Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Vroeggeboorte en laag geboortegewichtPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

7% van de baby's te vroeg geboren

Regionaal & Internationaal

Grote variatie aantal vroeggeboorten in EU-landen

Kosten

Uitgaven aan zorg 160 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Gezondheid vóór zwangerschap belangrijk

Inleiding zorg rond vroeggeboorte en laag geboortegewicht

Zorg vroeggeborenen geconcentreerd in NICU’s

Het grootste deel (85%) van baby’s geboren tussen 24-32 weken zwangerschap wordt geboren in een neonatale intensive care unit (NICU). De meeste kinderen die te vroeg geboren worden, worden na 32 weken zwangerschap geboren. De zorg voor kinderen die tussen 24 en 32 weken zwangerschap geboren worden, is geconcentreerd in tien perinatologische centra met een NICU. Het percentage te vroeg geboren baby’s dat daar geboren wordt is tussen 2005 en 2012 gestegen. In 2012 werd 15% van de baby’s die tussen 24 en 32 weken zwangerschap in een ziekenhuis geboren werden, geboren in een ziekenhuis zonder NICU. In 2005 was dit nog 27%. Bij dreigende vroeggeboorte wordt een zwangere vanaf een zwangerschapsduur van 24 weken voor de geboorte (antenataal) verwezen naar een perinatologisch centrum. Geboren worden op zo’n locatie verhoogt de kans op overleven zonder ernstige handicap. Vervoer direct na de geboorte heeft een nadelige invloed op de gezondheid (Gezondheidsraad, 2000).

Corticosteroïden in combinatie met weeënremmers verbetert prognose pasgeborene

Bij een spontane dreigende vroeggeboorte voor 34 weken kunnen weeënremmers gegeven worden voor het laten inwerken van de corticosteroïden en/of het overplaatsen van de zwangere vrouw naar een perinatologisch centrum (dit laatste tot 32 weken zwangerschap) (NVOG, 2011). Toediening van corticosteroïden aan de moeder bevordert de longrijping van het kind in de baarmoeder. Dit helpt om perinatale complicaties zoals neonatale sterfte en Respiratory Distress Syndrome (RDS) te voorkomen. Weeënremmers kunnen de bevalling dan enkele dagen uitstellen en de longen extra tijd geven. Door deze maatregelen verbetert de prognose voor de pasgeborene (Murphy, 1998). Wanneer het risico voor het kind ín de baarmoeder groter is dan daarbuiten heeft weeënremming geen zin (Lams et al., 2008).

Bewaken foetale conditie en bepalen optimaal geboortemoment bij groeivertraging

De essentie van het beleid bij foetale groeivertraging bestaat uit bewaking van de foetale conditie en bepaling van het optimale geboortemoment. Bij het bepalen van het optimale moment van geboorte worden de kansen op zuurstofgebrek leidend tot foetale nood, hersenschade en sterfte voor de geboorte afgewogen tegenover de kansen op neonatale morbiditeit en mortaliteit en een eventuele toename van obstetrische interventies wanneer niet wordt gewacht op het natuurlijke begin van de bevalling (NVOG, 2008).

Nazorg tot tweejarige leeftijd en later

In vergelijking met andere kinderen hebben kinderen die vóór 32 weken zwangerschap geboren worden duidelijk meer risico’s op ontwikkelingsstoornissen, beperkingen en handicaps. Een goede follow-up is daarom belangrijk om te volgen hoe het kind zich ontwikkelt en welke interventies het eventueel nodig heeft. Bovendien kunnen met inzicht in de lange termijneffecten van (behandeling van) vroeggeboorte perinatale behandelingen worden geëvalueerd. Tot voor kort organiseerden de NICU’s hun follow-up ieder op een eigen manier. De nieuwe richtlijn ‘NICU follow-up’ van de LNF moet meer eenheid brengen in de manier waarop NICU’s hun follow-up organiseren. Volgens deze richtlijn moeten in principe alle kinderen worden teruggezien die na minder dan 30 weken zwangerschap of met een geboortegewicht van minder dan 1000 gram worden geboren: bij 6, 12 en 24 maanden en vervolgens ook na 5 jaar en na 8 jaar (Visser, 2015).

