Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SoaCijfers & ContextTotaal

Cijfers & Context

Chlamydia is de meest voorkomende soa

Regionaal & Internationaal

Centrum seksuele gezondheid bij vrijwel elke GGD

Kosten

Kosten van soa 56 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Aantal ziekenhuisopnamen voor soa afgenomen

Oorzaken van soa

Overdracht van soa meestal via onbeschermd seksueel contact

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) zijn infectieziekten die meestal worden veroorzaakt door een bacterie of virus. Meestal vindt de overdracht van het virus of de bacterie plaats via onbeschermd seksueel contact (oraal, vaginaal of anaal), maar er zijn ook andere overdrachtsroutes. Zo kunnen tijdens de geboorte soa worden overgedragen van moeder op kind. Tijdens de zwangerschap kunnen kinderen al besmet worden met hepatitis B, syfilis, hiv en zeldzame gevallen van herpes genitalis. Enkele soa zijn ook overdraagbaar via bloed. Syfilis, hiv en hepatitis B kunnen ook worden overgedragen door bijvoorbeeld een bloedtransfusie of door gebruik van besmette naalden. In Nederland worden alle bloeddonoren getest op syfilis, hepatitis B en het hiv-virus.

Risicogroepen hebben relatief vaak onbeschermd seksueel contact

Sommige groepen mensen hebben een verhoogd risico om een soa te krijgen vanwege seksueel risicogedrag, zoals onbeschermd seksueel contact. Dat zijn met name:

  • mannen die seks hebben met mannen (MSM);
  • jonge heteroseksuele mannen en vrouwen;
  • bepaalde allochtone bevolkingsgroepen, zoals mensen van Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst.

Meer informatie

Soa-diagnosen in Centra Seksuele Gezondheid naar leeftijd en geslacht

Ruim 143.000 soa-consulten bij Centra Seksuele Gezondheid

In 2016 hebben 143.139 mensen zich bij een van de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) in Nederland laten testen op soa. In 18,4% van de consulten werd een of meer soa gevonden, met chlamydia als meest gediagnosticeerde soa (Visser et al., 2017).

 

Heteromannen

MSM

Vrouwen

Totaal

Aantal testen

35.065

40.340

67.600

143.139

Positieve testen (n)

6.697

8.552

10.951

26.338

Positieve testen (%)

19,1

21,2

16,2

18,4

 

Bij heteroseksuelen hebben jongeren relatief vaak één of meer soa

Bij heteroseksuelen hebben jongeren onder de 25 jaar relatief vaak één of meer soa, vergeleken met andere leeftijdsgroepen. In 2016 betrof dit:

  • Bij de groep 15- tot 19-jarigen: 22,3% van de geteste heteroseksuele mannen en 23,7% van de vrouwen.
  • Bij de groep 20- tot 24-jarigen: 18,3% van de geteste heteroseksuele mannen en 17,3% van de vrouwen.

Bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) zijn er minder duidelijke verschillen tussen leeftijdsgroepen dan bij heteroseksuelen. Bij vrijwel alle leeftijdsgroepen is het percentage dat één of meer soa heeft, het hoogst bij MSM. Alleen in de leeftijdsgroep 15-19 jaar is het bij vrouwen het hoogst.

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Soa-diagnosen in Centra Seksuele Gezondheid naar risicogroep

Positieve soa-testen in Centra Seksuele Gezondheid naar risicogroep 2016

RedenHeteromannenVrouwenMSM
Gewaarschuwd door partner29,631,734,0
Symptomen soa/hiv26,818,536,2
Swinger13,010,414,0
Prostituant11,212,314,1
Prostituee15,69,522,5
Bekend hiv-positief29,010,234,9
Eerdere soa25,419,131,2
Geen condoom gebruikt bij laatste sekscontact21,217,323,6
≥ 3 sekspartners in < 6 maanden20,117,122,4
  • MSM = Mannen die seks hebben met mannen

