Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SterfteCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

In 2019 overleden meer vrouwen dan mannen

Regionaal & Internationaal

Sterfte in Nederland gemiddeld in EU

Kosten

Preventie & Zorg

Trend in absolute sterfte naar geslacht

Absolute sterfte 1950-2019

JaarMannenVrouwenTotaal
195038,936,675,5
195140,137,177,2
195239,236,776,0
195341,938,680,5
195441,837,579,3
195543,238,181,3
195644,639,884,5
195743,938,782,6
195845,039,284,2
195946,539,485,8
196047,240,187,3
196148,039,887,8
196251,641,993,5
196352,842,595,4
196452,041,493,4
196554,543,598,0
196655,644,9100,5
196755,844,099,8
196858,646,3105,0
196959,648,1107,6
197061,148,6109,6
197161,149,1110,2
197263,250,4113,6
197361,549,2110,7
197460,648,6109,3
197563,550,2113,7
197664,050,5114,5
197761,348,8110,1
197863,650,8114,4
197962,250,4112,6
198063,351,0114,3
198163,552,0115,5
198264,153,1117,3
198364,353,5117,8
198464,855,0119,8
198565,856,9122,7
198666,758,7125,3
198765,057,2122,2
198865,458,8124,2
198967,161,8128,9
199066,662,2128,8
199166,763,3130,0
199266,363,6129,9
199369,967,9137,8
199467,066,4133,5
199568,267,4135,7
199669,068,6137,6
199767,268,5135,8
199868,269,3137,5
199968,971,6140,5
200068,871,8140,5
200168,372,1140,4
200269,073,4142,4
200369,072,9141,9
200466,470,2136,6
200566,470,0136,4
200665,370,1135,4
200764,868,2133,0
200864,970,2135,1
200965,468,9134,2
201066,070,1136,1
201165,370,5135,7
201267,972,9140,8
201368,472,9141,2
201467,172,1139,2
201571,076,1147,1
201672,276,8149,0
201772,777,6150,2
201874,578,8153,4
201974,477,5151,9

Absolute sterfte verder gestegen

De absolute sterfte is in de periode 2007-2019 gestegen. De toename was relatief groot na een vrij koude winter van 2012/2013 en een lange griepgolf (21 weken) in 2014/2015 (CBS, 2015). Een griepgolf veroorzaakt vaak een toename van sterfte door hart- en vaatziekten en ziekten van de ademhalingsorganen onder ouderen (Garssen & Hoogenboezem, 2007). In 2015 was de toename in het aantal sterfgevallen het grootst (147.100 doden in 2015 ten opzichte van 139.200 doden in 2014). Ook in de periode 1950-2002 is de absolute sterfte gestegen. Tussen 2002 en 2007 is het absolute aantal sterfgevallen echter afgenomen, ondanks een verouderende bevolking. Deze afname heeft meerdere oorzaken. Zo was er in de betreffende periode een relatief geringe sterfte als gevolg van extreem hoge of lage temperaturen. Ook deden zich geen grote griepgolven voor, waardoor de sterfte onder ouderen relatief laag was.

In 2019 overleden twee keer zoveel mensen als in 1950

Tussen 1950 en 2019 is het absolute aantal sterfgevallen verdubbeld van 75.500 in 1950 naar 151.885 in 2019. De stijging in het absolute aantal sterfgevallen hangt samen met een grotere bevolkingsomvang en een vergrijsde Nederlandse bevolking (in 2019 waren er veel meer ouderen dan in 1950). 

Sinds 1997 overlijden jaarlijks meer vrouwen dan mannen

Sinds 1997 overlijden jaarlijks meer vrouwen dan mannen. In de periode daarvoor (1950-1996) was dat omgekeerd. Dit komt mede doordat de levensverwachting voor mannen sinds 1980 meer is gestegen dan voor vrouwen. Eén van de belangrijkste oorzaken hiervan is de afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en rokende vrouwen. Hierdoor zijn ook sekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten, zoals longkanker en hart- en vaatziekten, afgenomen.

Meer informatie

Datum publicatie

11-09-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. CBS. Meer ouderen overleden in de winter.; 2015. Bron
  2. Garssen JJ, Hoogenboezem J. Aantal sterfgevallen blijft dalen. Voorburg / Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2007. Bron

Trend in gestandaardiseerde sterfte naar geslacht

Sterfte 1950-2019

JaarMannenVrouwenTotaal
1950100100100
195110199100
1952969596
19531009799
1954999396
19551019397
19561029799
1957989194
1958999094
1959998893
1960998793
1961988491
19621048795
19631058695
19641018090
19651048393
19661058393
19671037990
19681088193
19691078293
19701098193
19711088093
19721118094
19731077690
19741047387
19751087489
19761087288
19771026882
19781056984
19791016681
19801016581
19811016580
19821016580
19831006479
19841006479
19851016580
19861016680
1987976377
1988966376
1989976578
1990956477
1991946576
1992926475
1993966779
1994916575
1995916576
1996906575
1997866473
1998866473
1999856573
2000836472
2001816471
2002816571
2003796470
2004756066
2005735965
2006705964
2007685661
2008665761
2009655560
2010645559
2011615558
2012625659
2013615557
2014585355
2015595557
2016595557
2017585556
2018575556
2019565354

