Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sterfte naar doodsoorzaakRegionaal & InternationaalAdemhalingswegen

Cijfers & Context

Meeste mensen overlijden aan kanker

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan kanker relatief hoog in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Sterfte aan ziekten van ademhalingswegen per GGD-regio

Sterfte aan ziekten van ademhalingswegen 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan ziekten van ademhalingswegen per GGD-regio 2013-2016
Sterfte aan ziekten van ademhalingswegen 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam107boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost103geen
GGD Drenthe95geen
GGD Flevoland96geen
GGD Fryslân95onder, 95% zeker
GGD Gelderland-Midden100geen
GGD Gelderland-Zuid110boven, 99% zeker
GGD Gooi en Vechtstreek89onder, 99% zeker
GGD Groningen105boven, 95% zeker
GGD Haaglanden100geen
GGD Hart voor Brabant103geen
GGD Hollands Midden94onder, 99% zeker
GGD Hollands Noorden86onder, 99% zeker
GGD IJsselland96geen
GGD Kennemerland97geen
GGD Limburg-Noord106boven, 95% zeker
GGD Noord- en Oost-Gelderland109boven, 99% zeker
GGD regio Utrecht97geen
GGD Rotterdam-Rijnmond100geen
GGD Twente123boven, 99% zeker
GGD West-Brabant107boven, 99% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland84onder, 99% zeker
GGD Zeeland77onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid84onder, 99% zeker
GGD Zuid-Limburg111boven, 99% zeker

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes J00-J99
View all detail data

In het westen minder sterfte aan ziekten van ademhalingswegen

Regio's met een lage sterfte aan ziekten van de ademhalingswegen concentreren zich in het westen van Nederland. In de Doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Zeeland het laagste sterftecijfer aan ziekten van de ademhalingswegen gemeld. Het hoogste sterftecijfer aan ziekten van de ademhalingswegen is geregistreerd in de regio Twente. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ruim 47.400 personen aan ziekten van de ademhalingswegen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 11.850 sterfgevallen. Binnen de groep van ziekten van ademhalingswegen wordt een aantal subgroepen onderscheiden, waarvan longontsteking en COPD ook een kaart is opgenomen. De regionale verschillen worden niet verklaard door regionale variaties in leeftijd en geslacht, omdat voor deze factoren is gecorrigeerd.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

Sterfte aan longontsteking per GGD-regio

Sterfte aan longontsteking 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan longontsteking per GGD-regio 2013-2016
Sterfte aan longontsteking 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam102geen
GGD Brabant-Zuidoost97geen
GGD Drenthe93geen
GGD Flevoland82onder, 99% zeker
GGD Fryslân98geen
GGD Gelderland-Midden102geen
GGD Gelderland-Zuid106geen
GGD Gooi en Vechtstreek97geen
GGD Groningen86onder, 99% zeker
GGD Haaglanden98geen
GGD Hart voor Brabant94geen
GGD Hollands Midden101geen
GGD Hollands Noorden95geen
GGD IJsselland105geen
GGD Kennemerland97geen
GGD Limburg-Noord109geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland106geen
GGD regio Utrecht104geen
GGD Rotterdam-Rijnmond92onder, 99% zeker
GGD Twente115boven, 99% zeker
GGD West-Brabant107geen
GGD Zaanstreek-Waterland102geen
GGD Zeeland93geen
GGD Zuid-Holland Zuid108geen
GGD Zuid-Limburg109geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes J12-J18
View all detail data

Twente hoogste sterfte aan longontsteking

In de doodsoorzakenstatistiek is voor de regio Twente de hoogste sterfte aan longontsteking gemeld. Gevolgd door de regio's Limburg-Noord en Zuid-Holland-Zuid. Het laagste sterftecijfer aan longontsteking is geregistreerd in de regio's Groningen en Flevoland. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 bijna 12.900 personen aan longontsteking overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 3.225 sterfgevallen. Longontsteking behoort tot de groep ziekten van de ademhalingswegen. Longontsteking is een ontsteking van de onderste luchtwegen. De regionale verschillen worden niet verklaard door regionale variaties in leeftijd en geslacht, omdat voor deze factoren is gecorrigeerd.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

Sterfte aan COPD per GGD-regio

Sterfte aan COPD 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan COPD per GGD-regio 2013-2016
Sterfte aan COPD 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam113boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost108boven, 99% zeker
GGD Drenthe92onder, 95% zeker
GGD Flevoland104geen
GGD Fryslân95geen
GGD Gelderland-Midden101geen
GGD Gelderland-Zuid112boven, 99% zeker
GGD Gooi en Vechtstreek88onder, 95% zeker
GGD Groningen112boven, 99% zeker
GGD Haaglanden101geen
GGD Hart voor Brabant108boven, 99% zeker
GGD Hollands Midden87onder, 99% zeker
GGD Hollands Noorden83onder, 99% zeker
GGD IJsselland89onder, 99% zeker
GGD Kennemerland99geen
GGD Limburg-Noord104geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland106geen
GGD regio Utrecht95onder, 95% zeker
GGD Rotterdam-Rijnmond104geen
GGD Twente129boven, 99% zeker
GGD West-Brabant108boven, 95% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland80onder, 99% zeker
GGD Zeeland70onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid75onder, 99% zeker
GGD Zuid-Limburg103geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes J40-J44
View all detail data

Minste sterfgevallen aan COPD in westen van Nederland

Regio's met een lage sterfte aan COPD zijn geconcentreerd in het westen van het Land. Het laagste sterftecijfer aan COPD is geregistreerd in de regio's Zeeland en Zuid-Holland-Zuid. In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Twente het hoogste sterftecijfer aan COPD gemeld. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 bijna 25.800 personen aan COPD overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 6.450 sterfgevallen. COPD behoort tot de groep ziekten van de ademhalingswegen. De regionale verschillen worden niet verklaard door regionale variaties in leeftijd en geslacht, omdat voor deze factoren is gecorrigeerd.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

 

Verantwoording

Bronverantwoording
  • Sterftecijfers: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Selectie van ziekten

    De ranglijst is gebaseerd op 59 ziekten en aandoeningen die zijn geselecteerd voor de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 (VTV-2014). Meer informatie over de selectieprocedure en de geselecteerde ziekten en aandoeningen is te vinden in: Selectie van ziekten.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Sterfte naar doodsoorzaak