Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

StemmingsstoornissenCijfers & ContextZiektelast

Cijfers & Context

Ruim 550.000 met stemmingsstoornis bij de huisarts

Regionaal & Internationaal

Veel stemmingsstoornissen in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 1,6 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Twee op de drie patiënten zoekt hulp

Bijdrage van stemmingsstoornissen aan ziektelast

Stemmingsstoornissen op nummer zes in top tien ziektelast

In de top tien van 2015 van ziekten die de grootste ziektelast veroorzaakten in de Nederlandse bevolking, staan stemmingsstoornissen op de zevende plek. Ziektelast wordt uitgedrukt in DALY’s (Disability Adjusted Life Years). De DALY is een samengestelde maat voor gezondheidsverlies en is opgebouwd uit twee componenten: de jaren verloren door vroegtijdige sterfte (verloren levensjaren) en de jaren geleefd met ziekte, rekening houdend met de ernst van de ziekte (ziektejaarequivalenten). Nagenoeg alle door stemmingsstoornissen veroorzaakte ziektelast wordt gevormd door de jaren geleefd met de ziekte (ziektejaarequivalenten).

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Definitie van stemmingsstoornissen

    Depressie en dysthymie meest voorkomende stemmingsstoornissen

    'Stemmingsstoornissen' is een verzamelnaam voor psychische aandoeningen waarbij de gemoedstoestand of emotie van de patiënt ziekelijk is verstoord of niet past bij de situatie waarin de patiënt verkeert. Depressie en dysthymie zijn de meest voorkomende stemmingsstoornissen. Deze stemmingsstoornissen zijn nauw verwant en soms moeilijk te onderscheiden. Hun belangrijkste symptomen zijn een aanhoudende neerslachtige stemming en een verlies van interesse in bijna alle dagelijkse activiteiten. Daarnaast bestaan er andere stemmingsstoornissen zoals de bipolaire stoornis, de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis en de premenstruele stemmingsstoornis. Stemmingsstoornissen zijn in te delen in twee categorieën: depressieve-stemmingsstoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen. 

  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. Dit geldt ook voor stemmingsstoornissen. In VZinfo zijn de diagnoses van stemmingsstoornissen in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. 

    Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van stemmingsstoornissen in de DSM-5 en die in de DSM-IV. Het belangrijkste verschil is dat met de DSM-IV, er geen depressieve stoornis kon worden vastgesteld bij iemand die depressieve symptomen ontwikkelde in reactie op het overlijden van een dierbare. In de DSM-5 is dit uitsluitingscriterium weggelaten, en is het aan de clinicus om te bepalen of de symptomen beter passen bij een te verwachten rouwpatroon, of een depressieve stoornis. 

    Andere veranderingen zijn de toevoeging van nieuwe classificaties (bijvoorbeeld de premenstruele stemmingsstoornis) en specificaties (bijvoorbeeld aanwezigheid van angst). Ook hebben de depressieve-stemmingsstoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen nu hun eigen hoofdstuk. 

    Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van stemmingsstoornissen in Nederland. 

  • Definitie van de depressieve stoornis

    Het huidige handboek voor psychische stoornissen (DSM-5; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014) stelt dat er sprake is van een depressieve stoornis wanneer aan alle van de volgende criteria (A t/m E) is voldaan:
               
    Criteria ter classificatie van de depressieve stoornis

    A Minstens vijf van de volgende symptomen zijn minstens twee weken aaneengesloten aanwezig geweest en wijken af van het eerdere functioneren; ze zijn gedurende het grootste deel van de dag en bijna elke dag aanwezig; minstens één van de symptomen is ofwel (1) een sombere stemming, ofwel (2) verlies van interesse of plezier:
      1. Sombere stemming
      2. Verlies van interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten
      3. Significant gewichtsverlies zonder dieet, gewichtstoename, of duidelijk afgenomen of toegenomen eetlust
      4. Slaapproblemen
      5. Psychomotorische traagheid of juist opwinding
      6. Vermoeidheid of verlies van energie
      7. Gevoelens van waardeloosheid of extreme/onterechte schuld
      8. Verminderd denkvermogen, concentratie, of besluiteloosheid
      9. Preoccupatie met de dood, bijvoorbeeld suïcidegedachten
    B De symptomen veroorzaken sterk lijden of beperkingen in belangrijke gebieden van functioneren
    C De symptomen kunnen niet worden toegeschreven aan een middel of somatische aandoening
    D De symptomen kunnen niet verklaard worden door een psychotische stoornis
    E Er heeft zich nooit een manie of hypomanie voorgedaan

