Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZorginfectiesKostenZorguitgaven

Cijfers & Context

Prevalentie in ziekenhuizen in 2019 gestegen

Regionaal & Internationaal

Vooral luchtweginfecties in Europese ziekenhuizen

Kosten

Kosten postoperatieve wondinfecties aanzienlijk

Preventie & Zorg

Effecten van preventie moeilijk te achterhalen

Uitgaven aan postoperatieve wondinfecties

Uitgaven per jaar aan postoperatieve wondinfecties (POWI's) bij drie veelvoorkomende operaties in 2011

 

Ziekenhuis-
kosten (€) per POWI

Ziekenhuis-kosten (€) landelijk

Landelijke kosten (€) van leven in verminderde gezondheid na een POWI

Totaal landelijke kosten (€)

Verwijdering dikke darm

14.084

29 miljoen

64 miljoen

93 miljoen

Totale heupprothese

21.569

10 miljoen

24 miljoen

34 miljoen

Borstverwijdering

1.881

0,6 miljoen

2.000

0,6 miljoen

Totaal 3 operaties

 

40 miljoen

88 miljoen

128 miljoen

POWI's bij drie operaties kosten de ziekenhuizen jaarlijks 40 miljoen 

Een postoperatieve wondinfectie (POWI) na een verwijdering van de dikke darm kost een ziekenhuis gemiddeld 14.084 euro aan extra uitgaven per infectie. Na een totale heupprothese gaat het gemiddeld om 21.569 euro per POWI, en bij een borstamputatie om 1.881 euro per POWI . Landelijk lopen deze kosten op tot 29, 10 en 0,6 miljoen euro per jaar respectievelijk. Deze extra uitgaven betreffen alleen ziekenhuiskosten en zijn voornamelijk een gevolg van een langere ziekenhuisopname. Daarnaast zijn er nog kosten ten gevolge van de impact van een POWI op het aantal jaren dat een patiënt in goede gezondheid leeft (kosten voor ziektelast in DALY's). Kosten hiervan zijn voor de darm- en heupingrepen hoger dan de ziekenhuiskosten en lopen landelijk op tot 88 miljoen euro voor de drie ingrepen samen (zie tabel, Koek et al., 2019).  Deze aantallen geven geen totaal beeld, maar wel een indruk van de extra uitgaven door één van de meest voorkomende typen zorginfecties bij enkele veel uitgevoerde operaties (zie: Prevalentie zorginfecties in ziekenhuizen en Incidentie postoperatieve wondinfecties in zorginstellingen).

Meer informatie

 

Datum publicatie

05-02-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Koek MBG, van der Kooi TII, Stigter FCA, de Boer PT, de Gier B., Hopmans TEM, et al. Burden of surgical site infections in the Netherlands: cost analyses and disability-adjusted life years. J Hosp Infect. 2019;103(3):293-302. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Zorginfecties

    Zorginfecties zijn infecties die ontstaan zijn tijdens of in aansluiting op een opname of behandeling in een zorginstelling (ziekenhuis, verpleeghuis, zelfstandig behandelcentrum). Van een zorginfectie wordt nagegaan of deze tijdens de huidige of eerdere opname ontstaan is. Vanaf 2014 worden de zorginfecties die gerelateerd zijn aan een eerdere ziekenhuisopname ook opgenomen in de registratie en als zorginfecties bij opname (ZIBO) geregistreerd. Voor een ZIBO heropname telt een specifieke termijn per soort infectie.

    Zorginfecties die binnen PREZIES geregistreerd worden, zijn postoperatieve wondinfecties, urineweginfecties, sepsis/bacteriëmie, infecties van de lage en bovenste luchtwegen, gastro-intestinale infecties, infecties van gewrichten en botten, infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van het oog, infecties van het oor, infecties van mond, tong of tandvlees, infecties van huid en weke delen, infecties aan het centraal zenuwstelsel, en infecties van het voortplantingssysteem.

    De meeste voorkomende infecties zijn postoperatieve wondinfecties, urineweginfecties, sepsis/bacteriëmie en lage luchtweginfecties, inclusief pneumonie.

    De definities voor zorginfecties zijn ontleend aan de PREZIES registratie (PREZIES, 2019). Zij zijn gebaseerd op de definities van Centers for Disease Control and Prevention (CDC) en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES – versie: 2019 Documentversie: 1.0. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
  • Sepsis

    Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire sepsis. Primaire sepsis wordt gekenmerkt door positieve bloedkweken en/of klinische verschijnselen die niet geassocieerd zijn met een reeds vastgestelde ziekenhuisinfectie. Ook als bron van de sepsis een intravasale katheter is, speekt men van primaire sepsis. Een secundaire sepsis wordt vastgesteld als het pathogeen micro-organisme uit de bloedkweek geassocieerd is met een reeds vastgestelde ziekenhuisinfectie.

