Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZiekteverzuimCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Ziekteverzuimpercentage 4% in 2017

Regionaal & Internationaal

Ziekteverzuim in Nederland hoger dan EU-gemiddelde

Kosten

Preventie & Zorg

Incidentie van ziekteverzuim naar leeftijd en geslacht

Ongeveer 44% van de werknemers verzuimde in 2017

In 2017 gaf 44% van de Nederlandse werknemers aan het afgelopen jaar afwezig te zijn geweest op het werk om gezondheidsredenen. Het totaal percentage mannen dat verzuimde lag iets lager (40,9%) dan het percentage vrouwen (47,5%). In de leeftijdscategorie 25 tot en met 34 jaar was het aandeel werknemers dat verzuimde het hoogst (NEA). Indien iemand langdurig ziek is (104 weken), komt hij of zij in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Meer informatie

Ziekteverzuimpercentage naar leeftijd en geslacht

Ziekteverzuimpercentage 4% in 2017

Het ziekteverzuimpercentage in Nederland bedroeg 4% in 2017. Vrouwen verzuimden in dat jaar gemiddeld iets meer dan mannen: gemiddeld 4,8 dagen per 100 werkdagen in een jaar tegen 3,3 dagen door mannen. Dit verschil wordt verklaard doordat vrouwen zich vaker ziek meldden, en, wanneer ze verzuimden, ook iets langer thuis bleven (NEA). Deze verschillen hebben deels te maken met ziekte tijdens zwangerschap en na de bevalling. 

Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage stijgt met de leeftijd

In 2017 steeg het gemiddelde ziekteverzuimpercentage met de leeftijd. Ouderen verzuimen niet vaker, maar wanneer werknemers ouder worden is de kans groter dat zij langer verzuimen. Na het 60e levensjaar neemt het verzuimpercentage weer af. Het totaal percentage voor 65- tot 75-jarigen is 2,7%. Selectie-effecten, waarbij bijvoorbeeld de gezondste mensen op latere leeftijd blijven doorwerken, kunnen hier de reden van zijn (NEA).

Meer informatie

Verzuimfrequentie naar leeftijd en geslacht

Vrouwen verzuimen iets vaker dan mannen

In alle leeftijdscategorieën verzuimen vrouwen (1,2 keer) in 2017 gemiddeld iets vaker dan mannen (0,9 keer). Naast dat vrouwen zich vaker ziek melden dan mannen, blijven zij ook langer thuis wanneer zij ziek zijn. Er is weinig verschil in verzuimfrequentie tussen de verschillende leeftijdscategorieën (NEA).

Meer informatie

Verzuimduur naar leeftijd en geslacht

Verzuimduur gemiddeld 7 dagen 

In 2017 verzuimden werknemers gemiddeld 7 werkdagen wegens ziekte. De grootste verschillen in verzuimdagen tussen mannen en vrouwen zitten in de leeftijdscategorieën 25- tot 35-jarigen (2,6 dagen verschil) en 35- tot 45-jarigen (2,5 dagen verschil). Mannen verzuimden alleen in de leeftijdscategorie 55 tot 65 jaar meer dagen dan vrouwen. Het aantal dagen dat men verzuimt neemt tot 65 jaar toe met de leeftijd (NEA).

Meer informatie

Werkgerelateerd ziekteverzuim naar leeftijd

Ongeveer kwart van het ziekteverzuim komt door werk

In 2017 gaf 23,9% van de werknemers die hebben verzuimd aan dat hun meest recente ziekteverzuim deels (14,7%) of hoofdzakelijk (9,2%) door het werk kwam. Het percentage ziekteverzuim dat hoofdzakelijk een gevolg was van het werk, loopt op met de leeftijd en is het hoogst in de leeftijdscategorie 55 tot 65 jaar. Het ziekteverzuim deels gevolg van werk is het hoogst in de leeftijdscategorie 25 tot 35 jaar (NEA). Bij verzuim dat volgens de werknemers geheel of gedeeltelijk het gevolg is van het werk, is er sprake van een langere gemiddelde verzuimduur. Dit geldt met name voor ziekteverzuim dat wordt veroorzaakt door psychische arbeidsbelasting (zoals werkdruk, werkstress en conflicten op het werk). Het overgrote deel van het ziekteverzuim wijten werknemers niet aan werk of werkomstandigheden. Werknemers noemen griep of verkoudheid de klacht waarvoor ze het meest verzuimen. 

