Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SoaCijfers & ContextAids en hiv

Cijfers & Context

Chlamydia is de meest voorkomende soa

Regionaal & Internationaal

Centrum seksuele gezondheid bij vrijwel elke GGD

Kosten

Kosten van soa 56 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Aantal ziekenhuisopnamen voor soa afgenomen

Hiv diagnosen in Centra Seksuele Gezondheid naar leeftijd en geslacht

288 diagnosen van hiv in 2015

In 2015 zijn er bij de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) 288 keer de diagnose hiv vastgesteld. Hiv komt relatief vaak voor bij MSM en dan met name in de leeftijdsgroep 35- tot en met 39-jarigen (van den Broek et al., 2016). Bij vrouwen komt het relatief vaak voor bij vrouwen van 55 jaar en ouder.

 

 

Heteromannen

MSM

Vrouwen

Totaal

Aantal testen

20.289

29.421

30.568

80.278

Positieve testen (n)

11

260

17

288

Postieve testen (%)

0,05

0,88

0,05

0,36

 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Hiv diagnosen in Centra Seksuele Gezondheid naar etniciteit

Positieve hivtesten, 2015

Land/generatie migrantenHeteromannenVrouwenMSM
Nederland00,040,67
Turkije0,1201,33
Noord Afrika/Marokko0,0900,53
Suriname0,090,121,4
Nederlandse Antillen/Aruba0,1603,11
Sub-Sahara Afrika0,190,382,01
Oost Europa002,49
Latijns Amerika0,1902,29
Azie0,070,050,88
Europa overig0,080,171,09
Totaal 1e generatie migranten0,160,092,09

Hiv komt relatief vaak voor bij enkele allochtone groepen

In de Nederlandse Centra Seksuele Gezondheid (CSG's) werd hiv bij sommige allochtone groepen relatief vaak vastgesteld. Er wordt een hoger percentage positieve hivtesten gevonden bij personen afkomstig uit de Nederlandse Antillianen (3,1%) en Latijns Amerika (2,1%) (van den Broek et al., 2016).
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Trend in hiv diagnose bij Centra Seksuele gezondheid

Aantal testen en positieve testen hiv, 2005-2015

JaarHeteromannen aantalVrouwen aantalMSM aantalHeteromannen % positiefVrouwen % positiefMSM % positief
2005139701792148770,300,204,50
2006185482406662460,200,103,10
2007247463274083810,100,102,80
20082865038112106470,200,103,00
20092990340328129000,140,102,40
20103435748953159470,100,102,00
20113688352861176520,100,102,00
20123423646635199900,100,101,50
20133611652105230050,040,051,40
20143628855094253070,070,041,10
20152028930568294210,050,060,88
  • MSM = mannen die seks hebben met mannen

Daling positieve testen hiv bij MSM

Sinds 2008 is het aantal positieve testen binnen Centra Seksuele Gezondheid (CSG) bij MSM afgenomen van 4,5 naar 0,9%. Bij vrouwen en heteromannen is het percentage positieve hivtesten de afgelopen jaren stabiel (van den Broek et al., 2016). 

Aantal hivtesten afgenomen

Het aantal uitgevoerde hivtesten binnen Centra Seksuele Gezondheid (CSG) is tussen 2005 en 2014 voor elke risicogroep toegenomen. Ten opzichte van 2014 is het aantal testen met uitzondering bij MSM weer afgenomen. Ten opzichte van 2014 is het aantal testen bij vrouwen en heteromannen afgenomen met 44%. Deze afname is een gevolg van een wijziging in het testbeleid bij jonge mensen onder de 25 jaar (van den Broek et al., 2016).
 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Aantal nieuwe hiv diagnosen in hiv-behandelcentra naar leeftijd en geslacht

666 nieuwe hiv-patiënten in 2016

In 2016 werden 976 nieuwe aanmeldingen van hiv-positieve personen in zorg gerapporteerd in de nationale hiv-registratie bij de Stichting HIV Monitoring, waarvan er 666 (534 mannen, 82 vrouwen en 50 onbekend) ook gediagnosticeerd waren in 2016. De meeste diagnoses worden bij huisartsen, centra seksuele gezondheid en ziekenhuizen gesteld. Het aantal nieuwe gevallen is het grootst in de leeftijdsgroep 30-39 jaar (Visser et al., 2017).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijke database Stichting HIV Monitoring, SHM. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Totaal aantal hiv diagnosen in hiv-behandelcentra naar leeftijd en geslacht

Ruim 19.000 patiënten met hiv geregistreerd tot en met 2016

Tot en met december 2016 zijn in totaal 19.137 patiënten met hiv geregistreerd. Daarvan was 88% in actieve follow-up nog in leven (Visser et al., 2017).

