Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

VoedingPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

De inname van transvetzuren is gedaald

Regionaal & Internationaal

Nederlandse tieners ontbijten vaak

Kosten

Preventie & Zorg

Wetgeving en voorlichting bereiken veel mensen

Aanbod

De overheid ondersteunt via wetgeving en voorlichting

De overheid ondersteunt de consument met het voedingsbeleid in het gemakkelijker maken van een gezonde en bewuste voedselkeuze. Dit doet de overheid onder andere door betrouwbare en toegankelijke voorlichting te verstrekken via het Voedingscentrum, onder andere door het weergeven van de Richtlijnen Voedselkeuze (Voedingscentrum: richtlijnen). Een andere vorm van voorlichting bestaat uit de logo’s op supermarktproducten, die het gezondste alternatief binnen de voedingscategorie weergeven. Daarnaast stimuleert de overheid de voedingsmiddelenindustrie het verzadigd vet- en zoutgehalte in producten te verlagen en ziet toe op de veiligheid van ons voedsel. Bovendien zorgt de overheid ervoor dat consumenten makkelijker kunnen kiezen voor duurzaam voedsel, gemaakt met respect voor dier, mens en milieu (Gezondheidsraad, 2009).

Werkgevers en scholen dragen bij via gezond kantineaanbod en schoolprogramma’s

Werkgevers en scholen kunnen kiezen voor een gezonder aanbod in de kantine van bedrijven, middelbare scholen en het middelbaar beroepsonderwijs. Er bestaan zowel landelijke initiatieven ter bevordering van een gezond kantineaanbod als initiatieven vanuit commerciële organisaties. Op scholen zijn vele programma’s beschikbaar die kinderen moeten stimuleren om gezonder te eten. De meeste programma’s kennen een aanpassing van het voedingsbeleid en voorlichting aan leerlingen (en soms ouders).

Meer informatie

  • Meer informatie en voorbeelden over een gezond kantineaanbod is te vinden op de website  Gezondeschool.
  • Over een gezonde schoolkantine, gezonde werkplek en kantine op de website Loketgezondleven.

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding ecologisch belicht. Den Haag: Gezondheidsraad; 2009. Bron

Bereik en effectiviteit

Groot bereik maatregelen ter bevordering van een gezonde voeding

Wetgeving en  voedselveiligheidsmaatregelen bereiken in principe alle consumenten. Voorlichting vanuit het Voedingscentrum bereikt ook een grote groep Nederlanders. Zo bezoeken negen miljoen mensen de website jaarlijks en worden jaarlijks meer dan twee miljoen materialen verspreid. Voor het bereik van twee schoolprogramma’s, zie: Smaaklessen per gemeente en EU-Schoolfruitprogramma per gemeente.

Meer informatie over effectiviteit voedingsinterventies

Verantwoording

Definities
  • Voeding en voedsel

    Voedsel en voeding zijn twee verschillende begrippen. Ze zijn niet inwisselbaar. Voedsel is het geheel aan voedingsmiddelen en dranken. Het begrip voeding is breder en behelst ook aspecten als voedingsgedrag, metabolisme en welke nutriënten en hoeveel energie het lichaam nodig heeft om goed te functioneren. De informatie op VZinfo.nl gaat over voeding en in het bijzonder over de vraag of de huidige en toekomstige voeding voldoet aan de Richtlijnen goede voeding voor de algemene bevolking en aan de aanbevelingen voor micronutriënten voor specifieke risicogroepen.

  • Richtlijnen goede voeding

    De  Richtlijnen goede voeding vormen een voedingsadvies voor Nederlanders vanaf de leeftijd van twaalf maanden met een stabiel en gezond gewicht. De Richtlijnen goede voeding zijn er vooral op gericht overgewicht, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type 2 en bepaalde vormen van kanker te voorkómen. De overheid gebruikt de richtlijnen bij het ontwikkelen van beleid en bij het monitoren van de effecten ervan (Gezondheidsraad, 2006).

