Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Verstandelijke beperkingCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

440.000 mensen met een verstandelijke beperking

Regionaal & Internationaal

Simpelveld en Ermelo hoogste percentage

Kosten

Uitgaven aan zorg 8,3 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

111.000 mensen met verstandelijke beperking in Wlz

Biologische risicofactoren

Genetische factoren vergroten het risico

Genetische factoren en met name 'de novo' genetische mutaties kunnen het risico op een verstandelijke beperking vergroten (Veltman & Brunner, 2012). Dit geldt vooral voor een ernstige verstandelijke beperking, maar kan ook bij een licht verstandelijke beperking aan de orde zijn. Genetische factoren spelen een belangrijke rol in het ontstaan van ontwikkelingsstoornissen (de Ligt et al., 2012). Via neonatale screening worden een aantal genetische afwijkingen vroegtijdig herkend. Door tijdige behandeling kunnen ernstige gezondheidseffecten vermeden worden, waaronder soms ook het ontstaan van verstandelijke handicaps. Bijvoorbeeld, pasgeborenen met Phenylketonurie (PKU) of congenitale hypotyreoïdie (CHT) hebben, indien onbehandeld, een sterk verhoogd risico op een verstandelijke beperking (Camp et al., 2014Ford & LaFranchi, 2014). Ook het voorkomen van consanguïniteit (huwelijken binnen de familie, zoals neef-nicht huwelijken) kan de incidentie van (genetische) aangeboren afwijkingen verhogen, waaronder enkele die een verstandelijke beperking veroorzaken (Sheridan et al., 2013).

Voor meer informatie over neonatale screening, zie: Toekomstige trend in prevalentie.

Leeftijd ouders belangrijke determinant voor verstandelijke beperking

De leeftijd van de moeder bepaalt in belangrijke mate de kans op een kind met het Downsyndroom. Bij vrouwen in de leeftijdsgroep 20-25 jaar is de kans op een kind met het syndroom kleiner of gelijk aan 1 op de 1.000. Bij vrouwen in de leeftijdsgroep 41-45 jaar is die kans gestegen naar 20 tot 61 op de 1.000. Ook oudere vaders verwekken kinderen met meer mutaties in hun DNA (Hurles, 2012). Het is aangetoond dat dit ook de kans vergroot op het ontstaan van een verstandelijke beperking (de Ligt et al., 2012; Topol, 2014).

Vroeggeboorte vergroot het risico op verstandelijke beperking

Vroeggeboorte vergroot het risico op verstandelijke beperking (Blencowe et al., 2013).
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Veltman JA, Brunner HG. De novo mutations in human genetic disease. Nat Rev Genet. 2012;13(8):565-75. Pubmed | DOI
  2. de Ligt J, Willemsen M, van Bon BWM, Kleefstra T, Yntema HG, Kroes T, et al. Diagnostic exome sequencing in persons with severe intellectual disability. N Engl J Med. 2012;367(20):1921-9. Pubmed | DOI
  3. Camp KM, Parisi MA, Acosta PB, Berry GT, Bilder DA, Blau N, et al. Phenylketonuria Scientific Review Conference: state of the science and future research needs. Mol Genet Metab. 2014;112(2):87-122. Pubmed | DOI
  4. Ford G, LaFranchi SH. Screening for congenital hypothyroidism: A worldwide view of strategies. Best Practice & Research Clinical Endocrinology & Metabolism. 2014;28(2):175-187. Bron | DOI
  5. Sheridan E, Wright J, Small N, Corry PC, Oddie S, Whibley C, et al. Risk factors for congenital anomaly in a multiethnic birth cohort: an analysis of the Born in Bradford study. Lancet. 2013;382(9901):1350-9. Pubmed | DOI
  6. Hurles M. Older males beget more mutations. Nat Genet. 2012;44(11):1174-6. Pubmed | DOI
  7. Topol EJ. Individualized medicine from prewomb to tomb. Cell. 2014;157(1):241-53. Pubmed | DOI
  8. Blencowe H, Lee ACC, Cousens S, Bahalim AN, Narwal R, Zhong N, et al. Preterm birth-associated neurodevelopmental impairment estimates at regional and global levels for 2010. Pediatr Res. 2013;74 Suppl 1:17-34. Pubmed | DOI

