Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZoönosenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

23.500 mensen met erythema migrans door tekenbeet

Regionaal & Internationaal

Grootste uitbraak Q-koorts was in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Vroegsignalering vastgelegd in zoönosestructuur

Trend in ziekte van Lyme

Trend in aantal huisartsenconsulten

Voor tekenbeten en voor tekenbeten en Erythema migrans, 1994-2014
JaarConsulten EMConsulten tekenbeten
1994600030000
1995
1996
1997
1998
1999
2000
20011200060000
2002
2003
2004
20051700073000
2006
2007
2008
20092200093000
2010
2011
2012
2013
20142350082000

Bron: Landelijk onderzoek naar het vóórkomen van de ziekte van Lyme in de huisartsenpraktijk uitgevoerd door het Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten van het RIVM

Incidentie van Lyme is toegenomen

Sinds de jaren '90 van de twintigste eeuw rapporteert het RIVM door middel van huisartsenpeilingen de incidentie van erythema migrans, de meest voorkomende klinische presentatie van Lyme borreliose. Vanaf de start van deze huisartsenpeilingen in 1994 tot 2009 werd steeds een sterke stijging gezien van de incidentie van huisartsconsulten voor tekenbeten en erythema migrans diagnoses. Bij de eerste inventarisatie in 1994 werden 6.000 mensen gediagnosticeerd met een erythema migrans en sindsdien is het aantal diagnoses bij elke meting toegenomen tot 22.000 diagnoses in 2009 en 23.500 diagnoses van erythema migrans in 2014. Het aantal huisartsconsulten voor tekenbeten is sinds 1994 verdrievoudigd van 30.000 tekenbeten naar 93.000 tekenbeten in 2009. Ten opzichte van 2009 is in 2014 voor het eerst het aantal mensen dat naar de huisarts gaat met een teek in de huid afgenomen, naar 82.000 huisartsconsulten in 2014 (Hofhuis et al., 2015).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hofhuis A, Harms M, Bennema S, van den Wijngaard CC, van Pelt W. Physician reported incidence of early and late Lyme borreliosis. Parasit Vectors. 2015;8:161. Pubmed | DOI

Trend Q-koorts

Aantal Q-koortspatiënten, 2007-2014

Jaar en maand van eerste ziektedag
JaarMaandAantal Q-koortspatiënten
2007jan3
2007feb3
2007mrt7
2007apr10
2007mei60
2007jun49
2007jul20
2007aug18
2007sept3
2007okt4
2007nov11
2007dec6
2008jan10
2008feb16
2008mrt31
2008apr99
2008mei333
2008jun299
2008jul94
2008aug41
2008sept19
2008okt18
2008nov10
2008dec12
2009jan18
2009feb38
2009mrt110
2009apr592
2009mei797
2009jun331
2009jul190
2009aug60
2009sept49
2009okt40
2009nov38
2009dec50
2010jan44
2010feb64
2010mrt66
2010apr79
2010mei43
2010jun36
2010jul20
2010aug22
2010sept12
2010okt5
2010nov9
2010dec7
2011jan4
2011feb6
2011mrt6
2011apr12
2011mei18
2011jun4
2011jul10
2011aug2
2011sept6
2011okt3
2011nov1
2011dec4
2012jan3
2012feb4
2012mrt7
2012apr5
2012mei12
2012jun13
2012jul11
2012aug3
2012sept1
2012okt1
2012nov1
2012dec1
2013jan4
2013feb1
2013mrt2
2013apr2
2013mei3
2013jun2
2013jul0
2013aug0
2013sept1
2013okt0
2013nov2
2013dec2
2014jan1
2014feb2
2014mrt1
2014apr3
2014mei0
2014jun8
2014jul3
2014aug2
2014sept0
2014okt1
2014nov2
2014dec1

Bron: RIVM/EPI

Uitbraak van Q-koorts in de periode 2007-2010

Voor de uitbraak die startte in 2007 werd Q-koorts vooral als beroepsziekte beschouwd. Tussen 2007 en 2010 was sprake van een epidemie waarbij beroepsmatige blootstelling een ondergeschikte rol speelde. In totaal werden ruim 4.000 personen gemeld met een acute Q-koorts infectie. Door maatregelen, zoals het ruimen van drachtige geiten en de verplichte vaccinatie bij melkgeiten en melkschapen, is de incidentie inmiddels gedaald tot het niveau van voor de uitbraak.