     

    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst of psychotische kenmerken, de ernst en het beloop van de stoornis. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron | DOI
  • Definitie van dysthymie

    Het huidige handboek voor psychische stoornissen (DSM-5; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014) stelt dat er sprake is van dysthymie wanneer aan alle van de volgende criteria (A t/m H) is voldaan:

    Criteria ter classificatie van dysthymie

    A Sombere stemming; gedurende twee jaar; dit is het grootste deel van de dag en meer dagen wel dan niet aanwezig
    B 1. Slechte eetlust of teveel eten 
      2. Slaapproblemen
      3. Weinig energie of vermoeidheid 
      4. Gering gevoel van eigenwaarde 
      5. Slechte concentratie of besluiteloosheid 
      6. Gevoelens van hopeloosheid
    C Gedurende de periode van twee jaar is er nooit een klachtenvrije periode van langer dan twee maanden
    D Depressieve stoornis kan aanwezig zijn
    E Er heeft zich nooit een manie of hypomanie voorgedaan 
    F De symptomen kunnen niet verklaard worden door een psychotische stoornis
    G De symptomen kunnen niet verklaard worden door een middel of somatische aandoening
    H De symptomen veroorzaken sterk lijden of beperkingen in belangrijke gebieden van functioneren

     

    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst of psychotische kenmerken, de ernst en het beloop van de stoornis.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron | DOI
  • Definitie van bipolaire stoornissen

    Er zijn verschillende soorten bipolaire stoornissen: de bipolaire-I-stoornis, bipolaire-II-stoornis en de cyclothyme stoornis. Deze stoornissen  worden gekenmerkt door manie, hypomanie, depressie of een combinatie van deze. Bij de bipolaire-I-stoornis is sprake van manie (en eventueel depressie), bij de bipolaire-II-stoornis van hypomanie (en eventueel depressie) en bij de cyclothyme stoornis van milde vormen van depressie en hypomanie. 

    De criteria voor depressieve episodes in bipolaire stoornissen komen overeen met de genoemde criteria A t/m C van de depressieve stoornis. Het huidige handboek voor psychische stoornissen (DSM-5; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014) stelt dat er sprake is van een manische of hypomanische episode wanneer aan de volgende criteria is voldaan:

    Criteria ter classificatie van een manische episode

    A Duidelijk herkenbare periode met extreem verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming, en extreem verhoogde doelgerichte activiteit of energie; dit is gedurende minstens één week, bijna elke dag en het grootste deel van de dag aanwezig
    B Tijdens de periode van deze toegenomen energie of activiteit zijn minstens drie van de volgende kenmerken aanwezig:
      1. Opgeblazen gevoel van eigenwaarde, of grandiositeit
      2. Verminderde behoefte aan slaap
      3. Spraakzamer dan gebruikelijk of spreekdrang
      4. Gedachtevlucht of het ervaren van gejaagde gedachten
      5. Betrokkene is sneller afgeleid dan normaal
      6. Toename van doelgerichte activiteit (bijvoorbeeld op sociaal- beroepsmatig- of seksueel vlak)
      7. Excessief bezig zijn met activiteiten waarbij een grote kans bestaat op pijnlijke gevolgen (bijvoorbeeld onbezonnen koopzucht of zakelijke investeringen)
    C De symptomen veroorzaken verstoringen in belangrijke levensgebieden, vereisen opname in een ziekenhuis, of er zijn psychotische kenmerken
    D De episode kan niet worden verklaard door een middel of somatische aandoening

     

    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst of psychotische kenmerken, de ernst en het beloop van de stoornis.

