Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SoaCijfers & ContextHerpes genitalis

Cijfers & Context

Chlamydia is de meest voorkomende soa

Regionaal & Internationaal

Centrum seksuele gezondheid bij vrijwel elke GGD

Kosten

Kosten van soa 56 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Aantal ziekenhuisopnamen voor soa afgenomen

Oorzaken herpes genitalis

Herpers genitalis wordt veroorzaakt door herpes simplex virus

Herpes genitalis is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het herpes simplex virus (HSV), type 1 of type 2. De aard en ernst van de ziekteverschijnselen worden in belangrijke mate bepaald door het type virus, het geslacht van de geïnfecteerde en een eventuele eerdere niet-genitale infectie met HSV, en of er sprake is van een nieuwe (primaire) infectie of een recidief. Een HSV-infectie heeft een chronisch karakter.

Herpes neonatorum overgedragen van moeder op kind tijdens geboorte

Het herpes simplex virus kan behalve door onbeschermd seksueel contact ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (herpes neonatorum) en in zeldzame gevallen tijdens de zwangerschap.

Mensen met herpes genitalis dragen virus levenslang bij zich

Wie eenmaal geïnfecteerd is met het herpesvirus, draagt het virus levenslang bij zich. Daardoor zijn terugkerende ulceraties (recidieven) mogelijk. Deze kunnen optreden onder invloed van koorts, verminderde weerstand, vermoeidheid, stress, menstruele cyclus en ultraviolette straling. De meerderheid van de besmettingen blijkt via asymptomatische dragers te verlopen (Bron: LCI-richtlijnen). Bij terugkerende infecties (recidieven) zijn de verschijnselen minder ernstig en duren ze minder lang dan bij primaire infecties. Hoelang recidieven optreden en hoe vaak hangt af van het type virus en van de karakteristieken van de patiënt. Na een jaar heeft circa 25% van de patiënten met HSV-1 en 89% van de patiënten met HSV-2 ten minste één recidief doorgemaakt. HSV-1 recidiveert genitaal dus beduidend minder vaak dan HSV-2 (Holmes et al., 2008).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Holmes KK, Sparling PF, Stamm WE, Piot P, Wasserheit JN, Corey L. Sexually transmitted diseases. 4th ed. New York: McGraw-Hill; 2008. Bron

Diagnosen herpes genitalis in Centra Seksuele Gezondheid naar leeftijd en geslacht

Ruim 400 positieve testen in 2015 van herpes

In 2015 kregen 428 mensen de diagnose herpes genitales bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG). Daarvan was ruim de helft man. Van deze mannen behoorden 49% tot de groep mannen die seks hebben met mannen (MSM).
 

 

Heteromannen

MSM

Vrouwen

Totaal

Aantal testen

35.719

34.442

65.991

136.152

Positieve testen (n)

115

109

204

428

Positieve testen (%)

0,3

0,3

0,3

0,3

 

Herpes genitalis meest bij mannen van 55 jaar en ouder

Bij heteroseksuele mannen kwam genitale herpes het meest voor binnen de leeftijdsgroep van 55 jaar en ouder (bij 1,2% van de testen). Bij MSM kwam genitale herpes het meest voor bij 15- tot 20-jarigen (0,5%) (van den Broek et al., 2016).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Diagnosen herpes genitalis in Centra Seksuele Gezondheid naar etniciteit

Positieve testen herpes genitalis naar etniciteit, 2015

Land/generatie migrangenHeteromannenVrouwenMSM
Nederland0,30,30,3
Turkije0,10,60,4
Noord-Afrika/Marokko0,40,40,5
Suriname0,70,30,3
Nederlandse Antillen/Aruba0,40,50,5
Sub-Sahara Afrika0,40,60,3
oost-Europa0,40,41
Latijns Amerika0,60,10,3
Azie0,40,20,5
Europa overig0,20,50,4
Totaal 1e generatie migranten0,30,30,6
Totaal 2e generatie migranten0,50,40,2
  • MSM = Mannen die seks hebben met mannen

Relatief vaak herpes bij MSM van Oost-Europese afkomst

Binnen de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) kwam genitale herpes in 2015 relatief vaak voor bij enkele allochtone groepen (van den Broek et al., 2016):

  • MSM van Oost-Europese afkomst (1,0%);
  • Heteroseksuele mannen uit Suriname (0,7%) en Latijns Amerika (0,6%);
  • Vrouwen uit Turkije of Sub-Sahara Afrika (0,6%).

