Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SoaCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Chlamydia is de meest voorkomende soa

Regionaal & Internationaal

Centrum seksuele gezondheid bij vrijwel elke GGD

Kosten

Zorguitgaven soa 73 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Aantal ziekenhuisopnamen voor soa afgenomen

Trend soa-diagnosen

Aantal testen en positieve testen soa Centra Seksuele Gezondheid 2009-2018

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
2009325844429116332,012,111,619,9
2010351125017719579,012,812,019,4
2011374345384921783,013,512,619,9
2012385165804024640,014,713,319,8
2013408726510427497,013,913,219,2
2014408567021929939,015,213,819,9
2015357196599134442,017,315,220,9
2016350656760040340,019,116,221,2
2017352426937545553,019,616,320,5
2018330416871049873 18,916,120,6
  • MSM = Mannen die seks hebben met mannen

Percentage soa-diagnosen bij Centra Seksuele gezondheid stijgt

Het percentage bezoekers waarbij één of meer soa werd gevonden, is gestegen over de tijd: van 13,6% in 2010 naar 18,2% in 2018. Chlamydia blijft de meest voorkomende soa onder heteroseksuelen. Onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) werd vaker gonorroe dan chlamydia gevonden. Het aantal consulten bij CSG's is sinds 2009 gestegen van 93.207 naar 152.217 consulten in 2018. Het aantal consulten is vrijwel gelijk aan 2017. Het aantal consulten nam ten opzichte van 2017 toe onder MSM (+9,5%) en nam af onder vrouwen (-6,3%) en heteroseksuele mannen (-1,0%) (Slurink et al., 2019).

Naar schatting 307.400 soa-gerelateerde consulten bij de huisarts

Het totale aantal soa-gerelateerde (infecties en ‘angst voor soa’) episodes dat bij de huisarts werd geregistreerd in 2017 is het dubbele van het aantal bij de Centra Seksuele Gezondheid, met naar schatting 307.400 episodes (18,0 per 1.000 personen). Dit is een toename ten opzichte van 2016 (281.300 episodes) en 2015 (267.400 episodes). Het aantal soa-gerelateerde episodes per 1.000 inwoners steeg voornamelijk bij personen ouder dan 25 (15,9 in 2015, 16,9 in 2016 en 18,5 in 2017) (Slurink et al., 2019).

Meer informatie

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend chlamydia diagnosen

Aantal testen en positieve testen chlamydia 2009-2018

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
200932366441061621910,810,69,9
201034996500441951911,311,110,3
201137298537352173312,111,410,5
201238383579542456513,312,210,5
201340741650192742912,812,29,6
201440755701072982413,912,910,2
201535628658673431416,114,210,1
201635002675334021818,015,410,0
201735193692844545418,315,49,5
201833006686324971517,715,09,8
  • MSM = mannen die seks hebben met mannen

Chlamydia is de meest voorkomende (bacteriële) soa 

In 2018 kregen 20.021 mensen de diagnose chlamydia binnen de Centra Seksuele Gezondheid (CSG). Dat is 13,9% van de mensen die zich hebben laten testen. Ten opzichte van 2017 een daling van 1,8%. Chlamydia de meest voorkomende bacteriële soa in de registraties van de CSG. Het percentage vrouwen en heteroseksuele mannen met chlamydia is de afgelopen 3 jaar stabiel (respectievelijk 15 en 18%), na een aanhoudende stijging in de voorgaande jaren. Voor MSM ligt dit percentage al jaren rond de 10% (Slurink et al., 2019).

Huisarts diagnosticeerde ruim 39.800 chlamydia-infecties in 2017

Huisartsen stelden in 2017 naar schatting bij ruim 39.800 personen chlamydia vast (2,3 infecties per 1.000 personen). Chlamydia komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen (2,6 per 1.000 vrouwen; 2,0 per 1.000 mannen). Dit aantal is ten opzichte van 2016 stabiel (Slurink et al., 2019). 

Meer informatie

 

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend LGV-diagnosen Centra Seksuele Gezondheid

Toename aantal diagnose LGV

Het aanta LGV (Lymphogranuloma venereum; een ernstig type chlamydia-infectie bij mannen) diagnosen is met 3% toegenomen in 2018 tot 278 gevallen (inclusief het aantal niet-geregistreerde gevallen in de database). In 2013 waren 80% van de personen met een LGV diagnose hiv-positief. Dit percentage nam af tot 50% in 2018, wat verklaard kan worden door een toename van LGV bij hiv-negatieve MSM (Slurink et al., 2019).

