Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SoaCijfers & ContextGenitale wratten

Cijfers & Context

Chlamydia is de meest voorkomende soa

Regionaal & Internationaal

Centrum seksuele gezondheid bij vrijwel elke GGD

Kosten

Kosten van soa 56 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Aantal ziekenhuisopnamen voor soa afgenomen

Oorzaken genitale wratten

Genitale wratten veroorzaakt door HPV

Genitale wratten is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het humaan papilloma virus (HPV). Het virus wordt overgedragen via seks. Daarnaast kan het virus van moeder op kind worden overgedragen tijdens de geboorte. Een andere minder vaak voorkomende route van overdracht is contact met een handdoek, washand of vingers van een patiënt, wanneer deze kort daarvoor met de geslachtsorganen in aanraking zijn geweest.

Diagnosen genitale wratten bij Centra Seksuele Gezondheid naar leeftijd en geslacht

Bijna 1.800 diagnosen van genitale wratten in 2016

In 2016 werden in Nederland 1.785 gevallen van genitale wratten gediagnosticeerd bij mensen die zich hebben laten testen bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) (Visser et al., 2017).

Genitale wratten vooral vastgesteld op jonge leeftijd

Bij heteroseksuele mannen die zich hebben laten testen bij de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) werden in 2016 de meeste diagnosen gesteld in de leeftijdsgroepen 25 tot 30 jaar en 30 tot 45 jaar (2,9%). Bij vrouwen was dit het hoogst bij de 15- tot 20-jarigen en 20- tot 25-jarigen (1,0%) en bij de MSM werden de meeste diagnosen gesteld bij de 15- tot 20-jarigen (1,6%) (Visser et al., 2017).

Meer mannen dan vrouwen hebben genitale wratten

 

Heteromannen

MSM

Vrouwen

Totaal

Aantal testen

35.065

40.340

67.600

143.005

Positieve testen (n)

761

371

653

1.785

Positieve testen (%)

2,2

0,9

1,0

1,2

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Trend in diagnosen genitale wratten in Centra Seksuele Gezondheid

Aantal testen en positieve testen genitale wratten 2005-2016

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
200519.36924.7957.9294,23,15,1
200625.71233.3179.7703,02,33,9
200728.68938.20911.0482,92,23,6
200831.77042.79613.7643,12,33,5
200932.58444.29116.3323,52,33,6
201035.11250.17719.5793,32,12,5
201137.43453.84921.7832,61,72,3
201238.51658.04024.6402,51,42,1
201340.87265.10427.4972,21,11,7
201440.85670.21929.9392,11,01,5
201535.71965.99134.4422,31,21,2
201635.06567.60040.3402,21,00,9
  • MSM = mannen die seks hebben met mannen

In 2015 en 2016 het aantal testen genitale wratten gedaald

Tussen 2005 en 2014 is in Nederland het aantal testen bij de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) gestegen (Visser et al., 2017). In 2015 is het aantal testen voor het eerst weer afgenomen en dit zet door in 2016. Met ingang van 1 januari 2015 heeft het ministerie van VWS een financieringsplafond ingesteld en daarmee het aantal consulten beperkt. Deze afname bevond zich vooral onder heteroseksuelen, het aantal testen bij MSM is verder toegenomen. Sinds 2005 wordt een daling gezien in het percentage consulten waarin genitale wratten werd vastgesteld. Voor MSM zet deze trend voort maar onder heteroseksuelen en vrouwen lijkt het percentage positieve testen te stabiliseren. 

Meer informatie

 

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Trend in diagnosen genitale wratten in de huisartsenpraktijk

Geschat aantal diagnosen door huisartsen bijna 38.000 in 2014

In 2014 werd door de huisarts naar schatting 37.800 keer de diagnose genitale wratten gesteld. Van de diagnosen werd 55% bij mannen gesteld (NIVEL Zorgregistraties eerste lijn). Voor mannen komt dit overeen met een aantal diagnosen van 2,5 per 1.000 personen en voor vrouwen 2,0 per 1.000.