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Trend in diagnosen herpes genitalis in Centra Seksuele Gezondheid

Aantal testen en positieve testen herpes genitalis, 2005-2015

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
2005193692479579291,311,3
2006257123331797700,70,81,3
20072868938209110480,80,81,1
20083177042796137640,80,71,1
20093258444291163320,70,70,8
20103511250177195790,70,70,6
20113743453849217830,60,50,4
20123851658040246400,60,50,5
20134087265104274970,50,50,4
20144085670219299390,30,30,4
20153571965991344420,30,30,3

MSM = mannen die seks hebben met mannen

Percentage gevallen van herpes is dalende

Sinds 2005 daalt het percentage van alle consulten waarbij er een herpesdiagnose wordt gesteld binnen de Centra Seksuele Gezondheid (CSG). Dit is het geval bij zowel vrouwen, heteroseksuele mannen als MSM (van den Broek et al., 2016).

Sinds 2004 is het aantal gevallen van herpes gestegen

Tussen 2004 en 2013 steeg het aantal diagnosen van herpes bij de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) van 491 naar 612. Sinds 2014 is het absolute aantal diagnosen weer gedaald, in 2015 waren er 428 diagnosen.
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Trend in diagnosen herpes genitalis in de huisartsenpraktijk

Bij de huisarts meer vrouwen dan mannen met herpes

Huisartsen stelden in 2014 naar schatting bij bijna 22.000 personen herpes vast (1,3 per 1.000 personen) (Nivel Zorgregistraties eerste lijn). Bijna driekwart daarvan was vrouw.

Aantal diagnosen van herpes door huisarts stijgt

Het aantal door de huisartsen gestelde diagnosen van herpes is gestegen van ruim 16.500 in 2009 naar bijna 22.000 in 2014.

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl

Trend in diagnosen herpes genitalis in de toekomst

Trend in toekomstig aantal gevallen van herpes genitalis onduidelijk

Er zijn geen ontwikkelingen in risicofactoren en in de diagnostiek en behandeling bekend of voorzien, die van invloed zouden kunnen zijn op de toekomstige trend.

Gevolgen herpes genitalis

Symptomen ontstaan twee tot twaalf dagen na besmetting

De incubatietijd van het herpes simplex virus (HSV) is twee tot twaalf dagen. Circa 37% van de nieuwe genitale HSV-2-infecties is symptomatisch, voor HSV-1 ligt dit rond 67%. De rest van de infecties, en dus de meerderheid van de HSV-2-infecties, verloopt asymptomatisch. Bij mannen zijn de infecties vaker asymptomatisch dan bij vrouwen.

Bij 40% van de mannen en 70% van de vrouwen met symptomatische infectie sprake van prodromale fase

Bij een symptomatische infectie krijgt 40% van de mannen en 70% van de vrouwen voortekenen van infectie (prodromale fase), bestaande uit koorts, malaise, spierpijn. Hierna volgen bij vrouwen klachten als pijn, jeuk, moeite met plassen, vaginale afscheiding en regionale lymfeklierzwellingen. Bij mannen komen ook urethritisklachten voor. Zes tot zeven dagen na de eerste symptomen volgen de huid- en slijmvliesafwijkingen met soms ontwikkeling van de karakteristieke, met helder vocht gevulde blaasjes, die kunnen overgaan in pijnlijke zweren. De zweren verdwijnen vaak binnen een tot drie weken. Bij receptieve anale seks kan ook een herpesinfectie van de endeldarm (zogenaamde herpetische proctitis) ontstaan. De belangrijkste uitingen van deze infectie met HSV-2 zijn koorts, pijn aan de anus of endeldarm, obstipatie, zweren in en rond de anus en klierzwellingen.

Infectie bij pasgeborenen veroorzaakt vaak ernstige complicaties

De infectie bij het pasgeboren kind kan beperkt blijven tot de huid, ogen en slijmvliezen, maar in meer dan de helft van de gevallen is sprake van ernstige complicaties die levensbedreigend kunnen zijn. Het betreft complicaties door een uitbreiding van de ziekte naar het centrale zenuwstelsel (waaronder ontsteking van het hersenweefsel) of naar meerdere weefsels (gegeneraliseerde infectie). Ondanks het toepassen van antivirale therapie is de sterfte aan deze complicaties aanzienlijk. Ongeveer de helft van de kinderen die een ontsteking van het hersenweefsel of gegeneraliseerde infectie overleven, houdt ernstige restverschijnselen.

