Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Zorg rond de geboorteRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

3.221 verloskundigen werkzaam in Nederland

Regionaal & Internationaal

Hoogste verloskundigendichtheid in Gelderse Vallei

Kosten

Kosten geboortezorg 1,9 miljard euro

Zorgprestaties

Vroege zwangerschapsbegeleiding gestegen

Internationale vergelijking perinatale sterfte

Perinatale sterfte internationaal 2015

Neonatale sterfteFoetale sterfte
Bulgarije (2014)4,35,7
Roemenië3,53,6
Hongarije2,43,7
VK (Noord-Ierland)3,32,6
Kroatië2,73,2
Malta3,22,5
Letland2,23,4
Slowakije1,93,5
Litouwen2,22,9
Frankrijk2,13,0
Polen (2014)2,42,5
België1,63,1
VK (Engeland en Wales)1,63,1
Zweden1,33,0
Estland1,23,1
Zwitserland (2014)1,82,4
NEDERLAND2,02,2
Tsjechië1,22,7
Oostenrijk1,42,4
Noorwegen1,22,3
Luxemburg1,22,3
Denemarken1,42,0
Finland1,22,1
Slovenië0,42,4
Cyprus 1,31,4
IJsland0,52,0
  • Neonatale sterfte vanaf 24 weken zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte. Met uitzondering van: Bulgarije (800+ gram of 26+ weken); Ierland en Hongarije (500+ gram of 24+ weken); Oostenrijk en Slovenië (500+ gram)
  • Foetale sterfte vanaf 28 weken zwangerschapsduur
  • Figuur toont EU-landen, Noorwegen, Zwitserland en IJsland. Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Spanje en Portugal zijn niet in de figuur opgenomen omdat voor deze landen geen data beschikbaar waren voor neonatale sterfte vanaf 24 weken zwangerschap
  • Jaarlijkse fluctuaties en betrouwbaarheidsintervallen zijn mogelijk groter voor enkele landen met kleine aantallen geboorten zoals Cyprus, IJsland, Luxemburg en Malta
  • VK: Verenigd Koninkrijk

Nederlandse perinatale sterfte in de Europese middenmoot

De perinatale sterfte (som van doodgeboorte vanaf 28 weken zwangerschap en neonatale sterfte in de eerste vier weken na geboorte vanaf 24 weken zwangerschap) in Nederland was in 2015 4,2 per duizend geboortes. Vergeleken met het vorige Euro-Peristat-rapport over 2010 is dit een afname van 20%. De Nederlandse positie in de rangorde van landen met de laagste perinatale sterfte verbeterde van de 15e plek in 2010 naar een gedeelde 11e plek in 2015. De foetale sterfte vanaf 28 weken zwangerschapsduur is het sterkst gedaald: met 32,5% van 4,3 per duizend geboortes in 2004 naar 2,2 per duizend geboortes, waarmee Nederland voor deze foetale sterfte tot de beste EU-landen behoort. Voor de sterfte van levendgeborenen (neonatale sterfte) gerekend vanaf 24 weken zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte staat Nederland in de middenmoot. Deze sterfte daalde tussen 2004 en 2015 met 28,6% van 2,8 per duizend geboortes in 2004 tot 2,0 per duizend geboortes in 2015 (Euro-Peristat Project, 2018). 

Vergelijkbaarheid afhankelijk van zwangerschapsduur

De in deze internationale vergelijking gepresenteerde cijfers verschillen van de cijfers voor Nederland vanaf 22 weken zwangerschap (zie Perinatale sterfte in Nederland). Volgens Euro-Peristat zijn de internationale cijfers het beste te vergelijken als gekeken wordt naar de foetale sterfte vanaf 28 weken zwangerschapsduur en de neonatale sterfte vanaf 24 weken. Met deze grenzen worden verschillen in registratie en beleid tussen de landen gecompenseerd. Zo wordt foetale sterfte onder de 28 weken in sommige landen niet geregistreerd, zijn in Nederland ook zwangerschapsafbrekingen tot 24 weken in de cijfers opgenomen en zijn er verschillen in actieve behandeling bij extreme vroeggeboorte onder de 24 weken. De perinatale sterfte vanaf 22 weken zwangerschapsduur, die dus internationaal minder goed te vergelijken is, is in Nederland hoog in vergelijking met andere landen in de Europese Unie (Perined, 2018). 

