Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZiekenhuiszorgKostenKosten

Cijfers & Context

Nederland telt 79 ziekenhuisorganisaties

Regionaal & Internationaal

Afstand tot ziekenhuis het grootst in het noorden

Kosten

Stijging kosten ziekenhuiszorg vlakt af

Zorgprestaties

Prestatie-indicatoren voor de ziekenhuiszorg

Kosten van ziekenhuiszorg

Kosten van zorg naar sector, 2016

2016
Totaal zorguitgaven, excl. welzijn86,445
Totaal aanbied.geneesk., langdurige zorg83,066
Ziekenhuizen en specialistenpraktijken27,006
Ouderenzorg16,932
Overige aanbieders14,712
Gehandicaptenzorg9,657
Geestelijke gezondheidszorg6,610
Geneesmiddelen5,567
Beleids- en beheerorganisaties3,379
Huisartsenpraktijken2,942
Tandartsenpraktijken2,770
Paramedische praktijken2,436

Bron: CBS Zorguitgaven op CBS-StatLine

2016 voorlopige cijfers

  • Overige aanbieders: GGD-en, Arbo en re-integratie, Therapeutische middelen, Ondersteunende diensten en Overige geneeskundige, langdurige zorg

Ziekenhuiszorg kostte in 2016 ruim 27 miljard euro

In 2016 werd volgens de CBS Zorgrekeningen aan ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg ruim 27 miljard euro uitgegeven. Dit is 31% van de totale kosten van de gezondheidszorg (excl. welzijnszorg). Hiermee is de ziekenhuiszorg de zorgsector waar dat jaar het meeste geld aan uitgegeven werd. Ter vergelijking, aan de ziekenhuiszorg werd meer geld uitgegeven dan aan de huisartsenzorg, tandartsenzorg, paramedische zorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg tezamen en ruim anderhalf maal zoveel als aan ouderenzorg (CBS, 2017).

Wijzigingen bekostiging ziekenhuiszorg in 2015

In 2015 werd de bekostiging van de ziekenhuiszorg op een aantal punten gewijzigd. Zo werd in januari voor de medisch specialistische zorg een integraal tarief ingevoerd. Ziekenhuizen krijgen per DBC-zorgproduct één bedrag voor ziekenhuiskosten inclusief honoraria voor vrijgevestigde medisch specialisten. Vrijgevestigde specialisten onderhandelen niet meer met zorgverzekeraars over hun honorarium, maar met het ziekenhuis. Ook werd per 1 januari de maximale doorlooptijd van dbc-zorgproducten teruggebracht van 365 naar 120 dagen. Hierdoor stijgt het aantal DBC’s dat per jaar afgesloten wordt, maar daalt het aantal zorgactiviteiten per DBC en daarmee de prijs. Bovendien kan de openingsdatum van een DBC veranderen en daarmee ook het jaar waaraan de DBC wordt toegerekend (DHD, 2016). De verwachte omzet voor het overgangsjaar 2015 zou derhalve lager kunnen zijn dan voor de omliggende jaren. 

Meer informatie

Kosten van ziekenhuiszorg naar leeftijd

Kosten van ziekenhuiszorg naar leeftijd en geslacht, 2011

Leeftijd

Absoluut (in miljoen euro)

Percentage

 

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

0

302

258,7

560,7

2,6

2,1

2,3

1-4

321,3

235,2

556,5

2,8

1,9

2,3

5-9

221,3

174,8

396,1

1,9

1,4

1,6

10-14

269,9

276,2

546,1

2,3

2,2

2,3

15-19

257,4

291,1

548,5

2,2

2,3

2,3

20-24

270,1

405

675

2,3

3,2

2,8

25-29

273,7

617,8

891,6

2,4

4,9

3,7

30-34

305,3

718,7

1.024

2,7

5,7

4,3

35-39

378,5

675,6

1.054,1

3,3

5,4

4,4

40-44

539,3

671,1

1.210,5

4,7

5,3

5

45-49

694,7

789,2

1.483,9

6

6,3

6,2

50-54

812,8

869

1.681,8

7,1

6,9

7

55-59

1.026,4

926,6

1.953,1

8,9

7,4

8,1

60-64

1.328

1.111,1

2.439,1

11,5

8,8

10,1

65-69

1.203

1.009,4

2.212,4

10,5

8

9,2

70-74

1.177,6

1.014,5

2.192,1

10,2

8,1

9,1

75-79

1.030,3

992,1

2.022,4

9

7,9

8,4

80-84

694,3

822

1.516,3

6

6,5

6,3

85-89

315,9

507,3

823,2

2,7

4

3,4

90-94

77,8

167,9

245,7

0,7

1,3

1

95+

11,1

33,1

44,2

0,1

0,3

0,2

Totaal

11.511,1

12.566,3

24.077,4

100

100

100

Percentage

47,8

52,2

100

 