Verantwoording

Definities
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen zijn bacteriële of virale infectieziekten

    Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zijn infectieziekten die meestal worden veroorzaakt door een bacterie of virus.
    •    Bacteriële soa's zijn Chlamydia, gonorroe en syfilis;
    •    Virale soa's zijn genitale wratten, hepatitis B, herpes genitalis en hiv.
    Soa's worden overgedragen via sperma, bloed, vaginaal vocht en bij contact van de slijmvliezen.

  • Chlamydia is bacteriële seksueel overdraagbare aandoening

    Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die veroorzaakt wordt door de bacterie Chlamydia trachomatis. Chlamydia kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale chlamydia) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale chlamydia).

  • LGV is een ernstig type chlamydia bij mannen

    Een specifiek type chlamydia-infectie bij mannen is Lymphogranuloma venereum (LGV). LGV heeft een ernstig ziekteverloop. Het veroorzaakt een ontsteking van de lymfeklieren, met als mogelijk gevolg genitale en anale zweren. LGV-patiënten met dergelijke zweren zijn vatbaarder voor hiv en andere soa. Bovendien kunnen zij als gevolg van de zweren eerder anderen besmetten (Bron: LCI protocol chlamydia en LGV).

  • Genitale wratten

    Genitale wratten, ook wel condylomata acuminata genoemd, is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het humaan papilloma virus (HPV), type 6 en 11. De HPV-typen 6 en 11 behoren tot de laagrisicotypen van het HPV-virus en zijn niet kankerverwekkend. De hoogrisicotypen van het HPV-virus (met name typen 16 en 18) spelen een rol bij het ontstaan van  baarmoederhalskanker (Zur Hausen, 2002). De eerste verschijnselen van genitale wratten zijn jeuk en irritatie bij de geslachtsorganen. Soms ontstaat er maar één wratje, maar bij andere personen ontstaan er veel wratten in een kort tijdsbestek. De meeste geïnfecteerden hebben geen klachten, maar ze kunnen wel hun seksuele partners besmetten. De infectie heeft een chronisch karakter en de kans is groot dat genitale wratten na een behandeling terugkomen.

  • Gonorroe

    Gonorroe, ook wel druiper genoemd, is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Gonorroe kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale gonorroe) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale gonorroe). 

  • Hepatitis B is een zeer besmettelijke virusinfectie

    Hepatitis B is een zeer besmettelijke infectie die wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus (HBV). Het virus nestelt zich in de levercellen van het lichaam. De immunologische reactie van de geïnfecteerde persoon bepaalt het klinisch beeld dat ontstaat. Er zijn twee vormen: acute en chronische hepatitis B. De meeste (>95%) volwassenen met hepatitis B genezen spontaan binnen drie tot zestien weken en worden immuun. Bij de overige personen wordt de ziekte chronisch (Maddrey, 2001). Chronische dragers blijven besmettelijk.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maddrey WC. Hepatitis B--an important public health issue. Clin Lab. 2001;47(1-2):51-5. Pubmed
  • Acute hepatitis B-infectie kan op verschillende manieren verlopen

    Na besmetting met het hepatitis B-virus is er een incubatietijd van 6 tot 26 weken. Vervolgens kan hepatitis B zich in de acute fase op twee manieren manifesteren:

    • Als een acute infectie met milde of geen ziekteverschijnselen.
    • Als een heftig ziektebeeld met vermoeidheid, koorts, gewrichtsklachten en geelzucht.
  • Herpes genitalis

    Herpes genitalis (ICD-9-code 054.1 en ICD-10-code A60) is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het herpes simplex virus (HSV), type 1 of type 2. Bij ongeveer de helft van de gevallen van herpes genitalis is HSV-1 de oorzaak en bij de andere helft HSV-2. Het virus dringt de slijmvliezen van de mond, keel, ogen of geslachtsorganen binnen en verspreidt zich van hieruit tot in de gevoelszenuwen en blijft daar sluimerend aanwezig. Een HSV-infectie heeft dus een chronisch karakter.

    Aard en ernst ziekteverschijnselen vooral bepaald door type virus en geslacht geïnfecteerde

    De aard en ernst van de ziekteverschijnselen worden in belangrijke mate bepaald door het type virus, het geslacht van de geïnfecteerde en een eventuele eerdere niet-genitale infectie met HSV, en of er sprake is van een nieuwe (primaire) infectie of een recidief. Er is geen verschil in ziekteverschijnselen tussen HSV-1 en HSV-2-infecties (Holmes et al., 2008). 

