Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ZiekenhuiszorgCijfers & ContextAanbod

Cijfers & Context

Nederland telt 69 ziekenhuisorganisaties

Regionaal & Internationaal

Afstand tot ziekenhuis het grootst in het noorden

Kosten

Ziekenhuiszorg ruim 26,7 miljard

Zorgprestaties

Prestatie-indicatoren voor de ziekenhuiszorg

Aantal instellingen voor medisch specialistische zorg

Aantal organisaties voor medisch specialistische zorg 2019

Type zorgorganisatie

Aantal

Locaties  

Algemene ziekenhuizen

101

Academische ziekenhuizen

8
Kinderziekenhuizen 7
Buitenpoliklinieken 129
Organisaties  

Ziekenhuisorganisaties

69

Bron: RIVM

Nederland telt 69 ziekenhuisorganisaties

In 2019 telt Nederland 69 ziekenhuisorganisaties inclusief 8 universitaire medische centra (UMC's). Deze organisaties bestaan in totaal uit 116 ziekenhuislocaties en 129 buitenpoliklinieken. Door fusies daalt het aantal ziekenhuisorganisaties; het aantal locaties waar ziekenhuiszorg verleend wordt, is echter min of meer gelijk gebleven door het toegenomen aantal buitenpoliklinieken.

Totaal aantal instellingen voor medisch specialistische zorg niet bekend

Algemene en academische ziekenhuizen leveren net zoals categorale ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (ZBC's) verzekerde zorg, hiervoor moeten zij een toelating hebben op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). In de registratie van de WTZi wordt geen eenduidig onderscheid gemaakt in ziekenhuizen, categorale ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Hierdoor is het niet goed mogelijk vast te stellen hoeveel categorale ziekenhuizen en ZBC’s er zijn.

Aantal ziekenhuisfusies neemt af

De afgelopen 50 jaar hebben er veel fusies plaatsgevonden tussen ziekenhuizen. De laatste decennia geen steeds minder ziekenhuizen over tot fusies. Ziekenhuizen richten zich minder op samenwerking met andere ziekenhuizen, maar steeds meer op samenwerking met andere zorg in hun regio zoals huisartsen en verpleeg- en verzorgingshuizen. De Autoriteit Consument & Markt (AMC) is ook kritischer in de beoordeling van fusieaanvragen, doordat de prijzen na een fusie lijkt te stijgen, terwijl de kwaliteit van de zorg niet aantoonbaar verbetert. Fusies hebben er ook voor gezorgd dat het aantal ziekenhuisorganisaties sterk is afgenomen. Door deze afname is het aantal keuzemogelijkheden en daarmee ook de (potentiële) concurrentie verminderd (Batterink et al., 2016). 

Meer informatie

Locaties van instellingen voor medische specialistische zorg

Experts en redactie

Datum publicatie

01-10-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Batterink M, Reitsma J, Bakker L, Pomp M, Plu R. Ziekenhuisfusies en kwaliteit van zorg. Onderzoek naar de effecten van ziekenhuisfusies op de kwaliteit van zorg. Barneveld: Significant; 2016. Bron

Aantal medisch specialisten werkzaam in de ziekenhuiszorg

Medisch specialisten werkzaam in de ziekenhuiszorg 2018

Percentage
Categorale ziekenhuizen/ZBC's41,4
UMC's23,2
Algemene ziekenhuizen15,4
Overige zorgsector15,5
Buiten de zorg4,6

Bron: BIG-register op CBS-StatLine

ZBC = Zelfstandig behandelcentrum
UMC = Universitair medische centrum
2018 voorlopige cijfers

Zo'n 16.680  specialisten werkzaam in de ziekenhuiszorg

In 2018 waren er in totaal 21.005 BIG-geregistreerde medisch specialisten in Nederland. Het grootste deel (80%; 16.680) van de medische specialisten is werkzaam in een instelling voor medisch specialistische zorg (MSZ); dat zijn universitaire medische centra (UMC's) en algemene ziekenhuizen en categorale ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (ZBC's). Het preciese aantal werkzame medisch specialisten is moeilijk aan te geven.

