Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZorginfectiesCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Aantal zorginfecties in ziekenhuizen stabiel

Regionaal & Internationaal

Vooral luchtweginfecties in Europese ziekenhuizen

Kosten

Preventie & Zorg

Effecten van preventie moeilijk te achterhalen

Risicofactoren voor zorginfecties

Risicofactoren voor zorginfecties

 

Zorginfecties

Risicofactor

POWI

UWI

LWI

Primaire sepsis

Hogere besmettingsgraad van het operatiegebied, zoals bij operaties aan de dikke darm

+

 

 

 

Langere duur van de operatieve ingreep

+

 

 

 

Ernstiger onderliggend lijden van de patiënt (uitgedrukt in de ASA-score)

+

 

 

 

Hogere leeftijd

+

 

 

 

Hebben van ernstig overgewicht

+

 

 

 

Langdurig pre-operatief verblijf in het ziekenhuis

+

 

 

 

Aanwezigheid van een infectie elders in het lichaam op het moment van een operatieve ingreep

+

 

 

 

Gebruik van implantaten

+

 

 

 

Manipulaties aan de urinewegen

 

+

 

 

Gebruik van medische hulpmiddelen zoals een urethrakatheter, beademing of CVK

 

+

+

+

Slechte diurese (weinig urineproductie, lage plasfrequentie)

 

+

 

 

Verstoorde afweer

+

+

+

+

Aanwezigheid van chronische luchtwegaandoeningen

 

 

+

 

Kunstmatige beademing door intubatie

 

 

+

 

Postoperatieve pijn bij buik- of thoracale operatie

 

 

+

 

Langere lijnduur CVK

 

 

 

+

Gebruik CVK voor parenterale voeding

 

 

 

+

  • POWI = postoperatieve wondinfectieUWI = urineweginfectie; LWI = luchtweginfectie; CVK = centraal veneuze katheter
  • Primaire sepsis

Zorginfecties ontstaan tijdens of in aansluiting op verblijf in instelling

Zorginfecties zijn infecties die ontstaan tijdens of in aansluiting op het verblijf of behandeling in een zorginstelling (ziekenhuis, verpleeghuis, zelfstandig behandelcentrum) (Smid et al., 2013). De zorginfecties zijn vaak het gevolg van invasieve handelingen, zoals operaties of het gebruik van katheters, die plaatsvinden in een zorginstelling en/of door de verminderde weerstand van de patiënt. In de tabel zijn de risicofactoren voor het ontstaan van vier typen zorginfecties weergegeven.

Implantaten verhogen het risico op een postoperatieve wondinfectie

Bij het gebruik van implantaten (bijvoorbeeld een heupprothese of een borstimplantaat) is er een bijzonder risico op POWI. De aanwezigheid van het implantaat heeft een negatieve invloed op de lokale weerstand tegen infecties.

Gebruik van katheter verhoogt risico op urineweginfecties

Urineweginfecties zijn één van de meest voorkomende zorginfecties. Bij het gebruik van een urethrakatheter hechten micro-organismen zich aan de katheter en daarmee neemt de kans op een urineweginfectie toe. Uit de prevalentiemeting van PREZIES in 2016, bleek dat 69% van de urineweginfecties gerelateerd was aan het gebruik van een urethakatheter (PREZIES, 2017). Als complicatie van een urineweginfectie kan een urosepsis (bacteriëmie vanuit de urinewegen) optreden.

Kunstmatige beademing kan leiden tot luchtweginfecties

Luchtweginfecties komen vooral voor bij patiënten met een verstoorde afweer, patiënten met chronische luchtwegaandoeningen en bij patiënten die in een ziekenhuis kunstmatig worden beademd. Uit de prevalentiemeting van PREZIES in 2016, bleek dat bij 17% van de patiënten die als zorginfectie een longontsteking hadden opgelopen, het ontstaan gerelateerd was aan kunstmatige beademing (PREZIES, 2017). Kunstmatige beademing door intubatie verstoort de natuurlijke afweer; er kan zich slijm met daarin micro-organismen ophopen in de luchtwegen. Postoperatieve pijn bij buik- of hart/longoperaties belemmert de ademhaling en ‘ophoesten’, waardoor een luchtweginfectie kan ontstaan.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Smid EA, Hopmans TEM, de Greeff SC, Koek MBG. Daling van de prevalentie van zorginfecties in ziekenhuizen. Infectieziekten Bulletin. 2013;24(8):251-2. Bron
  2. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2016: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron

Verwekkers van zorginfecties

Verwekkers van zorginfecties

In ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra en verpleeghuizen

 