Tijdige vroegsignalering en doorverwijzing van belang voor preventie en (na)zorg

Voor de preventie en (na)zorg rond de langetermijngevolgen van vroeggeboorte en small for gestational age (SGA) kinderen zijn tijdige vroegsignalering en doorverwijzing van belang. Bij de matig te vroeg geboren kinderen speelt de JGZ hierbij een belangrijke rol, omdat dit om een grote groep gaat die meestal niet intensief gevolgd wordt. Goede samenwerking en afstemming tussen de verschillende disciplines die betrokken zijn bij de nazorg voor te vroeg of SGA geboren kinderen is daarbij essentieel om de continuïteit in de zorg voor kind en ouders te waarborgen (NCJ, 2013).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Intensive care rond de geboorte. Den Haag: Gezondheidsraad (GR); 2000. Bron
  2. NVOG. Dreigende vroeggeboorte. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie; 2011. Bron
  3. Murphy D. Antenatal factors in relation to neonatal outcome in preterm delivery. Am J Obstet Gynecol. 1998;178:629-30. Bron
  4. Lams JD, Romero R, Culhane JF, Goldenberg RL. Primary, secondary, and tertiary interventions to reduce the morbidity and mortality of preterm birth. Lancet. 2008;371(9607):164-75. Bron
  5. NVOG. NVOG richtlijn Foetale groeibeperking. Versie 2.1. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG); 2008. Bron
  6. Visser J. Extreem vroeggeborenen verdienen meer nazorg. Medisch contact. 2015;(18 juni):1218-1219. Bron
  7. NCJ. JGZ Richtlijn: Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen. Samenvatting. Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ); 2013. Bron

Aantal ziekenhuisopnamen in verband met vroeggeboorte en laag geboortegewicht

Bijna 12.000 klinische opnamen voor stoornissen gerelateerd aan vroeggeboorte of laag geboortegewicht in 2012

In 2012 waren er in Nederland in totaal 11.892 klinische opnamen voor stoornissen gerelateerd aan een korte zwangerschapsduur en laag geboortegewicht (ICD-9-code 765). Het betrof 6.439 jongetjes en 5.453 meisjes. De gemiddelde klinische opnameduur voor deze stoornissen bedroeg voor zowel jongetjes als meisjes tussen de 15 en 16 dagen (LMR). Verder waren er in 2012 in totaal 3.844 klinische opnamen (1.743 jongens en 2.101 meisjes) voor vertraagde foetale groei en foetale ondervoeding ( ICD-9-code 764). Hierbij was de gemiddelde klinische opnameduur 5 dagen. 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl

NICU opnamen naar zwangerschapsduur

Aantal opnamedagen op een NICU naar zwangerschapsduur in 2015

Zwangerschapsduur Levend-geborenen Kinderen opgenomen op NICU Opnamedagen NICU
  Aantal Aantal Percentage  Totaal Gemiddelde per kind
<24.0 weken 202 4 2,0 21 5
24.0-25.6 weken 185 127 68,6 6.695 53
26.0-27.6 weken 329 261 79,3 11.792 45
28.0-29.6 weken 402 317 78,9 7.890 25
30.0-31.6 weken 764 573 75,0 6.452 11
32.0-36.6 wk 9.571 982 10,3 5.307 5
≥ 37.0 weken 154.413 1.854 1,2 10.876 6
Totaal 168.458 4.131 2,5 48.052 12

Bron: Perined, 2016 afkomstig van Perined; gegevens bewerkt door het RIVM

Zwangerschapsduur wordt genoteerd door middel van het aantal weken en dagen, gescheiden door een punt. Een zwangerschapsduur van 30.6 betekent bijvoorbeeld een zwangerschapsduur van 30 weken en 6 dagen. 

Vroeggeborenen gemiddeld 17 dagen op een NICU

Kinderen die voor de 37ste zwangerschapsweek worden geboren liggen gemiddeld 17 dagen op een NICU. De opnameduur kan variëren van 1 dag tot meerdere weken en eindigt met ontslag of overlijden. Te vroeg geboren kinderen geboren na 25 weken zwangerschap worden actief behandeld. Kinderen die tussen 24 en 25 weken zwangerschap geboren worden, kunnen onder bepaalde voorwaarden ook behandeld worden. Kinderen geboren vóór 24 weken worden niet actief behandeld. Dit verklaart het kleine aantal opgenomen kinderen en hun korte opnameduur. Vanaf 24 weken geldt hoe korter de zwangerschapsduur, hoe langer kinderen op de NICU liggen. Ongeveer 31% van alle kinderen die in 2015 op de NICU waren opgenomen, was geboren vóór de 32ste zwangerschapsweek. Bij hen was de gemiddelde opnameduur bijna 26 dagen. Kinderen jonger dan 28 weken maken 9% uit van de opgenomen kinderen met een gemiddelde opnameduur van 47 dagen. Bij kinderen geboren tussen de 32 en 37 weken zwangerschap (24% van de opgenomen kinderen) was de gemiddelde opnameduur (5 dagen) aanmerkelijk lager (Perined, 2016).

