Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sterfte rond de geboorteRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

In 2016 zijn 811 kinderen dood geboren

Regionaal & Internationaal

Lage zuigelingensterfte in Zeeland

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Sterke daling wiegendood door adviezen rugligging

Doodgeborenen per provincie

Doodgeborenen 2013-2015*

Per provincie
Sterfte rond de geboorte: doodgeborenen per provincie 2013-2015
Doodgeborenen 2013-2015*
ProvincienaamProvincieNederland
Drenthe5,14,9
Flevoland6,44,9
Friesland5,24,9
Gelderland4,84,9
Groningen4,64,9
Limburg4,74,9
Nederland4,94,9
Noord-Brabant4,54,9
Noord-Holland4,94,9
Overijssel5,64,9
Utrecht4,64,9
Zeeland4,84,9
Zuid-Holland4,84,9

Bron: CBS/Perined via CBS StatLine

*2015 zijn voorlopige cijfers

View all detail data

Aantal doodgeborenen lager in Noord-Brabant

In de kaart staan het aantal doodgeborenen (per 1.000 geborenen) per provincie weergegeven voor de periode 2013 t/m 2015. In de provincie Noord-Brabant is het aantal het laagst, namelijk 4,5‰ in de periode 2013-2015 en in de provincie Flevoland het hoogst (6,4‰). In de periode 2013-2015 zijn in totaal 2.524 kinderen dood geboren na een zwangerschap van 22 weken of meer, dat is gemiddeld 4,9‰. Door de kleine aantallen treden er grote schommelingen op, daarom zijn de aantallen van drie jaar samen genomen. Desondanks valt niet uit te sluiten dat de cijfers aan toevalsfluctuaties onderhevig zijn. Het landelijke gemiddelde over de periode 2013-2015 kan afwijken van het landelijk gemiddelde bij het hoofdstuk Cijfers & Context.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Neonatale sterfte per provincie

Neonatale sterfte 2013-2015*

Per provincie
Sterfte rond de geboorte: neonatale sterfte per provincie 2013-2015
Neonatale sterfte 2013-2015*
ProvincienaamProvincieNederland
Drenthe2,13
Flevoland3,43
Friesland3,33
Gelderland3,23
Groningen3,83
Limburg2,53
Nederland33
Noord-Brabant3,13
Noord-Holland3,13
Overijssel2,43
Utrecht2,73
Zeeland0,53
Zuid-Holland33

Bron: CBS/Perined via CBS StatLine

*2015 zijn voorlopige cijfers

  • Alle aantallen kleiner dan 5 zijn niet meegenomen, daarom kunnen promillages van Zeeland lager uitvallen
View all detail data

Neonatale sterfte hoogst in Groningen

In de kaart is de neonatale sterfte (aantal per 1.000 levendgeborenen) per provincie weergegeven voor de periode 2013 t/m 2015. In de provincie Zeeland is de neonatale sterfte het laagst, namelijk 0,5‰ en in de provincie Groningen het hoogst (3,8‰). In de periode 2013-2015 zijn in totaal 1.528 baby's in de eerste 28 dagen na de geboorte na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer overleden, dat is gemiddeld 3,0‰. Door de kleine aantallen treden er grote schommelingen op, daarom zijn de aantallen van drie jaar samen genomen. Desondanks valt niet uit te sluiten dat de cijfers aan toevalsfluctuaties onderhevig zijn. Het landelijke gemiddelde over de periode 2013-2015 kan afwijken van het landelijk gemiddelde bij het hoofdstuk Cijfers & Context.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Perinatale sterfte per provincie

Perinatale sterfte 2013-2015*

In de eerste 28 dagen, per provincie
Sterfte rond de geboorte: perinatale sterfte per provincie 2013-2015
Perinatale sterfte 2013-2015*
ProvincienaamProvincieNederland
Drenthe7,27,8
Flevoland9,87,8
Friesland8,57,8
Gelderland87,8
Groningen8,37,8
Limburg7,27,8
Nederland7,87,8
Noord-Brabant7,77,8
Noord-Holland87,8
Overijssel87,8
Utrecht7,37,8
Zeeland5,97,8
Zuid-Holland7,87,8

