Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

VoedingCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

De inname van transvetzuren is gedaald

Regionaal & Internationaal

Nederlandse tieners ontbijten vaak

Kosten

Preventie & Zorg

Wetgeving en voorlichting bereiken veel mensen

Trend in consumptie van groente

Trend in dagelijkse consumptie van groente

Bij 19 tot 30-jarigen
MannenVrouwen
VCP 1987-1988156143
VCP 1992135128
VCP 1997-1998121113
VCP 200311190
VCP 2007-2010116112
VCP 2012-2014137122

Bron: Voedselconsumptiepeiling (VCP) 1987-2014

Einde aan dalende trend in groenteconsumptie 

Jongvolwassenen (19 tot 30-jarigen) zijn sinds 1987-1988 steeds minder groente gaan eten, maar aan deze daling is sinds 2007-2010 een einde gekomen. De laatste jaren neemt de groenteconsumptie van zowel jongvolwassen vrouwen als mannen weer toe (Ocké et al., 2017).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. VCP, Voedselconsumptiepeiling. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Ocké MC, Toxopeus IB, Geurts M, Mengelers MJB, Temme EHM, Hoeymans N. Wat ligt er op ons bord? Veilig, gezond en duurzaam eten in Nederland. Bilthoven: RIVM; 2017. Bron

Trend in consumptie van fruit

Trend in dagelijkse consumptie van fruit

Bij 19 tot 30-jarigen
MannenVrouwen
VCP 1987-1988110109
VCP 19928999
VCP 1997-19988691
VCP 20038692
VCP 2007-20106493
VCP 2012-201474118

Bron: Voedselconsumptiepeiling (VCP) 1987-2014

Fruitconsumptie neemt weer toe

Jongvolwassenen (19 tot 30-jarigen) eten sinds 1987-1988 steeds minder fruit, maar sinds 2012-2014 zijn jongvolwassen vrouwen en mannen weer meer fruit gaan eten. Bij vrouwen was de dalende trend in fruitconsumptie al eerder gestopt dan bij mannen (Ocké et al., 2017).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. VCP, Voedselconsumptiepeiling. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Ocké MC, Toxopeus IB, Geurts M, Mengelers MJB, Temme EHM, Hoeymans N. Wat ligt er op ons bord? Veilig, gezond en duurzaam eten in Nederland. Bilthoven: RIVM; 2017. Bron

Trend in inname transvetzuren

Trend in dagelijkse inname van transvetzuren

Leeftijdsgroep 19- tot 30-jarigen
Mannen Vrouwen
VCP 1987-1988 4,6 4,4
VCP 1992 4,3 4,1
VCP 2003 1,0 1,1
VCP 2007-2010 0,5 0,5

Bron: Voedselconsumptiepeiling (VCP) 1987-2010

Inname transvetzuren sterk gedaald

Tussen 1987 en 1998 daalde de consumptie van transvetzuren sterk (Brussaard et al., 1999). Deze trend zette de afgelopen jaren door. Dit komt doordat er steeds minder transvetzuren aan voedingsmiddelen worden toegevoegd. Op dit moment voldoen vrijwel alle Nederlanders aan de richtlijn voor transvetzuren (<1 energieprocent). Aan de inname van verzadigde vetten is tussen 2003 en 2007-2010 weinig veranderd; die blijft te hoog (van Rossum et al., 2011; Geurts et al., 2014).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. VCP, Voedselconsumptiepeiling. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Brussaard JH, Brants HAM, van Erp-Baart AMJ, Hulshof KFAM, Kistemaker C. Voedselconsumptie en voedingstoestand bij 8-jarige Marokkaanse, Turkse en Nederlandse kinderen en hun moeders. Zeist: TNO; 1999. GoogleScholar
  2. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  3. Geurts M, van Rossum CTM, Brands H, Verkaik-Kloosterman J, Westenbrink S. Veranderingen in het aanbod van voedingsmiddelen en de voedselconsumptie. Bilthoven: RIVM; 2014. Bron

Trend in inname vitamines en mineralen

Gemiddelde inname van micronutriënten in 2003 en 2007-2010

bij Nederlanders van 19-30 jaar
    Mannen Vrouwen
  Eenheid 2003 2007-2010 2003 2007-2010
Calcium mg 1.164 1.091 968 918
IJzer mg 13 12 11 10
Magnesium mg 400 378 289 292
Fosfor mg 1.839 1.753 1.308 1.329
Selenium mg 54 53 42 42
Zink mg 12 12 9 10
Folaat µg 246 288 205 249
Vitamine D µg 4 4 3 3
Vitamine E mg 14 16 11 12

Bron: VCP 2003 en 2007-2010, Flynn et al., 2009 (behalve vitamine A).

