Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sterfte naar doodsoorzaakRegionaal & InternationaalOverig

Cijfers & Context

Meeste mensen overlijden aan kanker

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan kanker relatief hoog in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Sterfte aan infectieziekten per GGD-regio

Sterfte aan infectieziekten 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan infectieziekten 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam117boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost99geen
GGD Drenthe86onder, 99% zeker
GGD Flevoland94geen
GGD Fryslân89onder, 95% zeker
GGD Gelderland-Midden113boven, 99% zeker
GGD Gelderland-Zuid103geen
GGD Gooi en Vechtstreek89geen
GGD Groningen90onder, 95% zeker
GGD Haaglanden98geen
GGD Hart voor Brabant102geen
GGD Hollands Midden89onder, 99% zeker
GGD Hollands Noorden89onder, 99% zeker
GGD IJsselland104geen
GGD Kennemerland93geen
GGD Limburg-Noord103geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland84onder, 99% zeker
GGD regio Utrecht104geen
GGD Rotterdam-Rijnmond111boven, 99% zeker
GGD Twente107geen
GGD West-Brabant106geen
GGD Zaanstreek-Waterland94geen
GGD Zeeland76onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid105geen
GGD Zuid-Limburg123boven, 99% zeker

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes A00-B99
View all detail data

Hoogste sterfte aan infectieziekten in Zuid-Limburg

In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Zuid-Limburg het hoogste sterftecijfer aan infectieziekten gemeld. Het laagste sterftecijfer aan infectieziekten is geregistreerd in Zeeland. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ruim 12.800 personen aan infectieziekten overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 3.200 sterfgevallen. Infectieziekten zijn ziekten die in het algemeen als besmettelijk of overdraagbaar worden beschouwd. 

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Sterfte aan dementie per GGD-regio

Sterfte aan dementie 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan dementie 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam92onder, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost110boven, 99% zeker
GGD Drenthe92onder, 99% zeker
GGD Flevoland90onder, 99% zeker
GGD Fryslân93onder, 99% zeker
GGD Gelderland-Midden103geen
GGD Gelderland-Zuid112boven, 99% zeker
GGD Gooi en Vechtstreek119boven, 99% zeker
GGD Groningen100geen
GGD Haaglanden98geen
GGD Hart voor Brabant109boven, 99% zeker
GGD Hollands Midden100geen
GGD Hollands Noorden95onder, 95% zeker
GGD IJsselland94onder, 95% zeker
GGD Kennemerland108boven, 99% zeker
GGD Limburg-Noord96geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland89onder, 99% zeker
GGD regio Utrecht96onder, 95% zeker
GGD Rotterdam-Rijnmond106boven, 99% zeker
GGD Twente102geen
GGD West-Brabant105boven, 95% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland96geen
GGD Zeeland89onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid105geen
GGD Zuid-Limburg103geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes F00-F03 en G30
View all detail data

Laagste sterfte aan dementie in Zeeland en Noord- en Oost-Gelderland

Het laagste sterftecijfer aan dementie is geregistreerd in Zeeland en de regio Noord- Oost-Gelderland. Regio's met een hoge sterfte aan dementie liggen geconcentreerd in het midden en zuiden van Nederland.In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ongeveer 53.800 personen door ongevallen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 13.450 sterfgevallen.  

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Sterfte aan diabetes mellitus per GGD-regio

Sterfte aan diabetes mellitus 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan diabetes mellitus 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam134boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost91onder, 95% zeker
GGD Drenthe97geen
GGD Flevoland129boven, 99% zeker
GGD Fryslân112boven, 95% zeker
GGD Gelderland-Midden97geen
GGD Gelderland-Zuid97geen
GGD Gooi en Vechtstreek85onder, 95% zeker
GGD Groningen121boven, 99% zeker
GGD Haaglanden106geen
GGD Hart voor Brabant89onder, 99% zeker
GGD Hollands Midden81onder, 99% zeker
GGD Hollands Noorden96geen
GGD IJsselland117boven, 99% zeker
GGD Kennemerland88onder, 95% zeker
GGD Limburg-Noord89onder, 95% zeker
GGD Noord- en Oost-Gelderland105geen
GGD regio Utrecht96geen
GGD Rotterdam-Rijnmond102geen
GGD Twente114boven, 99% zeker
GGD West-Brabant97geen
GGD Zaanstreek-Waterland94geen
GGD Zeeland88onder, 95% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid92geen
GGD Zuid-Limburg92geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes E10-E14
View all detail data