Bron: CBS/Perined via CBS StatLine

*2015 zijn voorlopige cijfers

View all detail data

Perinatale sterfte laagst in Zeeland

In de kaart is de perinatale sterfte (aantal per 1.000 geborenen) per provincie weergegeven voor de periode 2013 t/m 2015. In de provincie Zeeland is de perinatale sterfte het laagst, namelijk 5,9‰ en in de provincie Flevoland het hoogst (9,8‰). In de periode 2013-2015 zijn in totaal 4.054  kinderen vóór, tijdens of in de eerste 28 dagen na de geboorte na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer overleden, dat is gemiddeld 7,8‰. Door de kleine aantallen treden er grote schommelingen op, daarom zijn de aantallen van drie jaar samen genomen. Desondanks valt niet uit te sluiten dat de cijfers aan toevalsfluctuaties onderhevig zijn. Het landelijke gemiddelde over de periode 2013-2015 kan afwijken van het landelijk gemiddelde bij het hoofdstuk Cijfers & Context.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Zuigelingensterfte per provincie

Zuigelingensterfte 2013-2015*

0 tot 1 jaar, per provincie
Sterfte rond de geboorte: Zuigelingensterfte per provincie 2013-2015
Zuigelingensterfte 2013-2015*
ProvincienaamProvincieNederland
Drenthe2,63,8
Flevoland4,13,8
Friesland4,73,8
Gelderland3,83,8
Groningen5,53,8
Limburg3,43,8
Nederland3,83,8
Noord-Brabant3,93,8
Noord-Holland3,93,8
Overijssel3,33,8
Utrecht3,83,8
Zeeland1,73,8
Zuid-Holland3,73,8

Bron: CBS/Perined via CBS StatLine

*2015 zijn voorlopige cijfers

  • Alle aantallen kleiner dan 5 zijn niet meegenomen, daarom kunnen promillages van Zeeland lager uitvallen
View all detail data

Zuigelingensterfte hoogst in Noord-Nederland

In de kaart is de zuigelingensterfte (aantal per 1.000 levendgeborenen) per provincie weergegeven voor de periode 2013 t/m 2015. In de provincie Zeeland is de zuigelingensterfte het laagst, namelijk 1,7‰ en in de provincie Groningen het hoogst (5,5‰). In de periode 2013-2015 zijn in totaal 1.958 kinderen die levend zijn geboren in hun eerste levensjaar overleden, dat is gemiddeld 3,8‰. Door de kleine aantallen treden er grote schommelingen op, daarom zijn de aantallen van drie jaar samen genomen. Desondanks valt niet uit te sluiten dat de cijfers aan toevalsfluctuaties onderhevig zijn. Het landelijke gemiddelde over de periode 2013-2015 kan afwijken van het landelijk gemiddelde bij het hoofdstuk Cijfers & Context.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Verschillende maten voor sterfte rond de geboorte

    De tabel geeft een overzicht van de sterftematen die gerekend worden tot sterfte rond de geboorte. Sterfte rond de geboorte bij zowel moeder als kind vormt een belangrijke indicator voor de kwaliteit van de zorg tijdens de zwangerschap en rond de geboorte.

