Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Sociaaleconomische statusCijfers & ContextOpleiding

Cijfers & Context

Jonge mensen hoger opgeleid dan ouderen

Regionaal & Internationaal

Lagere status in steden en Noord-Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Opleidingsniveau

Opleidingsniveau 2018

Volwassenen van 25 jaar en ouder
Laag onderwijsMiddelbaar onderwijsHoog onderwijs
Hele bevolking 293833
Mannen254034
Vrouwen323632
  • Laag onderwijs: basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/vwo en entreeopleiding, voormalige assistentenopleiding (mbo1)
  • Middelbaar onderwijs: bovenbouw van havo/vwo, basisberoepsopleiding (mbo2), vakopleiding (mbo3), middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4)
  • Hoog onderwijs: hbo, wo

Bijna een derde van de bevolking hoogopgeleid

In 2018 was 33% van de 25-plussers hoogopgeleid. Het percentage mensen met een middelbaar opleidingsniveau was 38%, en 29% was laagopgeleid. Onder mannen was het percentage laagopgeleiden lager dan onder vrouwen (25 tegenover 32%). Het percentage middelbaar- en hoogopgeleiden was onder mannen juist hoger dan onder vrouwen.

Meer informatie

 

Experts en redactie

Datum publicatie

01-10-2019

Opleidingsniveau naar leeftijd

Opleidingsniveau naar leeftijd 2018

LeeftijdLaag onderwijsMiddelbaar onderwijsHoog onderwijs
25-44144046
45-64274132
65+513118
  • Laag onderwijs: basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/vwo en entreeopleiding, voormalige assistentenopleiding (mbo1)
  • Middelbaar onderwijs: bovenbouw van havo/vwo, basisberoepsopleiding (mbo2), vakopleiding (mbo3), middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4)
  • Hoog onderwijs: hbo, wo

Jonge mensen hoger opgeleid dan ouderen

Onder jonge mensen is het percentage hoogopgeleiden in 2018 hoger dan onder ouderen. Bijna de helft van de 25-44-jarigen (46%) had hbo of universteit (wo) als hoogst behaald opleidingsniveau; onder 65-plussers was dit 18%. Onder 65-plussers is het percentage laagopgeleiden juist hoger was dan het percentage jongeren met een laag onderwijsniveau. In 2018 was 51% van de 65-plussers laagopgeleid; onder 25-44-jarigen was dit 14%.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

01-10-2019

Opleidingsniveau naar leeftijd en geslacht

Opleidingsniveau naar leeftijd en geslacht 2018

LeeftijdLaag onderwijsMiddelbaar onderwijsHoog onderwijs
25-44Mannen164242
25-44Vrouwen123850
45-64Mannen254134
45-64Vrouwen294229
65+Mannen393624
65+Vrouwen622613
  • Laag onderwijs: basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/vwo en entreeopleiding, voormalige assistentenopleiding (mbo1)
  • Middelbaar onderwijs: bovenbouw van havo/vwo, basisberoepsopleiding (mbo2), vakopleiding (mbo3), middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4)
  • Hoog onderwijs: hbo, wo

Jonge vrouwen hoger opgeleid dan jonge mannen

Het percentage hoogopgeleide jonge vrouwen is hoger dan het percentage hoogopgeleide jonge mannen. In 2018 had 50% van de 25-44-jarige vrouwen een hbo- of universitaire (wo) opleiding afgerond tegenover 42% van de mannen in dezelfde leeftijdsgroep. Het percentage laagopgeleide mannen (16%) is in deze leeftijdsgroep juist iets hoger dan het percentage laagopgeleide vrouwen (12%). Onder 65-plussers was het percentage hoogopgeleiden hoger onder mannen (24%) dan onder vrouwen (13%). In deze leeftijdsgroep is het percentage laagopgeleide vrouwen (62%) juist groter dan het percentage laagopgeleide mannen (39%).

Meer informatie

 

Experts en redactie

Datum publicatie

01-10-2019

Verantwoording

Definities
  • Wat is sociaaleconomische status?

    Sociaaleconomische status: definities

    Er zijn verschillende definities van sociaaleconomische status. Een wat oudere definitie is dat sociaaleconomische status de relatieve positie is van een individu, gezin of groep binnen een hiërarchische sociale structuur, die is gebaseerd op toegang tot of controle over rijkdom, macht en prestige (Mueller & Parcel, 1981). Een latere definitie is dat sociaaleconomische status de mate aangeeft waarin personen, gezinnen, huishoudens en geografische gebieden de mogelijkheid hebben om maatschappelijk gewaardeerde goederen te creëren of consumeren (Miech & Hauser, 2001). Wat verschillende definities gemeen hebben, is dat sociaaleconomische status gerelateerd aan gezondheid(szorg), de toegang van een individu of groep omvat tot de middelen die nodig zijn om een goede gezondheid te krijgen en te houden (Shavers, 2007).