Hoogste diabetes sterfte in Amsterdam

De hoogste sterfte aan diabetes mellitus is geregistreerd in de regio Amsterdam. In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor regio Hollands-Midden de laagste sterfte aan diabetes mellitus gemeld. In vooral het westen en zuiden van het land vinden we, buiten de grote steden, meerdere regio's met een lage sterfte aan diabetes. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ruim 11.400 mensen een diabetes mellitus overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 2.850 sterfgevallen.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Sterfte aan psychische stoornissen per GGD-regio

Sterfte aan psychische stoornissen 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan psychische stoornissen 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam86onder, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost102geen
GGD Drenthe98geen
GGD Flevoland76onder, 99% zeker
GGD Fryslân88onder, 99% zeker
GGD Gelderland-Midden99geen
GGD Gelderland-Zuid115boven, 99% zeker
GGD Gooi en Vechtstreek104geen
GGD Groningen109boven, 99% zeker
GGD Haaglanden106boven, 99% zeker
GGD Hart voor Brabant106boven, 99% zeker
GGD Hollands Midden103geen
GGD Hollands Noorden64onder, 99% zeker
GGD IJsselland102geen
GGD Kennemerland103geen
GGD Limburg-Noord108boven, 99% zeker
GGD Noord- en Oost-Gelderland94onder, 99% zeker
GGD regio Utrecht97geen
GGD Rotterdam-Rijnmond103geen
GGD Twente109boven, 99% zeker
GGD West-Brabant108boven, 99% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland91onder, 99% zeker
GGD Zeeland94onder, 95% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid114boven, 99% zeker
GGD Zuid-Limburg108boven, 99% zeker

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes F00-F99
View all detail data

Laagste sterfte aan psychische stoornissen in Hollands Noorden

In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Hollands Noorden de laagste sterfte aan psychische stoornissen gemeld. De hoogste sterfte aan psychische stoornissen is geregistreerd in de regio's Gelderland-Zuid en Zuid-Holland Zuid. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ruim 44.000 mensen aan psychische stoornissen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 11.000 sterfgevallen. 

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Sterfte aan ziekten van de spijsverteringsorganen per GGD-regio

Sterfte aan ziekten spijsverteringsorganen 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan ziekten spijsverteringsorganen 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam113boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost89onder, 99% zeker
GGD Drenthe105geen
GGD Flevoland97geen
GGD Fryslân100geen
GGD Gelderland-Midden97geen
GGD Gelderland-Zuid104geen
GGD Gooi en Vechtstreek84onder, 99% zeker
GGD Groningen99geen
GGD Haaglanden106boven, 95% zeker
GGD Hart voor Brabant103geen
GGD Hollands Midden100geen
GGD Hollands Noorden95geen
GGD IJsselland94geen
GGD Kennemerland91onder, 95% zeker
GGD Limburg-Noord102geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland94geen
GGD regio Utrecht97geen
GGD Rotterdam-Rijnmond111boven, 99% zeker
GGD Twente103geen
GGD West-Brabant102geen
GGD Zaanstreek-Waterland82onder, 99% zeker
GGD Zeeland95geen
GGD Zuid-Holland Zuid92geen
GGD Zuid-Limburg111boven, 99% zeker

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes K00-K93
View all detail data

In Zuid-Limburg en Rotterdam de meeste sterfte aan ziekten van de spijsverteringsorganen

In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio's Rotterdam en Zuid-Limburg het hoogste sterftecijfer aan ziekten van de spijsverteringsorganen gemeld. Het laagste sterftecijfer aan ziekten van de spijsverteringsorganen is geregistreerd in regio Zaanstreek-Waterland. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 18.000 personen aan ziekten van de spijsverteringsorganen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 4.500 sterfgevallen. Ziekten van de spijsverteringsorganen bestaan uit ziekten van het maagdarmkanaal en aanverwante organen zoals de blindedarm, lever en galblaas. 

