Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Verstandelijke beperkingPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

142.000 mensen met een verstandelijke beperking

Regionaal & Internationaal

Verstandelijke beperking in NL lager dan elders

Kosten

Uitgaven aan zorg 8,3 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

Circa 189.000 mensen doen een beroep op zorg

Zorggebruik bij verstandelijke beperking

Aantal cliënten in de instellingen voor (verstandelijk) gehandicaptenzorg

 

2010

2011

2012

Verblijf (inclusief dagbesteding)

63.190

65.756

67.869

Extramuraal (inclusief dagbesteding)

133.579

114.919

120.722

Totaal

196.769

180.675

188.591

Bronnen: VGN, 2012; Jaarverantwoording zorg

Toelichting: De cijfers van het aantal cliënten in extramurale zorg betreffen de gehele gehandicaptensector, dus ook lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten.

Ongeveer 189.000 mensen doen een beroep op (verstandelijk) gehandicaptenzorg

  • In Nederland deden in 2012 bijna 68.000 mensen een beroep op intramurale zorg voor verstandelijk beperkten. Driekwart van de cliënten ontvangt bij de intramurale zorg ook dagbesteding.
  • In datzelfde jaar ontvingen 121.000 mensen enige vorm van gehandicaptenzorg zonder verblijf. Dit betrof voor het merendeel mensen met een verstandelijke beperking, maar het exacte aantal is niet bekend. De registratie van zorg zonder verblijf maakt namelijk geen onderscheid in type beperking.
  • In totaal deden in 2012 ongeveer 189.000 mensen een beroep op de verstandelijk gehandicaptenzorg. Dit is een kleine overschatting, omdat hier dus ook mensen meegeteld zijn die zorg zonder verblijf ontvangen voor een lichamelijke of zintuigelijke beperking. Ook zijn een aantal cliënten dubbel meegeteld in dit cijfer.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Jaarverantwoording zorg, Jaarverantwoording zorg (CIBG). zorggegevens.nl

Zorggebruik bij zwakbegaafdheid

Ook zwakbegaafden gebruiken gehandicaptenzorg

Tot 2002 gebruikten ongeveer 10.000 zwakbegaafden zorg voor verstandelijk beperkten (Woittiez & Ras, 1986, mede op basis van Maas et al., 1986). Dit is weinig, gezien het feit dat meer dan 1,1 miljoen Nederlanders een IQ tussen 70 en 80 had. De groep mensen met een IQ tussen 70 en 85 omvatte zelfs 2,2 miljoen personen. Deze mensen hebben overigens niet allemaal problemen met hun functioneren.

Jongeren met gedragsproblemen gebruiken ook zorg voor verstandelijk beperkten

Sinds 2005 kunnen ook zwakbegaafden met bijkomende problematiek formeel aanspraak maken op zorg voor verstandelijk gehandicapten (VG-zorg). Een groeiend aantal jongeren  kan niet meer meekomen op school en in het gezin, als gevolg van gedrags-, verslavings- of hechtingsproblemen. Zij hebben een complexe hulpvraag, ook naar andere voorzieningen dan verstandelijk gehandicaptenzorg. Voorbeelden zijn jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg, speciaal onderwijs en passend onderwijs (Ras et al., 2013, Woittiez et al., 2012).
 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Woittiez I, Ras M. Juist beschermd. De determinanten van de woonsituatie van volwassen verstandelijk gehandicapten. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 1986. Bron
  2. Maas JMAG, Serail S, Janssen AJM. Frequentie-onderzoek geestelijk gehandicapten 1986. Tillburg: Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant (IVA); 1986. Bron
  3. Ras M, Verbeek-Oudijk D, Eggink E. Lasten onder de loep. De kostengroei van de zorg voor verstandelijk gehandicapten ontrafeld. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2013. Bron
  4. Woittiez I, Ras M, Oudijk D. IQ met beperkingen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2012. Bron

Ontwikkelingen in zorggebruik

Zorggebruik neemt toe

Het totaal aantal mensen met een indicatie voor zorg voor verstandelijk beperkten groeit al jaren sneller dan de bevolking. De groei betreft vooral licht verstandelijk beperkten en zwakbegaafden. De groei ging ook door na 2013 (CIZ, 2016), het jaar van de meest recente schatting door het SCP. Deze groei wordt vooal veroorzaakt door maatschappelijke ontwikkelingen (Woittiez et al., 2014). Dit heeft waarschijnlijk te maken met zaken als minder eenvoudig werk, hogere eisen in onderwijs. Ook praktische bezigheden als reizen met het openbaar vervoer en het regelen van bankzaken zijn ingewikkelder geworden. Om hierin mee te kunnen komen moeten meer mensen met een verstandelijke beperking een beroep doen op speciale zorgvoorzieningen. Daarbij is het zorgaanbod uitgebreider en gevarieerder geworden, hetgeen de groei in het zorggebruik mogelijk heeft gemaakt (Woittiez et al., 2014; van Staalduinen et al., 2014). Prevalentieschattingen van verstandelijke beperking die gebaseerd zijn op zorggebruik zullen hierdoor ook beïnvloed worden.
 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. CIZ. CIZ Basisrapportage AWBZ. Utrecht: CIZ; Geraadpleegd op 21 mei 2016 ; 2016. Bron
  2. Woittiez I, Putman L, Eggink E, Ras M. Zorg beter begrepen. Verklaringen voor de groeiende vraag naar zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2014. Bron
  3. van Staalduinen W, van Beek G, Bottenheft C. Capaciteiten in de Verstandelijk Gehandicaptenzorg. Soesterberg: TNO; 2014. Bron

