Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZiekenhuiszorgCijfers & ContextTrend aanbod

Cijfers & Context

Nederland telt 79 ziekenhuisorganisaties

Regionaal & Internationaal

Afstand tot ziekenhuis het grootst in het noorden

Kosten

Stijging kosten ziekenhuiszorg vlakt af

Zorgprestaties

Prestatie-indicatoren voor de ziekenhuiszorg

Trend in aantal medisch specialisten werkzaam in de zorg

Medisch specialisten werkzaam in de zorg 2000-2016

In dienst van ziekenhuisOverige zorg GGZGHZVVTHA
20004150498012302570120
20014625511012806565100
20024770507013053575100
2003497548701505457590
2004481047851490356595
20055515491516704060105
20065655528517003560120
2007590063001710307070
2008613563101860308070
2009644564651965304070
20106925703018557510565
2011719071802140455595
2012739575052255307065
2013775576502385305060
2014794576552435303060
2015842078552510353535
2016862081452470358535

Bron: BIG-register op CBS-StatLine

2016 voorlopige cijfers

  • Overige zorg is inclusief medisch specialistische bedrijven in het ziekenhuis
  • GGZ = geestelijke gezondheidszorg; GHZ = gehandicaptenzorg; VVT = verpleging, verzorging en thuiszorg; HA = huisartsenzorg

Medisch specialisten werkzaam in de zorg met ruim 83% toegenomen

Het aantal medisch specialisten werkzaam in de zorg is met 83% toegenomen, van 10.575 in 2000 naar 19.385 in 2016. De stijging betreft vooral de specialisten werkzaam in dienst van het ziekenhuis, in Overige zorg en in de GGZ; er werken en werkten weinig specialisten in de gehandicaptenzorg, huisartsenzorg en VVT

Meer medisch specialisten in loondienst van ziekenhuis

Sinds 2013 is het aantal medisch specialisten dat werkt in loondienst van het ziekenhuis weer groter dan het aantal medisch specialisten werkzaam in Overige zorg. De medisch specialisten die via een medisch specialistische bedrijf (MSB) in het ziekenhuis werken zijn ondergebracht bij Overige zorg. Dit duidt erop dat het aantal specialisten in loondienst van het ziekenhuis de laatste jaren groter is dan het aantal specialisten dat via een MSB in het ziekenhuis werkt. Dit zou te maken kunnen hebben met het toegenomen aantal en aandeel vrouwelijke medisch specialisten, die veel vaker in dienst van het ziekenhuis werken dan hun mannelijke collega’s.

Top-5 medisch specialisten

De top-5 van de medisch specialisten wordt gevormd door internisten, anesthesiologen, kinderartsen, chirurgen en radiologen. Dat was in 2010 het geval en is in 2016 nog steeds zo (Capaciteitsorgaan, 2016). 

Meer informatie:

 

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Capaciteitsorgaan. Capaciteitsplan 2016 Deelrapport 1– Medische specialismen – Spoedeisende geneeskunde – Ziekenhuisgeneeskunde – Klinisch technologische specialismen. Bijlage bij het integrale Capaciteitsplan 2016 voor de medische, tandheelkundige, klinisch technologische. Utrecht: Stichting Capaciteitsorgaan voor Medische en Tandheelkundige Vervolgopleidingen; 2016. Bron

Trend in aantal verpleegkundigen werkzaam in ziekenhuizen

Verpleegkundigen werkzaam in het ziekenhuis 2000-2016

Aantal
200068135
200169415
200271060
200373090
200473965
200574855
200674740
200774970
200875710
200977000
201078555
201179010
201278780
201378865
201473055
201573415
201674410

Bron: BIG-register op CBS-StatLine

2016 voorlopige cijfers

Tot 2014 stijging aantal verpleegkundigen werkzaam in ziekenhuizen

In de periode 1999-2016 steeg het aantal verpleegkundigen werkzaam in algemene en universitaire ziekenhuizen van ruim 68.000 naar 74.410 met een maximum van 79.010 verpleegkundigen in 2011. Relatief was de toename het grootst bij gespecialiseerde verpleegkundigen, van 85 in 2010 tot 1.435 in 2016. Vooral het aantal verpleegkundigen intensieve zorg steeg fors, van 50 naar 1.090.

In 2014 daling aantal verpleegkundigen werkzaam in ziekenhuizen

In 2014 daalde het aantal verpleegkundigen werkzaam in ziekenhuizen significant van 78.865 tot 73.055 (7,4%). De daling is het gevolg van de verplichte herregistratie in het BIG-register (CBS, 2016). Door strengere eisen aan direct contact met patiënten, bijscholing en werken onder opleidingsniveau raakten veel verpleegkundigen hun BIG-registratie kwijt en mochten zij niet langer de beroepstitel voeren. 