Vaker hiv-infectie bij mannen

Een hiv-infectie komt veel vaker voor bij mannen dan bij vrouwen; 82% van het aantal hiv-geïnfecteerden is man (14.334 mannen versus 3.143 vrouwen en 1.660 onbekend). Een hiv-infectie komt bij alle groepen het meest voor tussen de 30 en 39 jaar (Visser et al., 2017).

Meeste hiv-infecties door seks van mannen met mannen

De groep mannen die seks hebben met mannen (MSM) vormt met 68% van het totaal aantal hiv-infecties de belangrijkste risicogroep. Van de hiv-geïnfecteerde mannen heeft 77% de infectie opgelopen door seks met mannen.  De meeste vrouwen liepen de infectie op door heteroseksueel contact (Visser et al., 2017).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijke database Stichting HIV Monitoring, SHM. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Visser M, van Aar F, van Oeffelen AAM, van den Broek IVF, Op de Coul ELM, Hofstraat SHI, et al. Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2016. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM/CIb); 2017. Bron | DOI

Trend in hiv diagnosen in hiv-behandelcentra

Hiv onder jongeren stabiel, onder ouderen gestegen

In de leeftijdsgroep boven de 50 jaar was tussen 2002 en 2013 een licht stijgende trend te zien in het aantal nieuwe hiv-diagnosen. Het aantal nieuwe hiv-diagnosen in de leeftijdsgroep onder de 19 jaar vertoonde in diezelfde periode een licht dalende trend (van den Broek et al., 2016).

Aantal nieuwe hiv-diagnosen onder 20-49 jarige na 2008 gedaald

Het aantal nieuwe hiv-diagnosen in de leeftijdsgroep 20–49 jaar steeg tussen 2002 en 2008 (van 855 naar 1.086). Daarna daalde dit aantal naar 531 in 2015 (van den Broek et al., 2016).

Hiv-patiënten vroeger opgespoord

Het percentage hiv-geïnfecteerden dat pas in een laat stadium gediagnosticeerd wordt, is de afgelopen jaren gedaald tot 44%. Dit is het percentage mensen dat met hiv bij een behandelcentrum komt. Dat percentage is het laagst voor de groep mannen die seks hebben met mannen (MSM; 39%); bij heteroseksuele mannen is het percentage laat gediagnosticeerden de afgelopen drie jaar gestegen. Bij vrouwen is in 2015 weer een daling te zien (van den Broek et al., 2016). De daling is een gunstige trend: hoe eerder de diagnose gesteld wordt, hoe eerder de behandeling kan starten. De kans op gezondheidsschade bij de patiënt en op overdracht van hiv naar een ander neemt daardoor af.

Meer informatie

 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijke database Stichting HIV Monitoring, SHM. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Trend in diagnosen aids

Incidentie van aids na 1995 sterk gedaald

Aids werd in Nederland voor het eerst geregistreerd in 1982.

  • In de periode tot 1992 steeg het aantal nieuwe gevallen (incidentie) van aids sterk.
  • Tussen 1992 en 1995 bleef de incidentie stabiel, maar vertoonde een piek in 1995.
  • Daarna daalde het aantal nieuwe gevallen van aids sterk.
  • Vanaf 1999 is de incidentie stabiel, met 200 tot 300 gevallen per jaar.
  • Vanaf 2013 sterke afname tot 127 gevallen in 2015

Langere overleving door combinatietherapie

De daling van het aantal nieuwe gevallen van aids na 1995 is te verklaren door de introductie van een nieuwe therapie voor hiv-patiënten. Sinds 1996 is de zogenaamde combinatietherapie cART (combinatie antiretrovirale therapie) algemeen beschikbaar voor hiv-patiënten. De behandeling zorgt voor een langdurig uitstel van het ontstaan van aids. Ook wordt bij aids een langere overleving bereikt via deze behandeling: binnen verschillende cohortstudies daalde de mortaliteit gemiddeld met de helft (HIV-CAUSAL Collaboration et al., 2010).