Geleverde zorg bij verstandelijke beperking

Geleverde zorg (x 1.000) door de instellingen

 

2010

2011

2012

Verblijfsdagen intramuraal (inclusief dagbesteding)

23.064.478

24.000.972

24.839.871

Dagdelen dagbesteding

13.166.307

10.434.369

11.860.441

Uren extramurale zorg (inclusief dagbesteding)a

10.128.193

10.048.377

9.957.121

Bronnen: VGN, 2012; Jaarverantwoording zorg

a Het aantal dagdelen dagbesteding en uren extramurale zorg betreffen de gehele gehandicaptensector, dus ook lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten.

Geleverde intramurale zorg met 3,5% gegroeid tussen 2011 en in 2012

In 2012 hebben instellingen bijna 25 miljoen intramurale zorgdagen geleverd. Dat is ongeveer 3,5% meer dan in 2011.
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Jaarverantwoording zorg, Jaarverantwoording zorg (CIBG). zorggegevens.nl

Verantwoording

Definities
  • Verstandelijke beperking

    Mensen met een verstandelijke beperking hebben een stoornis in intellectuele functies

    Iemand met een verstandelijke beperking heeft een aangeboren of een later in de ontwikkeling optredende stoornis in de intellectuele functies. Dit gaat gepaard met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid. De diagnose is meestal gebaseerd op de DSM (-IV of 5) en de ICD-10. De diagnostische criteria van de ICD-10 en DSM-5 komen overeen met die van de American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD). De nieuwste editie(Schalock et al., 2010) hanteert drie criteria voor diagnose (Schalock et al., 2010):

    • Een significante stoornis in de intellectuele functies (IQ ligt twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Gelijktijdig optredend met een significante beperking in het adaptieve gedrag (conceptuele, sociale en praktische vaardigheden; twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Het optreden van deze beperkingen vóór het 18e levensjaar.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
  • IQ van 70/75 is bovengrens van intellectueel functioneren

    Een verstandelijke beperking wordt vastgesteld op basis van het intellectueel functioneren (IQ) en de ondersteuningsbehoefte. De bovengrens voor een verstandelijke beperking is een IQ van 70-75. Bij zeer jonge kinderen, op oudere leeftijd is een klinisch oordeel op basis van professionele criteria en uitgangspunten van belang (Schalock et al., 2010). Traditioneel is het niveau van intellectueel functioneren als volgt onderverdeeld:

    • Zwakbegaafd: IQ 70/75-85/90.
    • Lichte verstandelijke beperking: IQ 50/55-70.
    • Matige verstandelijke beperking: IQ 35/40-50/55.
    • Ernstige verstandelijke beperking: IQ 20/25-35/40.
    • Diepe verstandelijke beperking: IQ lager dan 20/25.

    In de DSM-5 zijn de IQ-criteria vervangen door typologische beschrijvingen van het intellectuele functioneren.

     

  • Beperkingen in adaptief gedrag vastgesteld via ondersteuningsbehoefte

    Beperkingen in het adaptieve gedrag worden in de praktijk vastgesteld op basis van de ondersteuningsbehoefte van een persoon. Dat betreft de ondersteuning die nodig is om te functioneren op een manier die past bij de leeftijd en cultuur van de persoon in verschillende levensdomeinen (wonen, leren, werken, sociale relaties en dergelijke) (Schalock et al., 2010; de Bruijn et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
    2. de Bruijn J, Buntinx WHE, Twint B. Verstandelijke beperking: definitie en context. SWP Publishing Company, Amsterdam; 2014. Bron
  • Omschrijving van zorggebruik

    De zorg voor mensen met een (verstandelijke) beperking kan bestaan uit intramurale zorg, dagbesteding en extramurale zorg. Zorginstellingen verantwoorden aan het zorgkantoor hoeveel dagen, dagdelen en uren zorg en ondersteuning ze hebben verleend. Van cliënten die in een instelling wonen, wordt dit in dagen bijgehouden (intramurale zorg); bij cliënten met dagbesteding (intra- en extramuraal) gebeurt dit in dagdelen. Zorg bij de cliënt thuis (extramurale zorg) wordt in uren gerekend (van den Kwartel, 2013).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Kwartel AJJ. Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012. Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), Utrecht; 2013. Bron
Bronverantwoording
  • Prevalentieschatting verstandelijke beperking door SCP

    Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) heeft de prevalentie van verstandelijke beperking geschat op basis van verschillende bronnen: zorggebruik, zorgvraag, registraties van huisartsen, prevalentiecijfers van een Nederlands onderzoek uit 1988 (Maas et al., 1986) en internationale literatuur (zowel bevolkingsonderzoek als zorggebruik). Bij de schatting van ernstige verstandelijke beperking is de prevalentie van Maas et al. (1988) als uitgangspunt genomen, maar voor de leeftijdsgroepen waar de vraag hoger is dan de prevalentie, is uitgegaan van de zorgvraag (Ras et al., 2013).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maas JMAG, Serail S, Janssen AJM. Frequentie-onderzoek geestelijk gehandicapten 1986. Tillburg: Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant (IVA); 1986. Bron
    2. Ras M, Verbeek-Oudijk D, Eggink E. Lasten onder de loep. De kostengroei van de zorg voor verstandelijk gehandicapten ontrafeld. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2013. Bron
  • Prevalentieschatting zwakbegaafdheid door SCP

    Schattingen van de omvang van zwakbegaafdheid in Nederland zijn erg onzeker. In Nederland hebben ongeveer 2,2 miljoen mensen een IQ tussen 70-85. Een deel van hen heeft zodanige bijkomende problemen dat zij als verstandelijk beperkt beschouwd worden. Naar schatting is dit bij 61% van de groep jongeren met dit IQ het geval (Stoll et al., 2003; Knorth & Ruiissenaars, 2005; Neijmeijer et al., 2010). Voor volwassenen is dit percentage vermoedelijk lager. Uitgaande van 61% zouden er in Nederland in de gehele bevolking 1,4 miljoen zwakbegaafden zijn in 2013.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Stoll J, Bruinsma C, Konijn C. Nieuwe cliënten voor Bureau Jeugdzorg. Beschrijving van de groep jeugdigen met meervoudige problemen waaronder een lichte verstandelijke beperking en instrumenten voor herkenning en signalering. Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, NIZW; 2003. Bron
    2. Knorth EJ, Ruiissenaars AJJM. Jeugdigen tussen wal en schip? . Tijdschrift voor Orthopedagogiek, . 2005;44. GoogleScholar
    3. Neijmeijer L, Moerdijk L, Veneberg G, Muusse C. Licht verstandelijk gehandicapten in de ggz. Een verkennend onderzoek. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. GoogleScholar
  • Prevalentieschatting internationaal

    De prevalentieschattingen van verschillende landen lopen sterk uiteen. Dit is deels te verklaren doordat de gebruikte onderzoeksmethode verschilt. Sommige landen is de prevalentiecijfers gebaseerd op bevolkingsonderzoek, terwijl andere landen hier registraties van zorggebruik voor hebben gebruikt. Slechts een klein deel van de mensen met een verstandelijke beperking is terug te vinden in de zorgregistraties (POMONA, 2004).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. POMONA. Health Indicators For People With Intellectual Disability in the Member States. Final Report. Geneve: Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO); 2004. Bron
  • Cijfers zorggebruik uit Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012

    • De cijfers over zorggebruik zijn grotendeels afkomstig uit het Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012 (van den Kwartel, 2013; VGN, 2014). Voor de uitleg van de indicatoren voor zorggebruik is gebruik gemaakt van de website van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.
    • DigiMv: Digitale Maatschappelijke verantwoording, zoals beschreven in het Brancherapport 2012.

    Kanttekening bij zorggebruik: Het aantal geregistreerde extramurale cliënten omvat in 2010 wellicht ook verblijfscliënten die dagbesteding kregen. Die cliënten zijn dan zowel intramuraal als extramuraal meegeteld. In 2011 zijn verblijfscliënten niet meer meegerekend bij de extramurale zorg. Dit verklaart voor een deel de daling in het aantal extramurale cliënten van 2010 naar 2011. Dit probleem is niet goed te corrigeren.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Kwartel AJJ. Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012. Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), Utrecht; 2013. Bron
    2. VGN. Feiten en cijfers gehandicaptenzorg 2007-2012. Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), Utrecht; 2014. Bron
Methoden
  • Prevalentie: schattingen internationaal

    De prevalentieschattingen van verschillende landen lopen sterk uiteen. Dit is deels te verklaren doordat de gebruikte onderzoeksmethode verschilt. Sommige landen is de prevalentiecijfer gebaseerd op bevolkingsonderzoek, terwijl andere landen hier registraties van zorggebruik voor hebben gebruikt. Slechts een klein deel van de mensen met een verstandelijke beperking is terug te vinden in de zorgregistraties (POMONA, 2004).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. POMONA. Health Indicators For People With Intellectual Disability in the Member States. Final Report. Geneve: Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO); 2004. Bron

Andere websites over Verstandelijke beperking