Zorginfecties

 

Ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra

POWI

UWI

Long-ontsteking

Primaire sepsis

IMDK

Staphylococcus aureus

+

 

+

+

 

Escherichia coli

+

+

 

 

 

Enterococcus faecalis

 

+

 

 

 

Pseudomonas aeruginosa

 

 

+

 

 

Coagulase negatieve staphylokokken

 

 

 

+

 

Clostridium difficile

 

 

 

 

+

Norovirus

 

 

 

 

+

Verpleeghuizen

 

 

 

 

 

Escherichia coli

 

+

 

 

 

Proteus mirabilis

 

+

 

 

 

Norovirus

 

 

 

 

+

  • POWI=postoperatieve wondinfectie; UWI=urineweginfectie; IMDK=infectie van het maagdarmkanaal
  • Primaire sepsis

Acht verwekkers verantwoordelijk voor gros van de zorginfecties in ziekenhuizen en verpleeghuizen

Van niet alle zorginfecties zijn de verwekkers bekend, omdat er lang niet altijd een kweek wordt afgenomen en de verwekker geïdentificeerd. In de tabel is weergegeven wat globaal de belangrijkste verwekkers van zorginfecties in ziekenhuizen en verpleeghuizen zijn. Dit betreft zeven typen bacteriën en één type virus (PREZIES, 2015; SNIV, 2016). 

Ongeveer 6% van de verwekkers van zorginfecties bijzonder resistent tegen antimicrobiële middelen

Van de 2.673 zorginfecties die in 2016 in ziekenhuizen werden geregistreerd, werd bij 81% materiaal afgenomen voor microbiologische kweek. Dit leverde 2.647 positieve kweken op. In 161 gevallen (6% van alle positieve kweken) werd er een bijzonder resistent micro-organisme (BRMO) aangetoond (PREZIES, 2017).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2007 t/m 2014: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2015. Bron
  2. SNIV. Referentiecijfers 2011-2015: Prevalentieonderzoek verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  3. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2016: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron

Gevolgen van zorginfecties

Zorginfecties leiden tot aanzienlijk langere opnameduur in ziekenhuizen

Zorginfecties verhogen de ziektelast van patiënten en leiden tot extra behandelingen met bijvoorbeeld antibiotica, operatieve ingrepen, verlenging van opname of heropnamen. De mediane opnameduur van patiënten met een zorginfectie in 2016 bedroeg 13 dagen versus 4 dagen bij patiënten zonder zorginfectie (PREZIES, 2017). Daarbij dient opgemerkt te worden dat relatief ernstig zieke patiënten door hun conditie een grotere kans op een infectie hebben en langer in het ziekenhuis verblijven, waardoor het risico van een zorginfectie toeneemt. Relatief gezonde patiënten worden sneller ontslagen en hebben een kortere ligduur en daarmee een kleinere kans om een zorginfectie te krijgen.

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. PREZIES. Jaarcijfers 2016: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron

Verantwoording

Definities
  • Zorginfecties

    Zorginfecties zijn infecties die ontstaan zijn tijdens of in aansluiting op een opname of behandeling in een zorginstelling (ziekenhuis, verpleeghuis, zelfstandig behandelcentrum). Een infectie mag dus bij ziekenhuisopname niet reeds aanwezig zijn. Uitzonderingen hierop zijn een neonatale infectie als gevolg van het passeren van het geboortekanaal bij een klinische bevalling, of een infectie die pas na ontslag uit het ziekenhuis is ontstaan maar wel aan de opname of behandeling gerelateerd is. 

    Zorginfecties die binnen PREZIES geregistreerd worden, zijn postoperatieve wondinfecties, urineweginfecties, sepsis/bacteriëmie, infecties van de lage en bovenste luchtwegen, gastro-intestinale infecties, infecties van gewrichten en botten, infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van het oog, infecties van het oor, infecties van mond, tong of tandvlees, infecties van huid en weke delen, infecties aan het centraal zenuwstelsel, en infecties van het voortplantingssysteem.

    De meeste voorkomende infecties zijn postoperatieve wondinfecties, urineweginfecties, sepsis/bacteriëmie en lage luchtweginfecties, inclusief pneumonie.

