosten. Dit geeft een indruk van de mate waarin kosten als een belemmering wordt gezien om naar een arts te gaan voor een klacht, aanbevolen onderzoek of behandeling of als belemmering voor het afhalen of gebruik van medicijnen.

    Jaar

    2020

    Mensen die afzien van tandheelkundige zorg die dringend nodig was, vanwege de kosten

    Indicatorwaarde

    Referentiewaarde

    Referentiewaarde: 2,4%

    3-jarige trend

    Afzien van tandheelkundige zorg die (dringend) nodig was, vanwege kosten 2019

    16 jaar en ouder, in de afgelopen 12 maanden
    Nederlandse naamDringend nodigNodig
    Letland9,7
    Portugal9,6
    Griekenland8,6
    Spanje4,9
    Noorwegen (2018)4,4
    Denemarken4,3
    Estland4,1
    België (2018)3,1
    Frankrijk (2018)2,9
    Litouwen2,9
    Zwitserland (2018)2,8
    Italië (2018)2,7
    Ierland (2018)2
    Slowakije (2018)1,6
    Hongarije1,5
    Verenigd Koninkrijk (2018)1,4
    Polen1,2
    Zweden1,2
    Duitsland (2018)0,5
    Oostenrijk0,5
    Tsjechië0,5
    Nederland 0,4
    Finland0,3
    Slovenië0,3

    Bron: EU-SILCEurostat

    Elk land gebruikt een vertaalde versie van de EU-SILC enquête, er zijn daarom verschillen in de vertaling van de vraag die gebruikt is voor deze indicator. De vertaling van de vraag die is gebruikt voor deze indicator is ruwweg op te delen in twee categorieën:

    1. Heeft u in de afgelopen 12 maanden afgezien van tandheelkundige zorg die dringend nodig was, omdat dit teveel geld kostte? 
    2. Heeft u in de afgelopen 12 maanden afgezien van tandheelkundige zorg die nodig was, omdat dit teveel geld kostte? 

     

    Trend afzien van tandheelkundige zorg die dringend nodig was, vanwege de kosten

    16 jaar en ouder, in de afgelopen 12 maanden
    JaarPercentage
    20080,5
    20090,6
    20100,8
    20110,9
    20120,9
    20130,9
    20141,5
    20150,3
    20160,3
    20170,1
    20180,2
    20190,4

    Bron: EU-SILCEurostat

    Deze cijfers zijn ook onderdeel van:

     
     

     

     

    Toelichting

    Volledige naam indicator

    Percentage van de bevolking dat afziet van tandheelkundige zorg die dringend nodig was, vanwege de kosten.

    Bron

    EurostatEU-SILC

    Berekening

    Teller: alle respondenten in de EU-SILC enquête van 16 jaar en ouder die aangaven in de afgelopen 12 maanden te hebben afgezien van tandheelkundige zorg die (dringend) nodig was, omdat dit teveel geld kostte.

    Noemer: alle respondenten van 16 jaar en ouder. 

    Interpretatie

    Deze indicator geeft een indruk van de financiële toegankelijkheid van tandheelkundige zorg. Tandheelkundige zorg is voor personen van 18 jaar en ouder niet opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering.

    Toelichting bij de referentiewaarde

    Mediaan 24 Europese landen

    Jaar

    2019

    Experts en redactie

    Datum publicatie

    13-11-2020

    Wanbetalers zorgverzekering

    Indicatorwaarde (2020)

    Referentiewaarde

    Referentiewaarde: Er is geen norm, maar iedereen is wettelijk verplicht de premie voor een basisverzekering te betalen.

    3-jarige trend (2018 - 2020)

    3-jarige trend: De trend is dalend; dat is gunstig
    Deze cijfers zijn ook onderdeel van  
     

     

     

    Toelichting

    Volledige naam indicator

    Aantal mensen met een zorgverzekering die tenminste zes maanden de premie voor de basisverzekering niet heeft betaald.

    Bron

     VWS Verzekerden Monitor

    Berekening

    Totaal aantal wanbetalers

    Interpretatie

    Mensen hun zorgpremie langer dan zes maanden niet betaald hebben (ondanks het aanbod om een betalingsregeling te treffen), worden door hun zorgverzekeraar als wanbetaler aangemeld. Wanbetaling van de zorgpremie staat vaak niet op zichzelf, vaak gaat dit gepaard met andere schulden. 

    Toelichting bij de referentiewaarde

    Er bestaat geen beleidsnorm voor het aantal wanbetalers, maar iedereen is wettelijk verplicht om een basis zorgverzekering te hebben. 

    Jaar

    2020