Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SterfteCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

In 2018 overleden meer vrouwen dan mannen

Regionaal & Internationaal

Sterfte in Nederland gemiddeld in EU

Kosten

Preventie & Zorg

Trend in absolute sterfte

Absolute sterfte 1950-2018

JaarMannenVrouwenTotaal
195038,936,675,5
195140,137,177,2
195239,236,776,0
195341,938,680,5
195441,837,579,3
195543,238,181,3
195644,639,884,5
195743,938,782,6
195845,039,284,2
195946,539,485,8
196047,240,187,3
196148,039,887,8
196251,641,993,5
196352,842,595,4
196452,041,493,4
196554,543,598,0
196655,644,9100,5
196755,844,099,8
196858,646,3105,0
196959,648,1107,6
197061,148,6109,6
197161,149,1110,2
197263,250,4113,6
197361,549,2110,7
197460,648,6109,3
197563,550,2113,7
197664,050,5114,5
197761,348,8110,1
197863,650,8114,4
197962,250,4112,6
198063,351,0114,3
198163,552,0115,5
198264,153,1117,3
198364,353,5117,8
198464,855,0119,8
198565,856,9122,7
198666,758,7125,3
198765,057,2122,2
198865,458,8124,2
198967,161,8128,9
199066,662,2128,8
199166,763,3130,0
199266,363,6129,9
199369,967,9137,8
199467,066,4133,5
199568,267,4135,7
199669,068,6137,6
199767,268,5135,8
199868,269,3137,5
199968,971,6140,5
200068,871,8140,5
200168,372,1140,4
200269,073,4142,4
200369,072,9141,9
200466,470,2136,6
200566,470,0136,4
200665,370,1135,4
200764,868,2133,0
200864,970,2135,1
200965,468,9134,2
201066,070,1136,1
201165,370,5135,7
201267,972,9140,8
201368,472,9141,2
201467,172,1139,2
201571,076,1147,1
201672,276,8149,0
201772,777,6150,2
201874,578,8153,4

Absolute sterfte verder gestegen

De absolute sterfte is in de periode 2007-2018 gestegen. De toename was relatief groot na een vrij koude winter van 2012/2013 en een lange griepgolf (21 weken) in 2014/2015 (CBS, 2015). Een griepgolf veroorzaakt vaak een toename van sterfte door hart- en vaatziekten en ziekten van de ademhalingsorganen onder ouderen (Garssen & Hoogenboezem, 2007). In 2015 was de toename in het aantal sterfgevallen het grootst (147.100 doden in 2015 ten opzichte van 139.200 doden in 2014). Ook in de periode 1950-2002 is de absolute sterfte gestegen. Tussen 2002 en 2007 is het absolute aantal sterfgevallen echter afgenomen, ondanks een verouderende bevolking. Deze afname heeft meerdere oorzaken. Zo was er in de betreffende periode een relatief geringe sterfte als gevolg van extreem hoge of lage temperaturen. Ook deden zich geen grote griepgolven voor, waardoor de sterfte onder ouderen relatief laag was.

In 2018 overleden bijna twee keer zoveel mensen als in 1950

Tussen 1950 en 2018 is het absolute aantal sterfgevallen vrijwel verdubbeld van 75.500 in 1950 naar 153.400 in 2018. De stijging in het absolute aantal sterfgevallen hangt samen met een grotere bevolkingsomvang en een vergrijsde Nederlandse bevolking (in 2018 waren er veel meer ouderen dan in 1950). 

Sinds 1997 overlijden jaarlijks meer vrouwen dan mannen

Sinds 1997 overlijden jaarlijks meer vrouwen dan mannen. In de periode daarvoor (1950-1996) was dat omgekeerd. Dit komt mede doordat de levensverwachting voor mannen sinds 1980 meer is gestegen dan voor vrouwen. Eén van de belangrijkste oorzaken hiervan is de afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en rokende vrouwen. Hierdoor zijn ook sekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten, zoals longkanker en hart- en vaatziekten, afgenomen.

Meer informatie

Datum publicatie

18-11-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. CBS. Meer ouderen overleden in de winter.; 2015. Bron
  2. Garssen JJ, Hoogenboezem J. Aantal sterfgevallen blijft dalen. Voorburg / Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2007. Bron

Trend in gestandaardiseerde sterfte

Sterfte 1950-2018

MannenVrouwenTotaal
1950100100100
195110199100
1952969596
19531009799
1954999396
19551019397
19561029699
1957989194
1958999094
1959998893
1960998793
1961988491
19621048795
19631058695
19641018090
19651058393
19661058393
19671037990
19681088193
19691088293
19701098193
19711088093
19721118094
19731077690
19741047387
19751087489
19761087288
19771026882
19781056984
19791016681
19801016581
19811016580
19821016580
19831006479
19841006479
19851016580
19861006680
1987966377
1988966376
1989976578
1990956477
1991936476
1992916475
1993956779
1994906575
1995916575
1996906575
1997866473
1998866473
1999856573
2000836472
2001816471
2002816471
2003796370
2004746066
2005735965
2006705963
2007685661
2008665761
2009655559
2010645559
2011615558
2012625658
2013605557
2014575355
2015595557
2016585557
2017575556
2018575556