    De definities voor zorginfecties zijn ontleend aan de PREZIES registratie (PREZIES, 2017; PREZIES, 2017). Zij zijn gebaseerd op de definities van Centers for Disease Control and Prevention (CDC) en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2016: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron
    2. PREZIES. Jaarcijfers 2016: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron
  • Sepsis

    Sepsis is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een algemene ontstekingsreactie van het hele lichaam op een infectie. Het is een zeer ernstige aandoening met een aanzienlijke kans dat de patiënt in korte tijd overlijdt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire sepsis. Primaire sepsis wordt gekenmerkt door positieve bloedkweken en/of klinische verschijnselen die niet geassocieerd zijn met een reeds vastgestelde ziekenhuisinfectie. Ook als bron van de sepsis een intravasale katheter is, speekt men van primaire sepsis. Een secundaire sepsis wordt vastgesteld als het pathogeen micro-organisme uit de bloedkweek geassocieerd is met een reeds vastgestelde ziekenhuisinfectie.

    Bij lijnsepsis is de sepsis gerelateerd aan de aanwezigheid van een centraal veneuze katheter (CVK) inclusief een perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC-lijn), welke binnen 48 uur voor het ontstaan van de sepsis in situ dient te zijn (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Postoperatieve wondinfectie

    Postoperatieve wondinfecties (POWI) zijn infecties van het operatiegebied. Deze worden onderverdeeld in oppervlakkige POWI's en diepe POWI's. Een oppervlakkige POWI is een infectie van huid en subcutaan weefsel van de incisie, is ontstaan binnen 30 dagen na de operatie, en voldoet ook aan een of meerdere klinische verschijnselen. Een diepe POWI is een infectie van diepliggend weefsel van de incisie, van de organen en/of van de anatomische ruimten die geopend zijn of waarmee gemanipuleerd is tijdens de operatie, is ontstaan binnen 30 dagen na de operatie zonder een niet-humaan implantaat of binnen 90 dagen na de operatie met een implantaat van niet-humane oorsprong,en voldoet ook aan een of meerdere klinische verschijnselen (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Luchtweginfectie

    Luchtweginfecties worden onderscheiden in longontsteking, andere lage luchtweginfecties en infecties van de bovenste luchtwegen. Onder 'andere lage luchtweginfecties' vallen bronchitis, tracheobronchitis, bronchiolitis, tracheïtis, long abces en empyeem. Sinusitis, pharyngitis, laryngitis en epiglottitis zijn infecties van de bovenste luchtwegen. 

    Een longontsteking is gerelateerd aan beademing indien invasieve (via intubatie of tracheostoma) beademing plaatsvond binnen 48 uur voor het ontstaan van de longontsteking (PREZIES, 2016). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Urineweginfectie

    Urineweginfecties omvatten symptomatische infecties, asymptomatische bacteriurie en andere infecties van de urinewegen. Asymptomatische bacteriurie wordt binnen het PREZIES prevalentieonderzoek niet geregistreerd. Onder 'andere infecties van de urinewegen' vallen infecties aan de nier, ureter, blaas, urethra, of weefsel rond de retroperitoneale of perirenale ruimte.

    Een urineweginfectie is gerelateerd aan het gebruik van een urethrakatheter indien de katheter in situ was tot 7 dagen voor het ontstaan van de urineweginfectie (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Overige zorginfecties

    Onder 'overige zorginfecties' vallen infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van gewrichten en botten, infecties van het centrale zenuwstelsel, ooginfecties, oorinfecties, infecties van mond, tong of tandvlees en infecties van het voortplantingssysteem. Deze infecties komen relatief weinig voor (PREZIES, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Bijlage 2: Definities ziekenhuisinfecties. Module Prevalentieonderzoek ziekenhuizen PREZIES – versie: 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over zorginfecties

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    PREZIES Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen  Puntprevalentie zorginfecties in ziekenhuizen Patiënten in ziekenhuizen Prevalentieonderzoek ZiekenhuizenPREZIES, 2018
    PREZIES Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties  Incidentie van postoperatieve wondinfecties in ziekenhuizen 34 ‘indicatoroperaties’ afkomstig van 7 specialismen: cardiochirurgie, algemene chirurgie, vaatchirurgie, orthopedie, gynaecologie, neurologie en plastische of cosmetische chirurgie.  Incidentieonderzoek POWIPREZIES, 2018
    PREZIES Incidentieonderzoek Lijnsepsis Incidentie van lijnsepsis in ziekenhuizen Per 1.000 lijndagen dwz het aantal dagen dat een patiënt een centraal veneuze katheter in een vene heeft.  Incidentieonderzoek lijnsepsis; PREZIES, 2018
    SNIV Prevalentieonderzoek verpleeghuizen Puntprevalentie van zorginfecties in verpleeghuizen Bewoners van verpleeghuizen SNIV Prevalantiemeting; SNIV, 2017
    SNIV Incidentiemeting verpleeghuizen Incidentie van zorginfecties in verpleeghuizen Bewoners van verpleeghuizen SNIV Incidentiemeting;SNIV, 2016 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2017: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    2. PREZIES. Referentiecijfers 2013-2017: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    3. PREZIES. Referentiecijfers 2013 t/m 2017: Lijnsepsis. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    4. SNIV. Referentiecijfers 2012-2016: Prevalentieonderzoek verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron
    5. SNIV. Surveillance Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen. Resultaten van wekelijkse surveillance. Referentiecijfers 2011 – 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • PREZIES

