Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ziekten in het RijksvaccinatieprogrammaCijfers & ContextMazelen

Cijfers & Context

2013-2014: 2.700 gevallen van mazelen gemeld

Regionaal & Internationaal

Sinds 2002 is de EU polio-vrij

Kosten

Preventie & Zorg

RVP beschermt tegen 12 infectieziekten

Wat is mazelen?

Mazelen is een zeer besmettelijk virusinfectie

De veroorzaker van mazelen is een luchtwegvirus (een morbillivirus) dat alleen bij mensen voorkomt. Het is een zeer besmettelijk virus, dat zich verspreidt via direct contact, via druppeltjes in de lucht, maar ook over grotere afstanden. Elk ziektegeval in een volledig vatbare populatie kan tot minstens tien nieuwe besmettingen leiden. Na besmetting volgt bijna altijd ziekte. Een patiënt is besmettelijk van 1-3 dagen voor tot 5 dagen na het optreden van huiduitslag. De periode tussen besmetting met het mazelenvirus en de eerste verschijnselen van de ziekte duurt over het algemeen 7-14 dagen. Tussen de besmetting en het ontstaan van huiduitslag zitten gemiddeld 14 dagen.
 

Meer informatie

Aantal meldingen van mazelen

Aantal meldingen van mazelen, 1976-2015

JaarMeldingen
19762512
19771812
1978133
197956
1980178
198177
198295
1983480
198482
198524
198690
1987227
19881520
1989124
199016
199160
1992582
1993381
1994351
1995116
199658
199721
19989
19992364
20001017
200117
20023
20034
200411
20053
20061
20079
2008110
200915
201015
201151
201210
20132688
2014134
20157

Toch mazelenepidemie in Nederland ondanks vaccinatie

In het jaar dat mazelen in het RVP werd opgenomen (1976), waren er nog 2.512 meldingen van mazelen. Sinds gevaccineerd wordt tegen mazelen worden jaarlijks enkele tientallen mazelengevallen gemeld. In de jaren 1999-2000 deed zich een mazelenepidemie voor met ruim 2.300 geïnfecteerden in 1999 en ruim 1.000 in 2000. In 2013 begon er opnieuw een mazelenepidemie. Tijdens deze epidemie van 2013-2014 werden er 2.700 gevallen gemeld en 181 kinderen met mazelen in het ziekenhuis opgenomen (Schurink-van't Klooster & de Melker, 2016).

Mazelenepidemie vooral onder ongevaccineerden

Verreweg de meeste van de geïnfecteerden bij een mazelenepidemie zijn niet gevaccineerd. Een zeer klein deel (rond de 7%) is wel gevaccineerd of jonger dan 14 maanden en dus te jong voor vaccinatie. Omdat mensen die niet gevaccineerd zijn uit religieuze overwegingen vaak in dezelfde streek wonen, zullen mazelenepidemieën ook in de toekomst blijven voorkomen. Voor andere ongevaccineerden geldt dat zij veelal verspreid wonen over het land. Daar komen epidemieën niet zo snel voor, omdat er sprake is van groepsimmuniteit door voldoende gevaccineerden.

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Schurink-van't Klooster TM, de Melker HE. The National Immunisation Programme in the Netherlands. Surveillance and developments in 2015-2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2016. Bron

Aantal sterfgevallen door mazelen

Aantal sterfgevallen door mazelen, 1905-2015

JaarSterfgevallen
19051182
19061400
19071477
19081576
1909968
19101176
19111243
19121163
19131196
19141277
1915945
19161279
1917642
19181179
19191360
1920625
1921660
1922344
1923761
1924260
1925602
1926889
19271019
1928641
1929359
1930502
1931408
1932300
1933174
1934292
1935193
1936132
1937111
1938302
193947
1940146
1941179
1942110
1943159
194477
194554
1946385
194720
1948119
194953
195065
1951192
195214
1953103
195446
195540
195636
195713
195842
195939
196029
196113
196226
196320
196430
196518
196616
19679
196819
19699
197015
19715
19729
19732
197413
19751
19761
19775
19782
19790
19801
19810
19820
19831
19840
19850
19860
19871
19882
19890
19900
19910
19920
19930
19940
19950
19960
19970
19981
19992
20000
20010
20020
20031
20040
20050
20060
20070
20080
20090
20100
20110
20120
20130
20140
20150
  • 2015 zijn voorlopige cijfers
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen

