Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZorginfectiesPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Aantal zorginfecties in ziekenhuizen stabiel

Regionaal & Internationaal

Vooral luchtweginfecties in Europese ziekenhuizen

Kosten

Preventie & Zorg

Effecten van preventie moeilijk te achterhalen

Preventieve activiteiten gericht op zorginfecties

Activiteiten en bijbehorende maatregelen voor de preventie van zorggerelateerde infecties

Activiteit

Maatregel

Doelgroep

Uitvoerder

Stimuleren van infectiepreventie

Ontwikkelen richtlijnen infectiepreventie (o.a. MRSA), Kwaliteitswet zorginstellingen

Personeel in zorginstellingen

Overheid, WIP, SWAB

Stimuleren van infectiepreventie Implementeren richtlijnen infectiepreventie Personeel in zorginstellingen Artsen-microbioloog, deskundigen infectiepreventie

Surveillance zorggerelateerde infecties

Systematisch verzamelen, analyseren en rapporteren van infectiepercentages

Personeel in zorginstellingen, IGZ, overheid, patiënten

Overheid, RIVM

 

Voorkómen van optreden en verspreiden van infecties doel preventie

Het doel van preventie van zorginfecties is in de eerste plaats het voorkómen van de infecties en de gevolgen daarvan, zoals ziekte en sterfte. In de tweede plaats richt preventie van zorginfecties zich op het voorkómen van verspreiding van infecties. Patiënten die een zorginfectie oplopen, al dan niet met een (resistent) micro-organisme, kunnen een andere patiënt besmetten. 

Twee typen preventieve activiteiten

De preventie van zorggerelateerde infecties omvat twee typen preventieve activiteiten:

  • het stimuleren van infectiepreventie;
  • surveillance van zorggerelateerde infecties.

Deze twee preventieve activiteiten worden onderverdeeld in verschillende maatregelen.

Experts en redactie

Preventieve activiteiten gericht op specifieke zorginfecties

Specifieke maatregelen ter preventie van verschillende zorginfecties

Zorginfectie

Preventieve maatregelen

Postoperatieve wondinfectie

Optimale pre-operatieve zorg, waaronder:

  • behandeling van aanwezige infecties voorafgaand aan de operatieve ingreep
  • pre-operatieve opname periode in een ziekenhuis beperken
  • niet-pre-operatief ontharen
  • adequate toediening van antibioticaprofylaxe indien van toepassing.
 

Optimale peri-operatieve zorg, waaronder:

  • het op normale temperatuur houden van een patiënt tijdens de operatie (teveel afkoeling zorgt voor een slechtere doorbloeding van het weefsel)
  • handhaven van de discipline op de operatiekamer.
 

Surveilleren van POWI’s met terugkoppeling van de resultaten naar betrokken medewerkers.

Urineweginfectie

Het gebruik van urethrakatheters beperken; bij gebruik de indicatie dagelijks beoordelen, zodat de duur van gebruik beperkt kan worden.
De diurese bij patiënten met nierfunctiestoornissen of ouderen monitoren.

Luchtweginfectie

Stimuleren van goed doorademen en ophoesten van slijm bij postoperatieve patiënten door toedienen van adequate pijnstilling en begeleiding door fysiotherapeuten.
De indicatie voor intubatie bij beademing dagelijks beoordelen en zo de duur verkorten.
Toepassen van Selectieve Oro(faryngeale) Decontaminatie (SOD) of Selectieve Darm Decontaminatie (SDD). Bij SOD worden bacteriën in de mondkeelholte bestreden met een pasta van antibiotica. Bij SDD wordt naast de pasta ook een antibioticum via een infuus toegediend.

Sepsis/bacteriëmie

Voorkomen van primaire infecties, door vroegtijdige signalering en behandeling.
Terughoudendheid in het gebruik van intravasale katheters; bij gebruik optimale voorzorgsmaatregelen nemen bij het inbrengen en verzorgen van de katheters. De indicatie voor gebruik moet dagelijks worden beoordeeld.

Infecties van het maagdarmkanaal

Het hanteren van de algemene voorzorgsmaatregelen, waardoor kruisbesmettingen binnen een zorginstelling kunnen worden voorkomen.
Terughoudendheid met voorschrijven van antibiotica.