    Bij lijnsepsis is de sepsis gerelateerd aan de aanwezigheid van een centraal veneuze katheter (CVK) inclusief een perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC-lijn), welke binnen 48 uur voor het ontstaan van de sepsis in situ dient te zijn (PREZIES, 2019).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES – versie: 2019 Documentversie: 1.0. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
  • Postoperatieve wondinfectie

    Postoperatieve wondinfecties (POWI) zijn infecties van het operatiegebied. Deze worden onderverdeeld in oppervlakkige POWI's en diepe POWI's. Een oppervlakkige POWI is een infectie van huid en subcutaan weefsel van de incisie, is ontstaan binnen 30 dagen na de operatie, en voldoet ook aan een of meerdere klinische verschijnselen. Een diepe POWI is een infectie van diepliggend weefsel van de incisie, van de organen en/of van de anatomische ruimten die geopend zijn of waarmee gemanipuleerd is tijdens de operatie, is ontstaan binnen 30 dagen na de operatie zonder een niet-humaan implantaat of binnen 90 dagen na de operatie met een implantaat van niet-humane oorsprong,en voldoet ook aan een of meerdere klinische verschijnselen (PREZIES, 2019).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES – versie: 2019 Documentversie: 1.0. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
  • Luchtweginfectie

    Luchtweginfecties worden onderscheiden in longontsteking, andere lage luchtweginfecties en infecties van de bovenste luchtwegen. Onder 'andere lage luchtweginfecties' vallen bronchitis, tracheobronchitis, bronchiolitis, tracheïtis, long abces en empyeem. Sinusitis, pharyngitis, laryngitis en epiglottitis zijn infecties van de bovenste luchtwegen. 

    Een longontsteking is gerelateerd aan beademing indien invasieve (via intubatie of tracheostoma) beademing plaatsvond binnen 48 uur voor het ontstaan van de longontsteking (PREZIES, 2019). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES – versie: 2019 Documentversie: 1.0. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
  • Urineweginfectie

    Urineweginfecties omvatten symptomatische infecties, asymptomatische bacteriurie en andere infecties van de urinewegen. Asymptomatische bacteriurie wordt binnen het PREZIES prevalentieonderzoek niet geregistreerd. Onder 'andere infecties van de urinewegen' vallen infecties aan de nier, ureter, blaas, urethra, of weefsel rond de retroperitoneale of perirenale ruimte.

    Een urineweginfectie is gerelateerd aan het gebruik van een urethrakatheter indien de katheter in situ was tot 7 dagen voor het ontstaan van de urineweginfectie (PREZIES, 2019).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES – versie: 2019 Documentversie: 1.0. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
  • Overige zorginfecties

    Onder 'overige zorginfecties' vallen infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van gewrichten en botten, infecties van het centrale zenuwstelsel, ooginfecties, oorinfecties, infecties van mond, tong of tandvlees en infecties van het voortplantingssysteem. Deze infecties komen relatief weinig voor (PREZIES, 2019).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES – versie: 2019 Documentversie: 1.0. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over zorginfecties

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    PREZIES Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen  Puntprevalentie zorginfecties in ziekenhuizen Patiënten in ziekenhuizen Prevalentieonderzoek ZiekenhuizenPREZIES, 2020
    PREZIES Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties  Incidentie van postoperatieve wondinfecties in ziekenhuizen 34 ‘indicatoroperaties’ afkomstig van 7 specialismen: cardiochirurgie, algemene chirurgie, vaatchirurgie, orthopedie, gynaecologie, neurologie en plastische of cosmetische chirurgie.  Incidentieonderzoek POWIPREZIES, 2019
    PREZIES Incidentieonderzoek Lijnsepsis Incidentie van lijnsepsis in ziekenhuizen Per 1.000 lijndagen dwz het aantal dagen dat een patiënt een centraal veneuze katheter in een vene heeft.  Incidentieonderzoek lijnsepsis; PREZIES, 2019
    SNIV Prevalentieonderzoek verpleeghuizen Puntprevalentie van zorginfecties in verpleeghuizen Bewoners van verpleeghuizen SNIV Prevalantiemeting; SNIV, 2019
    SNIV Incidentiemeting verpleeghuizen Incidentie van zorginfecties in verpleeghuizen Bewoners van verpleeghuizen SNIV Incidentiemeting;SNIV, 2016 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2020. Bron
    2. PREZIES. Referentiecijfers 2014-2018: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
    3. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2018: Lijnsepsis. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
    4. SNIV. Referentiecijfers 2013-2017: Prevalentieonderzoek verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
    5. SNIV. Surveillance Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen. Resultaten van wekelijkse surveillance. Referentiecijfers 2011 – 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • PREZIES