 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijke database Stichting HIV Monitoring, SHM. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. HIV-CAUSAL Collaboration, Ray M, Logan R, Sterne JAC, Hernández-Díaz S, Robins JM, et al. The effect of combined antiretroviral therapy on the overall mortality of HIV-infected individuals. AIDS. 2010;24(1):123-37. Pubmed | DOI

Totaal aantal diagnosen aids naar risicogroep

127 nieuwe aidspatiënten in 2015

In 2015 werden 127 patiënten nieuw met aids gediagnosticeerd (van den Broek et al., 2016).

9.583 patiënten met aids geregistreerd

Vanaf 1982 tot december 2015 zijn er 9.583 patiënten met aids geregistreerd. Van alle aidspatiënten die tot en met eind 2015 zijn gemeld, was 58% besmet via seks tussen mannen (MSM) en 26% door heteroseksueel contact (van den Broek et al., 2016).
 

Meer informatie

 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijke database Stichting HIV Monitoring, SHM. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Verspreidingsbronnen van hiv en aids

Verspreiding van infectie onder meer via bloed en sperma

Een hiv-infectie kan zich verspreiden via:

  • Onveilige handelingen met bloed en sperma; beide bevatten bij hiv-geïnfecteerden een hoge concentratie van hiv.
  • Onbeschermd anaal of vaginaal seksueel contact met een drager van het virus. Vaginaal vocht en voorvocht bevatten bij hiv-geïnfecteerden een lagere concentratie van hiv dan bloed en sperma.
  • Overdracht van moeder op kind gedurende de zwangerschap, bij geboorte of via borstvoeding.

De concentratie van hiv in speeksel, zweet, traanvocht en urine is te laag om infectieus te zijn. Verspreiding via speeksel en huishoudelijk contact (servies, bestek, toilet) treedt hierdoor niet op.

Besmettelijkheid is groter tijdens infectie met andere soa

Mensen die geïnfecteerd raken met een andere seksueel overdraagbare aandoening zijn op dat moment ook extra besmettelijk voor een hiv-infectie. Het risico op een hiv-infectie is dan 2,5 tot 5 maal hoger dan gemiddeld.

Niet iedereen even gevoelig voor hiv en aids

Niet iedereen is even gevoelig voor hiv. Dit heeft te maken met de genetische variatie in genen die betrokken zijn bij het afweersysteem. Dragers van een bepaalde genetische mutatie zijn beschermd tegen aids of maken een tragere ontwikkeling van de infectie door (Kimman et al., 2007). 5-15% van de blanke bevolking heeft deze mutatie. Mogelijk zijn er meerdere genen betrokken bij de gevoeligheid voor infectie door hiv en het ziekteverloop (Fellay et al., 2007; Kellam & Weiss, 2006).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kimman TG, Janssen R, Hoebee B. [Effect of genetic polymorphisms on the susceptibility to and course of infectious diseases]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151(9):519-24. Pubmed
  2. Fellay J, Shianna KV, Ge D, Colombo S, Ledergerber B, Weale M, et al. A whole-genome association study of major determinants for host control of HIV-1. Science. 2007;317(5840):944-7. Pubmed | DOI
  3. Kellam P, Weiss RA. Infectogenomics: insights from the host genome into infectious diseases. Cell. 2006;124(4):695-7. Pubmed | DOI

Gevolgen van hiv-infectie

Hiv breekt het immuunsysteem af

Hiv breekt het immuunsysteem af; dat leidt tot een breed scala van aandoeningen. Een hiv-infectie kan via verschillende ziektestadia leiden tot aids. Hiv kan jarenlang voor de lichaamsafweer verborgen blijven. Ook verandert hiv steeds van uiterlijk, wat zowel de bestrijding door het lichaam als het ontwikkelen van een vaccin bemoeilijkt. Hiv verhoogt de vatbaarheid voor andere soa en de frequentie van complicaties (Fleming & Wasserheit, 1999).

