Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Verstandelijke beperkingPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

440.000 mensen met een verstandelijke beperking

Regionaal & Internationaal

Simpelveld en Ermelo hoogste percentage

Kosten

Uitgaven aan zorg 8,3 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

111.000 mensen met verstandelijke beperking in Wlz

Prevalentie van verstandelijke beperking in Wlz

Ruim 111.000 verstandelijk beperkten ontvangen hulp vanuit de Wlz 

De prevalentie van het aantal mensen met een verstandelijke beperking in Nederland zou ook geschat kunnen worden uit de registratie van het aantal mensen in de Wet langdurige zorg (Wlz). Mensen met een verstandelijke beperking kunnen gebruik maken van voorzieningen uit deze volksverzekering. In 2018 hebben volgens het CBS 111.010 mensen met een verstandelijke handicap gebruik gemaakt van zorg en ondersteuning vanuit de Wlz. Dit is echter een onderschatting van het aantal mensen met een verstandelijke beperking in Nederland omdat mensen die gebruik maken van de Wlz meestal in een instelling wonen. Een groot deel van de zorg en ondersteuning van mensen met een lichte verstandelijke beperking (met wel of geen sociale redzaamheidsproblemen) loopt via de gemeente, huisarts en informele zorg (Cuypers et al., 2020). Hier ontbreken helaas cijfers van. 

Experts en redactie

Datum publicatie

16-12-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Cuypers M, Schalk B, Leusink G. Epidemiologie van verstandelijke beperking. Bijblijven. 2020;36(1). Bron | DOI

Verantwoording

Definities
  • Verstandelijke beperking

    Mensen met een verstandelijke beperking hebben een stoornis in intellectuele functies

    Iemand met een verstandelijke beperking heeft een aangeboren of een later in de ontwikkeling optredende stoornis in de intellectuele functies. Dit gaat gepaard met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid. De diagnose is meestal gebaseerd op de DSM (-IV of 5) en de ICD-10. De diagnostische criteria van de ICD-10 en DSM-5 komen overeen met die van de American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD). De nieuwste editie(Schalock et al., 2010) hanteert drie criteria voor diagnose (Schalock et al., 2010):

    • Een significante stoornis in de intellectuele functies (IQ ligt twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Gelijktijdig optredend met een significante beperking in het adaptieve gedrag (conceptuele, sociale en praktische vaardigheden; twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Het optreden van deze beperkingen vóór het 18e levensjaar.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
  • IQ van 70/75 is bovengrens van intellectueel functioneren

    Een verstandelijke beperking wordt vastgesteld op basis van het intellectueel functioneren (IQ) en de ondersteuningsbehoefte. De bovengrens voor een verstandelijke beperking is een IQ van 70-75. Bij zeer jonge kinderen, op oudere leeftijd is een klinisch oordeel op basis van professionele criteria en uitgangspunten van belang (Schalock et al., 2010). Traditioneel is het niveau van intellectueel functioneren als volgt onderverdeeld:

    • Zwakbegaafd: IQ 70/75-85/90.
    • Licht verstandelijke beperking: IQ 50/55-70.
    • Matige verstandelijke beperking: IQ 35/40-50/55.
    • Ernstige verstandelijke beperking: IQ 20/25-35/40.
    • Diepe verstandelijke beperking: IQ lager dan 20/25.

    In de DSM-5 zijn de IQ-criteria vervangen door typologische beschrijvingen van het intellectuele functioneren.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
  • Beperkingen in adaptief gedrag vastgesteld via ondersteuningsbehoefte

    Beperkingen in het adaptieve gedrag worden in de praktijk vastgesteld op basis van de ondersteuningsbehoefte van een persoon. Dat betreft de ondersteuning die nodig is om te functioneren op een manier die past bij de leeftijd en cultuur van de persoon in verschillende levensdomeinen (wonen, leren, werken, sociale relaties en dergelijke) (Schalock et al., 2010; de Bruijn et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
    2. de Bruijn J, Buntinx WHE, Twint B. Verstandelijke beperking: definitie en context. SWP Publishing Company, Amsterdam; 2014. Bron
Bronverantwoording
  • Prevalentieschatting verstandelijke beperking door SCP

    Het SCP heeft een zo precies mogelijke schatting van het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB’ers) gemaakt. Het gaat om mensen met een relatief laag IQ en veelal een beperkte sociale redzaamheid. Er zijn geen registraties van het IQ en/of de sociale redzaamheid van de bevolking. Daarom is het aantal mensen met een LVB (IQ 50-85) niet precies vast te stellen en moet hun aantal worden geschat. De schatting is met grote onzekerheid omgeven omdat de informatie over het aantal mensen in deze groepen nu eenmaal schaars en onvolledig is (Woittiez et al., 2019).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Woittiez I.B., Eggink E., Ras M. Het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking. Notitie ten behoeve van het IBO-LVB. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2019. Bron
  • Prevalentieschatting internationaal

    De prevalentieschattingen van verschillende landen lopen sterk uiteen. Dit is deels te verklaren doordat de gebruikte onderzoeksmethode verschilt. Sommige landen is de prevalentiecijfers gebaseerd op bevolkingsonderzoek, terwijl andere landen hier registraties van zorggebruik voor hebben gebruikt. Slechts een klein deel van de mensen met een verstandelijke beperking is terug te vinden in de zorgregistraties (POMONA, 2004).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. POMONA. Health Indicators For People With Intellectual Disability in the Member States. Final Report. Geneve: Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO); 2004. Bron

Andere websites over Verstandelijke beperking

Data en gegevensbronnen