In Nederland nauwelijks nog sterfte door mazelen

In de jaren ’30 van de vorige eeuw varieerde de sterfte aan mazelen tussen 200-300 gevallen per jaar. Het aantal sterfgevallen werd steeds lager, uitgezonderd een uitschieter aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen vaccinatie werd ingevoerd in 1976 was de sterfte in Nederland al gedaald naar enkele tot enkele tientallen gevallen per jaar. Uit de doodsoorzakenstatistiek en de meldingen zijn in totaal elf sterfgevallen van mazelen bekend in de 35 jaar tussen 1981 en 2015. Een deel hiervan komt door een infectie opgelopen in het buitenland. Drie sterfgevallen traden op in de epidemie van 1999/2000. Er is ook een vierde sterfgeval gerelateerd aan de epidemie van 1999/2000. Het betreft een jongen van 17 jaar die overleed aan de zeldzame ziekte SSPE. Dit is een laat optredende complicatie van de mazelen die hij tijdens de epidemie van 1999/2000 als 4-jarige opliep (Hepp et al., 2015). Tijdens de epidemie in 2013/2014 is een 17-jarig meisje overleden aan de complicaties van mazelen.

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Hepp DH, van Dijk K, Stam CJ, van Oosten BW, Foncke EMJ. Progressieve cognitieve stoornissen bij een 17-jarige. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159(A8490). Bron

Verantwoording

Definities
  • Bof

    Symptomen van bof zijn koorts en zwellingen van de wangen

    Bof (ICD-10-codes) begint vaak met koorts. Vervolgens treedt een zwelling op van de oorspeekselklieren aan één kant van het hoofd. Na enkele dagen breidt de zwelling zich via de onderkaak uit en wordt dan meestal dubbelzijdig. Het oorlelletje krijgt hierbij soms een lichte kleur. Ook het weefsel rond de speekselklier kan opzwellen, zodat de patiënt een opgezet gezicht krijgt. De vergrote speekselklieren doen pijn bij het openen van de mond en vooral bij het eten van zuur voedsel. De zwelling neemt na ongeveer een week af en is binnen twee weken geheel verdwenen. Hierna is de patiënt meestal hersteld.

    Bof kan leiden tot verschillende ontstekingen

    Een complicatie die zich bij bof kan voordoen is ontsteking van de teelbal. Dat gebeurt voornamelijk na de puberteit bij 20 tot 30% van de mannen die de ziekte krijgen. Bij vrouwen komt ontsteking van de eierstokken voor en dat kan buikpijn veroorzaken. Nadelige gevolgen voor de vruchtbaarheid heeft dat zelden. Bij 5 op de 1.000 besmettingsgevallen ontstaat hersenvliesontsteking. Deze complicaties hebben meestal een goede afloop. Sporadisch is sprake van ontsteking van de alvleesklier, hersenweefselontsteking, chronische ontstekingvan de schildklier, reuma, ontsteking van de hartspier en doofheid.

  • Difterie

    Symptomen difterie variëren van keelpijn tot verlamming

    Difterie begint over het algemeen met keelpijn en koorts (ICD-10-codes). Het meest kenmerkend is een taai, grijs beslag op de keelamandelen en in de keelholte. Soms is de hals sterk opgezwollen. Vooral bij infecties in de luchtpijp kunnen benauwdheid en verstikking optreden. Soms is er alleen een neusinfectie. Bij 10 tot 25% van de patiënten ontstaan er hartproblemen, doordat het gif van de bacterie de hartspier aantast. Het zenuwstelsel kan ook beschadigd raken, waardoor verlamming optreedt. Dit treedt vooral op bij mensen met heftige ziekteverschijnselen. Mogelijke gevolgen zijn slikproblemen met risico op ernstig verslikken, aantasting van de aangezichtszenuwen met als gevolg scheelzien en vermindering van gezichtsscherpte. Later kan spierzwakte van de ledematen optreden. Vroeger ging 5 tot 10% van de difteriepatiënten dood, met de hoogste percentages bij de heel jonge en heel oude mensen. De andere patiënten herstelden langzaam, maar dat duurde maanden en soms meer dan een jaar. Ook nu nog kan difterie een dodelijke ziekte zijn.

