Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZiekenhuiszorgRegionaal & InternationaalGebruik

Cijfers & Context

Nederland telt 69 ziekenhuisorganisaties

Regionaal & Internationaal

Afstand tot ziekenhuis het grootst in het noorden

Kosten

Stijging kosten ziekenhuiszorg vlakt af

Zorgprestaties

Prestatie-indicatoren voor de ziekenhuiszorg

Orgaantransplantaties per transplantatiecentrum

Meeste orgaantransplantaties in Groningen en Rotterdam

Orgaantransplantaties worden uitsluitend verricht in de academische ziekenhuizen van Amsterdam (AMC en VUMC), Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht. Ze hebben daarvoor een vergunning en voldoen aan de kwaliteitsnormen zoals aangegeven door de minister in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (WBMV). De kaart toont de verdeling van het aantal orgaantransplantaties in Nederland. Nederland wordt beschouwd als één regio, met één wachtlijst, waarbij in meerdere transplantatiecentra wordt getransplanteerd. Het toewijzen van een orgaan is niet afhankelijk van het transplantatiecentrum waar de potentiële ontvanger staat geregistreerd, maar van de nationale toewijzingscriteria. Het verschil in aantallen transplantaties per centrum hangt samen met de lengte van de wachtlijst van het centrum, maar ook met het acceptatiebeleid van de behandelend arts. Het totaal aantal transplantaties is het grootst in Groningen en Rotterdam (NTS, 2019).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

17-12-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NTS. NTS Jaarverslag; Nieuwe kansen omarmen. Leiden: Nederlandse Transplantatie Stichting; 2019. Bron

Zwangerschapsafbrekingen per provincie

Meeste zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen uit Flevoland

Het abortuscijfer is het hoogst in de provincies Flevoland gevolgd door Noord en Zuid-Holland, met meer dan 11 zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen van 15-44 jaar. Het aantal behandelingen is het laagst in de provincie Zeeland (4,7 per 1.000 vrouwen van 15-44 jaar). In 2018 werden er rond de 31.000 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd (8,8 per 1.000 vrouwen van 15-44 jaar). Een deel van de behandelingen (11%) betrof vrouwen die in het buitenland woonachtig zijn en voor een abortus naar Nederland kwamen (3.370 behandelingen). Het aantal behandelde vrouwen dat in Nederland woonde was 27.620 (IGJ, 2019).

Vergelijk met andere kaart

  • Het aantal zwangerschapsafbrekingen kan ook gerelateerd worden aan het aantal levendgeborenen. In dat geval praten we over de abortusratio. In 2018 was de abortusratio in Nederland 164 per 1.000 levendgeborenen.
  • Instellingen met Wafz-vergunning (inclusief abortusklinieken)

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

17-02-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IGJ. Jaarrapportage Wet Afbreking Zwangerschap 2018. Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; 2019. Bron

Dialysepatiënten per GGD-regio

Dialysepatiënten 2016

per GGD-regio, op 1 januari
Nierdialyse per GGD-regio
Dialysepatiënten 2016
GGD-regioPer 10.000 inwoners
GGD Amsterdam4,9
GGD Brabant-Zuidoost4,2
GGD Drenthe4,1
GGD Flevoland3,3
GGD Fryslân3,4
GGD Gelderland-Zuid2,9
GGD Gooi en Vechtstreek3,2
GGD Groningen4,2
GGD Haaglanden4,0
GGD Hart voor Brabant3,6
GGD Hollands-Midden3,2
GGD Hollands-Noorden2,7
GGD IJsselland3,4
GGD Kennemerland3,8
GGD Limburg-Noord4,6
GGD Noord- en Oost-Gelderland3,7
GGD Regio Twente4,2
GGD Regio Utrecht3,0
GGD Rotterdam-Rijnmond3,9
GGD West-Brabant3,3
GGD Zaanstreek/Waterland4,2
GGD Zeeland2,4
GGD Zuid-Holland-Zuid3,0
GGD Zuid-Limburg5,8
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden3,6
View all detail data

Meeste dialysepatiënten in Zuid-Limburg

Het aantal dialysepatiënten per 10.000 inwoners varieert tussen 2,4 in de GGD-regio Zeeland en 5,8 in de GGD-regio Zuid-Limburg. Bij ernstig nierfalen kan het bloed middels nierdialyse gezuiverd worden. Dit kan op twee manieren. Via een kunstnier (hemodialyse) of via buikspoeling (peritoneaaldialyse).