Aantal diagnosen van genitale wratten door huisartsen stijgt

Het geschatte aantal door huisartsen gestelde diagnosen van genitale wratten is sinds 2009 gestegen; in 2009 werden ruim 27.000 diagnosen gesteld en in 2014 is dit opgelopen naar bijna 38.000 diagnosen. Deze stijging deed zich vooral bij mannen; het geschatte aantal gestelde diagnosen steeg van 13.000 in 2009 naar 20.800 in 2014. Bij vrouwen werden er in 2009 naar schatting 14.000 diagnosen van genitale wratten gesteld door de huisarts en in 2014 bijna 17.000 diagnosen (NIVEL Zorgregistraties eerste lijn).
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl

Trend in diagnosen genitale wratten in de toekomst

Geen veranderingen in toekomstige trend verwacht

Er zijn geen ontwikkelingen in risicofactoren en in de diagnostiek en behandeling bekend of voorzien, die van invloed zouden kunnen zijn op de toekomstige trend. De HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker die sinds 2009 is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma, zal naar alle waarschijnlijkheid geen effect hebben op de trend. Dit vaccin beschermt niet tegen de HPV-typen (6 en 11) die genitale wratten veroorzaken (zie ook: informatie over het Rijksvaccinatieprogramma).

Gevolgen genitale wratten

Jeuk en irritatie bij geslachtsorganen eerste symptoom

De schatting is dat slechts 1% van de mensen die met HPV geïnfecteerd is genitale wratten ontwikkelt (LCI protocol). De eerste verschijnselen kunnen jeuk en irritatie bij de geslachtsorganen zijn. Soms ontstaat er maar één wratje, maar ook kunnen in korte tijd veel wratten ontstaan. Bij vrouwen kunnen de wratten zich op of rond de schaamlippen, in de vagina en/of op de baarmoedermond voordoen. Bij mannen zitten de wratten vooral op en rond de penis. Zowel bij mannen als vrouwen kunnen de wratten ook in of rond de anus zitten. De infectie verdwijnt meestal vanzelf, dit kan vaak jaren duren. Bij behandeling (bevriezen, wegbranden of snijden) verdwijnt de infectie niet uit het lichaam en kunnen de wratten weer terugkeren.

Genitale wratten bij pasgeborenen kunnen luchtwegklachten veroorzaken 

Kinderen die tijdens de geboorte door hun HPV-geïnfecteerde moeder besmet worden, kunnen in de maanden tot enkele jaren na de geboorte luchtwegklachten krijgen. Bij zo’n perinatale infectie kunnen zich namelijk wratten ontwikkelen in en rond de luchtwegen van pasgeborenen (respiratoire papillomatose).

Verantwoording

Definities
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen zijn bacteriële of virale infectieziekten

    Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zijn infectieziekten die meestal worden veroorzaakt door een bacterie of virus.
    •    Bacteriële soa's zijn Chlamydia, gonorroe en syfilis;
    •    Virale soa's zijn genitale wratten, hepatitis B, herpes genitalis en hiv.
    Soa's worden overgedragen via sperma, bloed, vaginaal vocht en bij contact van de slijmvliezen.

  • Chlamydia is bacteriële seksueel overdraagbare aandoening

    Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die veroorzaakt wordt door de bacterie Chlamydia trachomatis. Chlamydia kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale chlamydia) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale chlamydia).

  • LGV is een ernstig type chlamydia bij mannen

    Een specifiek type chlamydia-infectie bij mannen is Lymphogranuloma venereum (LGV). LGV heeft een ernstig ziekteverloop. Het veroorzaakt een ontsteking van de lymfeklieren, met als mogelijk gevolg genitale en anale zweren. LGV-patiënten met dergelijke zweren zijn vatbaarder voor hiv en andere soa. Bovendien kunnen zij als gevolg van de zweren eerder anderen besmetten (Bron: LCI protocol chlamydia en LGV).