    Tabel: Maten voor sterfte rond de geboorte

     
    Sterftemaat Verklaring
    Doodgeboortecijfer (foetale sterfte) Aantal doodgeborenen per 1.000 levend- en doodgeborenen. Een doodgeborene is een vrucht die na de geboorte geen enkel teken van levensverrichting (ademhaling, hartactie, spiercontractie) heeft vertoond. Er wordt onderscheid gemaakt in een doodgeborene na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer (Perined), 24 weken of meer (CBS, wettelijke ondergrens voor aangifte van geboorte) en 28 weken of meer.
    Neonatale sterfte Aantal overledenen in de eerste 28 dagen, ongeacht zwangerschapsduur. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
    Vroeg-neonatale sterfte Aantal overledenen in de eerste 7 dagen. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
    Post-neonatale sterfte Aantal overledenen tussen vier levensweken en 1 jaar na geboorte. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
    Perinatale sterfte Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste 7 of 28 dagen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en (vroeg) neonatale sterfte). Welke definitie gebruikt wordt, is afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens. Bij een onbekende zwangerschapsduur worden het geboortegewicht of de lengte van het kind gebruikt als benadering van die zwangerschapsduur. Een geboortegewicht van 500 gram en/of een kruin-hiellengte van 25 cm komen ongeveer overeen met een zwangerschapsduur van ten minste 22 weken. De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.
    Zuigelingensterfte Aantal overledenen in het eerste levensjaar (som van de neonatale en de post-neonatale sterfte). Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
    Wiegendood Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen). Wiegendood wordt ook Sudden Infant Death Syndrome (SIDS) genoemd.
    Moedersterfte (maternale sterfte) Moedersterfte is het totaal van directe en indirecte moedersterfte (binnen 42 dagen na beëindiging van een zwangerschap). Directe sterfte is het gevolg van complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed, van interventies, omissies of onjuiste behandeling, of van een reeks gebeurtenissen die voortvloeien uit deze complicaties. Indirecte sterfte is het gevolg van een pre-existente ziekte of van een ziekte die tijdens de zwangerschap ontstond maar werd verergerd door de fysiologische effecten van de zwangerschap. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over sterfte rond de gebooorte

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Perined
    1. foetale sterfte
    2. neonatale sterfte (28 dagen)
    3. perinatale sterfte (7 dagen en 28 dagen)
    1. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    2. levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    3. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

    PerinedPerined, 2018

    CBS/Perined
    1. foetale sterfte
    2. neonatale sterfte (28 dagen)
    3. perinatale sterfte (7 dagen en 28 dagen)
    1. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    2. levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    3. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    CBS/Perined

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    1. zuigelingensterfte
    2. wiegendood
    3. moedersterfte
    1. kinderen jonger dan 1 jaar
    2. kinderen jonger dan 1 jaar
    3. bevallen vrouwen

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Euro-Peristat
    1. foetale sterfte
    2. neonatale sterfte
    3. perinatale sterfte (som neonatale en foetale sterfte)
    1. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 28 weken zwangerschapsduur
    2. levendgeboren kinderen vanaf 24 weken zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte
    Euro-Peristat; Euro-Peristat Project, 2018
    Eurostat zuigelingensterfte kinderen jonger dan 1 jaar Eurostat  

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2016. Utrecht: Perined; 2018. Bron
    2. Euro-Peristat Project. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  • Perined, CBS doodsoorzakenstatistiek en gekoppelde CBS/Perined-gegevens

    Gegevens over geboorte en perinatale sterfte in Nederland komen uit twee landelijke registraties:

    1. de CBS Doodsoorzakenstatistiek op basis van de Basisregistratie Personen (BRP) en het doodgeborenenbestand van het CBS.
    2. de landelijke perinatale registraties van de zorgverleners in de perinatale zorg van Perined (Perined).

    Sinds 2004 bestaat door koppeling van deze twee gegevensbronnen een gezamenlijke CBS/Perined dataset (Elferink-Stinkens et al., 2010).

    Doodsoorzakenstatistiek CBS

    Van een doodgeboren kind moet aangifte worden gedaan bij de gemeente als het kind na een zwangerschapsduur van minimaal 24 weken is geboren. Voor levendgeboren kinderen geldt dat deze altijd moeten worden aangegeven bij de gemeente als de vader of moeder staat ingeschreven in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. Deze kinderen worden dan opgenomen in de Basisregistratie Personen. Daarbij wordt de zwangerschapsduur niet genoteerd. Kinderen die levend geboren worden na een zwangerschap van minder dan 24 en kort na de geboorte overlijden worden dus meegeteld.

    Landelijke perinatale registraties van zorgverleners (Perined)

    De Perined-gegevens zijn afkomstig uit de gekoppelde registraties van verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen. Deelname aan de registraties is niet wettelijk verplicht. De dekkingsgraad van de registraties is in de loop van de jaren toegenomen. In 2014 nam 100% van de verloskundige praktijken en 99% van de ziekenhuizen met het specialisme obstetrie en gynaecologie deel aan de Landelijke Verloskunde Registratie (LVR). In hetzelfde jaar namen 21 verloskundig actieve huisartsen deel aan de LVR. Het totaal aantal verloskundig actieve huisartsen is echter niet bekend. Daarnaast nam naar schatting 88% van alle kinderartspraktijken in 2014 deel aan de Landelijke Neonatale Registratie (LNR). Daarbij zitten alle 10 ziekenhuizen met een Neonatale Intensive Care Unit (NICU), die verplicht registreren (Perined, 2015). In de perinatale registraties worden ook geboorten opgenomen van vrouwen die niet in de bevolkingsadministratie zijn ingeschreven en geboorten vóór de 24e zwangerschapsweek. Hierdoor zijn cijfers beschikbaar over perinatale sterfte vanaf 22 weken zwangerschap.