Sociale risicofactoren

Verstandelijke beperking hangt samen met sociale factoren

Het hebben van een verstandelijke beperking hangt samen met een aantal sociale factoren zoals tienerzwangerschap, de opleiding en het werk van de ouders, en armoede (Boyle et al., 2011; Emerson, 2012). Daarnaast lijken verschillen in sociaaleconomische omstandigheden een rol te spelen: betere omstandigheden verlagen de prevalentie (Emerson, 2012; Maulik et al., 2011).
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Boyle CA, Boulet S, Schieve LA, Cohen RA, Blumberg SJ, Yeargin-Allsopp M, et al. Trends in the prevalence of developmental disabilities in US children, 1997-2008. Pediatrics. 2011;127(6):1034-42. Pubmed | DOI
  2. Emerson E. Deprivation, ethnicity and the prevalence of intellectual and developmental disabilities. J Epidemiol Community Health. 2012;66(3):218-24. Pubmed | DOI
  3. Maulik PK, Mascarenhas MN, Mathers CCD, Dua T, Saxena S. Prevalence of intellectual disability: a meta-analysis of population-based studies. Res Dev Disabil. 2011;32(2):419-36. Pubmed | DOI

Gedragsfactoren tijdens de zwangerschap

Groter risico door roken en alcohol tijdens zwangerschap

Het risico op een verstandelijke beperking bij een ongeboren kind neemt toe als de moeder gedurende de zwangerschap rookt of alcohol gebruikt (Boyle et al., 2011; LeRoy et al., 2000; Carpenter et al., 2014). Enkele onderzoeken laten verbanden zien tussen de kans op een verstandelijke beperking en de blootstelling van de moeder tijdens de zwangerschap aan giftige stoffen (Rzhetsky et al., 2014). De causaliteit hierbij is onderwerp van heftige maatschappelijke discussie. Wetenschappelijk gezien lijkt de causale balans tussen genetische factoren en (prenatale) omgeving te steeds meer te verschuiven in het voordeel van de genetica (Colvert et al., 2015Fakhoury, 2015).
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Boyle CA, Boulet S, Schieve LA, Cohen RA, Blumberg SJ, Yeargin-Allsopp M, et al. Trends in the prevalence of developmental disabilities in US children, 1997-2008. Pediatrics. 2011;127(6):1034-42. Pubmed | DOI
  2. LeRoy BW, Evans P, Deluca M. United States and European School-aged disability prevalence: an investigation study to elaborate differences. The Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD); 2000. Bron
  3. Carpenter B, Blackburn C, Egerton J. Fetal Alcohol Spectrum Disorders: interdisciplinary perspectives. Routledge. 2014. Bron
  4. Rzhetsky A, Bagley SC, Wang K, Lyttle CS, Cook EH, Altman RB, et al. Environmental and state-level regulatory factors affect the incidence of autism and intellectual disability. PLoS Comput Biol. 2014;10(3):e1003518. Pubmed | DOI
  5. Colvert E, Tick B, McEwen F, Stewart C, Curran SR, Woodhouse E, et al. Heritability of Autism Spectrum Disorder in a UK Population-Based Twin Sample. JAMA Psychiatry. 2015;72(5):415. Bron | DOI
  6. Fakhoury M. Autistic spectrum disorders: A review of clinical features, theories and diagnosis. Int J Dev Neurosci. 2015;43:70-77. Pubmed | DOI

Gevolgen voor de kwaliteit van leven

Ervaren kwaliteit van leven moeilijk te meten

Iemand met een verstandelijke beperking heeft beperkingen in communicatie, zelfverzorging, zelfstandig kunnen wonen, werk, sociale en/of relationele activiteiten. Objectief gezien leiden deze beperkingen vaak tot een mindere kwaliteit van leven op het gebied van huisvesting, inkomen, gezondheid en toegang tot werk. Hoe de persoon deze gevolgen zelf ervaart is echter lastig te onderzoeken vanwege zijn of haar beperkte intelligentie.
 

Meer informatie

Incidentie van verstandelijke beperking

Nieuwe gevallen ontstaan vaak rond de geboorte

Veel nieuwe gevallen van verstandelijke beperking hebben hun oorsprong voor of rond de geboorte. Ernstige vroeggeboorte, een veel te laag geboortegewicht of het hebben van een aangeboren chromosomale afwijking dragen bij aan het ontstaan van een verstandelijke beperking (Veen et al., 1991Armatas, 2009). Daarnaast zijn er veel zeldzame genetische aandoeningen die met een verhoogde kans op een verstandelijke beperking gepaard gaan (de Ligt et al., 2012Musante & Ropers, 2014). Zowel voor als na de geboorte kunnen ernstige infecties leiden tot ernstige hersenschade en een verstandelijke beperking. Ook loodvergiftiging, jodiumtekort, bijna verdrinking of ernstig hoofdletsel kunnen bij jonge kinderen een verstandelijke beperking veroorzaken. Over het algemeen lopen jongens meer risico’s op aandoeningen rond de geboorte dan meisjes. Vaak  is de oorzaak onbekend.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Veen S, Ens-Dokkum MH, Schreuder AM, Verloove-Vanhorick SP, Brand R, Ruys JH. Impairments, disabilities, and handicaps of very preterm and very-low-birthweight infants at five years of age. The Collaborative Project on Preterm and Small for Gestational Age Infants (POPS) in The Netherlands. Lancet. 1991;338(8758):33-6. Bron | Pubmed
  2. Armatas V. Mental retardation: definitions, etiology, epidemiology and diagnosis. Journal of Sport and Health Research. 2009;1(2):112-22. Bron
  3. de Ligt J, Willemsen M, van Bon BWM, Kleefstra T, Yntema HG, Kroes T, et al. Diagnostic exome sequencing in persons with severe intellectual disability. N Engl J Med. 2012;367(20):1921-9. Pubmed | DOI
  4. Musante L, Ropers HH. Genetics of recessive cognitive disorders. Trends Genet. 2014;30(1):32-9. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Verstandelijke beperking

