Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZiekenhuiszorgRegionaal & InternationaalGebruik

Cijfers & Context

Nederland telt 79 ziekenhuisorganisaties

Regionaal & Internationaal

Afstand tot ziekenhuis het grootst in het noorden

Kosten

Stijging kosten ziekenhuiszorg vlakt af

Zorgprestaties

Prestatie-indicatoren voor de ziekenhuiszorg

Zwangerschapsafbrekingen per provincie

Meeste zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen uit Flevoland

Het abortuscijfer is het hoogst in de provincies Flevoland gevolgd door Noord- en Zuid-Holland, met meer dan 11 zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen van 15-44 jaar. Het aantal behandelingen is het laagst in de provincie Drenthe (4,4 per 1.000 vrouwen van 15-44 jaar). In 2016 werden in totaal 30.144 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd (8,5 per 1.000 vrouwen van 15-44 jaar). Een deel van de behandelingen betrof vrouwen die in het buitenland woonachtig zijn. Het aantal behandelde vrouwen dat in Nederland woonde, is 26.482 (IGJ, 2018).

Vergelijk met andere kaart

  • Het aantal zwangerschapsafbrekingen kan ook gerelateerd worden aan het aantal levendgeborenen. In dat geval praten we over de abortusratio. In 2016 was de abortusratio in Nederland 154 per 1.000 levendgeborenen.
  • Instellingen met Wafz-vergunning (inclusief abortusklinieken)

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IGJ. Jaarrapportage 2016 van de Wet afbreking zwangerschap. Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; 2018. Bron

Niertransplantaties per transplantatiecentrum

Meeste niertransplantaties in Rotterdam

In Rotterdam worden de meeste niertransplantaties (196 transplantaties) verricht. In 2015 werden in Nederland in totaal 983 niertransplantaties uitgevoerd. Niertransplantaties worden uitsluitend verricht in de acht academische ziekenhuizen. Ze hebben daarvoor een vergunning en voldoen aan de kwaliteitsnormen zoals aangegeven door de minister in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (WBMV). In het Universitair Medisch Centrum Utrecht en Erasmus Medisch Centrum Rotterdam worden niertransplantaties op twee locaties verricht (NTS, 2016). 

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NTS. Jaarverslag 2015 Samen sterk. Leiden: Nederlandse Transplantatie Stichting; 2016. Bron

Harttransplantaties per transplantatiecentrum

Harttransplantaties in drie centra

In 2015 werden 54 harttransplantaties uitgevoerd, waarvan 25 in Rotterdam, 18 in Utrecht en 11 in Groningen. Harttransplantaties worden uitsluitend verricht in de academische ziekenhuizen van Rotterdam, Utrecht en Groningen. Ze hebben daarvoor een vergunning en voldoen aan de kwaliteitsnormen zoals aangegeven door de minister in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (WBMV) (NTS, 2016).

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NTS. Jaarverslag 2015 Samen sterk. Leiden: Nederlandse Transplantatie Stichting; 2016. Bron

Longtransplantaties per transplantatiecentrum

Meeste longtransplantaties in Groningen

In 2015 werden de meeste longtransplantaties (35) in het Universitair Medisch Centrum Groningen uitgevoerd. In totaal werden er 78 longtransplantaties uitgevoerd. Longtransplantaties worden uitsluitend verricht in de academische ziekenhuizen van Groningen, Utrecht en Rotterdam. Ze hebben daarvoor een vergunning en voldoen aan de kwaliteitsnormen zoals aangegeven door de minister in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (WBMV) (NTS, 2016). 

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NTS. Jaarverslag 2015 Samen sterk. Leiden: Nederlandse Transplantatie Stichting; 2016. Bron

Levertransplantaties per transplantatiecentrum

Levertransplantatie in drie centra

De meeste levertransplantaties werden in Rotterdam verricht (63 transplantaties). Alleen de academische ziekenhuizen in Rotterdam, Groningen en Leiden voeren levertransplantaties uit. Ze hebben daarvoor een vergunning en voldoen aan de kwaliteitsnormen zoals aangegeven door de minister in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (WBMV) (NTS, 2016).

