Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sterfte naar doodsoorzaakRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Meeste mensen overlijden aan kanker

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan kanker relatief hoog in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Internationale vergelijking sterfte door hart- en vaatziekten

Sterfte aan hart- en vaatziekten internationaal 2017

LandMannenVrouwenTotaal
Bulgarije13309561116
Roemenië1042788900
Letland1112686842
Litouwen1054684822
Hongarije930651764
Slowakije780561653
Kroatië735561637
Estland815525634
Tsjechië703501586
Polen672456545
Slovenië503374430
Oostenrijk464339392
Duitsland463324384
Griekenland415325368
Cyprus401321359
EU28426302357
Finland457266345
Malta408283335
Zweden385254309
Italië368263307
Ierland354236290
Portugal346248290
Luxemburg348240286
België326219263
Zwitserland320220262
NEDERLAND309219257
Verenigd Koninkrijk312200250
Denemarken311191242
Spanje287199238
Noorwegen285192233
Frankrijk255157197

Bron: Eurostat, 2020

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: I00-I99

Sterfte aan hart- en vaatziekten in Nederland laag

De sterfte aan hart- en vaatziekten is laag in Nederland vergeleken met andere landen in de Europese Unie. Voor alle EU-landen geldt dat de sterfte aan hart- en vaatziekten hoger is bij mannen dan bij vrouwen. De sterfte is duidelijk hoger in Oost- dan in West-Europa.

Meer informatie

Internationale vergelijking sterfte door kanker

Sterfte aan kanker internationaal 2017

LandMannenVrouwenTotaal
Hongarije470264342
Kroatië458237323
Slowakije447234315
Slovenië429233308
Letland477213299
Polen407224294
Estland456209289
Denemarken348245288
NEDERLAND354230280
Roemenië383199277
Tsjechië373212276
Litouwen430194274
Verenigd Koninkrijk334230274
Ierland325232271
EU28343200259
Duitsland316201248
Griekenland340173247
Portugal357168245
Frankrijk333180244
Noorwegen298205242
België312190240
Italië318185239
Luxemburg297204238
Oostenrijk307188236
Bulgarije319172233
Zweden274204232
Spanje326156228
Malta288180225
Finland283178219
Zwitserland279171215
Cyprus274162212

Bron: Eurostat, 2020

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: C00-C97

Sterfte aan kanker in Nederland hoger dan EU-gemiddelde

De sterfte aan kanker is in Nederland hoger dan gemiddeld in de Europese Unie. Cyprus, Zwitserland en Finland rapporteren de laagste sterftecijfers en Hongarije, Kroatië en Slowakije de hoogste. Na hart- en vaatziekten is kanker de belangrijkste doodsoorzaak in de EU. Sinds 2007 overlijden in Nederland de meeste mensen aan nieuwvormingen (kanker en goedaardige tumoren).

Overal in EU absolute stijging, maar relatieve daling kankersterfte

In absolute zin zal de sterfte aan kanker de komende jaren naar verwachting blijven stijgen, zowel in Nederland als in de rest van de EU. Deze verwachting is grotendeels gebaseerd op de toenemende levensverwachting. Kanker komt meer voor bij oudere mensen en deze maken een steeds groter deel uit van de bevolking. Gecorrigeerd voor deze veranderingen in de leeftijdsverdeling van de EU-bevolking, zal de sterfte door kanker naar verwachting geleidelijk dalen (Carioli et al., 2020). Daarom spreken we van een relatieve daling.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

24-03-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Carioli G, Bertuccio P, Boffetta P, Levi F, La Vecchia C, Negri E, et al. European cancer mortality predictions for the year 2020 with a focus on prostate cancer. Ann Oncol. 2020;31(5):650-658. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking sterfte door ziekten van de ademhalingswegen

Sterfte door ziekten van de ademhalingswegen internationaal 2017

LandMannenVrouwenTotaal
Verenigd Koninkrijk165,4116,8136,0
Ierland161,7118,6135,5
Denemarken149,8108,5123,5
Cyprus149,592,9116,3
Portugal165,787,9116,2
België153,981,8108,6
Griekenland124,894,1107,5
Malta146,880,5105,8
Noorwegen126,591,4103,9
Spanje149,169,8100,5
Slowakije142,170,195,8
Tsjechië129,267,590,9
Hongarije129,067,089,6
Roemenië129,757,687,3
NEDERLAND111,673,386,8
Polen127,960,184,2
Kroatië125,160,482,8
EU28115,662,082,3
Duitsland103,657,975,2
Luxemburg106,052,171,1
Italië103,251,570,0
Bulgarije96,047,567,7
Zweden80,560,067,1
Slovenië101,250,866,8
Oostenrijk84,849,462,9
Zwitserland77,446,858,2
Frankrijk80,742,657,0
Litouwen90,924,746,7
Estland83,025,743,2
Letland83,723,643,0
Finland58,023,936,8

Bron: Eurostat, 2020

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: J00-J99

Sterfte door ziekten van de ademhalingswegen rond het EU-gemiddelde

De sterfte door ziekten van de ademhalingswegen ligt in Nederland rond het gemiddelde van de Europese Unie (EU). De sterfte is het hoogst in het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Denemarken en Cyprus. Opvallend laag is de sterfte in Finland en de Baltische Staten.

Meer informatie

Datum publicatie

29-04-2021

Internationale vergelijking sterfte door uitwendige oorzaken

Sterfte door uitwendige oorzaken internationaal 2017

LandMannenVrouwenTotaal
Litouwen166,643,797,2
Letland145,341,586,9
Slovenië116,450,778,1
Kroatië97,245,268,5
Slowakije102,638,667,3
Estland113,926,465,0
Finland97,935,062,5
België80,443,860,8
Hongarije95,634,660,7
Tsjechië88,333,658,4
Frankrijk81,335,655,8
Polen87,025,154,0
NEDERLAND64,742,052,5
Noorwegen70,237,852,3
Roemenië85,122,051,6
Oostenrijk75,331,151,0
Zweden70,932,550,3
Portugal71,828,747,5
EU2866,728,646,1
Zwitserland62,831,745,7
Duitsland64,230,445,3
Cyprus61,930,545,0
Luxemburg53,828,941,4
Verenigd Koninkrijk55,627,040,5
Bulgarije60,219,538,2
Denemarken52,425,438,1
Griekenland53,419,635,7
Italië49,623,435,0
Ierland47,819,432,8
Spanje45,320,031,5
Malta43,219,730,3

Bron: Eurostat, 2020

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: V01-Y89

Sterfte door uitwendige oorzaken hoger dan EU-gemiddelde

De totale sterfte door uitwendige oorzaken (letsels en vergiftigingen) in Nederland is hoger dan het gemiddelde in de Europese Unie. Dit wordt vooral veroorzaakt door een hogere sterfte bij vrouwen in Nederland ten opzichte van het EU-gemiddelde. Letsels en vergiftigingen vormen een brede groep van doodsoorzaken en de sterfte in Nederland is relatief gunstig voor bijvoorbeeld verkeersongevallen, arbeidsongevallen en privé-ongevallen. Voor specifieke oorzaken van letsel zie de internationale vergelijkingen van specifieke oorzaken. Landen in het westen en zuiden van de EU vertonen over het algemeen een lagere sterfte door uitwendige oorzaken dan landen in het oosten van de EU. De sterfte is het hoogst in de Baltische staten en het laagst in Malta, Spanje en Ierland.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

24-03-2021

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Verantwoording

Bronverantwoording
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

Andere websites over Sterfte naar doodsoorzaak