    PREZIES (PREventie van ZIEkenhuisinfecties door Surveillance) is een landelijk surveillancenetwerk voor zorginfecties in ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (PREZIES, 2018). Surveillance is het registreren van zorginfecties, het analyseren van de gegevens en het terugkoppelen van de resultaten aan betrokkenen zodat interventiemaatregelen kunnen worden ingesteld om het optreden van de zorginfecties te reduceren.

    Er zijn twee methoden om het voorkomen van zorginfecties te meten namelijk via prevalentie- of incidentiemeting. Binnen het PREZIES netwerk worden het Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen, het Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties en het Incidentieonderzoek Lijnsepsis uitgevoerd.

    Deelname aan het landelijke netwerk is op vrijwillige basis en jaarlijks kan men tot deelname besluiten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2017: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
  • PREZIES Prevalentieonderzoek Ziekenhuizen

    Sinds 2007 wordt tweemaal per jaar in een beperkte tijd de prevalentie van zorginfecties in Nederlandse ziekenhuizen gemeten. Het gaat hierbij dus om de puntprevalentie. De zorginfecties die geregistreerd worden, zijn postoperatieve wondinfecties, sepsis/bacteriëmie, lage luchtweginfecties, urineweginfecties, infecties van gewrichten en botten, infecties van het cardiovasculaire systeem, infecties van het centrale zenuwstelsel, infecties van het oog, infecties van het oor, infecties van mond, tong of tandvlees, infecties van de bovenste luchtwegen, infecties van het gastro-intestinale systeem, infecties van het voortplantingssysteem, en infecties van huid en weke delen (PREZIES, 2018).

    Van een zorginfectie wordt nagegaan of deze tijdens de huidige of eerdere opname ontstaan is. Vanaf 2014 worden de zorginfecties die gerelateerd zijn aan een eerdere ziekenhuisopname ook opgenomen in de registratie en als zorginfecties bij opname (ZIBO) geregistreerd. Voor een ZIBO heropname telt een specifieke termijn per soort infectie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2014 t/m 2017: Prevalentieonderzoek ziekenhuizen. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
  • PREZIES Incidentieonderzoek Postoperatieve wondinfecties

    De registratie van POWI’s gebeurt sinds 2012 op basis van 34 ‘indicatoroperaties’ verdeeld over de chirurgische gebieden: cardiochirurgie, algemene chirurgie, vaatchirurgie, orthopedie, gynaecologie, neurochirurgie en plastische of cosmetische chirurgie. Deze indicatoroperaties worden relatief vaak uitgevoerd. Alleen initiële operaties aan een orgaan of structuur worden geregistreerd, en geen heroperaties of revisies. Voor 2012 werd er binnen het incidentieonderzoek geregistreerd op basis van CTG-codering en werden POWI’s na heroperaties of revisies ook meegeteld. Daarom wordt in VZInfo alleen de incidentie sinds 2012 gepresenteerd.

    Doordat de opnameduur in ziekenhuizen afneemt, openbaren POWI’s zich steeds vaker pas na ontslag uit het ziekenhuis. Daarom is binnen deze POWI-module surveillance gedurende een vaste follow-up periode verplicht. Deze periode was ten tijde van de surveillance, afhankelijk van het type operatie, 30 dagen of 90 dagen (PREZIES, 2018). Bij het plaatsen van een implantaat van niet-humane oorsprong bedroeg deze periode tot 2015 één jaar (PREZIES, 2016).