 

 

Relatief hoge kosten van ziekenhuiszorg voor vrouwen en nuljarigen door zorg rond geboorte

Er zijn relatief hoge kosten voor nuljarigen, dit hangt samen met zorg rond de geboorte. Bij vrouwen ligt een piek in de leeftijdsgroep 25-39 jaar als gevolg van kosten voor zwangerschap en geboorte. In de leeftijd van 15 tot 55 jaar en na de leeftijd van 79 jaar zijn voor vrouwen de kosten voor ziekenhuiszorg aanzienlijk hoger dan voor mannen. Terwijl in de leeftijdsgroep van 55 tot 79 jaar de mannen een groter aandeel van deze kosten voor hun rekening nemen. Boven de 85 jaar treedt zowel voor vrouwen als mannen een daling op (Kosten van Ziekten database). Dit komt waarschijnlijk ook doordat een deel van de oudere bevolking op deze leeftijd gebruik maakt van geïnstitutionaliseerde ouderenzorg, wat de kans op gebruik van ziekenhuiszorg verlaagt.

Het is niet mogelijk om de uitgaven volgens de CBS Zorgrekeningen uit te splitsen naar leeftijd en geslacht. Daarom wordt hiervoor gebruik gemaakt van de Kosten van Ziektenstudie die gebaseerd is op de CBS Zorgrekeningen. De totale zorguitgaven voor 2011 zijn volgens de CBS Zorgrekeningen iets lager dan die volgens de Kosten van Ziektenstudie. Dit heeft te maken met het feit dat het CBS de totale zorguitgaven voor 2011 in de jaren daarna naar beneden heeft bijgesteld.

Trend in kosten van ziekenhuiszorg

Groei in kosten van ziekenhuiszorg, 2001-2016

Groei
200113,70
200212,74
20036,51
20046,43
20054,16
20064,48
20075,99
200811,02
20095,85
20105,87
2011-0,1
20125,76
20134,35
20140,56
20153,19
20162,45

Bron: CBS Zorguitgaven op CBS-StatLine

2015 en 2016 voorlopige cijfers

Groei in uitgaven ziekenhuiszorg vlakt af

De groei van de uitgaven aan ziekenhuiszorg nam af van 13,7% in 2001 tot 2,5% in 2016. Tussen 2003 en 2013 lag de groei tussen 6,5% en 4,4% met uitzondering van 2008 waarin de groei 11% bedroeg en het jaar 2011 dat een negatieve groei van 0,1% kende. In 2014 bedroeg de groei 0,6% om in 2015 weer te stijgen naar 3,2% en in 2016 naar 2,5%, maar dat is nog steeds beduidend lager dan in de voorgaande jaren.

Maatregelen ter beperking uitgavengroei

Er zijn in de afgelopen jaren een aantal maatregelen genomen met het doel de groei van uitgaven aan ziekenhuiszorg in te dammen. Zo hebben overheid, zorgaanbieders en zorgverzekeraars in het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord (VWS, 2011) financiële afspraken gemaakt over het beperken van de uitgavengroei vanaf 2012 tot 2,5%. In een later akkoord werd dit percentage verlaagd tot 1,5% voor 2014 en tot 1% voor 2015-2017 (VWS, 2013). Om dit te bereiken werd het macrobeheersinstrument (MBI) voor medisch specialistische zorg ingevoerd. Hiermee kan een overschrijding van het uitgavenplafond door zorgverleners in een volgend jaar bij hen worden teruggevorderd. Daarnaast werd in 2012 het budgetsysteem voor de financiering van de ziekenhuiszorg vervangen door de prestatiebekostiging en werd het vrij onderhandelbare B-segment uitgebreid van 34% tot 70%. Ook substitutie van ziekenhuiszorg naar de goedkopere eerste lijn werd en wordt bevorderd. Daar staat tegenover dat door overheveling van dure geneesmiddelen naar de ziekenhuisbekostiging in 2012 de ziekenhuisuitgaven extra belast worden.