    Gekoppelde CBS/Perined-bestand

    Het voordeel van het gekoppelde CBS/Perined-bestand is dat van alle dood-  en levendgeboren kinderen, geboren na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer, informatie over de zwangerschapsduur beschikbaar is. Hierdoor is een betere internationale vergelijking mogelijk, omdat bij internationale vergelijkingen van perinatale sterftecijfers een grens van 22 weken zwangerschapsduur wordt gehanteerd. Een ander voordeel is dat het gekoppelde bestand opsplitsing naar provincie, etniciteit en inkomen mogelijk maakt. Nadeel is dat geen informatie beschikbaar is van kinderen van wie de moeder niet in de BRP is opgenomen. Hierdoor zijn de cijfers voor perinatale sterfte uit het gekoppelde CBS/Perined-bestand lager dan de cijfers uit enkel Perined (Elferink-Stinkens et al., 2010) (zie figuur Perined versus CBS/Perined).

    Vergelijking perinatale sterfte in Perined en CBS doodsoorzakenstatistiek

    De compleetheid van Perined kan – vanaf 24 weken zwangerschapsduur – vergeleken worden ten opzichte van de CBS registratie. Vanaf 22.0 weken is er geen vergelijking te maken omdat het CBS officieel vanaf 24.0 weken registreert. In 2014 zijn er vanaf 24.0 weken 174.739 kinderen beschreven in de Perined en 175.181 kinderen bekend in de CBS registratie. Dit is een overeenkomst van 99,7% (Perined, 2015). De Perined-registratie van doodgeboorte en sterfte in de eerste levensweek is vollediger dan die van het CBS. Voor de sterfte in de eerste vier weken na de geboorte (neonatale sterfte) is de CBS registratie vollediger. Perined heeft te maken met onderrapportage van laatneonatale sterfte door de niet-registrerende kinderartspraktijken. Bovendien wordt een kraambed in principe afgesloten binnen 1 week na de baring, waarna de gegevens aan Perined worden aangeleverd. Omdat de deelname van kinderartspraktijken aan de LNR is gestegen en inmiddels bijna 90% bedraagt is de onderraportage de laatste jaren afgenomen (Berger-van Sijl et al., 2007; Ravelli et al., 2008; CBS, 2009; Stichting PRN, 2014).

     

    Meer informatie

     

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
    2. Perined, Perinatale registratie. zorggegevens.nl
    3. CBS/Perined, Gekoppelde CBS/Perined dataset over perinatale en zuigelingensterfte. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Elferink-Stinkens PM, Roskam A.J.R., Witvliet H. Methodebeschrijving van de gemeenschappelijke PRN-CBScijfers over perinatale en zuigelingensterfte. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek; 2010. Bron
    2. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2014. Jaarboek 2014. Bijlage 1. Utrecht: Perined; 2015. Bron
    3. Berger-van Sijl M, Tromp M, de Bruin A, Ravelli ACJ, Gast J, Kardaun JWPF. Pilot koppeling PRN- en CBS-registraties, methoden en resultaten. Amsterdam, Voorburg, Utrecht: AMC / CBS / PRN; 2007. Bron
    4. Ravelli ACJ, Eskes M, Tromp M, van Huis AM, Steegers EAP, Tamminga P, et al. Perinatale sterfte in Nederland 2000-2006; risicofactoren en risicoselectie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152(50):2728-33. Pubmed
    5. CBS. Gezondheid en zorg in cijfers. Perinatale sterfte onder de loep genomen. Den Haag / Heerlen: CBS; 2009. Bron
    6. Stichting PRN. PRN Jaarboek 2013. Bijlage 1. Utrecht: Stichting Perinatale Registratie Nederland; 2014. Bron