Meer informatie

 

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend gonorroediagnosen

Aantal testen en positieve gonorroetesten 2009-2018

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
200932.36044.07516.2161,51,28,7
201034.98350.01219.5151,61,38,3
201137.26953.68521.7361,91,79,0
201235.62450.25824.5612,11,99,3
201337.74855.89027.4411,71,89,3
201437.71059.15729.8211,91,89,5
201535.51665.56534.3251,91,610,7
201635.00267.52440.2181,71,411,3
201735.18969.28145.4531,91,611,0
201833.00168.62049.7242,01,711,2
  • MSM = mannen die seks hebben met mannen

In 2018 toename aantal gonorroediagnosen

Het aantal gonorroe diagnoses bij de CSG’s is met 9% toegenomen tot 7.362 diagnoses in 2018 vergeleken met 2017. Deze toename wordt met name verklaard door een toename van MSM met de infectie. Het gonorroe-vindpercentage bleef laag onder heteroseksuele mannen en vrouwen (2,0% en 1,7% respectievelijk). Het gonorroe-vindpercentage nam de afgelopen jaren toe bij MSM, maar is in 2018 (11,2%) vergelijkbaar met 2017 (11,0%) en 2016 (11,3%). Sinds 2015 is gonorroe, in plaats van eerder chlamydia, de meest gerapporteerde soa onder MSM (Slurink et al., 2019).

Huisarts diagnosticeerde 9.550 gonorroe in 2017

Huisartsen stelden in 2017 naar schatting bij 9.550 personen gonorroe vast (0,6 per 1.000 personen). Gonorroe komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen (0,7 per 1.000 mannen; 0,4 per 1.000 vrouwen). Dit is een toename ten op zichte van 2015 en 2016 (respectievelijk 7.900 en 8.950 (Slurink et al., 2019). 

Meer informatie

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend syfilisdiagnosen

Aantal testen en positieve testen syfilis 2009-2018

jaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
200932.23443.76516.1740,10,042,8
201034.80049.48219.4700,10,042,3
201137.09953.17821.6800,070,042,00
201234.42446.85124.5110,10,032,1
201336.26052.34527.4090,10,032,1
201436.43055.34529.8400,090,032,32
201520.38830.69934.1820,10,072,64
201619.40929.99140.0180,190,072,9
201719.33530.84245.2510,160,092,59
201816.90628.78649.4930,150,082,38
  • MSM = mannen die seks hebben met mannen

Vanaf 2016 een lichte daling onder MSM

In 2018 was het aantal syfilis-diagnoses bij de CSG bijna gelijk aan dat in 2017 (1.224 versus 1.228). Daarvan is 96 procent bij MSM vastgesteld. Dit percentage daalde na een jarenlange stijging licht, van 2,9% in 2016 naar 2,6% in 2017 en 2,4% in 2018. Het percentage vrouwen en heteroseksuele mannen met de infectie bleef in 2018 zeer laag, respectievelijk 0,1 en 0,2% (Slurink et al., 2019).

Exacte aantal nieuwe gevallen niet bekend

Het jaarlijkse aantal nieuwe gevallen van syfilis is niet exact bekend, omdat syfilis sinds 1999 niet meer aangifteplichtig is. Het aantal syfilisdiagnosen gesteld door de huisarts is zeer klein waardoor geen betrouwbare schatting gemaakt kan worden.

Meer informatie

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend hiv diagnosen Centra Seksuele gezondheid

Aantal testen en positieve testen hiv 2009-2018

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
20092990340328129000,140,12,4
20103435748953159470,10,12,00
20113688352861176520,10,12,00
20123423646635199900,10,11,5
20133611652105230050,040,051,4
20143628855094253070,070,041,1
20152028930568294210,050,060,88
20161920029591345280,060,030,76
2017187262950539429 0,10,040,65
2018168532869743496 0,070,050,51
  • MSM = mannen die seks hebben met mannen

Daling positieve testen hiv bij MSM

Het aantal positieve testen binnen Centra Seksuele Gezondheid (CSG) bij MSM afgenomen van 2,5% in 2009 naar 0,5% in 2018. Bij vrouwen en heteromannen is het percentage positieve hivtesten de afgelopen jaren stabiel (Slurink et al., 2019). 