  • Hib

    Soms veroorzaakt Hib-bacterie ernstige infectie

    Zo nu en dan dringt de Hib-bacterie verder het lichaam binnen en veroorzaakt een ernstige infectie. De eerste verschijnselen daarvan zijn hoge koorts, hoofdpijn, braken en bleekheid. Er kan een longontsteking optreden of een ontsteking van het strotklepje. Dat is levensbedreigend, omdat de luchtpijp afgesloten kan raken.

    Hib-ziekten vooral gevreesd door hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging

    Hib-infecties zijn het meest gevreesd vanwege hersenvliesontsteking (meningitis) en bloedvergiftiging (sepsis). Een eerste verschijnsel daarvan is nekstijfheid. Alarmsymptomen zijn huidbloedinkjes die niet zijn weg te drukken. De ziekte kan snel verlopen. Een patiënt kan in enkele uren tot een dag doodziek zijn en binnen een paar dagen zelfs overlijden. Soms leidt Hib tot massale bloedvatverstoppingen met huidbloedingen en weefselschade tot gevolg. Kinderen kunnen in coma raken of epileptische aanvallen krijgen. In ongeveer 10% van de gevallen richt de ziekte blijvende schade aan, zoals gehoorverlies, psychische en leerstoornissen of epilepsie. Van de kinderen met een ernstige Hib-infectie overlijdt 5 tot 10%.

  • HPV

    Humaan papillomavirus (HPV)

    De meeste infecties met HPV gaan vanzelf weer over. Vaak merk je niets van een besmetting met HPV. Mogelijke klachten zijn bloedingen tijdens/na seksueel contact en pijn en/of branderig gevoel in de vagina. Daarnaast kan HPV genitale wratten en kanker veroorzaken.

    Genitale wratten

    Genitale wratten worden voornamelijk veroorzaakt door de laag-risico HPV. De eerste verschijnselen zijn jeuk en irritatie bij de geslachtsorganen. Soms ontstaat er maar één wratje, maar bij andere personen ontstaan er veel wratten in een korte tijd. De kans dat wratten na behandeling terugkomen is groot.

    Kanker

    Twaalf hoog-risico varianten van HPV kunnen kanker veroorzaken. De meest voorkomende vorm van kanker die door HPV wordt veroorzaakt is baarmoederhalskanker. Andere vormen zijn kanker in vagina, schaamlippen, anus, aan de penis, in de mondholte, in een gedeelte van de keel en in de slokdarm. Het virus verdwijnt bijna altijd binnen anderhalf jaar vanzelf weer uit het lichaam. Soms blijft het virus langer in het lichaam en kan dan kanker veroorzaken. Tussen besmetting met HPV en het ontstaan van kanker zit meestal 15 jaar of meer.

  • Kinkhoest

    Verkoudheid eerste symptoom

    In eerste instantie lijkt kinkhoest (ICD-10-codes) vaak op een verkoudheid. Soms is er sprake van koorts. Na 1-2 weken ontstaan de typische kinkhoestklachten: aanvallen van heftig en langdurig hoesten met een harde droge hoest, waarbij taai slijm wordt opgegeven, en een piepende, gierende ademhaling. Benauwdheid en blauw aanlopen kunnen het gevolg zijn. Soms braakt de patiënt. De hoestaanvallen kunnen weken aanhouden. Daarna gaan ze over in een losse hoest die nog maanden kan voortduren. Door de vele hoestbuien raakt de patiënt uitgeput.

