Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Zorg rond de geboorteRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

3.221 verloskundigen werkzaam in Nederland

Regionaal & Internationaal

Hoogste verloskundigendichtheid in Gelderse Vallei

Kosten

Uitgaven geboortezorg 1,8 miljard euro

Zorgprestaties

Vroege zwangerschapsbegeleiding gestegen

Internationale vergelijking perinatale sterfte

Perinatale sterfte internationaal 2015

Neonatale sterfteFoetale sterfte
Bulgarije (2014)4,35,7
Roemenië3,53,6
Hongarije2,43,7
VK (Noord-Ierland)3,32,6
Kroatië2,73,2
Malta3,22,5
Letland2,23,4
Slowakije1,93,5
Litouwen2,22,9
Frankrijk2,13,0
Polen (2014)2,42,5
België1,63,1
VK (Engeland en Wales)1,63,1
Zweden1,33,0
Estland1,23,1
Zwitserland (2014)1,82,4
NEDERLAND2,02,2
Tsjechië1,22,7
Oostenrijk1,42,4
Noorwegen1,22,3
Luxemburg1,22,3
Denemarken1,42,0
Finland1,22,1
Slovenië0,42,4
Cyprus 1,31,4
IJsland0,52,0
  • Neonatale sterfte vanaf 24 weken zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte. Met uitzondering van: Bulgarije (800+ gram of 26+ weken); Ierland en Hongarije (500+ gram of 24+ weken); Oostenrijk en Slovenië (500+ gram)
  • Foetale sterfte vanaf 28 weken zwangerschapsduur
  • Figuur toont EU-landen, Noorwegen, Zwitserland en IJsland. Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Spanje en Portugal zijn niet in de figuur opgenomen omdat voor deze landen geen data beschikbaar waren voor neonatale sterfte vanaf 24 weken zwangerschap
  • Jaarlijkse fluctuaties en betrouwbaarheidsintervallen zijn mogelijk groter voor enkele landen met kleine aantallen geboorten zoals Cyprus, IJsland, Luxemburg en Malta
  • VK: Verenigd Koninkrijk

Nederlandse perinatale sterfte in de Europese middenmoot

In 2015 was de perinatale sterfte in Nederland 4,2 per duizend geboortes. Vergeleken met het vorige Euro-Peristat-rapport over 2010 is dit een afname van 20%. De Nederlandse positie in de rangorde van landen met de laagste perinatale sterfte verbeterde van de 15e plek in 2010 naar een gedeelde 11e plek in 2015. Voor de Europese vergelijking worden aangepaste maten gebruikt en de perinatale sterfte is hier daarom de som van doodgeboorte vanaf 28 weken zwangerschap en neonatale sterfte in de eerste vier weken na geboorte vanaf 24 weken zwangerschap. De doodgeboorte vanaf 28 weken zwangerschapsduur is het sterkst (met 32,5%) gedaald: van 4,3 per duizend geboortes in 2004 naar 2,2 per duizend geboortes, waarmee Nederland voor deze foetale sterfte tot de beste EU-landen behoort. Voor de sterfte van levendgeborenen (neonatale sterfte) gerekend vanaf 24 weken zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte staat Nederland in de middenmoot. Deze sterfte daalde tussen 2004 en 2015 van 2,8 per duizend geboortes in 2004 tot 2,0 per duizend geboortes in 2015. Dit is een daling van 28,6% (Euro-Peristat, 2018). 

Vergelijkbaarheid afhankelijk van zwangerschapsduur

De in deze internationale vergelijking gepresenteerde cijfers verschillen van de cijfers voor Nederland vanaf 22 weken zwangerschap (zie Perinatale sterfte in Nederland). Voor een betere onderlinge vergelijkbaarheid heeft Euro-Peristat gekozen voor doodgeboorte vanaf 28 weken zwangerschapsduur en de neonatale sterfte vanaf 24 weken. Met deze grenzen worden verschillen in registratie en beleid tussen de landen gecompenseerd. Zo wordt foetale sterfte onder de 28 weken in sommige landen niet geregistreerd, zijn in Nederland ook zwangerschapsafbrekingen tot 24 weken in de cijfers opgenomen en zijn er verschillen in actieve behandeling bij extreme vroeggeboorte onder de 24 weken. 