Soa komen relatief vaak voor bij mannen die seks hebben met mannen

Het percentage mensen dat één of meer soa heeft is het hoogst bij mannen die seks hebben met mannen (MSM); in 2016 werd bij 21,2% van hen één of meer soa gevonden in de Centra Seksuele Gezondheid. Binnen die groep werd relatief vaak een soa gediagnosticeerd bij MSM die aan soa/hiv gerelateerde symptomen hadden (36,2%). Ook bij personen van wie bekend is dat ze hiv positief zijn (34,9%) of die gewaarschuwd zijn door een partner (34,0%) werd vaak een soa gevonden (Visser et al., 2017). 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Soa-diagnosen in Centra Seksuele Gezondheid naar etniciteit

Positieve soa-testen naar etniciteit 2016

Land/generatie migrantenVrouwenHeteroseksuele mannenMSM
Nederland16,419,120,2
Turkije19,617,020,5
Noord Afrika/Marokko17,117,224,7
Suriname16,822,325,1
Nederlandse Antillen/Aruba19,923,929,5
Oost Europa11,715,526,1
Sub-Sahara Afrika15,421,623,5
Latijns Amerika12,419,426,1
Europa overig11,914,717,5
Azië16,615,521,5
  • MSM = Mannen die seks hebben met mannen

Meer soa bij enkele groepen met migratieachtergrond

Bij bezoekers van de Nederlandse Centra Seksuele Gezondheid (CSG) die afkomstig zijn van de Nederlandse Antillen/Aruba werden naar verhouding veel soa gevonden in 2016. Ook bij verschillende andere bevolkingsgroepen werden percentueel meer soa aangetroffen dan bij bezoekers zonder migratieachtergrond (Visser et al., 2017).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Trend in soa-diagnosen in Centra Seksuele Gezondheid

Aantal testen en positieve testen soa 2005-2016

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
20052338629967911911,610,722,6
20062571233317977012,011,522,6
200728689382091104811,511,221,2
200831770427961376411,911,521,7
200932584442911633212,111,619,9
201035112501771957912,812,019,4
201137434538492178313,512,619,9
201238516580402464014,713,319,8
201340872651042749713,913,219,2
201440856702192993915,213,819,9
201535719659913444217,315,220,9
201635065676004034019,116,221,2
  • MSM = Mannen die seks hebben met mannen

Percentage soa-diagnosen stijgt sinds 2005

Het percentage bezoekers waarbij één of meer soa werd gevonden, is gestegen over de tijd: van 12,8% in 2005 naar 18,4% in 2016. Chlamydia blijft de meest voorkomende soa onder heteroseksuelen. Onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) werd vaker gonorroe dan chlamydia gevonden. Het aantal bezoekers van de CSG is sinds 2005 meer dan verdubbeld, van meer dan 63.000 in 2005 tot 141.191 bezoekers in 2014. In 2015 is sinds jaren een daling zichtbaar (136.347 consulten), maar is in 2016 weer gestegen tot 143.139. Ten opzichte van 2015 is dat een stijging van 5% (Visser et al., 2017).

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Trend in soa-diagnosen in de huisartsenpraktijk

In 2015 een lichte daling van aantal consulten bij de huisarts

Huisartsendata laten zien dat het totaal aantal soa-gerelateerde episodes geregistreerd bij de huisarts dubbel zo groot is als het aantal bij de Centra Seksuele Gezondheid, met naar schatting 266.000 (16,3 per 1.000 personen) soa-gerelateerde episodes (soa-infecties en ‘angst voor soa/hiv’) in 2015. Dit is een lichte daling van 2% ten opzichte van 2014. Er zijn naar schatting 125.000 (47%) soa-diagnosen gesteld (chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv, trichomonas, herpes genitalis, genitale wratten of non-specifieke urethritis) bij de huisarts in 2015 (Visser et al., 2017). 

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Trend in soa-diagnosen in de toekomst

Meer soa-diagnosen

Naar verwachting worden er in de toekomst meer soa gediagnosticeerd. Het aantal consulten is ten opzichte van 2014 gedaald. Deze afname hangt mede samen met de instelling van een financieel plafond aan de regeling aanvullende seksuele gezondheidszorg (ASG) sinds 2015, met als gevolg een strengere triagering op de CSG’s. Door deze strengere selectie zullen relatief meer hoog-risico groepen de CSG bezoeken en hierdoor zal er relatief meer soa worden gevonden.

