Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Zorg rond de geboorteCijfers & ContextScreeningen

Cijfers & Context

3.221 verloskundigen werkzaam in Nederland

Regionaal & Internationaal

Hoogste verloskundigendichtheid in Gelderse Vallei

Kosten

Uitgaven geboortezorg 1,8 miljard euro

Zorgprestaties

Vroege zwangerschapsbegeleiding gestegen

Deelname prenataal bloedonderzoek zwangeren PSIE

Bijna alle zwangere vrouwen nemen deel aan bloedonderzoek

In 2017 nam 99% van de zwangere vrouwen deel aan de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE). De deelname aan PSIE is sinds 2006 stabiel gebleven. PSIE is een landelijk bevolkingsonderzoek waarbij een zwangere vrouw in het eerste verloskundig consult bloedonderzoek aangeboden krijgt (bij voorkeur vóór week 13 van de zwangerschap). Het bloed wordt gescreend op hepatitis B (hepB), syfilis (lues), hiv en de volgende bloedgroepantistoffen: Rhesus (D)-antigeen (RhD), Rhesus (c)-antigeen (Rhc) en irregulaire erytrocyten antistoffen (IEA). Het bevolkingsonderzoek PSIE heeft als doel hepatitis B- en hiv-dragerschap, congenitale syfilis en hemolytische ziekten van de foetus en/of de pasgeborene te voorkomen (van der Ploeg et al., 2019). 

Meer informatie

Datum publicatie

04-02-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg CPB, Schönbeck Y, Oomen P, Vos K. Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE). Procesmonitor 2017. TNO/RIVM; 2019. Bron

Resultaten prenataal bloedonderzoek zwangeren PSIE

Prevalenties uit de monitoring PSIE, 2017

 

Aantal getest

Aantal opgespoord

Percentage opgespoord

Hepatitis B

170.461

480

0,28

Actieve syfilis (verdenking) 

170.453

25

0,01

hiv

170.390

112

0,07

RhD-negatief

170.347

24.735

14,5

Rhc-negatief

170.262

34.673

20,4

Klinisch relevante IEA n.a.v. 1e bloedonderzoek

170.360

285 - 520

0,17-0,31

RhD = Rhesus (D)-antigeen
Rhc = Rhesus (c)-antigeen
IEA = irregulaire erytrocyten antistoffen

In 2017 had ongeveer 0,07% van zwangere vrouwen hiv

In 2017 bleek uit de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) dat de prevalentie van syfilis en hiv onder zwangere vrouwen respectievelijk 0,01 en 0,07% was. De bevallingen van zwangere vrouwen die in 2017 zijn gescreend, vonden plaats van ongeveer juli 2017 tot juli 2018. In deze periode zijn 4 kinderen met congenitale syfilis en 1 kind met hiv geboren (van der Ploeg et al., 2019). 

Ongeveer 0,28% van zwangere vrouwen heeft hepatitis B

De prevalentie van hepatitis B bij zwangere vrouwen was 0,28% in 2017. Alle kinderen van hepatitis B-positieve zwangere vrouwen zijn in 2017 geïmmuniseerd met hepatitis B-immunoglobuline (HBIg) ter voorkoming van transmissie van moeder naar kind (100%) (van der Ploeg et al., 2019). 

Bijna 25 duizend zwangere vrouwen Rhesus D-negatief in 2017 

In 2017 waren bijna 25 duizend zwangere vrouwen Rhesus D-negatief en bijna 35 duizend zwangere vrouwen Rhesus c-negatief (van der Ploeg et al., 2019). Tijdige toediening van anti-Rhesus D-antistoffen bij Rhesus D-negatieve zwangere vrouwen met een RhD-positief kind is belangrijk om te voorkomen dat deze vrouwen antistoffen maken tegen het bloed van hun kind. Sommige antistoffen kunnen het bloed van het kind afbreken en bloedarmoede veroorzaken. Voor zwangere vrouwen met bloedgroep Rhesus c-negatief is geen injectie met anti-Rhesus c-antistoffen beschikbaar. Deze vrouwen krijgen extra controles door de verloskundige of gynaecoloog.