    PREZIES (PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance) is een landelijk surveillancenetwerk voor zorginfecties in ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (PREZIES, 2020). Surveillance is het registreren van zorginfecties, het analyseren van de gegevens en het terugkoppelen van de resultaten aan betrokkenen zodat interventiemaatregelen kunnen worden ingesteld om het optreden van de zorginfecties te reduceren.

    Er zijn twee methoden om het voorkomen van zorginfecties te meten namelijk via prevalentie- of incidentiemeting. Binnen het PREZIES netwerk worden het Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen, het Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties en het Incidentieonderzoek Lijnsepsis uitgevoerd.

    Deelname aan het landelijke netwerk is op vrijwillige basis en jaarlijks kan men tot deelname besluiten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2020. Bron
  • PREZIES Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen

    Sinds 2007 wordt tweemaal per jaar in een beperkte tijd de prevalentie van zorginfecties in Nederlandse ziekenhuizen gemeten. Het gaat hierbij dus om de puntprevalentie. De zorginfecties die geregistreerd worden, zijn postoperatieve wondinfecties, sepsis/bacteriëmie, lage luchtweginfecties, urineweginfecties, infecties van gewrichten en botten, infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van het centrale zenuwstelsel, infecties van het oog, infecties van het oor, infecties van mond, tong of tandvlees, infecties van de bovenste luchtwegen, infecties van het gastro-intestinale systeem, infecties van het voortplantingssysteem, en infecties van huid en weke delen (PREZIES, 2020).

    Van een zorginfectie wordt nagegaan of deze tijdens de huidige of eerdere opname ontstaan is. Vanaf 2014 worden de zorginfecties die gerelateerd zijn aan een eerdere ziekenhuisopname ook opgenomen in de registratie en als zorginfecties bij opname (ZIBO) geregistreerd. Voor een ZIBO heropname telt een specifieke termijn per soort infectie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2015 t/m 2019: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2020. Bron
  • PREZIES Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties

    De registratie van POWI’s gebeurt sinds 2012 op basis van 34 ‘indicatoroperaties’ verdeeld over de chirurgische gebieden: cardiochirurgie, algemene chirurgie, vaatchirurgie, orthopedie, gynaecologie, neurochirurgie en plastische of cosmetische chirurgie. Deze indicatoroperaties worden relatief vaak uitgevoerd. Alleen initiële operaties aan een orgaan of structuur worden geregistreerd, en geen heroperaties of revisies. Voor 2012 werd er binnen het incidentieonderzoek geregistreerd op basis van CTG-codering en werden POWI’s na heroperaties of revisies ook meegeteld. Daarom wordt in VZInfo alleen de incidentie sinds 2012 gepresenteerd.

    Doordat de opnameduur in ziekenhuizen afneemt, openbaren POWI’s zich steeds vaker pas na ontslag uit het ziekenhuis. Daarom is binnen deze POWI-module surveillance gedurende een vaste follow-up periode verplicht. Deze periode was ten tijde van de surveillance, afhankelijk van het type operatie, 30 dagen of 90 dagen (PREZIES, 2019). Bij het plaatsen van een implantaat van niet-humane oorsprong bedroeg deze periode tot 2015 één jaar (PREZIES, 2016).