Merendeel NICU-opnamedagen door kleine groep te vroeg geboren kinderen

Hoewel kinderen geboren vóór de 32ste zwangerschapsweek 1% van alle levendgeboren kinderen uitmaken en kinderen geboren vóór de 28ste zwangerschapsweek 0,4%, zijn zij verantwoordelijk voor respectievelijk 68% en 39% van alle NICU-opnamedagen. Kinderen geboren na 37 weken (bijna 92% van alle levend geboren kinderen) verbruikten bijna 23% van de NICU-opnamedagen  (Perined, 2016). 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2015. Utrecht: Perined; 2016. Bron

NICU opnamen naar geboortegewicht

Aantal opnamedagen op een NICU naar geboortegewicht in 2015

Geboortegewicht Levend-geborenen Kinderen op-genomen op NICU Opnamedagen NICU
  Aantal Aantal Percentage Totaal Gemiddelde per kind
< 500 gram 100 6 6,0 172 29
500-999 gram 668 412 61,7 17.719 43
1000-1499 gram 890 610 68,5 11.826 19
1500-1999 gram 2.047 603 29,5 5.120 8
2000-2499 gram 6.482 425 6,6 2.269 5
2500-3999 gram 135.891 1.824 1,3 9.892 5
≥ 4000 gram 21.962 228 1,0 1.015 4
Totaal 168.458 4.131 2,5 48.052 12

Bron: Perined, 2016 afkomstig van Perined; gegevens bewerkt door het RIVM

Kinderen met laag geboortegewicht gemiddeld 18 dagen op een NICU

Kinderen die met een geboortegewicht van minder dan 2500 gram worden geboren liggen gemiddeld 18 dagen op een NICU. Vanaf 500 gram geldt hoe lager het gewicht, hoe langer kinderen op de NICU liggen. Ongeveer 50% van alle kinderen die in 2015 op de NICU waren opgenomen, had een geboortegewicht onder de 2500 gram en 25% onder de 1500 gram. Bij kinderen onder 1500 gram was de gemiddelde opnameduur bijna 29 dagen. Bij kinderen met een gewicht tussen de 1500 en 2500 gram was de gemiddelde opnameduur (7 dagen) aanmerkelijk lager (Perined, 2016). Het merendeel van deze kinderen (ongeveer twee derde) is te vroeg geboren (vóór 37 weken) en weegt daarom minder dan 2500 gram. Kinderen met een geboortegewicht minder dan 500 gram zijn meestal geboren vóór 24 weken. Zij worden niet actief behandeld. Dit verklaart het kleine aantal opgenomen kinderen en hun korte opnameduur. 

Merendeel NICU-opnamedagen door kleine groep te lichte kinderen

Hoewel kinderen geboren lichter dan 1500 gram 1% van alle levendgeboren kinderen uitmaken en kinderen lichter dan 2500 gram 6% zijn zij verantwoordelijk voor respectievelijk 62% en 77% van alle NICU-opnamedagen  Kinderen met een gewicht van 2500 gram of zwaarder (bijna 94% van alle levend geboren kinderen) verbruikten bijna 23% van de NICU-opnamedagen  (Perined, 2016). 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2015. Utrecht: Perined; 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • Vroeggeboorte

    In VZinfo definiëren we een vroeggeboorte of prematuriteit als een geboorte (inclusief doodgeboorte) tussen de 22ste en 37ste complete zwangerschapsweek (259 dagen zwangerschapsduur). Van extreme vroeggeboorte is sprake bij een geboorte vóór de 26ste zwangerschapsweek (NVK/NVOG, 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NVK/NVOG. Richtlijn Perinataal beleid bij extreme vroeggeboorte. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG); 2010. Bron
  • Laag geboortegewicht

    In internationale vergelijkingen wordt de grens van 2500 gram beschouwd als maat voor een te laag geboortegewicht en 1500 gram voor een veel te laag geboortegewicht. Vroeggeboorte gaat vaak samen met een laag geboortegewicht, maar ook op tijd (vanaf 37 weken) geboren kinderen kunnen een laag geboortegewicht hebben. Een geboortegewicht van minder dan 2500 gram valt vanaf ongeveer 37 weken onder het tiende percentiel (P10) op de geboortegewichtcurven (Hoftiezer et al., 2018; Perined, 2017).