Nederlandse positie recent verbeterd, trends tot 2004 minder gunstig 

Tussen 2010 en 2015 verbeterde de Nederlandse positie in de rangorde van landen met de laagste perinatale sterfte zich, maar tot 2004 was de trend in Nederland minder gunstig dan elders in de EU. Begin van deze eeuw heeft Nederland zijn oorspronkelijke toppositie met een lage perinatale sterfte in de jaren zeventig en tachtig verloren ten opzichte van het EU-gemiddelde. Uit de eerste Peristat-studie bleek dat in 2000 de perinatale sterfte in Nederland het hoogst was van de toenmalige EU15-landen ( Mohangoo et al., 2008; Buitendijk et al., 2003). Voor de tweede Peristat-studie, vijf jaar later, zijn gegevens verzameld voor de toen 25 lidstaten van de Europese Unie plus Noorwegen voor het peiljaar 2004. In dat jaar was de sterfte in Nederland gedaald ten opzichte van de vorige periode. De daling in andere landen was echter vaak even sterk of sterker (Mohangoo et al., 2008). 

Diverse verklaringen mogelijk voor internationale verschillen

Verklaringen voor de verbeterde Nederlandse positie hangen samen met veranderingen op het gebied van de organisatie van zorg, populatie en risicofactoren (Broeders et al., 2019; zie Trends in perinatale sterfte). Verschillen in het aandeel tienermoeders of oudere en rokende moeders, het aandeel tweelingen en ivf-behandelingen en het aandeel moeders met niet-westers allochtone herkomst kan een deel van de internationale verschillen in perinatale sterfte verklaren. Nederland scoorde daar in het verleden relatief hoog op, met uitzondering van tienerzwangerschappen (Mohangoo et al., 2008; Mackenbach, 2006; Buitendijk & Nijhuis, 2004; Achterberg & Kramers, 2001). 

Verder verklaart terughoudend beleid bij extreem vroeggeboren kinderen mogelijk de hogere sterfte onder deze groep vroeggeborenen in Nederland (Zeitlin et al., 2008). Sinds 2007 wordt in Nederland echter ook een actiever beleid gevoerd. Dit heeft bijgedragen aan een geleidelijke daling van de sterfte onder kinderen die na een zwangerschapsduur van 24 tot en met 29 weken geboren worden (Oudijk & Pajkrt, 2018; Zegers et al., 2016; zie Richtlijn Perinataal beleid bij extreme vroeggeboorte). Uit een vergelijking met Finland, één van de beter presterende landen, blijkt dat het sterfteverschil tussen Nederland en Finland tussen 2008 en 2018 sterk is afgenomen, vooral bij de a terme sterfte. Het verschil dat er nog is, komt vooral omdat er in Nederland vaker kinderen te vroeg worden geboren (Achterberg et al., 2020).

Meer informatie

Datum publicatie

07-12-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  2. Mohangoo AD, Buitendijk SE, Hukkelhoven CWPM, Ravelli ACJ, Rijninks-van Driel GC, Tamminga P, et al. Hoge perinatale sterfte in Nederland vergeleken met andere Europese landen: de PERISTAT II studie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152(50):2718-27. Pubmed
  3. Buitendijk SE, Zeitlin JA, Cuttini M, Langhoff-Roos J, Bottu J. Indicators of fetal and infant health outcomes. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2003;111 Suppl 1:S66-77. Pubmed
  4. Broeders L, Achterberg PW, Waelput AJM, Ravelli ACJ, Kwee A, Groenendaal F, et al. [Decrease in foetal and neonatal mortality in the Netherlands; comparison with other Euro-Peristat countries in 2004, 2010 and 2015]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2019;163. Pubmed
  5. Mackenbach JP. Perinatal mortality in the Netherlands: everyone's problem and yet no one's problem. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150(8):409-12. Pubmed
  6. Buitendijk SE, Nijhuis JG. High perinatal mortality in the Netherlands compared to the rest of Europe. Ned Tijdschr Geneeskd. 2004;148(38):1855-60. Pubmed
  7. Achterberg PW, Kramers PGN. Een gezonde start? Sterfte rond de geboorte in Nederland: trends en oorzaken vanuit een internationaal perspectief. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2001. Bron
  8. Zeitlin JA, Draper ES, Kollée LA, Milligan D, Boerch K, Agostino R, et al. Differences in rates and short-term outcome of live births before 32 weeks of gestation in Europe in 2003: results from the MOSAIC cohort. Pediatrics. 2008;121(4):e936-44. Pubmed | DOI
  9. Oudijk M.A., Pajkrt E. Spontane vroeggeboorte in Nederland. Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie & Gynaecologie. . 2018;131: 277-9. Bron
  10. Zegers MJ, Hukkelhoven CWPM, Uiterwaal CSPM, Kollée LAA, Groenendaal F. Changing Dutch approach and trends in short-term outcome of periviable preterms. Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed. 2016;101(5):F391-6. Pubmed | DOI
  11. Achterberg PW, Harbers MM, Post NAM, Visscher K. Beter weten: een beter begin Samen sneller naar een betere zorg rond de zwangerschap. RIVM Briefrapport 2020-0140. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2020. Bron