Meer informatie

Ziektespecifiek verzuim naar geslacht

Ziektespecifiek verzuim verschilt voor mannen en vrouwen

De oorzaken van langdurig ziekteverzuim (42 tot en met 730 dagen) verschillen voor mannen en vrouwen. De grootste ziektespecifieke oorzaak bij mannen is het hebben van 'overige lichamelijke aandoeningen' (39,3%). Voor vrouwen zijn psychische aandoeningen met 40% de grootste oorzaak. Onder 'overige aandoeningen' worden vooral hart- en vaatziekten, maag- en darmklachten, neurologische aandoeningen, urogenitale klachten en longklachten verstaan (ArboNed, 2017).

Meer informatie

Ziektespecifiek verzuim naar leeftijd

Ziektespecifiek verzuim naar leeftijd 2017

LeeftijdBewegingsapparaatPsychischOverig
15-2436,631,531,9
25-3423,446,130,6
35-4425,743,031,4
45-5430,528,640,9
55+31,617,950,5

Bron: ArboNed

  • Voorlopige cijfers

Meeste ziekteverzuim door psychische aandoeningen in leeftijd 25 tot 45 jaar

De oorzaken van langdurig ziekteverzuim (42 tot en met 730 dagen) verschillen per levensfase. Tussen het 25e en 45e levensjaar wordt het verzuim grotendeels veroorzaakt door psychische aandoeningen. Hierna neemt het aandeel werknemers dat verzuimt wegens psychische aandoeningen af en wordt het verzuim voornamelijk veroorzaakt door 'overige lichamelijke aandoeningen' (hart- en vaatziekten, maag- en darmklachten, neurologische aandoeningen, urogenitale klachten, longklachten etc.) (ArboNed, 2017).

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

    Er is sprake van ziekteverzuim als een persoon een aantoonbare ziekte of gebrek heeft én daardoor ongeschikt is voor de uitvoering van het werk. Het ziekteverzuim in Nederland omvat zowel werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld rugklachten door het tillen van zware lasten op het werk) als niet-werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld door sportletsels). Het verzuim start op de dag dat de werknemer zich ziek meldt en duurt voort tot de dag van volledig herstel of tot 104 weken na de ziekmelding. Zwangerschaps- en bevallingsverlof tellen niet mee als ziekteverzuim.

    Als iemand langer dan 104 weken ziek is en hierdoor niet of alleen gedeeltelijk kan werken, wordt hij of zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard. Iemand die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is, kan namelijk als gevolg van ziekte of gebreken met gangbare arbeid niet meer hetzelfde verdienen als gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring. Er zijn verschillende wetten/voorzieningen van kracht waarop een arbeidsongeschikte werknemer een beroep kan doen (UWV, 2012).

    Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn indicatoren van tijdelijke en meer langdurige functionele beperkingen in de arbeidssituatie. In die zin worden ze beschouwd als indicatoren voor de gezondheidstoestand van een populatie. De mate waarin ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vóórkomen in een populatie wordt ook beïnvloed door andere factoren, zoals maatregelen van de overheid en de macro-economische situatie (UWV, 2012).

  • Maten om ziekteverzuim te meten

    Ziekteverzuimpercentage

    De belangrijkste maat om ziekteverzuim te meten is het verzuimpercentage. Om dit te berekenen wordt het aantal verzuimdagen per jaar gemeten en vervolgens gedeeld ofwel door het aantal werkdagen per jaar ofwel door het aantal kalenderdagen per jaar. Een minder gebruikte manier om het verzuimpercentage te meten is het aantal kalenderdagen vanaf de dag van de ziekmelding tot aan de dag van herstel per 100 kalenderdagen op jaarbasis te berekenen.

    Percentage werknemers dat verzuimt

    Een andere manier om ziekteverzuim te kwantificeren is het meten van het percentage van de beroepsbevolking dat minstens één keer per jaar verzuimt. Deze maat wordt o.a. gebruikt voor internationale vergelijkingen.

    Meldings- of verzuimfrequentie

    De meldings- of verzuimfrequentie geeft aan hoe vaak werknemers zich gemiddeld in een jaar ziek melden. De verzuimfrequentie wordt berekend door het aantal ziekmeldingen in een jaar te delen door het totaal aantal werknemers in een bepaalde populatie (bijvoorbeeld binnen Nederland of binnen een bedrijf).

    Verzuimduur

    Het aantal werkdagen dat werknemers in de afgelopen 12 maanden hebben verzuimd wegens ziekte. Hierbij tellen ook werknemers mee die niet verzuimd hebben.

  • Maten om arbeidsongeschiktheid te meten

    Instroom

    Het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Uitstroom

    Het aantal beëindigingen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Lopende uitkeringen

    Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op een bepaald moment.

    Instroompercentage

    Het aantal nieuwe uitkeringen in een jaar als percentage van de omvang van de beroepsbevolking een jaar eerder. Dit kan opgevat worden als de kans om een arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen.