Experts en redactie

Trend diverse zoönosen

Trends in de tijd verschillen per zoönose

De trends van de diverse zoönosen in de tijd verschillen zeer. Zo nam het aantal voedselinfecties met Campylobacter toe tot 2013 en daalde daarna licht, terwijl het aantal Salmonella-infecties afneemt, met uitzondering van jaren met grote uitbraken zoals in 2012. Dit betrof een uitbraak met Salmonella Thompson besmette gerookte zalm waardoor plotseling het aantal salmonellose gevallen in dat jaar verdubbelde (Friesema et al., 2014). In 2014 werden 60 autochtone leptospirose gevallen gemeld, wat een bijna vijfvoudige toename is vergeleken met 2010-2013. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de hogere overlevingskans van knaagdieren en Leptospira (de bacterie die leptospirose veroorzaakt) door de voorafgaand milde winter, gevolgd door de warmste zomer sinds drie eeuwen.

Aantal gevallen nieuwe zoönosen stijgt

De verwachting dat de incidentie van een aantal opkomende zoönosen in Nederland, die tot enkele jaren geleden nog afwezig waren, zal toenemen. Zo zijn er inmiddels 3 gevallen van een Echinococcus multilocularis infectie bekend die hoogstwaarschijnlijk in Nederland zijn opgelopen. Deze vossenlintworm, die ernstige leverproblemen kan veroorzaken, wordt steeds vaker bij vossen gevonden. De verwachting is dat meer mensen de infectie zullen oplopen, maar door de lange incubatietijd van jaren wordt dit maar langzaam zichtbaar. Recent lijkt ook hazenpest endemisch aanwezig in Nederland. Diverse personen hebben via contact met geïnfecteerde hazen of via een insectenbeet de ziekte Tularemie opgelopen. De ziekte heeft diverse uitingsvormen, maar ontstoken lymfeklieren met hoge koorts is de meest voorkomende vorm. De verwachting is dat het aantal infecties met Francisella tularensis, de veroorzaker van hazenpest, de komende jaren zal toenemen.

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Friesema IHM, de Jong A, Hofhuis A, Heck M, van den Kerkhof H, de Jonge R, et al. Large outbreak of Salmonella Thompson related to smoked salmon in the Netherlands, August to December 2012. Euro Surveill. 2014;19(39). Pubmed

Verantwoording

Definities
  • Een zoönose is een infectieziekte van dier op mens

    Een zoönose is een infectieziekte die van dier op mensen kan overgaan. Er zijn ongeveer honderd ziekteverwekkers, waarvan ongeveer zeventig procent via dieren op mensen kan worden overgedragen. Zoönosen kunnen veroorzaakt worden door bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Allerlei dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden, zoals landbouwhuisdieren (kippen, varkens, koeien, geiten), wilde dieren (hazen, wilde zwijnen) of huisdieren (honden, katten). Bij een zoönose kunnen dieren er soms ook ziek van worden, maar dat hoeft niet. Zo dragen kippen vaak Campylobacter of Salmonella bij zich zonder een enkel ziekteverschijnsel.

    Infectieziekten die alleen bij dieren voorkomen, zoals varkenspest, of infectieziekten die van mens op mens worden overgedragen, zoals mazelen, zijn geen zoönosen. Ook infectieziekten die via een insect of teek (vector) van mens op mens worden overgedragen, zoals malaria via de malariamug, worden niet tot de zoönosen gerekend.

