Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

VoedingCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

De inname van transvetzuren is gedaald

Regionaal & Internationaal

Nederlandse tieners ontbijten vaak

Kosten

Preventie & Zorg

Wetgeving en voorlichting bereiken veel mensen

Voeding van volwassenen

Gemiddelde consumptie volwassenen en percentage dat eet volgens de Richtlijnen goede voeding

Leeftijdsgroep 19- tot 69-jarigen

Omschrijving

Richtlijnen goede voeding

Mannen

Vrouwen

   

Gem

%

Gem

%

Groente

200 g/dag

127

6

125

5

Fruit (incl. noten)

200 g/dag

87

6

115

10

Vezels

3,4 g/MJ/dag

2,2

-

2,6

-

Vis (vette)

2 x/week

-

20

-

20

Visvetzuren

250 mg/dag

131

-

120

-

Totale vetzuren

<40 en%

36,3

84

34,3

91

Verzadigde vetzuren

<10 en%

13,3

3

13

7

Transvetzuren

<1 en%

0,6

99

0,6

99

Zout

max. 6 g/dag

9,9

-

7,5

-

Bronnen: VCP 2007-2010;  EFSA, 2010 (richtlijn visvetzuren)

De richtlijn voor visvetzuren geldt voor kinderen vanaf 7 jaar en voor volwassenen.

Volwassenen eten onvoldoende groente, fruit, vezels en vis

Nederlandse volwassenen eten weinig groenten en fruit. De Gezondheidsraad adviseert 200 gram groenten en twee stuks fruit per dag te eten. 5% van de Nederlanders houdt zich aan de richtlijn voor groenten en 5-10% eet de aanbevolen hoeveelheid fruit. Ook krijgen volwassenen gemiddeld te weinig voedingsvezel binnen en eten ze weinig vis. Eén op de 5 Nederlanders eet zoals aanbevolen twee maal per week vis. Ook hierdoor is de inname van visvetzuren te laag (van Rossum et al., 2012).

Nederlanders eten te veel verzadigd vet en zout

De inname van ongunstige verzadigde vetzuren is bij 1 op de 20  Nederlanders hoger dan de aanbevolen 10 energieprocent (en%). Wel voldoet 99% van de Nederlanders aan de richtlijn voor transvetzuren. Nederlanders gebruiken dagelijks gemiddeld 8-10 gram zout. Dat is meer dan de 6 gram die de richtlijn voorschrijft. De belangrijkste bonnen voor zout zijn: brood (26%), vleesproducten (15%) en kaas (10%) (van Rossum et al., 2012). De overheid vindt het belangrijk dat mensen minder zout eten. Bij een lagere zoutinname ontstaat wel het risico dat de jodiuminname te laag wordt. Het RIVM doet daar metingen naar. Rond 2009/2010 was de inname van jodium nog voldoende (Verkaik-Kloosterman et al., 2010; Hendriksen et al., 2010). Ook recenter onderzoek suggereert dat Nederlanders over het algemeen voldoende jodium binnen krijgen (Geurts & Verkaik-Kloosterman, 2014).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. VCP, Voedselconsumptiepeiling. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van Rossum CTM, Buurma-Rethans EEJM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Hendriksen MAH. Zoutconsumptie van kinderen en volwassenen in Nederland. Resultaten uit de Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2012. Bron
  2. Verkaik-Kloosterman J, van 't Veer P, Ocké MC. Reduction of salt: will iodine intake remain adequate in The Netherlands? Br J Nutr. 2010;104(11):1712-8. Pubmed | DOI
  3. Hendriksen MAH, Wilson-van den Hooven EC, van der A DL. Zout- en jodiuminname. Voedingsstatusonderzoek bij volwassenen uit Doetinchem. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2010. Bron
  4. Geurts M, Verkaik-Kloosterman J. De jodiuminname van de Nederlandse bevolking na verdere zoutverlaging in brood. Bilthoven: RIVM; 2014. Bron

Voeding van kinderen

Gemiddelde consumptie van kinderen en percentage dat eet volgens de Richtlijnen goede voeding

Leeftijdsgroep 7- tot 19-jarigen
 

Omschrijving

Richtlijnen goede voeding

Jongens

Meisjes

   

Gem

%

Gem

%

Groente

≥150 g/dag

84

1

79

1

Fruit (incl. noten)