  • Syfilis is een bacteriële soa

    Syfilis is een bacteriële soa die wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum. Via de lymfebanen wordt de bacterie naar de lymfeklieren geleid en uiteindelijk vindt ook verspreiding via het bloed naar de verschillende organen plaats. Syfilis heeft een zeer wisselend klinisch beloop, wat er toe kan leiden dat de verschijnselen van syfilis niet of pas laat herkend worden.

  • Syfilis kent een besmettelijke en een niet-besmettelijke fase

    Syfilis kent een besmettelijk en een niet-besmettelijke fase. Bij de besmettelijke fase spreekt men van infectieuze syfilis; deze bestaat uit primaire, secundaire en latente syfilis. De niet-besmettelijke fase wordt ook wel tertiaire syfilis genoemd. In de tekst spreken we in principe van syfilis; als het om tertiaire syfilis gaat is dat expliciet vermeld.

  • Beloop en belangrijkste ziekteverschijnselen van syfilis

    • Primaire syfilis heeft een incubatietijd die varieert van tien tot negentig dagen (gemiddeld drie weken). Belangrijkste ziekteverschijnsel is een zweer op de plaats van de infectie (meestal rond de penis of vagina, maar soms ook bij de anus of in de mond); deze geneest vaak spontaan binnen drie tot zes weken.
    • Van de onbehandelde patiënten ontstaat bij 60-90% na drie tot zes weken secundaire syfilis. Ziekteverschijnselen zijn onder andere huiduitslag, misselijkheid, koorts en spier- en gewrichtspijnen. De klachten herstellen meestal spontaan.
    • Daarna kan bij een deel van de patiënten latente syfilis ontstaan. De vroege variant (de infectie bestaat minder dan een jaar) is besmettelijk, de late variant is niet besmettelijk. Meestal zijn er geen ziekteverschijnselen, maar sommige patiënten krijgen in deze fase opnieuw zweren. Twee derde van de onbehandelde patiënten houdt levenslang latente syfilis.
    • Bij ongeveer een derde van de onbehandelde patiënten met latente syfilis ontstaat tertiaire syfilis. In deze fase is de syfilis niet meer besmettelijk. Bij deze groep kunnen twee tot vier jaar na de infectie de inwendige organen worden aangetast, zoals hart en bloedvaten of het zenuwstelsel. In dit stadium kan ook neurosyfilis ontstaan; dit kan gepaard gaan met hoofdpijn, verwardheid, persoonlijkheidsverandering, uitval van hersenzenuwen en dementie.
Bronverantwoording
  • Landelijke database Centra Seksuele Gezondheid

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van soa binnen de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) komen uit de landelijke database van deze centra. Tijdens elk consult in een CSG wordt een bezoeker getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en sinds 2010 ook op hiv (volgens opt-out). Heteroseksuele jongeren tot 25 jaar zonder verdere risicofactoren worden sinds 2012 in eerste instantie alleen op chlamydia getest. Pas als deze test positief is, wordt ook getest op gonorroe, syfilis en hiv. Andere soa’s (herpes genitalis, genitale wratten, hepatitis B) worden meestal alleen op indicatie onderzocht.

    De cijfers zijn gebaseerd op twee verschillende vormen van diagnose stellen:

    • Percentage positieve testuitslagen: bij chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv.
    • Klinisch beeld: aantal gediagnosticeerde gevallen ten opzichte van het aantal consulten (bij herpes genitalis en genitale wratten). Hierbij is niet bekend of het om een nieuwe infectie of om een recidief gaat; beide zijn chronische soa's.

    De regionale CSG's bieden laagdrempelig en kosteloos soa- en hiv-testen en soa-zorg aan. De centra zijn ook toegankelijk voor specifieke risicogroepen, waaronder mannen die seks hebben met mannen ( MSM), prostituees en jongeren. Het betreft meestal GGD-locaties; in een enkel geval biedt de GGD deze zorg aan via een ziekenhuis in de buurt. De testlocaties van de regionale CSG's zijn verspreid over acht regio's; per regio draagt één GGD zorg voor de coördinatie. De CSG's hebben sinds januari 2006 een landelijke dekking, maar alle GGD-en rapporteren al sinds 2004 landelijk. Daardoor zijn landelijke trends al vanaf 2004 gepresenteerd.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij een CSG is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen, waardoor geïnfecteerde personen zonder klachten niet per definitie bij een CSG terecht komen. Tegelijkertijd zullen er personen zijn die zich ondanks klachten niet laten testen. De meeste mensen doen een soa-test als ze daar een andere aanleiding voor hebben, bijvoorbeeld uit bezorgdheid, bij aanvang van een nieuwe relatie of omdat ze willen stoppen met condoomgebruik.