Andere artsen in dienst van het ziekenhuis

Naast medisch specialisten is er een groot aantal basisartsen (12.555) werkzaam binnen de ziekenhuiszorg, dit betreft zowel artsen in opleiding tot specialist (AIOS) als artsen niet in opleiding tot specialist (ANIOS). Andere artsen werkzaam in de MSZ zijn onder andere artsen huisartsgeneeskunde (195), medische zorg voor verstandelijke gehandicapten (5), ouderengeneeskunde (210), sportgeneeskunde (85) en sociale geneeskunde (120) (CBS StatLine, 2018).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

01-10-2020

Aantal andere zorgprofessionals werkzaam in de ziekenhuiszorg

Zorgprofessionals in de ziekenhuiszorg 2018

Beroepen en specialismenPercentage
Verpleegkundigen58,3
Artsen22,5
Medisch specialisten12,6
Fysiotherapeuten2,9
GZ-psychologen0,9
Verloskundigen0,9
Apothekers0,7
Physician assistants0,6
Psychotherapeuten0,3
Tandartsen0,2
Sociaal geneeskundige artsen0,1

Bron: BIG-register op CBS-StatLine

Verpleegkundigen de grootste medische beroepsgroep in de ziekenhuiszorg

In 2018 waren de verpleegkundigen verreweg de grootste medische beroepsgroep werkzaam in de ziekenhuiszorg, 77.175 (58,3%). Het grootste deel hiervan zijn algemene verpleegkundigen (97,5%). Een klein aandeel van de verpleegkundige is gespecialiseerd in de acute zorg, chronische zorg, intensieve zorg, preventieve zorg en de ggz. De verpleegkundige in de intensieve zorg vormen hierin de grootste groep (1,8%). 

Andere zorgprofessionals in het ziekenhuis

In het ziekenhuis zijn ook andere zorgprofessionals werkzaam, zoals fysiotherapeuten, klinisch psychologen, GZ-psychologen en psychotherapeuten, (ziekenhuis)apothekers en (gespecialiseerde) tandartsen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

01-10-2020

Aantal ziekenhuisbedden en IC-bedden

Algemene ziekenhuizen hebben het grootste aantal ziekenhuisbedden

In 2018 zijn er volgens de jaardocumenten Maatschappelijke Verantwoording in de zorg in totaal 39.900 ziekenhuisbedden (DigiMV). Dit betreft het aantal bedden in universitaire ziekenhuizen, algemene ziekenhuizen, categorale ziekenhuizen en revalidatiecentra. Dit aantal is inclusief wiegen voor gezonde zuigelingen, bedden voor dag- of deeltijdbehandeling, bedden/stoelen voor cytostaticabehandeling of dialyse en IC-bedden. Bedden op de afdelingen psychiatrie van universitaire en algemene ziekenhuizen (PAAZ/PUK) zijn niet meegeteld, evenmin als bedden in Zelfstandige Behandel Centra, voor zover niet onderdeel van een ziekenhuisconcern. Op basis van de gegevens in de jaardocumenten is het respectievelijk lastig en onmogelijk om een uitsplitsing te maken naar type ziekenhuis (UMC versus algemeen) en type bed (IC-bed versus niet-IC-bed). Dat is wel mogelijk met gegevens van een andere bron van een jaar eerder. De grafiek toont de uitsplitsing naar type ziekenhuis en IC-bedden op de IC-afdeling voor 2017. In 2017 stond ruim 80% van de ziekenhuisbedden in algemene ziekenhuizen (DHD, 2019). Ruim 5% van het totaal aantal bedden was een intensive care bed. 