Meer informatie

Datum publicatie

05-02-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg CPB, Schönbeck Y, Oomen P, Vos K. Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE). Procesmonitor 2017. TNO/RIVM; 2019. Bron

Deelname prenatale screening down-, edwards- en patausyndroom

Trend in deelname combinatietest of NIPT 2013-2018

PeriodenDeelname (%)Deelname (Absoluut aantal)Deelname combinatietest (CT) voor april 2017 (%)Deelname CT voor april 2017 (Absoluut aantal)Deelname combinatietest (CT) vanaf april 2017 (%)Deelname CT vanaf april 2017 (Absoluut aantal)Deelname NIPT vanaf april 2017 (%)Deelname NIPT vanaf april 2017 (Absoluut aantal)Deelname combinatietest (CT) heel jaar (%)Deelname CT heel jaar (Absoluut aantal)Deelname NIPT heel jaar (%)Deelname NIPT heel jaar (Absoluut aantal)
201325,3
201430,841.827
201532,144.176
201634,149.298
201741,170.00034,716.0804,35.42939,249.69612,421.509
201846,379.7212,54.29843,975.624
  • Zie tabelweergave voor de deelname in absolute aantallen en deelname NIPT en combinatietest.
  • Sinds april 2017 kunnen alle zwangeren kiezen voor een combinatietest of NIPT. Zie tabelweergave voor de gegevens van de verschillende tests vóór april 2017 en na april 2017.

46% zwangere vrouwen neemt deel aan screening

In 2018 nam 46,3% van alle zwangere vrouwen deel aan de prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom. Vanaf 1 april 2017 kan een zwangere vrouw, naast de combinatietest, kiezen voor de niet-invasieve prenatale test (NIPT). De deelname aan NIPT is toegenomen van 39,2% van de zwangerschappen in 2017 naar 43,9% in 2018. Deelname aan de combinatietest is door de invoering van de NIPT sterk afgenomen: van 34,1% in 2016 en 12,4% in 2017 naar 2,5% in 2018.

Combinatietest bestaat uit bloedonderzoek en nekplooimeting

De combinatietest is een prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom, die tussen 9 en 14 weken zwangerschap wordt uitgevoerd en bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere vrouw en een nekplooimeting met een echo bij het kind. Deze test berekent hoe groot de kans is dat de vrouw zwanger is van een kind met een down-, edwards- of patausyndroom. Als uit de test blijkt dat de kans op een kind met één van deze syndromen verhoogd is, kan de zwangere kiezen voor vervolgonderzoek (NIPT, vlokkentest of vruchtwaterpunctie).

NIPT onderzoekt DNA van placenta in bloed van moeder

In het bloed van de zwangere zit een klein beetje erfelijk materiaal (DNA) van de placenta (moederkoek) dat bijna altijd hetzelfde is als dat van het kind. Bij de NIPT wordt bloed afgenomen bij de zwangere. In een laboratorium wordt het bloed onderzocht op aanwijzingen dat het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Bij een afwijkende uitslag is invasief vervolgonderzoek door middel van een vlokkentest of vruchtwaterpunctie nodig om de aandoening te bevestigen.

NIPT ontdekt meer kinderen met down-, edwards- en patausyndroom

De NIPT ontdekt meer kinderen met down-, edwards- en patausyndroom dan de combinatietest. Daarbij worden op basis van de NIPT minder zwangeren onterecht doorgestuurd voor vervolgonderzoek dan op basis van de combinatietest.

Meer informatie

Datum publicatie

17-03-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Liefers J, Atsma F. Monitor 2018. Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek. Nijmegen: Scientific Center for Quality of Healthcare (IQ healthcare), Radboudumc; 2019. Bron

Resultaten prenatale screening down-, edwards- en patausyndroom

Uitslagen combinatietest met verhoogde kans en afwijkende uitslagen NIPT 2018

Op basis van 5.111 combinatietesten en 77.156 niet-invasieve testen (NIPT)
 

Percentage ongunstige uitslagen

Aantal ongunstige uitslagen

Verhoogde kans volgens combinatietest    

Downsyndroom

4,7

200

Edwardssyndroom

1,3

54

Patausyndroom

0,8

35

Totaal ongunstige uitslagen

5,0

214

Afwijkende uitslag NIPT    
Downsyndroom

0,36

267
Edwardssyndroom 0,1 72
Patausyndroom 0,07 56
Totaal ongunstige uitslagen 0,53 395
  • Combinatietest: een uitslag met een verhoogde kans betekent dat de kans op een kind met één van de drie syndromen groter of gelijk is aan 1:200.
  • NIPT: voor down- en edwardssyndroom geldt dat 90% van de vrouwen met een afwijkende uitslag daadwerkelijk zwanger is van een kind met de aandoening. Voor patausyndroom geldt dit voor 50% van de vrouwen met een afwijkende uitslag.
  • De percentages en aantallen zijn berekend op foetusniveau, inclusief meerlingzwangerschappen.

