Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sterfte rond de geboorteCijfers & ContextSterfte

Cijfers & Context

In 2019 zijn 790 kinderen dood geboren

Regionaal & Internationaal

NL in middenmoot sterfte rond de geboorte

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Diverse maatregelen voor verbeteren kwaliteit zorg

Perinatale sterfte

Sterfte rond de geboorte 2019

 

Aantal absoluut

Aantal per duizend

Doodgeboorte

790

4,8

Perinatale sterfte (7 d)

1.192

7,3

Perinatale sterfte (28 d)

1.273

7,8

Neonatale sterfte (28 d)

483

2,9


Bron: Perined, 2020

 

  • Doodgeboorte: Aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer (foetale sterfte); per 1.000 levend- en doodgeborenen.
  • Perinatale sterfte (7 d): Aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer (foetale sterfte) en sterfte in de eerste 7 dagen (vroeg neonatale sterfte); per 1.000 levend- en doodgeborenen.
  • Perinatale sterfte (28 d): Aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer (foetale sterfte) en sterfte in de eerste 28 dagen (neonatale sterfte); per 1.000 levend- en doodgeborenen.
  • Neonatale sterfte (28 d): Aantal overleden in de eerste 28 dagen na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer; per 1.000 levend- en doodgeborenen.

In 2019 zijn 790 kinderen dood geboren

In 2019 werden 790 kinderen dood geboren na een zwangerschap van 22 weken of meer (4,8 per 1.000 levend- en doodgeborenen). In de eerste 28 dagen na de geboorte overleden 483 kinderen, ofwel 2,9 per 1.000 levend-  en doodgeborenen (neonatale sterfte) (Perined).

Perinatale sterfte treft 1.273 kinderen

In 2019 overleden 1.273 (7,8 per 1.000) kinderen vóór, tijdens of in de eerste 28 dagen na de geboorte (de perinatale sterfte) na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer. Als alleen de sterfte in de eerste 7 dagen na de geboorte wordt meegeteld bedraagt de perinatale sterfte 7,3 per 1.000 (1.192 kinderen). Deze gegevens zijn afkomstig van Perined en zijn gebaseerd op registraties door gynaecologen, verloskundigen, verloskundig actieve huisartsen en kinderartsen (Perined, 2020). Op basis van gekoppelde CBS en Perined gegevens bedraagt de perinatale sterfte vanaf 22 weken zwangerschap respectievelijk 7,5 (28 dagen) en 6,9 (7 dagen) per 1.000 in 2016 (voorlopig cijfer) (CBS/Perined via CBS StatLine, 2018).

Meer informatie

Datum publicatie

14-12-2020

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS/Perined, Gekoppelde CBS/Perined dataset over perinatale en zuigelingensterfte. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Perined. Perinatale zorg in Nederland anno 2019. Landelijke perinatale cijfers en duiding. Utrecht: Perined; 2020. Bron

Zuigelingensterfte

In 2018 overleden 582 kinderen in hun eerste levensjaar

In 2018 overleden 582 levend geboren kinderen vóór hun eerste verjaardag. In dat jaar werden er in totaal 161.653 kinderen in Nederland levend geboren. Dit bracht de zuigelingensterfte op 3,5 per 1.000 levendgeborenen (ongeacht zwangerschapsduur). De meerderheid van de zuigelingen overleed in de eerste 4 weken na geboorte (CBS Doodsoorzakenstatistiek via CBS StatLine, 2020). Aandoeningen die ontstaan zijn in de perinatale periode, waaronder vroeggeboorte, zijn een belangrijkste doodsoorzaak. Daarnaast zijn aangeboren afwijkingen belangrijke oorzaken van overlijden (25-30%). Oorzaken die na de eerste maand na de geboorte optreden, zoals wiegendood en uitwendige oorzaken (ongevallen of kindermishandeling), komen veel minder vaak voor. Zo werd in de vijfjaarsperiode 2015-2019 bij 55 kinderen jonger dan één jaar wiegendood geregistreerd als doodsoorzaak (CBS Doodsoorzakenstatistiek via CBS StatLine, 2020).

