Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sterfte naar doodsoorzaakCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meeste mensen overlijden aan kanker

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan kanker relatief hoog in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Sterfte naar hoofdgroepen van doodsoorzaken

Sterfte naar ICD-hoofdgroep 2020 (absoluut en percentage van totaal)

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

ICD-hoofdgroep (ICD-10-codes)

Absoluut

%

Absoluut

%

Absoluut

%

Nieuwvormingen (C00-D48)

25.325

30,0

21.721

25,7

47.046

27,9

Ziekten van het hartvaatstelsel (I00-I99)

18.168

21,5

18.411

21,8

36.579

21,7

COVID-19 (U07.1 en U07.2)a

10.763

12,8

9.375

11,1

20.138

11,9

Psychische stoornissen (F00-F99)

4.365

5,2

7.309

8,7

11.674

6,9

Ziekten van de ademhalingswegen (J00-J99)

5.405

6,4

5.090

6,0

10.495

6,2

Ziekten van het zenuwstelsel en de zintuigen (G00-G99, H00-H59, H60-H95)

3.775

4,5

4.605

5,5

8.380

5,0

Ongevalsletsels en vergiftigingen (V01-Y98)

4.445

5,3

4.581

5,4

9.026

5,4

Symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden (R00-R99)

3.714

4,4

4.121

4,9

7.835

4,6

Ziekten van het spijsverteringsstelsel (K00-K93)

2.421

2,9

2.453

2,9

4.874

2,9

Endocriene-, voedings- en stofwisselingsziekten en immuniteitsstoornissen (E00-E90)

1.862

2,2

1.778

2,1

3.640

2,2

Ziekten van de urinewegen en de geslachtsorganen (N00-N99)

1.517

1,8

1.728

2,0

3.245

1,9

Infectieziekten en parasitaire ziekten (A00-B99)

1.399

1,7

1.573

1,9

2.972

1,8

Ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel (M00-M99)

363

0,4

702

0,8

1.065

0,6

Ziekten van bloed en bloedvormende organen (D50-D89)

241

0,3

318

0,4

559

0,3

Aangeboren afwijkingen (Q00-Q99)

228

0,3

207

0,2

435

0,3

Aandoeningen ontstaan in de perinatale periode (P00-P96)

219

0,3

171

0,2

390

0,2

Ziekten van huid en subcutis (L00-L99)

107

0,1

216

0,3

323

0,2

Complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed (O00-O99)

0

0,0

2

0,0

2

0,0

Totaal alle doodsoorzaken (A00-Y99)

84.317

100,0

84.361

100,0

168.678

100,0

 

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in september 2021)

    a) In verband met de COVID-19-pandemie is er in 2020 een aparte categorie doodsoorzaken bijgekomen. De ICD-10-codes U07.1 (vastgestelde COVID-19) en U07.2 (vermoedelijke COVID-19) zijn zogenaamde ‘emergency-codes’.

    • De sterftecijfers voor 2020 zijn voorlopig.

    In 2020 overleden ruim 47 duizend personen aan kanker en goedaardige tumoren

    In 2020 overleden de meeste mensen aan kanker en goedaardige tumoren (nieuwvormingen). Sinds 2007 is de absolute sterfte aan nieuwvormingen groter dan aan hart- en vaatziekten. Van de 168.678 personen die in 2020 in Nederland overleden, stierven 47.046 personen (27,9%) aan nieuwvormingen en 36.579 personen (21,7%) aan hart- en vaatziekten. De overige ICD-10-hoofdstukken waren allemaal verantwoordelijk voor minder dan 10% van de totale sterfte.

    In 2020 kwam er in verband met de COVID-19-pandemie een aparte categorie doodsoorzaken bij. In de ICD-10 zijn twee zogenaamde ‘emergency-codes’  aangemaakt voor gebruik in de doodsoorzakenstatistieken:

    • U07.1: vastgestelde COVID-19, waarbij het coronavirus is geïdentificeerd door laboratoriumonderzoek,
    • U07.2: vermoedelijke COVID-19, waarbij geen laboratoriumonderzoek is uitgevoerd ter identificatie van het virus of waarbij het resultaat van het laboratoriumonderzoek niet eenduidig was.

    In totaal stierven 20.138 personen (11,9%) in 2020 aan COVID-19. Bij 17.463 sterfgevallen ging het om vastgestelde COVID-19 en bij 2.675 sterfgevallen was sprake van vermoedelijke COVID-19. Overlijden aan COVID-19 is gedefinieerd als overlijden aan een aandoening gerelateerd aan COVID-19.

    In 2020 overleden meer mannen aan kanker en goedaardige tumoren dan vrouwen

    Kanker en goedaardige tumoren is de enige groep van aandoeningen waar beduidend meer mannen dan vrouwen aan zijn overleden in 2020. Voor bijna alle andere groepen van aandoeningen zijn meer vrouwen dan mannen overleden. Vooral voor psychische stoornissen is het verschil in sterfte tussen vrouwen en mannen groot.