Bij 0,5% afwijkende uitslag NIPT

In 2018 was bij 0,5% (395) van de NIPT-testen sprake van een afwijkende uitslag en bij 5,0% (214) van de combinatietesten gaf de uitslag aan dat er een verhoogde kans was op één van de drie afwijkingen downsyndroom (trisomie 21), edwardssyndroom (trisomie 18) of patausyndroom (trisomie 13). Zowel voor de NIPT als de combinatietest geldt dat bij een ongunstige uitslag vervolgonderzoek nodig is om zeker te weten dat er sprake is van een kind  met down-, edwards- of patausyndroom.

Meer informatie

Datum publicatie

17-03-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Liefers J, Atsma F. Monitor 2018. Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek. Nijmegen: Scientific Center for Quality of Healthcare (IQ healthcare), Radboudumc; 2019. Bron

Deelname 20 wekenecho

Van de zwangere vrouwen neemt bijna 83% deel aan de 20 wekenecho

In 2018 nam 82,8% van alle zwangere vrouwen deel aan het structureel echoscopisch onderzoek (SEO, ook 20 wekenecho genoemd). Het SEO is gericht op het opsporen van neurale buisdefecten (open rug, open schedel) en een aantal andere lichamelijke afwijkingen van de foetus (zoals hart- en nierafwijkingen). Doel is zwangere vrouwen de mogelijkheid te bieden een geïnformeerde keuze te maken ten aanzien van verschillende handelingsopties bij een eventuele afwijking van de foetus. Daarbij valt te denken aan het al dan niet uitdragen van de zwangerschap of een voorbereiding op de geboorte van een kind met een afwijking.

Meer informatie

Datum publicatie

10-03-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Liefers J, Atsma F. Monitor 2018. Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek. Nijmegen: Scientific Center for Quality of Healthcare (IQ healthcare), Radboudumc; 2019. Bron

Opgespoorde afwijkingen 20 wekenecho

Uitkomsten structureel echoscopisch onderzoek 2018

Bij 144.858 foetussen

 

Positieve uitslag (vermoeden op afwijking)

 

Aantal

Percentage

Aangeboren afwijking

6.206

4,4

Neurale buisdefect

52

0,04

  • Aantal SEO is exclusief herhalingsonderzoeken en vervolgonderzoeken

Bij ruim 4% afwijking ontdekt door 20 wekenecho

In 2018 resulteerde het structureel echoscopisch onderzoek (SEO) bij 4,4% (6.206) van de foetussen in een vermoeden op een afwijking (inclusief neurale buisdefecten) en bij 0,04% (52) van de foetussen in een vermoeden op een neuraal buisdefect. Het SEO, ook wel de 20 wekenecho genoemd, is een prenatale screening rond 20 weken zwangerschap gericht op het opsporen van neurale buisdefecten (open rug, open schedel) en een aantal andere lichamelijke afwijkingen (zoals hart- en nierafwijkingen). Het SEO vervolgonderzoek bestaat uit een geavanceerd ultrageluid onderzoek (GUO). Na een afwijkend SEO vond in ruim 75% van de zwangerschappen een GUO plaats (Liefers & Atsma, 2019). 

Meer informatie

Datum publicatie

10-03-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Liefers J, Atsma F. Monitor 2018. Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek. Nijmegen: Scientific Center for Quality of Healthcare (IQ healthcare), Radboudumc; 2019. Bron

Deelname neonatale gehoorscreening

Deelnamepercentage aan neonatale gehoorscreening 2009-2018

Jaar

1e ronde

2e ronde

3e ronde

3 ronden samen

2009

99,3

99,5

99,6

98,4

2010

99,3

99,4

99,3

97,9

2011

99,4

99,3

98,8

97,6

2012

99,4

99,3

99,7

98,4

2013

99,4

99,4

99,6

98,4

2014

99,5

99,3

99,9

98,7

2015

99,6

99,5

99,8

98,9

2016

99,7

99,7

99,7

99,1

2017

99,7

99,6

99,7

99,0

2018

99,6

99,6

99,7

98,9

  • Het deelnamepercentage is het aantal kinderen dat gescreend wordt in een bepaalde screeningsronde gedeeld door het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor die ronde, vermenigvuldigd met 100.

