Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sociaaleconomische statusCijfers & ContextOpleiding

Cijfers & Context

Jonge mensen hoger opgeleid dan ouderen

Regionaal & Internationaal

Lagere status in steden en Noord-Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Opleidingsniveau

Bijna een derde van de bevolking hoogopgeleid

In 2014 was 30% van de 25-plussers hoogopgeleid. Hoogopgeleid betekent dat zij een hbo- of universitaire opleiding hebben afgerond. Het percentage mensen met een middelhoog opleidingsniveau (havo-,vwo- of mbo-diploma) was 39% en 20% had een vmbo-diploma, mbo 1 of avo onderbouw. De groep laagopgeleiden (alleen basisonderwijs) was in 2014 het kleinst met 10%. Onder mannen was deze groep kleiner dan onder vrouwen (8% tegenover 12%). De groep hoogopgeleiden was bij mannen juist groter met 32% tegenover 28% bij de vrouwen (CBS StatLine, 2016).
 

Meer informatie

 

Experts en redactie

Opleidingsniveau naar leeftijd

Opleidingsniveau naar leeftijd, 2014

basisonderwijsvmbo, mbo 1, avo onderb.havo, vwo, mbohbo, universiteit
25-34 jarigen4114144
35-44 jarigen6134237
45-54 jarigen7184430
55-64 jarigen12233827
65+19313217

Bron: CBS StatLine

  • Mbo 1: laagste niveau beroepsonderwijs.
  • Avo onderbouw: eerste drie jaren havo/vwo, mulo, ulo en theoretische en gemengde leerwegen vmbo.

Jonge mensen hoger opgeleid dan ouderen

Onder jonge mensen was de groep hoogopgeleiden (hbo of universteit afgerond) in 2014 groter dan onder ouderen. Bijna de helft van de 25-34 jarigen (44%) had hbo of universteit als hoogst behaald opleidingsniveau; onder 65-plussers was dit 17%. Voor de 65-plussers geldt dat juist de groep laagopgeleiden (alleen basisonderwijs) groter was dan onder de jongeren. In 2014 had 19% van de 65-plussers alleen basisonderwijs als hoogst afgeronde opleiding; onder 25-34 jarigen was dit 4% (CBS StatLine, 2016).
 

Meer informatie

Experts en redactie

Opleidingsniveau naar leeftijd en geslacht

Opleidingsniveau naar leeftijd en geslacht, 2014

leeftijdbasisonderwijsvmbo, mbo 1, avo onderb.havo, vwo, mbohbo, universiteit
25-34Mannen4124339
25-34Vrouwen493848
35-44Mannen6144236
35-44Vrouwen6124238
45-54Mannen7174331
45-54Vrouwen7184528
55-64Mannen10184031
55-64Vrouwen14273622
65+Mannen13243724
65+Vrouwen24362711

Bron: CBS StatLine

  • Mbo 1: laagste niveau beroepsonderwijs.
  • Avo onderbouw: eerste drie jaren havo/vwo, mulo, ulo en theoretische en gemengde leerwegen vmbo.

Jonge vrouwen hoger opgeleid dan jonge mannen

Onder 25-34 jarigen waren in 2014 de vrouwen hoger opgeleid dan de mannen. Van deze jonge vrouwen had 48% een hbo- of universitaire opleiding afgerond tegenover 39% van de mannen in dezelfde leeftijdsgroep. De groep laagopgeleiden (alleen basisonderwijs) was onder 25-34 jarigen mannen en vrouwen even groot (4%). Onder 65-plussers was de groep hoogopgeleiden groter onder mannen (24% tegenover 11% van de vrouwen). In deze leeftijdsgroep zijn ook relatief meer laagopgeleiden onder vrouwen (24%) dan onder mannen (13%) (CBS StatLine, 2016).

Meer informatie

 

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Sociaaleconomische status regionaal

    Sociaaleconomische status (SES) staat voor de positie van mensen op de maatschappelijke ladder met het daaraan verbonden aanzien en prestige. De sociale status van een wijk is afgeleid van een aantal kenmerken van mensen die er wonen: opleiding, inkomen en de positie op de arbeidsmarkt (SCP

  • Wat is sociaaleconomische status?

    Sociaaleconomische status: definities

    Er zijn verschillende definities van sociaaleconomische status. Een wat oudere definitie is dat sociaaleconomische status de relatieve positie is van een individu, gezin of groep binnen een hiërarchische sociale structuur, die is gebaseerd op toegang tot of controle over rijkdom, macht en prestige (Mueller & Parcel, 1981). Een latere definitie is dat sociaaleconomische status de mate aangeeft waarin personen, gezinnen, huishoudens en geografische gebieden de mogelijkheid hebben om maatschappelijk gewaardeerde goederen te creëren of consumeren (Miech & Hauser, 2001). Wat verschillende definities gemeen hebben, is dat sociaaleconomische status gerelateerd aan gezondheid(szorg), de toegang van een individu of groep omvat tot de middelen die nodig zijn om een goede gezondheid te krijgen en te houden (Shavers, 2007).