Effecten van financiële afspraken

De Algemene Rekenkamer (Hage et al., 2016) deed onderzoek naar de effecten van financiële afspraken in de zorgakkoorden en enkele inhoudelijke afspraken op de groei van de uitgaven aan medisch specialistische zorg. Er wordt met voorzichtigheid geconcludeerd dat de financiële afspraken geleid hebben tot een afname van de uitgavengroei tussen 2012 en 2015. Voorzichtigheid is geboden omdat de realisatiecijfers voor de jaren 2013, 2014 en 2015 nog niet definitief zijn en met grote onzekerheid omgeven. Daarnaast kunnen er ook andere factoren van invloed zijn geweest, zoals een afname van de zorgvraag. De inhoudelijke afspraken met betrekking tot substitutie, doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen en het opstellen van een kwaliteits- en doelmatigheidsagenda hebben vooralsnog niet tot nauwelijks tot lagere zorguitgaven geleid, aldus de Algemene Rekenkamer.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. VWS. Bestuurlijk hoofdlijnenakkoord 2012-2015 tussen de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, Zelfstandige Klinieken Nederland, Zorgverzekeraars Nederland en het Ministerie van VWS. Den Haag: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; 2011. Bron
  2. VWS. Onderhandelaarsresultaat medisch specialistische zorg 2014 t/m 2017. Den Haag: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; 2013. Bron
  3. Hage L, Zelle R, Koop G, Marks LK, Niëns LM. Zorgakkoorden. Uitgavenbeheersing in de zorg deel 4. Den Haag: Algemene Rekenkamer; 2016. Bron

Trend in kosten van ziekenhuiszorg naar volume

Gemiddelde jaarlijkse groei van kosten van ziekenhuiszorg, 1999-2015

Groei in %

Ziekenhuiszorg

 

Totaal

Prijs*

Volume*

 

   

Totaal

Demografie

Overig volume

1999-2003

10,8

6,6

4,2

1,1

3,0

2003-2005

5,9

-0,3

6,2

1,0

5,3

2005-2007

5,0

2,3

2,7

0,9

1,8

2007-2011

4,5

0,3

4,2

1,3

2,9

2011-2015

3,7

0,9

2,7

1,2

1,5

Bron: Slobbe et al., 2011van den Berg et al., 2014CPB, 2016; gegevens bewerkt door het RIVM

* De gemiddelde jaarlijkse groei is onder te verdelen in twee factoren: prijs en volume. De ontwikkelingen in prijs zijn toe te schrijven aan loonontwikkelingen en veranderingen in kostprijzen van goederen en diensten. Veranderingen in volume komen onder meer doordat de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking veranderen. Het verschil tussen de totale volumegroei en de demografische volumegroei is de ‘overige volumegroei’. Onder overige volumegroei vallen veranderingen in bijvoorbeeld epidemiologie en technologie.

 

Groei in kosten van ziekenhuiszorg neemt na 2003 af

In de periode 1999-2003 groeide de zorguitgaven voor ziekenhuiszorg met gemiddeld 10,8% per jaar. Dit percentage is lager dan de gemiddelde groei van de totale uitgaven voor de gezondheidszorg (11,6%) in die jaren. Na 2003 volgt een periode waarin de groei van de zorguitgaven afgeremd wordt.

Ondanks volumegroei daling in kostengroei tussen 2003 en 2005

In de periode 2003-2005 lag de jaarlijkse groei in de uitgaven aan ziekenhuiszorg bijna 50% lager dan in de periode 1999-2003 terwijl het volume van ziekenhuiszorg toenam. Deze ogenschijnlijk tegenstrijdige ontwikkeling ging gepaard met een daling van de prijs van de ziekenhuiszorg.

Na 2003 prijseffect kleiner dan volume-effect 

Na de prijsdaling in de periode 2003-2005 nam de prijs in de periode 2005-2007 weer toe. Vanaf 2003 is het prijseffect echter kleiner dan het volume-effect. De invloed van de demografische veranderingen op het volume-effect is redelijk constant; het effect van ‘overig volume’ fluctueert veel meer, maar is wel steeds groter dan het demografische effect.  