    Longontsteking veel voorkomende complicatie

    Kinkhoest heeft diverse complicaties, waaronder middenoorontsteking en neusbloedingen. Bij meer dan 20% van de gevallen van kinkhoest treedt longontsteking op, bij 3% koortsstuipen en bij 1% hersenweefselontsteking. Ook kan kinkhoest leiden tot een klaplong en blijvende beschadiging van het longweefsel. Vooral bij jonge kinderen verloopt de ziekte vaak ernstig en voor baby’s kan de ziekte dodelijk zijn. Kinkhoest kan behandeld worden met antibiotica, maar dit is alleen zinvol als gestart wordt in een vroeg stadium. De kuur verkort alleen de besmettelijkheid, maar heeft geen invloed op de ernst en duur van de ziekte.

  • Mazelen

    Personen met mazelen meestal erg ziek

    Mazelen (ICD-10-codes) begint met hoge koorts, hoesten, verkoudheid en rode ogen. In het vroege stadium kunnen vlekjes aan de binnenkant van de wangen verschijnen. Deze vlekjes zijn wit met een rode stip. Na het begin stijgt de koorts verder. Personen met mazelen zijn meestal behoorlijk ziek. Binnen enkele dagen verschijnt een huiduitslag in gezicht, nek en hals. De koorts kan een tweede keer hoog oplopen. De uitslag zakt geleidelijk af naar het onderlichaam. Eerst zijn het grote en kleine vlekken. Die vervloeien daarna tot een vrijwel egale roodheid.

    Mazelen kan gepaard gaan met ernstige complicaties

    Bij mazelen kunnen zich ernstige complicaties voordoen, zoals oorontsteking met soms blijvende doofheid of een levensbedreigende longontsteking. Deze laatste wordt dan veroorzaakt door het mazelenvirus zelf, al dan niet met daarbovenop een bacteriële infectie. Zo’n combinatie komt in circa 10% van de gevallen voor. Een andere gevreesde complicatie is de acute hersenontsteking met vaak blijvende hersenschade. Dit gebeurt bij circa 1 op de 1.000 ziektegevallen. Bij 1-2 per gemelde 1.000 gevallen van mazelen is sprake van een dodelijke afloop. Het zeldzame SSPE (subacute scleroserende panencefalitis) wordt veroorzaakt door een langzaam voortschrijdende mazelenvirusinfectie van de hersenen. Jaren na een ogenschijnlijk normaal verlopen mazelenvirusinfectie ontstaan toenemende gedragsafwijkingen. De patiënt raakt in een vegetatieve toestand en overlijdt na maanden tot jaren.

  • Meningokokken C

    Meningokokken C-bacteriën nestelen zich in bloedbaan

    De Meningokokken C-bacteriën (ICD-10-codes) kunnen zich nestelen in de bloedbaan en in de hersenvliezen, huid, gewrichten en longen. De ziekte leidt in 20 tot 30% van de gevallen tot complicaties met ernstige blijvende verschijnselen, zoals doofheid, motorische problemen en leer- en gedragsproblemen. Deze verschijnselen komen soms pas op de lange duur aan het licht. Meningokokken zijn gevoelig voor antibiotica, maar de ziekte verergert zo snel dat een antibioticumkuur vrijwel altijd achter de feiten aanloopt.

    Meningokokken C-infectie kan in korte tijd dodelijk zijn

    Meningokokken-infectie is een verraderlijke ziekte door het snelle verloop ervan. De eerste verschijnselen zijn vaak verkoudheid, hangerigheid en een grieperig gevoel. Na het opkomen van de eerste verschijnselen verergert de ziekte snel, met hoge koorts. Een signaal dat duidelijk op ernstige ziekte wijst is nekstijfheid, dit is een symptoom van hersenvliesontsteking. Heel jonge kinderen kunnen luierpijn krijgen. Ze huilen dan heftig bij het verschonen. Een ander alarmsignaal zijn huidbloedinkjes die niet weg te drukken zijn. Dit kan duiden op bloedvergiftiging (sepsis). Daarnaast kunnen stollingen in de bloedsomloop optreden, met als gevolg shock en bijnierbloedingen. Dit staat bekend als het syndroom van Waterhouse-Friderichsen en kan in zes tot twaalf uur dodelijk zijn. Van alle meningokokkeninfecties heeft 10 tot 20% een dodelijke afloop.