Aantal hivtesten afgenomen

Het aantal uitgevoerde hivtesten binnen Centra Seksuele Gezondheid (CSG) is tussen 2009 en 2014 voor elke risicogroep toegenomen. Ten opzichte van 2014 is het aantal testen met uitzondering bij MSM weer afgenomen. Deze afname is een gevolg van een wijziging in het testbeleid bij jonge mensen onder de 25 jaar (Slurink et al., 2019).

Huisarts diagnosticeerde 17.798 hiv in 2017

Huisartsen stelden in 2017 naar schatting bij 17.798 personen hiv vast (1,4 per 1.000 personen). Hiv komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen (2,1 per 1.000 mannen; 0,6 per 1.000 vrouwen) (Slurink et al., 2019).  

Meer informatie

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend hiv diagnosen hiv-behandelcentra

Hiv onder jongeren stabiel

In de leeftijdsgroep boven de 50 jaar was tussen 2002 en 2013 een licht stijgende trend te zien in het aantal nieuwe hiv-diagnosen. Na 2013 is weer een daling te zien. Het aantal nieuwe hiv-diagnosen in de leeftijdsgroep onder de 19 jaar vertoonde in diezelfde periode een licht dalende trend (Slurink et al., 2019).

Aantal nieuwe hiv-diagnosen onder 20-49 jarigen na 2008 gedaald

Het aantal nieuwe hiv-diagnosen in de leeftijdsgroep 20-49 jaar steeg tussen 2002 en 2008 (van 855 naar 1.115). Daarna daalde dit aantal naar 387 in 2018 (Slurink et al., 2019).

Meer informatie

 

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend aidsdiagnosen

Incidentie van aids na 1995 sterk gedaald

Aids werd in Nederland voor het eerst geregistreerd in 1982.

  • In de periode tot 1992 steeg het aantal nieuwe gevallen (incidentie) van aids sterk.
  • Tussen 1992 en 1995 bleef de incidentie stabiel, maar vertoonde een piek in 1995.
  • Daarna daalde het aantal nieuwe gevallen van aids sterk.
  • Vanaf 1999 is de incidentie stabiel, met 200 tot 300 gevallen per jaar.
  • Vanaf 2013 sterke afname tot 88 gevallen in 2018

Langere overleving door combinatietherapie

De daling van het aantal nieuwe gevallen van aids na 1995 is te verklaren door de introductie van een nieuwe therapie voor hiv-patiënten. Sinds 1996 is de zogenaamde combinatietherapie cART (combinatie antiretrovirale therapie) algemeen beschikbaar voor hiv-patiënten. De behandeling zorgt voor een langdurig uitstel van het ontstaan van aids. Ook wordt bij aids een langere overleving bereikt via deze behandeling: binnen verschillende cohortstudies daalde de mortaliteit gemiddeld met de helft (HIV-CAUSAL Collaboration et al., 2010).

Meer informatie

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. HIV-CAUSAL Collaboration, Ray M, Logan R, Sterne JAC, Hernández-Díaz S, Robins JM, et al. The effect of combined antiretroviral therapy on the overall mortality of HIV-infected individuals. AIDS. 2010;24(1):123-37. Pubmed | DOI

Trend acute hepatitis B naar geslacht

Incidentie van acute hepatitis B 1976-2018

JaarMannenVrouwen
19763,11,4
19774,91,5
19785,22,1
19795,62,3
19806,52,8
19817,73,3
19826,32,8
19835,32,2
19845,22,2
19855,82,2
19863,81,5
19872,91,3
19882,61,5
19892,41,1
19902,51,1
19912,51,1
19922,50,8
19932,10,8
19942,20,5
19952,20,8
19962,00,5
19972,10,6
19982,20,6
19991,60,7
20002,61,0
20011,80,9
20022,60,7
20033,10,9
20043,00,5
20052,80,8
20062,20,7
20072,10,6
20082,10,7
20092,00,5
20101,90,5
20111,50,4
20121,60,4
20131,20,4
20141,20,4
20150,90,3
20161,00,3
20171,10,3
20180,90,2

