Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ziekte van ParkinsonRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Meer mannen dan vrouwen met parkinsonisme

Regionaal & Internationaal

Regionale verschillen sterfte ziekten zenuwstelsel

Kosten

Uitgaven aan zorg 204 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

1.720 ziekenhuisopnamen voor parkinsonisme

Internationale vergelijkingen ziekte van Parkinson

Internationale vergelijking van prevalentie en incidentie is lastig

Drie studies waarin gegevens over de prevalentie en incidentie van Parkinson in verschillende landen zijn verzameld, concluderen dat de vergelijkbaarheid beperkt is (Muangpaisan et al., 2009; Wirdefeldt et al., 2011; von Campenhausen et al., 2005). In een overzicht van Europese studies varieerde de prevalentie van 65,6 per 100.000 tot 12.500 per 100.000; en de incidentie van 5 per 100.000 tot 346 per 100.000. De prevalentie onder personen van 60 jaar en ouder varieerde van 1.280 tot 1.500 per 100.000 (von Campenhausen et al., 2005). De prevalentie in Nederland bedroeg 1.400 per 100.000 en was gebaseerd op gegevens van het ERGO-bevolkingsonderzoek onder personen van 55 jaar en ouder (de Rijk et al., 1995). De auteurs concludeerden dat de variatie tussen studies mogelijk komt door omgevings- en genetische factoren, maar het kan ook komen door verschillen in methoden en leeftijdsverdeling van de bevolking (von Campenhausen et al., 2005).

Europese studie laat geen grote verschillen in prevalentie zien

In de zogeheten Europarkinson-studie, waarbij de methodologie en diagnosecriteria gelijk waren, bleken er geen significante verschillen in prevalentie tussen de deelnemende landen. In het kader van deze studie zijn de prevalenties van vijf epidemiologische bevolkingsonderzoeken met elkaar vergeleken. Deze studies zijn verricht in Nederland, Frankrijk, Spanje (tweemaal) en Italië. Alleen in Frankrijk was de prevalentie iets lager. De lagere prevalentie in Frankrijk wordt mogelijk verklaard door verschillen in diagnosecriteria en screeningsprocedures (de Rijk et al., 1997, de Rijk et al., 1997).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. ERGO, Erasmus Rotterdam Gezondheidsonderzoek (of Rotterdam Study). zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Muangpaisan W, Hori H, Brayne C. Systematic review of the prevalence and incidence of Parkinson's disease in Asia. J Epidemiol. 2009;19(6):281-93. Pubmed
  2. Wirdefeldt K, Adami H-O, Cole P, Trichopoulos D, Mandel J. Epidemiology and etiology of Parkinson's disease: a review of the evidence. Eur J Epidemiol. 2011;26 Suppl 1:S1-58. Pubmed | DOI
  3. von Campenhausen S, Bornschein B, Wick R, Bötzel K, Sampaio C, Poewe W, et al. Prevalence and incidence of Parkinson's disease in Europe. Eur Neuropsychopharmacol. 2005;15(4):473-90. Pubmed | DOI
  4. de Rijk MC, Breteler MMB, Graveland GA, Ott A, Grobbee DE, van der Meché FG, et al. Prevalence of Parkinson's disease in the elderly: the Rotterdam Study. Neurology. 1995;45(12):2143-6. Pubmed
  5. de Rijk MC, Rocca WA, Anderson DW, Melcon MO, Breteler MMB, Maraganore DM. A population perspective on diagnostic criteria for Parkinson's disease. Neurology. 1997;48(5):1277-81. Pubmed
  6. de Rijk MC, Tzourio C, Breteler MMB, Dartigues JF, Amaducci LA, Lopez-Pousa S, et al. Prevalence of parkinsonism and Parkinson's disease in Europe: the EUROPARKINSON Collaborative Study. European Community Concerted Action on the Epidemiology of Parkinson's disease. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 1997;62(1):10-5. Pubmed

Verantwoording

Definities
  • Ziekte van Parkinson

    Bij de ziekte van Parkinson vindt er een progressief verlies plaats van zenuwcellen in de substantia nigra die de neurotransmitter dopamine produceren. Het tekort aan dopamine leidt tot kenmerkende motorische symptomen, waaronder beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans. Vroeger of later in het ziekteverloop kunnen autonome functiestoornissen (zoals obstipatie en incontinentie) en psychische stoornissen (zoals stemmings- en angststoornissen en dementie) optreden. Van genezing van de ziekte van Parkinson is geen sprake.

    Ziekte van Parkinson is een primair parkinsonisme

    Er zijn primaire en secundaire parkinsonismen. Primaire parkinsonismen worden veroorzaakt door een neurodegeneratieve aandoening. Vormen zijn:

    • De ziekte van Parkinson, onder te verdelen in de familiaire (zeldzaam in Nederland) of idiopathische vorm van de ziekte van Parkinson.
    • Atypische primaire parkinsonismen, die een gevolg zijn van andere (neurodegeneratieve) aandoeningen van de hersenen; bijvoorbeeld multipele systeem atrofie (MSA) en progressieve supranucleaire parese (PSP).

    De behandelingsmogelijkheden, het beloop en de levensverwachting van de ziekte van Parkinson zijn duidelijk beter dan voor atypische parkinsonismen (Bloem et al., 2010; Wolters & van Laar, 2003).

    Bij secundair parkinsonisme gaat het vooral om parkinsonisme door een externe oorzaak; bijvoorbeeld medicamenteus, toxinen, infectieus, metabool en structureel.

    Diagnostiek gebaseerd op klinisch beeld

    De diagnose ziekte van Parkinson wordt gesteld op basis van het klinische beeld. Belangrijke waarnemingen zijn een eenzijdig begin van het beven en de bewegingsvertraging, een ontbreken van andere neurologische symptomen en een gunstige reactie op een proefbehandeling met het middel L-dopa. L-dopa is een tussenproduct in de aanmaak van dopamine in het lichaam. Kernsymptomen zijn beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans.

    Behandeling gericht op symptoombestrijding

    De behandeling van de ziekte van Parkinson is nog niet gericht op genezing (curatief), maar op symptoombestrijding. Sinds 1967 staat het geneesmiddel L-dopa daarin centraal. De afgelopen decennia zijn verschillende dopamineagonisten (geneesmiddelen die de werking van dopamine bevorderen) geïntroduceerd. De dopaminerge therapie heeft tot een verbetering van de levensverwachting en de kwaliteit van leven geleid. De levensverwachting is echter nog wel korter dan die van de algemene bevolking (Beyer et al., 2001; Fall et al., 2003). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bloem BR, van Laar T, Keus SHJ, de Beer H, Buskens E, Aarden W. Multidisciplinaire richtlijn ziekte van Parkinson. Alphen a/d Rijn: Van Zuiden Communications; 2010. Bron
    2. Wolters ECH, van Laar T. Bewegingsstoornissen. Amsterdam: VU Uitgeverij; 2003. GoogleScholar
    3. Beyer MK, Herlofson K, Arsland D, Larsen JP. Causes of death in a community-based study of Parkinson's disease. Acta Neurol Scand. 2001;103(1):7-11. Pubmed
    4. Fall P-A, Saleh A, Fredrickson M, Olsson J-E, Granérus A-K. Survival time, mortality, and cause of death in elderly patients with Parkinson's disease: a 9-year follow-up. Mov Disord. 2003;18(11):1312-6. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over ziekte van Parkinson

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met ziekte van Parkinson hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor ziekte van Parkinson

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.