Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ziekte van ParkinsonCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meer mannen dan vrouwen met parkinsonisme

Regionaal & Internationaal

Regionale verschillen sterfte ziekten zenuwstelsel

Kosten

Uitgaven aan zorg 204 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Aantal klinische opnamen en opnameduur afgenomen

Prevalentie ziekte van Parkinson in huisartsenpraktijk

Ruim 52.000 mensen met parkinsonisme in 2018

In 2018 waren er naar schatting 52.200 mensen bij wie de huisarts de diagnose parkinsonisme heeft gesteld: 30.500 mannen en 21.700 vrouwen (jaarprevalentie). Dit komt overeen met 3,6 per 1.000 mannen en 2,5 per 1.000 vrouwen. Het gaat hier om alle vormen van parkinsonisme, waarvan de ziekte van Parkinson de voornaamste groep uitmaakt. Het aantal personen met een vorm van parkinsonisme neemt toe met de leeftijd en komt bij personen onder de 50 jaar nauwelijks voor. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2018 bekend waren bij de huisarts voor een vorm van parkinsonisme. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor parkinsonisme. Patiënten met een vorm van parkinsonisme die langdurig zijn opgenomen in een verpleeghuis, hebben geen huisarts maar een verpleeghuisarts. Ze zijn daarom niet in de Nivel Zorgregistratie eerste lijn meegeteld waardoor het aantal mensen met parkinsonisme wordt onderschat. 

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Nieuwe gevallen ziekte van Parkinson in huisartsenpraktijk

Bijna 6.000 nieuwe patiënten met parkinsonisme in 2018

In 2018 kregen naar schatting 5.900 nieuwe patiënten de diagnose parkinsonisme bij de huisarts: 3.800 mannen en 2.100 vrouwen. Dit komt overeen met 0,44 nieuwe patiënten per 1.000 mannen en 0,25 per 1.000 vrouwen. Het aantal nieuwe patiënten met parkinsonisme neemt toe met de leeftijd voor zowel mannen als vrouwen.

Meer informatie

Datum publicatie

18-09-2019

Prevalentie ziekte van Parkinson in bevolkingsonderzoek

Aantal patiënten hoger op basis van epidemiologisch onderzoek

Het aantal personen met de ziekte van Parkinson en andere vormen van parkinsonisme wordt in bevolkingsonderzoek een factor 2 tot 2,5 hoger geschat dan in huisartsenregistraties (Maas et al., 1997). Een mogelijke verklaring ligt in het geleidelijk progressieve ziektebeeld. Symptomen als trillen en traagheid van bewegen worden door zowel huisarts als patiënt vaak beschouwd als onderdeel van het normale verouderingsproces. Daardoor wordt de diagnose pas veel later gesteld of helemaal niet als de patiënt voortijdig overlijdt. Bovendien zijn de gehanteerde diagnostische criteria in de klinische praktijk mogelijk strenger dan in epidemiologisch bevolkingsonderzoek. Daarnaast is bekend dat de zoekstrategie van bevolkingsonderzoeken (statusonderzoek versus huis-aan-huisonderzoek) verschillen in de prevalentie kan geven van tussen de 11% en 52% (de Lau, 2005).

Meer informatie

 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Maas IAM, Gijsen R, Lobbezoo IE, Poos MJJC. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 1997. I De gezondheidstoestand: een actualisering.. Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom; 1997. Bron
  2. de Lau LML. Incidence, Risk and Prognosis of Parkinson Disease. Rotterdam: Erasmus Universiteit; 2005. GoogleScholar

Prevalentie ziekte van Parkinson in verpleeghuizen

Ongeveer 2.000 patiënten in verpleeghuizen

Patiënten met een vorm van parkinsonisme die langdurig zijn opgenomen in een verpleeghuis, zijn niet in de huisartsenregistraties meegeteld. Er wordt geschat dat in 2007 ongeveer 2.000 patiënten met parkinsonisme waren opgenomen in verpleeghuizen (Hoeymans et al., 2010). Recentere gegevens hierover zijn niet beschikbaar.