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

Gestandaardiseerde sterfte gehalveerd sinds 1950

De gestandaardiseerde sterfte, waarbij is gecorrigeerd voor de effecten van bevolkingsgroei en vergrijzing, is tussen 1950 en 2018 sterk gedaald. De sterftedaling was over de hele periode ongeveer even groot voor vrouwen (45%) als voor mannen (43%). De sterftedaling onder vrouwen vond vooral plaats in de periode 1950-1980 en 2002-2014. Voor mannen vond de daling vooral plaats in de periode 1975-2018.

Meer informatie

Datum publicatie

18-11-2019

Trend naar leeftijd voor mannen

Sterfte mannen 1970-2018

0-1415-2425-4445-6465-7475 plus
1970100100100100100100
197194991019799100
19728810010298102103
19737999959498101
1974749988939697
197569838695101103
197666868894101102
1977629287899794
1978658683899899
1979587981869596
1980588083869597
1981577280849497
1982566882859398
1983556779829398
1984576481829298
19855366798192100
1986546180819299
1987556378778796
1988536179748796
1989506178758599
1990545881718597
1991515981698297
1992475882668195
19934761806783101
1994425878637995
1995425877617996
1996405776617996
1997375374587592
1998395671587591
1999375572577391
2000365870577090
2001385270556988
2002365268546788
2003364569546487
2004304365526181
2005313861495881
2006293858485578
2007263956475376
2008243658475075
2009253454464973
2010243552454872
2011243451434570
2012243352434571
2013223051424470
2014222850404166
2015202948404369
2016202948404268
2017233348394167
2018213047394266

 Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door het RIVM

Sterftedaling voor oudere mannen het minst groot

In de periode 1970-2018 is de gestandaardiseerde sterfte bij mannen voor alle leeftijdsgroepen gedaald. In de jongste leeftijdsklassen daalde de sterfte het meest. Bij ouderen zette de daling van de sterfte later in en over de hele periode is deze daling ook kleiner dan voor de jongere leeftijdsgroepen. In de leeftijdsgroep van 75 en ouder begon de sterfte pas vanaf 1996 te dalen.

Datum publicatie

18-11-2019

Trend naar leeftijd voor vrouwen

Trend sterfte vrouwen 1970-2018

0-1415-2425-4445-6465-7475 plus
1970100100100100100100
19719286949798100
19728792969695102
19738210098949295
1974768088909092
1975707489908894
1976728484888791
1977637686898284
1978658685878286
1979607183877983
1980617778837782
1981606777837782
1982587278827582
1983607277837381
1984576076837382
1985576075837483
1986616481837284
1987586477817180
1988515777787081
1989557477817084
1990596177786984
1991526481777084
1992525780766983
1993505781767189
1994455980756986
1995436180737086
1996455881727186
1997405878736885
1998385075726885
1999435580736886
2000426077726786
2001415175726686
2002395676746686
2003375274726485
2004324470716181
2005374771685880
2006323665685680
2007294461665476
2008294161685478
2009294061665175
2010283157655276
2011243660655175
2012263655655177
2013253952634976
2014264052604974
2015233050615077
2016253652615076
2017243448584977
2018233347585076

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door het RIVM

Sterkste sterftedaling voor meisjes van 0 tot en met 14 jaar

Over de periode 1970-2018 is de sterfte onder meisjes van 0-14 jaar het sterkst gedaald. De gestandaardiseerde sterfte onder vrouwen is in de jaren zeventig voor alle leeftijdsgroepen vanaf 15 jaar even sterk gedaald. Na 1980 daalde de sterfte onder jongere vrouwen verder maar bleef voor oudere leeftijdsgroepen gelijk. Na 2000 daalde de sterfte ook weer in de oudere leeftijdsgroepen.

Datum publicatie

18-11-2019

Trend onder nuljarigen

Sterfte onder nuljarigen 1950-2018

JongensMeisjes
195033332443
195133212425
195229702255
195329682080
195427542076
195526781934
195625661817
195723381676
195823181757
195923511720
196022641680
196122561559
196221731589
196320921502
196421541564
196520261513
196620631459
196718111380
196818981326
196919151361
197017561289
197116231134
197214521053
19731273975
19741201903
19751097797
19761060834
1977975674
1978987695
1979891633
1980902655
1981854629
1982821606
1983806626
1984859600
1985809623
1986804629
1987827591
1988762513
1989737545
1990812589
1991782509
1992690547
1993720511
1994639468
1995610431
1996615472
1997541428
1998613422
1999563485
2000582477
2001615473
2002569445
2003562400
2004490362
2005506422
2006468352
2007435301
2008378320
2009394317
2010378317
2011375279
2012361288
2013353292
2014354276
2015313248
2016323274
2017347260
2018383303

Sterfte onder nuljarigen met ongeveer 90% gedaald sinds 1950

De sterfte per 100.000 onder nuljarigen is zowel voor jongens als voor meisjes met ongeveer 90% gedaald over de periode 1950-2018. De daling lijkt in de laatste jaren niet door te zetten. In alle jaren overleden per 100.000 nuljarigen meer nuljarige jongens dan meisjes.