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

IVF-behandelingen per IVF-centrum

IVF-behandelingen 2018

Per centrum
IVF-behandelingen 2018
locatieWaarde
Amsterdam (AMC)995
Amsterdam (VUMC)1628
Groningen (AZG)752
Leiden (LUMC)547
Leiderdorp (SMCG)797
Maastricht (MUMC)349
Nijmegen (St. Radboud)1122
Reinier de Graaf, locatie Diaconessenhuis Voorburg783
Rotterdam (Erasmuc MC)1639
Tilburg (Elisabeth)1508
Utrecht (UMC)1363
Zwolle (Sophia)1252
Nij Barrahues42
Nij Geertgen690
Fertiliteitskliniek Twente236
View all detail data

Meeste IVF-behandelingen in Erasmus MC

In het Erasmus Medisch Centrum en in het VUMC (Amsterdam) werden in 2018 de meeste IVF-behandelingen verricht (ruim 1.600 behandelingen). In 2018 werden in totaal 13.455 IVF-cycli gestart, waarvan ruim 36,5% resulteerde in een doorgaande zwangerschap (NVOG, 2019).Het percentage doorgaande zwangerschappen per gestarte cyclus zegt iets over de kwaliteit van de geleverde zorg van een centrum. Echter het percentage doorgaande zwangerschappen is ook afhankelijk van allerlei andere factoren, zoals de leeftijd van de vrouw de duur van de kinderwens en het aantal eerdere behandelingen. Daarnaast wordt de kwaliteit van een centrum niet alleen bepaald door het percentage doorgaande zwangerschappen. Ook de tevredenheid van patiënten, het percentage complicaties en het percentage meerlingen bepalen de kwaliteit.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NVOG. IVF-cijfers 2018: recordpercentage zwangerschappen bij afname aantal verse behandelcycli en meerlingen.; 2019. Bron

Contact met medisch specialist per GGD-regio

Jaarlijks contact met medisch specialist 2017-2019

Per GGD-regio, totale bevolking
Jaarlijks contact met medisch specialist 2017-2019
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor geslacht en leeftijdSignificantie (gecorrigeerd voor geslacht en leeftijd
GGD Amsterdam41,5Wijkt niet significant af42,7Boven (95% zeker)
GGD Brabant-Zuidoost41,4Wijkt niet significant af40,4Wijkt niet significant af
GGD Drenthe40,5Wijkt niet significant af39,1Wijkt niet significant af
GGD Flevoland33,7Onder (99% zeker)34Onder (99% zeker)
GGD Fryslân40,9Wijkt niet significant af40,4Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden40,6Wijkt niet significant af41,8Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid38,4Wijkt niet significant af38,8Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek38,1Wijkt niet significant af37,2Wijkt niet significant af
GGD Groningen40,1Wijkt niet significant af40,3Wijkt niet significant af
GGD Haaglanden42,1Wijkt niet significant af42,9Boven (95% zeker)
GGD Hart voor Brabant39,6Wijkt niet significant af39,5Wijkt niet significant af
GGD Hollands Midden38,5Wijkt niet significant af38,3Wijkt niet significant af
GGD Hollands Noorden38,5Wijkt niet significant af38,1Wijkt niet significant af
GGD IJsselland34,2Onder (99% zeker)34,4Onder (99% zeker)
GGD Kennemerland38Wijkt niet significant af36,4Onder (95% zeker)
GGD Limburg-Noord43,7Boven (95% zeker)42,2Wijkt niet significant af
GGD Noord- en Oost-Gelderland39,6Wijkt niet significant af39Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht40,3Wijkt niet significant af41,6Wijkt niet significant af
GGD Rotterdam-Rijnmond41,3Wijkt niet significant af42Wijkt niet significant af
GGD Twente35,8Onder (99% zeker)35,6Onder (99% zeker)
GGD West-Brabant41,6Wijkt niet significant af41Wijkt niet significant af
GGD Zaanstreek-Waterland43,5Wijkt niet significant af42,7Wijkt niet significant af
GGD Zeeland39,1Wijkt niet significant af38,1Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Holland Zuid38,3Wijkt niet significant af39Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Limburg43,2Boven (95% zeker)42,4Wijkt niet significant af
Nederland40Wijkt niet significant af40,1Wijkt niet significant af

Bron: CBS-Gezondheidsenquête op CBS-StatLine

View all detail data

Medisch specialist meest bezocht in Limburg-Noord en Zuid-Limburg

In de GGD-regio’s Limburg-Noord en Zuid-Limburg gaan significant meer mensen naar een medisch specialist dan in de rest van Nederland. In de regio’s Flevoland, IJsselland en Twente gaan significant minder mensen naar een medisch specialist. Hier geeft minder dan 36% aan in de afgelopen 12 maanden tenminste één maal contact te hebben gezocht met een medisch specialist. Het Nederlands gemiddelde voor contact met een specialist ligt op ruim 40% van de totale bevolking.