Meer informatie

Datum publicatie

07-12-2020

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl

Moedersterfte

Jaarlijks overlijden enkele vrouwen aan gevolgen van zwangerschap, baring of kraambed

In de periode 1999 tot en met 2012 meldden zorgverleners 266 gevallen van directe (181) en indirecte (85) maternale sterfte tijdens de zwangerschap of binnen 42 dagen na beëindiging van de zwangerschap bij de Auditcommissie Maternale Sterfte van de NVOG. Dit betekent voor die periode dat 9,3 moeders per 100.000 levend geboren kinderen overleden (Stichting PRN, 2013). Het aantal gemelde casus van maternale sterfte ligt hoger dan de moedersterfte op basis van de doodsoorzakenregistratie van het CBS. In de periode 2015-2019 overleden volgens de CBS doodsoorzakenstatistiek in totaal 29 vrouwen aan de gevolgen van zwangerschap, baring of kraambed (moedersterfte) (CBS Doodsoorzakenstatistiek via CBS StatLine, 2019; cijfers 2019 zijn voorlopig). De onderrapportage van de CBS cijfers ten opzichte van de cijfers van de Auditcommissie Maternale Sterfte van de NVOG bedraagt ongeveer 33% (Bouvier-Colle et al., 2012; Schutte et al., 2010) en betreft vooral sterfte vroeg in de zwangerschap en indirecte moedersterfte (sterfte aan de gevolgen van een ziekte die al bestond of tijdens de zwangerschap ontstond en werd verergerd door de fysiologische effecten van de zwangerschap). Bij de huidige kleine aantallen kan de onderrapportage procentueel nog hoger uitvallen. De belangrijkste oorzaken voor moedersterfte zijn (pre-)eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), trombo-embolie en hart- en vaatziekten (de Graaf et al., 2012; Schutte et al., 2010; Schutte et al., 2010). 

Meer informatie

Datum publicatie

23-11-2020

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Stichting PRN. Grote Lijnen 1999-2012. Utrecht: Stichting Perinatale registratie Nederland; 2013. Bron
  2. Bouvier-Colle M-H, Mohangoo AD, Gissler M, Novak-Antolic Z, Vutuc C, Szamotulska K, et al. What about the mothers? An analysis of maternal mortality and morbidity in perinatal health surveillance systems in Europe. BJOG. 2012;119(7):880-9; discussion 890. Bron
  3. Schutte JM, Steegers EAP, Schuitemaker NWE, Santema JG, de Boer K, Pel M, et al. Rise in maternal mortality in the Netherlands. BJOG. 2010;117(4):399-406. Bron | Pubmed
  4. de Graaf JP, Schutte JM, Poeran JJ, van Roosmalen J, Bonsel GJ, Steegers EAP. Regional differences in Dutch maternal mortality. BJOG. 2012;119(5):582-8. Pubmed | DOI
  5. Schutte JM, de Jonge L, Schuitemaker NWE, Santema JG, Steegers EAP, van Roosmalen J. Indirect maternal mortality increases in the Netherlands. Acta Obstet Gynecol Scand. 2010;89(6):762-8. Pubmed | DOI

Perinatale sterfte naar migratieachtergrond

Perinatale sterfte naar migratieachtergrond 2014-2016

Categorie/landDoodgeborenenNeonatale sterfte
Caribisch deel van het Koninkrijk7,84,4
Suriname6,94,6
Marokko5,83,8
Turkije5,13,1
Overig niet-westers74,4
Totaal niet-westers6,44
Westers4,52,8
Nederlands4,52,5
Totaal4,92,8

Bron: CBS/Perined via CBS StatLine, 2020

  • Doodgeborenen vanaf 22 weken per 1.000 levend- en doodgeborenen.
  • Neonatale sterfte in eerste 28 dagen per 1.000 levend- en doodgeborenen.
  • De perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en neonatale sterfte.
  • Omdat het in een aantal groepen om kleine aantallen gaat, is het gemiddelde cijfer voor 2014, 2015 en 2016 gepresenteerd. Desondanks valt niet uit te sluiten dat de cijfers aan toevalsfluctuaties onderhevig zijn. 
  • Cijfers voor 2016 zijn voorlopige cijfers.