≥150 g/dag

75

5

86

5

Vezels

3,0 g/MJ/dag

2

laag/-

2,2

-

Vis (vette)

2x week

-

8

-

7

Visvetzuren

250 mg/dag

80

-

83

-

Totale vetzuren

<40 en %

35,2

90

33,9

93

Verzadigde vetzuren

<10 en %

12,8

5

12,7

9

Transvetzuren

<1 en %

0,5

100

0,5

100

Zout

<6 g/dag

8,3

13

6,7

26

Bronnen: VCP 2007-2010; van Rossum et al., 2011; EFSA, 2010 (richtlijn visvetzuren)

De richtlijnen voor groente, fruit, vezels en zout verschillen per leeftijdsgroep.

Kinderen eten onvoldoende groente, fruit, vezels en vis

De consumptie van groente, fruit, vezels en vis onder kinderen van 7 tot 19 jaar is veel lager dan de aanbevolen hoeveelheden (van Rossum et al., 2011):

  • 1% eet de aanbevolen hoeveelheid groente per dag. Onder 2- en 3-jarigen ligt het percentage groente-eters wat hoger: van hen voldoet 20% aan de aanbevolen hoeveelheid van 50 tot 100 gram groente per dag (Hulshof et al., 2004);
  • 5% eet de aanbevolen hoeveelheid fruit;
  • 7% eet voldoende vis.

Mede hierdoor krijgen kinderen te weinig voedingsvezel binnen. Groente, fruit en volkoren graanproducten zijn belangrijke bronnen van voedingsvezel.

Kinderen eten te veel verzadigd vet en zout

De gemiddelde consumptie van vetten ligt voor de meeste kinderen (ruim 90%) iets onder de aanbevolen hoeveelheid van 40 energieprocent (en%) of minder. Ook eet nauwelijks iemand van hen meer dan de maximale aanbevolen hoeveelheid van 1 en% transvetzuren. De meeste kinderen eten wel te veel verzadigde vetten en zout. De belangrijkste bonnen voor zout zijn: brood (27%), vleesproducten (17%) en kaas (8%) (van Rossum et al., 2012).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. VCP, Voedselconsumptiepeiling. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  2. Hulshof KFAM, Ocké MC, van Rossum CTM, Buurma-Rethans EEJM, Brants HAM, Drijvers JJMM. Resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 2003. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2004. Bron
  3. van Rossum CTM, Buurma-Rethans EEJM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Hendriksen MAH. Zoutconsumptie van kinderen en volwassenen in Nederland. Resultaten uit de Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2012. Bron

Inname van vitaminen en mineralen

Vrouwen in vruchtbare leeftijd nemen onvoldoende folaat

Ongeveer 25% van de vrouwen in Nederland neemt onvoldoende folaat (foliumzuur). Dit percentage is het hoogst bij vrouwen in de vruchtbare periode van hun leven (van Rossum et al., 2011). Twee lokale Nederlandse studies onderzochten het gebruik van foliumzuur bij zwangere vrouwen. Van de zwangeren in het noorden van Nederland nam 49% onvoldoende foliumzuur. In Rotterdam was dit percentage zelfs 63% (Timmermans et al., 2008; Zetstra-van der Woude et al., 2012).

Kinderen en 50-plussers nemen te weinig vitamine D

Kinderen en 50-plussers nemen onvoldoende vitamine D in (van Rossum et al., 2011). Het advies aan kinderen tot 4 jaar, vrouwen boven de 50 jaar en mannen boven de 70 jaar is om extra vitamine D via een supplement in te nemen (Gezondheidsraad, 2012). In 2010-2011 slikte één op de drie vrouwen en één op de vijf mannen een supplement met vitamine D. Voedingsstatusonderzoek ondersteunt deze bevindingen: ongeveer 40% van de Nederlandse vrouwen ouder dan 50 jaar heeft een matig tot te lage vitamine D-status (Verkaik-Kloosterman et al., 2011). Kinderen krijgen niet altijd een vitamine D-supplement. Van de 2- en 3-jarigen krijgt 62% dit supplement daadwerkelijk, bij de 3- tot 6-jarigen is dat 30% (Ocké et al., 2008).