    Meer informatie over de landelijke database Centra Seksuele Gezondheid is te vinden in Zorggegevens.

  • Landelijke database Stichting HIV Monitoring

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van hiv en aids komen uit de landelijke database Stichting HIV Monitoring (SHM). Ook de sterftecijfers komen gedeeltelijk uit deze database. De sterftecijfers betreffen het aantal overledenen onder hiv-geïnfecteerden, waarbij niet altijd de diagnose aids is gesteld.

    Voor meer informatie over SHM zie: Landelijke database Stichting HIV Monitoring

  • RIVM-Osiris hepatis B

    Cijfers over de (trends in) incidentie van hepatitis B en over ziekenhuisopnamen komen uit de internetapplicatie Osiris van het RIVM. De verplichte aangifte van hepatitis B via deze internetapplicatie gebeurt door alle GGD'en sinds 2002. Tot 1999 was alleen de aangifte van acute infecties verplicht, daarna was dit ook het geval voor de chronische infecties. Het RIVM beheert de gegevens en rapporteert er jaarlijks over in het Infectieziekten Bulletin.

  • Soa: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Cijfers over (trends in) incidentie en prevalentie van soa’s geregistreerd in de huisartspraktijk komen uit de database van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De incidentie en prevalentie wordt bepaald op basis van het aantal personen met één of meer episoden van de betreffende soa(‘s) per jaar. De diagnose van de meeste soa's wordt door huisartsen geregistreerd volgens de ICPC-codering. Het aantal geregistreerde soa-diagnosen binnen elke deelnemende praktijk wordt geëxtrapoleerd naar de totale Nederlandse bevolking zoals gepresenteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uitzonderingen binnen deze aanpak zijn chlamydia en syfilis.

    • Chlamydia heeft geen eigen ICPC-code. Het aantal chlamydia-gevallen in de huisartspraktijk is daarom geschat op basis van bredere diagnosegroepen. Bij vrouwen zijn dit cervicitis, vaginitis en Pelvic Inflammatory Disease (PID); bij mannen zijn dit orchitis/epididymitis en andere genitale ziekten. Daaruit zijn die personen geselecteerd waarbij chlamydia-medicatie is voorgeschreven.
    • Gegevens van huisartsen voor syfilis zijn niet gebruikt voor (trends in) incidentie en prevalentie, omdat de huisarts maar bij heel weinig mensen syfilis constateert.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij de huisarts is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen en geïnfecteerde personen zonder klachten zoeken over het algemeen geen medische zorg. De incidentie geschat op basis van de huisartspopulatie zal dus lager zijn dan de werkelijke incidentie in de algemene bevolking.

    Meer informatie

  • Sterfte door soa: CBS doodsoorzakenstatistiek

    Sterftecijfers van soa komen uit de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij soa als onderliggende doodsoorzaak werd geregistreerd.

    Voor meer informatie over de CBS Doodsoorzakenstatistiek zie: Zorggegevens.

    Soa

    ICD-9

    ICD-10

    Chlamydia

    099.1

    A56

    Gonorroe

    098

    A54

    Syfilis

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    -

    A63.0

    Hepatitis B

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    054.1

    A60

  • Coderingen voor registratie van soa

    Soa

    ICPC
    (registratie door huisartsen)

    ICD-9
    (registratie ziekenhuisopnamen)

    ICD-10
    (registratie sterfte)

    Chlamydia

     

    099.1

    A56

    Gonorroe

    X71

    098

    A54

    Syfilis

    X70

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    X91

    -

    A63.0

    Hepatitis B

     

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    X90

    054.1

    A60

    Hiv

    B90

     

     

  • Zwangerschapsscreening

    Trends in prevalentie van syfilis bij zwangere vrouwen komen uit de zwangerschapsscreening. Alle zwangere vrouwen krijgen in het eerste trimester een test voor hepatitis B, syfilis en hiv aangeboden. Gegevens over deelname en uitslagen van de screening worden verzameld door regionale coördinatieprogramma’s van het RIVM (RIVM-RCP’s) bij verloskundig hulpverleners en bij perifere laboratoria.

Methoden
  • Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Correcties en indexatie

    Cijfers over trends in ziekenhuisopnamen zijn gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100). Zie voor meer informatie: Zorggegevens: Landelijke Medische Registratie (LMR).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijke Medische Registratie, LMR. zorggegevens.nl