Nederlandse positie recent verbeterd, trends tot 2014 minder gunstig 

Tussen 2010 en 2015 verbeterde de Nederlandse positie in de rangorde van landen met de laagste perinatale sterfte zich dus, maar tot 2004 was de trend in Nederland minder gunstig dan elders in de EU. Begin van deze eeuw heeft Nederland zijn oorspronkelijke toppositie met een lage perinatale sterfte in de jaren zeventig en tachtig verloren ten opzichte van het EU-gemiddelde. Uit de eerste Peristat-studie bleek dat in 2000 de perinatale sterfte in Nederland het hoogst was van de toenmalige EU15-landen (Buitendijk et al., 2003; Mohangoo et al., 2008). Voor de tweede Peristat-studie, vijf jaar later, zijn gegevens verzameld voor de toen 25 lidstaten van de Europese Unie plus Noorwegen voor het peiljaar 2004. In dat jaar was de sterfte in Nederland gedaald ten opzichte van de vorige periode. De daling in andere landen was echter vaak even sterk of sterker (Mohangoo et al., 2008). Tussen 2004 en 2010 veranderde de positie van Nederland in de Europese rangorde nauwelijks (Mohangoo et al., 2014). 

Meer informatie

Datum publicatie

12-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat Project. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  2. Perined. EURO-PERISTAT 2018 over cijfers uit 2015. Internationale positie van Nederlandse geboortezorg is verbeterd. Perined; 2018. Bron
  3. Buitendijk SE, Zeitlin JA, Cuttini M, Langhoff-Roos J, Bottu J. Indicators of fetal and infant health outcomes. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2003;111 Suppl 1:S66-77. Pubmed
  4. Mohangoo AD, Buitendijk SE, Hukkelhoven CWPM, Ravelli ACJ, Rijninks-van Driel GC, Tamminga P, et al. Hoge perinatale sterfte in Nederland vergeleken met andere Europese landen: de PERISTAT II studie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152(50):2718-27. Pubmed
  5. Mohangoo AD, Hukkelhoven CWPM, Achterberg PW, Elferink-Stinkens PM, Ravelli ACJ, Rijninks-van Driel GC, et al. Decline in foetal and neonatal mortality in the Netherlands: comparison with other Euro-Peristat countries between 2004 and 2010. Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A6675. Bron | Pubmed

Internationale vergelijking keizersneden

Percentage keizersneden internationaal 2015

Percentage
Cyprus56,9
Roemenië46,9
Bulgarije (2014)43
Polen (2014)42,2
Hongarije39
Italië35,4
Zwitserland (2014)34,2
Portugal32,9
Luxemburg32,7
VK: Schotland32,5
Duitsland32,2
Malta32
Ierland31,3
Slowakije31,1
VK: Noord-Ierland29,9
Oostenrijk29,7
VK: Engeland27
VK: Wales26,1
Tsjechië26,1
Spanje24,6
Letland22
Litouwen21,9
Denemarken21,6
Kroatië21,6
België21,3
Slovenië21,2
Frankrijk (survey 2016)20,2
Estland19,5
Zweden (2014)18,3
NEDERLAND17,4
Noorwegen16,5
Finland16,4
IJsland16,1
  • Geen gegevens voor Griekenland
  • VK = Verenigd Koninkrijk

Relatief klein aandeel keizersneden in Nederland

Nederland behoort samen met de Scandinavische landen en Estland tot de landen met het laagste percentage keizersneden (minder dan 20%). De percentages zijn het hoogst in enkele Zuid-Europese landen (vooral Cyprus, Roemenië, Bulgarije), Polen en Hongarije. Zowel het percentage geplande keizersneden als het percentage spoedkeizersneden is laag in Nederland. Voor de trend tussen 2010 en 2015 laten de landen een heterogeen beeld zien. De grootste daling was te zien in Litouwen, Letland, Portugal, Estland en Italië. In Hongarije, Polen en Roemenië was er juist sprake van een aanzienlijke stijging (Euro-Peristat Project, 2018).  