    Uitstroompercentage

    Het aantal beëindigde uitkeringen in een jaar als percentage van het aantal uitkeringen dat in dat jaar werd verstrekt. Dit kan opgevat worden als de kans op beëindiging van de uitkering in dat jaar.

    Arbeidsongeschiktheidspercentage

    Het aantal arbeidsongeschikten als percentage van de beroepsbevolking vermeerderd met het aantal arbeidsongeschikten, waarbij een arbeidsongeschikt persoon meetelt naar rato van arbeidsongeschiktheid. Dit percentage geeft dus niet het percentage personen met een uitkering.

  • Arbeidsongeschiktheidswetten

    Indien iemand niet of alleen gedeeltelijk kan werken wegens gezondheidsredenen gelden er verschillende wetten. De wetten zijn zo opgesteld dat iedereen beroep kan doen op één van de wetten. 

    Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsplicht Bij Ziekte (WULBZ) + Wet Verlening Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (VLZ)

    Als een werknemer ziek is, dan is de werkgever verplicht (krachtens de WULBZ en VLZ) om gedurende ten hoogste 104 weken minimaal 70% van het loon door te betalen, waarbij de eerste 52 weken ten minste het voor de werknemer geldende wettelijke minimumloon moet worden betaald. Werknemer en werkgever moeten zich daarbij redelijkerwijs inspannen om de werknemer weer aan het werk te krijgen (re-integratie). Werknemers die geen vaste werkgever hebben (zoals thuiswerkers, uitzendkrachten, flexwerkers en zieke werklozen) en werknemers die hun werk verliezen tijdens ziekte (door reorganisatie of tijdelijk contract), krijgen bij ziekte een uitkering vanuit de Ziektewet (ZW) door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Voor loondoorbetaling tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof is de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) van kracht, zodat zwangerschaps- en bevallingsverlof niet meetelt als ziekteverzuim (UWV, 2012).

    Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

    Na twee jaar ziekteverzuim kan de werknemer een beroep doen op de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Er wordt dan door het UWV onderzoek gedaan naar de resterende verdiencapaciteit, oftewel wat iemand nog zou kunnen verdienen, en daarmee wordt ook de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald. De WIA is voor iedereen die arbeidsongeschikt geworden is vanaf 1 januari 2004. Iedereen die voor die tijd arbeidsongeschikt geworden is, valt onder de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO). De bepaling voor de mate van arbeidsongeschiktheid is vergelijkbaar met de WIA, maar er wordt niet naar de duurzaamheid gekeken. Ook is er bij de WAO al een uitkering mogelijk vanaf 15% arbeidsongeschiktheid (UWV, 2012).

    Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)

    Indien een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, komt hij of zij in aanmerking voor een uitkering op basis van de regeling 'Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten' (IVA). Deze uitkering valt binnen de WIA. De kans op herstel is bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid minimaal en de werknemer kan hooguit 20% van het oude loon verdienen (UWV, 2012).

    Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

    Indien de werknemer ten minste 35% arbeidsongeschikt is of volledig arbeidsongeschikt is met kans op herstel komt de werknemer in aanmerking voor een uitkering ‘Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten’ (WGA), deze uitkering valt ook binnen de WIA (UWV, 2012).

    Werkloosheidswet (WW)

    Wanneer de werknemer een arbeidsbeperking heeft, maar minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus 65% verdiencapaciteit heeft, wordt de werkgever geacht de werknemer in dienst te houden en aangepaste arbeid aan te bieden. Als dat niet mogelijk is, dan kan de werknemer een beroep doen op de Werkloosheidswet (WW). Er is dan geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (UWV, 2012).

    Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ)

    Beroepsbeoefenaren zonder werkgever, zoals zelfstandigen en hun meewerkende echtgenoten, moeten zelf maatregelen nemen om de financiële gevolgen af te dekken van arbeidsongeschiktheid. Bij arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004 kunnen beroepsbeoefenaren zonder werkgever nog een beroep doen op de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ). De minimale arbeidsongeschiktheid dient dan 25% te zijn (UWV, 2012).

    Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong)

    Daarnaast bestaat een arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor meerderjarigen zonder arbeidsverleden (Wajong). Dit zijn personen bij wie de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voordat de persoon zich op de arbeidsmarkt kon begeven, voor het 17e jaar of tijdens de studie tot en met het 27e jaar. De minimale arbeidsongeschiktheid dient 25% te zijn.

    Sinds 2010 is de Wajong vernieuwd. Iedereen die vanaf dat moment een aanvraag Wajong doet en recht heeft op Wajong, kan in drie verschillende regelingen terecht komen. De uitkeringsregeling voor iedereen die blijvend geen arbeidsmogelijkheden heeft, de studieregeling voor degenen die ook recht hebben op een vorm van studiefinanciering en de werkregeling voor iedereen die nog enige arbeidsmogelijkheid heeft of van wie het in de toekomst nog te verwachten is (UWV, 2012).