    De opzet van de surveillance staat niet toe dat er één incidentiecijfer voor alle POWI’s wordt gepresenteerd. Het risico op een POWI is afhankelijk van de indicatoroperatie en daarmee is ook de incidentie afhankelijk van de indicatoroperatie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2013-2017: Postoperatieve Wondinfecties. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
    2. PREZIES. PREZIES. Referentiecijfers 2012-2015: Postoperatieve Wondinfecties. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • PREZIES Incidentieonderzoek Lijnsepsis

    Lijnsepsis is sepsis gerelateerd aan het gebruik van centraal veneuze katheters (CVK). De incidentie van lijnsepsis wordt uitgedrukt in het aantal infecties per 1.000 lijndagen. Een lijndag is een dag dat een patiënt een CVK in een vene heeft. Het aantal lijndagen is het aantal dagen dat lijnen bij patiënten in situ blijven. De incidentie wordt berekend door het aantal geconstateerde infecties in een bepaalde periode te delen door het aantal lijndagen maal 1.000 (PREZIES, 2018). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. PREZIES. Referentiecijfers 2013 t/m 2017: Lijnsepsis. PREZIES. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2018. Bron
  • SNIV

    SNIV, Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen, heeft als doel een netwerk van verpleeghuizen te vormen die functioneren als peilstations voor een landelijke surveillance van infectieziekten in verpleeghuizen. Binnen SNIV worden uitgevoerd het punt-prevalentieonderzoek, de wekelijkse incidentiemeting zorginfecties in verpleeghuizen, en de verdiepende surveillance van antibioticaresistentie (SNIV).

     

  • SNIV Prevalentieonderzoek verpleeghuizen

    Binnen het SNIV prevalentieonderzoek worden gegevens verzameld over het optreden van zorggerelateerde infecties in verpleeghuizen en over risicofactoren die de kans op het krijgen van een zorggerelateerde infectie beïnvloeden (SNIV, 2014). De infectieziekten die geregistreerd worden, zijn sepsis/bacteriëmie, infectie van de onderste luchtwegen, urineweginfectie, gastro-intestinale infectie en bacteriële conjunctivitis.

    Tweemaal per jaar, op een dag in april en/of november, worden de infecties op de afdelingen geregistreerd. Registratie vereist dat op de dag van het onderzoek nog klinische symptomen aanwezig zijn, dan wel nog behandeling plaatsvindt. De infectie hoeft op de onderzoeksdag niet meer te voldoen aan de definitie (bijvoorbeeld als gevolg van de behandeling), maar moet daar eerder wel aan hebben voldaan (SNIV, 2015). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. SNIV. Registratieprotocol incidentiemeting Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron
    2. SNIV. Protocol en dataspecificaties: SNIV Prevalentieonderzoek Verpleeghuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2015. Bron
  • SNIV Incidentiemeting zorginfecties

    Binnen de incidentiemodule van SNIV worden gegevens verzameld over het optreden van infectieziekten en het aantal sterfgevallen en over risicofactoren die de kans op het krijgen van een infectie en de kans op overlijden in het verpleeghuis zouden kunnen beïnvloeden (SNIV, 2016).

    Wekelijks worden voor de vier infectieziekten lage luchtweginfecties (vermoedelijke pneumonie), influenza-achtig ziektebeeld, urineweginfectie en gastro-enteritis elk gediagnostiseerde geval op de afdeling een registratieformulier ingevuld voor de bewoners van de afdelingen die meedoen aan de surveillance op één verpleeghuislocatie (SNIV, 2014).

    De incidentie van zorginfecties in verpleeghuizen wordt uitgedrukt in het aantal bewonersweken per infectie. Een bewonersweek is het aantal bewoners (bedden) in de deelnemende verpleeghuizen in een bepaalde week. De incidentie wordt berekend door het aantal infecties in een week te delen door het aantal bewoners in de verpleeghuizen dat die week deelnam aan de registratie maal 1.000 (SNIV, 2014). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. SNIV. Surveillance Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen. Resultaten van wekelijkse surveillance. Referentiecijfers 2011 – 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
    2. SNIV. Registratieprotocol incidentiemeting Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron
  • Europese cijfers afkomstig van ECDC

    De Europese gegevens over zorginfecties zijn afkomstig van het eerste prevalentieonderzoek naar zorginfecties en antibioticagebruik in de 28 landen van de EU aangevuld met IJsland en Noorwegen (ECDC, 2014). Het Europese Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) coördineerde dit onderzoek uit 2011-2012 waarin gegevens over het aantal gerapporteerde ziekenhuisinfecties uit verschillende landen werden verzameld. Het prevalentieonderzoek werd in alle deelnemende landen volgens een standaard protocol uitgevoerd. De landen waren zelf verantwoordelijk voor het selecteren van een al dan niet representatieve steekproef van ziekenhuizen. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. ECDC. Point prevalence survey of healthcare-associated infections and antimicrobial use in European long-term care facilities April-May 2013. Stockholm: European Centre for Disease Prevention and Control; 2014. Bron