Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ziekte van ParkinsonCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Meer mannen dan vrouwen met parkinsonisme

Regionaal & Internationaal

Regionale verschillen sterfte ziekten zenuwstelsel

Kosten

Uitgaven aan zorg 204 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

1.720 ziekenhuisopnamen voor parkinsonisme

Trend voorkomen ziekte van Parkinson in huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen parkinsonisme 2011-2019

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
20111001001001003.6003.50023.70021.000
201210877102964.0002.70024.90020.600
2013987799923.8002.80025.00020.000
2014997398913.9002.70025.60020.200
20159769102934.0002.60027.50021.000
201610369104904.4002.60028.80020.800
20177855104893.4002.15029.90020.900
20188453104903.8002.13030.50021.700
20198851104884.0002.09031.50021.500

Aantal nieuwe diagnoses parkinsonisme afgenomen

Voor vrouwen nam het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van parkinsonisme in de periode 2011-2019 continu af. Het aantal nieuwe gevallen is in deze periode bijna gehalveerd. Voor mannen is ook sprake van een afname, maar deze is minder eenduidig. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van parkinsonisme is voor mannen nagenoeg constant gebleven, rond de 4.000. Voor vrouwen nam dit aantal af van 3.500 in 2011 naar 2.090 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie parkinsonisme vrijwel constant

In de periode 2011-2019 was het aantal mensen met parkinsonisme dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) vrijwel constant, vooral voor mannen. De jaarprevalentie voor vrouwen is in deze periode met 12% afgenomen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met parkinsonisme dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 23.700 in 2011 naar 31.500 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal vrijwel gelijk gebleven, 21.000 in 2011 en 21.500 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave). Dat het ongecorrigeerde aantal vrouwen met parkinsonisme constant is gebleven en het gestandaardiseerde aantal is afgenomen, komt door de vergrijzing van de bevolking.

Geen duidelijke trend in parkinsonisme tussen 1991 en 2014

In de periode 1991-2014 was er geen duidelijke trend in de jaarprevalentie en het aantal nieuwe gevallen van parkinsonisme. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistraties FaMe-net en RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen parkinsonisme 1991-2014 (PDF; 118 KB)).

Meer informatie

Trend in sterfte aan ziekte van Parkinson

Sterfte ziekte van Parkinson 1980-2019

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
1980100100372352
1981114106430376
1982115115440427
1983103112393422
1984108100416397
1985139121542495
1986141142557590
1987133126531539
1988144135590593
1989142149580670
1990137128570587
1991129144550673
1992127117543559
19937888340430
19948994393462
19957773345366
19968285376435
19979187425449
19988688401457
19999688465469
20007373364391
20017980397438
20029394478525
200310797557541
20049388505503
20059487518506
200610086572503
20079278545468
200810084616511
200910480666504
20109885647544
201110388707569
201210894761624
201311093806628
201410691804624
201511795924664
20161271091.039771
20171331071.136774
20181241081.097792
2019129981.184735

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

  • ICD-10-codes: G20-G22
  • Cijfers over 2019 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2019
  • Geïndexeerd (1980 = 100)
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte aan ziekte van Parkinson licht gestegen

De trend in de sterfte aan de ziekte van Parkinson vertoond een grillig patroon. Rond 1975 is de sterfte aan de ziekte van Parkinson afgenomen (niet weergegeven in de grafiek). Dit zou te danken zijn aan een langere overleving door introductie van het geneesmiddel L-dopa. Vanaf 1977 tot ongeveer 1990 is de sterfte weer toegenomen. Deze toename wordt toegeschreven aan de toenemende medische belangstelling voor het ziektebeeld en aan het overlijden van de eerste groep patiënten die behandeld werd met L-dopa (uitgestelde sterfte). Na 1991 is de sterfte vervolgens sterk afgenomen, en vanaf 1995 weer toegenomen. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). 
In de periode 2000-2019 is ook de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) toegenomen, voor mannen van 364 in het jaar 2000 naar 1.184 in 2019 en voor vrouwen van 391 in het jaar 2000 naar 735 in 2019.

