Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZiekenhuiszorgCijfers & ContextGebruik

Cijfers & Context

Nederland telt 79 ziekenhuisorganisaties

Regionaal & Internationaal

Afstand tot ziekenhuis het grootst in het noorden

Kosten

Stijging kosten ziekenhuiszorg vlakt af

Zorgprestaties

Prestatie-indicatoren voor de ziekenhuiszorg

Ziekenhuisopnamen naar leeftijd en geslacht

Aantal ziekenhuisopnamen, 2012

MannenVrouwen
010151187451
1-56717947372
5-104779338939
10-153135227130
15-203637246892
20-253926878729
25-3040288133170
30-3546443156602
35-4057329129569
40-4587416132826
45-50110877150057
50-55134757169786
55-60162591173195
60-65195656194750
65-70211552203024
70-75190351184072
75-80168332175461
80-85115595143345
85-905461285375
90-951452530721
95+19085535

2012 voorlopige cijfers

Meer ziekenhuisopnamen voor vrouwen dan voor mannen

Vrouwen worden vaker in het ziekenhuis opgenomen dan mannen. In 2012 waren er 2.394.000 opnamen voor vrouwen en 1.915.700 voor mannen. Het verschil in aantal opnamen tussen mannen en vrouwen is vooral toe te schrijven aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd; het aantal ziekenhuisopnamen in de leeftijdsgroep 25-35 is bij vrouwen ruim drie maal zo groot als bij mannen. In de leeftijdsgroepen 0-15 en 60-75 zijn er meer ziekenhuisopnamen voor mannen dan voor vrouwen. Het totaal aantal opnamen is niet noodzakelijkerwijze gelijk aan het totaal aantal opgenomen vrouwen en mannen; mensen kunnen ook meerdere keren per jaar opgenomen worden. 

Meer informatie

Ziekenhuisopnamen naar diagnose

Klinische opnamen en dagopnamen naar diagnose, 2012

DagopnamenKlinische opnamenTotaal
Andere contacten410,835135,753546,588
Nieuwvormingen325,502184,621510,123
Spieren, beenderen, bindweefsel279,786143,561423,347
Onvoll. omschr. ziektebeelden204,597211,069415,666
Hart- en vaatstelsel127,896283,106411,002
Zenuwstelsel en zintuigen355,90544,128400,033
Spijsverteringsorganen182,838165,371348,209
Letsels, vergiftiging43,966249,676293,642
Zwangerschap, bevalling, kraambed61,719173,608235,327
Ademhalingsorganen75,183136,011211,194
Ongevalsletsels en vergiftigingen37,38171,195208,575
Urinewegen en geslachtsorganen88,083107,084195,167
Perinatale periode0,95381,42982,382
Huid en onderhuids bindweefsel63,24316,70379,946
Evs ziekten32,87238,17671,048
Bloed en bloedbereidende organen43,85618,81662,672
Infectieuze en parasitaire ziekten11,08834,3545,438
Psychische stoornissen15,14621,55936,705
Aangeboren afwijkingen13,18313,10326,286

2012 voorlopige cijfers

  • Letsels, vergiftiging = Externe oorzaken van letsels, vergiftiging
  • Evs ziekten = Endocriene-, voedings- en stofwisselingsziekten

Aantal dagopnamen en klinische opnamen verschilt per diagnose

In 2012 waren er in totaal 4.309.700 ziekenhuisopnamen, 54% betrof dagopnamen en 46% klinische opnamen. De verdeling dagopnamen en klinische opnamen verschilt aanzienlijk tussen diagnosen. Meer dan driekwart van de ziekenhuiszorg voor de diagnosen ziekten van het zenuwstelsel en de zintuigen, ziekten van de huid en onderhuids bindweefsel en ziekten van bloed en bloedbereidende organen wordt in dagbehandeling uitgevoerd. Daarentegen wordt de ziekenhuiszorg voor (ongevals)letsels en vergiftigingen, voor infectieuze en parasitaire ziekten en voor complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed voor meer dan driekwart in klinische opnamen verstrekt. En vrijwel alle baby’s met een aandoening van de perinatale periode (99%) liggen langer dan één dag in het ziekenhuis.