    Mensen met een verstandelijke beperking hebben een stoornis in intellectuele functies

    Iemand met een verstandelijke beperking heeft een aangeboren of een later in de ontwikkeling optredende stoornis in de intellectuele functies. Dit gaat gepaard met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid. De diagnose is meestal gebaseerd op de DSM (-IV of 5) en de ICD-10. De diagnostische criteria van de ICD-10 en DSM-5 komen overeen met die van de American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD). De nieuwste editie(Schalock et al., 2010) hanteert drie criteria voor diagnose (Schalock et al., 2010):

    • Een significante stoornis in de intellectuele functies (IQ ligt twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Gelijktijdig optredend met een significante beperking in het adaptieve gedrag (conceptuele, sociale en praktische vaardigheden; twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Het optreden van deze beperkingen vóór het 18e levensjaar.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
  • IQ van 70/75 is bovengrens van intellectueel functioneren

    Een verstandelijke beperking wordt vastgesteld op basis van het intellectueel functioneren (IQ) en de ondersteuningsbehoefte. De bovengrens voor een verstandelijke beperking is een IQ van 70-75. Bij zeer jonge kinderen, op oudere leeftijd is een klinisch oordeel op basis van professionele criteria en uitgangspunten van belang (Schalock et al., 2010). Traditioneel is het niveau van intellectueel functioneren als volgt onderverdeeld:

    • Zwakbegaafd: IQ 70/75-85/90.
    • Licht verstandelijke beperking: IQ 50/55-70.
    • Matige verstandelijke beperking: IQ 35/40-50/55.
    • Ernstige verstandelijke beperking: IQ 20/25-35/40.
    • Diepe verstandelijke beperking: IQ lager dan 20/25.

    In de DSM-5 zijn de IQ-criteria vervangen door typologische beschrijvingen van het intellectuele functioneren.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
  • Beperkingen in adaptief gedrag vastgesteld via ondersteuningsbehoefte

    Beperkingen in het adaptieve gedrag worden in de praktijk vastgesteld op basis van de ondersteuningsbehoefte van een persoon. Dat betreft de ondersteuning die nodig is om te functioneren op een manier die past bij de leeftijd en cultuur van de persoon in verschillende levensdomeinen (wonen, leren, werken, sociale relaties en dergelijke) (Schalock et al., 2010; de Bruijn et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
    2. de Bruijn J, Buntinx WHE, Twint B. Verstandelijke beperking: definitie en context. SWP Publishing Company, Amsterdam; 2014. Bron
Bronverantwoording
  • Prevalentieschatting verstandelijke beperking door SCP

    Het SCP heeft een zo precies mogelijke schatting van het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB’ers) gemaakt. Het gaat om mensen met een relatief laag IQ en veelal een beperkte sociale redzaamheid. Er zijn geen registraties van het IQ en/of de sociale redzaamheid van de bevolking. Daarom is het aantal mensen met een LVB (IQ 50-85) niet precies vast te stellen en moet hun aantal worden geschat. De schatting is met grote onzekerheid omgeven omdat de informatie over het aantal mensen in deze groepen nu eenmaal schaars en onvolledig is (Woittiez et al., 2019).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Woittiez I.B., Eggink E., Ras M. Het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking. Notitie ten behoeve van het IBO-LVB. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2019. Bron
  • Prevalentieschatting internationaal

    De prevalentieschattingen van verschillende landen lopen sterk uiteen. Dit is deels te verklaren doordat de gebruikte onderzoeksmethode verschilt. Sommige landen is de prevalentiecijfers gebaseerd op bevolkingsonderzoek, terwijl andere landen hier registraties van zorggebruik voor hebben gebruikt. Slechts een klein deel van de mensen met een verstandelijke beperking is terug te vinden in de zorgregistraties (POMONA, 2004).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. POMONA. Health Indicators For People With Intellectual Disability in the Member States. Final Report. Geneve: Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO); 2004. Bron

Andere websites over Verstandelijke beperking

Data en gegevensbronnen