Meer gedetailleerde cijfers gewenst 

Tijdens de COVID-19 epidemie  kwam er meer aandacht voor het actuele aantal ziekenhuisbedden waarop volwassen patiënten met een lichamelijk aandoening gedurende meerdere dagen verpleegd kunnen worden. Het is nog niet zeker of DigiMV zich leent voor deze specificering. Bovendien blijken de cijfers uit deze bron te verschillen van die uit een andere bron (Zorg-capaciteit.nl). Nader onderzoek naar verschillen en mogelijkheden van deze bronnen is daarom gewenst. Hetzelfde geldt voor IC-bedden. Meer informatie over deze bronnen.

Meer informatie

Datum publicatie

29-01-2021

Toelichting op beschikbaarheid cijfers IC-bedden

Nog geen eenduidig actueel cijfer over het aantal IC-bedden

Op dit moment is er nog geen eenduidig en actueel cijfer over het aantal IC-bedden beschikbaar. Voor 2017 presenteren wij de cijfers afkomstig uit de Enquête Jaarcijfers Ziekenhuizen van Dutch Hospital Data (DHD). Deze enquête is echter stopgezet. Een indicatie over 2018 kan wel verkregen worden uit gegevens van de kwaliteitsregistratie van Stichting NICE (Nationale Intensive Care Evaluatie). In 2018 namen alle 84 IC’s voor volwassenen in Nederland aan deze registratie deel. De Stichting NICE ontving gegevens over 1.208 operationele IC-bedden, wat wil zeggen dat beademingsapparatuur en verpleegkundigen beschikbaar zijn (NICE Stichting, 2019). Tijdens de COVID-19 epidemie 2020/2021 waren er drie aanvullende bronnen voor het aantal aanwezige IC-bedden:

De inventarisatie door het Ministerie van VWS kwam op een aantal van 1.032 IC-bedden op 1 juli 2020. Hoe dit cijfer precies tot stand is gekomen, is niet toegelicht. De andere twee bronnen zijn vooral bedoeld om van dag tot dag (zelfs van uur tot uur) het aantal bezette en beschikbare IC-bedden te meten; zij hebben geen overzichten gepubliceerd. Het LCPS vermeldde op zijn website op 31 maart 2021 dat er een capaciteit was van 1.329 IC-bedden (voor zowel COVID- als niet-COVID-zorg).

Bij het meten en weergeven van het aantal aanwezige IC-bedden is het belangrijk om rekening te houden met aspecten als beschikbaarheid van personeel, type beademing, aanwezigheid van ondersteunende apparatuur, tijd die nodig is om het bed in te zetten, bedden met monitoring- en beademingsmogelijkheden op andere afdelingen dan de IC, bedden die inzet kunnen worden bij een calamiteit (calamiteitenbedden) en hoe omgegaan wordt met fluctuerende aantallen. Zodra we samen met relevante partijen tot verantwoorde cijfers over de periode na 2017 kunnen komen, zullen we dat hier opnemen. 

Opschalingsplan voor 1.700 IC-bedden

Het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) heeft in juni 2020 een opschalingsplan gepresenteerd waarin werd voorgesteld om het aantal IC-bedden uit te breiden tot 1.350 structureel en 1.700 flexibel (Landelijk Netwerk Acute Zorg, 2020). Het aantal van 1.700 komt ongeveer overeen met het aantal bedden dat in gebruik was tijdens de piek van de eerste COVID-19-golf in 2020; toen waren er 1.424 IC-bedden voor patiënten met COVID-19 in gebruik en ongeveer 350 IC-bedden voor ander type patiënten (Landelijk Netwerk Acute Zorg, 2020; D. Gommers, podcast Virusfeiten 10 maart 2021, na ca 6 minuten).