Hogere perinatale sterfte onder baby’s met niet-westerse migratieachtergrond

Sterfte rond de geboorte komt relatief vaker voor bij pasgeborenen met een niet-westerse migratieachtergrond dan bij pasgeborenen met een Nederlandse afkomst. De sterfte is het hoogst bij kinderen met ouders uit het Caribisch deel van het Koninkrijk en bij kinderen van overig niet-westerse afkomst (Azië, Afrika, waaronder asielzoekers en statushouders). De perinatale sterfte bij kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond ligt bijna 40% hoger dan het landelijk gemiddelde (een verschil van ongeveer 2,8 per 1.000 over de periode 2014-2016) (CBS/Perined via CBS StatLine, 2020). De verschillen in perinatale sterfte worden vooral veroorzaakt door verschillen in doodgeboorten. Ook uit verschillende onderzoeken komt al enige tijd naar voren dat baby's van vrouwen in Nederland met een niet-westerse herkomst een verhoogd risico op perinatale sterfte hebben (Ravelli et al., 2020; Ravelli et al., 2011; Troe et al., 2006).

Hogere sterftekans bij niet-westerse migratieachtergrond is geassocieerd met vroeggeboorte

De verschillen zijn niet volledig te verklaren door risicofactoren waarvan bekend is dat ze vaker voorkomen onder de groepen met een migratieachtergrond, zoals lage sociaaleconomische status (SES), tienerzwangerschappen of het wonen in de grote steden (Ravelli et al., 2011). Wel lijkt de hogere sterftekans bij de niet-westerse vrouwen relatief sterk geassocieerd met vroeggeboorte. De perinatale sterfte in de totale groep ‘niet-westerse’ vrouwen is namelijk bij een à terme geboorte 30% hoger dan gemiddeld en bij een zwangerschapsduur van 32-37 weken meer dan 50% hoger dan gemiddeld (Achterberg et al., 2020).

Meer informatie

Datum publicatie

07-12-2020

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS/Perined, Gekoppelde CBS/Perined dataset over perinatale en zuigelingensterfte. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Ravelli ACJ, Eskes M, van der Post JAM, Abu-Hanna A, de Groot CJM. Decreasing trend in preterm birth and perinatal mortality, do disparities also decline? BMC Public Health. 2020;20(1):783. Pubmed | DOI
  2. Ravelli ACJ, Tromp M, Eskes M, Droog JC, van der Post JAM, Jager KJ, et al. Ethnic differences in stillbirth and early neonatal mortality in The Netherlands. J Epidemiol Community Health. 2011;65(8):696-701. Pubmed | DOI
  3. Troe E-JWM, Bos V, Deerenberg IM, Mackenbach JP, Joung IMA. Ethnic differences in total and cause-specific infant mortality in The Netherlands. Paediatr Perinat Epidemiol. 2006;20(2):140-7. Pubmed | DOI
  4. Achterberg PW, Harbers MM, Post NAM, Visscher K. Beter weten: een beter begin Samen sneller naar een betere zorg rond de zwangerschap. RIVM Briefrapport 2020-0140. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2020. Bron

Zuigelingensterfte naar migratieachtergrond

Zuigelingensterfte naar herkomst 2012-2016

Categorie/landZuigelingensterfte per 1.000 levendgeborenen
Caribisch deel van het Koninkrijk6,2
Suriname6,1
Marokko5
Turkije4,5
Overig niet-westers6,1
Totaal niet-westers5,5
Westers3,5
Nederlands3,4
Totaal3,8

Bron: CBS/Perined via CBS StatLine, 2020

  • Omdat het in een aantal groepen om kleine aantallen gaat, is het gemiddelde cijfer voor 2012-2016 gepresenteerd. Desondanks valt niet uit te sluiten dat de percentages aan toevalsfluctuaties onderhevig zijn. 
  • Cijfers voor 2016 zijn voorlopige cijfers.