Meer informatie

Datum publicatie

05-11-2020

Toekomstige trend ziekte van Parkinson door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met ziekte van Parkinson door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met de ziekte van Parkinson (jaarprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 56% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 60% voor mannen en 51% voor vrouwen. Omdat de ziekte van Parkinson een aandoening is die vooral bij ouderen voorkomt, leidt vergrijzing van de bevolking tot een toename van het aantal mensen met deze aandoening. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van de ziekte van Parkinson beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Ziekte van Parkinson

    Bij de ziekte van Parkinson vindt er een progressief verlies plaats van zenuwcellen in de substantia nigra die de neurotransmitter dopamine produceren. Het tekort aan dopamine leidt tot kenmerkende motorische symptomen, waaronder beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans. Vroeger of later in het ziekteverloop kunnen autonome functiestoornissen (zoals obstipatie en incontinentie) en psychische stoornissen (zoals stemmings- en angststoornissen en dementie) optreden. Van genezing van de ziekte van Parkinson is geen sprake.

    Ziekte van Parkinson is een primair parkinsonisme

    Er zijn primaire en secundaire parkinsonismen. Primaire parkinsonismen worden veroorzaakt door een neurodegeneratieve aandoening. Vormen zijn:

    • De ziekte van Parkinson, onder te verdelen in de familiaire (zeldzaam in Nederland) of idiopathische vorm van de ziekte van Parkinson.
    • Atypische primaire parkinsonismen, die een gevolg zijn van andere (neurodegeneratieve) aandoeningen van de hersenen; bijvoorbeeld multipele systeem atrofie (MSA) en progressieve supranucleaire parese (PSP).

    De behandelingsmogelijkheden, het beloop en de levensverwachting van de ziekte van Parkinson zijn duidelijk beter dan voor atypische parkinsonismen (Bloem et al., 2010; Wolters & van Laar, 2003).

    Bij secundair parkinsonisme gaat het vooral om parkinsonisme door een externe oorzaak; bijvoorbeeld medicamenteus, toxinen, infectieus, metabool en structureel.

    Diagnostiek gebaseerd op klinisch beeld

    De diagnose ziekte van Parkinson wordt gesteld op basis van het klinische beeld. Belangrijke waarnemingen zijn een eenzijdig begin van het beven en de bewegingsvertraging, een ontbreken van andere neurologische symptomen en een gunstige reactie op een proefbehandeling met het middel L-dopa. L-dopa is een tussenproduct in de aanmaak van dopamine in het lichaam. Kernsymptomen zijn beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans.

    Behandeling gericht op symptoombestrijding

    De behandeling van de ziekte van Parkinson is nog niet gericht op genezing (curatief), maar op symptoombestrijding. Sinds 1967 staat het geneesmiddel L-dopa daarin centraal. De afgelopen decennia zijn verschillende dopamineagonisten (geneesmiddelen die de werking van dopamine bevorderen) geïntroduceerd. De dopaminerge therapie heeft tot een verbetering van de levensverwachting en de kwaliteit van leven geleid. De levensverwachting is echter nog wel korter dan die van de algemene bevolking (Beyer et al., 2001; Fall et al., 2003). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bloem BR, van Laar T, Keus SHJ, de Beer H, Buskens E, Aarden W. Multidisciplinaire richtlijn ziekte van Parkinson. Alphen a/d Rijn: Van Zuiden Communications; 2010. Bron
    2. Wolters ECH, van Laar T. Bewegingsstoornissen. Amsterdam: VU Uitgeverij; 2003. GoogleScholar
    3. Beyer MK, Herlofson K, Arsland D, Larsen JP. Causes of death in a community-based study of Parkinson's disease. Acta Neurol Scand. 2001;103(1):7-11. Pubmed
    4. Fall P-A, Saleh A, Fredrickson M, Olsson J-E, Granérus A-K. Survival time, mortality, and cause of death in elderly patients with Parkinson's disease: a 9-year follow-up. Mov Disord. 2003;18(11):1312-6. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over ziekte van Parkinson

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met ziekte van Parkinson hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor ziekte van Parkinson

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.