Meer informatie

Definitie van gezonde voeding en beschrijving richtlijnen

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  2. Timmermans S, Jaddoe VWV, Mackenbach JP, Hofman A, Steegers-Theunissen RPM, Steegers EAP. Determinants of folic acid use in early pregnancy in a multi-ethnic urban population in The Netherlands: the Generation R study. Prev Med. 2008;47(4):427-32. Pubmed | DOI
  3. Zetstra-van der Woude P A, de Walle HEK, de Jong-van den Berg LTW. Periconceptional folic acid use: still room to improve. Birth Defects Res Part A Clin Mol Teratol. 2012;94(2):96-101. Pubmed | DOI
  4. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
  5. Verkaik-Kloosterman J, van Valkengoed IGM, de Boer EJ, Nicolaou M, van der A DL. Voedingsstatusvan Hindoestaanse en Creoolse Surinamers en autochtone Nederlanders in Nederland: Het SUNSET-onderzoek. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  6. Ocké MC, van Rossum CTM, Fransen HP, Buurma-Rethans EEJM, de Boer EJ, Brants HAM, et al. Dutch National Food Consumption Survey Young Children 2005/2006. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2008. Bron

Verrijkte voeding en voedingssupplementen

Percentage gebruikers van verrijkte voedingsmiddelen in 2007-2010

Bij Nederlanders van 7-69 jaar
LeeftijdMannenVrouwenTotaal
7-8888989
9-13858686
14-18848581
19-30836775
31-50746871
51-69686466

Bron: VCP 2007-2010

  • Gecorrigeerd voor sociaaldemografische kenmerken
  • Seizoen en dag van de week (n=3819)

Kwart van de Nederlanders gebruikt voedingssupplementen

Hoewel gezonde voeding over het algemeen in alle nutriënten voorziet, gebruikt een kwart tot de helft van de Nederlandse bevolking van 7 tot 70 jaar voedingssupplementen. Mensen nemen die supplementen het hele jaar door, maar vooral tijdens de wintermaanden. Ze gebruiken vooral multivitamines en daarnaast vitamine C. Deze bevindingen gelden voor de periode 2007 tot 2010 (van Rossum et al., 2011).

Vooral kinderen gebruiken verrijkte voedingsmiddelen

Veel Nederlanders gebruiken verrijkte voedingsmiddelen. In 2007 tot 2010 bevatte 75% van de dagmenu’s van 7- tot 70-jarigen verrijkte voedingsmiddelen (van Rossum et al., 2011). Dit zijn voedingsmiddelen waaraan vitaminen en/of mineralen zoals vitamine C en ijzer zijn toegevoegd. Kinderen eten vaker verrijkte voedingsmiddelen dan ouderen: 89% van de kinderen van 7 en 8 jaar ten opzichte van ongeveer 65%  van de 51- tot 70-jarigen. De meest gebruikte verrijkte voedingsmiddelen zijn zuivelproducten, margarines en dranken zonder alcohol.

 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. VCP, Voedselconsumptiepeiling. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron

Verantwoording

Definities
  • Voeding en voedsel

    Voedsel en voeding zijn twee verschillende begrippen. Ze zijn niet inwisselbaar. Voedsel is het geheel aan voedingsmiddelen en dranken. Het begrip voeding is breder en behelst ook aspecten als voedingsgedrag, metabolisme en welke nutriënten en hoeveel energie het lichaam nodig heeft om goed te functioneren. De informatie op VZinfo.nl gaat over voeding en in het bijzonder over de vraag of de huidige en toekomstige voeding voldoet aan de Richtlijnen goede voeding voor de algemene bevolking en aan de aanbevelingen voor micronutriënten voor specifieke risicogroepen.

  • Richtlijnen goede voeding

    De  Richtlijnen goede voeding vormen een voedingsadvies voor Nederlanders vanaf de leeftijd van twaalf maanden met een stabiel en gezond gewicht. De Richtlijnen goede voeding zijn er vooral op gericht overgewicht, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type 2 en bepaalde vormen van kanker te voorkómen. De overheid gebruikt de richtlijnen bij het ontwikkelen van beleid en bij het monitoren van de effecten ervan (Gezondheidsraad, 2006).