Hogere zuigelingensterfte onder niet-westerse baby’s

De zuigelingensterfte (sterfte in het eerste levensjaar) is hoger onder baby's met een niet-westerse migratieachtergrond. Zo is de zuigelingensterfte onder baby’s van ouders afkomstig uit het Caribisch deel van het Koninkrijk of met een Surinaamse of overig niet-westerse migratieachtergrond bijna twee keer zo hoog als onder baby’s van ouders met een Nederlandse afkomst (een verschil van 2,8 per 1.000 over de periode 2012-2016). Ook onder baby's van ouders met een Marokkaanse of Turkse migratieachtergrond is de zuigelingensterfte hoger (zie figuur; CBS/Perined via CBS StatLine, 2020). Sociaal-economische verschillen (zoals verschillen in opleiding en inkomen) verklaren deels de verschillen in zuigelingensterfte naar migratieachtergrond (Troe et al., 2006).

Datum publicatie

07-12-2020

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS/Perined, Gekoppelde CBS/Perined dataset over perinatale en zuigelingensterfte. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Troe E-JWM, Bos V, Deerenberg IM, Mackenbach JP, Joung IMA. Ethnic differences in total and cause-specific infant mortality in The Netherlands. Paediatr Perinat Epidemiol. 2006;20(2):140-7. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Verschillende maten voor sterfte rond de geboorte

    De tabel geeft een overzicht van de sterftematen die gerekend worden tot sterfte rond de geboorte. Sterfte rond de geboorte bij zowel moeder als kind vormt een belangrijke indicator voor de kwaliteit van de zorg tijdens de zwangerschap en rond de geboorte.

    Tabel: Maten voor sterfte rond de geboorte

     
    Sterftemaat Verklaring
    Doodgeboortecijfer (foetale sterfte) Aantal doodgeborenen per 1.000 levend- en doodgeborenen. Een doodgeborene is een vrucht die na de geboorte geen enkel teken van levensverrichting (ademhaling, hartactie, spiercontractie) heeft vertoond. Er wordt onderscheid gemaakt in een doodgeborene na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer (Perined), 24 weken of meer (CBS, wettelijke ondergrens voor aangifte van geboorte) en 28 weken of meer.
    Neonatale sterfte Aantal overledenen in de eerste 28 dagen na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer. Als afzonderlijke maat, wordt deze sterftemaat uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. Wanneer neonatale sterfte als onderdeel van perinatale sterfte wordt weergegeven, wordt deze uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen. 
    Vroeg-neonatale sterfte Aantal overledenen in de eerste 7 dagen. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
    Post-neonatale sterfte Aantal overledenen tussen vier levensweken en 1 jaar na geboorte. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
    Perinatale sterfte Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste 7 of 28 dagen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en (vroeg) neonatale sterfte). Welke definitie gebruikt wordt, is afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens. Bij een onbekende zwangerschapsduur worden het geboortegewicht of de lengte van het kind gebruikt als benadering van die zwangerschapsduur. Een geboortegewicht van 500 gram en/of een kruin-hiellengte van 25 cm komen ongeveer overeen met een zwangerschapsduur van ten minste 22 weken. De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen.
    Zuigelingensterfte Aantal overledenen in het eerste levensjaar (som van de neonatale en de post-neonatale sterfte). Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.
    Wiegendood Plotseling, onverwacht tijdens een slaapperiode overlijden van een kind jonger dan 1 jaar bij wie geen lichamelijke aandoening wordt vastgesteld die het overlijden verklaart (per 1.000 levendgeborenen). Wiegendood wordt ook Sudden Infant Death Syndrome (SIDS) genoemd.
    Moedersterfte (maternale sterfte) Moedersterfte is het totaal van directe en indirecte moedersterfte (binnen 42 dagen na beëindiging van een zwangerschap). Directe sterfte is het gevolg van complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed, van interventies, omissies of onjuiste behandeling, of van een reeks gebeurtenissen die voortvloeien uit deze complicaties. Indirecte sterfte is het gevolg van een pre-existente ziekte of van een ziekte die tijdens de zwangerschap ontstond maar werd verergerd door de fysiologische effecten van de zwangerschap. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over sterfte rond de gebooorte

