Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZoönosenCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

23.500 mensen met erythema migrans door tekenbeet

Regionaal & Internationaal

Grootste uitbraak Q-koorts was in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Vroegsignalering vastgelegd in zoönosestructuur

Incidentie ziekte van Lyme

Erythema migrans

Hoge incidentie van de ziekte van Lyme

Huisartsen kregen in 2014 ongeveer 23.500 mensen met een rode ring- of vlekvormige uitslag op de huid (erythema migrans) op het spreekuur. Deze huiduitslag is het meest voorkomende signaal van de ziekte van Lyme. Daarnaast werd bij ongeveer 1.400 mensen de ziekte van Lyme vastgesteld op basis van andere klachten. Het aantal mensen dat zich meldt met een rode ring-of vlekvormige huiduitslag is tussen 2009 en 2014 licht toegenomen en lijkt zich te stabiliseren. Het aantal mensen dat naar de huisarts gaat met een teek in de huid is afgenomen. Mogelijk verwijderen mensen de teek vaker zelf (Hofhuis et al., 2015). Vaak is de ziekte van Lyme goed te behandelen, maar 1.000 tot 2.500 mensen per jaar houden na behandeling langdurig klachten zoals vermoeidheid, pijn of concentratiestoornissen. Waarom een deel van de patiënten zulke klachten krijgt en houdt is niet bekend.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hofhuis A, Harms M, Bennema S, van den Wijngaard CC, van Pelt W. Physician reported incidence of early and late Lyme borreliosis. Parasit Vectors. 2015;8:161. Pubmed | DOI

Meldingen en sterfte Q-koorts

Grootste uitbraak Q-koorts ooit tussen 2007 en 2011

Van 2007 tot en met 2010 vond in Nederland de grootste Q-koortsepidemie plaats die ooit is waargenomen. Meer dan 4.000 patiënten werden gemeld en tienduizenden drachtige geiten en schapen werden geruimd. De meeste patiënten werden besmet door inademing van bacteriën die door de wind vanuit geïnfecteerde bedrijven verspreid waren. Door maatregelen van de overheid (ruimen van besmette bedrijven en vaccinatie) is de Q-koorts epidemie gestopt. Jaarlijks krijgt het RIVM enkele meldingen van nieuwe Q-koorts patiënten.Q-koorts is al heel lang endemisch aanwezig onder kleine herkauwers en kwam voor als beroepsziekte, vooral onder dierenartsen en veehouders. De incidentie van meldingen was ongeveer 20 gevallen per jaar. De incidentie is sinds 2013 weer terug op het niveau van voor de uitbraak.

Sterfte aan Q-koorts vrijwel altijd door chronische Q-koorts

Als een patiënt overlijdt aan Q-koorts is dat vrijwel altijd ten gevolge van chronische Q-koorts. Het aantal sterfgevallen als gevolg van een acute Q-koorts dat bij het RIVM bekend is, was gedurende de gehele uitbraak 25. Sinds de epidemie zijn naar schatting 95 patiënten zeker of waarschijnlijk aan Q-koorts overleden. Chronische Q-koorts ontwikkelt zich bij 1-3% van de patiënten met een acute Q-koortsinfectie, maar het kan ook na een asymptomatisch verloop ontstaan. 

Q-koorts vermoeidheidssyndroom kan optreden na een Q-koorts-infectie

Het Q-koorts vermoeidheidssyndroom (QVS) kan optreden na een Q-koorts-infectie. Mensen met QVS hebben last van langdurige en ernstige vermoeidheid. Het is dus geen actieve infectie, maar het zijn de gevolgen van een eerdere infectie. Er is weinig bekend over het ontstaan van QVS. Meer dan de helft van de mensen die besmet raken met Q-koorts krijgt geen klachten. Zij weten dus niet dat ze besmet zijn geweest. Ongeveer 1 op de 5 patiënten met acute Q-koorts ontwikkelt QVS. Het is nog onbekend hoeveel QVS-patiënten vanzelf beter worden.

Meer informatie

Datum publicatie

12-03-2019

Incidentie diverse zoönosen

Incidentie diverse zoönosen

Ziekte

Geschatte incidentie in Nederland

Q-koorts

25 gemelde gevallen in 2014

Ziekte van Lyme

Circa 23.500 huisartsregistraties EM (Erythema migrans: rode ringvormige uitslag rond plaats tekenbeet), 1.400 gedissemineerde en late Lyme borreliose in 2014

Toxoplasma

  • Verworden toxoplasmose (met chorioretinitis: ooginfectie): 426 gevallen in 2012
  • Congenitale toxoplasmose: 356 gevallen in 2012

Campylobacteriose

Circa 97.500 gevallen (2014)

Hantavirus infectie

Aantal gemelde gevallen: 23 in 2012, 4 in 2013, 36 in 2014

Echinococcose

3 gemelde in Nederland opgelopen gevallen

Psittacose (papegaaienziekte)

41 gemelde gevallen in 2014

Dermatophytose (ringworm)

Circa 30 gevallen per 1.000 bij de huisarts ingeschreven patiënten per jaar

Incidentie van diverse zoönosen in Nederland verschilt sterk

Er zijn zoönosen die in Nederland veel voorkomen, zoals campylobacteriose, de ziekte van Lyme en ringworm. Ook zijn er zoönosen die weinig voorkomen, minder dan vijftig in Nederland opgelopen gevallen per jaar, zoals Hantavirusinfecties. Veel zoönoseverwekkers komen in Nederland niet voor, maar er kunnen wel gevallen zijn waarbij de ziekte in het buitenland is opgelopen, zoals hondsdolheid (rabiës) en MERS-CoV (een coronavirusinfectie die in het Midden-Oosten voorkomt). Tot slot zijn er zoönosen die nu nog sporadisch in Nederland voorkomen, maar waarvan de verwachting is dat deze in de komende decennia in prevalentie zullen toenemen. Voorbeelden van dergelijke ‘opkomende zoönosen’ zijn hazenpest (tularemie), waarvan na decennialange afwezigheid sinds 2011 enkele autochtone humane gevallen zijn vastgesteld, en de vossenlintworm (echinokokkose). Van een aantal zoönosen, die verschillen in ziekteverwekkers, overdrachtsroute, reservoir (diersoorten waarin de zoönoseverwekker zich kan vermenigvuldigen) en ziekteverschijnselen, is de geschatte incidentie weergegeven in de tabel hiernaast.