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NTS. Jaarverslag 2015 Samen sterk. Leiden: Nederlandse Transplantatie Stichting; 2016. Bron

Pancreastransplantaties per transplantatiecentrum

Twee transplantatiecentra voor alvleesklier

De meeste pancreastransplantaties (alvleesklier) werden in 2015 in Leiden (30 transplantaties) verricht. In 2015 werden in totaal 35 pancreastransplantaties uitgevoerd, waarvan 21 gecombineerde transplantaties nier-pancreas. Transplantaties van de alvleesklier worden uitsluitend verricht in de academische ziekenhuizen van Leiden en Groningen. Ze hebben daarvoor een vergunning en voldoen aan de kwaliteitsnormen zoals aangegeven door de minister in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (WBMV) (NTS, 2016).

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NTS. Jaarverslag 2015 Samen sterk. Leiden: Nederlandse Transplantatie Stichting; 2016. Bron

Dialysepatiënten per GGD-regio

Dialysepatiënten 2016

per GGD-regio, op 1 januari
Nierdialyse per GGD-regio
Dialysepatiënten 2016
GGD-regioPer 10.000 inwoners
GGD Amsterdam4,9
GGD Brabant-Zuidoost4,2
GGD Drenthe4,1
GGD Flevoland3,3
GGD Fryslân3,4
GGD Gelderland-Zuid2,9
GGD Gooi en Vechtstreek3,2
GGD Groningen4,2
GGD Haaglanden4,0
GGD Hart voor Brabant3,6
GGD Hollands-Midden3,2
GGD Hollands-Noorden2,7
GGD IJsselland3,4
GGD Kennemerland3,8
GGD Limburg-Noord4,6
GGD Noord- en Oost-Gelderland3,7
GGD Regio Twente4,2
GGD Regio Utrecht3,0
GGD Rotterdam-Rijnmond3,9
GGD West-Brabant3,3
GGD Zaanstreek/Waterland4,2
GGD Zeeland2,4
GGD Zuid-Holland-Zuid3,0
GGD Zuid-Limburg5,8
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden3,6
View all detail data

Meeste dialysepatiënten in Zuid-Limburg

Het aantal dialysepatiënten per 10.000 inwoners varieert tussen 2,4 in de GGD-regio Zeeland en 5,8 in de GGD-regio Zuid-Limburg. Bij ernstig nierfalen kan het bloed middels nierdialyse gezuiverd worden. Dit kan op twee manieren. Via een kunstnier (hemodialyse) of via buikspoeling (peritoneaaldialyse).

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

IVF-behandelingen per IVF-centrum

IVF-behandelingen 2013

per centrum
IVF-behandelingen 2013, per ivf-centrum
IVF-behandelingen 2013
LocatieAantal gestarte IVF-cycli
Amsterdam (AMC)1.050
Amsterdam (VUMC)1731
Eindhoven (Catharina)675
Groningen (AZG)819
Leiden (LUMC)716
Leiderdorp (SMCG)917
Maastricht (AZM)436
Nijmegen (St. Radboud)1537
Reinier de Graaf, locatie Diaconessenhuis Voorburg602
Rotterdam (Erasmuc MC)1.811
Tilburg (Elisabeth)1023
Utrecht (UMC)1857
Zwolle (Sophia)1388
View all detail data

Meeste IVF-behandelingen in UMC Utrecht

 In het het UMC Utrecht worden de meeste IVF-behandelingen verricht (ruim 1.270 behandelingen), gevolgd door het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam met ruim 1.100 behandelingen. In 2013 werden in totaal 7.131 IVF-cycli gestart, waarvan 19% resulteerde in een doorgaande zwangerschap. Het percentage doorgaande zwangerschappen per gestarte cyclus zegt iets over de kwaliteit van de geleverde zorg van een centrum. Echter het percentage doorgaande zwangerschappen is ook afhankelijk van allerlei andere factoren, zoals de leeftijd van de vrouw de duur van de kinderwens en het aantal eerdere behandelingen. Daarnaast wordt de kwaliteit van een centrum niet alleen bepaald door het percentage doorgaande zwangerschappen. Ook de tevredenheid van patiënten, het percentage complicaties en het percentage meerlingen bepalen de kwaliteit.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Contact met specialist per GGD-regio