Deelname aan neonatale gehoorscreening hoog

De deelname aan de neonatale gehoorscreening is hoog. De screening wordt meestal thuis afgenomen, in combinatie met de hielprikscreening, tussen de 4e en 7e dag na de geboorte. Soms wordt de screening afgenomen op het consultatiebureau als het kind enkele weken oud is. Als bij de eerste screeningsronde geen voldoende gehoor aan beide oren is aangetoond, volgt een tweede en zo nodig derde screeningsronde. Wanneer na drie screeningsrondes nog geen voldoende gehoor kan worden aangetoond, wordt een kind voor verdere diagnostiek verwezen naar een audiologisch centrum. In 2018 bedroeg de dekkingsgraad voor de drie screeningsronden samen 98,9%. Aan iedere screeningsronde afzonderlijk nam minimaal 99,6% van de hiervoor in aanmerking komende kinderen deel.

Meer informatie

Datum publicatie

30-01-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg K, Wins S, Verkerk P. Neonatale gehoorscreening door de Jeugdgezondheidszorg. Monitor over 2018. Leiden: TNO; 2019. Bron

Opgespoord gehoorverlies door neonatale gehoorscreening

Aantal pasgeborenen met gehoorverlies ontdekt via screening

screening door jeugdgezondheidszorg (JGZ) en Neonatale Intensive Care Units (NICU’s)

 

Opgespoord
gehoorverlies JGZ

Opgespoord
gehoorverlies NICU's

Jaar

dubbelzijdig

enkelzijdig

dubbelzijdig

enkelzijdig

2010

115

76

83

24

2011

99

88

82

37

2012

119

91

94

34

2013

113

87

77

40

2014

124

95

89

38

2015

113

82

75

26

2016

128

68

101

31

2017

119

74

88

29

2018

146

85

 

 

Gemiddeld 2010-2017

116

83

86

32

Gemiddeld 2011-2018

120

84

 

 

  • Voor het aantal kinderen met gehoorverlies dat op de NICU is opgespoord, zijn nog geen cijfers over 2018 beschikbaar.

Vroegtijdige opsporing maakt eerdere behandeling en begeleiding mogelijk

Door vroegtijdige opsporing van gehoorverlies bij pasgeborenen kunnen behandeling en begeleiding eerder van start gaan. Daardoor draagt vroegtijdige opsporing bij aan betere ontwikkelingsmogelijkheden van slechthorende kinderen.

Per jaar ongeveer 200 kinderen met gehoorverlies opgespoord vanuit JGZ

In de periode 2011-2018 werden in Nederland vanuit de JGZ gemiddeld 120 kinderen per jaar met een dubbelzijdig gehoorverlies en 84 kinderen met een enkelzijdig gehoorverlies opgespoord (respectievelijk 0,71 en 0,50 per 1.000 kinderen die in aanmerking kwamen voor screening). In 2018 ging het om 146 kinderen met een bilateraal verlies en 85 kinderen met een unilateraal verlies (respectievelijk 0,88 en 0,51 per 1.000 kinderen die in aanmerking kwamen voor screening) (van der Ploeg et al., 2019). Hier komen nog de kinderen bij die door middel van de gehoorscreening op de intensive care afdelingen voor pasgeborenen (NICU's) worden opgespoord.

Per jaar ongeveer 120 kinderen met gehoorverlies opgespoord in NICU's

In de periode 2010-2017 werden in de Neonatale Intensive Care Units (NICU's) gemiddeld 86 kinderen per jaar opgespoord met een bilateraal gehoorverlies en 32 kinderen met een unilateraal gehoorverlies. In 2017 ging het om 88 kinderen met een bilateraal verlies en 29 kinderen met een unilateraal verlies (respectievelijk 2,4 en 0,8% van de gescreende kinderen) (de Graaff-Korf et al., 2019).