Internationale vergelijking keizersneden

Percentage keizersneden internationaal 2015

Percentage
Cyprus56,9
Roemenië46,9
Bulgarije (2014)43
Polen (2014)42,2
Hongarije39
Italië35,4
Zwitserland (2014)34,2
Portugal32,9
Luxemburg32,7
VK: Schotland32,5
Duitsland32,2
Malta32
Ierland31,3
Slowakije31,1
VK: Noord-Ierland29,9
Oostenrijk29,7
VK: Engeland27
VK: Wales26,1
Tsjechië26,1
Spanje24,6
Letland22
Litouwen21,9
Denemarken21,6
Kroatië21,6
België21,3
Slovenië21,2
Frankrijk (survey 2016)20,2
Estland19,5
Zweden (2014)18,3
NEDERLAND17,4
Noorwegen16,5
Finland16,4
IJsland16,1
  • Geen gegevens voor Griekenland
  • VK = Verenigd Koninkrijk

Relatief klein aandeel keizersneden in Nederland

Nederland behoort samen met de Scandinavische landen en Estland tot de landen met het laagste percentage keizersneden (minder dan 20%). De percentages zijn het hoogst in enkele Zuid-Europese landen (vooral Cyprus, Roemenië, Bulgarije), Polen en Hongarije. Zowel het percentage geplande keizersneden als het percentage spoedkeizersneden is laag in Nederland. Voor de trend tussen 2010 en 2015 laten de landen een heterogeen beeld zien. De grootste daling was te zien in Litouwen, Letland, Portugal, Estland en Italië. In Hongarije, Polen en Roemenië was er juist sprake van een aanzienlijke stijging (Euro-Peristat, 2018).  

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

11-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron

Internationale vergelijking vroeggeboorten

Vroeggeboorten internationaal 2015

Levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
<32 weken32-36 weken
Cyprus1,110,9
Griekenland1,310,1
Hongarije1,47,3
Duitsland1,37,2
Roemenië1,17,4
VK: Schotland1,17,1
België1,17
Portugal17
Oostenrijk1,26,7
VK: Engeland en Wales1,26,4
Spanje16,6
Italië16,6
Tsjechië1,16,4
Slovenië1,16,4
Bulgarije (2014)1,16,3
Luxemburg1,16,3
VK: Noord-Ierland1,16,3
Polen (2014)1,16,2
Zwitserland (2014)16,2
Frankrijk 16,1
Slowakije16
NEDERLAND1,15,8
Malta0,95,8
Ierland1,15,4
Kroatië0,95,6
Denemarken0,95,3
Noorwegen0,95,3
IJsland0,85,3
Estland1,14,7
Finland0,85
Letland0,94,8
Zweden (2014)0,94,8
Litouwen0,84,6
  • VK = Verenigd Koninkrijk

 

Grote variatie vroeggeboorten in EU-landen

Het percentage levendgeborenen dat te vroeg (vóór 37 weken) geboren werd, varieerde in 2015 in de landen van de Europese Unie (EU), Noorwegen, Zwitserland en IJsland van ongeveer 6 tot 12%. Ongeveer 1% van de baby's in de EU werd geboren vóór 32 weken (Euro-Peristat, 2018). Mogelijke verklaringen voor de variatie in de EU zijn verschillen in overgewicht, roken en blootstelling aan factoren uit de omgeving (zoals luchtverontreiniging door fijn stof), verschillen in kunstmatig opgewekte vroeggeboorte vanwege medische oorzaak en verschillen in de behandeling van onvruchtbaarheid. Ook verschillen in de manier waarop de zwangerschapsduur wordt vastgesteld spelen mogelijk een rol (Delnord et al., 2015).