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

11-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat Project. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron

Internationale vergelijking vroeggeboorten

Vroeggeboorten internationaal 2015

Levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
<32 weken32-36 weken
Cyprus1,110,9
Griekenland1,310,1
Hongarije1,47,3
Duitsland1,37,2
Roemenië1,17,4
VK: Schotland1,17,1
België1,17
Portugal17
Oostenrijk1,26,7
VK: Engeland en Wales1,26,4
Spanje16,6
Italië16,6
Tsjechië1,16,4
Slovenië1,16,4
Bulgarije (2014)1,16,3
Luxemburg1,16,3
VK: Noord-Ierland1,16,3
Polen (2014)1,16,2
Zwitserland (2014)16,2
Frankrijk 16,1
Slowakije16
NEDERLAND1,15,8
Malta0,95,8
Ierland1,15,4
Kroatië0,95,6
Denemarken0,95,3
Noorwegen0,95,3
IJsland0,85,3
Estland1,14,7
Finland0,85
Letland0,94,8
Zweden (2014)0,94,8
Litouwen0,84,6
  • VK = Verenigd Koninkrijk

 

Grote variatie vroeggeboorten in EU-landen

Het percentage levendgeborenen dat te vroeg (vóór 37 weken) geboren werd, varieerde in 2015 in de landen van de Europese Unie (EU), Noorwegen, Zwitserland en IJsland van ongeveer 6 tot 12%. Ongeveer 1% van de baby's in de EU werd geboren vóór 32 weken (Euro-Peristat Project, 2018). Mogelijke verklaringen voor de variatie in de EU zijn verschillen in overgewicht, roken en blootstelling aan factoren uit de omgeving (zoals luchtverontreiniging door fijn stof), verschillen in kunstmatig opgewekte vroeggeboorte vanwege medische oorzaak en verschillen in de behandeling van onvruchtbaarheid. Ook verschillen in de manier waarop de zwangerschapsduur wordt vastgesteld spelen mogelijk een rol (Delnord et al., 2015).

Meer informatie

Datum publicatie

11-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat Project. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  2. Delnord M, Blondel B, Zeitlin JA. What contributes to disparities in the preterm birth rate in European countries? Curr Opin Obstet Gynecol. 2015;27(2):133-42. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking laag geboortegewicht

Laag geboortegewicht internationaal 2015

Levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
<1500 g1500-2499 g
Cyprus1,29,4
Bulgarije (2014)1,48,5
Griekenland1,18,2
Portugal1,07,9
Hongarije1,47,1
Spanje1,07,4
Roemenië0,97,0
Tsjechië1,26,6
Slowakije1,06,7
Frankrijk 1,06,4
Italië1,06,4
Duitsland1,35,7
VK: Engeland en Wales1,06,0
België0,96,0
VK: Schotland0,95,9
Luxemburg0,95,8
Oostenrijk1,05,5
Slovenië1,05,4
Zwitserland (2014)0,95,5
VK: Noord-Ierland0,95,4
Malta1,05,3
NEDERLAND1,05,1
Polen (2014)0,95,0
Ierland0,94,8
Kroatië0,84,3
Denemarken0,84,2
Letland0,73,8
Litouwen0,73,8
Noorwegen0,83,7
Zweden (2014)0,83,5
IJsland0,73,6
Finland0,63,6
Estland0,83,3
  • VK = Verenigd Koninkrijk