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hoftiezer L, Hof MHP, Dijs-Elsinga J, Hogeveen M, Hukkelhoven CWPM, van Lingen RA. From population reference to national standard: new and improved birthweight charts. American Journal of Obstetrics and Gynecology. 2018;220(4):383.e1-383.e17. Bron | DOI
    2. Perined. Perined (Hoftiezer) geboortegewichtcurven. Perined; 2017. Bron
  • Laag geboortegewicht voor zwangerschapsduur

    Een laag gewicht voor de zwangerschapsduur is gedefinieerd als een geboortegewicht onder het 10de percentiel op de geboortegewichtcurven (Hoftiezer-gewichtspercentielen). Deze curven geven weer wat het optimale geboortegewicht is van kinderen geboren bij de betreffende zwangerschapsduur. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar geslacht (Hoftiezer et al., 2018; Perined, 2017). De curven zijn gebaseerd op de verdeling van kinderen zonder (verhoogd risico op) morbiditeit bij henzelf of hun moeder. Alle pasgeborenen met risicofactoren voor afwijkende foetale groei zijn uitgesloten. Hierbij gaat het om kinderen van moeders met hypertensie, diabetes of overige gezondheidsproblemen, moeders met middelengebruik, zwangerschappen gecompliceerd door placenta-afwijkingen of intra-uteriene infecties, meerlingzwangerschappen en pasgeborenen met congenitale afwijkingen. Ook kinderen geboren na een inleiding of met behulp van een primaire keizersneden zijn uitgesloten. Een laag gewicht voor de zwangerschapsduur wordt in het Engels 'small for gestational age' (SGA) genoemd.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hoftiezer L, Hof MHP, Dijs-Elsinga J, Hogeveen M, Hukkelhoven CWPM, van Lingen RA. From population reference to national standard: new and improved birthweight charts. American Journal of Obstetrics and Gynecology. 2018;220(4):383.e1-383.e17. Bron | DOI
    2. Perined. Perined (Hoftiezer) geboortegewichtcurven. Perined; 2017. Bron
  • Groeivertraging

    Van foetale groeivertraging is sprake als een kind zijn eigen optimale geboortegewicht, zijn individuele groeipotentieel, niet heeft kunnen bereiken. Bij dit groeipotentieel speelt ook de aanleg van het kind een rol (Beentjes et al., 2013). Een laag gewicht voor zwangerschapsduur (small for gestational age (SGA)) en foetale groeivertraging (Intra-Uteriene Groei Retardatie (IUGR)) worden vaak als synoniem gebruikt, maar niet elk kind dat groeivertraagd is, is ook SGA en niet elk SGA-kind is groeivertraagd. Van een laag gewicht voor zwangerschapsduur is sprake als een kindje in verhouding tot de zwangerschapsduur te klein is. Dit is gedefinieerd als een geboortegewicht onder het 10de percentiel op de geboortegewichtcurven (Hoftiezer-gewichtspercentielen). Deze curven geven weer wat het optimale geboortegewicht is van kinderen geboren bij de betreffende zwangerschapsduur (Hoftiezer et al., 2018; Perined, 2017).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Beentjes M, de Roon-Immerzeel A, Zeeman K. KNOV-standaard Opsporing van foetale groeivertraging. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV); 2013. Bron
    2. Hoftiezer L, Hof MHP, Dijs-Elsinga J, Hogeveen M, Hukkelhoven CWPM, van Lingen RA. From population reference to national standard: new and improved birthweight charts. American Journal of Obstetrics and Gynecology. 2018;220(4):383.e1-383.e17. Bron | DOI
    3. Perined. Perined (Hoftiezer) geboortegewichtcurven. Perined; 2017. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over vroeggeboorte en een laag geboortegewicht

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Perinatale registratie

    Vroeggeboorte, geboortegewicht, laag geboortegewicht voor duur van de zwangerschap, foetale sterfte naar zwangerschapsduur of geboortegewicht, neonatale sterfte naar zwangerschapsduur of geboortegewicht, NICU opnamen naar zwangerschapsduur of geboortegewicht

     

    Combinatie van vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap (= Big 2)

    Levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

     

     

     

    Levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

    Euro-Peristat

    Vroeggeboorte, geboortegewicht onder de 2500 gram

    Levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

    Landelijke Medische Registratie

    Ziekenhuisopname bij vroeggeboorte en laag geboortegewicht

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2017. Utrecht: Perined; 2019. Bron
    2. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron