Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Verstandelijke beperkingCijfers & ContextIncidentie en prevalentie

Cijfers & Context

142.000 mensen met een verstandelijke beperking

Regionaal & Internationaal

Verstandelijke beperking in NL lager dan elders

Kosten

Kosten van zorg 6,8 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Circa 189.000 mensen doen een beroep op zorg

Incidentie van verstandelijke beperking

Nieuwe gevallen ontstaan vaak rond de geboorte

Veel nieuwe gevallen van verstandelijke beperking hebben hun oorsprong voor of rond de geboorte. Ernstige vroeggeboorte, een veel te laag geboortegewicht of het hebben van een aangeboren chromosomale afwijking dragen bij aan het ontstaan van een verstandelijke beperking (Veen et al., 1991Armatas, 2009). Daarnaast zijn er veel zeldzame genetische aandoeningen die met een verhoogde kans op een verstandelijke beperking gepaard gaan (de Ligt et al., 2012Musante & Ropers, 2014). Zowel voor als na de geboorte kunnen ernstige infecties leiden tot ernstige hersenschade en een verstandelijke beperking. Ook loodvergiftiging,  jodiumtekort, bijna verdrinking of ernstig hoofdletsel kunnen bij jonge kinderen een verstandelijke beperking veroorzaken. Over het algemeen lopen jongens meer risico’s op aandoeningen rond de geboorte dan meisjes. Vaak  is de oorzaak onbekend.
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Veen S, Ens-Dokkum MH, Schreuder AM, Verloove-Vanhorick SP, Brand R, Ruys JH. Impairments, disabilities, and handicaps of very preterm and very-low-birthweight infants at five years of age. The Collaborative Project on Preterm and Small for Gestational Age Infants (POPS) in The Netherlands. Lancet. 1991;338(8758):33-6. Bron | Pubmed
  2. Armatas V. Mental retardation: definitions, etiology, epidemiology and diagnosis. Journal of Sport and Health Research. 2009;1(2):112-22. Bron
  3. de Ligt J, Willemsen M, van Bon B WM, Kleefstra T, Yntema HG, Kroes T, et al. Diagnostic exome sequencing in persons with severe intellectual disability. N Engl J Med. 2012;367(20):1921-9. Pubmed | DOI
  4. Musante L, Ropers HH. Genetics of recessive cognitive disorders. Trends Genet. 2014;30(1):32-9. Pubmed | DOI

Prevalentie van verstandelijke beperking

Ongeveer 1% van de Nederlanders heeft een verstandelijke beperking

De prevalentie van verstandelijke beperking is afhankelijk van de definitie waarbij de ernst van de beperking belangrijk is. Het SCP schat dat er in Nederland in 2013 ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijke beperking zijn volgens de klassieke definitie (IQ tot 70). Dat is 8,5‰ van de bevolking.

  • Van hen heeft naar schatting iets minder dan de helft (ca. 68.000 mensen) een ernstige verstandelijke beperking.

  • Ongeveer 74.000 mensen hebben een licht verstandelijke beperking.

Aantal zwakbegaafden in Nederland ongewis

In Nederland hebben ongeveer 2,2 miljoen mensen een IQ tussen 70 en 85 (Woittiez et al., 2014). Een deel van hen, de groep zwakbegaafden, heeft zodanige bijkomende problemen dat ook zij zorg voor mensen met verstandelijk beperkingen mogen gebruiken. Het SCP schat hun aantal in de Nederlandse bevolking op 1,4 miljoen in 2013 (Woittiez et al., 2014). Het College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen gaat uit van 300.000 - 600.000 zwakbegaafden (CBZ, 2004). Het aantal zwakbegaafden dat daadwerkelijke professionele ondersteuning vraagt is veel lager; in 2011 was dit aantal 37.000 (Ras et al., 2013). Deze variatie in geschatte omvang geeft aan hoe lastig de omvang van zwakbegaafdheid is vast te stellen.

Werkelijke  prevalentie  zou hoger kunnen liggen

Het totaal aantal mensen met een indicatie voor zorg voor verstandelijk beperkten groeit al jaren sneller dan de bevolking, wat het aannemelijk maakt dat de prevalentie op een hoger niveau ligt. Zie hiervoor ‘Zorggebruik’. Daarnaast is een toekomstige stijging van de prevalentie waarschijnlijk (zie ‘Toekomstige trend in prevalentie’).

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Woittiez I, Putman L, Eggink E, Ras M. Zorg beter begrepen. Verklaringen voor de groeiende vraag naar zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2014. Bron
  2. CBZ. Licht verstandelijk gehandicapte jongeren met probleemgedrag - Signaleringsrapport. Utrecht: College bouw ziekenhuisvoorzieningen; 2004. Bron
  3. Ras M, Verbeek-Oudijk D, Eggink E. Lasten onder de loep. De kostengroei van de zorg voor verstandelijk gehandicapten ontrafeld. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2013. Bron

Verantwoording

Definities
  • Verstandelijke beperking

    Mensen met een verstandelijke beperking hebben een stoornis in intellectuele functies

    Iemand met een verstandelijke beperking heeft een aangeboren of een later in de ontwikkeling optredende stoornis in de intellectuele functies. Dit gaat gepaard met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid. De diagnose is meestal gebaseerd op de DSM (-IV of 5) en de ICD-10. De diagnostische criteria van de ICD-10 en DSM-5 komen overeen met die van de American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD). De nieuwste editie(Schalock et al., 2010) hanteert drie criteria voor diagnose (Schalock et al., 2010):

    • Een significante stoornis in de intellectuele functies (IQ ligt twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Gelijktijdig optredend met een significante beperking in het adaptieve gedrag (conceptuele, sociale en praktische vaardigheden; twee of meer standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde).
    • Het optreden van deze beperkingen vóór het 18e levensjaar.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
  • IQ van 70/75 is bovengrens van intellectueel functioneren

    Een verstandelijke beperking wordt vastgesteld op basis van het intellectueel functioneren (IQ) en de ondersteuningsbehoefte. De bovengrens voor een verstandelijke beperking is een IQ van 70-75. Bij zeer jonge kinderen, op oudere leeftijd is een klinisch oordeel op basis van professionele criteria en uitgangspunten van belang (Schalock et al., 2010). Traditioneel is het niveau van intellectueel functioneren als volgt onderverdeeld:

    • Zwakbegaafd: IQ 70/75-85/90.
    • Lichte verstandelijke beperking: IQ 50/55-70.
    • Matige verstandelijke beperking: IQ 35/40-50/55.
    • Ernstige verstandelijke beperking: IQ 20/25-35/40.
    • Diepe verstandelijke beperking: IQ lager dan 20/25.

    In de DSM-5 zijn de IQ-criteria vervangen door typologische beschrijvingen van het intellectuele functioneren.

     

  • Beperkingen in adaptief gedrag vastgesteld via ondersteuningsbehoefte

    Beperkingen in het adaptieve gedrag worden in de praktijk vastgesteld op basis van de ondersteuningsbehoefte van een persoon. Dat betreft de ondersteuning die nodig is om te functioneren op een manier die past bij de leeftijd en cultuur van de persoon in verschillende levensdomeinen (wonen, leren, werken, sociale relaties en dergelijke) (Schalock et al., 2010; de Bruijn et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schalock RL, Borthwick-Duffy SA, Bradley VJ, Buntinx WHE, Coulter DL, Craig EM. Intellectual Disability: Definition, Classification, and Systems of Supports (Eleventh edition). Washington DC: American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD); 2010. Bron
    2. de Bruijn J, Buntinx WHE, Twint B. Verstandelijke beperking: definitie en context. SWP Publishing Company, Amsterdam; 2014. Bron
  • Omschrijving van zorggebruik

    De zorg voor mensen met een (verstandelijke) beperking kan bestaan uit intramurale zorg, dagbesteding en extramurale zorg. Zorginstellingen verantwoorden aan het zorgkantoor hoeveel dagen, dagdelen en uren zorg en ondersteuning ze hebben verleend. Van cliënten die in een instelling wonen, wordt dit in dagen bijgehouden (intramurale zorg); bij cliënten met dagbesteding (intra- en extramuraal) gebeurt dit in dagdelen. Zorg bij de cliënt thuis (extramurale zorg) wordt in uren gerekend (van den Kwartel, 2013).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Kwartel AJJ. Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012. Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), Utrecht; 2013. Bron
Bronverantwoording
  • Prevalentieschatting verstandelijke beperking door SCP

    Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) heeft de prevalentie van verstandelijke beperking geschat op basis van verschillende bronnen: zorggebruik, zorgvraag, registraties van huisartsen, prevalentiecijfers van een Nederlands onderzoek uit 1988 (Maas et al., 1986) en internationale literatuur (zowel bevolkingsonderzoek als zorggebruik). Bij de schatting van ernstige verstandelijke beperking is de prevalentie van Maas et al. (1988) als uitgangspunt genomen, maar voor de leeftijdsgroepen waar de vraag hoger is dan de prevalentie, is uitgegaan van de zorgvraag (Ras et al., 2013).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maas JMAG, Serail S, Janssen AJM. Frequentie-onderzoek geestelijk gehandicapten 1986. Tillburg: Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant (IVA); 1986. Bron
    2. Ras M, Verbeek-Oudijk D, Eggink E. Lasten onder de loep. De kostengroei van de zorg voor verstandelijk gehandicapten ontrafeld. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP); 2013. Bron
  • Prevalentieschatting zwakbegaafdheid door SCP

    Schattingen van de omvang van zwakbegaafdheid in Nederland zijn erg onzeker. In Nederland hebben ongeveer 2,2 miljoen mensen een IQ tussen 70-85. Een deel van hen heeft zodanige bijkomende problemen dat zij als verstandelijk beperkt beschouwd worden. Naar schatting is dit bij 61% van de groep jongeren met dit IQ het geval (Stoll et al., 2003; Knorth & Ruiissenaars, 2005; Neijmeijer et al., 2010). Voor volwassenen is dit percentage vermoedelijk lager. Uitgaande van 61% zouden er in Nederland in de gehele bevolking 1,4 miljoen zwakbegaafden zijn in 2013.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Stoll J, Bruinsma C, Konijn C. Nieuwe cliënten voor Bureau Jeugdzorg. Beschrijving van de groep jeugdigen met meervoudige problemen waaronder een lichte verstandelijke beperking en instrumenten voor herkenning en signalering. Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, NIZW; 2003. Bron
    2. Knorth EJ, Ruiissenaars AJJM. Jeugdigen tussen wal en schip? . Tijdschrift voor Orthopedagogiek, . 2005;44. GoogleScholar
    3. Neijmeijer L, Moerdijk L, Veneberg G, Muusse C. Licht verstandelijk gehandicapten in de ggz. Een verkennend onderzoek. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. GoogleScholar
  • Prevalentieschatting internationaal

    De prevalentieschattingen van verschillende landen lopen sterk uiteen. Dit is deels te verklaren doordat de gebruikte onderzoeksmethode verschilt. Sommige landen is de prevalentiecijfers gebaseerd op bevolkingsonderzoek, terwijl andere landen hier registraties van zorggebruik voor hebben gebruikt. Slechts een klein deel van de mensen met een verstandelijke beperking is terug te vinden in de zorgregistraties (POMONA, 2004).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. POMONA. Health Indicators For People With Intellectual Disability in the Member States. Final Report. Geneve: Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO); 2004. Bron
  • Cijfers zorggebruik uit Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012

    • De cijfers over zorggebruik zijn grotendeels afkomstig uit het Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012 (van den Kwartel, 2013; VGN, 2014). Voor de uitleg van de indicatoren voor zorggebruik is gebruik gemaakt van de website van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.
    • DigiMv: Digitale Maatschappelijke verantwoording, zoals beschreven in het Brancherapport 2012.

    Kanttekening bij zorggebruik: Het aantal geregistreerde extramurale cliënten omvat in 2010 wellicht ook verblijfscliënten die dagbesteding kregen. Die cliënten zijn dan zowel intramuraal als extramuraal meegeteld. In 2011 zijn verblijfscliënten niet meer meegerekend bij de extramurale zorg. Dit verklaart voor een deel de daling in het aantal extramurale cliënten van 2010 naar 2011. Dit probleem is niet goed te corrigeren.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Kwartel AJJ. Brancherapport Gehandicaptenzorg 2012. Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), Utrecht; 2013. Bron
    2. VGN. Feiten en cijfers gehandicaptenzorg 2007-2012. Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), Utrecht; 2014. Bron
Methoden
  • Prevalentie: schattingen internationaal

    De prevalentieschattingen van verschillende landen lopen sterk uiteen. Dit is deels te verklaren doordat de gebruikte onderzoeksmethode verschilt. Sommige landen is de prevalentiecijfer gebaseerd op bevolkingsonderzoek, terwijl andere landen hier registraties van zorggebruik voor hebben gebruikt. Slechts een klein deel van de mensen met een verstandelijke beperking is terug te vinden in de zorgregistraties (POMONA, 2004).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. POMONA. Health Indicators For People With Intellectual Disability in the Member States. Final Report. Geneve: Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO); 2004. Bron

Andere websites over Verstandelijke beperking