Levenslang medicatie en gezondheidscontroles

Patiënten met hiv moeten de rest van hun leven medicijnen slikken. Dit heeft soms vervelende bijwerkingen, zoals misselijkheid en veranderingen in de vetverdeling over het lichaam. Ook is regelmatige controle van lever en nieren nodig. Dit kan gevolgen hebben voor de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (de Boer-van der Kolk et al., 2010).

Behandeling van hiv kan aidsverschijnselen jaren uitstellen

Bij veel hiv-geïnfecteerden kan behandeling (combinatietherapie) het moment van aids met jaren uitstellen. Daarom wordt een hiv-infectie in westerse landen nu beschouwd als een chronische ziekte. Tegenwoordig worden hiv-patiënten tegenwoordig steeds sneller behandeld worden. Hoe eerder de behandeling start hoe beter de prognose.
 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Fleming DT, Wasserheit JN. From epidemiological synergy to public health policy and practice: the contribution of other sexually transmitted diseases to sexual transmission of HIV infection. Sex Transm Infect. 1999;75(1):3-17. Pubmed
  2. de Boer-van der Kolk IM, Sprangers A, Prins JM, Smit C, de Wolf F, Nieuwkerk PT. Health-related quality of life and survival among HIV-infected patients receiving highly active antiretroviral therapy: a study of patients in the AIDS Therapy Evaluation in the Netherlands (ATHENA) Cohort. Clin Infect Dis. 2010;50(2):255-63. Pubmed | DOI

Gevolgen van aids

Ziekteverschijnselen treden pas laat op

Vaak treden ziekteverschijnselen van aids pas meerdere jaren, gemiddeld negen jaren, na de hiv-infectie op wanneer deze het afweersysteem grotendeels al heeft afgebroken.

Aids leidt zonder behandeling tot de dood

Als de diagnose aids eenmaal is gesteld, leidt dit (zonder specifieke behandeling) gemiddeld binnen drie jaar tot de dood.

Experts en redactie

Sterfte aan hiv en aids

In 2015 overleden 111 personen met hiv of aids

In 2015 stierven er 111 mensen met hiv of aids. Van hen liepen 48 mannen een hiv-infectie op via seks met mannen (43%), 42 mensen via heteroseksueel contact (38%) en 10 mensen via intraveneus drugsgebruik (8,9%) (van den Broek et al., 2016).
 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijke database Stichting HIV Monitoring, SHM. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Op de Coul ELM. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen zijn bacteriële of virale infectieziekten

    Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zijn infectieziekten die meestal worden veroorzaakt door een bacterie of virus.
    •    Bacteriële soa's zijn Chlamydia, gonorroe en syfilis;
    •    Virale soa's zijn genitale wratten, hepatitis B, herpes genitalis en hiv.
    Soa's worden overgedragen via sperma, bloed, vaginaal vocht en bij contact van de slijmvliezen.

  • Chlamydia is bacteriële seksueel overdraagbare aandoening

    Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die veroorzaakt wordt door de bacterie Chlamydia trachomatis. Chlamydia kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale chlamydia) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale chlamydia).

  • LGV is een ernstig type chlamydia bij mannen

    Een specifiek type chlamydia-infectie bij mannen is Lymphogranuloma venereum (LGV). LGV heeft een ernstig ziekteverloop. Het veroorzaakt een ontsteking van de lymfeklieren, met als mogelijk gevolg genitale en anale zweren. LGV-patiënten met dergelijke zweren zijn vatbaarder voor hiv en andere soa. Bovendien kunnen zij als gevolg van de zweren eerder anderen besmetten (Bron: LCI protocol chlamydia en LGV).