Naast IC-bedden voor volwassenen ook IC-bedden voor kinderen

Behalve IC-bedden voor volwassenen zijn er IC-bedden voor kinderen en pasgeborenen. Ook deze worden ingezet als vitale functies worden bedreigd. IC-bedden voor kinderen bevinden zich op Pediatrische Intensive Care Units (PICU’s) van zeven ziekenhuizen. Ze zijn bestemd voor kinderen van 0 t/m 18 jaar. Couveuses voor pasgeborenen bevinden zich op Neonatale Intensive Care Units (NICU’s) van tien ziekenhuizen. Hier kan gespecialiseerde zorg worden geboden aan kinderen die te vroeg zijn geboren, kinderen met een te laag geboortegewicht en/of kinderen met een (mogelijke) aandoening. In totaal zijn er 200 couveuses aanwezig. Door een tekort aan verpleegkundigen, zijn er in de praktijk gemiddeld 170 NICU-couveuses onmiddellijk beschikbaar (NVK, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, gegevens ontvangen eind september 2020).
 

Datum publicatie

31-03-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NICE Stichting. Jaarboek 2018. Het nut van de NICE-registratie. Amsterdam: Stichting NICE; 2019. Bron
  2. Landelijk Netwerk Acute Zorg. Opschalingsplan COVID-19. Utrecht: LNAZ; 2020. Bron

Verantwoording

Definities
  • DBC-traject

    Een DBC-traject is een zorgpakket met alle onderdelen van een behandeling die een patiënt in een ziekenhuis of zelfstandig behandelcentrum (ZBC) krijgt voor een bepaalde aandoening. Indien een patiënt meerdere aansluitende DBC-trajecten ondergaat voor dezelfde primaire aandoening, is er sprake van een 'zorgtraject', bestaande uit meerdere DBC's. Op de kaarten voor ziekenhuiszorg geven we aantallen DBC-trajecten weer, omdat binnen die registratie DBC's (nog) niet betrouwbaar aan een zorgtraject van een patiënt zijn te koppelen. In de GGZ is dat wel mogelijk, en geven we complete zorgtrajecten weer.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over ziekenhuiszorg

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Abortusregistratie Nederland Zwangerschapsafbreking per provincie Vrouwen van 15-44 jaar Abortusregistratie Nederland
    Autoriteit Consument & Markt (ACM) Fusies tussen ziekenhuizen N.v.t. ACM
    Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG-register) Aantal medisch specialisten werkzaam in de zorg, Aantal andere zorgprofessionals werkzaam in ziekenhuizen N.v.t. BIG-register
    CBS Gezondheidsenquête Contact met medisch specialist per GGD-regio Nederlandse bevolking CBS-gezondheidsenquête
    CBS Zorgaanbod Aantal ziekenhuisbedden N.v.t. CBS Zorgaanbod
    CBS Zorguitgaven Kosten van ziekenhuiszorg Nederlandse bevolking CBS Zorguitgaven
    College Geneeskundige Specialismen Aantal medisch specialisten en profielen N.v.t. CGS
    Fertilieit.info Locaties transport- en UVF-centra N.v.t. Fertilieit.info
    Kosten van ziekten studie Kosten van ziekenhuiszorg naar leeftijd Nederlandse bevolking Kosten van ziekten database
    Landelijke IVF-resultaten IVF-behandelingen IVF-centra Landelijke IVF-resultaten, NVOG
    Landelijke Medische Registratie (LMR) Ziekenhuisopnamen, Ligduur Nederlandse bevolking LMR
    CBS Nabijheidsstatistiek Afstand tot dichtstbijzijnde ziekenhuis N.v.t. CBS Nabijheidsstatistiek
    Nederlandse Orgaantransplantatie Registratie Wachttijden en aantal wachtenden orgaantransplantatie, Transplantaties per transplantatiecentrum Nederlandse bevolking

    Nederlandse Orgaantransplantatie Registratie, Jaarverslagen NTS

    Nefrovisie Locaties dialysecentra N.v.t. Nefrovisie
    NGvA Locaties aborusklinieken N.v.t. NGvA
    Registratie nierfunctievervanging Nederland Dialysepatiënten per GGD-regio Nederlandse bevolking Registratie nierfunctievervaning Nederland, Nefrovisie
    Wachttijdenregistratie Mediquest Wachttijden ziekhuiszorg N.v.t. Mediquest
Methoden
  • Databewerking regionale gegevens door het RIVM