 

In Noord-Europa laagste percentages baby's met laag geboortegewicht

Het percentage levendgeborenen met een geboortegewicht onder de 2500 gram varieerde in 2015 in de landen van de Europese Unie (EU), Noorwegen, Zwitserland en IJsland van 4,2 tot 10,6% (Euro-Peristat Project, 2018). Deze variatie komt vooral door verschillen tussen landen in de percentages baby's met een geboortegewicht tussen 1500 en 2500 gram. Noord-Europese landen hadden de laagste percentages kinderen met een geboortegewicht onder de 2500 gram. In internationale vergelijkingen wordt de grens van 2500 gram beschouwd als maat voor een te laag geboortegewicht en 1500 gram voor een veel te laag geboortegewicht.

Genetische verschillen verklaren deel variatie in geboortegewicht

Bij de interpretatie van verschillen tussen landen moet rekening gehouden worden met de fysiologische variatie in geboortegewicht in Europa. Met andere woorden, sommige landen hebben een lager gemiddeld normaal geboortegewicht dan andere door genetische verschillen tussen bevolkingsgroepen (Euro-Peristat Project, 2018; Euro-Peristat, 2013). 

Meer informatie

Datum publicatie

11-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Euro-Peristat Project. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  2. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report: Health and Care of Pregnant Women and Babies in Europe in 2010. Paris: Euro-Peristat; 2013. Bron

Borstvoeding tijdens eerste 48 uur in EU-landen

Zuigelingen die volledig borstvoeding krijgen internationaal 2010

Gedurende de eerste 48 uur na de geboorte
Land2010
Polen86,6
Tsjechië85,6
Slovenië83,5
Verenigd Koninkrijk81,0
Luxemburg80,8
NEDERLAND74,5
Spanje 68,1
Portugal65,2
Frankrijk60,2
Zwitserland57,6
Ierland45,9
  • Verenigd Koninkrijk: inclusief kinderen met aanvullende flesvoeding
  • Portugal & Zwitserland: alleen voldragen kinderen

In Nederland krijgt 80% van de zuigelingen borstvoeding 

Het percentage moeders dat volledige borstvoeding geeft in de eerste 48 uur na de geboorte, is in Nederland hoger dan in veel andere West-Europese landen, maar lager dan in Midden-Europese landen. De internationale vergelijking toont verschillen in het geven van volledige borstvoeding gedurende de eerste 48 uur na de geboorte. Voor Nederland waren de gegevens afkomstig van het CBS (CBS Statline, 2014). Data voor België, Duitsland, Italië, Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland waren niet beschikbaar.

Experts en redactie

Internationale vergelijking van borstvoeding bij zes maanden

Zuigelingen die borstvoeding krijgen bij zes maanden internationaal 2009-2015 (laatst beschikbare cijfer)

Percentage zuigelingen dat met zes maanden borstvoeding krijgt (zowel uitsluitend borstvoeding als in combinatie met flesvoeding)Percentage
Hongarije (2015)96,0
Noorwegen (2013)71,0
Zweden (2014)63,0
Italië (2011)58,3
Finland (2010)58,0
Letland (2015)57,3
Portugal (2012)53,9
Slowakije (2015)53,5
Spanje (2011)47,0
Litouwen (2014)44,7
Tsjechië (2013)36,9
NEDERLAND (2009)35,3
Verenigd Koninkrijk (2010)34,0
EU (2015)32,1
België (2012)31,0
Estland (2015)29,9
Frankrijk (2014)18,0
Kroatië (2015)9,2
  • Borstvoeding: zowel volledige borstvoeding als in combinatie met flesvoeding
  • Meest recente cijfers uit de periode 2009-2015

Percentage dat borstvoeding krijgt rond het EU-gemiddelde

Het percentage zuigelingen in Nederland dat na drie en na zes maanden nog (gedeeltelijk) borstvoeding krijgt ligt rond het EU-gemiddelde. Het percentage dat borstvoeding krijgt wijkt af van het percentage bij Huidige situatie, vanwege andere meetmethoden en andere meetmomenten dan bij de Nederlandse cijfers.