    Opleiding, inkomen en beroep zijn indicatoren voor sociaaleconomische status

    Traditionele indicatoren voor sociaaleconomische status zijn opleiding, inkomen en beroep (Shavers, 2007). Elk van deze indicatoren kan een ander aspect van sociaaleconomische status omvatten en de indicatoren zijn onderling niet uitwisselbaar (Stewart, 2009). Wat opleiding betreft als indicator voor sociaaleconomische status, kan de aandacht bijvoorbeeld uitgaan naar het aantal jaren opleiding, het hoogst gevolgde opleidingsniveau of behaalde diploma’s. Inkomen als indicator van sociaaleconomische status omvat bijvoorbeeld het persoonlijk jaarinkomen of het inkomen van een huishouden of gezin. Bij beroep als indicator van sociaaleconomische status richt onderzoek zich bijvoorbeeld op de arbeidssituatie (werkeloos of niet), het beroepsniveau, de fysieke werkomgeving of het aanzien van een beroep (Shavers, 2007). Sommige onderzoekers voegen nog een vierde indicator toe, namelijk rijkdom (vermogen, bezittingen, materiële welstand). Deze indicator weerspiegelt de overdracht van materiële middelen tussen generaties (van Oyen et al., 2011) en is een weergave van het inkomen dat gedurende de levensloop is genoten (Kunst, 2010).

    Er zijn ook contextuele indicatoren voor sociaaleconomische status

    Naast opleiding, inkomen en beroep - de compositorische (aan het individu gebonden) indicatoren voor sociaaleconomische status - zijn er ook contextuele indicatoren. Deze hebben betrekking op de sociale en economische kenmerken van de omgeving waarin iemand verblijft. Bij omgeving als indicator voor sociaaleconomische status kan de aandacht uitgaan naar postcodegebieden of andere geografische gebieden als gemeenten, regio’s, provincies of landen. Om de sociaaleconomische status van geografische gebieden in kaart te brengen, gaat de aandacht bijvoorbeeld uit naar de gemiddelde waarde van de huizen, het percentage personen dat leeft beneden de armoedegrens of met het laagste beroepsniveau, het percentage eenoudergezinnen, het aandeel werkelozen of het gemiddeld inkomen per persoon in het betreffende gebied (Shavers, 2007).

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mueller C.W., Parcel T.L. Measures of socioeconomic status: Alternatives and recommendations. Child Development, . 1981;52 :13-30. Bron
    2. Miech RA, Hauser RM. Socioeconomic status and health at midlife. A comparison of educational attainment with occupation-based indicators. Ann Epidemiol. 2001;11(2):75-84. Pubmed
    3. Shavers VL. Measurement of socioeconomic status in health disparities research. J Natl Med Assoc. 2007;99(9):1013-23. Pubmed
    4. Stewart J. Research Network on Socioeconomic Status and Health. San Francisco: MacArthur; 2009. Bron
    5. van Oyen H, Deboosere P, Lorant V. Sociale ongelijkheden in gezondheid in België. Gent: Academia Press; 2011. Bron
    6. Kunst AE. Een overzicht van sociaal-economische verschillen in gezondheid in Europa. In: De gezonde levensloop: Een geschenk van vele generaties. Amsterdam: Amsterdam University Press; 2010. 3. p. 39-57p. Bron
Bronverantwoording
  • Sociaaleconomische status regionaal

    In het rapport 'Van hoog naar laag, van laag naar hoog' (SCP, 1998) is voor elke vierpositie postcode een SES-score berekend. Naar aanleiding hiervan zijn voor de jaren 1998, 2002, 2006, 2010 en 2014 statusscores beschikbaar gemaakt. In 2010 is de berekening aangepast. Er worden vier variabelen gebruikt bij het bepalen van de sociaaleconomische status:

    • gemiddeld inkomen
    • percentage mensen met een laag inkomen
    • percentage laag opgeleiden
    • percentage mensen dat niet werkt 

    Op deze gegevens is met een factoranalyse per vierpositie postcodegebied een score bepaald. Deze score is voor de kaart ingedeeld in zeven groepen oplopend van lage naar hoge status. De gegevens zijn vervolgens geïnterpoleerd naar vakjes (grids) van 500 * 500 meter om het kaartbeeld wat eenvoudiger te kunnen interpreteren.

  • Sociaaleconomische status Statline

    De cijfers over sociaaleconomische status zijn gebaseerd op gegevens uit de Statlinedatabank van het CBS.