  • Polio

    Poliovirus verspreidt zich op vele manieren

    De eerste symptomen manifesteren zich gemiddeld 7-14 dagen na de besmetting (ICD-10-codes). De exacte tijd tussen besmetting en uitbreken van polio is moeilijk vast te stellen, omdat zelden duidelijk is wanneer besmetting plaatsvond. Het poliovirus verspreidt zich vanuit de keelholte naar de darmen. De besmettelijkheid is het grootst kort voor en na het begin van ziekteverschijnselen. Directe besmetting verloopt van ontlasting naar mond, veelal door minder goede hygiënische omstandigheden. Verder vindt verspreiding plaats via druppeltjes door de lucht, bijvoorbeeld bij hoesten, niezen, praten, schreeuwen of zingen.

    In de meeste gevallen verloopt polio zonder symptomen

    Meestal (90-95%) verloopt de infectie met poliovirus ongemerkt. Bij ongeveer 4-8% van de infecties treden alleen lichte, griepachtige verschijnselen op. Die kunnen zich uiten in moeheid, hangerigheid en soms temperatuurverhoging, pijnlijke keel, neusverkoudheid of lichte hoofdpijn. Ook maagdarmklachten komen vaak voor. Binnen enkele dagen is dat meestal weer voorbij.

    Bij 0,5-1% van de infecties treden verlammingsverschijnselen op

    Bij 1-2% van de infecties kunnen vrij plotseling symptomen van hersenvliesontsteking, nekstijfheid, braken, hoofdpijn, koorts en pijn in rug en ledematen ontstaan. Ook dit kan spontaan genezen, maar regelmatig (0,5-1% van de infecties) treden er vervolgens verlammingsverschijnselen op. Dit gebeurt gemiddeld in de periode van 11-17 dagen na besmetting. De verlammingen ontstaan plotseling en zijn meestal binnen 2-3 dagen op hun maximum. Er is dan sprake van een slappe verlamming, vaak van de benen, die zich asymmetrisch verspreidt. In 5-35% van de verlammingen tast de infectie ook de hersenzenuwen aan. De verschijnselen zijn dan vaak zeer ernstig: slik- en ademhalingsmoeilijkheden, waardoor kunstmatige beademing noodzakelijk kan zijn. De aangetaste zenuwcellen herstellen niet. Gedeeltelijk of geheel herstel kan plaatsvinden als andere spiergroepen de functie van de verlamde spieren overnemen. Ademhalingsverlammingen komen vooral voor bij mensen ouder dan 25 jaar.

    Jeugdpolio kan terugkomen (post polio syndroom)

    Bij 20 tot 30% van de mensen die in hun jeugd verlammingen kregen door polio ontwikkelen zich opnieuw spierzwakte, pijn, atrofie en vermoeidheid. Dat gebeurt dan meestal 25-35 jaar na de oorspronkelijke acute ziekte.

  • Pneumokokken

    Pneumokok kan leiden tot sepsis en hersenvliesontsteking

    In ongeveer 20% van de patiënten met longontsteking dringt de bacterie (ICD-10-codes) door in de bloedbaan en veroorzaakt daar een levensbedreigende ziekte als sepsis. In sommige gevallen kan de pneumokok het lichaam verder binnendringen, in het zenuwstelsel terechtkomen en dan hersenvliesontsteking veroorzaken. Dit is een zeer gevaarlijke aandoening die ook veroorzaakt kan worden door andere verwekkers zoals Haemophilus influenzae type b (Hib) en door meningokokken. Hersenvliesontsteking veroorzaakt door pneumokokken verloopt meestal ernstiger dan bij meningokokken en ongeveer 15-20% van de patiënten overlijdt aan deze aandoening. Nog eens 15% van de patiënten krijgt te maken ernstige restverschijnselen als gehoorstoornissen en neurologische afwijkingen. Ernstige invasieve pneumokokkenziekte, zoals hersenvliesontsteking, komt vooral bij jonge kinderen voor.