Bron: RIVM-Osiris

In 2018 van acute hepatitis B 109 meldingen 

In 2018 meldden de GGD’en in totaal 101 acute hepatitis B gevallen. De incidentie van acute hepatitis B is 0,6 per 100.000 personen. Ten opzichte van 2017 (115 meldingen) is het aantal meldingen iets afgenomen. Acute hepatitis B werd in 2018 vaker vastgesteld bij mannen dan bij vrouwen. Bij mannen was de incidentie 0,9 per 100.000 inwoners, bij vrouwen 0,3 per 100.000 inwoners (Slurink et al., 2019).

Sinds 2004 afname incidentie bij mannen

Tussen 2003 en 2018 is het aantal acute hepatitis B-meldingen bij mannen afgenomen (van 3,1 naar 1,0 per 100.000). Dit heeft vooral te maken met een daling in besmetting door homo- of  iseksueel contact. Van 1970 tot 1981 steeg het aantal meldingen van acute hepatitis B sterk, van minder dan honderd tot enkele honderden gevallen per jaar. Vanaf 1981 is het aantal meldingen sterk afgenomen. Deze afname is deels te verklaren door verandering in seksueel gedrag ten gevolge van de aidsepidemie en door het in 1982 beschikbaar komen van een effectief vaccin (Slurink et al., 2019).

Meer informatie

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend genitale wratten diagnosen

Aantal testen en positieve testen genitale wratten 2009-2018

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
200932.58444.29116.3323,52,33,6
201035.11250.17719.5793,32,12,5
201137.43453.84921.7832,61,72,3
201238.51658.04024.6402,51,42,1
201340.87265.10427.4972,21,11,7
201440.85670.21929.9392,11,01,5
201535.71965.99134.4422,31,21,2
201635.06567.60040.3402,21,00,9
201735.24269.37545.5532,10,80,7
201833.00668.63249.7152,00,70,7
  • MSM = mannen die seks hebben met mannen

Zo'n 1.300 diagnosen van genitale wratten in 2018

In 2018 werden in Nederland 1.314 gevallen van genitale wratten gediagnosticeerd (gebaseerd op geregistreerde consulten) bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG). De vindpercentages zijn het hoogst bij heteroseksuele mannen. Bij vrouwen en MSM is het vindpercentage sinds 2009 gedaald. Voor heteroseksuele mannen is het vindpercentage vanaf 2013 stabiel (Slurink et al., 2019).

Huisarts diagnosticeerde 42.000 genitale wratten in 2017

Huisartsen stelden in 2017 naar schatting bij 42.000 personen genitale wratten vast (2,5 per 1.000 personen). Genitale wratten komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen (2,9 per 1.000 mannen; 2,0 per 1.000 vrouwen) (Slurink et al., 2019). Het geschatte aantal diagnosen van genitale wratten was stabiel tussen 2012 en 2016.

Meer informatie

 

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Trend genitale herpes diagnosen

Aantal testen en positieve testen herpes genitalis 2009-2018

aarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
200932.58444.29116.3320,70,70,8
201035.11250.17719.5790,70,70,6
201137.43453.84921.7830,60,50,4
201238.51658.04024.6400,60,50,5
201340.87265.10427.4970,50,50,4
201440.85670.21929.9390,30,30,4
201535.71965.99134.4420,30,30,3
201635.06567.60040.3400,40,30,4
201735.24269.37545.5530,50,30,3
201833.00668.63249.7150,40,30,3

MSM = mannen die seks hebben met mannen

Ruim 400 diagnosen van genitale herpes in 2018

In 2018 werden in Nederland 426 gevallen van genitale herpes gediagnosticeerd (gebaseerd op geregistreerde consulten) bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG). De vindpercentages zijn het hoogst bij heteroseksuele mannen. Ten opzichte van 2009 daalt het vindpercentage (Slurink et al., 2019).

Huisarts diagnosticeerde 25.800 genitale herpes in 2017

Huisartsen stelden in 2017 naar schatting bij 25.800 personen genitale herpes vast (1,5 per 1.000 personen). Genitale herpes komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen (2,2 per 1.000 vrouwen; 0,8 per 1.000 mannen). Ten opzichte van 2016 is er sprake van een lichte daling (1,3 per 1.000) (Slurink et al., 2019). 

