Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ziekte van ParkinsonCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

49.400 patiënten met parkinsonisme

Regionaal & Internationaal

Regionale verschillen sterfte ziekten zenuwstelsel

Kosten

Kosten van zorg 267 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Aantal klinische opnamen en opnameduur afgenomen

Trend in prevalentie ziekte van Parkinson

Prevalentie parkinsonisme, 1990-2015

RNH-Limburg (m)RNH-Limburg (v)FaMe-net (m)FaMe-net (v)
1991100100100100
19929610194105
1993941028498
1994891027293
1995841046985
1996801046580
1997771036475
199869986370
199967965764
200067935062
200169904065
200271853872
200373853773
200472874171
200571864570
200671845170
200782805166
200894795161
2009107815159
2010114855357
2011119895354
2012124885452
2013124865852
2014121866150
  • De indexcijfers zijn gebaseerd op 3-jaars voortschrijdende gemiddelden
  • ​Gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking in 2010
  • Geïndexeerd (1991 is 100)
  • ICPC-1-code N87

Geen duidelijke trend in aantal mensen met parkinsonisme

In de periode 1990-2015 is er geen duidelijke trend zichtbaar in het aantal mensen met parkinsonisme (inclusief de ziekte van Parkinson). Beide registraties (FaMe-net, RNH-Limburg) geven geen eenduidig beeld. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
  2. RNH, Registratienet Huisartspraktijken Limburg / Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. zorggegevens.nl

Trend in aantal nieuwe gevallen ziekte van Parkinson

Aantal nieuwe gevallen parkinsonisme, 1990-2015

MannenVrouwen
1991100100
19928182
19936489
19945264
19956858
19966461
19978373
19986160
19996655
20006852
20018253
20028643
20037356
20045976
20056068
20066664
200710656
200812064
200913567
201010972
201111777
201210872
201310780
20148568

Bron: RNH-Limburg

  • De indexcijfers zijn gebaseerd op 3-jaars voortschrijdende gemiddelden
  • ​Gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking in 2010
  • Geïndexeerd (1991 is 100)
  • ICPC-1-code N87

Geen duidelijke trend in aantal nieuwe gevallen Parkinson

Er is geen duidelijke trend zichtbaar in het aantal nieuwe gevallen voor parkinsonisme  (inclusief ziekte van Parkinson). Het aantal nieuwe gevallen schommelt tussen 1990 en 2015 in de RNH-Limburg registratie. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).

Meer informatie

 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. RNH, Registratienet Huisartspraktijken Limburg / Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. zorggegevens.nl

Trend in sterfte aan ziekte van Parkinson

Sterfte ziekte van Parkinson 1996-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
1996100100376435
1997111102425449
1998104103401457
1999118103465469
20009086364391
20019794397438
2002114111478525
2003130114557541
2004114104505503
2005115102518506
2006122101572503
200711391545468
200812398616511
200912895666504
2010120100647544
2011126103707569
2012130111761624
2013134109806628
2014128107804624
2015142113924664
20161541291.039771
20171621261.134774

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes G20-G22
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1996 = 100)
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte aan ziekte van Parkinson licht gestegen

De sterfte aan de de ziekte van Parkinson en andere vormen van parkinsonisme is in de periode 1996-2017 licht gestegen. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Over een langere periode bezien, is de sterfte rond 1975 gedaald. Dit zou te danken zijn aan een langere overleving door introductie van het geneesmiddel L-dopa. In de periode 1977-1990 is de sterfte echter gestegen. Deze stijging wordt toegeschreven aan de toenemende medische belangstelling voor het ziektebeeld en aan het overlijden van de eerste groep patiënten die behandeld werd met L-dopa (uitgestelde sterfte).
Ook de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is in de periode 1996-2017 gestegen, voor mannen van 376 in 1996 naar 1.134 in 2017 en voor vrouwen van 435 in 1996 naar 774 in 2017.