  • Genitale wratten

    Genitale wratten, ook wel condylomata acuminata genoemd, is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het humaan papilloma virus (HPV), type 6 en 11. De HPV-typen 6 en 11 behoren tot de laagrisicotypen van het HPV-virus en zijn niet kankerverwekkend. De hoogrisicotypen van het HPV-virus (met name typen 16 en 18) spelen een rol bij het ontstaan van  baarmoederhalskanker (Zur Hausen, 2002). De eerste verschijnselen van genitale wratten zijn jeuk en irritatie bij de geslachtsorganen. Soms ontstaat er maar één wratje, maar bij andere personen ontstaan er veel wratten in een kort tijdsbestek. De meeste geïnfecteerden hebben geen klachten, maar ze kunnen wel hun seksuele partners besmetten. De infectie heeft een chronisch karakter en de kans is groot dat genitale wratten na een behandeling terugkomen.

  • Gonorroe

    Gonorroe, ook wel druiper genoemd, is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Gonorroe kan behalve door onbeschermd seksueel contact (urogenitale, anorectale en orale gonorroe) ook worden overgedragen van moeder op kind tijdens de geboorte (perinatale gonorroe). 

  • Hepatitis B is een zeer besmettelijke virusinfectie

    Hepatitis B is een zeer besmettelijke infectie die wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus (HBV). Het virus nestelt zich in de levercellen van het lichaam. De immunologische reactie van de geïnfecteerde persoon bepaalt het klinisch beeld dat ontstaat. Er zijn twee vormen: acute en chronische hepatitis B. De meeste (>95%) volwassenen met hepatitis B genezen spontaan binnen drie tot zestien weken en worden immuun. Bij de overige personen wordt de ziekte chronisch (Maddrey, 2001). Chronische dragers blijven besmettelijk.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maddrey WC. Hepatitis B--an important public health issue. Clin Lab. 2001;47(1-2):51-5. Pubmed
  • Acute hepatitis B-infectie kan op verschillende manieren verlopen

    Na besmetting met het hepatitis B-virus is er een incubatietijd van 6 tot 26 weken. Vervolgens kan hepatitis B zich in de acute fase op twee manieren manifesteren:

    • Als een acute infectie met milde of geen ziekteverschijnselen.
    • Als een heftig ziektebeeld met vermoeidheid, koorts, gewrichtsklachten en geelzucht.
  • Herpes genitalis

    Herpes genitalis (ICD-9-code 054.1 en ICD-10-code A60) is een virale seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door het herpes simplex virus (HSV), type 1 of type 2. Bij ongeveer de helft van de gevallen van herpes genitalis is HSV-1 de oorzaak en bij de andere helft HSV-2. Het virus dringt de slijmvliezen van de mond, keel, ogen of geslachtsorganen binnen en verspreidt zich van hieruit tot in de gevoelszenuwen en blijft daar sluimerend aanwezig. Een HSV-infectie heeft dus een chronisch karakter.

    Aard en ernst ziekteverschijnselen vooral bepaald door type virus en geslacht geïnfecteerde

    De aard en ernst van de ziekteverschijnselen worden in belangrijke mate bepaald door het type virus, het geslacht van de geïnfecteerde en een eventuele eerdere niet-genitale infectie met HSV, en of er sprake is van een nieuwe (primaire) infectie of een recidief. Er is geen verschil in ziekteverschijnselen tussen HSV-1 en HSV-2-infecties (Holmes et al., 2008). 

  • Syfilis is een bacteriële soa

    Syfilis is een bacteriële soa die wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum. Via de lymfebanen wordt de bacterie naar de lymfeklieren geleid en uiteindelijk vindt ook verspreiding via het bloed naar de verschillende organen plaats. Syfilis heeft een zeer wisselend klinisch beloop, wat er toe kan leiden dat de verschijnselen van syfilis niet of pas laat herkend worden.

  • Syfilis kent een besmettelijke en een niet-besmettelijke fase

    Syfilis kent een besmettelijk en een niet-besmettelijke fase. Bij de besmettelijke fase spreekt men van infectieuze syfilis; deze bestaat uit primaire, secundaire en latente syfilis. De niet-besmettelijke fase wordt ook wel tertiaire syfilis genoemd. In de tekst spreken we in principe van syfilis; als het om tertiaire syfilis gaat is dat expliciet vermeld.