Meer informatie

Datum publicatie

15-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Slurink IAL, van Aar F, Op de Coul ELM, Heijne JCM, van Wees DA, Hoenderboom BM, et al. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2019. GoogleScholar

Verantwoording

Definities
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen zijn bacteriële of virale infectieziekten

    Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zijn infectieziekten die meestal worden veroorzaakt door een bacterie of virus.
    •    Bacteriële soa's zijn Chlamydia, gonorroe en syfilis;
    •    Virale soa's zijn genitale wratten, hepatitis B, herpes genitalis en hiv.
    Soa's worden overgedragen via sperma, bloed, vaginaal vocht en bij contact van de slijmvliezen.

  • Chlamydia is bacteriële seksueel overdraagbare aandoening

    Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die veroorzaakt wordt door de bacterie Chlamydia trachomatis. Chlamydia kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale chlamydia) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale chlamydia).

  • LGV is een ernstig type chlamydia bij mannen

    Een specifiek type chlamydia-infectie bij mannen is Lymphogranuloma venereum (LGV). LGV heeft een ernstig ziekteverloop. Het veroorzaakt een ontsteking van de lymfeklieren, met als mogelijk gevolg genitale en anale zweren. LGV-patiënten met dergelijke zweren zijn vatbaarder voor hiv en andere soa. Bovendien kunnen zij als gevolg van de zweren eerder anderen besmetten (Bron: LCI protocol chlamydia en LGV).

  • Genitale wratten

    Genitale wratten, ook wel condylomata acuminata genoemd, is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het humaan papilloma virus (HPV), type 6 en 11. De HPV-typen 6 en 11 behoren tot de laagrisicotypen van het HPV-virus en zijn niet kankerverwekkend. De hoogrisicotypen van het HPV-virus (met name typen 16 en 18) spelen een rol bij het ontstaan van  baarmoederhalskanker (Zur Hausen, 2002). De eerste verschijnselen van genitale wratten zijn jeuk en irritatie bij de geslachtsorganen. Soms ontstaat er maar één wratje, maar bij andere personen ontstaan er veel wratten in een kort tijdsbestek. De meeste geïnfecteerden hebben geen klachten, maar ze kunnen wel hun seksuele partners besmetten. De infectie heeft een chronisch karakter en de kans is groot dat genitale wratten na een behandeling terugkomen.

  • Gonorroe

    Gonorroe, ook wel druiper genoemd, is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Gonorroe kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale gonorroe) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale gonorroe). 

  • Hepatitis B is een zeer besmettelijke virusinfectie

    Hepatitis B is een zeer besmettelijke infectie die wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus (HBV). Het virus nestelt zich in de levercellen van het lichaam. De immunologische reactie van de geïnfecteerde persoon bepaalt het klinisch beeld dat ontstaat. Er zijn twee vormen: acute en chronische hepatitis B. De meeste (>95%) volwassenen met hepatitis B genezen spontaan binnen drie tot zestien weken en worden immuun. Bij de overige personen wordt de ziekte chronisch (Maddrey, 2001). Chronische dragers blijven besmettelijk.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maddrey WC. Hepatitis B--an important public health issue. Clin Lab. 2001;47(1-2):51-5. Pubmed
  • Acute hepatitis B-infectie kan op verschillende manieren verlopen

    Na besmetting met het hepatitis B-virus is er een incubatietijd van 6 tot 26 weken. Vervolgens kan hepatitis B zich in de acute fase op twee manieren manifesteren:

    • Als een acute infectie met milde of geen ziekteverschijnselen.
    • Als een heftig ziektebeeld met vermoeidheid, koorts, gewrichtsklachten en geelzucht.
  • Herpes genitalis

    Herpes genitalis (ICD-9-code 054.1 en ICD-10-code A60) is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het herpes simplex virus (HSV), type 1 of type 2. Bij ongeveer de helft van de gevallen van herpes genitalis is HSV-1 de oorzaak en bij de andere helft HSV-2. Het virus dringt de slijmvliezen van de mond, keel, ogen of geslachtsorganen binnen en verspreidt zich van hieruit tot in de gevoelszenuwen en blijft daar sluimerend aanwezig. Een HSV-infectie heeft dus een chronisch karakter.

