Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sterfte naar doodsoorzaakCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meeste mensen overlijden aan kanker

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan kanker relatief hoog in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Sterfte naar hoofdgroepen van doodsoorzaken

Sterfte naar ICD-hoofdgroep 2019 (absoluut en percentage van totaal)

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

ICD-hoofdgroep

Absoluut

%

Absoluut

%

Absoluut

%

Nieuwvormingen

25.233

33,9

21.631

27,9

46.864

30,9

Ziekten van het hartvaatstelsel

18.208

24,5

19.225

24,8

37.433

24,6

Psychische stoornissen

4.677

6,3

8.048

10,4

12.725

8,4

Ziekten van de ademhalingswegen

6.258

8,4

6.349

8,2

12.607

8,3

Ziekten van het zenuwstelsel
en de zintuigen

3.943

5,3

4.832

6,2

8.775

5,8

Ongevalsletsels en vergiftigingen

4.343

5,8

4.328

5,6

8.671

5,7

Symptomen en onvolledig
omschreven ziektebeelden

3.369

4,5

3.757

4,9

7.126

4,7

Ziekten van het spijsverterings-
stelsel

2.246

3,0

2.435

3,1

4.681

3,1

Endocriene-, voedings-
en stofwisselingsziekten
en immuniteitsstoornissen

1.740

2,3

1.783

2,3

3.523

2,3

Ziekten van de urinewegen
en de geslachtsorganen

1.603

2,2

1.735

2,2

3.338

2,2

Infectieziekten en
parasitaire ziekten

1.584

2,1

1.712

2,2

3.296

2,2

Ziekten van het bewegings-
stelsel en bindweefsel

407

0,5

682

0,9

1.089

0,7

Ziekten van bloed en
bloedvormende organen

251

0,3

313

0,4

564

0,4

Aangeboren afwijkingen

263

0,4

240

0,3

503

0,3

Aandoeningen ontstaan
in de perinatale periode

200

0,3

161

0,2

361

0,2

Ziekten van huid en subcutis

107

0,1

213

0,3

320

0,2

Complicaties van zwangerschap,
bevalling en kraambed

0

0,0

9

0,0

9

0,0

Totaal

74.432

100,0

77.453

100,0

151.885

100,0

 

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

  • De sterftecijfers voor 2019 zijn voorlopig.

In 2019 overleden bijna 47 duizend personen aan kanker en goedaardige tumoren

In 2019 overleden de meeste mensen aan kanker en goedaardige tumoren (nieuwvormingen). Sinds 2007 is de absolute sterfte aan nieuwvormingen groter dan aan hart- en vaatziekten. Van de 151.885 personen die in 2019 in Nederland overleden, stierven 46.864 personen (30,9%) aan nieuwvormingen en 37.433 personen (24,6%) aan hart- en vaatziekten. Van de totale sterfte overleed 8,4% aan een psychische stoornis en 8,3% aan een ziekte van de ademhalingswegen. De overige ICD-hoofdgroepen waren ieder verantwoordelijk voor 6% of minder van de totale sterfte.

In 2019 overleden meer mannen aan kanker en goedaardige tumoren dan vrouwen

In 2019 overleden meer mannen dan vrouwen aan kanker en goedaardige tumoren (nieuwvormingen). Kanker en goedaardige tumoren vormen de enige groep van aandoeningen waar (veel) meer mannen dan vrouwen aan overlijden. Voor bijna alle andere groepen van aandoeningen overlijden meer vrouwen dan mannen. Vooral bij psychische stoornissen en hart- en vaatziekten is het verschil in sterfte tussen mannen en vrouwen groot.