Meer informatie

Gevolgen van soa

Gevolgen veel voorkomende soa

Soa

Behandeling

Gevolgen

Hiv-infecties

Behandeling met hiv-remmers.

Zonder behandeling met hiv-remmers veroorzaakt hiv aids.

Chlamydia

Geen gevolgen als op tijd behandeld.

Een onbehandelde chlamydia kan ontstekingen veroorzaken. Uiteindelijk kan een vrouw onvruchtbaar worden door deze ontstekingen.

Genitale wratten

Behandeling alleen bij veel last. 

Onschuldig

Gonorroe

Behandelbaar met antibioticum.

Bij geen behandeling kunnen ontstekingen ontstaan. Uiteindelijk kan een vrouw onvruchtbaar worden door deze ontstekingen.

Herpes

Behandeling is alleen nodig wanneer er klachten zijn.

Het virus blijft altijd in het lichaam. Echter niet iedereen met genitale herpes heeft klachten.

Hepatitis B

Meeste gevallen genezen door het lichaam.

Zonder behandeling kan Hepatitis B blijvende schade aan de lever veroorzaken.

Syfilis

Behandelbaar met antibioticum.

Zonder behandeling kan syfillis ontstekingen in de huid, botten en organen veroorzaken.

Bron: Soaaids.nl

Onbehandelde soa kunnen ernstige gevolgen hebben

De meeste soa kunnen goed worden behandeld. Sommige soa hoeven geen klachten te veroorzaken; de drager merkt dan niet dat hij of zij een soa heeft. Enkele soa kunnen ernstige gevolgen hebben als ze niet of niet op tijd worden behandeld. Zo kan een onbehandelde syfilis-infectie schade toebrengen aan de organen. Vrouwen met chlamydia of gonorroe lopen een verhoogd risico op verminderde vruchtbaarheid, onvruchtbaarheid en op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Ernstige gevolgen bij infectie tijdens zwangerschap en geboorte

Bij kinderen die tijdens de zwangerschap of geboorte worden blootgesteld aan een soa bij de moeder, kunnen ernstige complicaties ontstaan. Zo kan syfilis leiden tot een spontane abortus, het vroegtijdig breken van de vliezen, een voortijdige geboorte, sterfte tijdens de geboorte of een aangeboren (congenitale) syfilis bij het kind. Ook bij een herpesinfectie kunnen levensbedreigende complicaties optreden als de ziekte zich uitbreidt naar het centrale zenuwstelsel (waardoor het hersenweefsel kan ontsteken) of naar meerdere weefsels (gegeneraliseerde infectie).

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen zijn bacteriële of virale infectieziekten

    Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zijn infectieziekten die meestal worden veroorzaakt door een bacterie of virus.
    •    Bacteriële soa's zijn Chlamydia, gonorroe en syfilis;
    •    Virale soa's zijn genitale wratten, hepatitis B, herpes genitalis en hiv.
    Soa's worden overgedragen via sperma, bloed, vaginaal vocht en bij contact van de slijmvliezen.

  • Chlamydia is bacteriële seksueel overdraagbare aandoening

    Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die veroorzaakt wordt door de bacterie Chlamydia trachomatis. Chlamydia kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale chlamydia) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale chlamydia).

  • LGV is een ernstig type chlamydia bij mannen

    Een specifiek type chlamydia-infectie bij mannen is Lymphogranuloma venereum (LGV). LGV heeft een ernstig ziekteverloop. Het veroorzaakt een ontsteking van de lymfeklieren, met als mogelijk gevolg genitale en anale zweren. LGV-patiënten met dergelijke zweren zijn vatbaarder voor hiv en andere soa. Bovendien kunnen zij als gevolg van de zweren eerder anderen besmetten (Bron: LCI protocol chlamydia en LGV).