  • Beloop en belangrijkste ziekteverschijnselen van syfilis

    • Primaire syfilis heeft een incubatietijd die varieert van tien tot negentig dagen (gemiddeld drie weken). Belangrijkste ziekteverschijnsel is een zweer op de plaats van de infectie (meestal rond de penis of vagina, maar soms ook bij de anus of in de mond); deze geneest vaak spontaan binnen drie tot zes weken.
    • Van de onbehandelde patiënten ontstaat bij 60-90% na drie tot zes weken secundaire syfilis. Ziekteverschijnselen zijn onder andere huiduitslag, misselijkheid, koorts en spier- en gewrichtspijnen. De klachten herstellen meestal spontaan.
    • Daarna kan bij een deel van de patiënten latente syfilis ontstaan. De vroege variant (de infectie bestaat minder dan een jaar) is besmettelijk, de late variant is niet besmettelijk. Meestal zijn er geen ziekteverschijnselen, maar sommige patiënten krijgen in deze fase opnieuw zweren. Twee derde van de onbehandelde patiënten houdt levenslang latente syfilis.
    • Bij ongeveer een derde van de onbehandelde patiënten met latente syfilis ontstaat tertiaire syfilis. In deze fase is de syfilis niet meer besmettelijk. Bij deze groep kunnen twee tot vier jaar na de infectie de inwendige organen worden aangetast, zoals hart en bloedvaten of het zenuwstelsel. In dit stadium kan ook neurosyfilis ontstaan; dit kan gepaard gaan met hoofdpijn, verwardheid, persoonlijkheidsverandering, uitval van hersenzenuwen en dementie.
Bronverantwoording
  • Landelijke database Centra Seksuele Gezondheid

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van soa binnen de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) komen uit de landelijke database van deze centra. Tijdens elk consult in een CSG wordt een bezoeker getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en sinds 2010 ook op hiv (volgens opt-out). Heteroseksuele jongeren tot 25 jaar zonder verdere risicofactoren worden sinds 2012 in eerste instantie alleen op chlamydia getest. Pas als deze test positief is, wordt ook getest op gonorroe, syfilis en hiv. Andere soa’s (herpes genitalis, genitale wratten, hepatitis B) worden meestal alleen op indicatie onderzocht.

    De cijfers zijn gebaseerd op twee verschillende vormen van diagnose stellen:

    • Percentage positieve testuitslagen: bij chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv.
    • Klinisch beeld: aantal gediagnosticeerde gevallen ten opzichte van het aantal consulten (bij herpes genitalis en genitale wratten). Hierbij is niet bekend of het om een nieuwe infectie of om een recidief gaat; beide zijn chronische soa's.

    De regionale CSG's bieden laagdrempelig en kosteloos soa- en hiv-testen en soa-zorg aan. De centra zijn ook toegankelijk voor specifieke risicogroepen, waaronder mannen die seks hebben met mannen ( MSM), prostituees en jongeren. Het betreft meestal GGD-locaties; in een enkel geval biedt de GGD deze zorg aan via een ziekenhuis in de buurt. De testlocaties van de regionale CSG's zijn verspreid over acht regio's; per regio draagt één GGD zorg voor de coördinatie. De CSG's hebben sinds januari 2006 een landelijke dekking, maar alle GGD-en rapporteren al sinds 2004 landelijk. Daardoor zijn landelijke trends al vanaf 2004 gepresenteerd.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij een CSG is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen, waardoor geïnfecteerde personen zonder klachten niet per definitie bij een CSG terecht komen. Tegelijkertijd zullen er personen zijn die zich ondanks klachten niet laten testen. De meeste mensen doen een soa-test als ze daar een andere aanleiding voor hebben, bijvoorbeeld uit bezorgdheid, bij aanvang van een nieuwe relatie of omdat ze willen stoppen met condoomgebruik.

    Meer informatie over de landelijke database Centra Seksuele Gezondheid is te vinden in Zorggegevens.

  • Landelijke database Stichting HIV Monitoring

    Cijfers over de incidentie en prevalentie van hiv en aids komen uit de landelijke database Stichting HIV Monitoring (SHM). Ook de sterftecijfers komen gedeeltelijk uit deze database. De sterftecijfers betreffen het aantal overledenen onder hiv-geïnfecteerden, waarbij niet altijd de diagnose aids is gesteld.