     

    Criteria ter classificatie van een hypomanische episode

    A Duidelijk herkenbare periode met extreem verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming, extreem verhoogde doelgerichte activiteit of energie; dit is gedurende minstens vier dagen, bijna elke dag en het grootste deel van de dag aanwezig
    B Tijdens de periode van deze toegenomen energie of activiteit zijn minstens drie van de volgende kenmerken aanwezig:
      1. Opgeblazen gevoel van eigenwaarde, of grandiositeit
      2. Verminderde slaapbehoefte
      3. Spraakzamer dan gebruikelijk of spreekdrang
      4. Gedachtevlucht of het ervaren van gejaagde gedachten
      5. Betrokkene is sneller afgeleid dan normaal
      6. Toename van doelgerichte activiteit (bijvoorbeeld op sociaal-, beroepsmatig- of seksueel vlak)
      7. Excessief bezig zijn met activiteiten waarbij een grote kans bestaat op pijnlijke gevolgen (bijvoorbeeld onbezonnen koopzucht of zakelijke investeringen)
    C De episode gaat gepaard met een duidelijke verandering in het functioneren die niet kenmerkend is voor de betrokkene
    D De verhoogde stemming en veranderingen in het functioneren kunnen door anderen worden waargenomen
    E De episode is niet ernstig genoeg om duidelijke beperkingen in functioneren te veroorzaken of opname in een ziekenhuis noodzakelijk te maken; als er psychotische kenmerken aanwezig zijn is er sprake van manie
    F De episode kan niet worden verklaard door een middel


    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst, de ernst en het beloop van de stoornis.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron | DOI
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van stemmingsstoornissen

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van stemmingsstoornissen (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van stemmingsstoornissen is gebruikgemaakt van twee andere huisartsenregistraties: FaMe-net en RNH. Deze registraties registreren al vele jaren het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk. De registratie van FaMe-net gaat terug tot 1971, toen nog onder de naam CMR Nijmegen. De registratie van RNH-Limburg gaat terug tot 1987. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn heeft gegevens over een kortere periode en wordt daarom niet gebruikt voor de beschrijving van de trends.

    De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-codes zijn P73 en P76. P73 staat voor 'affectieve psychose' en omvat de bipolaire-stemmingsstoornissen: manische episode, bipolaire affectieve stoornis en cyclothymie. P76 staat voor 'depressie' en omvat de volgende depressieve-stemmingsstoornissen: depressieve episode, recidiverende depressieve stoornis, dysthymie, overige gespecificeerde persisterende stemmingsstoornissen, persisterende stemmingsstoornis, andere stemmingsstoornissen, niet gespecificeerde stemmingsstoornis, gemengde angststoornis en depressieve stoornis en lichte psychische stoornissen en gedragsstoornissen in samenhang met puerperium, niet elders geclassificeerd. 

  • Bevolkingsonderzoek stemmingsstoornissen

    Gegevens over het vóórkomen van stemmingsstoornissen op bevolkingsniveau komen uit het NEMESIS-onderzoek onder 18- tot 65-jarigen (Bijl et al., 1997; Bijl et al., 1997; de Graaf et al., 2010). NEMESIS-1 was gebaseerd op een landelijke steekproef onder 7.076 personen bij wie in 1996 een psychiatrisch interview is afgenomen met behulp van de CIDI (Composite International Diagnostic Interview). Dezelfde respondenten zijn daarna nog tweemaal benaderd voor een follow-upmeting tussen 1997 en 1999.

    NEMESIS-2 is gebaseerd op een landelijke steekproef onder 6.646 personen bij wie tussen 2007 en 2009 een psychiatrisch interview is afgenomen met behulp van de CIDI 3.0. Dezelfde respondenten zijn tussen 2010 en 2012 nogmaals benaderd voor follow-updeelname. De cijfers over het vóórkomen van stemmingsstoornissen zijn afkomstig uit de eerste meting; de cijfers over incidentie uit de tweede meting. Alle cijfers zijn vervolgens door het RIVM omgerekend naar het jaar 2011.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NEMESIS-2, Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Bijl RV, van Zessen G, Ravelli ACJ, de Rijk C, Langendoen Y. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. I. Doelstellingen, opzet en methoden. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2448-52. Bron
    2. Bijl RV, van Zessen G, Ravelli ACJ. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. II. Prevalentie van psychiatrische stoornissen. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2453-60. Bron
    3. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  • Sterfte door stemmingsstoornissen

    Sterfte met een stemmingsstoornis als primaire doodsoorzaak is vastgesteld op basis van gegevens uit de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • European Health Interview Survey (EHIS)

    Het European Health Interview Survey (EHIS) heeft als doel om op een geharmoniseerde manier en met een hoge mate van vergelijkbaarheid tussen EU-lidstaten de gezondheidsstatus en gezondheidsdeterminanten (inclusief milieu) te meten. Ook wordt het gebruik en toegang tot gezondheidszorg van de EU-burgers gemeten. De dekking van de enquête is de bevolking van 15 jaar of ouder die deel uitmaakt van particuliere huishoudens en woont op het grondgebied van het betreffende land.