  • Genitale wratten

    Genitale wratten, ook wel condylomata acuminata genoemd, is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het humaan papilloma virus (HPV), type 6 en 11. De HPV-typen 6 en 11 behoren tot de laagrisicotypen van het HPV-virus en zijn niet kankerverwekkend. De hoogrisicotypen van het HPV-virus (met name typen 16 en 18) spelen een rol bij het ontstaan van  baarmoederhalskanker (Zur Hausen, 2002). De eerste verschijnselen van genitale wratten zijn jeuk en irritatie bij de geslachtsorganen. Soms ontstaat er maar één wratje, maar bij andere personen ontstaan er veel wratten in een kort tijdsbestek. De meeste geïnfecteerden hebben geen klachten, maar ze kunnen wel hun seksuele partners besmetten. De infectie heeft een chronisch karakter en de kans is groot dat genitale wratten na een behandeling terugkomen.

  • Gonorroe

    Gonorroe, ook wel druiper genoemd, is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Gonorroe kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale gonorroe) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale gonorroe). 

  • Hepatitis B is een zeer besmettelijke virusinfectie

    Hepatitis B is een zeer besmettelijke infectie die wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus (HBV). Het virus nestelt zich in de levercellen van het lichaam. De immunologische reactie van de geïnfecteerde persoon bepaalt het klinisch beeld dat ontstaat. Er zijn twee vormen: acute en chronische hepatitis B. De meeste (>95%) volwassenen met hepatitis B genezen spontaan binnen drie tot zestien weken en worden immuun. Bij de overige personen wordt de ziekte chronisch (Maddrey, 2001). Chronische dragers blijven besmettelijk.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maddrey WC. Hepatitis B--an important public health issue. Clin Lab. 2001;47(1-2):51-5. Pubmed
  • Acute hepatitis B-infectie kan op verschillende manieren verlopen

    Na besmetting met het hepatitis B-virus is er een incubatietijd van 6 tot 26 weken. Vervolgens kan hepatitis B zich in de acute fase op twee manieren manifesteren:

    • Als een acute infectie met milde of geen ziekteverschijnselen.
    • Als een heftig ziektebeeld met vermoeidheid, koorts, gewrichtsklachten en geelzucht.
  • Herpes genitalis

    Herpes genitalis (ICD-9-code 054.1 en ICD-10-code A60) is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het herpes simplex virus (HSV), type 1 of type 2. Bij ongeveer de helft van de gevallen van herpes genitalis is HSV-1 de oorzaak en bij de andere helft HSV-2. Het virus dringt de slijmvliezen van de mond, keel, ogen of geslachtsorganen binnen en verspreidt zich van hieruit tot in de gevoelszenuwen en blijft daar sluimerend aanwezig. Een HSV-infectie heeft dus een chronisch karakter.

    Aard en ernst ziekteverschijnselen vooral bepaald door type virus en geslacht geïnfecteerde

    De aard en ernst van de ziekteverschijnselen worden in belangrijke mate bepaald door het type virus, het geslacht van de geïnfecteerde en een eventuele eerdere niet-genitale infectie met HSV, en of er sprake is van een nieuwe (primaire) infectie of een recidief. Er is geen verschil in ziekteverschijnselen tussen HSV-1 en HSV-2-infecties (Holmes et al., 2008). 

  • Syfilis is een bacteriële soa

    Syfilis is een bacteriële soa die wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum. Via de lymfebanen wordt de bacterie naar de lymfeklieren geleid en uiteindelijk vindt ook verspreiding via het bloed naar de verschillende organen plaats. Syfilis heeft een zeer wisselend klinisch beloop, wat er toe kan leiden dat de verschijnselen van syfilis niet of pas laat herkend worden.

  • Syfilis kent een besmettelijke en een niet-besmettelijke fase

    Syfilis kent een besmettelijk en een niet-besmettelijke fase. Bij de besmettelijke fase spreekt men van infectieuze syfilis; deze bestaat uit primaire, secundaire en latente syfilis. De niet-besmettelijke fase wordt ook wel tertiaire syfilis genoemd. In de tekst spreken we in principe van syfilis; als het om tertiaire syfilis gaat is dat expliciet vermeld.