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Perined
    1. foetale sterfte
    2. neonatale sterfte (28 dagen)
    3. perinatale sterfte (7 dagen en 28 dagen)
    1. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    2. levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    3. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap

    PerinedPerined, 2018

    CBS/Perined
    1. foetale sterfte
    2. neonatale sterfte (28 dagen)
    3. perinatale sterfte (7 dagen en 28 dagen)
    1. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    2. levendgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    3. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 22 weken zwangerschap
    CBS/Perined

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    1. zuigelingensterfte
    2. wiegendood
    3. moedersterfte
    1. kinderen jonger dan 1 jaar
    2. kinderen jonger dan 1 jaar
    3. bevallen vrouwen

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Euro-Peristat
    1. foetale sterfte
    2. neonatale sterfte
    3. perinatale sterfte (som neonatale en foetale sterfte)
    1. levend- en doodgeboren kinderen vanaf 28 weken zwangerschapsduur
    2. levendgeboren kinderen vanaf 24 weken zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte
    Euro-Peristat; Euro-Peristat, 2018
    Eurostat zuigelingensterfte kinderen jonger dan 1 jaar Eurostat  

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2016. Utrecht: Perined; 2018. Bron
    2. Euro-Peristat. European Perinatal Health Report. Core indicators of the health and care of pregnant women and babies in Europe in 2015. .; 2018. Bron
  • Perined, CBS doodsoorzakenstatistiek en gekoppelde CBS/Perined-gegevens

    Gegevens over geboorte en perinatale sterfte in Nederland komen uit twee landelijke registraties:

    1. de CBS Doodsoorzakenstatistiek op basis van de Basisregistratie Personen (BRP) en het doodgeborenenbestand van het CBS.
    2. de landelijke perinatale registraties van de zorgverleners in de perinatale zorg van Perined (Perined).

    Sinds 2004 bestaat door koppeling van deze twee gegevensbronnen een gezamenlijke CBS/Perined dataset (Elferink-Stinkens et al., 2010).

    Doodsoorzakenstatistiek CBS

    Van een doodgeboren kind moet aangifte worden gedaan bij de gemeente als het kind na een zwangerschapsduur van minimaal 24 weken is geboren. Voor levendgeboren kinderen geldt dat deze altijd moeten worden aangegeven bij de gemeente als de vader of moeder staat ingeschreven in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. Deze kinderen worden dan opgenomen in de Basisregistratie Personen. Daarbij wordt de zwangerschapsduur niet genoteerd. Kinderen die levend geboren worden na een zwangerschap van minder dan 24 en kort na de geboorte overlijden worden dus meegeteld.

    Landelijke perinatale registraties van zorgverleners (Perined)

    De Perined-gegevens zijn afkomstig uit de gekoppelde registraties van verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen. Deelname aan de registraties is niet wettelijk verplicht. De dekkingsgraad van de registraties is in de loop van de jaren toegenomen. In 2014 nam 100% van de verloskundige praktijken en 99% van de ziekenhuizen met het specialisme obstetrie en gynaecologie deel aan de Landelijke Verloskunde Registratie (LVR). In hetzelfde jaar namen 21 verloskundig actieve huisartsen deel aan de LVR. Het totaal aantal verloskundig actieve huisartsen is echter niet bekend. Daarnaast nam naar schatting 88% van alle kinderartspraktijken in 2014 deel aan de Landelijke Neonatale Registratie (LNR). Daarbij zitten alle 10 ziekenhuizen met een Neonatale Intensive Care Unit (NICU), die verplicht registreren (Perined, 2015). In de perinatale registraties worden ook geboorten opgenomen van vrouwen die niet in de bevolkingsadministratie zijn ingeschreven en geboorten vóór de 24e zwangerschapsweek. Hierdoor zijn cijfers beschikbaar over perinatale sterfte vanaf 22 weken zwangerschap.