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

Gestandaardiseerde sterfte gehalveerd sinds 1950

De gestandaardiseerde sterfte, waarbij is gecorrigeerd voor de effecten van bevolkingsgroei en vergrijzing, is tussen 1950 en 2019 sterk gedaald. De sterftedaling was over de hele periode ongeveer even groot voor vrouwen (47%) als voor mannen (44%). De sterftedaling onder vrouwen vond vooral plaats in de periode 1950-1980 en 2002-2014. Voor mannen vond de daling vooral plaats in de periode 1975-2019.

Meer informatie

Datum publicatie

11-09-2020

Trend naar leeftijd voor mannen

Sterfte mannen 1970-2019

0-1415-2425-4445-6465-7475 plus
1970100100100100100100
197194991019799100
19728810010298102103
19737999959498101
1974759988939697
197569838695101103
197666868894101102
1977629287899794
1978658683899899
1979587981869596
1980588083869597
1981577280849497
1982566882859398
1983556779829398
1984576481829298
19855366798192100
1986556180819299
1987556378778796
1988536179748796
1989506178758599
1990555881718597
1991515981698297
1992475881668195
19934761806783101
1994425878637995
1995425877617996
1996405776617996
1997375374587592
1998395671587591
1999375572577391
2000365870577090
2001385270556988
2002365268546788
2003364569546487
2004304365526181
2005313861495881
2006293858485578
2007264056475376
2008243658475075
2009253454464973
2010243552454872
2011243451434570
2012243352434571
2013223051424470
2014222850404166
2015202948404369
2016202948404268
2017233348394167
2018213047394266
2019213146374065

 Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door het RIVM

Sterftedaling voor oudere mannen het minst groot

In de periode 1970-2019 is de gestandaardiseerde sterfte bij mannen voor alle leeftijdsgroepen gedaald. In de jongste leeftijdsklassen daalde de sterfte het meest. Bij ouderen zette de daling van de sterfte later in en over de hele periode is deze daling ook kleiner dan voor de jongere leeftijdsgroepen. In de leeftijdsgroep van 75 en ouder begon de sterfte pas vanaf 1996 te dalen.

Datum publicatie

11-09-2020

Trend naar leeftijd voor vrouwen

Trend sterfte vrouwen 1970-2019

jaar0-1415-2425-4445-6465-7475 plus
1970100100100100100100
19719286949798100
19728793969695102
19738210098949295
1974768088909092
1975707489908894
1976728484888791
1977637686898284
1978658685878286
1979607183877983
1980607778837782
1981606777837782
1982597278827582
1983607277837381
1984576076837382
1985576075837483
1986616480837284
1987596477817180
1988515777787081
1989557477817084
1990596177786984
1991526481777084
1992525780766983
1993505781767189
1994455980756986
1995436180737086
1996455881727186
1997405878736885
1998385075726885
1999435580736886
2000426077726786
2001415175726686
2002395676746686
2003375274726485
2004324470716181
2005374771685880
2006323665685680
2007294461665476
2008294161685478
2009294061665175
2010283157655276
2011243660655175
2012263655655177
2013253952634976
2014264052604974
2015233050615077
2016253652615076
2017243448584977
2018233347585076
2019254047565073

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door het RIVM

Sterkste sterftedaling voor meisjes van 0 tot en met 14 jaar

Over de periode 1970-2019 is de sterfte onder meisjes van 0-14 jaar het sterkst gedaald. De gestandaardiseerde sterfte onder vrouwen is in de jaren zeventig voor alle leeftijdsgroepen vanaf 15 jaar even sterk gedaald. Na 1980 daalde de sterfte onder jongere vrouwen verder maar bleef voor oudere leeftijdsgroepen gelijk. Na 2000 daalde de sterfte ook weer in de oudere leeftijdsgroepen.