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hoeymans N, Melse JM, Schoemaker CG. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010. Van gezond naar beter: deelrapport Gezondheid en determinanten. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2010. Bron

Verantwoording

Definities
  • Ziekte van Parkinson

    Bij de ziekte van Parkinson vindt er een progressief verlies plaats van zenuwcellen in de substantia nigra die de neurotransmitter dopamine produceren. Het tekort aan dopamine leidt tot kenmerkende motorische symptomen, waaronder beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans. Vroeger of later in het ziekteverloop kunnen autonome functiestoornissen (zoals obstipatie en incontinentie) en psychische stoornissen (zoals stemmings- en angststoornissen en dementie) optreden. Van genezing van de ziekte van Parkinson is geen sprake.

    Ziekte van Parkinson is een primair parkinsonisme

    Er zijn primaire en secundaire parkinsonismen. Primaire parkinsonismen worden veroorzaakt door een neurodegeneratieve aandoening. Vormen zijn:

    • De ziekte van Parkinson, onder te verdelen in de familiaire (zeldzaam in Nederland) of idiopathische vorm van de ziekte van Parkinson.
    • Atypische primaire parkinsonismen, die een gevolg zijn van andere (neurodegeneratieve) aandoeningen van de hersenen; bijvoorbeeld multipele systeem atrofie (MSA) en progressieve supranucleaire parese (PSP).

    De behandelingsmogelijkheden, het beloop en de levensverwachting van de ziekte van Parkinson zijn duidelijk beter dan voor atypische parkinsonismen (Bloem et al., 2010; Wolters & van Laar, 2003).

    Bij secundair parkinsonisme gaat het vooral om parkinsonisme door een externe oorzaak; bijvoorbeeld medicamenteus, toxinen, infectieus, metabool en structureel.

    Diagnostiek gebaseerd op klinisch beeld

    De diagnose ziekte van Parkinson wordt gesteld op basis van het klinische beeld. Belangrijke waarnemingen zijn een eenzijdig begin van het beven en de bewegingsvertraging, een ontbreken van andere neurologische symptomen en een gunstige reactie op een proefbehandeling met het middel L-dopa. L-dopa is een tussenproduct in de aanmaak van dopamine in het lichaam. Kernsymptomen zijn beven, stijfheid, bewegingsvertraging en een gestoorde houdingsbalans.

    Behandeling gericht op symptoombestrijding

    De behandeling van de ziekte van Parkinson is nog niet gericht op genezing (curatief), maar op symptoombestrijding. Sinds 1967 staat het geneesmiddel L-dopa daarin centraal. De afgelopen decennia zijn verschillende dopamineagonisten (geneesmiddelen die de werking van dopamine bevorderen) geïntroduceerd. De dopaminerge therapie heeft tot een verbetering van de levensverwachting en de kwaliteit van leven geleid. De levensverwachting is echter nog wel korter dan die van de algemene bevolking (Beyer et al., 2001; Fall et al., 2003). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bloem BR, van Laar T, Keus SHJ, de Beer H, Buskens E, Aarden W. Multidisciplinaire richtlijn ziekte van Parkinson. Alphen a/d Rijn: Van Zuiden Communications; 2010. Bron
    2. Wolters ECH, van Laar T. Bewegingsstoornissen. Amsterdam: VU Uitgeverij; 2003. GoogleScholar
    3. Beyer MK, Herlofson K, Arsland D, Larsen JP. Causes of death in a community-based study of Parkinson's disease. Acta Neurol Scand. 2001;103(1):7-11. Pubmed
    4. Fall P-A, Saleh A, Fredrickson M, Olsson J-E, Granérus A-K. Survival time, mortality, and cause of death in elderly patients with Parkinson's disease: a 9-year follow-up. Mov Disord. 2003;18(11):1312-6. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over ziekte van Parkinson

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    FaMe-net

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen, aandeel ziekte van Parkinson van totaal

    Nederlandse bevolking

    FaMe-net

    Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH-Limburg)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    RNH-Limburg

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met ziekte van Parkinson hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor ziekte van Parkinson

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.