Meer informatie

Datum publicatie

11-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  2. Delnord M, Blondel B, Zeitlin JA. What contributes to disparities in the preterm birth rate in European countries? Curr Opin Obstet Gynecol. 2015;27(2):133-42. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking laag geboortegewicht

Laag geboortegewicht internationaal 2015

Levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
<1500 g1500-2499 g
Cyprus1,29,4
Bulgarije (2014)1,48,5
Griekenland1,18,2
Portugal1,07,9
Hongarije1,47,1
Spanje1,07,4
Roemenië0,97,0
Tsjechië1,26,6
Slowakije1,06,7
Frankrijk 1,06,4
Italië1,06,4
Duitsland1,35,7
VK: Engeland en Wales1,06,0
België0,96,0
VK: Schotland0,95,9
Luxemburg0,95,8
Oostenrijk1,05,5
Slovenië1,05,4
Zwitserland (2014)0,95,5
VK: Noord-Ierland0,95,4
Malta1,05,3
NEDERLAND1,05,1
Polen (2014)0,95,0
Ierland0,94,8
Kroatië0,84,3
Denemarken0,84,2
Letland0,73,8
Litouwen0,73,8
Noorwegen0,83,7
Zweden (2014)0,83,5
IJsland0,73,6
Finland0,63,6
Estland0,83,3
  • VK = Verenigd Koninkrijk

 

In Noord-Europa laagste percentages baby's met laag geboortegewicht

Het percentage levendgeborenen met een geboortegewicht onder de 2500 gram varieerde in 2015 in de landen van de Europese Unie (EU), Noorwegen, Zwitserland en IJsland van 4,2 tot 10,6% (Euro-Peristat, 2018). Deze variatie komt vooral door verschillen tussen landen in de percentages baby's met een geboortegewicht tussen 1500 en 2500 gram. Noord-Europese landen hadden de laagste percentages kinderen met een geboortegewicht onder de 2500 gram. In internationale vergelijkingen wordt de grens van 2500 gram beschouwd als maat voor een te laag geboortegewicht en 1500 gram voor een veel te laag geboortegewicht.

Genetische verschillen verklaren deel variatie in geboortegewicht

Bij de interpretatie van verschillen tussen landen moet rekening gehouden worden met de fysiologische variatie in geboortegewicht in Europa. Met andere woorden, sommige landen hebben een lager gemiddeld normaal geboortegewicht dan andere door genetische verschillen tussen bevolkingsgroepen (Euro-Peristat, 2018; Euro-Peristat, 2013). 

Meer informatie

Datum publicatie

11-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  2. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report: Health and Care of Pregnant Women and Babies in Europe in 2010. Paris: Euro-Peristat; 2013. Bron

Internationale vergelijking van borstvoeding bij zes maanden

Zuigelingen die borstvoeding krijgen bij zes maanden internationaal 2009-2019 (laatst beschikbare cijfer)

Percentage zuigelingen dat met zes maanden borstvoeding krijgt (zowel uitsluitend borstvoeding als in combinatie met flesvoeding)Percentage
Hongarije (2018)95,7
Estland (2018)71,9
Noorwegen (2013)71,0
Zweden (2017)63,4
Spanje (2017)58,4
Italië (2011)58,3
Finland (2010)58,0
Letland (2018)55,5
Slowakije (2018)55,0
Portugal (2012)53,9
Litouwen (2018)50,0
Luxemburg (2014)44,9
Tsjechië (2018)43,5,
NEDERLAND (2009)35,3
Verenigd Koninkrijk (2010)34,0
EU28 (2018)33,3
België (2012)31,0
Frankrijk (2017)22,8
Kroatië (2018)13,7
Denemarken (2019)11,9
  • Borstvoeding: zowel volledige borstvoeding als in combinatie met flesvoeding
  • Meest recente cijfers uit de periode 2009-2019