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Een zoönose is een infectieziekte van dier op mens

    Een zoönose is een infectieziekte die van dier op mensen kan overgaan. Er zijn ongeveer honderd ziekteverwekkers, waarvan ongeveer zeventig procent via dieren op mensen kan worden overgedragen. Zoönosen kunnen veroorzaakt worden door bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Allerlei dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden, zoals landbouwhuisdieren (kippen, varkens, koeien, geiten), wilde dieren (hazen, wilde zwijnen) of huisdieren (honden, katten). Bij een zoönose kunnen dieren er soms ook ziek van worden, maar dat hoeft niet. Zo dragen kippen vaak Campylobacter of Salmonella bij zich zonder een enkel ziekteverschijnsel.

    Infectieziekten die alleen bij dieren voorkomen, zoals varkenspest, of infectieziekten die van mens op mens worden overgedragen, zoals mazelen, zijn geen zoönosen. Ook infectieziekten die via een insect of teek (vector) van mens op mens worden overgedragen, zoals malaria via de malariamug, worden niet tot de zoönosen gerekend.

  • Overdracht van dier op mens via diverse routes

    Er zijn verschillende manieren waarop iemand een zoönose kan oplopen. De besmetting vindt dus plaats via de orale route, via inademing of via (wondjes op) de huid. De belangrijkste routes zijn:

    • via inname van besmet voedsel (vlees, eieren, melk) of water;
    • via direct contact met geïnfecteerde dieren;
    • via direct contact met besmet dierlijk materiaal (bijvoorbeeld abortusmateriaal of mest;
    • via inademen van dierlijke ziekteverwekkers (bijvoorbeeld stofdeeltjes in stal);
    • via vectoren, zoals muggen of teken.
  • Lyme wordt overgedragen via een tekenbeet

    Teken zijn kleine spinachtige beestjes die van bloed leven. Teken komen in het hele land voor, in bos, park, hei, duinen of in de tuin. Ze zitten in struiken, in (hoog) gras of tussen dode bladeren. Teken kruipen op dieren of mensen en bijten zich vast in de huid. Door het zuigen van bloed zwelt een teek op. De meeste mensen worden gebeten tussen maart en oktober.

    De ziekte van Lyme wordt ook wel lymeborreliose genoemd, omdat het veroorzaakt wordt door de borrelia-bacterie. Ongeveer één op de vijf teken is besmet met de lymebacterie. Elk jaar worden meer dan een miljoen mensen door een teek gebeten. De meeste mensen worden daarna niet ziek. Hoe eerder de teek wordt verwijderd, hoe kleiner de kans dat de lymebacterie wordt overgebracht. De gemiddelde kans op de ziekte van Lyme na een tekenbeet wordt geschat op 1-3%.

    Het meest voorkomende signaal van de ziekte van Lyme is erythema migrans, een rode of blauwachtige vlek op de plaats van de tekenbeet. De vlek kan ringvormig zijn, maar is dat niet altijd. De vlek verschijnt meestal binnen twee weken na de beet, maar soms pas na drie maanden. Soms raken mensen besmet zonder dat ze een rode ring of vlek hebben gezien. Als de lymebacterie in het lichaam blijft, veroorzaakt hij in eerste instantie griepachtige verschijnselen. Deze klachten ontstaan meestal binnen 3 maanden. Als de ziekte niet wordt opgemerkt, kunnen later neurologische, gewrichts-, huid- of hartklachten ontstaan. De klachten verschillen per persoon. De ziekte van Lyme is te behandelen met antibiotica. Hoe eerder de ziekte wordt opgemerkt, hoe beter de behandeling zal aanslaan.

  • Geiten en schapen dragen Q-koorts over op de mens

    Q-koorts kan van verschillende dieren afkomstig zijn, geiten en schapen zijn de meest bekende. Zo speelden geïnfecteerde geiten een belangrijke rol tijdens een grote uitbraak onder mensen in de periode 2007-2012. Het inademen van besmette stofdeeltjes is de voornaamste oorzaak van besmetting. Het stof is afkomstig van stallen, mest, weilanden, ruwe wol, huiden, kleding, et cetera. De bacterie die Q-koorts veroorzaakt (Coxiella burnetii) kan lang overleven in het milieu en via stof over enkele kilometers getransporteerd worden. Dit speelt mee in het risico op infectie. Een andere belangrijke besmettingsbron is rechtstreeks contact met bacteriën uit de lichaamsvochten van geïnfecteerde dieren (vooral vruchtwater en mogelijk ook traanvocht, urine, slijm, speeksel en melk). Vooral tijdens het kalven of lammeren kunnen dieren grote hoeveelheden bacteriën uitscheiden. Tot slot is ook besmetting mogelijk door consumptie van besmette rauwe melk(-producten) of onvoldoende verhit vlees, maar dit komt slechts sporadisch voor (EFSA, 2010d).