Jaarlijks contact met specialist 2014-2016

Per GGD-regio, totale bevolking
Jaarlijks contact met medisch specialist 2014-2016
Jaarlijks contact met specialist 2014-2016
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht)Significantie (gecorrigeerd percentage)
GGD Amsterdam36,2Onder (95% zeker)37,2Wijkt niet significant af
GGD Brabant-Zuidoost40,3Wijkt niet significant af39,9Wijkt niet significant af
GGD Drenthe38,8Wijkt niet significant af38,3Wijkt niet significant af
GGD Flevoland40,5Wijkt niet significant af43,0Wijkt niet significant af
GGD Fryslân38,6Wijkt niet significant af38,2Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden38,0Wijkt niet significant af38,0Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid37,5Wijkt niet significant af38,7Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek41,9Wijkt niet significant af40,0Wijkt niet significant af
GGD Groningen40,0Wijkt niet significant af39,8Wijkt niet significant af
GGD Haaglanden41,9Boven (95% zeker)42,3Boven (95% zeker)
GGD Hart voor Brabant40,5Wijkt niet significant af40,0Wijkt niet significant af
GGD Hollands Midden39,0Wijkt niet significant af39,5Wijkt niet significant af
GGD Hollands Noorden36,6Wijkt niet significant af36,4Onder (95% zeker)
GGD IJsselland40,3Wijkt niet significant af41,4Wijkt niet significant af
GGD Kennemerland40,2Wijkt niet significant af40,0Wijkt niet significant af
GGD Limburg-Noord42,9Boven (95% zeker)42,8Boven (95% zeker)
GGD Noord- en Oost-Gelderland38,4Wijkt niet significant af37,5Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht38,7Wijkt niet significant af39,8Wijkt niet significant af
GGD Rotterdam-Rijnmond40,4Wijkt niet significant af40,7Wijkt niet significant af
GGD Twente36,3Onder (95% zeker)36,3Onder (95% zeker)
GGD West-Brabant41,0Wijkt niet significant af40,8Wijkt niet significant af
GGD Zaanstreek-Waterland36,7Wijkt niet significant af37,3Wijkt niet significant af
GGD Zeeland39,6Wijkt niet significant af39,1Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Holland Zuid40,9Wijkt niet significant af41,6Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Limburg40,8Wijkt niet significant af39,9Wijkt niet significant af

Bron: CBS-Gezondheidsenquête op CBS-StatLine

View all detail data

Medisch specialist meest bezocht in Haaglanden en Limburg-Noord

In de GGD-regio’s Haaglanden en Limburg-Noord gaan significant meer mensen naar een medisch specialist dan in de rest van Nederland. In deze regio’s, en ook in West-Brabant en Gooi- en Vechtstreek, heeft ruim 41% van de bevolking een specialist bezocht. In de regio’s Amsterdam en Twente gaan minder mensen naar een specialist dan in de rest van Nederland. Hier heeft minder dan 37,2% aangegeven in de afgelopen 12 maanden tenminste één maal contact met een medisch specialist te hebben gezocht. Het Nederlands gemiddelde voor contact met een specialist ligt op ruim 39,4% van de totale bevolking.

Vergelijk met andere kaart

  • De kaart met significantieniveaus geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. Regio's die ver onder en ver boven het Nederlands gemiddelde liggen, zijn vrijwel altijd statistisch significant. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • DBC-traject

    Een DBC-traject is een zorgpakket met alle onderdelen van een behandeling die een patiënt in een ziekenhuis of zelfstandig behandelcentrum (ZBC) krijgt voor een bepaalde aandoening. Indien een patiënt meerdere aansluitende DBC-trajecten ondergaat voor dezelfde primaire aandoening, is er sprake van een 'zorgtraject', bestaande uit meerdere DBC's. Op de kaarten voor ziekenhuiszorg geven we aantallen DBC-trajecten weer, omdat binnen die registratie DBC's (nog) niet betrouwbaar aan een zorgtraject van een patiënt zijn te koppelen. In de GGZ is dat wel mogelijk, en geven we complete zorgtrajecten weer.