    De Richtlijnen goede voeding (Gezondheidsraad, 2006) zijn:

    • Gebruik dagelijks 150-200 gram groente en 200 gram fruit.
    • Gebruik dagelijks 30-40 gram vezel, vooral afkomstig van groente, fruit en volkoren graanproducten.
    • Gebruik per week twee porties vis (à 100-150 gram), waarvan ten minste één portie vette vis.
    • Beperk het gebruik van verzadigde vetzuren tot minder dan 10 energieprocent (en%) en van enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren tot minder dan 1 en%.
    • Beperk het gebruik van voedingsmiddelen en dranken met gemakkelijk vergistbare suikers en dranken met een hoog gehalte aan voedingszuren tot 7 eet- of drinkmomenten per dag (inclusief hoofdmaaltijden).
    • Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag.
    • Indien men alcoholische drank gebruikt, beperk dit dan tot twee standaard glazen (mannen) of één standaardglas (vrouwen) per dag.
    • Beweeg op ten minste vijf – maar bij voorkeur op alle – dagen van de week minstens een half uur matig inspannend in de vorm van bijvoorbeeld stevig lopen, fietsen of tuinieren.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
  • Relatie voeding en ziekten

    Gezonde voeding is voeding die qua samenstelling en hoeveelheid nutriënten optimaal is voor de gezondheid. Dat wil zeggen dat de balans tussen nutriënten en energie-inname risico’s op ziekten verkleint en deficiëntieziekten als rachitis en osteoporose voorkomt (Gezondheidsraad, 2006). Een ongezond voedingspatroon is een belangrijke risicofactor voor een aantal chronische ziekten, waaronder sommige vormen van kanker, hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type 2.

    Op VZinfo.nl is te lezen welke relaties bekend zijn tussen deze chronische ziekten en de consumptie van groente en fruit, vet, vis, zout en een aantal micronutriënten. De invloed van voeding op gezondheid blijft echter niet tot deze nutriënten beperkt.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
  • Voedingsnormen

    In de Voedingsnormen geeft de Gezondheidsraad advies over de hoeveelheden energie en (micro)nutriënten die mensen nodig hebben. Het doel hiervan is tekorten van bepaalde nutriënten te voorkomen én het risico te beperken op een inname hoger dan de vastgestelde veilige bovengrens. De meest recente voedingsnormen zijn de nieuwe voedingsnormen voor vitamine D (Gezondheidsraad, 2012).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
  • Richtlijnen Voedselkeuze

    De  Richtlijnen Voedselkeuze zijn een praktische vertaling van de Richtlijnen goede voeding en de voedingsnormen voor de toepassing in voedingsvoorlichting aan de bevolking. Er staan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden in van voedingsmiddelen om met het Nederlandse voedingspatroon te komen tot de Richtlijnen goede voeding (Voedingscentrum, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Voedingscentrum. Richtlijnen voedselkeuze. Den Haag: Voedingscentrum; 2011. Bron
  • Extra micronutriënten voor specifieke bevolkingsgroepen

    Goede en gevarieerde voeding bevat over het algemeen voldoende micronutriënten voor gezonde mensen. Sommige bevolkingsgroepen hebben, vanwege hun specifieke situatie, een verhoogd risico op een tekort van een bepaald nutriënt. Voor hen gelden specifieke adviezen om naast een gevarieerd eetpatroon bepaalde extra micronutriënten tot zich te nemen. Het gaat om de volgende micronutriënten en groepen (Gezondheidsraad, 2012; Gezondheidsraad, 2009; Gezondheidsraad, 2006; Gezondheidsraad, 2003; Gezondheidsraad, 2001; Gezondheidsraad, 2000; Gezondheidsraad, 1992):