    Voor meer informatie over SHM zie: Landelijke database Stichting HIV Monitoring

  • RIVM-Osiris hepatis B

    Cijfers over de (trends in) incidentie van hepatitis B en over ziekenhuisopnamen komen uit de internetapplicatie Osiris van het RIVM. De verplichte aangifte van hepatitis B via deze internetapplicatie gebeurt door alle GGD'en sinds 2002. Tot 1999 was alleen de aangifte van acute infecties verplicht, daarna was dit ook het geval voor de chronische infecties. Het RIVM beheert de gegevens en rapporteert er jaarlijks over in het Infectieziekten Bulletin.

  • Soa: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Cijfers over (trends in) incidentie en prevalentie van soa’s geregistreerd in de huisartspraktijk komen uit de database van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De incidentie en prevalentie wordt bepaald op basis van het aantal personen met één of meer episoden van de betreffende soa(‘s) per jaar. De diagnose van de meeste soa's wordt door huisartsen geregistreerd volgens de ICPC-codering. Het aantal geregistreerde soa-diagnosen binnen elke deelnemende praktijk wordt geëxtrapoleerd naar de totale Nederlandse bevolking zoals gepresenteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uitzonderingen binnen deze aanpak zijn chlamydia en syfilis.

    • Chlamydia heeft geen eigen ICPC-code. Het aantal chlamydia-gevallen in de huisartspraktijk is daarom geschat op basis van bredere diagnosegroepen. Bij vrouwen zijn dit cervicitis, vaginitis en Pelvic Inflammatory Disease (PID); bij mannen zijn dit orchitis/epididymitis en andere genitale ziekten. Daaruit zijn die personen geselecteerd waarbij chlamydia-medicatie is voorgeschreven.
    • Gegevens van huisartsen voor syfilis zijn niet gebruikt voor (trends in) incidentie en prevalentie, omdat de huisarts maar bij heel weinig mensen syfilis constateert.

    Het aantal mensen met een positieve testuitslag bij de huisarts is niet zonder meer representatief voor het aantal nieuwe gevallen van soa's binnen de algemene bevolking. Soa’s kunnen zonder klachten verlopen en geïnfecteerde personen zonder klachten zoeken over het algemeen geen medische zorg. De incidentie geschat op basis van de huisartspopulatie zal dus lager zijn dan de werkelijke incidentie in de algemene bevolking.

    Meer informatie

  • Sterfte door soa: CBS doodsoorzakenstatistiek

    Sterftecijfers van soa komen uit de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij soa als onderliggende doodsoorzaak werd geregistreerd.

    Voor meer informatie over de CBS Doodsoorzakenstatistiek zie: Zorggegevens.

    Soa

    ICD-9

    ICD-10

    Chlamydia

    099.1

    A56

    Gonorroe

    098

    A54

    Syfilis

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    -

    A63.0

    Hepatitis B

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    054.1

    A60

  • Coderingen voor registratie van soa

    Soa

    ICPC
    (registratie door huisartsen)

    ICD-9
    (registratie ziekenhuisopnamen)

    ICD-10
    (registratie sterfte)

    Chlamydia

     

    099.1

    A56

    Gonorroe

    X71

    098

    A54

    Syfilis

    X70

    090-097

    A51, A52, A53

    Genitale wratten

    X91

    -

    A63.0

    Hepatitis B

     

    070.2, 070.3

    B16

    Herpes genitalis

    X90

    054.1

    A60

    Hiv

    B90

     

     

  • Zwangerschapsscreening

    Trends in prevalentie van syfilis bij zwangere vrouwen komen uit de zwangerschapsscreening. Alle zwangere vrouwen krijgen in het eerste trimester een test voor hepatitis B, syfilis en hiv aangeboden. Gegevens over deelname en uitslagen van de screening worden verzameld door regionale coördinatieprogramma’s van het RIVM (RIVM-RCP’s) bij verloskundig hulpverleners en bij perifere laboratoria.

Methoden
  • Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Correcties en indexatie

    Cijfers over trends in ziekenhuisopnamen zijn gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100). Zie voor meer informatie: Zorggegevens: Landelijke Medische Registratie (LMR).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijke Medische Registratie, LMR. zorggegevens.nl