    De Richtlijnen goede voeding (Gezondheidsraad, 2006) zijn:

    • Gebruik dagelijks 150-200 gram groente en 200 gram fruit.
    • Gebruik dagelijks 30-40 gram vezel, vooral afkomstig van groente, fruit en volkoren graanproducten.
    • Gebruik per week twee porties vis (à 100-150 gram), waarvan ten minste één portie vette vis.
    • Beperk het gebruik van verzadigde vetzuren tot minder dan 10 energieprocent (en%) en van enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren tot minder dan 1 en%.
    • Beperk het gebruik van voedingsmiddelen en dranken met gemakkelijk vergistbare suikers en dranken met een hoog gehalte aan voedingszuren tot 7 eet- of drinkmomenten per dag (inclusief hoofdmaaltijden).
    • Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag.
    • Indien men alcoholische drank gebruikt, beperk dit dan tot twee standaard glazen (mannen) of één standaardglas (vrouwen) per dag.
    • Beweeg op ten minste vijf – maar bij voorkeur op alle – dagen van de week minstens een half uur matig inspannend in de vorm van bijvoorbeeld stevig lopen, fietsen of tuinieren.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
  • Relatie voeding en ziekten

    Gezonde voeding is voeding die qua samenstelling en hoeveelheid nutriënten optimaal is voor de gezondheid. Dat wil zeggen dat de balans tussen nutriënten en energie-inname risico’s op ziekten verkleint en deficiëntieziekten als rachitis en osteoporose voorkomt (Gezondheidsraad, 2006). Een ongezond voedingspatroon is een belangrijke risicofactor voor een aantal chronische ziekten, waaronder sommige vormen van kanker, hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type 2.

    Op VZinfo.nl is te lezen welke relaties bekend zijn tussen deze chronische ziekten en de consumptie van groente en fruit, vet, vis, zout en een aantal micronutriënten. De invloed van voeding op gezondheid blijft echter niet tot deze nutriënten beperkt.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
  • Voedingsnormen

    In de Voedingsnormen geeft de Gezondheidsraad advies over de hoeveelheden energie en (micro)nutriënten die mensen nodig hebben. Het doel hiervan is tekorten van bepaalde nutriënten te voorkomen én het risico te beperken op een inname hoger dan de vastgestelde veilige bovengrens. De meest recente voedingsnormen zijn de nieuwe voedingsnormen voor vitamine D (Gezondheidsraad, 2012).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
  • Richtlijnen Voedselkeuze

    De  Richtlijnen Voedselkeuze zijn een praktische vertaling van de Richtlijnen goede voeding en de voedingsnormen voor de toepassing in voedingsvoorlichting aan de bevolking. Er staan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden in van voedingsmiddelen om met het Nederlandse voedingspatroon te komen tot de Richtlijnen goede voeding (Voedingscentrum, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Voedingscentrum. Richtlijnen voedselkeuze. Den Haag: Voedingscentrum; 2011. Bron
  • Extra micronutriënten voor specifieke bevolkingsgroepen

    Goede en gevarieerde voeding bevat over het algemeen voldoende micronutriënten voor gezonde mensen. Sommige bevolkingsgroepen hebben, vanwege hun specifieke situatie, een verhoogd risico op een tekort van een bepaald nutriënt. Voor hen gelden specifieke adviezen om naast een gevarieerd eetpatroon bepaalde extra micronutriënten tot zich te nemen. Het gaat om de volgende micronutriënten en groepen (Gezondheidsraad, 2012; Gezondheidsraad, 2009; Gezondheidsraad, 2006; Gezondheidsraad, 2003; Gezondheidsraad, 2001; Gezondheidsraad, 2000; Gezondheidsraad, 1992):