    EHIS is ontwikkeld tussen 2003 en 2006. Het bestaat uit vier modules over gezondheidsstatus, gezondheidsdeterminanten, gezondheidszorg en achtergrondvariabelen. De eerste wave van EHIS (EHIS-ronde 2008) werd tussen 2006 en 2009 in 17 EU-lidstaten, en in Zwitserland en Turkije uitgevoerd. De tweede wave (EHIS ronde 2014) is tussen 2013 en 2015 uitgevoerd in alle EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen.

    EHIS omvat de volgende onderwerpen:

    • Gezondheidsstatus
      Dit onderwerp bevat verschillende dimensies van gezondheidsstatus en beperkingen voor gezondheidsgerelateerde activiteiten 
    • Gezondheidszorg
      Dit onderwerp behandelt het gebruik van verschillende soorten geneesmiddelen en formele en informele gezondheids- en sociale zorgdiensten, die worden aangevuld met gegevens over gezondheidsgerelateerde uitgaven en beperkingen in toegang tot en voldoening aan gezondheidszorgdiensten
    • Gezondheidsdeterminanten
      Dit onderwerp bevat diverse individuele en milieu-gezondheidsdeterminanten. 
    • Achtergrondvariabelen op demografie en sociaal-economische status
      Alle indicatoren worden uitgedrukt in percentages van de bevolking en de statistieken worden verdeeld over leeftijd en geslacht en een andere dimensie, zoals het opleidingsniveau, de inkomstenkwintielgroep of de arbeidsstatus.

    Bron: EHIS metadata (Eurostat, 2016)

  • Kosten van depressie

    De kosten van depressie zijn afkomstig van de Kosten van Ziektenstudie. De ICD-9-codes voor depressie zijn 296, 300.4 en 311. De belangrijkste databronnen die gebruikt worden bij het toewijzen van kosten naar ziekte, leeftijd geslacht en zorgfunctie zijn te vinden in onderstaande tabel.

    Organisatie

    Bron

      Openbare gezondheidszorg en preventie

    CBS

    Bevolkingsstatistiek

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    Erasmus MC, RIVM

    Kosten van Preventiestudie 2007

    NIVEL

    LINH

    NVI

    Jaarverslag

    RIVM

    Bevolkingsonderzoek borstkanker

    RIVM

    Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

     

    Geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang

    DIS

    DBC-ggz

    VEKTIS

    DGZ, BASIC

     

    Ambulancezorg en vervoer

    RIVM

    Steekproef in 2003 van Regionale Ambulance Voorzieningen

     

    Ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    DIS

    DBC- medisch specialistische zorg

    NZa

    NZa-datawarehouse

    VEKTIS

    BASIC, Infomatiesysteem Ziekenhuiszorg

     

    Overige zorgaanbieders

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    CBS

    Reïntegratie: aantal beëindigde uitkeringen

    Erasmus MC, RIVM

    Kosten van Preventiestudie 2007

    IGZ

    Jaarrapport afbreking zwangerschap

     

    Ouderenzorg

    ARCARIS

    LZV 2003 (diagnose)

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    NIVEL

    LINH

     

    Genees- en hulpmiddelen, lichaamsmaterialen

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    CVZ

    GIP databank geneesmiddelen

    CVZ

    Farmacotherapeutisch Kompas

    CVZ

    Databank hulpmiddelen

    VEKTIS

    BASIC

     

    Eerstelijnszorg

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    NIVEL

    LINH

    NIVEL

    LiPZ

    NMT

    Peilstations

    NPI & NVFK

    Kinderfysiotherapie in de eerste lijn

    VEKTIS

    BASIC, ELIS

     

    Gehandicaptenzorg

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    VGN

    Databestand Vraaggestuurde Bekostiging

    SCP

    Tabellen vraag en gebruik gehandicaptenzorg 1998-2011

     

    Welzijnszorg

    CBS

    Enquête welzijnswerk en kindercentra

    CBS

    POLS

    CBS

    Bevolkingsopbouw doelgroep (gebruikt bij internaten, asielopvang en overige welzijnszorg)

     

    Beheer

    RIVM

    Naar rato kosten binnen financieringstype verdeeld

     

    Algemeen

    NZa

    Tariefbeschikkingen (diverse sectoren)

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.