  • Arbeidsongeschiktheidsklassen

    Overzicht van arbeidsongeschiktheidsklassen, overeenkomstige resterende verdiencapaciteit, de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen waar men een beroep op kan doen (+) of waarvoor men juist niet in aanmerking komt (-) en de minimale omvang van de bijbehorende uitkering.

    Arbeidsongeschiktheids-klassen

    Resterende verdiencapaciteit

    WIA-IVAa

    WIA-WGAa

    WAOb

    WAZc

     

    Wajong

    Omvang van de uitkering

    minder dan 15% arbeidsongeschikt

    meer dan 84%

    -

    -

    -

    -

    -

    Geen recht op uitkering

    van 15% tot 25% arbeidsongeschikt

    van 75% tot 85%

    -

    -

    +

    -

    -

    14% van de grondslag d

    van 25% tot 35% arbeidsongeschikt

    van 65% tot 75%

    -

    -

    +

    +

    +

    21% van de grondslag

    van 35% tot 45% arbeidsongeschikt

    van 55% tot 65%

    -

    +

    +

    +

    +

    28% van de grondslag

    van 45% tot 55% arbeidsongeschikt

    van 45% tot 55%

    -

    +

    +

    +

    +

    35% van de grondslag

    van 55% tot 65% arbeidsongeschikt

    van 35% tot 45%

    -

    +

    +

    +

    +

    42% van de grondslag

    van 65% tot 80% arbeidsongeschikt

    van 20% tot 35%

    -

    +

    +

    +

    +

    50% van de grondslag

    meer dan 80% arbeidsongeschikt

    minder dan 21%

    +

    +

    +

    +

    +

    75% van de grondslag (70% bij WGA)

     

    a. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vanaf 1 januari 2004 (de eerst mogelijke ingangsdatum na wachttijd van 104 weken is 29-12-2005.
    b. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 januari 2004.
    c. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004.
    d. De grondslag is gebaseerd op het genoten inkomen vóór de arbeidsongeschiktheid of op het minimumloon, bijvoorbeeld in het geval van jongeren zonder arbeidsverleden.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over ziekteverzuim

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Enquête Ziekteverzuim op CBS StatLine

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers in Nederland

    Enquête Ziekteverzuim

    Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers tussen de 15 en 75 jaar in Nederland

    NEA, Hooftman et al., 2017

    European Working Conditions Survey (EWCS)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers en zelfstandigen vanaf 15 jaar in Europa

    Eurofound

    ArboNed

    Prevalentie, aantal nieuwe gevallen van ziekteverzuim

    Werknemers in Nederland

    ArboNed
    HumanTotalCare

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Pleijers AJSF, Michiels JJM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2016: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2017. Bron
  • ArboNed

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van ziekteverzuim naar diagnosecategorie worden in VZinfo gegevens van ArboNed gebruikt. ArboNed is onderdeel van HumanTotalCare en is een grote Arbodienst die bijna 70.000 werkgevers en ruim één miljoen werknemers vertegenwoordigt uit, met name, het midden- en kleinbedrijf. Op 1 juli 2017 zaten er 1,1 miljoen werknemers in de datawarehouse van HumanTotalCare. 

    ArboNed verzamelt gegevens over ziekteverzuim in een zogenaamde datawarehouse. De werkgever voert elektronisch een ziekmelding in op de eerste verzuimdag met een uniek nummer, naam-adres-woonplaatsgegevens, leeftijd, geslacht en functie; die elektronische melding komt vervolgens in de datawarehouse. Bij volledig herstel voert de werkgever een herstelmelding in op de dag van werkhervatting; die melding komt vervolgens ook in de datawarehouse terecht. De datawarehouse bevat dus alleen de gegevens van mensen die verzuimen of in het verleden verzuimd hebben. Het verzuimpercentage wordt vervolgens berekend door het aantal verzuimde kalenderdagen te delen door het totaal van de kalenderdagen van de werknemers in het datawarehouse (werkbare dagen).  Uiterlijk op de 42e dag van het verzuim worden werknemers opgeroepen voor het spreekuur van de bedrijfsarts. In dit spreekuur wordt de diagnose gesteld en ingevoerd in de administratie. Vervolgens worden deze diagnoses bij het middellange of langdurig verzuim ook opgeslagen in de datawarehouse. Tenslotte worden deze diagnoses gegroepeerd naar klachten aan het bewegingsapparaat, psychische klachten en overige lichamelijke klachten (ArboNed).