  • Beloop en belangrijkste ziekteverschijnselen van syfilis

    • Primaire syfilis heeft een incubatietijd die varieert van tien tot negentig dagen (gemiddeld drie weken). Belangrijkste ziekteverschijnsel is een zweer op de plaats van de infectie (meestal rond de penis of vagina, maar soms ook bij de anus of in de mond); deze geneest vaak spontaan binnen drie tot zes weken.
    • Van de onbehandelde patiënten ontstaat bij 60-90% na drie tot zes weken secundaire syfilis. Ziekteverschijnselen zijn onder andere huiduitslag, misselijkheid, koorts en spier- en gewrichtspijnen. De klachten herstellen meestal spontaan.
    • Daarna kan bij een deel van de patiënten latente syfilis ontstaan. De vroege variant (de infectie bestaat minder dan een jaar) is besmettelijk, de late variant is niet besmettelijk. Meestal zijn er geen ziekteverschijnselen, maar sommige patiënten krijgen in deze fase opnieuw zweren. Twee derde van de onbehandelde patiënten houdt levenslang latente syfilis.
    • Bij ongeveer een derde van de onbehandelde patiënten met latente syfilis ontstaat tertiaire syfilis. In deze fase is de syfilis niet meer besmettelijk. Bij deze groep kunnen twee tot vier jaar na de infectie de inwendige organen worden aangetast, zoals hart en bloedvaten of het zenuwstelsel. In dit stadium kan ook neurosyfilis ontstaan; dit kan gepaard gaan met hoofdpijn, verwardheid, persoonlijkheidsverandering, uitval van hersenzenuwen en dementie.
Bronverantwoording
  • Landelijke database Centra Seksuele Gezondheid

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van soa binnen de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) komen uit de landelijke database van deze centra. Tijdens elk consult in een CSG wordt een bezoeker getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en sinds 2010 ook op hiv (volgens opt-out). Heteroseksuele jongeren tot 25 jaar zonder verdere risicofactoren worden sinds 2012 in eerste instantie alleen op chlamydia getest. Pas als deze test positief is, wordt ook getest op gonorroe, syfilis en hiv. Andere soa’s (herpes genitalis, genitale wratten, hepatitis B) worden meestal alleen op indicatie onderzocht.

    De cijfers zijn gebaseerd op twee verschillende vormen van diagnose stellen:

    • Percentage positieve testuitslagen: bij chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv.
    • Klinisch beeld: aantal gediagnosticeerde gevallen ten opzichte van het aantal consulten (bij herpes genitalis en genitale wratten). Hierbij is niet bekend of het om een nieuwe infectie of om een recidief gaat; beide zijn chronische soa's.

    De regionale CSG's bieden laagdrempelig en kosteloos soa- en hiv-testen en soa-zorg aan. De centra zijn ook toegankelijk voor specifieke risicogroepen, waaronder mannen die seks hebben met mannen ( MSM), prostituees en jongeren. Het betreft meestal GGD-locaties; in een enkel geval biedt de GGD deze zorg aan via een ziekenhuis in de buurt. De testlocaties van de regionale CSG's zijn verspreid over acht regio's; per regio draagt één GGD zorg voor de coördinatie. De CSG's hebben sinds januari 2006 een landelijke dekking, maar alle GGD-en rapporteren al sinds 2004 landelijk. Daardoor zijn landelijke trends al vanaf 2004 gepresenteerd.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij een CSG is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen, waardoor geïnfecteerde personen zonder klachten niet per definitie bij een CSG terecht komen. Tegelijkertijd zullen er personen zijn die zich ondanks klachten niet laten testen. De meeste mensen doen een soa-test als ze daar een andere aanleiding voor hebben, bijvoorbeeld uit bezorgdheid, bij aanvang van een nieuwe relatie of omdat ze willen stoppen met condoomgebruik.

    Meer informatie over de landelijke database Centra Seksuele Gezondheid is te vinden in Zorggegevens.