  • Genitale wratten

    Genitale wratten, ook wel condylomata acuminata genoemd, is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het humaan papilloma virus (HPV), type 6 en 11. De HPV-typen 6 en 11 behoren tot de laagrisicotypen van het HPV-virus en zijn niet kankerverwekkend. De hoogrisicotypen van het HPV-virus (met name typen 16 en 18) spelen een rol bij het ontstaan van  baarmoederhalskanker (Zur Hausen, 2002). De eerste verschijnselen van genitale wratten zijn jeuk en irritatie bij de geslachtsorganen. Soms ontstaat er maar één wratje, maar bij andere personen ontstaan er veel wratten in een kort tijdsbestek. De meeste geïnfecteerden hebben geen klachten, maar ze kunnen wel hun seksuele partners besmetten. De infectie heeft een chronisch karakter en de kans is groot dat genitale wratten na een behandeling terugkomen.

  • Gonorroe

    Gonorroe, ook wel druiper genoemd, is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Gonorroe kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale gonorroe) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale gonorroe). 

  • Hepatitis B is een zeer besmettelijke virusinfectie

    Hepatitis B is een zeer besmettelijke infectie die wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus (HBV). Het virus nestelt zich in de levercellen van het lichaam. De immunologische reactie van de geïnfecteerde persoon bepaalt het klinisch beeld dat ontstaat. Er zijn twee vormen: acute en chronische hepatitis B. De meeste (>95%) volwassenen met hepatitis B genezen spontaan binnen drie tot zestien weken en worden immuun. Bij de overige personen wordt de ziekte chronisch (Maddrey, 2001). Chronische dragers blijven besmettelijk.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maddrey WC. Hepatitis B--an important public health issue. Clin Lab. 2001;47(1-2):51-5. Pubmed
  • Acute hepatitis B-infectie kan op verschillende manieren verlopen

    Na besmetting met het hepatitis B-virus is er een incubatietijd van 6 tot 26 weken. Vervolgens kan hepatitis B zich in de acute fase op twee manieren manifesteren:

    • Als een acute infectie met milde of geen ziekteverschijnselen.
    • Als een heftig ziektebeeld met vermoeidheid, koorts, gewrichtsklachten en geelzucht.
  • Herpes genitalis

    Herpes genitalis (ICD-9-code 054.1 en ICD-10-code A60) is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het herpes simplex virus (HSV), type 1 of type 2. Bij ongeveer de helft van de gevallen van herpes genitalis is HSV-1 de oorzaak en bij de andere helft HSV-2. Het virus dringt de slijmvliezen van de mond, keel, ogen of geslachtsorganen binnen en verspreidt zich van hieruit tot in de gevoelszenuwen en blijft daar sluimerend aanwezig. Een HSV-infectie heeft dus een chronisch karakter.

    Aard en ernst ziekteverschijnselen vooral bepaald door type virus en geslacht geïnfecteerde

    De aard en ernst van de ziekteverschijnselen worden in belangrijke mate bepaald door het type virus, het geslacht van de geïnfecteerde en een eventuele eerdere niet-genitale infectie met HSV, en of er sprake is van een nieuwe (primaire) infectie of een recidief. Er is geen verschil in ziekteverschijnselen tussen HSV-1 en HSV-2-infecties (Holmes et al., 2008). 

  • Syfilis is een bacteriële soa

    Syfilis is een bacteriële soa die wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum. Via de lymfebanen wordt de bacterie naar de lymfeklieren geleid en uiteindelijk vindt ook verspreiding via het bloed naar de verschillende organen plaats. Syfilis heeft een zeer wisselend klinisch beloop, wat er toe kan leiden dat de verschijnselen van syfilis niet of pas laat herkend worden.

  • Syfilis kent een besmettelijke en een niet-besmettelijke fase

    Syfilis kent een besmettelijk en een niet-besmettelijke fase. Bij de besmettelijke fase spreekt men van infectieuze syfilis; deze bestaat uit primaire, secundaire en latente syfilis. De niet-besmettelijke fase wordt ook wel tertiaire syfilis genoemd. In de tekst spreken we in principe van syfilis; als het om tertiaire syfilis gaat is dat expliciet vermeld.