Meer informatie

Experts en redactie

Ziekenhuisopnamen voor drie chronische aandoeningen

Meer ziekenhuisopnamen voor astma en COPD, diabetes en hartfalen voor mannen 

Het aantal ziekenhuisopnamen per 10.000 inwoners bedroeg in 2011 voor astma en COPD 19,5, voor diabetes 6,8 en voor hartfalen 19,9 (OECD). Het aantal ziekenhuisopnamen voor elk van deze chronische aandoeningen is voor mannen hoger dan voor vrouwen. 

Minder ziekenhuisopnamen door ambulante zorg en preventie

Astma en COPD, diabetes en hartfalen zijn chronische aandoeningen die over het algemeen goed, ambulant behandeld kunnen worden in de eerstelijn of poliklinisch in de tweedelijn. Ook preventie, zowel binnen als buiten het gezondheidszorgsysteem, zou ziekenhuisopname kunnen voorkomen. Zo verkleint een gezondere leefstijl de kans op het krijgen van deze aandoeningen en daarmee de kans op ziekenhuisopname (van den Berg et al., 2014). 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron

Ligduur naar diagnose

Gemiddelde ligduur naar diagnose, 2012

2012
Psychische stoornissen17,6
Infectieuze en parasitaire ziekten7,9
Nieuwvormingen6,4
Ziekten ademhalingsorganen6,4
Endocriene-, voedings-, stofw.ziekten6,3
Aangeboren afwijkingen6,2
Ziekten hart- en vaatstelsel6
Aandoeningen huid en onderhuidsbindweefsel6
Ziekten zenuwstelsel 5,8
Letsels, vergiftigingen5,7
Ziekten spijsverteringsorganen5,4
Perinatale periode5,4
Ziekten bloed(bereidende) organen5
Aandoeningen spieren, beenderen, bindweefsel4,9
Ziekten urinewegen en geslachtsorganen4,7
Andere gezondheidsdiensten3,5
Onvoll. omschreven ziektebeelden3,3
Ziekten oog en adnexen3,1
Zwangerschap, bevalling, kraambed3
Gehoorstoornissen2,9

Bron: Landelijke Medische Registratie (LMR) op OECD.Stat

Ligduur voor psychische stoornissen het langst

De gemiddelde ligduur in ziekenhuizen voor alle diagnosen is 5,2 dagen (OECD). Vrouwen liggen gemiddeld iets langer in het ziekenhuis dan mannen (CBS, 2014). Met ruim 17,5 dagen is de gemiddelde opnameduur het langst voor psychische stoornissen. Bij deze stoornissen is het verschil in opnameduur tussen vrouwen en mannen ruim 20% en daarmee het grootst voor alle diagnosen. Hoewel de gemiddelde opnameduur voor psychische stoornissen en infectieuze en parasitaire ziekten relatief lang is, is het aantal opnamen voor deze aandoeningen relatief klein. Daarentegen kent nieuwvormingen zowel een relatief lange opnameduur als relatief veel opnamen.

De gemiddelde ligduur in algemene ziekenhuizen is korter dan de gemiddelde ligduur in academische ziekenhuizen. Dit is indicatief voor het verschil in patiëntenpopulatie tussen de beide typen ziekenhuizen; in academische ziekenhuizen worden meer patiënten opgenomen die meer hoog complexe zorg nodig hebben.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • DBC-traject

    Een DBC-traject is een zorgpakket met alle onderdelen van een behandeling die een patiënt in een ziekenhuis of zelfstandig behandelcentrum (ZBC) krijgt voor een bepaalde aandoening. Indien een patiënt meerdere aansluitende DBC-trajecten ondergaat voor dezelfde primaire aandoening, is er sprake van een 'zorgtraject', bestaande uit meerdere DBC's. Op de kaarten voor ziekenhuiszorg geven we aantallen DBC-trajecten weer, omdat binnen die registratie DBC's (nog) niet betrouwbaar aan een zorgtraject van een patiënt zijn te koppelen. In de GGZ is dat wel mogelijk, en geven we complete zorgtrajecten weer.