Toelichting regionale verschillen

Informatie over significantie is beschikbaar via de kaart. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • DBC-traject

    Een DBC-traject is een zorgpakket met alle onderdelen van een behandeling die een patiënt in een ziekenhuis of zelfstandig behandelcentrum (ZBC) krijgt voor een bepaalde aandoening. Indien een patiënt meerdere aansluitende DBC-trajecten ondergaat voor dezelfde primaire aandoening, is er sprake van een 'zorgtraject', bestaande uit meerdere DBC's. Op de kaarten voor ziekenhuiszorg geven we aantallen DBC-trajecten weer, omdat binnen die registratie DBC's (nog) niet betrouwbaar aan een zorgtraject van een patiënt zijn te koppelen. In de GGZ is dat wel mogelijk, en geven we complete zorgtrajecten weer.

Bronverantwoording
Methoden
  • Databewerking regionale gegevens door het RIVM

    Het gebruik van medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen en van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland is in kaart gebracht met behulp van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC-trajecten of DBC's). De oorspronkelijke data met betrekking tot medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen bestaat uit een overzicht van het aantal DBC-trajecten en de bijbehorende kosten (uitgesplitst naar ziekenhuis- en honorariumkosten) per vierpositie postcode, naar leeftijd (21 klassen) en geslacht. Tevens is er een onderscheid naar specialisme, type zorgaanbieder, zorgtype en individuele instelling/zorgaanbieder (middels de AGB-code).

    DBC-data zijn beschikbaar vanaf 2005, maar in de jaren 2005-2009 zijn de achtergrondkenmerken (vierpositie postcode, leeftijd, geslacht) niet volledig beschikbaar, waardoor deze jaren niet geschikt zijn voor ruimtelijke analyse. In de Nationale Atlas Volksgezondheid is het gegevensjaar 2010 gebruikt, in dit jaar is het verlies door onvolledige of onjuiste codering minder dan 0,5% van het aantal trajecten.

    De data is geaggregeerd van vierpositie postcode naar gemeenteniveau (situatie 2013) en gekoppeld aan een middenjaarschatting (MJS) van de bevolking. Deze MJS is een benadering van de gemiddelde omvang van de bevolking in het jaar en wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de bevolking op 1 januari 2010 en 1 januari 2011. Vervolgens zijn met de bevolkingsgegevens de relatieve aantallen DBC-trajecten en kosten berekend.

    Om te corrigeren voor de invloed van een verschillende bevolkingssamenstelling (leeftijd en geslacht) is ook een direct gestandaardiseerd cijfer berekend, zichtbaar als achtergrondkaart. Daardoor zijn de gemeenten beter onderling te vergelijken dan met de ruwe gegevens alleen. Directe standaardisatie wordt berekend door het aantal DBC-trajecten per inwoner, naar leeftijd en geslacht, te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking.

    De GGZ-DBC data wordt door het RIVM zonder verdere nabewerking overgenomen. De data is online verkrijgbaar via het CBS op Statline.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto. 

  • Trend in kosten van ziekenhuiszorg naar prijs en volume

    De gemiddelde jaarlijkse groei is onder te verdelen in twee factoren: prijs en volume. De ontwikkelingen in prijs zijn toe te schrijven aan loonontwikkelingen en veranderingen in kostprijzen van goederen en diensten. Veranderingen in volume komen onder meer doordat de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking veranderen. Dit wordt ook wel demografische volumegroei genoemd. Het verschil tussen de totale volumegroei en de demografische volumegroei is de ‘overige volumegroei’. Onder overige volumegroei vallen veranderingen in bijvoorbeeld epidemiologie en technologie. Als de groei negatief is, betekent dit dat er een daling is opgetreden.

    De prijsontwikkeling in de tabel is gebaseerd op de sectorspecifieke prijsontwikkeling van het CBS. Voor ziekenhuiszorg is deze voor de jaren 2011-2015 nog niet beschikbaar. De prijsontwikkeling voor 2011-2015 is daarom gebaseerd op de prijsmutatie BBP uit de Middenlangetermijnverkenning van het CPB. Het CPB cijfer is een algemene prijsontwikkeling en geldt dus niet alleen voor ziekenhuiszorg. De CBS sectorspecifieke prijsontwikkeling kan hier van afwijken. 

    Het CPB geeft de jaarlijkse prijsontwikkeling. Op basis van de jaarlijkse prijsontwikkelingen is de prijsontwikkeling voor 2011-2015 berekend: 

    Prijsontwikkeling 2011-2015 = (prijsontwikkeling 2011 * prijsontwikkeling 2012 * prijsontwikkeling 2013 * prijsontwikkeling 2014) ^ (1/4)