    Het gebruik van medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen en van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland is in kaart gebracht met behulp van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC-trajecten of DBC's). De oorspronkelijke data met betrekking tot medisch-specialistische zorg in ziekenhuizen bestaat uit een overzicht van het aantal DBC-trajecten en de bijbehorende kosten (uitgesplitst naar ziekenhuis- en honorariumkosten) per vierpositie postcode, naar leeftijd (21 klassen) en geslacht. Tevens is er een onderscheid naar specialisme, type zorgaanbieder, zorgtype en individuele instelling/zorgaanbieder (middels de AGB-code).

    DBC-data zijn beschikbaar vanaf 2005, maar in de jaren 2005-2009 zijn de achtergrondkenmerken (vierpositie postcode, leeftijd, geslacht) niet volledig beschikbaar, waardoor deze jaren niet geschikt zijn voor ruimtelijke analyse. In de Nationale Atlas Volksgezondheid is het gegevensjaar 2010 gebruikt, in dit jaar is het verlies door onvolledige of onjuiste codering minder dan 0,5% van het aantal trajecten.

    De data is geaggregeerd van vierpositie postcode naar gemeenteniveau (situatie 2013) en gekoppeld aan een middenjaarschatting (MJS) van de bevolking. Deze MJS is een benadering van de gemiddelde omvang van de bevolking in het jaar en wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de bevolking op 1 januari 2010 en 1 januari 2011. Vervolgens zijn met de bevolkingsgegevens de relatieve aantallen DBC-trajecten en kosten berekend.

    Om te corrigeren voor de invloed van een verschillende bevolkingssamenstelling (leeftijd en geslacht) is ook een direct gestandaardiseerd cijfer berekend, zichtbaar als achtergrondkaart. Daardoor zijn de gemeenten beter onderling te vergelijken dan met de ruwe gegevens alleen. Directe standaardisatie wordt berekend door het aantal DBC-trajecten per inwoner, naar leeftijd en geslacht, te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking.

    De GGZ-DBC data wordt door het RIVM zonder verdere nabewerking overgenomen. De data is online verkrijgbaar via het CBS op Statline.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto. 

  • Trend in kosten van ziekenhuiszorg naar prijs en volume

    De gemiddelde jaarlijkse groei is onder te verdelen in twee factoren: prijs en volume. De ontwikkelingen in prijs zijn toe te schrijven aan loonontwikkelingen en veranderingen in kostprijzen van goederen en diensten. Veranderingen in volume komen onder meer doordat de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking veranderen. Dit wordt ook wel demografische volumegroei genoemd. Het verschil tussen de totale volumegroei en de demografische volumegroei is de ‘overige volumegroei’. Onder overige volumegroei vallen veranderingen in bijvoorbeeld epidemiologie en technologie. Als de groei negatief is, betekent dit dat er een daling is opgetreden.

    De prijsontwikkeling in de tabel is gebaseerd op de sectorspecifieke prijsontwikkeling van het CBS. Voor ziekenhuiszorg is deze voor de jaren 2011-2015 nog niet beschikbaar. De prijsontwikkeling voor 2011-2015 is daarom gebaseerd op de prijsmutatie BBP uit de Middenlangetermijnverkenning van het CPB. Het CPB cijfer is een algemene prijsontwikkeling en geldt dus niet alleen voor ziekenhuiszorg. De CBS sectorspecifieke prijsontwikkeling kan hier van afwijken. 

    Het CPB geeft de jaarlijkse prijsontwikkeling. Op basis van de jaarlijkse prijsontwikkelingen is de prijsontwikkeling voor 2011-2015 berekend: 

    Prijsontwikkeling 2011-2015 = (prijsontwikkeling 2011 * prijsontwikkeling 2012 * prijsontwikkeling 2013 * prijsontwikkeling 2014) ^ (1/4)