Meer informatie

Toekomstige trend ziekte van Parkinson door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met ziekte van Parkinson door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met de ziekte van Parkinson (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 71% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 79% voor mannen en 61% voor vrouwen. Omdat de ziekte van Parkinson een ziekte is die vooral bij ouderen voorkomt, leidt vergrijzing van de bevolking tot een toename van het aantal mensen met deze ziekte. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van de ziekte van Parkinson beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Ziekte van Parkinson

    Bij de ziekte van Parkinson vindt er een progressief verlies plaats van zenuwcellen in de substantia nigra die de neurotransmitter dopamine produceren. Het tekort aan dopamine leidt tot kenmerkende motorische symptomen, waaronder beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans. Vroeger of later in het ziekteverloop kunnen autonome functiestoornissen (zoals obstipatie en incontinentie) en psychische stoornissen (zoals stemmings- en angststoornissen en dementie) optreden. Van genezing van de ziekte van Parkinson is geen sprake.

    Ziekte van Parkinson is een primair parkinsonisme

    Er zijn primaire en secundaire parkinsonismen. Primaire parkinsonismen worden veroorzaakt door een neurodegeneratieve aandoening. Vormen zijn:

    • De ziekte van Parkinson, onder te verdelen in de familiaire (zeldzaam in Nederland) of idiopathische vorm van de ziekte van Parkinson.
    • Atypische primaire parkinsonismen, die een gevolg zijn van andere (neurodegeneratieve) aandoeningen van de hersenen; bijvoorbeeld multipele systeem atrofie (MSA) en progressieve supranucleaire parese (PSP).

    De behandelingsmogelijkheden, het beloop en de levensverwachting van de ziekte van Parkinson zijn duidelijk beter dan voor atypische parkinsonismen (Bloem et al., 2010; Wolters & van Laar, 2003).

    Bij secundair parkinsonisme gaat het vooral om parkinsonisme door een externe oorzaak; bijvoorbeeld medicamenteus, toxinen, infectieus, metabool en structureel.

    Diagnostiek gebaseerd op klinisch beeld

    De diagnose ziekte van Parkinson wordt gesteld op basis van het klinische beeld. Belangrijke waarnemingen zijn een eenzijdig begin van het beven en de bewegingsvertraging, een ontbreken van andere neurologische symptomen en een gunstige reactie op een proefbehandeling met het middel L-dopa. L-dopa is een tussenproduct in de aanmaak van dopamine in het lichaam. Kernsymptomen zijn beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans.

    Behandeling gericht op symptoombestrijding

    De behandeling van de ziekte van Parkinson is nog niet gericht op genezing (curatief), maar op symptoombestrijding. Sinds 1967 staat het geneesmiddel L-dopa daarin centraal. De afgelopen decennia zijn verschillende dopamineagonisten (geneesmiddelen die de werking van dopamine bevorderen) geïntroduceerd. De dopaminerge therapie heeft tot een verbetering van de levensverwachting en de kwaliteit van leven geleid. De levensverwachting is echter nog wel korter dan die van de algemene bevolking (Beyer et al., 2001; Fall et al., 2003). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bloem BR, van Laar T, Keus SHJ, de Beer H, Buskens E, Aarden W. Multidisciplinaire richtlijn ziekte van Parkinson. Alphen a/d Rijn: Van Zuiden Communications; 2010. Bron
    2. Wolters ECH, van Laar T. Bewegingsstoornissen. Amsterdam: VU Uitgeverij; 2003. GoogleScholar
    3. Beyer MK, Herlofson K, Arsland D, Larsen JP. Causes of death in a community-based study of Parkinson's disease. Acta Neurol Scand. 2001;103(1):7-11. Pubmed
    4. Fall P-A, Saleh A, Fredrickson M, Olsson J-E, Granérus A-K. Survival time, mortality, and cause of death in elderly patients with Parkinson's disease: a 9-year follow-up. Mov Disord. 2003;18(11):1312-6. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over ziekte van Parkinson

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    FaMe-net

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen, aandeel ziekte van Parkinson van totaal

    Nederlandse bevolking

    FaMe-net

    Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH-Limburg)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    RNH-Limburg

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met ziekte van Parkinson hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor ziekte van Parkinson

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.