  • Beloop en belangrijkste ziekteverschijnselen van syfilis

    • Primaire syfilis heeft een incubatietijd die varieert van tien tot negentig dagen (gemiddeld drie weken). Belangrijkste ziekteverschijnsel is een zweer op de plaats van de infectie (meestal rond de penis of vagina, maar soms ook bij de anus of in de mond); deze geneest vaak spontaan binnen drie tot zes weken.
    • Van de onbehandelde patiënten ontstaat bij 60-90% na drie tot zes weken secundaire syfilis. Ziekteverschijnselen zijn onder andere huiduitslag, misselijkheid, koorts en spier- en gewrichtspijnen. De klachten herstellen meestal spontaan.
    • Daarna kan bij een deel van de patiënten latente syfilis ontstaan. De vroege variant (de infectie bestaat minder dan een jaar) is besmettelijk, de late variant is niet besmettelijk. Meestal zijn er geen ziekteverschijnselen, maar sommige patiënten krijgen in deze fase opnieuw zweren. Twee derde van de onbehandelde patiënten houdt levenslang latente syfilis.
    • Bij ongeveer een derde van de onbehandelde patiënten met latente syfilis ontstaat tertiaire syfilis. In deze fase is de syfilis niet meer besmettelijk. Bij deze groep kunnen twee tot vier jaar na de infectie de inwendige organen worden aangetast, zoals hart en bloedvaten of het zenuwstelsel. In dit stadium kan ook neurosyfilis ontstaan; dit kan gepaard gaan met hoofdpijn, verwardheid, persoonlijkheidsverandering, uitval van hersenzenuwen en dementie.
Bronverantwoording
  • Landelijke database Centra Seksuele Gezondheid

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van soa binnen de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) komen uit de landelijke database van deze centra. Tijdens elk consult in een CSG wordt een bezoeker getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en sinds 2010 ook op hiv (volgens opt-out). Heteroseksuele jongeren tot 25 jaar zonder verdere risicofactoren worden sinds 2012 in eerste instantie alleen op chlamydia getest. Pas als deze test positief is, wordt ook getest op gonorroe, syfilis en hiv. Andere soa’s (herpes genitalis, genitale wratten, hepatitis B) worden meestal alleen op indicatie onderzocht.

    De cijfers zijn gebaseerd op twee verschillende vormen van diagnose stellen:

    • Percentage positieve testuitslagen: bij chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv.
    • Klinisch beeld: aantal gediagnosticeerde gevallen ten opzichte van het aantal consulten (bij herpes genitalis en genitale wratten). Hierbij is niet bekend of het om een nieuwe infectie of om een recidief gaat; beide zijn chronische soa's.

    De regionale CSG's bieden laagdrempelig en kosteloos soa- en hiv-testen en soa-zorg aan. De centra zijn ook toegankelijk voor specifieke risicogroepen, waaronder mannen die seks hebben met mannen ( MSM), prostituees en jongeren. Het betreft meestal GGD-locaties; in een enkel geval biedt de GGD deze zorg aan via een ziekenhuis in de buurt. De testlocaties van de regionale CSG's zijn verspreid over acht regio's; per regio draagt één GGD zorg voor de coördinatie. De CSG's hebben sinds januari 2006 een landelijke dekking, maar alle GGD-en rapporteren al sinds 2004 landelijk. Daardoor zijn landelijke trends al vanaf 2004 gepresenteerd.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij een CSG is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen, waardoor geïnfecteerde personen zonder klachten niet per definitie bij een CSG terecht komen. Tegelijkertijd zullen er personen zijn die zich ondanks klachten niet laten testen. De meeste mensen doen een soa-test als ze daar een andere aanleiding voor hebben, bijvoorbeeld uit bezorgdheid, bij aanvang van een nieuwe relatie of omdat ze willen stoppen met condoomgebruik.

    Meer informatie over de landelijke database Centra Seksuele Gezondheid is te vinden in Zorggegevens.

  • Landelijke database Stichting HIV Monitoring

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van hiv en aids komen uit de landelijke database Stichting HIV Monitoring (SHM). Ook de sterftecijfers komen gedeeltelijk uit deze database. De sterftecijfers betreffen het aantal overledenen onder hiv-geïnfecteerden, waarbij niet altijd de diagnose aids is gesteld.