    Meer informatie

    Datum publicatie

    30-09-2021

    Sterfte naar afzonderlijke doodsoorzaken

    Top tien van een selectie van doodsoorzaken met de hoogste sterfte in 2020

     

    Doodsoorzaak

    Gebruikte ICD-10-codes

    Mannen

    Vrouwen

    Totaal

    1

    COVID-19

    U07

    10.763

    9.375

    20.138

    2

    Dementie

    F00-F03, G30, G31

    5.165

    9.690

    14.855

    3

    Longkanker

    C33-C34

    5.677

    4.393

    10.070

    4

    Beroerte

    G45, I60-I69

    3.837

    5.053

    8.890

    5

    Coronaire hartziekten

    I20-I25

    4.947

    3.078

    8.025

    6

    Hartfalen

    I50

    3.145

    3.985

    7.130

    7

    COPD

    J40-J44, J47

    2.904

    2.723

    5.627

    8

    Privé-, arbeids- en sportongevallen

    W00-W99, X00-X41, X43-X44, X46-X59

    2.286

    3.332

    5.618

    9

    Dikkedarmkanker

    C18-C21

    2.365

    2.261

    4.626

    10

    Borstkanker

    C50

    22

    3.058

    3.080

    Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

    • ​De sterftecijfers voor 2020 zijn voorlopig.
    • De ranglijst is gebaseerd op een selectie van 70 ziekten.
    • Het CBS is in 2013 overgestapt van handmatig naar automatisch coderen; hierdoor zijn de sterftecijfers van 2019 minder goed vergelijkbaar met de cijfers van vóór 2013 (zie Verantwoording: automatisch coderen).

    Ruim 20.000 sterfgevallen door COVID-19

    COVID-19 was met 20.138 sterfgevallen de belangrijkste doodsoorzaak in 2020 in Nederland. In 2019, het jaar voorafgaand aan de COVID-19-pandemie, was dementie de belangrijkste onderliggende doodsoorzaak in Nederland, gevolgd door longkanker.

    Sekseverschillen in ranglijst doodsoorzaken

    Na COVID-19 waren longkanker, dementie en coronaire hartziekten in 2020 de meest voorkomende doodsoorzaken voor mannen. De belangrijkste oorzaken van sterfte voor vrouwen waren dementie, COVID-19, beroerte en longkanker. Veel doodsoorzaken kennen sekseverschillen. Zo sterven verhoudingsgewijs meer mannen dan vrouwen als gevolg van mesothelioom en aandoeningen gerelateerd aan alcohol- en drugsgebruik. Aan aandoeningen als osteoporose, artrose, reuma en dementie overlijden daarentegen verhoudingsgewijs meer vrouwen dan mannen. Dit heeft vooral te maken met het feit dat er meer oude vrouwen zijn en de sterfte voor deze laatstgenoemde ziekten vooral onder ouderen voorkomt.

    Gegevens gebaseerd op een selectie van aandoeningen

    De ranglijst is gebaseerd op een selectie van in totaal 70 aandoeningen die niet uitsluitend zijn geselecteerd op basis van sterfte. Een link naar de volledige ranglijst met 70 aandoeningen is te vinden onder 'Meer informatie'. 

    Meer informatie

    Datum publicatie

    30-09-2021

    Doodsoorzaken naar leeftijd

    Belangrijkste doodsoorzaken verschillen per leeftijd

    De mate waarin doodsoorzaken verantwoordelijk zijn voor sterfte verschilt per leeftijd. Onderstaande informatie over de belangrijkste doodsoorzaken per leeftijdsgroep (0 tot en met 14 jaar, 15 tot en met 64 jaar en 65 jaar en ouder) is gebaseerd op de sterfte in 2020.

    Gegevens gebaseerd op een selectie van aandoeningen

    De ranglijsten zijn gebaseerd op een selectie van in totaal 70 aandoeningen die niet uitsluitend zijn geselecteerd op basis van sterfte. Een link naar de volledige ranglijst met 70 aandoeningen is te vinden onder 'Meer informatie'.

    Meer informatie

    Datum publicatie

    30-09-2021

    Verantwoording

    Definities
    • Overlijden aan COVID-19

      Een overlijden als gevolg van COVID-19 is gedefinieerd als een overlijden aan een klinisch compatibele ziekte, in het geval van bevestigde of vermoedelijke/waarschijnlijke COVID-19, tenzij er een duidelijke andere doodsoorzaak is die niet gerelateerd kan zijn aan COVID-19 (bijvoorbeeld lichamelijk letsel door een ongeluk). Er mag geen periode van volledig herstel van COVID-19 zijn tussen ziekte en overlijden (Bron: CBS).

    Bronverantwoording
    • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

      Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

      • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
      • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
      • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
      • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

      Bronnen en literatuur

      Literatuur

      1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
      2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
      3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
      4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
    Methoden
    • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

      Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

      Standaardisering

      Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

      De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

      1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
      2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.
    • Methoden en technieken

      Standaardisatie

      De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

      Indexatie

      Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

      Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

      Toetsing trends

      Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
      De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

    Andere websites over Sterfte naar doodsoorzaak