Meer informatie

Trend in aantal andere zorgprofessionals werkzaam in ziekenhuizen

Zorgprofessionals werkzaam in ziekenhuizen 2000-2016

FysiotherapeutenPsychologen / psychotherapeutenVerloskundigenApothekersTandartsen
2000293056029036085
20013055625310390145
20023205660350420165
20033405715395455180
20043535740455490200
20053595775520515200
20063570785535535225
20073665815600560240
20083755830660570240
20093820810750630250
20104020855825665260
20114070895890705260
20124100945925725270
20134110970990785255
201433451035985815275
2015336010901025850260
2016343011201045880270

Bron: BIG-register op CBS-StatLine

2016 voorlopige cijfers

Andere zorgprofessionals in ziekenhuizen met bijna 60% toegenomen

Naast medisch specialisten, basisartsen en verpleegkundigen werken er ook nog veel andere zorgprofessionals in algemene ziekenhuizen en UMC’s. Dit zijn onder meer fysiotherapeuten, verloskundigen, tandartsen, psychotherapeuten, psychologen en apothekers. Het totale aantal van deze zorgprofessionals is in de periode 2000-2016 met bijna 60% toegenomen, van 4.225 tot 6.745 (CBS, 2018). Meer dan de helft van deze groep zorgverleners is fysiotherapeut. Het aantal verloskundigen en tandartsen is in deze periode meer dan verdrievoudigd. Hiermee zijn dit relatief gezien de grote stijgers in de ziekenhuiszorg.

Herregistratie in 2013

Net als verpleegkundigen moesten ook fysiotherapeuten met een diplomadatum van voor 1 januari 2009 zich voor het einde van 2013 herregistreren om hun BIG-registratie te behouden en daarna elke vijf jaar. Om voor herregistratie in aanmerking te komen moet voldaan worden aan criteria met betrekking tot onder meer opleiding, aantal gewerkte uren en werken op een bepaald deskundigheidsniveau. Dit heeft in 2014 geleid tot een forse daling van het aantal BIG-geregistreerde fysiotherapeuten werkzaam in ziekenhuizen.

Meer informatie

Trend in aantal ziekenhuisbedden

Aantal bedden in ziekenhuizen 2009-2017

Soort instellingTotaalAlgemene ziekenhuizenUMC'sIC-bedden algemene zkhIC-bedden UMC's
200944.82737.0837.744
201045.72337.9797.744
201145.14037.5577.583
201244.22536.5807.645
201343.31135.6987.613
201442.34434.7317.613
201539.77532.4637.3121.701507
201639.29231.9807.3121.714424
201737.75330.7666.9871.628428
  • Tot en met verslagjaar 2014 voerde Panteia de analyses uit. De cijfers vanaf verslagjaar 2015 zijn bepaald door DHD. Hierdoor kunnen de gebruikte methoden verschillen.
  • Het aantal bedden is exclusief psychiatrische afdelingen en revalidatie- en traumacentra.
  • Het aantal IC-bedden is inclusief intensive Care (IC), medium care, Cardio Care Unit (CCU) en Eerste Harthulp (EHH) bedden.

 

Aantal bedden in ziekenhuizen daalt

Het aantal ziekenhuisbedden in algemene en academische ziekenhuizen is in de periode 2009-2017 afgenomen van ruim 44.800 naar ongeveer 37.700 bedden. Dat is een afname van ruim 15%. De afname was het grootst in de algemene ziekenhuizen. Het aantal intensieve care (IC) bedden is in de periode 2015-2017 met ongeveer 7% afgenomen. Door een trendbreuk is het totaal aantal IC-bedden is vergelijking met voorgaande jaren niet mogelijk (DHD, 2013DHD, 2015DHD & Panteia, 2016; DHD, 2017). De afname van de beddencapaciteit heeft mede te maken een sneller ontslag uit het ziekenhuis en patiënten worden steeds vaker in dagbehandeling behandeld, dus zonder overnachting in het ziekenhuis.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. DHD. Kengetallen Nederlandse Ziekenhuizen 2012. Utrecht: Dutch Hospital Data; 2013. Bron
  2. DHD. Kengetallen Nederlandse Ziekenhuizen 2013. Utrecht / Zoetermeer: Stichting Dutch Hospital Data / Panteia/EIM; 2015. Bron
  3. DHD, Panteia. Kengetallen Nederlandse Ziekenhuizen 2014. Utrecht: DHD; 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • DBC-traject