    Ernst van ziekte hangt sterk af van type pneumokok

    Er zijn ongeveer negentig verschillende groepen pneumokokken bekend. Deze groepen worden serotypen genoemd. Niet alle serotypen komen even vaak voor en sommige serotypen zijn meer geassocieerd met ernstige ziekte dan andere.

  • Rodehond

    Helft van de patiënten krijgt huiduitslag

    In de helft van de gevallen verloopt een rodehondvirusinfectie niet zichtbaar (ICD-10-codes). Bij de andere helft verschijnt een huiduitslag. Deze begint in het gezicht en verspreidt zich dan snel naar het bovenlijf en binnen ongeveer 2 dagen ook naar armen en benen. Het is een rozerode uitslag, die eerst bestaat uit duidelijke vlekjes. Later kunnen die, vooral in het gezicht, samenvloeien. Oudere kinderen en volwassenen krijgen vaak enkele dagen voor de huiduitslag last van hangerigheid, verhoging en gevoelige opgezette lymfeklieren achter het oor en in de nek. Bij oudere meisjes en vrouwen kunnen ook gewrichtsklachten optreden.

    In zeldzame gevallen complicaties

    Rodehond geeft in zeldzame gevallen complicaties, zoals een tekort aan bloedplaatjes of hersenontsteking. Een vaker voorkomende complicatie is gewrichtspijn of soms ontsteking van vingers, polsen of knieën. Deze klachten verdwijnen meestal binnen een maand spontaan, maar kunnen soms langer aanhouden.

    Rodehond vooral gevaarlijk vroeg in zwangerschap

    Personen, die om bijvoorbeeld religieuze of levensbeschouwelijke overwegingen niet zijn gevaccineerd, hebben een verhoogd risico op rodehond. Als een vrouw tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap rodehond doormaakt, loopt de ongeboren vrucht een groot risico op aangeboren aandoeningen. Dit wordt het congenitaal rubella syndroom (CRS) genoemd. De aandoeningen kunnen zijn: hart- en oogafwijkingen, slechthorendheid en doofheid, groeiachterstand, tekort aan bloedplaatjes, lever- of miltvergroting, aandoeningen van het centraal zenuwstelsel, botafwijkingen, afwijkingen aan urinewegen en paarse bloedingen in de huid. Hoe vroeger de besmetting tijdens de zwangerschap, hoe ernstiger doorgaans de orgaanbeschadigingen. Rodehond tijdens de zwangerschap kan ook leiden tot een miskraam.

  • Tetanus

    Zonder behandeling is tetanus altijd dodelijk

    Het gif van de tetanusbacterie (ICD-10-codes) kan snel het spier- en zenuwstelsel aantasten. De kaakkrampen doen veel pijn en treden op bij de kleinste prikkeling, zoals bij slikken. Patiënten kunnen als een kromme hoepel achterover in bed liggen. Ook ademhalen wordt moeilijk of zelfs onmogelijk. Ze kunnen alleen overleven met beademing en onder narcose, dat soms gedurende vele maanden nodig is. Soms overlijden mensen aan de complicaties, zoals longontsteking, bloedstolsels en embolie. Bij een goede behandeling ligt de sterfte in Nederland rond de 20%. Zonder behandeling is tetanus altijd dodelijk. Patiënten die de ziekte overleven houden over het algemeen geen restverschijnselen over. 

Bronverantwoording
  • Bof

    Sinds 1987 is bofvaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) opgenomen als onderdeel van het bmr-vaccin. Bof was in de periode van 1999 tot 2008 niet meldingsplichtig. In 2009 is de meldingsplicht echter hervat.

    ICD-10 Beschrijving
    B26.0 Boforchitis
    B26.1 Bofmeningitis
    B26.2 Bofencefalitis
    B26.3 Bofpancreatitis
    B26.8 Bof met overige gespecificeerde complicaties
    B26.9 Bof zonder complicaties

     

  • Difterie

    Sinds 1952/1953 is het vaccin tegen difterie in Nederland beschikbaar. In 1957 werd de difterievaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) opgenomen als onderdeel van het dtp-vaccin. Difterie is meldingsplichtig.