Inname vitamines A, E en D gedaald

Uit eerder voedselconsumptieonderzoek bleek dat de inname van verschillende micronutriënten, vooral vitamine A, E en D, tussen 1987 en 1998 gedaald is (Brussaard et al., 1999). Tussen 2003 en 2007-2010 namen 19- tot 30-jarigen 5 tot 10% minder ijzer, vitamine A en calcium in. De inname van vitamine D bleef ongeveer gelijk, terwijl die van vitamine E met ongeveer 13% steeg. Ook de inname van folaat (foliumzuur in voeding) lijkt te zijn gestegen. Dit laatste komt deels door een stijging van met foliumzuur verrijkte voedingsmiddelen, een toenemend gebruik van voedingssupplementen en deels door methodologische wijzigingen in het Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO) (Hulshof et al., 2004; van Rossum et al., 2011).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Brussaard JH, Brants HAM, van Erp-Baart AMJ, Hulshof KFAM, Kistemaker C. Voedselconsumptie en voedingstoestand bij 8-jarige Marokkaanse, Turkse en Nederlandse kinderen en hun moeders. Zeist: TNO; 1999. GoogleScholar
  2. Hulshof KFAM, Ocké MC, van Rossum CTM, Buurma-Rethans EEJM, Brants HAM, Drijvers JJMM. Resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 2003. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2004. Bron
  3. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  4. Flynn A, Hirvonen T, Mensink GBM, Ocké MC, Serra-Majem L, Stos K, et al. Intake of selected nutrients from foods, from fortification and from supplements in various European countries. Food & Nutrition Research. 2009;53. Bron | DOI

Trend in consumptie van verrijkte voedingsmiddelen

Stijging in het gebruik van verrijkte voedingsmiddelen

De afgelopen vijf jaar worden er steeds meer verrijkte voedingsmiddelen gebruikt. Dit zijn voedingsmiddelen waaraan vitaminen en/of mineralen zijn toegevoegd, zoals margarines en zuivelproducten (zoals yoghurtdranken) en vruchtendranken. Het percentage jongvolwassenen dat gebruik maakt van dit soort producten is gestegen van ongeveer 40% in 2003 naar 75% tussen 2007 en 2010 (Hulshof et al., 2004; van Rossum et al., 2011).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hulshof KFAM, Ocké MC, van Rossum CTM, Buurma-Rethans EEJM, Brants HAM, Drijvers JJMM. Resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 2003. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2004. Bron
  2. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron

Verantwoording

Definities
  • Voeding en voedsel

    Voedsel en voeding zijn twee verschillende begrippen. Ze zijn niet inwisselbaar. Voedsel is het geheel aan voedingsmiddelen en dranken. Het begrip voeding is breder en behelst ook aspecten als voedingsgedrag, metabolisme en welke nutriënten en hoeveel energie het lichaam nodig heeft om goed te functioneren. De informatie op VZinfo.nl gaat over voeding en in het bijzonder over de vraag of de huidige en toekomstige voeding voldoet aan de Richtlijnen goede voeding voor de algemene bevolking en aan de aanbevelingen voor micronutriënten voor specifieke risicogroepen.

  • Richtlijnen goede voeding

    De  Richtlijnen goede voeding vormen een voedingsadvies voor Nederlanders vanaf de leeftijd van twaalf maanden met een stabiel en gezond gewicht. De Richtlijnen goede voeding zijn er vooral op gericht overgewicht, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type 2 en bepaalde vormen van kanker te voorkómen. De overheid gebruikt de richtlijnen bij het ontwikkelen van beleid en bij het monitoren van de effecten ervan (Gezondheidsraad, 2006).