Bronverantwoording
Methoden
  • Databewerking regionale gegevens door het RIVM

    Het gebruik van medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen en van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland is in kaart gebracht met behulp van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC-trajecten of DBC's). De oorspronkelijke data met betrekking tot medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen bestaat uit een overzicht van het aantal DBC-trajecten en de bijbehorende kosten (uitgesplitst naar ziekenhuis- en honorariumkosten) per vierpositie postcode, naar leeftijd (21 klassen) en geslacht. Tevens is er een onderscheid naar specialisme, type zorgaanbieder, zorgtype en individuele instelling/zorgaanbieder (middels de AGB-code).

    DBC-data zijn beschikbaar vanaf 2005, maar in de jaren 2005-2009 zijn de achtergrondkenmerken (vierpositie postcode, leeftijd, geslacht) niet volledig beschikbaar, waardoor deze jaren niet geschikt zijn voor ruimtelijke analyse. In de Nationale Atlas Volksgezondheid is het gegevensjaar 2010 gebruikt, in dit jaar is het verlies door onvolledige of onjuiste codering minder dan 0,5% van het aantal trajecten.

    De data is geaggregeerd van vierpositie postcode naar gemeenteniveau (situatie 2013) en gekoppeld aan een middenjaarschatting (MJS) van de bevolking. Deze MJS is een benadering van de gemiddelde omvang van de bevolking in het jaar en wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de bevolking op 1 januari 2010 en 1 januari 2011. Vervolgens zijn met de bevolkingsgegevens de relatieve aantallen DBC-trajecten en kosten berekend.

    Om te corrigeren voor de invloed van een verschillende bevolkingssamenstelling (leeftijd en geslacht) is ook een direct gestandaardiseerd cijfer berekend, zichtbaar als achtergrondkaart. Daardoor zijn de gemeenten beter onderling te vergelijken dan met de ruwe gegevens alleen. Directe standaardisatie wordt berekend door het aantal DBC-trajecten per inwoner, naar leeftijd en geslacht, te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking.

    De GGZ-DBC data wordt door het RIVM zonder verdere nabewerking overgenomen. De data is online verkrijgbaar via het CBS op Statline.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto. 

  • Trend in kosten van ziekenhuiszorg naar prijs en volume

    De gemiddelde jaarlijkse groei is onder te verdelen in twee factoren: prijs en volume. De ontwikkelingen in prijs zijn toe te schrijven aan loonontwikkelingen en veranderingen in kostprijzen van goederen en diensten. Veranderingen in volume komen onder meer doordat de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking veranderen. Dit wordt ook wel demografische volumegroei genoemd. Het verschil tussen de totale volumegroei en de demografische volumegroei is de ‘overige volumegroei’. Onder overige volumegroei vallen veranderingen in bijvoorbeeld epidemiologie en technologie. Als de groei negatief is, betekent dit dat er een daling is opgetreden.

    De prijsontwikkeling in de tabel is gebaseerd op de sectorspecifieke prijsontwikkeling van het CBS. Voor ziekenhuiszorg is deze voor de jaren 2011-2015 nog niet beschikbaar. De prijsontwikkeling voor 2011-2015 is daarom gebaseerd op de prijsmutatie BBP uit de Middenlangetermijnverkenning van het CPB. Het CPB cijfer is een algemene prijsontwikkeling en geldt dus niet alleen voor ziekenhuiszorg. De CBS sectorspecifieke prijsontwikkeling kan hier van afwijken. 

    Het CPB geeft de jaarlijkse prijsontwikkeling. Op basis van de jaarlijkse prijsontwikkelingen is de prijsontwikkeling voor 2011-2015 berekend: 

    Prijsontwikkeling 2011-2015 = (prijsontwikkeling 2011 * prijsontwikkeling 2012 * prijsontwikkeling 2013 * prijsontwikkeling 2014) ^ (1/4)