Bronverantwoording
Methoden
  • Databewerking regionale gegevens door het RIVM

    Het gebruik van medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen en van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland is in kaart gebracht met behulp van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC-trajecten of DBC's). De oorspronkelijke data met betrekking tot medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen bestaat uit een overzicht van het aantal DBC-trajecten en de bijbehorende kosten (uitgesplitst naar ziekenhuis- en honorariumkosten) per vierpositie postcode, naar leeftijd (21 klassen) en geslacht. Tevens is er een onderscheid naar specialisme, type zorgaanbieder, zorgtype en individuele instelling/zorgaanbieder (middels de AGB-code).

    DBC-data zijn beschikbaar vanaf 2005, maar in de jaren 2005-2009 zijn de achtergrondkenmerken (vierpositie postcode, leeftijd, geslacht) niet volledig beschikbaar, waardoor deze jaren niet geschikt zijn voor ruimtelijke analyse. In de Nationale Atlas Volksgezondheid is het gegevensjaar 2010 gebruikt, in dit jaar is het verlies door onvolledige of onjuiste codering minder dan 0,5% van het aantal trajecten.

    De data is geaggregeerd van vierpositie postcode naar gemeenteniveau (situatie 2013) en gekoppeld aan een middenjaarschatting (MJS) van de bevolking. Deze MJS is een benadering van de gemiddelde omvang van de bevolking in het jaar en wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de bevolking op 1 januari 2010 en 1 januari 2011. Vervolgens zijn met de bevolkingsgegevens de relatieve aantallen DBC-trajecten en kosten berekend.

    Om te corrigeren voor de invloed van een verschillende bevolkingssamenstelling (leeftijd en geslacht) is ook een direct gestandaardiseerd cijfer berekend, zichtbaar als achtergrondkaart. Daardoor zijn de gemeenten beter onderling te vergelijken dan met de ruwe gegevens alleen. Directe standaardisatie wordt berekend door het aantal DBC-trajecten per inwoner, naar leeftijd en geslacht, te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking.

    De GGZ-DBC data wordt door het RIVM zonder verdere nabewerking overgenomen. De data is online verkrijgbaar via het CBS op Statline.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto. 

  • Trend in kosten van ziekenhuiszorg naar prijs en volume

    De gemiddelde jaarlijkse groei is onder te verdelen in twee factoren: prijs en volume. De ontwikkelingen in prijs zijn toe te schrijven aan loonontwikkelingen en veranderingen in kostprijzen van goederen en diensten. Veranderingen in volume komen onder meer doordat de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking veranderen. Dit wordt ook wel demografische volumegroei genoemd. Het verschil tussen de totale volumegroei en de demografische volumegroei is de ‘overige volumegroei’. Onder overige volumegroei vallen veranderingen in bijvoorbeeld epidemiologie en technologie. Als de groei negatief is, betekent dit dat er een daling is opgetreden.

    De prijsontwikkeling in de tabel is gebaseerd op de sectorspecifieke prijsontwikkeling van het CBS. Voor ziekenhuiszorg is deze voor de jaren 2011-2015 nog niet beschikbaar. De prijsontwikkeling voor 2011-2015 is daarom gebaseerd op de prijsmutatie BBP uit de Middenlangetermijnverkenning van het CPB. Het CPB cijfer is een algemene prijsontwikkeling en geldt dus niet alleen voor ziekenhuiszorg. De CBS sectorspecifieke prijsontwikkeling kan hier van afwijken. 

    Het CPB geeft de jaarlijkse prijsontwikkeling. Op basis van de jaarlijkse prijsontwikkelingen is de prijsontwikkeling voor 2011-2015 berekend: 

    Prijsontwikkeling 2011-2015 = (prijsontwikkeling 2011 * prijsontwikkeling 2012 * prijsontwikkeling 2013 * prijsontwikkeling 2014) ^ (1/4)