    • Foliumzuur voor vrouwen met een kinderwens. De reden hiervoor is het verminderde risico op de geboorte van een kind met neurale buisdefecten (bijvoorbeeld spina bifida of een open rug).
    • Vitamine K om hersenbloedingen te voorkomen, voor pasgeborenen en borstgevoede zuigelingen gedurende de eerste drie maanden na de geboorte.
    • Vitamine B12 voor veganisten. Borstgevoede zuigelingen met een moeder die veganistisch eet en geen extra vitamine B12 gebruikt, lopen een zeer groot risico op ernstige neurologische klachten als gevolg van een vitamine B12-tekort.
    • Vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen (zie hierna).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
    2. Gezondheidsraad. Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen. Den Haag: Gezondheidsraad; 2009. Bron
    3. Gezondheidsraad. Richtlijn voor de vezelconsumptie. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
    4. Gezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den Haag: Gezondheidsraad; 2003. Bron
    5. Gezondheidsraad. Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. Den Haag: Gezondheidsraad; 2001. Bron
    6. Gezondheidsraad. Voedingsnormen calcium, vitamine D, thiamine, riboflavine, niacine, panthotheenzuur en biotinee. Den Haag: Gezondheidsraad; 2000. Bron
    7. Gezondheidsraad. Nederlandse Voedingsnormen 1989 (editie 1992). Den Haag: Gezondheidsraad; 1992. Bron
  • Extra vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen

    Vitamine D speelt een rol bij de botopbouw en wordt onder invloed van ultraviolette straling uit zonlicht aangemaakt in de huid. Hoeveel vitamine D er wordt aangemaakt, hangt af van de leeftijd, de hoeveelheid pigment in de huid en de tijdsduur dat de huid is blootgesteld aan de zon (IARC, 2008b). Vitamine D zit ook in voeding, bijvoorbeeld in vis, vlees, halvarine en margarine. De Gezondheidsraad adviseert de volgende bevolkingsgroepen extra vitamine D in te nemen (Gezondheidsraad, 2012):

    •     jonge kinderen van 0 tot 4 jaar (10 mcg)
    •     mensen met een donkere huid (10 mcg)
    •     mensen die weinig of niet in de zon komen (10 mcg)
    •     vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven (10 mcg)
    •     vrouwen die een sluier dragen (10 mcg)
    •     vrouwen van 50 tot 70 jaar (10mcg)
    •     mannen en vrouwen vanaf 70 jaar (20 mcg).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
Bronverantwoording
  • Voedselconsumptiepeiling (VCP)

    De voedselconsumptiepeilingen (VCP) brengen de voedselconsumptie en nutriënteninname van de Nederlandse bevolking in beeld. De meest recente resultaten van de hele bevolking zijn van de VCP-basisgegevensverzameling 2007-2010, waarin het RIVM de consumptie van de algemene bevolking van 7 tot 69 jaar heeft gemeten (van Rossum et al., 2011). In de volgende VCP wordt van 2012 tot 2016 de voedselconsumptie in de leeftijdsgroep van 1 tot en met 79 jaar gemeten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  • Voedingsstatusonderzoek

    Voor enkele mineralen kan de inname met voedselconsumptiepeilingen niet goed worden bepaald en is voedingsstatusonderzoek nodig. Daarin worden mineralen en andere stoffen gemeten in onder andere bloed en urine. De consumptie van jodium en natrium (zout) kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit de uitscheiding in 24-uurs urine (van den Hooven et al., 2007). Ook wordt de aanwezigheid van bepaalde stoffen in het bloed gemeten. De resultaten op VZinfo.nl zijn afkomstig van voedingsstatusonderzoek uit 2006 en 2010 (van Rossum et al., 2011).

    De combinatie van de voedselconsumptiepeilingen en het voedingsstatusonderzoek geeft een beeld van de mate waarin Nederlanders voldoen aan de Richtlijnen goede voeding en de Nederlandse Voedingsnormen, anders gezegd, hoe gezond Nederlanders eten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Hooven C, Fransen H, Janse E, Ocké MC. 24-uurs urine-excretie van natrium. Voedingsstatusonderzoek bij volwassen Nederlanders. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
    2. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
Methoden
  • Opleidingsniveau en etniciteit

    Als maat voor de sociaaleconomische status is hier gebruik gemaakt van het opleidingsniveau. Bij kinderen wordt gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders en/of verzorgers.

  • Internationale vergelijkingen

    Internationale vergelijkingen van voedselpatronen zijn vaak gebaseerd op schattingen, omdat er weinig goede gegevensbronnen zijn om consumptiegegevens bij de totale bevolking te kunnen vergelijken. Waar mogelijk maakt VZ-info.nl bij de internationale vergelijkingen gebruik van ECHI-indicatoren. ECHI-indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Bij het onderwerp Voeding gebruiken we ECHI indicator 49 ‘Consumption of fruit’.