Infectiepreventie gericht op (medisch) handelen en risicogroepen

De preventie van zorginfecties richt zich op (medisch) handelen van artsen, verpleegkundigen en andere medewerkers in de zorginstellingen, zoals het naleven van de algemene hygiënemaatregelen, en maatregelen bij specifieke handelingen en specifieke groepen patiënten. Ouderen zijn een belangrijke risicogroep voor zorginfecties. Bij hen komen zorginfecties vaker voor dan bij jongeren en verlopen deze ook ernstiger (Luijben & Kommer, 2010).
 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Luijben AHP, Kommer GJ. Tijd en toekomst. Deelrapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 Van gezond naar beter. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2010. Bron

Preventieprogramma's voor zorginfecties

Speciale thema’s in VMS Veiligheidsprogramma ontwikkeld voor infectiepreventie

In 2008 is het VMS Veiligheidsprogramma in de Nederlandse ziekenhuizen geïntroduceerd met als doel vermijdbare schade op tien thema’s te reduceren. Twee thema’s hebben betrekking op zorginfecties, namelijk ‘voorkomen van wondinfecties na een operatie’ (POWI) en ‘voorkomen van lijnsepsis’. Voor elk thema is een praktijkgids opgesteld waarin onder meer een bundel van interventies (infectiepreventiemaatregelen) en een stappenplan voor implementatie worden omschreven (VMSzorg.nl). Naleving van de interventiebundel kan, gecombineerd met de incidentie van POWI en/of lijnsepsis, worden geregistreerd binnen PREZIES. Voor zowel de bundelnaleving als voor de incidenties zijn te behalen doelen geformuleerd.  
Het VMS Veiligheidsprogramma is na 2012 nog twee jaar voortgezet als Veiligheidsagenda. Vanaf 2015 maken de twee thema’s deel uit van de speerpunten van de NVZ/NFU ter bevordering van infectiepreventie en terugdringen antibiotica resistentie. 

Kwaliteitsvenster

Als spin off van het VMS is door de NVZ/NFU het Kwaliteitsvenster geïntroduceerd. Het Kwaliteitsvenster geeft inzicht in de kwaliteit van een zorginstelling aan de hand van 10 onderwerpen die iets zeggen over de kwaliteit van die zorginstelling en de ervaringen van patiënten. Het optreden van een POWI bij een totale heup- en knieoperatie en lijnsepsis is nu door patiënten op de website van de zorginstelling te raadplegen. 

Toolkit ontwikkeld voor handhygiëne

De World Health Organization (WHO) heeft een toolkit handhygiëne ontwikkeld voor ziekenhuizen om het naleven van de richtlijn voor handhygiëne te verbeteren. De toolkit bevat vijf instrumenten die ziekenhuizen kunnen gebruiken, te weten:

  • instrumenten om het systeem van handhygiëne te veranderen;
  • instrumenten voor training en educatie van professionals;
  • instrumenten voor evaluatie en feedback;
  • instrumenten die op de werkplek de professionals herinneren aan het belang van handhygiëne.
  • instrumenten voor een institutioneel veilig klimaat; waaronder instrumenten die de aandacht en motivatie van de professionals voor het onderwerp op peil moeten houden.

Experts en redactie

Bereik preventieprogramma's voor zorginfecties

Groot bereik VMS Veiligheidsprogramma maar doelstellingen niet gehaald

Een van de doelstellingen van het VMS Veiligheidsprogramma is voor de interventiebundel van alle thema's een naleving van meer dan 90%. Tussen 2009 en 2014 heeft 91% van de ziekenhuizen in Nederland in het kader van het VMS-thema ‘voorkómen van wondinfecties na een operatie’ gegevens verzameld over ruim 258.000 VMS indicatoroperaties. In die periode steeg de naleving van de POWI-interventiebundel van 19% naar 73%. Ondanks deze forse stijging werd de doelstelling niet gehaald (PREZIES data).   
Voor het thema lijnsepsis heeft 55% van de ziekenhuizen in de periode 2009-2014 gegevens verzameld over 29.017 centraal veneuze katheters (CVK’s). De naleving van de interventiebundel Lijnsepsis bleef in de periode 2009-2014 stabiel op 70%. Ook hier werd de de doelstelling van meer dan 90% naleving niet gehaald (PREZIES data).

Deelname surveillance zelfstandige behandelcentra en verpleeghuizen is beperkt

De deelname van zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) aan PREZIES is nog beperkt. In de jaren 2012-2014 namen 11 ZBC’s deel aan de surveillance van postoperatieve wondinfecties (PREZIES, 2015). Dit heeft onder andere te maken met het feit dat niet alle ZBC’s de indicatoringrepen uitvoeren die binnen PREZIES kunnen worden gesurveilleerd.
Vanaf 2010 hebben aan het prevalentie-onderzoek van SNIV 31 verpleeghuizen met 66 locaties deelgenomen (van de ongeveer 480 verpleeghuizen die er in 2009 waren in Nederland). Aan de wekelijkse incidentiemeting van infectieziekten nemen gemiddeld ongeveer 30 verpleeghuizen per jaar deel. 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2012/2013: Postoperatieve Wondinfecties. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2015. Bron

Effecten VMS Veiligheidsprogramma op zorginfecties

Lijnsepsis teruggedrongen door een bundel van preventie activiteiten

Het doel van het onderdeel ‘lijnsepsis’ van het VMS Veiligheidsprogramma is het aantal gevallen van lijnsepsis te reduceren tot minder dan 3 gevallen per 1.000 lijndagen. In 2011/12 heeft het NIVEL het VMS Veiligheidsprogramma geëvalueerd. Uit deze evaluatie bleek dat  twintig van de 46 ziekenhuizen die aan dit onderdeel van het programma deelnamen, deze doelstelling hadden behaald (de Blok et al., 2013). 
Naleving van de lijnsepsis-interventiebundel kan, gecombineerd met de incidentie van lijnsepsis, binnen PREZIES worden geregistreerd. Volgens deze registratie nam het percentage ziekenhuizen dat tussen 2009 en 2014 de doelstelling van minder dan 3 gevallen per 1.000 lijndagen behaalde, toe van 60 tot 75%. In deze periode verzamelde 55% van de ziekenhuizen gegevens over 29.017 CVK’s (PREZIES data).

Daling postoperatieve wondinfecties verschilt per specialisme en operatieve ingreep

Het doel van het VMS thema ‘voorkómen van wondinfecties na een operatie’ is het aantal POWI’s terug te brengen tot onder de streefwaarde van het 25ste percentiel (referentiecijfers PREZIES, 2007), voor 5 (door het ziekenhuis gekozen) indicatoroperaties. Eind 2011 waren er voor 15.168 operaties de gegevens van alle vier de bundelitems door ziekenhuizen geregistreerd. Uit de NIVEL evaluatie bleek dat ruim 50% van de ziekenhuizen, die gegevens hadden aangeleverd, daadwerkelijk beneden het gestelde infectiepercentage waren gekomen. Dit percentage verschilt echter aanzienlijk per specialisme en operatieve ingreep (de Blok et al., 2013). 
Naleving van de POWI-interventiebundel kan, gecombineerd met de POWI-incidentie, binnen PREZIES worden geregistreerd. Volgens deze registratie is tussen 2009 en 2014 het percentage ziekenhuizen dat deze doelstelling behaalde, toegenomen van ruim 38 tot 45% (PREZIES data).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. de Blok C, Koster E, Schilp J, Wagner C. Implementatie VMS Veiligheidsprogramma. Evaluatieonderzoek in Nederlandse ziekenhuizen. Utrecht/Amsterdam: NIVEL/Vrije Universiteit EMGO+ Instituut; 2013. Bron

Verantwoording

Definities
  • Zorginfecties

    Zorginfecties zijn infecties die ontstaan zijn tijdens of in aansluiting op een opname of behandeling in een zorginstelling (ziekenhuis, verpleeghuis, zelfstandig behandelcentrum). Een infectie mag dus bij ziekenhuisopname niet reeds aanwezig zijn. Uitzonderingen hierop zijn een neonatale infectie als gevolg van het passeren van het geboortekanaal bij een klinische bevalling, of een infectie die pas na ontslag uit het ziekenhuis is ontstaan maar wel aan de opname of behandeling gerelateerd is. 

    Zorginfecties die binnen PREZIES geregistreerd worden, zijn postoperatieve wondinfecties, urineweginfecties, sepsis/bacteriëmie, infecties van de lage en bovenste luchtwegen, gastro-intestinale infecties, infecties van gewrichten en botten, infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van het oog, infecties van het oor, infecties van mond, tong of tandvlees, infecties van huid en weke delen, infecties aan het centraal zenuwstelsel, en infecties van het voortplantingssysteem.

    De meeste voorkomende infecties zijn postoperatieve wondinfecties, urineweginfecties, sepsis/bacteriëmie en lage luchtweginfecties, inclusief pneumonie.

    De definities voor zorginfecties zijn ontleend aan de PREZIES registratie (PREZIES, 2017; PREZIES, 2017). Zij zijn gebaseerd op de definities van Centers for Disease Control and Prevention (CDC) en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2016: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron
    2. PREZIES. Jaarcijfers 2016: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron
  • Sepsis

    Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire sepsis. Primaire sepsis wordt gekenmerkt door positieve bloedkweken en/of klinische verschijnselen die niet geassocieerd zijn met een reeds vastgestelde ziekenhuisinfectie. Ook als bron van de sepsis een intravasale katheter is, speekt men van primaire sepsis. Een secundaire sepsis wordt vastgesteld als het pathogeen micro-organisme uit de bloedkweek geassocieerd is met een reeds vastgestelde ziekenhuisinfectie.

    Bij lijnsepsis is de sepsis gerelateerd aan de aanwezigheid van een centraal veneuze katheter (CVK) inclusief een perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC-lijn), welke binnen 48 uur voor het ontstaan van de sepsis in situ dient te zijn (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Postoperatieve wondinfectie

    Postoperatieve wondinfecties (POWI) zijn infecties van het operatiegebied. Deze worden onderverdeeld in oppervlakkige POWI's en diepe POWI's. Een oppervlakkige POWI is een infectie van huid en subcutaan weefsel van de incisie, is ontstaan binnen 30 dagen na de operatie, en voldoet ook aan een of meerdere klinische verschijnselen. Een diepe POWI is een infectie van diepliggend weefsel van de incisie, van de organen en/of van de anatomische ruimten die geopend zijn of waarmee gemanipuleerd is tijdens de operatie, is ontstaan binnen 30 dagen na de operatie zonder een niet-humaan implantaat of binnen 90 dagen na de operatie met een implantaat van niet-humane oorsprong,en voldoet ook aan een of meerdere klinische verschijnselen (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Luchtweginfectie

    Luchtweginfecties worden onderscheiden in longontsteking, andere lage luchtweginfecties en infecties van de bovenste luchtwegen. Onder 'andere lage luchtweginfecties' vallen bronchitis, tracheobronchitis, bronchiolitis, tracheïtis, long abces en empyeem. Sinusitis, pharyngitis, laryngitis en epiglottitis zijn infecties van de bovenste luchtwegen. 

    Een longontsteking is gerelateerd aan beademing indien invasieve (via intubatie of tracheostoma) beademing plaatsvond binnen 48 uur voor het ontstaan van de longontsteking (PREZIES, 2016). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Urineweginfectie

    Urineweginfecties omvatten symptomatische infecties, asymptomatische bacteriurie en andere infecties van de urinewegen. Asymptomatische bacteriurie wordt binnen het PREZIES prevalentieonderzoek niet geregistreerd. Onder 'andere infecties van de urinewegen' vallen infecties aan de nier, ureter, blaas, urethra, of weefsel rond de retroperitoneale of perirenale ruimte.

    Een urineweginfectie is gerelateerd aan het gebruik van een urethrakatheter indien de katheter in situ was tot 7 dagen voor het ontstaan van de urineweginfectie (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Overige zorginfecties

    Onder 'overige zorginfecties' vallen infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van gewrichten en botten, infecties van het centrale zenuwstelsel, ooginfecties, oorinfecties, infecties van mond, tong of tandvlees en infecties van het voortplantingssysteem. Deze infecties komen relatief weinig voor (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over zorginfecties

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    PREZIES Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen  Puntprevalentie zorginfecties in ziekenhuizen Patiënten in ziekenhuizen Prevalentieonderzoek ZiekenhuizenPREZIES, 2018
    PREZIES Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties  Incidentie van postoperatieve wondinfecties in ziekenhuizen 34 ‘indicatoroperaties’ afkomstig van 7 specialismen: cardiochirurgie, algemene chirurgie, vaatchirurgie, orthopedie, gynaecologie, neurologie en plastische of cosmetische chirurgie.  Incidentieonderzoek POWIPREZIES, 2018
    PREZIES Incidentieonderzoek Lijnsepsis Incidentie van lijnsepsis in ziekenhuizen Per 1.000 lijndagen dwz het aantal dagen dat een patiënt een centraal veneuze katheter in een vene heeft.  Incidentieonderzoek lijnsepsis; PREZIES, 2018
    SNIV Prevalentieonderzoek verpleeghuizen Puntprevalentie van zorginfecties in verpleeghuizen Bewoners van verpleeghuizen SNIV Prevalantiemeting; SNIV, 2017
    SNIV Incidentiemeting verpleeghuizen Incidentie van zorginfecties in verpleeghuizen Bewoners van verpleeghuizen SNIV Incidentiemeting;SNIV, 2016 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2017: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    2. PREZIES. Referentiecijfers 2013-2017: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    3. PREZIES. Referentiecijfers 2013 t/m 2017: Lijnsepsis. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    4. SNIV. Referentiecijfers 2012-2016: Prevalentieonderzoek verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron
    5. SNIV. Surveillance Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen. Resultaten van wekelijkse surveillance. Referentiecijfers 2011 – 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • PREZIES

    PREZIES (PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance) is een landelijk surveillancenetwerk voor zorginfecties in ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (PREZIES, 2018). Surveillance is het registreren van zorginfecties, het analyseren van de gegevens en het terugkoppelen van de resultaten aan betrokkenen zodat interventiemaatregelen kunnen worden ingesteld om het optreden van de zorginfecties te reduceren.

    Er zijn twee methoden om het voorkomen van zorginfecties te meten namelijk via prevalentie- of incidentiemeting. Binnen het PREZIES netwerk worden het Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen, het Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties en het Incidentieonderzoek Lijnsepsis uitgevoerd.

    Deelname aan het landelijke netwerk is op vrijwillige basis en jaarlijks kan men tot deelname besluiten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2017: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
  • PREZIES Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen

    Sinds 2007 wordt tweemaal per jaar in een beperkte tijd de prevalentie van zorginfecties in Nederlandse ziekenhuizen gemeten. Het gaat hierbij dus om de puntprevalentie. De zorginfecties die geregistreerd worden, zijn postoperatieve wondinfecties, sepsis/bacteriëmie, lage luchtweginfecties, urineweginfecties, infecties van gewrichten en botten, infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van het centrale zenuwstelsel, infecties van het oog, infecties van het oor, infecties van mond, tong of tandvlees, infecties van de bovenste luchtwegen, infecties van het gastro-intestinale systeem, infecties van het voortplantingssysteem, en infecties van huid en weke delen (PREZIES, 2018).

    Van een zorginfectie wordt nagegaan of deze tijdens de huidige of eerdere opname ontstaan is. Vanaf 2014 worden de zorginfecties die gerelateerd zijn aan een eerdere ziekenhuisopname ook opgenomen in de registratie en als zorginfecties bij opname (ZIBO) geregistreerd. Voor een ZIBO heropname telt een specifieke termijn per soort infectie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2017: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
  • PREZIES Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties

    De registratie van POWI’s gebeurt sinds 2012 op basis van 34 ‘indicatoroperaties’ verdeeld over de chirurgische gebieden: cardiochirurgie, algemene chirurgie, vaatchirurgie, orthopedie, gynaecologie, neurochirurgie en plastische of cosmetische chirurgie. Deze indicatoroperaties worden relatief vaak uitgevoerd. Alleen initiële operaties aan een orgaan of structuur worden geregistreerd, en geen heroperaties of revisies. Voor 2012 werd er binnen het incidentieonderzoek geregistreerd op basis van CTG-codering en werden POWI’s na heroperaties of revisies ook meegeteld. Daarom wordt in VZInfo alleen de incidentie sinds 2012 gepresenteerd.

    Doordat de opnameduur in ziekenhuizen afneemt, openbaren POWI’s zich steeds vaker pas na ontslag uit het ziekenhuis. Daarom is binnen deze POWI-module surveillance gedurende een vaste follow-up periode verplicht. Deze periode was ten tijde van de surveillance, afhankelijk van het type operatie, 30 dagen of 90 dagen (PREZIES, 2018). Bij het plaatsen van een implantaat van niet-humane oorsprong bedroeg deze periode tot 2015 één jaar (PREZIES, 2016).

    De opzet van de surveillance staat niet toe dat er één incidentiecijfer voor alle POWI’s wordt gepresenteerd. Het risico op een POWI is afhankelijk van de indicatoroperatie en daarmee is ook de incidentie afhankelijk van de indicatoroperatie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2013-2017: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    2. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2012-2015: Postoperatieve Wondinfecties. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • PREZIES Incidentieonderzoek Lijnsepsis

    Lijnsepsis is sepsis gerelateerd aan het gebruik van centraal veneuze katheters (CVK). De incidentie van lijnsepsis wordt uitgedrukt in het aantal infecties per 1.000 lijndagen. Een lijndag is een dag dat een patiënt een CVK in een vene heeft. Het aantal lijndagen is het aantal dagen dat lijnen bij patiënten in situ blijven. De incidentie wordt berekend door het aantal geconstateerde infecties in een bepaalde periode te delen door het aantal lijndagen maal 1.000 (PREZIES, 2018). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2013 t/m 2017: Lijnsepsis. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
  • SNIV

    SNIV, Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen, heeft als doel een netwerk van verpleeghuizen te vormen die functioneren als peilstations voor een landelijke surveillance van infectieziekten in verpleeghuizen. Binnen SNIV worden uitgevoerd het punt-prevalentieonderzoek, de wekelijkse incidentiemeting zorginfecties in verpleeghuizen, en de verdiepende surveillance van antibioticaresistentie (SNIV).

     

  • SNIV Prevalentieonderzoek verpleeghuizen

    Binnen het SNIV prevalentieonderzoek worden gegevens verzameld over het optreden van zorggerelateerde infecties in verpleeghuizen en over risicofactoren die de kans op het krijgen van een zorggerelateerde infectie beïnvloeden (SNIV, 2014). De infectieziekten die geregistreerd worden, zijn sepsis/bacteriëmie, infectie van de onderste luchtwegen, urineweginfectie, gastro-intestinale infectie en bacteriële conjunctivitis.

    Tweemaal per jaar, op een dag in april en/of november, worden de infecties op de afdelingen geregistreerd. Registratie vereist dat op de dag van het onderzoek nog klinische symptomen aanwezig zijn, dan wel nog behandeling plaatsvindt. De infectie hoeft op de onderzoeksdag niet meer te voldoen aan de definitie (bijvoorbeeld als gevolg van de behandeling), maar moet daar eerder wel aan hebben voldaan (SNIV, 2015). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. SNIV. Registratieprotocol incidentiemeting Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron
    2. SNIV. Protocol en dataspecificaties: SNIV Prevalentieonderzoek Verpleeghuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2015. Bron
  • SNIV Incidentiemeting zorginfecties

    Binnen de incidentiemodule van SNIV worden gegevens verzameld over het optreden van infectieziekten en het aantal sterfgevallen en over risicofactoren die de kans op het krijgen van een infectie en de kans op overlijden in het verpleeghuis zouden kunnen beïnvloeden (SNIV, 2016).

    Wekelijks worden voor de vier infectieziekten lage luchtweginfecties (vermoedelijke pneumonie), influenza-achtig ziektebeeld, urineweginfectie en gastro-enteritis elk gediagnostiseerde geval op de afdeling een registratieformulier ingevuld voor de bewoners van de afdelingen die meedoen aan de surveillance op één verpleeghuislocatie (SNIV, 2014).

    De incidentie van zorginfecties in verpleeghuizen wordt uitgedrukt in het aantal bewonersweken per infectie. Een bewonersweek is het aantal bewoners (bedden) in de deelnemende verpleeghuizen in een bepaalde week. De incidentie wordt berekend door het aantal infecties in een week te delen door het aantal bewoners in de verpleeghuizen dat die week deelnam aan de registratie maal 1.000 (SNIV, 2014). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. SNIV. Surveillance Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen. Resultaten van wekelijkse surveillance. Referentiecijfers 2011 – 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
    2. SNIV. Registratieprotocol incidentiemeting Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron
  • Europese cijfers afkomstig van ECDC

    De Europese gegevens over zorginfecties zijn afkomstig van het eerste prevalentieonderzoek naar zorginfecties en antibioticagebruik in de 28 landen van de EU aangevuld met IJsland en Noorwegen (ECDC, 2014). Het Europese Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) coördineerde dit onderzoek uit 2011-2012 waarin gegevens over het aantal gerapporteerde ziekenhuisinfecties uit verschillende landen werden verzameld. Het prevalentieonderzoek werd in alle deelnemende landen volgens een standaard protocol uitgevoerd. De landen waren zelf verantwoordelijk voor het selecteren van een al dan niet representatieve steekproef van ziekenhuizen. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. ECDC. Point prevalence survey of healthcare-associated infections and antimicrobial use in European long-term care facilities April-May 2013. Stockholm: European Centre for Disease Prevention and Control; 2014. Bron