    De opzet van de surveillance staat niet toe dat er één incidentiecijfer voor alle POWI’s wordt gepresenteerd. Het risico op een POWI is afhankelijk van de indicatoroperatie en daarmee is ook de incidentie afhankelijk van de indicatoroperatie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014-2018: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
    2. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2012-2015: Postoperatieve Wondinfecties. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • PREZIES Incidentieonderzoek Lijnsepsis

    Lijnsepsis is sepsis gerelateerd aan het gebruik van centraal veneuze katheters (CVK). De incidentie van lijnsepsis wordt uitgedrukt in het aantal infecties per 1.000 lijndagen. Een lijndag is een dag dat een patiënt een CVK in een vene heeft. Het aantal lijndagen is het aantal dagen dat lijnen bij patiënten in situ blijven. De incidentie wordt berekend door het aantal geconstateerde infecties in een bepaalde periode te delen door het aantal lijndagen maal 1.000 (PREZIES, 2019). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2018: Lijnsepsis. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2019. Bron
  • SNIV

    SNIV, Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen, heeft als doel een netwerk van verpleeghuizen te vormen die functioneren als peilstations voor een landelijke surveillance van infectieziekten in verpleeghuizen. Binnen SNIV worden uitgevoerd het punt-prevalentieonderzoek, de wekelijkse incidentiemeting zorginfecties in verpleeghuizen, en de verdiepende surveillance van antibioticaresistentie (SNIV).

     

  • SNIV Prevalentieonderzoek verpleeghuizen

    Binnen het SNIV prevalentieonderzoek worden gegevens verzameld over het optreden van zorggerelateerde infecties in verpleeghuizen en over risicofactoren die de kans op het krijgen van een zorggerelateerde infectie beïnvloeden (SNIV, 2014). De infectieziekten die geregistreerd worden, zijn sepsis/bacteriëmie, infectie van de onderste luchtwegen, urineweginfectie, gastro-intestinale infectie en bacteriële conjunctivitis.

    Tweemaal per jaar, op een dag in april en/of november, worden de infecties op de afdelingen geregistreerd. Registratie vereist dat op de dag van het onderzoek nog klinische symptomen aanwezig zijn, dan wel nog behandeling plaatsvindt. De infectie hoeft op de onderzoeksdag niet meer te voldoen aan de definitie (bijvoorbeeld als gevolg van de behandeling), maar moet daar eerder wel aan hebben voldaan (SNIV, 2015). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. SNIV. Registratieprotocol incidentiemeting Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron
    2. SNIV. Protocol en dataspecificaties: SNIV Prevalentieonderzoek Verpleeghuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2015. Bron
  • SNIV Incidentiemeting zorginfecties

    Binnen de incidentiemodule van SNIV worden gegevens verzameld over het optreden van infectieziekten en het aantal sterfgevallen en over risicofactoren die de kans op het krijgen van een infectie en de kans op overlijden in het verpleeghuis zouden kunnen beïnvloeden (SNIV, 2016).

    Wekelijks worden voor de vier infectieziekten lage luchtweginfecties (vermoedelijke pneumonie), influenza-achtig ziektebeeld, urineweginfectie en gastro-enteritis elk gediagnostiseerde geval op de afdeling een registratieformulier ingevuld voor de bewoners van de afdelingen die meedoen aan de surveillance op één verpleeghuislocatie (SNIV, 2014).

    De incidentie van zorginfecties in verpleeghuizen wordt uitgedrukt in het aantal bewonersweken per infectie. Een bewonersweek is het aantal bewoners (bedden) in de deelnemende verpleeghuizen in een bepaalde week. De incidentie wordt berekend door het aantal infecties in een week te delen door het aantal bewoners in de verpleeghuizen dat die week deelnam aan de registratie maal 1.000 (SNIV, 2014). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. SNIV. Surveillance Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen. Resultaten van wekelijkse surveillance. Referentiecijfers 2011 – 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
    2. SNIV. Registratieprotocol incidentiemeting Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron
  • Europese cijfers afkomstig van ECDC

    De Europese gegevens over zorginfecties zijn afkomstig van het eerste prevalentieonderzoek naar zorginfecties en antibioticagebruik in de 28 landen van de EU aangevuld met IJsland en Noorwegen (ECDC, 2014). Het Europese Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) coördineerde dit onderzoek uit 2011-2012 waarin gegevens over het aantal gerapporteerde ziekenhuisinfecties uit verschillende landen werden verzameld. Het prevalentieonderzoek werd in alle deelnemende landen volgens een standaard protocol uitgevoerd. De landen waren zelf verantwoordelijk voor het selecteren van een al dan niet representatieve steekproef van ziekenhuizen. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. ECDC ECentr. Point prevalence survey of healthcare-associated infections and antimicrobial use in European long-term care facilities April-May 2013. Stockholm: European Centre for Disease Prevention and Control; 2014. Bron
Methoden
  • Toetsing verschillen zorginfecties in verpleeghuizen

    Verschillen tussen patiënten die op de afdelingen revalidatie, somatiek en psychogeriatrie verblijven zijn getoetst met logistische regressie. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significant verschil is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05.