  • Landelijke database Stichting HIV Monitoring

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van hiv en aids komen uit de landelijke database Stichting HIV Monitoring (SHM). Ook de sterftecijfers komen gedeeltelijk uit deze database. De sterftecijfers betreffen het aantal overledenen onder hiv-geïnfecteerden, waarbij niet altijd de diagnose aids is gesteld.

    Voor meer informatie over SHM zie: Landelijke database Stichting HIV Monitoring

  • RIVM-Osiris hepatis B

    Cijfers over de (trends in) incidentie van hepatitis B en over ziekenhuisopnamen komen uit de internetapplicatie Osiris van het RIVM. De verplichte aangifte van hepatitis B via deze internetapplicatie gebeurt door alle GGD'en sinds 2002. Tot 1999 was alleen de aangifte van acute infecties verplicht, daarna was dit ook het geval voor de chronische infecties. Het RIVM beheert de gegevens en rapporteert er jaarlijks over in het Infectieziekten Bulletin.

  • Soa: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Cijfers over (trends in) incidentie en prevalentie van soa’s geregistreerd in de huisartspraktijk komen uit de database van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De incidentie en prevalentie wordt bepaald op basis van het aantal personen met één of meer episoden van de betreffende soa(‘s) per jaar. De diagnose van de meeste soa's wordt door huisartsen geregistreerd volgens de ICPC-codering. Het aantal geregistreerde soa-diagnosen binnen elke deelnemende praktijk wordt geëxtrapoleerd naar de totale Nederlandse bevolking zoals gepresenteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uitzonderingen binnen deze aanpak zijn chlamydia en syfilis.

    • Chlamydia heeft geen eigen ICPC-code. Het aantal chlamydia-gevallen in de huisartspraktijk is daarom geschat op basis van bredere diagnosegroepen. Bij vrouwen zijn dit cervicitis, vaginitis en Pelvic Inflammatory Disease (PID); bij mannen zijn dit orchitis/epididymitis en andere genitale ziekten. Daaruit zijn die personen geselecteerd waarbij chlamydia-medicatie is voorgeschreven.
    • Gegevens van huisartsen voor syfilis zijn niet gebruikt voor (trends in) incidentie en prevalentie, omdat de huisarts maar bij heel weinig mensen syfilis constateert.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij de huisarts is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen en geïnfecteerde personen zonder klachten zoeken over het algemeen geen medische zorg. De incidentie geschat op basis van de huisartspopulatie zal dus lager zijn dan de werkelijke incidentie in de algemene bevolking.

    Meer informatie

  • Sterfte door soa: CBS doodsoorzakenstatistiek

    Sterftecijfers van soa komen uit de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij soa als onderliggende doodsoorzaak werd geregistreerd.

    Voor meer informatie over de CBS Doodsoorzakenstatistiek zie: Zorggegevens.

    Soa

    ICD-9

    ICD-10

    Chlamydia

    099.1

    A56

    Gonorroe

    098

    A54

    Syfilis

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    -

    A63.0

    Hepatitis B

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    054.1

    A60

  • Coderingen voor registratie van soa

    Soa

    ICPC
    (registratie door huisartsen)

    ICD-9
    (registratie ziekenhuisopnamen)

    ICD-10
    (registratie sterfte)

    Chlamydia

     

    099.1

    A56

    Gonorroe

    X71

    098

    A54

    Syfilis

    X70

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    X91

    -

    A63.0

    Hepatitis B

     

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    X90

    054.1

    A60

    Hiv

    B90

     

     

  • Zwangerschapsscreening

    Trends in prevalentie van syfilis bij zwangere vrouwen komen uit de zwangerschapsscreening. Alle zwangere vrouwen krijgen in het eerste trimester een test voor hepatitis B, syfilis en hiv aangeboden. Gegevens over deelname en uitslagen van de screening worden verzameld door regionale coördinatieprogramma’s van het RIVM (RIVM-RCP’s) bij verloskundig hulpverleners en bij perifere laboratoria.

Methoden
  • Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Correcties en indexatie

    Cijfers over trends in ziekenhuisopnamen zijn gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100). Zie voor meer informatie: Zorggegevens: Landelijke Medische Registratie (LMR).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijke Medische Registratie, LMR. zorggegevens.nl