    Voor meer informatie over SHM zie: Landelijke database Stichting HIV Monitoring

  • RIVM-Osiris hepatis B

    Cijfers over de (trends in) incidentie van hepatitis B en over ziekenhuisopnamen komen uit de internetapplicatie Osiris van het RIVM. De verplichte aangifte van hepatitis B via deze internetapplicatie gebeurt door alle GGD'en sinds 2002. Tot 1999 was alleen de aangifte van acute infecties verplicht, daarna was dit ook het geval voor de chronische infecties. Het RIVM beheert de gegevens en rapporteert er jaarlijks over in het Infectieziekten Bulletin.

  • Soa: NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Cijfers over (trends in) incidentie en prevalentie van soa’s geregistreerd in de huisartspraktijk komen uit de database van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. De incidentie en prevalentie wordt bepaald op basis van het aantal personen met één of meer episoden van de betreffende soa(‘s) per jaar. De diagnose van de meeste soa's wordt door huisartsen geregistreerd volgens de ICPC-codering. Het aantal geregistreerde soa-diagnosen binnen elke deelnemende praktijk wordt geëxtrapoleerd naar de totale Nederlandse bevolking zoals gepresenteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uitzonderingen binnen deze aanpak zijn chlamydia en syfilis.

    • Chlamydia heeft geen eigen ICPC-code. Het aantal chlamydia-gevallen in de huisartspraktijk is daarom geschat op basis van bredere diagnosegroepen. Bij vrouwen zijn dit cervicitis, vaginitis en Pelvic Inflammatory Disease (PID); bij mannen zijn dit orchitis/epididymitis en andere genitale ziekten. Daaruit zijn die personen geselecteerd waarbij chlamydia-medicatie is voorgeschreven.
    • Gegevens van huisartsen voor syfilis zijn niet gebruikt voor (trends in) incidentie en prevalentie, omdat de huisarts maar bij heel weinig mensen syfilis constateert.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij de huisarts is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen en geïnfecteerde personen zonder klachten zoeken over het algemeen geen medische zorg. De incidentie geschat op basis van de huisartspopulatie zal dus lager zijn dan de werkelijke incidentie in de algemene bevolking.

    Meer informatie is te vinden in Zorggegevens.

  • Sterfte door soa: CBS doodsoorzakenstatistiek

    Sterftecijfers van soa komen uit de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij soa als onderliggende doodsoorzaak werd geregistreerd.

    Voor meer informatie over de CBS Doodsoorzakenstatistiek zie: Zorggegevens.

    Soa

    ICD-9

    ICD-10

    Chlamydia

    099.1

    A56

    Gonorroe

    098

    A54

    Syfilis

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    -

    A63.0

    Hepatitis B

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    054.1

    A60

  • Coderingen voor registratie van soa

    Soa

    ICPC
    (registratie door huisartsen)

    ICD-9
    (registratie ziekenhuisopnamen)

    ICD-10
    (registratie sterfte)

    Chlamydia

     

    099.1

    A56

    Gonorroe

    X71

    098

    A54

    Syfilis

    X70

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    X91

    -

    A63.0

    Hepatitis B

     

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    X90

    054.1

    A60

    Hiv

    B90

     

     

  • Zwangerschapsscreening

    Trends in prevalentie van syfilis bij zwangere vrouwen komen uit de zwangerschapsscreening. Alle zwangere vrouwen krijgen in het eerste trimester een test voor hepatitis B, syfilis en hiv aangeboden. Gegevens over deelname en uitslagen van de screening worden verzameld door regionale coördinatieprogramma’s van het RIVM (RIVM-RCP’s) bij verloskundig hulpverleners en bij perifere laboratoria.

Methoden
  • Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Correcties en indexatie

    Cijfers over trends in ziekenhuisopnamen zijn gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100). Zie voor meer informatie: Zorggegevens: Landelijke Medische Registratie (LMR).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijke Medische Registratie, LMR. zorggegevens.nl