    Naast opleiding zijn inkomen en beroep indicatoren voor sociaaleconomische status

    Binnen Volksgezondheidenzorg.info wordt het hoogst behaalde opleidingsniveau als indicator gebruikt voor sociaaleconomische status. Naast opleiding zijn inkomen en beroep traditionele indicatoren voor sociaaleconomische status zijn (Shavers, 2007). Elk van deze indicatoren kan een ander aspect van sociaaleconomische status omvatten en de indicatoren zijn onderling niet uitwisselbaar (Stewart, 2009). Bij opleiding als indicator voor sociaaleconomische status kan de aandacht bijvoorbeeld uitgaan naar het aantal jaren opleiding, het hoogst gevolgde opleidingsniveau of behaalde diploma’s. Inkomen als indicator van sociaaleconomische status omvat bijvoorbeeld het persoonlijk jaarinkomen of het inkomen van een huishouden of gezin. Bij beroep als indicator van sociaaleconomische status richt onderzoek zich bijvoorbeeld op de arbeidssituatie (werkeloos of niet), het beroepsniveau, de fysieke werkomgeving of het aanzien van een beroep (Shavers, 2007). Sommige onderzoekers voegen nog een vierde indicator toe, namelijk rijkdom (vermogen, bezittingen, materiële welstand). Deze indicator weerspiegelt de overdracht van materiële middelen tussen generaties (van Oyen et al., 2011) en is een weergave van het inkomen dat gedurende de levensloop is genoten (Kunst, 2010).

    Er zijn ook contextuele indicatoren voor sociaaleconomische status

    Naast opleiding, inkomen en beroep - de compositorische (aan het individu gebonden) indicatoren voor sociaaleconomische status - zijn er ook contextuele indicatoren. Deze hebben betrekking op de sociale en economische kenmerken van de omgeving waarin iemand verblijft. Bij omgeving als indicator voor sociaaleconomische status kan de aandacht uitgaan naar postcodegebieden of andere geografische gebieden als gemeenten, regio’s, provincies of landen. Om de sociaaleconomische status van geografische gebieden in kaart te brengen, gaat de aandacht bijvoorbeeld uit naar de gemiddelde waarde van de huizen, het percentage personen dat leeft beneden de armoedegrens of met het laagste beroepsniveau, het percentage eenoudergezinnen, het aandeel werklozen of het gemiddeld inkomen per persoon in het betreffende gebied (Shavers, 2007).

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mueller C.W., Parcel T.L. Measures of socioeconomic status: Alternatives and recommendations. Child Development, . 1981;52 :13-30. Bron
    2. Miech RA, Hauser RM. Socioeconomic status and health at midlife. A comparison of educational attainment with occupation-based indicators. Ann Epidemiol. 2001;11(2):75-84. Pubmed
    3. Shavers VL. Measurement of socioeconomic status in health disparities research. J Natl Med Assoc. 2007;99(9):1013-23. Pubmed
    4. Stewart J. Research Network on Socioeconomic Status and Health. San Francisco: MacArthur; 2009. Bron
    5. van Oyen H, Deboosere P, Lorant V. Sociale ongelijkheden in gezondheid in België. Gent: Academia Press; 2011. Bron
    6. Kunst AE. Een overzicht van sociaal-economische verschillen in gezondheid in Europa. In: De gezonde levensloop: Een geschenk van vele generaties. Amsterdam: Amsterdam University Press; 2010. 3. p. 39-57p. Bron
Bronverantwoording
  • Sociaaleconomische status regionaal

    In het rapport 'Van hoog naar laag, van laag naar hoog' (SCP, 1998) is voor elke vierpositie postcode een SES-score berekend. Naar aanleiding hiervan berekent het SCP sinds die tijd eens per vier jaar de scores van de postcodegebieden en stelt deze via de website van het SCP beschikbaar. In 2010 is de berekening aangepast. Er worden vier variabelen gebruikt bij het bepalen van de sociaaleconomische status:

    • gemiddeld inkomen
    • percentage mensen met een laag inkomen
    • percentage laag opgeleiden
    • percentage mensen dat niet werkt 

    Op deze gegevens is met een factoranalyse per vierpositie postcodegebied een score bepaald. Deze score is voor de kaart ingedeeld in zeven groepen oplopend van lage naar hoge status.

  • Sociaaleconomische status Statline

    De cijfers over sociaaleconomische status zijn gebaseerd op gegevens uit de Statlinedatabank van het CBS.