Percentage dat borstvoeding krijgt rond het EU-gemiddelde

Het percentage zuigelingen in Nederland dat na drie en na zes maanden nog (gedeeltelijk) borstvoeding krijgt ligt rond het EU-gemiddelde. Het percentage dat borstvoeding krijgt wijkt af van het percentage bij Huidige situatie, vanwege andere meetmethoden en andere meetmomenten dan bij de Nederlandse cijfers.

In Noord-Europa geven meer vrouwen langer borstvoeding

Met name in Noord-Europa, zoals Estland, Noorwegen en Zweden geven meer vrouwen gedurende een langere periode borstvoeding dan in Nederland. In Zweden krijgt ongeveer 80% van de zuigelingen van drie maanden (gedeeltelijk) borstvoeding (WHO-HFA, 2020). Na zes maanden is dit nog zo’n 63%. Ook in Hongarije geven meer moeders de borst dan in Nederland, en ook gedurende een langere periode. De verschillen tussen landen zijn deels te verklaren door methodologische verschillen, maar een deel is mogelijk ook te verklaren door verschillen in verlofregelingen. Zo is het in Hongarije gebruikelijk dat moeders drie jaar ouderschapsverlof opnemen, deels met behoud van salaris (Kamerman & Moss, 2009).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

28-09-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kamerman SB, Moss P. The politics of parental leave policies. Children, parenting, gender and the labour market. Bristol: The Policy Press, North American Office; 2009. Bron

Verantwoording

Definities
  • Zorg rond de geboorte

    Het onderwerp zorg rond de geboorte volgt de definitie van integrale geboortezorg uit de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (CPZ/ACK-ZIN, 2016). Met ‘integrale geboortezorg’ wordt het gehele traject van zorg bedoeld vanaf de preconceptiefase tot en met de eerste zes weken na de geboorte, inclusief de samenwerking met en/of de overdracht naar kraamzorg, jeugdgezondheidszorg, huisarts en/of op indicatie de overdracht of verwijzing naar andere zorgverleners, zoals de kinderarts. Het doel van integrale geboortezorg is het verbeteren van de zorg door een integrale, multidisciplinaire aanpak (CPZ/ACK-ZIN, 2016). 

    In het onderwerp zorg rond de geboorte komen de volgende fases van geboortezorg aanbod: 

    • preconceptiezorg
    • prenatale zorg
    • zorg tijdens de bevalling en geboorte
    • zorg na de bevalling en geboorte
    • acute zorg.

    Onder zorg rond de geboorte valt ook de hulp door een kraamverzorgster bij de bevalling (naast de verloskundige hulp door de verloskundige en/of gynaecoloog) en aan de moeder en het pasgeboren kind gedurende de kraamtijd.

    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. CPZ/ACK-ZIN. Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Versie 1.1. Utrecht/Diemen: Expertgroep Zorgstandaard Integrale Geboortezorg, College Perinatale Zorg / Adviescommissie Kwaliteit Zorginstituut Nederland ; 2016. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over zorg rond de geboorte

    Bron

    Indicator op VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Registratie verloskundigen

    Aantal werkzame verloskundigen

    Aantal verloskundigenpraktijken

     

    Registratie verloskundigen

    Perinatale registratie (Perined)

    Geboorte naar lijn en plaats

    Geboorte naar wijze van bevalling

    Perinatale sterfte

    Vroeggeboorte

    Laag geboortegewicht

    Aantal NICU-opnamen

    Levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

    Perinatale Registratie (Perined)
    Perined, 2019

    Perined, 2018

    Euro-Peristat

    Perinatale sterfte (som neonatale en foetale sterfte)

    Neonatale sterfte (levendgeboren kinderen na 24 weken zwangerschap)

    Foetale sterfte (levend- en doodgeboren kinderen na 28 weken zwangerschap)

    Keizersneden (alle levend- en doodgeboren kinderen)

    Vroeggeboorte (levendgeboren kinderen na 22 weken zwangerschap)