Meer informatie

Datum publicatie

23-09-2020

Sterfte naar afzonderlijke doodsoorzaken

Top tien van een selectie van doodsoorzaken met de hoogste sterfte in 2019

 

Doodsoorzaak

Gebruikte
ICD-10-codes

Mannen

Vrouwen

Totaal

1

Dementie

F00-F03, G30-G31

5.667

10.602

16.269

2

Longkanker

C33-C34

5.821

4.380

10.201

3

Beroerte

G45, I60-I69

4.018

5.316

9.334

4

Coronaire
hartziekten

I20-I25

4.969

3.275

8.244

5

Hartfalen

I50

3.044

4.220

7.264

6

COPD

J40-J44

3.418

3.322

6.740

7

Dikkedarmkanker

C18-C21

2.513

2.313

4.826

8

Accidentele val

W00-W19, X59

1.880

2.840

4.720

9

Infecties van de
onderste lucht-
wegen

J12-J18, J20-J22

1.608

1.938

3.546

10

Borstkanker

C50

21

3.050

3.071

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

  • ​De sterftecijfers voor 2019 zijn voorlopig.
  • De ranglijst is gebaseerd op een selectie van ziekten (zie Verantwoording: selectie van ziekten).
  • De CBS Doodsoorzakenstatistiek heeft na 2011 geen sterfte als gevolg van privé-ongevallen meer geregistreerd. In plaats daarvan presenteren we sterfte als gevolg van een accidentele val.
  • Het CBS is in 2013 overgestapt van handmatig naar automatisch coderen; hierdoor zijn de sterftecijfers van 2019 minder goed vergelijkbaar met de cijfers van vóór 2013 (zie Verantwoording: automatisch coderen).

Ruim 16.000 sterfgevallen door dementie

Dementie was met 16.269 sterfgevallen de belangrijkste doodsoorzaak in 2019 in Nederland. Aan longkanker, beroerte, coronaire hartziekten, hartfalen en COPD overleden in 2019 meer dan 5.000 personen.

Sekseverschillen in ranglijst doodsoorzaken

Voor mannen waren longkanker, dementie en coronaire hartziekten de meest voorkomende doodsoorzaken in 2019. De belangrijkste oorzaken van sterfte bij vrouwen waren dementie, beroerte en longkanker. Veel doodsoorzaken kennen sekseverschillen. Zo sterven verhoudingsgewijs meer mannen dan vrouwen als gevolg van aids, verdrinking, vergiftiging, vervoersongevallen en suïcide. Aan osteoporose, reuma, astma, en dementie overlijden daarentegen verhoudingsgewijs meer vrouwen dan mannen. Dit heeft vooral te maken met het feit dat er meer oude vrouwen zijn en de sterfte voor deze laatstgenoemde ziekten vooral onder ouderen voorkomt.

Gegevens gebaseerd op een selectie van aandoeningen

De ranglijst is gebaseerd op een selectie van in totaal 46 aandoeningen die niet uitsluitend zijn geselecteerd op basis van sterfte. Een link naar de volledige ranglijst met 46 aandoeningen is te vinden onder 'Meer informatie'. Daar staat ook een link naar een beschrijving van de manier waarop de selectie van aandoeningen tot stand is gekomen.

Meer informatie

Datum publicatie

23-09-2020

Doodsoorzaken naar leeftijd

Belangrijkste doodsoorzaken verschillen per leeftijd

De mate waarin doodsoorzaken verantwoordelijk zijn voor sterfte verschilt per leeftijd. Onderstaande informatie over de belangrijkste doodsoorzaken per leeftijdsgroep (0 tot 15 jaar, 15 tot 65 jaar en 65 jaar en ouder) is gebaseerd op de sterfte in 2019.

Gegevens gebaseerd op een selectie van aandoeningen

De ranglijsten zijn gebaseerd op een selectie van in totaal 46 aandoeningen die niet uitsluitend zijn geselecteerd op basis van sterfte. Een link naar de volledige ranglijst met 46 aandoeningen is te vinden onder 'Meer informatie'. Daar staat ook een link naar een beschrijving van de manier waarop de selectie van aandoeningen tot stand is gekomen.

Meer informatie

Datum publicatie

23-09-2020

Verantwoording

Bronverantwoording
  • Sterftecijfers: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Sterfte naar doodsoorzaak