    Aard en ernst ziekteverschijnselen vooral bepaald door type virus en geslacht geïnfecteerde

    De aard en ernst van de ziekteverschijnselen worden in belangrijke mate bepaald door het type virus, het geslacht van de geïnfecteerde en een eventuele eerdere niet-genitale infectie met HSV, en of er sprake is van een nieuwe (primaire) infectie of een recidief. Er is geen verschil in ziekteverschijnselen tussen HSV-1 en HSV-2-infecties (Holmes et al., 2008). 

  • Syfilis is een bacteriële soa

    Syfilis is een bacteriële soa die wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum. Via de lymfebanen wordt de bacterie naar de lymfeklieren geleid en uiteindelijk vindt ook verspreiding via het bloed naar de verschillende organen plaats. Syfilis heeft een zeer wisselend klinisch beloop, wat er toe kan leiden dat de verschijnselen van syfilis niet of pas laat herkend worden.

  • Syfilis kent een besmettelijke en een niet-besmettelijke fase

    Syfilis kent een besmettelijk en een niet-besmettelijke fase. Bij de besmettelijke fase spreekt men van infectieuze syfilis; deze bestaat uit primaire, secundaire en latente syfilis. De niet-besmettelijke fase wordt ook wel tertiaire syfilis genoemd. In de tekst spreken we in principe van syfilis; als het om tertiaire syfilis gaat is dat expliciet vermeld.

  • Beloop en belangrijkste ziekteverschijnselen van syfilis

    • Primaire syfilis heeft een incubatietijd die varieert van tien tot negentig dagen (gemiddeld drie weken). Belangrijkste ziekteverschijnsel is een zweer op de plaats van de infectie (meestal rond de penis of vagina, maar soms ook bij de anus of in de mond); deze geneest vaak spontaan binnen drie tot zes weken.
    • Van de onbehandelde patiënten ontstaat bij 60-90% na drie tot zes weken secundaire syfilis. Ziekteverschijnselen zijn onder andere huiduitslag, misselijkheid, koorts en spier- en gewrichtspijnen. De klachten herstellen meestal spontaan.
    • Daarna kan bij een deel van de patiënten latente syfilis ontstaan. De vroege variant (de infectie bestaat minder dan een jaar) is besmettelijk, de late variant is niet besmettelijk. Meestal zijn er geen ziekteverschijnselen, maar sommige patiënten krijgen in deze fase opnieuw zweren. Twee derde van de onbehandelde patiënten houdt levenslang latente syfilis.
    • Bij ongeveer een derde van de onbehandelde patiënten met latente syfilis ontstaat tertiaire syfilis. In deze fase is de syfilis niet meer besmettelijk. Bij deze groep kunnen twee tot vier jaar na de infectie de inwendige organen worden aangetast, zoals hart en bloedvaten of het zenuwstelsel. In dit stadium kan ook neurosyfilis ontstaan; dit kan gepaard gaan met hoofdpijn, verwardheid, persoonlijkheidsverandering, uitval van hersenzenuwen en dementie.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over soa

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Osiris Incidentie van hepatitis B Nederlandse bevolking  Osiris

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Incidentie en prevalentie van soa Nederlandse bevolking NZR
    Seksueel Overdraagbare Aandoeningen Peilstation

    Positieve testuitslagen: bij chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv; aantal gediagnosticeerde gevallen ten opzichte van het aantal consulten: herpes genitalis en genitale wratten

    Nederlandse bevolking

    Seksueel Overdraagbare Aandoeningen Peilstation

    Landelijke database Stichting HIV Monitoring

    Incidentie en prevalentieprevalentie van hiv en aids.

    Nederlandse bevolking

    Landelijke database Stichting HIV Monitoring
    CBS Doodsoorzakenstatistiek Aantal sterfgevallen Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen
     

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor soa Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
Methoden
  • AVG

    In mei 2018 ging de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Hierdoor is voor 17.188 consulten geen informatie beschikbaar in de nationale database omdat de cliënt bezwaar maakte tegen het delen van consultgegevens met het RIVM voor surveillancedoeleinden. De figuren en tabellen gebruikmakende van Centra Seksuele Gezondheid (CSG) data zijn daarom gebaseerd op de 135.029 geregistreerde consulten.