    De Richtlijnen goede voeding (Gezondheidsraad, 2006) zijn:

    • Gebruik dagelijks 150-200 gram groente en 200 gram fruit.
    • Gebruik dagelijks 30-40 gram vezel, vooral afkomstig van groente, fruit en volkoren graanproducten.
    • Gebruik per week twee porties vis (à 100-150 gram), waarvan ten minste één portie vette vis.
    • Beperk het gebruik van verzadigde vetzuren tot minder dan 10 energieprocent (en%) en van enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren tot minder dan 1 en%.
    • Beperk het gebruik van voedingsmiddelen en dranken met gemakkelijk vergistbare suikers en dranken met een hoog gehalte aan voedingszuren tot 7 eet- of drinkmomenten per dag (inclusief hoofdmaaltijden).
    • Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag.
    • Indien men alcoholische drank gebruikt, beperk dit dan tot twee standaard glazen (mannen) of één standaardglas (vrouwen) per dag.
    • Beweeg op ten minste vijf – maar bij voorkeur op alle – dagen van de week minstens een half uur matig inspannend in de vorm van bijvoorbeeld stevig lopen, fietsen of tuinieren.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
  • Relatie voeding en ziekten

    Gezonde voeding is voeding die qua samenstelling en hoeveelheid nutriënten optimaal is voor de gezondheid. Dat wil zeggen dat de balans tussen nutriënten en energie-inname risico’s op ziekten verkleint en deficiëntieziekten als rachitis en osteoporose voorkomt (Gezondheidsraad, 2006). Een ongezond voedingspatroon is een belangrijke risicofactor voor een aantal chronische ziekten, waaronder sommige vormen van kanker, hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type 2.

    Op VZinfo.nl is te lezen welke relaties bekend zijn tussen deze chronische ziekten en de consumptie van groente en fruit, vet, vis, zout en een aantal micronutriënten. De invloed van voeding op gezondheid blijft echter niet tot deze nutriënten beperkt.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
  • Voedingsnormen

    In de Voedingsnormen geeft de Gezondheidsraad advies over de hoeveelheden energie en (micro)nutriënten die mensen nodig hebben. Het doel hiervan is tekorten van bepaalde nutriënten te voorkomen én het risico te beperken op een inname hoger dan de vastgestelde veilige bovengrens. De meest recente voedingsnormen zijn de nieuwe voedingsnormen voor vitamine D (Gezondheidsraad, 2012).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
  • Richtlijnen Voedselkeuze

    De  Richtlijnen Voedselkeuze zijn een praktische vertaling van de Richtlijnen goede voeding en de voedingsnormen voor de toepassing in voedingsvoorlichting aan de bevolking. Er staan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden in van voedingsmiddelen om met het Nederlandse voedingspatroon te komen tot de Richtlijnen goede voeding (Voedingscentrum, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Voedingscentrum. Richtlijnen voedselkeuze. Den Haag: Voedingscentrum; 2011. Bron
  • Extra micronutriënten voor specifieke bevolkingsgroepen

    Goede en gevarieerde voeding bevat over het algemeen voldoende micronutriënten voor gezonde mensen. Sommige bevolkingsgroepen hebben, vanwege hun specifieke situatie, een verhoogd risico op een tekort van een bepaald nutriënt. Voor hen gelden specifieke adviezen om naast een gevarieerd eetpatroon bepaalde extra micronutriënten tot zich te nemen. Het gaat om de volgende micronutriënten en groepen (Gezondheidsraad, 2012; Gezondheidsraad, 2009; Gezondheidsraad, 2006; Gezondheidsraad, 2003; Gezondheidsraad, 2001; Gezondheidsraad, 2000; Gezondheidsraad, 1992):