    • Foliumzuur voor vrouwen met een kinderwens. De reden hiervoor is het verminderde risico op de geboorte van een kind met neurale buisdefecten (bijvoorbeeld spina bifida of een open rug).
    • Vitamine K om hersenbloedingen te voorkomen, voor pasgeborenen en borstgevoede zuigelingen gedurende de eerste drie maanden na de geboorte.
    • Vitamine B12 voor veganisten. Borstgevoede zuigelingen met een moeder die veganistisch eet en geen extra vitamine B12 gebruikt, lopen een zeer groot risico op ernstige neurologische klachten als gevolg van een vitamine B12-tekort.
    • Vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen (zie hierna).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
    2. Gezondheidsraad. Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen. Den Haag: Gezondheidsraad; 2009. Bron
    3. Gezondheidsraad. Richtlijn voor de vezelconsumptie. Den Haag: Gezondheidsraad; 2006. Bron
    4. Gezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Den Haag: Gezondheidsraad; 2003. Bron
    5. Gezondheidsraad. Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. Den Haag: Gezondheidsraad; 2001. Bron
    6. Gezondheidsraad. Voedingsnormen calcium, vitamine D, thiamine, riboflavine, niacine, panthotheenzuur en biotinee. Den Haag: Gezondheidsraad; 2000. Bron
    7. Gezondheidsraad. Nederlandse Voedingsnormen 1989 (editie 1992). Den Haag: Gezondheidsraad; 1992. Bron
  • Extra vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen

    Vitamine D speelt een rol bij de botopbouw en wordt onder invloed van ultraviolette straling uit zonlicht aangemaakt in de huid. Hoeveel vitamine D er wordt aangemaakt, hangt af van de leeftijd, de hoeveelheid pigment in de huid en de tijdsduur dat de huid is blootgesteld aan de zon (IARC, 2008b). Vitamine D zit ook in voeding, bijvoorbeeld in vis, vlees, halvarine en margarine. De Gezondheidsraad adviseert de volgende bevolkingsgroepen extra vitamine D in te nemen (Gezondheidsraad, 2012):

    •     jonge kinderen van 0 tot 4 jaar (10 mcg)
    •     mensen met een donkere huid (10 mcg)
    •     mensen die weinig of niet in de zon komen (10 mcg)
    •     vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven (10 mcg)
    •     vrouwen die een sluier dragen (10 mcg)
    •     vrouwen van 50 tot 70 jaar (10mcg)
    •     mannen en vrouwen vanaf 70 jaar (20 mcg).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
Bronverantwoording
  • Voedselconsumptiepeiling (VCP)

    De voedselconsumptiepeilingen (VCP) brengen de voedselconsumptie en nutriënteninname van de Nederlandse bevolking in beeld. De meest recente resultaten van de hele bevolking zijn van de VCP-basisgegevensverzameling 2007-2010, waarin het RIVM de consumptie van de algemene bevolking van 7 tot 69 jaar heeft gemeten (van Rossum et al., 2011). In de volgende VCP wordt van 2012 tot 2016 de voedselconsumptie in de leeftijdsgroep van 1 tot en met 79 jaar gemeten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
  • Voedingsstatusonderzoek

    Voor enkele mineralen kan de inname met voedselconsumptiepeilingen niet goed worden bepaald en is voedingsstatusonderzoek nodig. Daarin worden mineralen en andere stoffen gemeten in onder andere bloed en urine. De consumptie van jodium en natrium (zout) kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit de uitscheiding in 24-uurs urine (van den Hooven et al., 2007). Ook wordt de aanwezigheid van bepaalde stoffen in het bloed gemeten. De resultaten op VZinfo.nl zijn afkomstig van voedingsstatusonderzoek uit 2006 en 2010 (van Rossum et al., 2011).

    De combinatie van de voedselconsumptiepeilingen en het voedingsstatusonderzoek geeft een beeld van de mate waarin Nederlanders voldoen aan de Richtlijnen goede voeding en de Nederlandse Voedingsnormen, anders gezegd, hoe gezond Nederlanders eten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Hooven C, Fransen H, Janse E, Ocké MC. 24-uurs urine-excretie van natrium. Voedingsstatusonderzoek bij volwassen Nederlanders. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
    2. van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EEJM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2011. Bron
Methoden
  • Opleidingsniveau en etniciteit

    Als maat voor de sociaaleconomische status is hier gebruik gemaakt van het opleidingsniveau. Bij kinderen wordt gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders en/of verzorgers.

  • Internationale vergelijkingen

    Internationale vergelijkingen van voedselpatronen zijn vaak gebaseerd op schattingen, omdat er weinig goede gegevensbronnen zijn om consumptiegegevens bij de totale bevolking te kunnen vergelijken. Waar mogelijk maakt VZ-info.nl bij de internationale vergelijkingen gebruik van ECHI-indicatoren. ECHI-indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Bij het onderwerp Voeding gebruiken we ECHI indicator 49 ‘Consumption of fruit’.