Datum publicatie

11-09-2020

Trend onder nuljarigen

Sterfte onder nuljarigen 1950-2019

JongensMeisjes
195028392210
195128502213
195225082023
195325551899
195423611891
195523011747
195621731627
195719601484
195819181528
195919031458
196018601453
196117951300
196217331333
196316391243
196416781288
196516171278
196616911256
196714851192
196815751148
196915161134
197014461111
197114001030
197213341010
197312841028
197412641000
19751208920
19761168973
19771100801
19781101813
1979996742
1980972742
1981939720
1982934724
1983928754
1984960702
1985890714
1986858691
1987862646
1988800564
1989768590
1990799610
1991772525
1992685570
1993719533
1994634490
1995625463
1996629512
1997552453
1998600433
1999545496
2000550472
2001590477
2002548452
2003546410
2004494382
2005526462
2006494391
2007471339
2008399357
2009417351
2010402351
2011407318
2012401336
2013402351
2014396323
2015358299
2016365327
2017398315
2018385304
2019395333

Sterfte onder nuljarigen met ongeveer 85% gedaald sinds 1950

De sterfte per 100.000 onder nuljarigen is in de periode 1950-2007 voor zowel  jongens als meisjes met ongeveer 85% gedaald, vanaf 2007 is de sterfte gestabiliseerd. In alle jaren overleden per 100.000 nuljarigen meer nuljarige jongens dan meisjes.

Meer informatie

Datum publicatie

11-09-2020

Toekomstige trend in sterfte

Trend in absolute sterfte 1950-2019 en prognose 2020-2059

JaarWaargenomen (M)Waargenomen (V)Prognose (M)Prognose (V)
195038,936,6
195140,137,1
195239,236,7
195341,938,6
195441,837,5
195543,238,1
195644,639,8
195743,938,7
195845,039,2
195946,539,4
196047,240,1
196148,039,8
196251,641,9
196352,842,5
196452,041,4
196554,543,5
196655,644,9
196755,844,0
196858,646,3
196959,648,1
197061,148,6
197161,149,1
197263,250,4
197361,549,2
197460,648,6
197563,550,2
197664,050,5
197761,348,8
197863,650,8
197962,250,4
198063,351,0
198163,552,0
198264,153,1
198364,353,5
198464,855,0
198565,856,9
198666,758,7
198765,057,2
198865,458,8
198967,161,8
199066,662,2
199166,763,3
199266,363,6
199369,967,9
199467,066,4
199568,267,4
199669,068,6
199767,268,5
199868,269,3
199968,971,6
200068,871,8
200168,372,1
200269,073,4
200369,072,9
200466,470,2
200566,470,0
200665,370,1
200764,868,2
200864,970,2
200965,468,9
201066,070,1
201165,370,5
201267,972,9
201368,472,9
201467,172,1
201571,076,1
201672,276,8
201772,777,6
201874,578,8
201974,477,5
202075,678,6
202177,079,1
202278,379,7
202379,680,4
202481,080,9
202582,381,5
202683,782,1
202785,082,9
202886,483,6
202987,984,4
203089,385,3
203190,886,2
203292,187,1
203393,588,1
203494,889,1
203595,990,1
203697,191,1
203798,192,1
203899,093,1
203999,894,1
2040100,595,0
2041101,195,9
2042101,696,6
2043102,097,3
2044102,498,0
2045102,798,6
2046103,099,1
2047103,299,5
2048103,4100,0
2049103,6100,6
2050103,7101,1
2051103,8101,6
2052103,8102,0
2053103,7102,4
2054103,6102,7
2055103,3102,9
2056102,9103,0
2057102,3103,0
2058101,6102,8
2059100,9102,4

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek en CBS Bevolkingsstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

Absolute sterfte zal flink stijgen, tot ruim 206.000 in 2054

Als gevolg van de vergrijzing van de naoorlogse geboortegolf (babyboom) zal het aantal sterfgevallen in de komende decennia flink toenemen. De stijging zal het sterkst zijn in de periode 2020-2040. Overleden er in 2019 nog ongeveer 152.000 mensen, in 2040 zullen dit er naar schatting bijna 196.000 zijn. Daarna stijgt het nog licht tot ruim 206.000 in 2054. Vanaf 2055 zal de absolute sterfte naar verwachting weer licht gaan dalen.

Sinds 1997 overlijden per jaar meer vrouwen dan mannen

In de periode 1950 tot1996 overleden in Nederland meer mannen dan vrouwen. Vanaf 1997 tot en met 2019 overleden er per jaar meer vrouwen dan mannen. De verwachting is dat dit tot het jaar 2024 zo zal blijven. In de periode 2024-2055 zullen er per jaar naar verwachting weer iets meer mannen dan vrouwen overlijden.

Gestandaardiseerde sterfte zal verder dalen

Naar verwachting zal zowel voor mannen als vrouwen op iedere leeftijd de sterfte per 100.000 inwoners verder dalen. Daarom zal de totale gestandaardiseerde sterfte naar verwachting ook verder dalen. Voor mannen zal de daling waarschijnlijk iets groter zijn dan voor vrouwen. Naar verwachting zal vooral de sterfte aan hart- en vaatziekten en longkanker (alleen voor mannen) verder dalen in de toekomst (van Duin et al., 2015).

Meer informatie

Datum publicatie

11-09-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Duin C, Stoeldraijer L, Nicolaas H, Ooijevaar J, Sprangers A. Kernprognose 2015–2060: Hoge bevolkingsgroei op korte termijn. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron

Verantwoording

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.