    Laag geboortegewicht (levendgeboren kinderen na 22 weken zwangerschap)

    Borstvoeding tijdens eerste 28 uur

    Borstvoeding bij 3 en 6 maanden

    Zie kolom indicator

    Euro-Peristat, 2018

    Monitor screeningsprogramma downsyndroom / Structureel Echoscopisch Onderzoek

    Deelname (%) screening op down-, edwards- en patausyndroom

    Deelname (%) 20-weken echo

    Percentage en aantal verhoogde kansuitslagen bij combinatietest voor down-, edwards- en patausyndroom

    Aantal en percentage positieve uitslag (vermoeden op afwijking) bij 20-weken echo

    Zwangere vrouwen

    Monitor screeningsprogramma downsyndroom/SEO

    Procesmonitor Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE)

    Deelname (%) PSIE

    Resultaten (aantal getest, aantal opgespoord en

    percentage opgespoord)

    Zwangere vrouwen

    Proces Monitor PSIE

    Monitor neonatale hielprikscreening

    Deelname (%) neonatale hielprikscreening

    Percentage van de pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, opgespoord via de neonatale hielprikscreening

    Pasgeborenen

    Monitor en evaluatie van de neonatale hielprikscreening bij kinderen

    Monitoring neonatale gehoorscreening

    Deelname (%) neonatale gehoorscreening

    Percentage van gescreende pasgeborenen vanuit JGZ doorverwezen voor diagnostiek

     

    Pasgeborenen

    Monitoring neonatale gehoorscreening

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor zwangerschap, bevalling en kraambed

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten database

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Perined. Perinatale zorg in Nederland anno 2018: landelijke perinatale cijfers en duiding. Utrecht: Perined; 2019. Bron
    2. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2016. Utrecht: Perined; 2018. Bron
    3. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  • Registratie verloskundigen

    De Registratie verloskundigen van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel) bevat persoons- en praktijkgegevens van alle werkzame verloskundigen in Nederland, die klinisch, zelfstandig, in loondienst of als waarneemster werkzaam zijn. De cijfers over aantallen, kenmerken en spreiding van de beroepsgroep zijn beschikbaar via de brochure op de website en ook via een databank op de website.

  • Perinatale registratie

    Gegevens over geboorten naar lijn, plaats en wijze van bevalling en over perinatale sterfte, vroeggeboorte en laag geboortegewicht komen uit de Perinatale Registratie van Perined. Ook gegevens over het aantal neonatale intensive care units (NICU's) en het aantal kinderen dat op de NICU wordt opgenomen zijn afkomstig uit de Perinatale Registratie.  

    Meer informatie

  • Zwangerschapsscreeningen

    De cijfers over deelname aan de screening op downsyndroom en de 20-weken echo komen uit de monitor screeningsprogramma downsyndroom / Structureel Echoscopisch Onderzoek. IQ healthcare voert deze monitor uit in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM. Cijfers over deelname aan de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) komen uit de Procesmonitor Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) van TNO.  

    Meer informatie

     

  • Neonatale screeningen

    Cijfers over deelname aan de neonatale gehoorscreening komen uit de monitoring van de neonatale gehoorscreening door de jeugdgezondheidszorg. Doel van de gehoorscreening is het vroegtijdig opsporen van kinderen met een gehoorverlies van minimaal 40 dB aan één of beide oren. De gehoorscreening die uitgevoerd wordt binnen de Neonatale Intensive Care Units valt buiten het programma. Cijfers over deelname aan de neonatale hielprikscreening komen uit de monitor neonatale hielprikscreening. TNO voert beide monitors uit in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM.

    Meer informatie

  • Kosten van Ziekten: zwangerschap, bevalling en kraambed en perinatale aandoeningen

    De kosten van zwangerschap, bevalling en kraambed en de kosten van perinatale aandoeningen zijn afkomstig van de Kosten van Ziektenstudie. De gebruikte ICD-9-codes zijn:

    Kosten van zwangerschap, bevalling en kraambed
    Diagnosegroep Definitie volgens ICD-9
    Zwangerschap  630-648, V22-V23
    Bevalling  650-669, V20, V27, V30-V39
    Kraambed  670-676, V24
    Anticonceptie  V25