    ICD-10

    Beschrijving

    A36.0

    Faryngeale difterie: difterie met keelinfectie

    A36.1

    Nasofaryngeale difterie: difterie met neus-keelinfectie

    A36.2

    Laryngeale difterie: difterie met ontsteking in luchtpijp/strottehoofd

    A36.3

    Huiddifterie

    A36.8

    Overige gespecificeerde vormen van difterie

    A36.9

    Difterie, niet gespecificeerd

  • Hib

    Sinds 1993 wordt tegen Hib-ziekten gevaccineerd in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als onderdeel van het dktp-Hib-HepB vaccin. Invasieve Hib-infectie is meldingsplichtig.

  • HPV

    Vaccinatie tegen HPV is sinds 2009 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor 12-jarige meisjes.

    ICD-10

    Beschrijving

    C01

    maligne neoplasma van tongbasis

    C02

    maligne neoplasma van overige en niet-gespecificeerde delen van tong

    C03

    maligne neoplasma van tandvlees

    C04

    maligne neoplasma van mondbodem

    C05

    maligne neoplasma van gehemelte

    C06

    maligne neoplasma van overige en niet-gespecificeerde delen van mond

    C09

    maligne neoplasma van tonsil

    C10

    maligne neoplasma van orofarynx

    C11

    maligne neoplasma van nasofarynx

    C12

    maligne neoplasma van sinus piriformis

    C13

    maligne neoplasma van hypofarynx

    C14

    maligne neoplasma van overige en slecht omschreven lokalisaties van lip, mond- en keelholte

    C21

    maligne neoplasma van anus en anaal kanaal

    C51

    maligne neoplasma van vulva

    C52

    maligne neoplasma van vagina

    C53

    maligne neoplasma van cervix uteri

    C60

    maligne neoplasma van penis

  • Kinkhoest

    In 1957 is de kinkhoestvaccinatie opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als onderdeel van het dktp-vaccin. Het kinkhoestvaccin is in de loop van de jaren aangepast. Kinkhoest is meldingsplichtig.

    ICD-10

    Beschrijving

    A37.0

    Kinkhoest door Bordetella pertussis

    A37.1

    Kinkhoest door Bordetella parapertussis

    A37.8

    Kinkhoest door overige gespecificeerde Bordetella species

    A37.9

    Kinkhoest, niet gespecificeerd

  • Mazelen

    Sinds 1976 zit mazelenvaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als onderdeel van het bmr-vaccin. Mazelen is een meldingsplichtige infectieziekte.

    ICD-10

    Beschrijving

    B05.0

    Mazelen gecompliceerd door encefalitis

    B05.1

    Mazelen gecompliceerd door meningitis

    B05.2

    Mazelen gecompliceerd door pneumonie

    B05.3

    Mazelen gecompliceerd door otitis media

    B05.4

    Mazelen met intestinale complicaties

    B05.8

    Mazelen met overige complicaties

    B05.9

    Mazelen zonder complicatie

  • Meningokokken

    Vaccinatie tegen meningokokken C maakt sinds september 2002 deel uit van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Kort daarvoor is medio 2002 een eenmalige landelijke vaccinatiecampagne uitgevoerd om kinderen tussen 1-18 jaar te vaccineren tegen meningokokken C. Een meningokokkenziekte C is een meldingsplichtige infectieziekte.

    ICD-10

    Beschrijving

    A39.0

    Meningitis door meningokokken

    A39.1

    Syndroom van Waterhouse-Friderichsen

    A39.2

    Acute meningokokkemie

     

  • Polio

    Sinds 1957 zit poliovaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als onderdeel van het dktp-vaccin. Polio is meldingsplichtig. 

    ICD-10

    Beschrijving

    A80.0

    Acute paralytische poliomyelitis, samenhangend met vaccin

    A80.1

    Acute paralytische poliomyelitis, geïmporteerd natuurlijk virus

    A80.2

    Acute paralytische poliomyelitis, inheems natuurlijk virus

    A80.3

    Acute paralytische poliomyelitis, overig en niet gespecificeerd

    A80.4

    Acute niet-paralytische poliomyelitis

    A80.9

    Acute poliomyelitis, niet gespecificeerd

  • Rodehond

    Sinds 1974 worden meisjes gevaccineerd tegen rodehond en sinds 1987 meisjes én jongens; dit om circulatie van het rodehondvirus tegen te gaan. Vaccinatie tegen rodehond in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) maakt deel uit van het bmr-vaccin. Een rodehondvirusinfectie is meldingsplichtig.