  • Overdracht van dier op mens via diverse routes

    Er zijn verschillende manieren waarop iemand een zoönose kan oplopen. De besmetting vindt dus plaats via de orale route, via inademing of via (wondjes op) de huid. De belangrijkste routes zijn:

    • via inname van besmet voedsel (vlees, eieren, melk) of water;
    • via direct contact met geïnfecteerde dieren;
    • via direct contact met besmet dierlijk materiaal (bijvoorbeeld abortusmateriaal of mest;
    • via inademen van dierlijke ziekteverwekkers (bijvoorbeeld stofdeeltjes in stal);
    • via vectoren, zoals muggen of teken.
  • Lyme wordt overgedragen via een tekenbeet

    Teken zijn kleine spinachtige beestjes die van bloed leven. Teken komen in het hele land voor, in bos, park, hei, duinen of in de tuin. Ze zitten in struiken, in (hoog) gras of tussen dode bladeren. Teken kruipen op dieren of mensen en bijten zich vast in de huid. Door het zuigen van bloed zwelt een teek op. De meeste mensen worden gebeten tussen maart en oktober.

    De ziekte van Lyme wordt ook wel lymeborreliose genoemd, omdat het veroorzaakt wordt door de borrelia-bacterie. Ongeveer één op de vijf teken is besmet met de lymebacterie. Elk jaar worden meer dan een miljoen mensen door een teek gebeten. De meeste mensen worden daarna niet ziek. Hoe eerder de teek wordt verwijderd, hoe kleiner de kans dat de lymebacterie wordt overgebracht. De gemiddelde kans op de ziekte van Lyme na een tekenbeet wordt geschat op 1-3%.

    Het meest voorkomende signaal van de ziekte van Lyme is erythema migrans, een rode of blauwachtige vlek op de plaats van de tekenbeet. De vlek kan ringvormig zijn, maar is dat niet altijd. De vlek verschijnt meestal binnen twee weken na de beet, maar soms pas na drie maanden. Soms raken mensen besmet zonder dat ze een rode ring of vlek hebben gezien. Als de lymebacterie in het lichaam blijft, veroorzaakt hij in eerste instantie griepachtige verschijnselen. Deze klachten ontstaan meestal binnen 3 maanden. Als de ziekte niet wordt opgemerkt, kunnen later neurologische, gewrichts-, huid- of hartklachten ontstaan. De klachten verschillen per persoon. De ziekte van Lyme is te behandelen met antibiotica. Hoe eerder de ziekte wordt opgemerkt, hoe beter de behandeling zal aanslaan.

  • Geiten en schapen dragen Q-koorts over op de mens

    Q-koorts kan van verschillende dieren afkomstig zijn, geiten en schapen zijn de meest bekende. Zo speelden geïnfecteerde geiten een belangrijke rol tijdens een grote uitbraak onder mensen in de periode 2007-2012. Het inademen van besmette stofdeeltjes is de voornaamste oorzaak van besmetting. Het stof is afkomstig van stallen, mest, weilanden, ruwe wol, huiden, kleding, et cetera. De bacterie die Q-koorts veroorzaakt (Coxiella burnetii) kan lang overleven in het milieu en via stof over enkele kilometers getransporteerd worden. Dit speelt mee in het risico op infectie. Een andere belangrijke besmettingsbron is rechtstreeks contact met bacteriën uit de lichaamsvochten van geïnfecteerde dieren (vooral vruchtwater en mogelijk ook traanvocht, urine, slijm, speeksel en melk). Vooral tijdens het kalven of lammeren kunnen dieren grote hoeveelheden bacteriën uitscheiden. Tot slot is ook besmetting mogelijk door consumptie van besmette rauwe melk(-producten) of onvoldoende verhit vlees, maar dit komt slechts sporadisch voor (EFSA, 2010d).