    Een DBC-traject is een zorgpakket met alle onderdelen van een behandeling die een patiënt in een ziekenhuis of zelfstandig behandelcentrum (ZBC) krijgt voor een bepaalde aandoening. Indien een patiënt meerdere aansluitende DBC-trajecten ondergaat voor dezelfde primaire aandoening, is er sprake van een 'zorgtraject', bestaande uit meerdere DBC's. Op de kaarten voor ziekenhuiszorg geven we aantallen DBC-trajecten weer, omdat binnen die registratie DBC's (nog) niet betrouwbaar aan een zorgtraject van een patiënt zijn te koppelen. In de GGZ is dat wel mogelijk, en geven we complete zorgtrajecten weer.

Bronverantwoording
Methoden
  • Databewerking regionale gegevens door het RIVM

    Het gebruik van medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen en van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland is in kaart gebracht met behulp van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC-trajecten of DBC's). De oorspronkelijke data met betrekking tot medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen bestaat uit een overzicht van het aantal DBC-trajecten en de bijbehorende kosten (uitgesplitst naar ziekenhuis- en honorariumkosten) per vierpositie postcode, naar leeftijd (21 klassen) en geslacht. Tevens is er een onderscheid naar specialisme, type zorgaanbieder, zorgtype en individuele instelling/zorgaanbieder (middels de AGB-code).

    DBC-data zijn beschikbaar vanaf 2005, maar in de jaren 2005-2009 zijn de achtergrondkenmerken (vierpositie postcode, leeftijd, geslacht) niet volledig beschikbaar, waardoor deze jaren niet geschikt zijn voor ruimtelijke analyse. In de Nationale Atlas Volksgezondheid is het gegevensjaar 2010 gebruikt, in dit jaar is het verlies door onvolledige of onjuiste codering minder dan 0,5% van het aantal trajecten.

    De data is geaggregeerd van vierpositie postcode naar gemeenteniveau (situatie 2013) en gekoppeld aan een middenjaarschatting (MJS) van de bevolking. Deze MJS is een benadering van de gemiddelde omvang van de bevolking in het jaar en wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de bevolking op 1 januari 2010 en 1 januari 2011. Vervolgens zijn met de bevolkingsgegevens de relatieve aantallen DBC-trajecten en kosten berekend.

    Om te corrigeren voor de invloed van een verschillende bevolkingssamenstelling (leeftijd en geslacht) is ook een direct gestandaardiseerd cijfer berekend, zichtbaar als achtergrondkaart. Daardoor zijn de gemeenten beter onderling te vergelijken dan met de ruwe gegevens alleen. Directe standaardisatie wordt berekend door het aantal DBC-trajecten per inwoner, naar leeftijd en geslacht, te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking.

    De GGZ-DBC data wordt door het RIVM zonder verdere nabewerking overgenomen. De data is online verkrijgbaar via het CBS op Statline.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto. 

  • Trend in kosten van ziekenhuiszorg naar prijs en volume

    De gemiddelde jaarlijkse groei is onder te verdelen in twee factoren: prijs en volume. De ontwikkelingen in prijs zijn toe te schrijven aan loonontwikkelingen en veranderingen in kostprijzen van goederen en diensten. Veranderingen in volume komen onder meer doordat de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking veranderen. Dit wordt ook wel demografische volumegroei genoemd. Het verschil tussen de totale volumegroei en de demografische volumegroei is de ‘overige volumegroei’. Onder overige volumegroei vallen veranderingen in bijvoorbeeld epidemiologie en technologie. Als de groei negatief is, betekent dit dat er een daling is opgetreden.

    De prijsontwikkeling in de tabel is gebaseerd op de sectorspecifieke prijsontwikkeling van het CBS. Voor ziekenhuiszorg is deze voor de jaren 2011-2015 nog niet beschikbaar. De prijsontwikkeling voor 2011-2015 is daarom gebaseerd op de prijsmutatie BBP uit de Middenlangetermijnverkenning van het CPB. Het CPB cijfer is een algemene prijsontwikkeling en geldt dus niet alleen voor ziekenhuiszorg. De CBS sectorspecifieke prijsontwikkeling kan hier van afwijken. 

    Het CPB geeft de jaarlijkse prijsontwikkeling. Op basis van de jaarlijkse prijsontwikkelingen is de prijsontwikkeling voor 2011-2015 berekend: 

    Prijsontwikkeling 2011-2015 = (prijsontwikkeling 2011 * prijsontwikkeling 2012 * prijsontwikkeling 2013 * prijsontwikkeling 2014) ^ (1/4)