In Scandinavische landen geven meer vrouwen langer borstvoeding

Met name in Noorwegen, Zweden en Finland geven meer vrouwen gedurende een langere periode borstvoeding dan in Nederland. In Zweden krijgt ongeveer 80% van de zuigelingen van drie maanden (gedeeltelijk) borstvoeding (WHO-HFA, 2018). Na zes maanden is dit nog zo’n 63%. Ook in Hongarije geven meer moeders de borst dan in Nederland, en ook gedurende een langere periode. De verschillen tussen landen zijn deels te verklaren door methodologische verschillen, maar een deel is mogelijk ook te verklaren door verschillen in verlofregelingen. Zo is het in Hongarije gebruikelijk dat moeders drie jaar ouderschapsverlof opnemen, deels met behoud van salaris (Kamerman & Moss, 2009).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kamerman SB, Moss P. The politics of parental leave policies. Children, parenting, gender and the labour market. Bristol: The Policy Press, North American Office; 2009. Bron

Verantwoording

Definities
  • Zorg rond de geboorte

    Het onderwerp zorg rond de geboorte volgt de definitie van integrale geboortezorg uit de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (CPZ/ACK-ZIN, 2016). Met ‘integrale geboortezorg’ wordt het gehele traject van zorg bedoeld vanaf de preconceptiefase tot en met de eerste zes weken na de geboorte, inclusief de samenwerking met en/of de overdracht naar kraamzorg, jeugdgezondheidszorg, huisarts en/of op indicatie de overdracht of verwijzing naar andere zorgverleners, zoals de kinderarts. Het doel van integrale geboortezorg is het verbeteren van de zorg door een integrale, multidisciplinaire aanpak (CPZ/ACK-ZIN, 2016). 

    In het onderwerp zorg rond de geboorte komen de volgende fases van geboortezorg aanbod: 

    • preconceptiezorg
    • prenatale zorg
    • zorg tijdens de bevalling en geboorte
    • zorg na de bevalling en geboorte
    • acute zorg.

    Onder zorg rond de geboorte valt ook de hulp door een kraamverzorgster bij de bevalling (naast de verloskundige hulp door de verloskundige en/of gynaecoloog) en aan de moeder en het pasgeboren kind gedurende de kraamtijd.

    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. CPZ/ACK-ZIN. Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Versie 1.1. Utrecht/Diemen: Expertgroep Zorgstandaard Integrale Geboortezorg, College Perinatale Zorg / Adviescommissie Kwaliteit Zorginstituut Nederland ; 2016. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over zorg rond de geboorte

    Bron

    Indicator op VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Registratie verloskundigen

    • Aantal werkzame verloskundigen
    • Aantal verloskundigenpraktijken

     

    Registratie verloskundigen

    Perinatale registratie (Perined)

    • Geboorte naar lijn en plaats
    • Geboorte naar wijze van bevalling
    • Perinatale sterfte
    • Vroeggeboorte
    • Laag geboortegewicht
    • Aantal NICU-opnamen

    Levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

    Perinatale Registratie (Perined)
    Perined, 2018

    Euro-Peristat

    • Perinatale sterfte (som neonatale en foetale sterfte)
    • Neonatale sterfte (levendgeboren kinderen na 24 weken zwangerschap)
    • Foetale sterfte (levend- en doodgeboren kinderen na 28 weken zwangerschap)
    • Keizersneden (alle levend- en doodgeboren kinderen)
    • Vroeggeboorte (levendgeboren kinderen na 22 weken zwangerschap)
    • Laag geboortegewicht (levendgeboren kinderen na 22 weken zwangerschap)
    • Borstvoeding tijdens eerste 28 uur
    • Borstvoeding bij 3 en 6 maanden