Meer informatie

Datum publicatie

04-02-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg K, Wins S, Verkerk P. Neonatale gehoorscreening door de Jeugdgezondheidszorg. Monitor over 2018. Leiden: TNO; 2019. Bron
  2. de Graaff-Korf KS, Wins S, van Dommelen P, van Straaten HLM, Verkerk PH. Jaarverslag neonatale gehoorscreening in de Neonatale Intensive Care Units 2017. Zwolle: Isala; 2019. Bron
  3. van der Ploeg K, Wins S, Verkerk P. Neonatale gehoorscreening door de Jeugdgezondheidszorg. Monitor over 2017. Leiden: TNO; 2018. Bron

Deelname neonatale hielprikscreening

Deelname neonatale hielprikscreening 2002-2018

Deelname hielprikscreening
200299,5
200399,5
200499,5
200599,6
200699,6
200799,7
200899,8
200999,7
201099,7
201199,4
201299,3
201399,4
201499,3
201599,3
201699,2
201799,2
201899,1

Bron: TNO, 2019

Deelname aan neonatale hielprikscreening hoger dan 99%

In 2018 is bij 99,1% van de pasgeborenen de hielprik afgenomen (TNO, 2019). De deelname aan de neonatale hielprikscreening is stabiel. De screening bestaat uit het afnemen van bloed dat in het laboratorium wordt onderzocht. In de periode 2011-2016 waren 17 ernstige zeldzame aandoeningen opgenomen in het programma. In 2017 waren dit er 19 en vanaf 1 oktober 2019 zijn het er 22. De meeste van deze aandoeningen zijn erfelijk. Een snelle opsporing kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind voorkomen of beperken. De aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet.

Meer informatie

Datum publicatie

30-01-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. TNO. De neonatale hielprikscreening. Monitor 2018. Leiden: TNO; 2019. Bron

Opgespoorde aandoeningen hielprikscreening

Hielprik spoort merendeel aandoeningen op waarop gescreend wordt

In 2018 werd 100% van de pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, opgespoord via de neonatale hielprikscreening. Dit percentage ligt sinds 2002 tussen de 95 en 100%. De neonatale hielprikscreening bestaat uit het afnemen van bloed bij de pasgeborenen. In de periode 2011-2016 waren 17 of 18 aandoeningen opgenomen in het programma. In 2017-2018 waren dit er 19 en vanaf 1 oktober 2019 zijn het er 22. Een snelle opsporing van de aandoeningen kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind voorkomen of beperken.

Meer informatie

Datum publicatie

30-01-2020

Verantwoording

Definities
  • Zorg rond de geboorte

    Het onderwerp zorg rond de geboorte volgt de definitie van integrale geboortezorg uit de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (CPZ/ACK-ZIN, 2016). Met ‘integrale geboortezorg’ wordt het gehele traject van zorg bedoeld vanaf de preconceptiefase tot en met de eerste zes weken na de geboorte, inclusief de samenwerking met en/of de overdracht naar kraamzorg, jeugdgezondheidszorg, huisarts en/of op indicatie de overdracht of verwijzing naar andere zorgverleners, zoals de kinderarts. Het doel van integrale geboortezorg is het verbeteren van de zorg door een integrale, multidisciplinaire aanpak (CPZ/ACK-ZIN, 2016). 

    In het onderwerp zorg rond de geboorte komen de volgende fases van geboortezorg aanbod: 

    • preconceptiezorg
    • prenatale zorg
    • zorg tijdens de bevalling en geboorte
    • zorg na de bevalling en geboorte
    • acute zorg.

    Onder zorg rond de geboorte valt ook de hulp door een kraamverzorgster bij de bevalling (naast de verloskundige hulp door de verloskundige en/of gynaecoloog) en aan de moeder en het pasgeboren kind gedurende de kraamtijd.

    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. CPZ/ACK-ZIN. Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Versie 1.1. Utrecht/Diemen: Expertgroep Zorgstandaard Integrale Geboortezorg, College Perinatale Zorg / Adviescommissie Kwaliteit Zorginstituut Nederland ; 2016. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over zorg rond de geboorte

    Bron

    Indicator op VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Registratie verloskundigen

    Aantal werkzame verloskundigen

    Aantal verloskundigenpraktijken

     

    Registratie verloskundigen

    Perinatale registratie (Perined)

    Geboorte naar lijn en plaats

    Geboorte naar wijze van bevalling

    Perinatale sterfte

    Vroeggeboorte

    Laag geboortegewicht

    Aantal NICU-opnamen

    Levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

    Perinatale Registratie (Perined)
    Perined, 2018

    Euro-Peristat

    Perinatale sterfte (som neonatale en foetale sterfte)