    • Foliumzuur voor vrouwen met een kinderwens. De reden hiervoor is het verminderde risico op de geboorte van een kind met neurale buisdefecten (bijvoorbeeld spina bifida of een open rug).
    • Vitamine K om hersenbloedingen te voorkomen, voor pasgeborenen en borstgevoede zuigelingen gedurende de eerste drie maanden na de geboorte.
    • Vitamine B12 voor veganisten. Borstgevoede zuigelingen met een moeder die veganistisch eet en geen extra vitamine B12 gebruikt, lopen een zeer groot risico op ernstige neurologische klachten als gevolg van een vitamine B12-tekort.
    • Vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen (zie hierna).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
    2. Gezondheidsraad. Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen. Den Haag: Gezondheidsraad; 2009. Bron
    3. Gezondheidsraad. Richtlijn voor de vezelconsumptie. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
    4. Gezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den Haag: Gezondheidsraad; 2003. Bron
    5. Gezondheidsraad. Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. Den Haag: Gezondheidsraad; 2001. Bron
    6. Gezondheidsraad. Voedingsnormen calcium, vitamine D, thiamine, riboflavine, niacine, panthotheenzuur en biotinee. Den Haag: Gezondheidsraad; 2000. Bron
    7. Gezondheidsraad. Nederlandse Voedingsnormen 1989 (editie 1992). Den Haag: Gezondheidsraad; 1992. Bron
  • Extra vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen

    Vitamine D speelt een rol bij de botopbouw en wordt onder invloed van ultraviolette straling uit zonlicht aangemaakt in de huid. Hoeveel vitamine D er wordt aangemaakt, hangt af van de leeftijd, de hoeveelheid pigment in de huid en de tijdsduur dat de huid is blootgesteld aan de zon (IARC, 2008b). Vitamine D zit ook in voeding, bijvoorbeeld in vis, vlees, halvarine en margarine. De Gezondheidsraad adviseert de volgende bevolkingsgroepen extra vitamine D in te nemen (Gezondheidsraad, 2012):

    •     jonge kinderen van 0 tot 4 jaar (10 mcg)
    •     mensen met een donkere huid (10 mcg)
    •     mensen die weinig of niet in de zon komen (10 mcg)
    •     vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven (10 mcg)
    •     vrouwen die een sluier dragen (10 mcg)
    •     vrouwen van 50 tot 70 jaar (10mcg)
    •     mannen en vrouwen vanaf 70 jaar (20 mcg).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
Bronverantwoording
  • Voedselconsumptiepeiling (VCP)

    De voedselconsumptiepeilingen (VCP) brengen de voedselconsumptie en nutriënteninname van de Nederlandse bevolking in beeld. De meest recente resultaten van de hele bevolking zijn van de VCP-basisgegevensverzameling 2007-2010, waarin het RIVM de consumptie van de algemene bevolking van 7 tot 69 jaar heeft gemeten (van Rossum et al., 2011). In de volgende VCP wordt van 2012 tot 2016 de voedselconsumptie in de leeftijdsgroep van 1 tot en met 79 jaar gemeten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  • Voedingsstatusonderzoek

    Voor enkele mineralen kan de inname met voedselconsumptiepeilingen niet goed worden bepaald en is voedingsstatusonderzoek nodig. Daarin worden mineralen en andere stoffen gemeten in onder andere bloed en urine. De consumptie van jodium en natrium (zout) kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit de uitscheiding in 24-uurs urine (van den Hooven et al., 2007). Ook wordt de aanwezigheid van bepaalde stoffen in het bloed gemeten. De resultaten op VZinfo.nl zijn afkomstig van voedingsstatusonderzoek uit 2006 en 2010 (van Rossum et al., 2011).

    De combinatie van de voedselconsumptiepeilingen en het voedingsstatusonderzoek geeft een beeld van de mate waarin Nederlanders voldoen aan de Richtlijnen goede voeding en de Nederlandse Voedingsnormen, anders gezegd, hoe gezond Nederlanders eten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Hooven C, Fransen H, Janse E, Ocké MC. 24-uurs urine-excretie van natrium. Voedingsstatusonderzoek bij volwassen Nederlanders. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
    2. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
Methoden
  • Opleidingsniveau en etniciteit

    Als maat voor de sociaaleconomische status is hier gebruik gemaakt van het opleidingsniveau. Bij kinderen wordt gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders en/of verzorgers.

  • Internationale vergelijkingen

    Internationale vergelijkingen van voedselpatronen zijn vaak gebaseerd op schattingen, omdat er weinig goede gegevensbronnen zijn om consumptiegegevens bij de totale bevolking te kunnen vergelijken. Waar mogelijk maakt VZ-info.nl bij de internationale vergelijkingen gebruik van ECHI-indicatoren. ECHI-indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Bij het onderwerp Voeding gebruiken we ECHI indicator 49 ‘Consumption of fruit’.