    Zie kolom indicator

    Euro-Peristat Project, 2018

    Monitor screeningsprogramma downsyndroom / Structureel Echoscopisch Onderzoek

    • Deelname (%) screening op down-, edwards- en patausyndroom
    • Deelname (%) 20-weken echo
    • Percentage en aantal verhoogde kansuitslagen bij combinatietest voor down-, edwards- en patausyndroom
    • Aantal en percentage positieve uitslag (vermoeden op afwijking) bij 20-weken echo

    Zwangere vrouwen

    Monitor screeningsprogramma downsyndroom/SEO

    Procesmonitor Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE)

    • Deelname (%) PSIE
    • Resultaten (aantal getest, aantal opgespoord en
    • percentage opgespoord)

    Zwangere vrouwen

    Proces Monitor PSIE

    Monitor neonatale hielprikscreening

    • Deelname (%) neonatale hielprikscreening
    • Percentage van de pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, opgespoord via de neonatale hielprikscreening

    Pasgeborenen

    Monitor en evaluatie van de neonatale hielprikscreening bij kinderen

    Monitoring neonatale gehoorscreening

    • Deelname (%) neonatale gehoorscreening
    • Percentage van gescreende pasgeborenen vanuit JGZ doorverwezen voor diagnostiek

     

    Pasgeborenen

    Monitoring neonatale gehoorscreening

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor zwangerschap, bevalling en kraambed

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten database

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2016. Utrecht: Perined; 2018. Bron
    2. Euro-Peristat Project. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  • Registratie verloskundigen

    De Registratie verloskundigen van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) bevat persoons- en praktijkgegevens van alle werkzame verloskundigen in Nederland, die klinisch, zelfstandig, in loondienst of als waarneemster werkzaam zijn. De cijfers over aantallen, kenmerken en spreiding van de beroepsgroep zijn beschikbaar via de brochure op de website en ook via een databank op de website.

  • Perinatale registratie

    Gegevens over geboorten naar lijn, plaats en wijze van bevalling en over perinatale sterfte, vroeggeboorte en laag geboortegewicht komen uit de Perinatale Registratie van Perined. Ook gegevens over het aantal neonatale intensive care units (NICU's) en het aantal kinderen dat op de NICU wordt opgenomen zijn afkomstig uit de Perinatale Registratie.  

    Meer informatie

  • Zwangerschapsscreeningen

    De cijfers over deelname aan de screening op downsyndroom en de 20-weken echo komen uit de monitor screeningsprogramma downsyndroom / Structureel Echoscopisch Onderzoek. IQ healthcare voert deze monitor uit in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM. Cijfers over deelname aan de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) komen uit de Procesmonitor Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) van TNO.  

    Meer informatie

     

  • Neonatale screeningen

    Cijfers over deelname aan de neonatale gehoorscreening komen uit de monitoring van de neonatale gehoorscreening door de jeugdgezondheidszorg. Doel van de gehoorscreening is het vroegtijdig opsporen van kinderen met een gehoorverlies van minimaal 40 dB aan één of beide oren. De gehoorscreening die uitgevoerd wordt binnen de Neonatale Intensive Care Units valt buiten het programma. Cijfers over deelname aan de neonatale hielprikscreening komen uit de monitor neonatale hielprikscreening. TNO voert beide monitors uit in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM.

    Meer informatie

  • Kosten van Ziekten: zwangerschap, bevalling en kraambed en perinatale aandoeningen

    De kosten van zwangerschap, bevalling en kraambed en de kosten van perinatale aandoeningen zijn afkomstig van de Kosten van Ziektenstudie. De gebruikte ICD-9-codes zijn:

    Kosten van zwangerschap, bevalling en kraambed
    Diagnosegroep Definitie volgens ICD-9
    Zwangerschap  630-648, V22-V23
    Bevalling  650-669, V20, V27, V30-V39
    Kraambed  670-676, V24
    Anticonceptie  V25