Meer informatie

Datum publicatie

04-12-2019

Toekomstige trend in sterfte

Trend in absolute sterfte 1950-2018 en prognose 2019-2059

JaarWaargenomen (M)Waargenomen (V)Prognose (M)Prognose (V)
195038,936,6
195140,137,1
195239,236,7
195341,938,6
195441,837,5
195543,238,1
195644,639,8
195743,938,7
195845,039,2
195946,539,4
196047,240,1
196148,039,8
196251,641,9
196352,842,5
196452,041,4
196554,543,5
196655,644,9
196755,844,0
196858,646,3
196959,648,1
197061,148,6
197161,149,1
197263,250,4
197361,549,2
197460,648,6
197563,550,2
197664,050,5
197761,348,8
197863,650,8
197962,250,4
198063,351,0
198163,552,0
198264,153,1
198364,353,5
198464,855,0
198565,856,9
198666,758,7
198765,057,2
198865,458,8
198967,161,8
199066,662,2
199166,763,3
199266,363,6
199369,967,9
199467,066,4
199568,267,4
199669,068,6
199767,268,5
199868,269,3
199968,971,6
200068,871,8
200168,372,1
200269,073,4
200369,072,9
200466,470,2
200566,470,0
200665,370,1
200764,868,2
200864,970,2
200965,468,9
201066,070,1
201165,370,5
201267,972,9
201368,472,9
201467,172,1
201571,076,1
201672,276,8
201772,777,6
201874,578,8
201974,478,1
202075,678,6
202177,079,1
202278,379,7
202379,680,4
202481,080,9
202582,381,5
202683,782,1
202785,082,9
202886,483,6
202987,984,4
203089,385,3
203190,886,2
203292,187,1
203393,588,1
203494,889,1
203595,990,1
203697,191,1
203798,192,1
203899,093,1
203999,894,1
2040100,595,0
2041101,195,9
2042101,696,6
2043102,097,3
2044102,498,0
2045102,798,6
2046103,099,1
2047103,299,5
2048103,4100,0
2049103,6100,6
2050103,7101,1
2051103,8101,6
2052103,8102,0
2053103,7102,4
2054103,6102,7
2055103,3102,9
2056102,9103,0
2057102,3103,0
2058101,6102,8
2059100,9102,4

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek en CBS Bevolkingsstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

Absolute sterfte zal flink stijgen, tot ruim 206.000 in 2054

Als gevolg van de vergrijzing van de naoorlogse geboortegolf (babyboom) zal het aantal sterfgevallen in de komende decennia flink toenemen. De stijging zal het sterkst zijn in de periode 2020-2040. Overleden er in 2018 nog ongeveer 153.000 mensen, in 2040 zullen dit er naar schatting bijna 196.000 zijn. Daarna stijgt het nog licht tot ruim 206.000 in 2054. Vanaf 2055 zal de absolute sterfte naar verwachting weer licht gaan dalen.

Sinds 1997 overlijden per jaar meer vrouwen dan mannen

In de periode 1950 tot1996 overleden in Nederland meer mannen dan vrouwen. Vanaf 1997 tot en met 2018 overleden er per jaar meer vrouwen dan mannen. De verwachting is dat dit tot het jaar 2024 zo zal blijven. In de periode 2024-2055 zullen er per jaar naar verwachting weer iets meer mannen dan vrouwen overlijden.

Gestandaardiseerde sterfte zal verder dalen

Naar verwachting zal zowel voor mannen als vrouwen op iedere leeftijd de sterfte per 100.000 inwoners verder dalen. Daarom zal de totale gestandaardiseerde sterfte naar verwachting ook verder dalen. Voor mannen zal de daling waarschijnlijk iets groter zijn dan voor vrouwen. Naar verwachting zal vooral de sterfte aan hart- en vaatziekten en longkanker (alleen voor mannen) verder dalen in de toekomst (van Duin et al., 2015).

Meer informatie

Datum publicatie

18-11-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Duin C, Stoeldraijer L, Nicolaas H, Ooijevaar J, Sprangers A. Kernprognose 2015–2060: Hoge bevolkingsgroei op korte termijn. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron

Verantwoording

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.