    Neonatale sterfte (levendgeboren kinderen na 24 weken zwangerschap)

    Foetale sterfte (levend- en doodgeboren kinderen na 28 weken zwangerschap)

    Keizersneden (alle levend- en doodgeboren kinderen)

    Vroeggeboorte (levendgeboren kinderen na 22 weken zwangerschap)

    Laag geboortegewicht (levendgeboren kinderen na 22 weken zwangerschap)

    Borstvoeding tijdens eerste 28 uur

    Borstvoeding bij 3 en 6 maanden

    Zie kolom indicator

    Euro-Peristat, 2018

    Monitor screeningsprogramma downsyndroom / Structureel Echoscopisch Onderzoek

    Deelname (%) screening op down-, edwards- en patausyndroom

    Deelname (%) 20-weken echo

    Percentage en aantal verhoogde kansuitslagen bij combinatietest voor down-, edwards- en patausyndroom

    Aantal en percentage positieve uitslag (vermoeden op afwijking) bij 20-weken echo

    Zwangere vrouwen

    Monitor screeningsprogramma downsyndroom/SEO

    Procesmonitor Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE)

    Deelname (%) PSIE

    Resultaten (aantal getest, aantal opgespoord en

    percentage opgespoord)

    Zwangere vrouwen

    Proces Monitor PSIE

    Monitor neonatale hielprikscreening

    Deelname (%) neonatale hielprikscreening

    Percentage van de pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, opgespoord via de neonatale hielprikscreening

    Pasgeborenen

    Monitor en evaluatie van de neonatale hielprikscreening bij kinderen

    Monitoring neonatale gehoorscreening

    Deelname (%) neonatale gehoorscreening

    Percentage van gescreende pasgeborenen vanuit JGZ doorverwezen voor diagnostiek

     

    Pasgeborenen

    Monitoring neonatale gehoorscreening

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor zwangerschap, bevalling en kraambed

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten database

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2016. Utrecht: Perined; 2018. Bron
    2. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  • Registratie verloskundigen

    De Registratie verloskundigen van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel) bevat persoons- en praktijkgegevens van alle werkzame verloskundigen in Nederland, die klinisch, zelfstandig, in loondienst of als waarneemster werkzaam zijn. De cijfers over aantallen, kenmerken en spreiding van de beroepsgroep zijn beschikbaar via de brochure op de website en ook via een databank op de website.

  • Perinatale registratie

    Gegevens over geboorten naar lijn, plaats en wijze van bevalling en over perinatale sterfte, vroeggeboorte en laag geboortegewicht komen uit de Perinatale Registratie van Perined. Ook gegevens over het aantal neonatale intensive care units (NICU's) en het aantal kinderen dat op de NICU wordt opgenomen zijn afkomstig uit de Perinatale Registratie.  

    Meer informatie

  • Zwangerschapsscreeningen

    De cijfers over deelname aan de screening op downsyndroom en de 20-weken echo komen uit de monitor screeningsprogramma downsyndroom / Structureel Echoscopisch Onderzoek. IQ healthcare voert deze monitor uit in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM. Cijfers over deelname aan de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) komen uit de Procesmonitor Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) van TNO.  

    Meer informatie

     

  • Neonatale screeningen

    Cijfers over deelname aan de neonatale gehoorscreening komen uit de monitoring van de neonatale gehoorscreening door de jeugdgezondheidszorg. Doel van de gehoorscreening is het vroegtijdig opsporen van kinderen met een gehoorverlies van minimaal 40 dB aan één of beide oren. De gehoorscreening die uitgevoerd wordt binnen de Neonatale Intensive Care Units valt buiten het programma. Cijfers over deelname aan de neonatale hielprikscreening komen uit de monitor neonatale hielprikscreening. TNO voert beide monitors uit in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM.

    Meer informatie

  • Kosten van Ziekten: zwangerschap, bevalling en kraambed en perinatale aandoeningen

    De kosten van zwangerschap, bevalling en kraambed en de kosten van perinatale aandoeningen zijn afkomstig van de Kosten van Ziektenstudie. De gebruikte ICD-9-codes zijn:

    Kosten van zwangerschap, bevalling en kraambed
    Diagnosegroep Definitie volgens ICD-9
    Zwangerschap  630-648, V22-V23
    Bevalling  650-669, V20, V27, V30-V39
    Kraambed  670-676, V24
    Anticonceptie  V25