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slobbe LCJ, Smit JM, Groen J, Poos MJJC, Kommer GJ. Kosten van ziekten in Nederland 2007. Trends in de Nederlandse zorguitgaven 1999-2010. Bilthoven / Den Haag: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM / Centraal Bureau voor de Statistiek CBS; 2011. Bron
  2. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron
  3. CPB. Middellange termijnverkenning 2018-2021. Den Haag: Centraal Planbureau; 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • DBC-traject

    Een DBC-traject is een zorgpakket met alle onderdelen van een behandeling die een patiënt in een ziekenhuis of zelfstandig behandelcentrum (ZBC) krijgt voor een bepaalde aandoening. Indien een patiënt meerdere aansluitende DBC-trajecten ondergaat voor dezelfde primaire aandoening, is er sprake van een 'zorgtraject', bestaande uit meerdere DBC's. Op de kaarten voor ziekenhuiszorg geven we aantallen DBC-trajecten weer, omdat binnen die registratie DBC's (nog) niet betrouwbaar aan een zorgtraject van een patiënt zijn te koppelen. In de GGZ is dat wel mogelijk, en geven we complete zorgtrajecten weer.

Bronverantwoording
Methoden
  • Databewerking regionale gegevens door het RIVM

    Het gebruik van medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen en van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland is in kaart gebracht met behulp van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC-trajecten of DBC's). De oorspronkelijke data met betrekking tot medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen bestaat uit een overzicht van het aantal DBC-trajecten en de bijbehorende kosten (uitgesplitst naar ziekenhuis- en honorariumkosten) per vierpositie postcode, naar leeftijd (21 klassen) en geslacht. Tevens is er een onderscheid naar specialisme, type zorgaanbieder, zorgtype en individuele instelling/zorgaanbieder (middels de AGB-code).

    DBC-data zijn beschikbaar vanaf 2005, maar in de jaren 2005-2009 zijn de achtergrondkenmerken (vierpositie postcode, leeftijd, geslacht) niet volledig beschikbaar, waardoor deze jaren niet geschikt zijn voor ruimtelijke analyse. In de Nationale Atlas Volksgezondheid is het gegevensjaar 2010 gebruikt, in dit jaar is het verlies door onvolledige of onjuiste codering minder dan 0,5% van het aantal trajecten.

    De data is geaggregeerd van vierpositie postcode naar gemeenteniveau (situatie 2013) en gekoppeld aan een middenjaarschatting (MJS) van de bevolking. Deze MJS is een benadering van de gemiddelde omvang van de bevolking in het jaar en wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de bevolking op 1 januari 2010 en 1 januari 2011. Vervolgens zijn met de bevolkingsgegevens de relatieve aantallen DBC-trajecten en kosten berekend.

    Om te corrigeren voor de invloed van een verschillende bevolkingssamenstelling (leeftijd en geslacht) is ook een direct gestandaardiseerd cijfer berekend, zichtbaar als achtergrondkaart. Daardoor zijn de gemeenten beter onderling te vergelijken dan met de ruwe gegevens alleen. Directe standaardisatie wordt berekend door het aantal DBC-trajecten per inwoner, naar leeftijd en geslacht, te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking.

    De GGZ-DBC data wordt door het RIVM zonder verdere nabewerking overgenomen. De data is online verkrijgbaar via het CBS op Statline.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto. 

  • Trend in kosten van ziekenhuiszorg naar prijs en volume

    De gemiddelde jaarlijkse groei is onder te verdelen in twee factoren: prijs en volume. De ontwikkelingen in prijs zijn toe te schrijven aan loonontwikkelingen en veranderingen in kostprijzen van goederen en diensten. Veranderingen in volume komen onder meer doordat de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking veranderen. Dit wordt ook wel demografische volumegroei genoemd. Het verschil tussen de totale volumegroei en de demografische volumegroei is de ‘overige volumegroei’. Onder overige volumegroei vallen veranderingen in bijvoorbeeld epidemiologie en technologie. Als de groei negatief is, betekent dit dat er een daling is opgetreden.

    De prijsontwikkeling in de tabel is gebaseerd op de sectorspecifieke prijsontwikkeling van het CBS. Voor ziekenhuiszorg is deze voor de jaren 2011-2015 nog niet beschikbaar. De prijsontwikkeling voor 2011-2015 is daarom gebaseerd op de prijsmutatie BBP uit de Middenlangetermijnverkenning van het CPB. Het CPB cijfer is een algemene prijsontwikkeling en geldt dus niet alleen voor ziekenhuiszorg. De CBS sectorspecifieke prijsontwikkeling kan hier van afwijken. 

    Het CPB geeft de jaarlijkse prijsontwikkeling. Op basis van de jaarlijkse prijsontwikkelingen is de prijsontwikkeling voor 2011-2015 berekend: 

    Prijsontwikkeling 2011-2015 = (prijsontwikkeling 2011 * prijsontwikkeling 2012 * prijsontwikkeling 2013 * prijsontwikkeling 2014) ^ (1/4)