    ICD-10

    Beschrijving

    B06.0

    Rubella met neurologische complicaties

    B06.8

    Rubella met overige complicaties artritis-pneumonie

    B06.9

    Rubella zonder complicaties

    P35.0

    Congenitaal rubella syndroom (CRS)

  • Tetanus

    Sinds 1957 is de tetanusvaccinatie opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als onderdeel van het dktp-vaccin. Infectie met tetanus is meldingsplichtig. In de periode van 1999 tot 2008 is de meldingsplicht onderbroken geweest.

    ICD-10

    Beschrijving

    A35

    Tetanus

    A33

    Tetanus neonatorum

    A34

    Obstetrische tetanus

  • Pneumokokken

    Sinds 2006 is vaccinatie tegen pneumokokken opgenomen in het Rijksvaccinatie programma (RVP) om ernstige pneumokokkenziekte te voorkomen. Kinderen geboren vanaf 1 april 2006 worden, als onderdeel van het RVP, tegen pneumokokkeninfecties gevaccineerd met een vaccin dat beschermd tegen 7 serotypen. Dit vaccin is vervangen door een vaccin dat tegen 10 serotypen beschermd voor kinderen geboren vanaf 1 maart 2011. Kinderen krijgen drie keer een vaccinatie tegen pneumokokken; de prik tegen pneumokokken wordt tegelijk gegeven met de inenting tegen dktp-Hib-HepB op de leeftijd van 2, 4 en 11 maanden. Invasieve pneumokokkenziekte is een meldingsplichtige infectieziekte voor kinderen tot en met vijf jaar. Daarnaast rapporteren negen laboratoria, die samen 25% van de Nederlandse bevolking dekken, vrijwillig invasieve pneumokokkenziekte in alle leeftijdscategorieën aan het Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis (NRBM).

    ICD-10

    Beschrijving

    J13

    Pneumonia

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Effecten van Rijksvaccinatieprogramma

    RVP-ziekten

    Jaarlijks aantal ziektegevallen in periode voor invoering van vaccinatie

    Aantal meldingen in 2015

    Difterie

    3.000

    1

    Kinkhoest

    150.000

    6.555

    Tetanus

    25

    1

    Polio

    2.200

    0

    Rodehond

    180.000

    1

    Mazelen

    200.000

    7

    Bof

    190.000

    87

    Haemophilus influenzae type b

    300

    34

    Meningokokken C ziekte

    250

    8

    Pneumokokkenziekte (10 vaccintypen)

    1.600

    548

    Human papillomavirus (baarmoederhalskanker)

    700

    715

    Hepatitis B (acuut)

    500

    105

    Bronnen: Osiris, NRBM; CBS, Nederlandse KankerregistratieRümke & Visser, 2004Burgmeijer et al., 2013Van Wijhe et al., 2016

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NRBM, Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis. zorggegevens.nl
    2. Nederlandse Kankerregistratie, NKR. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Rümke HC, Visser HKA. Vaccinaties op de kinderleeftijd anno 2004. I. Effectiviteit en acceptatie van het Rijksvaccinatieprogramma. Ned Tijdschr Geneeskd. . 2004;148:356-63. Bron
    2. Burgmeijer RJF, Hoppenbrouwers K, van Gompel F. Handboek vaccinaties. Infectieziekten en vaccinaties. 2e herz. ed. Assen: Koninklijke Van Gorcum; 2013. Bron
    3. Van Wijhe M, McDonald SA, de Melker HE, Postma MJ, Wallinga J. Effect of vaccination programmes on mortality burden among children and young adults in the Netherlands during the 20th century: a historical analysis. Lancet Infect Dis. 2016;16(5):592-598. Bron | DOI