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Sterfte aan ziekten van de urinewegen en geslachtsorganen per GGD-regio

Sterfte aan ziekten urinewegen en geslachtsorganen

Per GGD-regio, 2013-2016, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan ziekten urinewegen en geslachtsorganen
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam107geen
GGD Brabant-Zuidoost96geen
GGD Drenthe100geen
GGD Flevoland112geen
GGD Fryslân111boven, 95% zeker
GGD Gelderland-Midden101geen
GGD Gelderland-Zuid98geen
GGD Gooi en Vechtstreek105geen
GGD Groningen113boven, 99% zeker
GGD Haaglanden105geen
GGD Hart voor Brabant91onder, 99% zeker
GGD Hollands Midden87onder, 99% zeker
GGD Hollands Noorden86onder, 99% zeker
GGD IJsselland102geen
GGD Kennemerland96geen
GGD Limburg-Noord97geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland87onder, 99% zeker
GGD regio Utrecht98geen
GGD Rotterdam-Rijnmond115boven, 99% zeker
GGD Twente93geen
GGD West-Brabant113boven, 99% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland107geen
GGD Zeeland77onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid93geen
GGD Zuid-Limburg109geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes N00-N99
View all detail data

Zeeland minste sterfte aan ziekten van urinewegen en geslachtsorganen

In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Zeeland de laagste sterfte aan ziekten van urinewegen en geslachtsorganen gemeld. De hoogste sterfte is geregistreerd in de regio Rotterdam. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ongeveer 12.600 personen aan ziekten van urinewegen en geslachtsorganen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 3.150 sterfgevallen. 

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

 

Sterfte aan ziekten van het zenuwstelsel per GGD-regio

Sterfte aan ziekten van het zenuwstelsel 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan ziekten van het zenuwstelsel 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam123boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost108boven, 99% zeker
GGD Drenthe87onder, 99% zeker
GGD Flevoland109boven, 95% zeker
GGD Fryslân105geen
GGD Gelderland-Midden110boven, 99% zeker
GGD Gelderland-Zuid98geen
GGD Gooi en Vechtstreek145boven, 99% zeker
GGD Groningen88onder, 99% zeker
GGD Haaglanden90onder, 99% zeker
GGD Hart voor Brabant105boven, 95% zeker
GGD Hollands Midden99geen
GGD Hollands Noorden145boven, 99% zeker
GGD IJsselland85onder, 99% zeker
GGD Kennemerland123boven, 99% zeker
GGD Limburg-Noord67onder, 99% zeker
GGD Noord- en Oost-Gelderland91onder, 99% zeker
GGD regio Utrecht97geen
GGD Rotterdam-Rijnmond104geen
GGD Twente89onder, 99% zeker
GGD West-Brabant90onder, 99% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland107geen
GGD Zeeland84onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid82onder, 99% zeker
GGD Zuid-Limburg90onder, 99% zeker

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes G00-H95
View all detail data

Hoogste sterfte aan ziekten van het zenuwstelsel in de regio Hollands Noorden

De hoogste sterfte aan het zenuwstelsel is geregistreerd in de regio Hollands Noorden. In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Limburg-Noord de laagste sterfte aan ziekten van het zenuwstelsel gemeld. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ongeveer 29.600 personen door ongevallen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 7.400 sterfgevallen. Bij deze groep van doodsoorzaken moet gedacht worden aan de ziekte van Parkinson, Multiple Sclerose (MS), epilepsie en gezichts- en gehoorstoornissen. 

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Verantwoording

Bronverantwoording
  • Sterftecijfers: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Selectie van ziekten

    De ranglijst is gebaseerd op 59 ziekten en aandoeningen die zijn geselecteerd voor de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 (VTV-2014). Meer informatie over de selectieprocedure en de geselecteerde ziekten en aandoeningen is te vinden in: Selectie van ziekten.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Sterfte naar doodsoorzaak