    Gekoppelde CBS/Perined-bestand

    Het voordeel van het gekoppelde CBS/Perined-bestand is dat van alle dood-  en levendgeboren kinderen, geboren na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer, informatie over de zwangerschapsduur beschikbaar is. Hierdoor is een betere internationale vergelijking mogelijk, omdat bij internationale vergelijkingen van perinatale sterftecijfers een grens van 22 weken zwangerschapsduur wordt gehanteerd. Een ander voordeel is dat het gekoppelde bestand opsplitsing naar provincie, etniciteit en inkomen mogelijk maakt. Nadeel is dat geen informatie beschikbaar is van kinderen van wie de moeder niet in de BRP is opgenomen. Hierdoor zijn de cijfers voor perinatale sterfte uit het gekoppelde CBS/Perined-bestand lager dan de cijfers uit enkel Perined (Elferink-Stinkens et al., 2010) (zie figuur Perined versus CBS/Perined).

    Vergelijking perinatale sterfte in Perined en CBS doodsoorzakenstatistiek

    De compleetheid van Perined kan – vanaf 24 weken zwangerschapsduur – vergeleken worden ten opzichte van de CBS registratie. Vanaf 22.0 weken is er geen vergelijking te maken omdat het CBS officieel vanaf 24.0 weken registreert. In 2014 zijn er vanaf 24.0 weken 174.739 kinderen beschreven in de Perined en 175.181 kinderen bekend in de CBS registratie. Dit is een overeenkomst van 99,7% (Perined, 2015). De Perined-registratie van doodgeboorte en sterfte in de eerste levensweek is vollediger dan die van het CBS. Voor de sterfte in de eerste vier weken na de geboorte (neonatale sterfte) is de CBS registratie vollediger. Perined heeft te maken met onderrapportage van laatneonatale sterfte door de niet-registrerende kinderartspraktijken. Bovendien wordt een kraambed in principe afgesloten binnen 1 week na de baring, waarna de gegevens aan Perined worden aangeleverd. Omdat de deelname van kinderartspraktijken aan de LNR is gestegen en inmiddels bijna 90% bedraagt is de onderraportage de laatste jaren afgenomen (Berger-van Sijl et al., 2007; Ravelli et al., 2008; CBS, 2009; Stichting PRN, 2014).

     

    Meer informatie

     

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
    2. Perined, Perinatale registratie. zorggegevens.nl
    3. CBS/Perined, Gekoppelde CBS/Perined dataset over perinatale en zuigelingensterfte. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Elferink-Stinkens PM, Roskam A.J.R., Witvliet H. Methodebeschrijving van de gemeenschappelijke PRN-CBScijfers over perinatale en zuigelingensterfte. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek; 2010. Bron
    2. Perined. Perinatale Zorg in Nederland 2014. Jaarboek 2014. Bijlage 1. Utrecht: Perined; 2015. Bron
    3. Berger-van Sijl M, Tromp M, de Bruin A, Ravelli ACJ, Gast J, Kardaun JWPF. Pilot koppeling PRN- en CBS-registraties, methoden en resultaten. Amsterdam, Voorburg, Utrecht: AMC / CBS / PRN; 2007. Bron
    4. Ravelli ACJ, Eskes M, Tromp M, van Huis AM, Steegers EAP, Tamminga P, et al. Perinatale sterfte in Nederland 2000-2006; risicofactoren en risicoselectie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152(50):2728-33. Pubmed
    5. CBS. Gezondheid en zorg in cijfers. Perinatale sterfte onder de loep genomen. Den Haag / Heerlen: CBS; 2009. Bron
    6. Stichting PRN. PRN Jaarboek 2013. Bijlage 1. Utrecht: Stichting Perinatale Registratie Nederland; 2014. Bron